Artikel 19a PW Kostendelende medebewoner
Tekst van het document
Artikel 19a PW Kostendelende medebewoner Artikel 19a Participatiewet geeft de definitie van het begrip 'kostendelende medebewoner'. Uitgangspunt is dat iedereen van 21 jaar of ouder die zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft als betrokkene een kostendelende medebewoner is. Daar is een aantal uitzonderen op, zoals de echtgenoot van betrokkene, een commerciële relatie of een student.
Intro artikel 19a PW Kostendelende medebewoner
Is vooruitlopen op wijziging kostendelersnorm toegestaan? Vraag Per 1 januari 2023 komt er een wetswijziging dat personen jonger dan 27 jaar (met hoofdverblijf in dezelfde woning) niet meer meetellen als kostendeler voor de bijstand van de ander. Het is ons bekend dat sommige gemeenten anticiperen op deze wetswijzing vanaf 1 juli 2022. Handelen die gemeenten hiermee formeel gezien in strijd met de wet? Zitten hier financiële risico’s aan?
Antwoord De gemeente kan soms tegen de wet, maar in afwachting van een wetswijziging (contra legem) handelen. Bijvoorbeeld als daartoe wordt opgeroepen door de minister of staatssecretaris en dat handelen een betrokkene niet benadeelt. Het niet toepassen van de kostendelersnorm in het kader van de Tozo, toen dat nog niet wettelijk was geregeld in artikel 78fa PW, is daarvan een voorbeeld. Evenals het vooruitlopen op de aanpassing van artikel 60c PW en al in 2021 meewerken aan een schuldregeling in bepaalde gevallen waarvoor dat wettelijk gezien nog niet mogelijk was. In het gemeentenieuws 2021-6 geeft de staatssecretaris aan dat gemeenten, afhankelijk van het individuele geval en de persoonlijke omstandigheden, ruimte hebben om maatwerk toe te passen bij het tijdelijk uitzonderen van de toepassing van de kostendelersnorm. Dat is echter geen oproep tot contra legem handelen, omdat die ruimte volgens de staatssecretaris wordt gevonden in het individualiseringsartikel 18 (lid 1) van de PW. Daar wordt aan toegevoegd, dat de kostendelersnorm ‘uiteraard niet categoriaal kan worden uitgezonderd en ook niet onbeperkt’. Het gaat om knellende gevallen. In het gemeentenieuws 2022-2 schaart de staatssecretaris daar ook het tijdelijk verblijf bij een bijstandsgerechtigde van Oekraïense en andere ontheemden onder. Wederom met een verwijzing naar artikel 18, lid 1, PW.
Ruimte om te anticiperen op de wetswijziging die naar verwachting op 1 januari 2023 ingaat en een categoriale regeling voor jongeren tot 27 jaar behelst, lijkt niet te worden gegeven. Dat betekent dat contra legem handelen op dit vlak buitenwettelijk (of eigenlijk tegen wettelijk) begunstigend is en het risico van een financiële fout impliceert. Dit risico is beperkt als de eerstelijnstoezichthouder (de gemeenteraad) dat beleid draagt. Uiteraard kan ook de Minister in actie komen via een aanwijzing, maar dit risico is beperkt. De laatste aanwijzing stamt uit 2010, dat instrument wordt buitengewoon terughoudend toegepast.
Bron: Stimulansz, nieuwsbrief 25, van 21 juni 2022.