Adviesnota raad - belastingvoorstellen 2022
Tekst van het document
Adviesnota raad – openbaar Onderwerp
Belastingvoorstellen 2022
Zaakdossier
Z/21/018576 - D/21/059250
Portefeuillehouder
Wethouder B. van Veldhuizen
Raadsprogramma
5. Algemene dienst en financiën
Datum collegebesluit
23 november 2021
Opsteller
Wim Schreuder
wim.schreuder@doesburg.nl
Team
Wonen, Ondernemen & Recreëren Telefoonnummer (0313) 48 13 56
Voorstel Inhoudelijk beslispunt Met ingang van 1 januari 2022 vast te stellen / in te stemmen met: 1. De navolgende verordeningen: a. Verordening afvalstoffenheffing 2022; b. Verordening hondenbelasting 2022; c. Legesverordening 2022; d. Verordening lig-, haven en kadegelden 2022; e. Verordening lijkbezorgingsrechten 2022; f. Verordening marktgeld 2022; g. Verordening onroerendezaakbelastingen 2022; h. Verordening parkeerbelastingen 2022; i. Verordening precariobelasting 2022; j. Verordening tot intrekking van de Verordening precariobelasting buizen, kabels, draden of leidingen 2021; k. Verordening reclamebelasting 2022; l. Verordening rioolheffing 2022; m. Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2022 n. Verordening toeristenbelasting 2022 2. Het achterwege laten van de inflatiecorrectie bij de tarieven afvalstoffenheffing (met uitzondering van het recycleplein); 3. De begrotingswijziging 2022 over de afvalstoffenheffing. Financieel beslispunt n.v.t. Procedureel beslispunt n.v.t. Juridische grondslag n.v.t.
Pagina 1 van 9
Inleiding De belastingverordeningen worden jaarlijks door de raad in de decembervergadering vastgesteld. Dit is om uitvoering te geven aan de gehanteerde (technische) uitgangspunten in de programmabegroting 2022-2025. Voor 2022 geldt de programmabegroting 2022-2025. De nieuwe tarieven zijn opgenomen in de geactualiseerde belastingverordeningen. In afwijking van de uitgangspunten in de programmabegroting 2022-2025 wordt bij de afvalstoffenheffing voorgesteld om de tarieven, met uitzondering van het recycleplein, niet te verhogen. In het streven naar een sluitende exploitatie wordt bij de wijziging van de Verordening lig-, havenen kadegelden voorgesteld om verschillende tarieven voor het lig- en havengeld meer dan trendmatig te verhogen en een tarief in te voeren voor de dagrecreanten. In de toelichting bij dit raadsvoorstel treft u een samenvatting aan van de belangrijkste tariefwijzigingen en technische aanpassingen (blz.5 t/m 9). Doel / meetbaar effect 1. Het realiseren van de geraamde (belasting)opbrengsten in de uitvoeringsinformatie van de programmabegroting 2022-2025. Dit effect is meetbaar bij de vaststelling van de jaarstukken 2022. 2. Het voldoen aan de wettelijke criteria. Dit effect is meetbaar bij bezwaar- en beroepsprocedures. 3. Het streven naar een sluitende exploitatie voor de haven door de opbrengsten te verhogen. Argumenten 1.1.
Het vormen van de wettelijke basis (juridische basis) voor het rechtmatig heffen van belastingen en retributies. 1.2. Met de aanpassing van de Verordening lig-, haven en kadegelden wordt meer recht gedaan aan de diensten die worden verleend en de vergoeding die hier tegenover moet staan. Een nadere toelichting treft u aan onder d. Lig-, haven- en kadegelden. 2.1. In verband met het te verwachten voordeel op het product afvalstoffenheffing kan 100% kostendekking bereikt worden zonder verhoging van de tarieven (het recycleplein uitgezonderd). Kanttekeningen 1.1 Waarom zijn sommige tarieven niet gelijk aan de trendmatige verhoging aangepast of zelfs gelijk gebleven? Dit kan te maken hebben met: - wettelijk vastgestelde tarieven (bij leges paspoorten en rijbewijzen); - het uitgangspunt van 100% kostendekking (bij afvalstoffen- en rioolheffing); - afweging van kosten tegen baten (bij parkeerautomaten, bijvoorbeeld, kost een kleine aanpassing van de tarieven (tijd) in de automaten meer dan dat de verhoging oplevert);
Pagina 2 van 9
-
het bewaken van onder onderlinge tariefverhoudingen (bij afvalstoffenheffing moet prijs per liter van rest of gft afval hetzelfde zijn ongeacht grootte container); afspraken over afronding (bij toeristenbelasting op € 0,05).
1.2. Waarom wijkt het voorstel over de tarieven van de lig-, haven- en kadegelden af van de uitgangspunten van de programmabegroting 2022-2025? Ondanks dat bij de tarieven rekening wordt gehouden met de beperkte voorzieningen in de haven zijn een aantal tarieven niet meer marktconform. Daarom wordt voorgesteld om een aantal tarieven extra te verhogen en een afzonderlijk tarief voor stroomverbruik in de tarieventabel op te nemen voor schepen van de Schepencarrousel. Dit in verband met de stijgende energieprijzen. 2.1. Waarom wijkt het voorstel over de afvalstoffenheffing af van de uitgangspunten van de programmabegroting 2022-2025? Op het product afvalstoffenheffing wordt een overschot verwacht. De afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing waarop geen winst mag worden gemaakt. Daarom wordt de inflatiecorrectie, met uitzondering van de tarieven voor het recycleplein, achterwege gelaten. Hoe het uiteindelijke resultaat wordt zal duidelijk worden bij de jaarrekening 2022. 2.2. Waarom worden de tarieven voor het recycleplein wél met de inflatiecorrectie verhoogd? De gemeenten Bronckhorst, Doesburg en Rheden hebben voor het recycleplein afspraken gemaakt om gelijke tarieven te hanteren en voor 2022 een inflatiecorrectie toe te passen van 1,3%.
Financiën De voorgestelde tarieven zijn, behalve de afvalstoffenheffing (met uitzondering van recycleplein) en verschillende tarieven voor de lig- en havengelden, gebaseerd op de eerder door de raad genomen besluiten. . Uitvoering Planning Vanaf 1 januari 2022 worden de aanslagen opgelegd op basis van de verordeningen zoals die door de raad worden vastgesteld Communicatie - publicatie op www.overheid.nl: vóór 1 januari 2022; - voorlichting burgers: vóór de diverse momenten van aanslagoplegging - mededeling (nieuwe) tarieven aan direct belanghebbenden (marktgeld, precario- en toeristenbelasting). Evaluatie n.v.t.
Pagina 3 van 9
Bijlage(n) - Toelichting Belastingvoorstellen 2022 (zie hierna op blz. 5 t/m 9); - Separaat: Tarievenoverzicht 2021-2022 (exclusief leges); - Separaat: Belastingverordeningen.
Pagina 4 van 9
TOELICHTING op belastingvoorstellen 2022
Samenvatting van de belangrijkste (tarief)wijzigingen en technische aanpassingen Naast de wijziging van de tarieven zijn de verordeningen geactualiseerd van de navolgende heffingen: a. Afvalstoffenheffing Bij de tarieven afvalstoffenheffing is rekening gehouden met: 1. 100% kostendekking; 2. het te verwachten voordeel op het product afvalstoffenheffing; 3. de afspraken tussen de gemeenten Doesburg, Rheden en Bronckhorst om voor het recycleplein gelijke tarieven te hanteren en voor 2022 een inflatiecorrectie toe te passen van 1,3%. Voorstel: Bij de tarieven afvalstoffenheffing, met uitzondering van het recycleplein, de inflatiecorrectie achterwege laten. Toelichting: We verwachten een zodanig overschot op de afvalstoffenheffing, dat een verhoging van de tarieven niet nodig is om het doel van 100% kostendekking te halen. Hoe het uiteindelijke resultaat uitpakt, zal duidelijk worden met de jaarrekening 2022. b. Hondenbelasting Bij de tarieven voor de hondenbelasting is rekening gehouden met de inflatiecorrectie van 1,3%. c. Leges Alle leges zijn met de inflatiecorrectie van 1,3% verhoogd met uitzondering van de wettelijk vastgestelde leges zoals reisdocumenten en rijbewijzen. d.
Lig-, haven en kadegelden Bij de tarieven voor de lig-, haven-, en kadegelden is rekening gehouden met: • een inflatiecorrectie van 1,3%, met uitzondering van de tarieven in de automaat; • het streven naar een sluitende exploitatie van de haven. Voorstellen: In afwijking van de uitgangspunten van de programmabegroting 2022-2025 in te stemmen met: a. het extra verhogen van het tarief voor schepen van de Schepencarrousel van € 16,35 naar € 24,00 (47%); b. een afzonderlijk vast bedrag per week van € 9,00 voor stroomverbruik voor schepen van de Schepencarrousel; c. het extra verhogen van de tarieven voor de cruise- en passagiersschepen, zie tarievenoverzicht (gemiddeld 15%);
Pagina 5 van 9
d. het extra verhogen van het tarief voor schepen bestemd voor vaartochten op de Oude IJssel van € 32,70 naar € 38,00 (16%). Toelichting: Hoewel bij de tarieven voor de lig-, haven en- kadegelen rekening wordt gehouden met de beperkte voorzieningen in de haven zijn deze tarieven niet meer marktconform en laag ten opzichte van de tarieven die in andere, vergelijkbare havens worden gehanteerd. In verband met de stijgende energieprijzen is het ook gewenst om voor de schepen van de Schepencarrousel een afzonderlijk stroomtarief in de tarieventabel op te nemen. Daarnaast stellen wij voor om in te stemmen met: e. het opnemen van een vrijstellingsbepaling voor historische vaartuigen. Toelichting: Aan artikel 5 van de verordening is onderdeel 5 toegevoegd: Artikel 5 – Vrijstellingen: De lig- en havengelden worden niet geheven voor: 5. historische vaartuigen, niet bedoeld om op te wonen, die: a. staan ingeschreven in het Register Varend Erfgoed en daarvan het geldige bewijs kunnen overleggen; b. een ligplaatsovereenkomst (vaste overeenkomst in Doesburg) hebben. Aanleiding om deze bepaling in de verordening op te nemen is de wens om een stoomsleepschip met cultuurhistorische waarde een gratis ligplaats in de haven van Doesburg te verschaffen.
In de verordening staat het juridisch kader voor de vrijstelling nauwkeurig omschreven zodat niet ieder historisch schip aanspraak kan maken op een gratis ligplaats. Dit staat zowel onder de begripsomschrijvingen als in de vrijstellingsbepaling zelf. Veel gemeentes hebben een historisch museumschip in hun haven en bieden daarvoor een gratis ligplaats aan. Behalve dat deze schepen van cultuurhistorische en educatieve betekenis zijn, hebben ze ook een positief effect op de lokale economie. In dit verband kan gedacht worden aan bezoeken van scholen en particulieren, onderwijs in stoomtechniek en rondvaarten met toeristen. e. Lijkbezorgingsrechten Bij de tarieven voor de lijkbezorgingsrechten is rekening gehouden met een inflatiecorrectie van 1,3%. f. Marktgeld Bij het marktgeld is rekening gehouden met een inflatiecorrectie van 1,3%. g. Onroerendezaakbelastingen (OZB) De tarieven van de OZB zijn voorlopig vastgesteld. Bij de berekening is uitsluitend rekening gehouden met: - de inflatiecorrectie van 1,3%.
Pagina 6 van 9
Voor 2022 kunnen de tarieven, in een percentage van de WOZ-waarde, als volgt worden vastgesteld: Tariefsoort OZB eigenarendeel woningen OZB eigenarendeel niet-woningen OZG gebruikersdeel niet-woningen *voorlopig
Tarief 2022* 0,1454 0,2210 0,1613
Tarief 2021 0,1435 0,2182 0,1592
Voor de belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten worden dezelfde tarieven toegepast. Toelichting: Waarom kunnen de tarieven nog niet berekend worden? De definitieve tarieven kunnen nog niet berekend worden omdat de resultaten van de herwaardering 2022 nog niet bekend zijn. De waardes zijn namelijk een belangrijk hulpmiddel voor de berekening van de tarieven. Oorzaak van de vertraging: er is nu meer tijd nodig om te taxeren en te controleren. Dat heeft te maken met de overgang, dit jaar, naar een nieuwe manier van waarderen van de woningen. Wettelijk is namelijk bepaald dat de gemeentes alle woningen, uiterlijk 1 januari 2022, moet taxeren op basis van oppervlakte in plaats van inhoud. Waarom is de WOZ-waarde nodig voor de berekening van de tarieven? Voor de berekening van de tarieven is de totale WOZ-waarde van belang. Het tarief is namelijk een percentage van de WOZ-waarde. Dit percentage, voor bijvoorbeeld de eigenaren van woningen, word berekend door de volgende formule: de totaal geraamde (bruto) opbrengst woningen voor 2022 1% van totaalwaarde van woningen 2022 Met het aldus verkregen tarief (percentage) stijgt: 1) de opbrengst 2021 met maximaal 1,3% en 2) de gemiddelde belastingdruk OZB voor huishoudens met niet meer dan 1,3%.
Kunnen de tarieven na 1 januari nog met terugwerkende kracht gewijzigd worden? Dat kan alleen wanneer de wijziging in het voordeel is van de belastingplichtigen. Dus ook bij een verlaging van de tarieven. Dat is de reden dat het voorlopige tarief bewust te hoog is berekend. De verwachting is namelijk dat de totale waarde van de woningen met 9% stijgt ten opzichte van 2021. Hierdoor moet het voorlopige tarief evenredig aan deze stijging verlaagd worden om maximaal de geraamde (bruto) opbrengst voor 2022 te realiseren (zie formule). Wanneer wordt het definitieve tarief vastgesteld? De bedoeling is om de definitieve tarieven uiterlijk in de raadsvergadering van januari te laten vaststellen. Dan kunnen deze nog op tijd in werking treden voor de verwerking in de belastingadministratie en het versturen van de aanslagen (eind februari).
Pagina 7 van 9
h. Parkeerbelastingen Bij de parkeerbelastingen is, exclusief de tarieven voor de parkeermeters, rekening gehouden met de inflatiecorrectie van 1,3%. Het wettelijke maximumtarief voor een naheffingsaanslag bedraagt voor 2022 € 66,50 (was € 66,30). Dit nieuwe maximumtarief is in de belastingverordening overgenomen. i. Precariobelasting Bij de precariobelasting is rekening gehouden met een inflatiecorrectie van 1,3%. j. Precarioheffing op kabels en leidingen Vanaf 1 januari 2022 is het voor gemeentes niet meer mogelijk om deze belasting te heffen. Daarom moet de verordening ingetrokken worden. In de programmabegroting 2022-2025 is hiermee rekening gehouden: de opbrengsten voor die jaren zijn komen te vervallen. k. Reclamebelasting Het tarief is met de inflatiecorrectie van 1,3% verhoogd. Bij de vaststelling van het tarief, dit is een percentage van de WOZ-waarde, is rekening gehouden met de waardeontwikkeling van de nietwoningen. l. Rioolheffing Bij de berekening van het tarief rioolheffing is rekening gehouden met: - 100% kostendekking op basis van het vastgestelde watertakenplan; Om voor 2022 100% kostendekking na te streven is het noodzakelijk dat het tarief met 2,8% stijgt van € 2,25 (2021) naar € 2,31 (2022). m. Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten De tarieven van deze belastingen sluiten aan bij de tarieven van de OZB. Zie uitleg bij OZB. n.
Toeristenbelasting Bij de tarieven toeristenbelasting is een inflatiecorrectie toegepast van 1,3%. De tarieven kunnen dan als volgt worden vastgesteld: Omschrijving Campings en (jacht)havens Hotel(s) en B & B
Tarief 2022: 1,60 2,55
Tarief 2021: 1,60 2,50
Belastingdruk voor huishoudens Met de nieuwe tarieven ziet de belastingdruk voor de bewoners van meerpersoonshuishoudens in een koop- of een huurhuis er als volgt uit: Uitgangspunten: - Tarieven 2022 volgens programmabegroting 2022-2025; - Verwacht aantal aanbiedingen en waterverbruik voor meerpersoonshuishoudens in 2021:
Pagina 8 van 9
o o Jaar 2022 2022 2021 2021
16 aanbiedingen 60 liter trommel ondergrondse container en 8 aanbiedingen 140 liter GFT; waterverbruik: 125 m³; Meerpersoonshuishouden in huurhuis in koophuis in huurhuis in koophuis
OZB 331 327
Afval 292 292 292 292
Riool 289 289 281 281
Totaal 581 912 573 900
De belastingdruk voor zowel de huurders als de eigenaren stijgt gemiddeld met 1,3%. Hiermee wordt de doelstelling, om de tarieven maximaal te laten stijgen met de inflatiecorrectie van 1,3%, gehaald. Door het gelijk blijven van de tarieven afvalstoffenheffing wordt de extra verhoging van de rioolheffing (1,5%) gecompenseerd.
Ontwikkeling van WOZ-waardes 2022 Volgens de laatste cijfers van het CBS stijgt de gemiddelde waarde van woningen op de WOZbeschikking 2022 met 11%. De WOZ-waarde 2022 die men aankomend jaar ontvangt, geeft de marktontwikkeling weer tussen 1 januari 2020 en 1 januari 2021. De verwachting is dat de WOZ-waardes van woningen in Doesburg gemiddeld met 9% stijgen. De WOZ-waardes van niet-woningen in Doesburg blijven nagenoeg gelijk.
Pagina 9 van 9