Aanbiedingsbrief ODRA
Tekst van het document
Aanbiedingsbrief Wijziging gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Regio Arnhem 1. Aanleiding Wijziging Wet gemeenschappelijke regeling Op 1 juli 2022 is de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regeling in werking getreden. Voornaamste doelstelling van deze wijziging is om de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen te versterken. Het is de wens van de wetgever om de Gemeenteraden en Provinciale Staten dichter bij de gemeenschappelijke regelingen te plaatsen en hun kaderstellende en controlerende rollen te versterken. Als gevolg van deze wetswijziging moeten alle gemeenschappelijke regelingen worden gewijzigd. Juridisch: Voor het implementeren van de wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling van ODRA heeft ODRA een verkenning doorlopen op ambtelijk en bestuurlijk niveau bij ODRA en vervolgens met de Gemeenteraden en Provinciale Staten. Voor de invoering van diverse wijzigingen is een termijn gegeven van maximaal twee jaar tot 1 juli 2024. Op dat moment moet de besluitvorming voor alle te wijzigen gemeenschappelijke regelingen zijn afgerond en moet de regeling bekend zijn gemaakt. Herijking Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Regio Arnhem Voor de inwerkingtreding van de wetswijziging gemeenschappelijke regelingen was ODRA bezig met een herijking van de tekst van de gemeenschappelijke regeling. De Omgevingswet was daarvoor de aanleiding.
In het kader van de Omgevingswet is in breed perspectief gekeken om de regeling van ODRA te actualiseren. Dit heeft geleid tot een herijking van de regeling ter actualisering op het gebied van de vigerende wet - en regelgeving en de praktijksituatie. De voorbereidingen voor deze wijzigingen waren ambtelijk en bestuurlijk binnen ODRA afgerond in 2021. Vanwege het uitstel van de Omgevingswet en het in werking treden van de wijzigingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen, is besloten om de regeling van ODRA met alle wijzigingen in een keer voor te leggen aan de gemeenteraden en Provinciale Staten. Dit om te voorkomen dat twee wijzigingsprocedures naast elkaar zouden gaan lopen. De regeling, zoals deze bestuurlijk in december 2021, is vastgesteld is de basis voor de implementatie van de wetswijziging gemeenschappelijke regeling.
2. Totstandkoming wijzigingsvoorstel Het wijzigingsvoorstel is in twee fases tot stand gekomen. De eerste fase kende nog een herijking zonder de wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke regeling. In fase twee zijn de wetswijzigingen geïmplementeerd. Herijking Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Regio Arnhem De herijking van de gemeenschappelijke regeling was ingegeven door veranderende wetgeving (de Omgevingswet en de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren) en de uitvoeringspraktijk. Het doel van deze herijking was om de regeling van ODRA in lijn met de vigerende wet- en regelgeving en uitvoeringspraktijk te brengen. Het voorstel is voorbereid door een werkgroep die bestond uit juristen van de gemeente, Provincie Gelderland en ODRA. Na de juridische voorbereiding is het op ambtelijk en bestuurlijk niveau binnen ODRA besproken en goedgekeurd.
Oktober 2023 Renske Homminga– Omgevingsdienst Regio Arnhem
Wijziging Wet gemeenschappelijke regeling Voor het implementeren van de wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling van ODRA heeft ODRA een verkenning doorlopen op ambtelijk en bestuurlijk niveau bij ODRA en vervolgens met de Gemeenteraden en Provinciale Staten. Verkenning Omgevingsdienst Regio Arnhem ODRA heeft een ambtelijke en bestuurlijke verkenning gedaan naar de keuzemogelijkheden die de wetswijziging biedt. In deze verkenning is besproken waar vanuit de partners behoefte aan is en wat de haalbaarheid is voor de bedrijfsorganisatie ODRA. In de afwegingsfase zijn concrete voorkeuren naar voren gekomen die als basis hebben gediend voor het gesprek met de raden en staten. Voor het gesprek met de raden en staten is samengewerkt in de regio Gelderland Midden. Uitvoering Gelderland Midden Een groep van vertegenwoordigers van de gemeenschappelijke regelingen, griffiers, juristen en secretarissen van gemeenten hebben het zinvol geacht om de handen ineen te slaan voor zorgvuldig en ordentelijk proces om te komen tot de wijzigingen van alle gemeenschappelijke regelingen in de regio Gelderland Midden. Voor gemeenteraden is het namelijk van belang dat input gegeven kon worden aan de gemeenschappelijke regelingen, zodat bij het opstellen van de ontwerpen voor de gewijzigde regelingen rekening gehouden kon worden met de gevoelens en wensen die leven in verschillende raden.
Om het voor alle raden en de gemeenschappelijke regelingen behapbaar te houden is een gezamenlijk proces gevoerd. Het gezamenlijk proces heeft geleid tot twee zaken die regionaal zijn ingericht. Als eerste hebben de raden de mogelijkheid gehad om een informerende sessie over de wetswijziging bij te wonen en ten tweede is een regionale raadsbijeenkomst georganiseerd waarin raadsleden, collegeleden en afgevaardigden van de gemeenschappelijke regeling met elkaar in gesprek konden gaan over welke wijzigingen wenselijk zouden kunnen zijn. ODRA is een gemengde regeling van gemeenten en Provincie. Het was vanwege de Provinciale Statenverkiezingen afgelopen maart niet haalbaar voor de Provincie om aan te sluiten bij het initiatief in de regio Gelderland Midden. Voor ODRA is het van belang om de input van de staten vooraf mee te kunnen bij het ontwerp. Om die reden is in aparte sessie bij de Provincie de voorkeuren van de raden besproken met de staten. Voorkeuren Gemeenteraden en Provinciale Staten ODRA was aanwezig bij de raadsbijeenkomst en heeft daar met een afvaardiging van vrijwel iedere deelnemer kunnen spreken. Nadien zijn twee raden die niet aanwezig waren benaderd voor een schriftelijke ronde om een bijdrage mee te geven voor het ontwerp van de regeling. De uitkomst van deze bijeenkomst is de basis geweest voor het gesprek met de Statenleden.
Na de Provinciale Statenverkiezing is ODRA samen met ODRN aanwezig geweest bij een Statenvergadering voor het gesprek over de wijzigingen. In deze vergadering heeft ODRA de voorkeuren van haar raadsleden besproken met de staten en ook werd vanuit het perspectief van de staten gekeken naar de verschillen met ODRN. Juridische vertaalslag ODRA heeft samen met een juridische afvaardiging van gemeenten en Provincie Gelderland de juridische vertaalslag gemaakt van de voorkeuren van de Gemeenteraden en Provinciale Staten naar de bepalingen in de regeling. Bij deze vertaalslag is goed gekeken hoe de voorkeuren verwerkt konden worden in de regeling met inachtneming van de wet. Bij deze vertaalslag hoort ook de afweging of al niet in de behoefte wordt voorzien of dat het wenselijk is om bepalingen in de regeling op te nemen. Het uiteindelijke doel van de nieuwe regeling is om deze toekomstbestendig en flexibel op te maken. Voor de borging van het uiteindelijk doel is de nieuwe tekst getoetst door een erkend adviesbureau op het gebied van gemeenschappelijke regelingen.
Oktober 2023 Renske Homminga– Omgevingsdienst Regio Arnhem
Voor een overzicht van de wijzigingen met daarbij de reden en toelichting op de wijziging is een waswordt lijst opgesteld. Afstemming ODRA en ODRN ODRA is een van de Gelderse Omgevingsdiensten. De Provincie Gelderland is deelnemer in meerdere gemeenschappelijke regelingen van de Gelderse Omgevingsdiensten. Op de Statenvergadering is de behoefte uitgesproken om uniformiteit te betrachten in de voorstellen tussen de ODRA en de ODRN. Naar aanleiding van deze behoefte hebben ODRA en ODRN met elkaar afstemming gezocht over de invulling van de wetswijziging gemeenschappelijke regeling in de regelingen. Besproken is waar de verschillen zitten en hoe de werkwijze op elkaar kan worden afgestemd zonder afbreuk te doen aan de wensen en voorkeuren van de gemeenteraden. ODRA en ODRN hebben namelijk andere gemeentelijke deelnemers in de regeling die per dienst ook andere wensen en voorkeuren hebben aangegeven.
3. Procedure tot wijzigen van de gemeenschappelijke regeling Procedure vaststelling van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling Het vaststellen van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling gebeurt in twee rondes. In de eerste ronde krijgen de raden en staten de gelegenheid om hun zienswijze te geven. Hiervoor hebben de raden en staten 8 weken de tijd. Eerder mag natuurlijk ook. In de tweede ronde worden de raden en staten gevraagd om toestemming voor het wijzigen van de regeling. Deze toestemming mag alleen worden geweigerd wegens strijd met het recht of het algemeen belang. De raden en staten hebben hier uiterlijk 13 weken de tijd voor. Maar uiteraard mag dit ook eerder. Omdat de gemeenschappelijke regeling is aangegaan door de colleges van de deelnemende gemeenten en de provincie, moet een aanpassing van de regeling plaatsvinden door middel van besluitvorming in deze colleges.
De tijdsplanning is als volgt: 6 dec 2023 Colleges bieden de ontwerpregelingen aan voor zienswijze raden (8 weken termijn: 2 februari 2024) 23 april 2024 Colleges stellen ontwerpregeling vast en vragen de raden om toestemming (13 weken termijn voor toestemming) Juni 2024 Besluitvorming raden (toestemming) Juni 2024 Vaststellen colleges regeling (na toestemming raden) 1 juli 2024 Uiterste datum bekendmaking regeling Mocht er vertraging optreden in de besluitvorming bij de zienswijzenprocedure, dan wordt aangeraden om tijd te winnen bij het “toestemmingsproces”. Het is immers toegestaan om eerder toestemming te geven dan na de termijn. Met ingang van uiterlijk 1 juli 2024 moeten de deelnemers de regeling bekend hebben gemaakt in het Gemeenteblad en het provincieblad. Dit staat in artikel 74, lid 1 in relatie tot artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Gezien de lange procedure, is het aan te raden de besluitvormig zo snel mogelijk in gang te zetten.
4. Verwerking voorkeuren Gemeenteraden en Provinciale Staten De voornaamste doelstelling van de wetswijziging is om de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen te verbeteren. Hiervoor stelt de wet wijzigingen voor die verplicht zijn om op te nemen in de regeling maar ook wijzigingen die een keuze kennen. Deze wijzigingen met keuze geven de Gemeenteraden en Provinciale Staten de ruimte om een afweging in te maken. Deze wijzigingen zijn besproken met de Gemeenteraden en Provinciale Staten waarin input is gegeven aan
Oktober 2023 Renske Homminga– Omgevingsdienst Regio Arnhem
ODRA om rekening mee te houden in het wijzigingsvoorstel. Hierboven onder 2 totstandkoming van het wijzigingsvoorstel is uitgelegd welke stappen zijn genomen om tot een voorstel te komen. Hieronder volgt een toelichting op de wijze waarop de voorkeuren zijn verwerkt in de regeling van ODRA met inachtneming van de afweging zoals omschreven onder 2. 1. Zienswijze bij besluiten Voor de zienswijzeprocedure bij besluiten wordt aangesloten bij de huidige werkwijze en daarmee de wettelijke voorschriften om de zienswijzeprocedure te volgen. Het orgaan dat bevoegd is tot het nemen van het besluit kan bepalen dat voordat het besluit wordt genomen het wordt voorgelegd aan de raden en Staten. Dit is in lijn met de voorkeur van raden. De Staten zien graag de mogelijkheid om bij besluiten met aanzienlijk financieel of politiek belang ook een zienswijze te kunnen indienen. In beginsel voorziet de huidige werkwijze daarin, door het toezenden van de ontwerpbegroting en de kadernota. Op de kadernota kan altijd worden gereageerd zonder de officiële zienswijzeprocedure te volgen. De wettelijke termijnen kunnen niet worden gehaald door ODRA als een zienswijzeprocedure gevolgd moet worden bij de kadernota.
Mocht de huidige werkwijze niet dekkend zijn voor besluiten met aanzienlijk financieel of politiek belang, dan kan het Algemeen Bestuur (of een ander orgaan) alsnog het besluit voor zienswijze voorleggen aan de raden en staten. 2. Actieve informatieplicht De plicht tot het actief informeren wordt uitgewerkt in een informatieprotocol. Voordat het informatieprotocol wordt vastgesteld wordt het voor zienswijze aan de raden en staten voorgelegd. Dit is in lijn met de voorkeuren zoals die bij de verkenning naar voren zijn gekomen. De zienswijzeprocedure op het informatieprotocol is een toevoeging naar aanleiding van de verkenning met de staten. Het informatieprotocol is opgesteld in samenwerking met de ODRN. De procedures bij de ODRN verschillen op een aantal vlakken van die van de ODRA. Daarom is de inhoud op een aantal punten verschillend. Het informatieprotocol wordt met het ontwerp van de gemeenschappelijke regeling voor zienswijzen aan de raden en staten aangeboden en zal ingaan zodra de gemeenschappelijke regeling in werking treedt. 3. Evaluatie Bij de bepaling over evalueren is rekening gehouden met de bestuursperiode van de raden en Provinciale Staten. Het uitgangspunt is dat in ieder geval één keer in een bepaalde periode wordt geëvalueerd en bij behoefte kan vaker worden geëvalueerd.
Door deze brede formulering wordt voorzien in de behoefte van de staten om per bestuursperiode diepgaand te evalueren. Dit moet in de bestuursperiode zelf nader worden geregeld. 4. Gemeenschappelijke adviescommissie In de tekst van de regeling is een bepaling opgenomen dat het Algemeen Bestuur een adviescommissie instelt als de raden en staten dit voorstellen aan het Algemeen Bestuur. De staten hebben de voorkeur om een adviescommissie in te stellen met een goede balans in de frequentie van vergaderen en duidelijke opdracht. Naar aanleiding van de verkenning met de staten is een bepaling aan de regeling toegevoegd. In de regeling kan de adviescommissie zelf niet worden ingesteld, hiervoor is het nodig dat alle raden en staten gezamenlijk een voorstel aan het Algemeen Bestuur doen. 5. Uittreding De wetswijziging noopt om in de regeling op te nemen wat de gevolgen zijn van uittreding. Wettelijk is bepaald dat uittreden in principe niet kan (18.21 OW). Daarom is de uittreding kort gehouden met alleen het hoognodige erin. Essentie is dat in de GR het geregeld moet zijn door de deelnemers en niet door het AB. Daarom gekozen voor 'inventarisatie' door het AB. Uittreding is een eenzijdig besluit en kan niet onder voorwaarde. Afspraken over de uittreding worden vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst.
Oktober 2023 Renske Homminga– Omgevingsdienst Regio Arnhem
Bij uittreden gaat het om terugnemen van de basistaken. Omdat de deelnemers wettelijk verplicht zijn die taken over te dragen aan een omgevingsdienst, zal dat niet snel voorkomen. Wel kan het bij een herindeling aan de orde zijn als een deelnemer hierdoor een andere omgevingsdienst toegewezen krijgt. De financiële gevolgen voor een omgevingsdienst kunnen uiteraard ook groot zijn als een deelnemer taken (niet zijnde basistaken) terugneemt. Ook dan geldt eenzelfde procedure. Het is de intentie van de omgevingsdienst om die te gaan opnemen in de overeenkomsten tussen de deelnemers en de omgevingsdienst, omdat de systematiek van de regeling dit bepaalt. Voor het toe- en uittreden geldt de zienswijzeprocedure van artikel 51 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 6. Participatie De bepaling over participatie is ongewijzigd overgenomen zoals deze is besproken met de raden en staten. 7. Verdeling batig saldo In het oude artikel werd een bedrag genoemd dat toegevoegd diende te worden aan de Algemene reserve. Dit sluit minder goed aan bij de Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en het traject dat nu is ingezet vanuit het Interbestuurlijk overleg (IBV). In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) wordt gesproken over weerstandsvermogen en weerstandsratio.
Het Interbestuurlijk overleg (IBP) heeft met haar criteria de aansluiting hierop gezocht, en een criterium ‘weerstandscapaciteit ’ met een norm van 0,8 % als ondergrens gedefinieerd. Wij willen daarbij aansluiten. De weerstandscapaciteit houdt het volgende in: de middelen en mogelijkheden waarover de organisatie beschikt of kan beschikken om geïdentificeerde risico’s en/of niet begrote kosten te dekken. Er wordt vanuit het interbestuurlijk programma VTH aangegeven dat de weerstandscapaciteit (risico’s gedeeld door vermogen) minimaal 0,8 % dient te bedragen om te komen tot een robuuste omgevingsdienst. Dit zal in 2024 door de minister worden aangegeven. Wij vinden het belangrijk om daar aan te voldoen. Mocht de ODRA nog niet voldoen aan het criterium dan zal een plan van aanpak worden opgesteld met de deelnemers om daarnaartoe te werken. Het uitgangspunt is dat de weerstandscapaciteit 0,8 % bedraagt. In dit artikel is beschreven welke keuzemogelijkheden het algemeen bestuur heeft wanneer de weerstandscapaciteit hoger is dan 0,8 %. Een combinatie van mogelijkheden is uiteraard ook toegestaan. Vervolgens wordt uitgewerkt welke mogelijkheden het algemeen bestuur heeft als er sprake is van een weerstandscapaciteit die lager is dan 0,8 %.
Er is gekozen voor een verdeling naar rato van de stemverhouding en niet op basis van exploitatie, omdat de exploitatie in de tijd gezien te veel kan fluctueren. Stemverhouding geeft een meer stabiele situatie 8. Samenstelling en stemverhouding Al eerder is bestuurlijk besloten om de samenstelling aan te passen aan de financiële inbreng van de deelnemers. Nu wordt dit ook in de regeling vastgelegd. Het aantal stemmen is afhankelijk van de bijdrage van de deelnemer aan in begroting van dat jaar. Hiervoor wordt een staffel gebruikt.
Verschillen met Omgevingsdienst Regio Nijmegen en de achtergrond Vooropgesteld geldt dat ODRA en ODRN twee verschillende gemeenschappelijke regelingen zijn met eigen deelnemers. De Provincie zit als enige deelnemer in beide regelingen. Het belang van de Provincie om dezelfde bepalingen en werkwijze te hebben is daarom ook goed voor te stellen en daar hebben ODRA en ODRN als omgevingsdiensten gezamenlijk naar gekeken.
Oktober 2023 Renske Homminga– Omgevingsdienst Regio Arnhem
1. Zienswijze bij besluiten ODRA: Het uitgangspunt is dat ODRA de zienswijzeprocedure volgt zoals die door de wet is voorgeschreven en dat daar in beginsel geen besluiten aan worden toegevoegd. Wel kan het Algemeen Bestuur afwijken van die dit uitgangspunt. Hier maakt het Algemeen Bestuur bij het opstellen van het informatieprotocol gebruik van en legt het informatieprotocol voor zienswijze voor aan de raden en staten van de regeling. ODRN: ODRN biedt voor zienswijze aan de raden en staten in ieder geval: de kadernota, het jaarverslag, het informatieprotocol en een van de regeling afwijkende uittredingsbepaling. Uitleg: ODRN is gehouden aan de begrotingsrichtlijnen van de regio Nijmegen (gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Nijmegen en Wijchen). In dit gebied is een Adviescommissie Gemeenschappelijke regelingen ingesteld (AGR). Zij bereiden een portefeuillehouders overleg Financiën voor die gaat over de begrotingsrichtlijnen. De AGR beoordeelt de begrotingen en jaarrekeningen en komt met een advies aan de raden en colleges over deze stukken van elke GR. Volgens deze begrotingsrichtlijnen van de regio Nijmegen is ODRN gehouden om de kadernota en het jaarverslag ook voor zienswijze aan te bieden. Op basis van de planning moet ODRN al in september/oktober (van bijvoorbeeld 2023) een Kadernota opstellen.
Daarin wordt dan al gesproken over de kaders van de begroting (van bijvoorbeeld 2025). De kadernota is dus flink naar voren gehaald. De planning verloopt niet volgens artikel 58B Wgr. Als die zou worden aangehouden, dan zou de ODRN niet meer aan de afspraken van de regio Nijmegen kunnen voldoen. ODRA heeft dergelijke richtlijnen niet in de regio. Daarmee is ODRA ook gehouden aan de wettelijke termijnen. Een zienswijzeprocedure invoegen in de huidige procedure, zou ertoe leiden dat de wettelijke termijnen niet gehaald kunnen worden. De ODRA kiest er daarom niet voor om deze richtlijnen van de regio Nijmegen over te nemen. ODRA heeft een kapstokbepaling opgenomen over de mogelijkheid van zienswijze. Deze bepaling houdt in dat als een van de organen dat wenselijk acht, er zienswijzen worden gevraagd aan de raden en de staten. De reden is dat er zo meer flexibiliteit in werkwijze wordt gecreëerd. Er wordt immers niet dwingend vastgelegd wanneer een zienswijze gevraagd wordt. Het informatieprotocol is een voorbeeld waarbij niet expliciet in de regeling is opgenomen dat zienswijzen worden gevraagd aan de raden en staten, maar dat gebeurt feitelijk wel. In het informatieprotocol zelf is dat ook opgenomen. Dat betekent dat de regelingen van de ODRN en de ODRA in dit opzicht feitelijk niet verschillen van elkaar. 2.
Actieve informatieplicht ODRA en ODRN stellen beide een informatieprotocol. Daarin wordt onder andere opgenomen welke informatie wordt verstrekt op welke momenten. Wat in het informatieprotocol wordt opgenomen is hetzelfde en voor zover dat bij de organisaties past in de uitvoering wordt de werkwijze ook op elkaar afgestemd. De informatieprotocollen zijn nog niet klaar. De protocollen worden dit jaar nog voorgelegd voor zienswijzen. 3. Evaluatie ODRA en ODRN hebben dezelfde bepaling opgenomen over het evalueren van de regeling. Toevoeging ODRN:
Oktober 2023 Renske Homminga– Omgevingsdienst Regio Arnhem
ODRN heeft de mogelijkheid voor een tussentijdse evaluatie opgenomen in de GR naast de evaluatie die elke vier jaar plaats vindt. Dit op verzoek van de deelnemers. Uitleg: Hiervan hoeft in principe geen gebruik van te worden gemaakt, maar biedt wel een de mogelijkheid om tussentijds te evalueren naar behoefte. ODRA heeft als uitgangspunt dat ten minste één keer in de vier jaar wordt geëvalueerd. Middels een evaluatieplan wordt de evaluatie nader uitgewerkt, ook wordt in het plan ingespeeld op de behoeftes van dat moment. Daarmee is de mogelijkheid er om te evalueren zoals die bij ODRN is opgenomen in de regeling. 4. Uittreding Het uitgangspunt bij beide regelingen is hetzelfde: uittreden uit een omgevingsdienst is moeilijk denkbaar vanwege de wettelijke verplichting om taken in het omgevingsrecht door een omgevingsdienst te laten uitvoeren. Het terugnemen van taken is wel denkbaar. De afspraken daarover worden in de DVO’s opgenomen en niet in de regeling. De bepaling is gelijkluidend voor de beide omgevingsdiensten. 5. Gemeenschappelijke adviescommissie Om een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen is een gezamenlijk voorstel aan het Algemeen Bestuur van ODRA de basis. Dit betekent een voorstel dat door alle deelnemers (gemeenten en Provincie Gelderland) wordt gedragen.
Hetzelfde vereiste geldt voor ODRN, dus de Provincie Gelderland met de gemeenten die als deelnemer in de gemeenschappelijke regeling van ODRN participeren. Feitelijk is het dus aan de deelnemers per regeling om een adviescommissie in te stellen. ODRA heeft een bepaling opgenomen in de gemeenschappelijke regeling waarin de mogelijkheid om een adviescommissie in te stellen is opgenomen. Eveneens is een artikel over de werkwijze van een dergelijke commissie opgenomen. Een adviescommissie wordt niet ingesteld door deze bepaling, daarvoor een gezamenlijk voorstel van alle deelnemers nodig. In de verkenning is de behoefte voor het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie niet naar voren gekomen op de raadsbijeenkomst. ODRN heeft in de regeling opgenomen dat er een adviescommissie is. De reden is dat bij de ODRN al besloten is om een adviescommissie in te stellen. 6. Participatie De bepalingen van ODRA en ODRN komen overeen op dit punt en daarin is geen verschil. De gebruikelijke mogelijkheden bij de gemeenten of Provinciale Staten die volgens beleid zijn vastgesteld gelden voor participatie. De mogelijkheid wordt in beide regelingen opengehouden dat het Algemeen Bestuur anders kan besluiten.
Oktober 2023 Renske Homminga– Omgevingsdienst Regio Arnhem