CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

A -Bijlage bij 1e reactie - Ruimtelijke onderbouwing Beinum West januari 2009 tbv raadsvergadering dd 25 oktober 2023

Commissie VROM 6 december 2023, gemeente DoesburgBij agendapunt: Reacties n.a.v. brief bewoners Beinum II11.865 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ruimtelijke onderbouwing ontwikkeling woningbouw Beinum West 1e fase

078-038

januari 2009

31

Ten noorden van het plangebied is een vijver gelegen. Deze maakt onderdeel uit van het afwateringsstelsel van de bestaande wijk Beinum en is in beheer van het waterschap Rijn en IJssel. De vijver staat in verbinding met andere vijvers in Doesburg. Dit systeem voert via duikers en stuwen af naar het gemaal Bevermeer, dat loost op de Oude IJssel. Aan de rand van het projectgebied is een watergang gelegen welke afwatert op de nabij gelegen vijver. De GHG (gemiddeld hoogste grondwaterstand) is in het veld op basis van hydromorfe kenmerken geconstateerd op 7,9 – 9,4 m +NAP en is gemiddeld circa 8,6 m +NAP. Op basis van meetgegevens van peilbuizen is de verwachting dat de grondwaterstanden tijdens de hoogwatersituatie in 1995 in het plangebied niet hoger zijn gestegen dan 8,7 m +NAP. De toekomstige hoogte van de wegen in het plangebied zijn minimaal 10,25 m +NAP. De woningen zullen circa 0,25 meter hoger liggen. Op basis van een ontwateringseis van 1,0 meter onder de woningen mag de grondwaterstand niet hoger komen dan 9,5 m +NAP. Dit is niet het geval. Maatregelen ter voorkoming van grondwateroverlast bij hoge IJsselwaterstanden zijn daarom niet noodzakelijk. Waterhuishoudingsplan De geohydrologische gesteldheid van het plangebied maakt dat het gebied geschikt is voor het infiltreren van regenwater. Er is dan ook voor gekozen om zoveel mogelijk regenwater te laten infiltreren.

Het regenwater afkomstig van verhard oppervlak zal gedeeltelijk oppervlakkig afgevoerd worden over de straten (via molgoten) naar infiltratievoorzieningen (wadi’s) binnen het plangebied. Al het regenwater wordt zodoende via een bodempassage geïnfiltreerd. Om aan te sluiten bij de maaiveldhoogtes van de bestaande wijk Beinum, wordt het noordelijk gedeelte van het plangebied opgehoogd. Het regenwater afkomstig van zowel de particuliere als de publieke verharding wordt afgevoerd naar een bodempassage, in de vorm van wadi’s. Binnen het plangebied worden vier wadi’s gerealiseerd, verdeeld over het projectgebied. Op deze wijze wordt de transportafstand van het water naar een wadi niet te groot (maximaal 150 m is wenselijk). Door het talud van de wadi’s vlak te maken (1:5) en de diepte te beperken (maximaal 0,5 m), is het goed mogelijk de functies ‘afwateren’ en ‘spelen’ te combineren. Onder de wadi’s wordt drainage aangelegd om infiltrerend regenwater af te kunnen voeren. De drainage moet op het huidige GHG-niveau of hoger liggen om te voldoen aan het principe van grondwaterneutraal bouwen.

Ruimtelijke onderbouwing ontwikkeling woningbouw Beinum West 1e fase

078-038

januari 2009

32

Hoofdopzet waterhuishouding pijl = afstroomrichting I – IV = wadi

Alle wadi’s hebben voldoende capaciteit om aan de bergingseis van het waterschap te voldoen. In totaal dient 4477 m³ regenwater geborgen te worden. Dit is inclusief het bergingsverlies dat optreedt als gevolg van regenval in de wadi’s zelf. De totale capaciteit van de wadi’s bedraagt 5225 m³. Dit houdt in dat er een overcapaciteit is van 748 m³. Alle wadi’s afzonderlijk ruim voldoende capaciteit voor de aangesloten verharding. Uit het voorgaande blijkt dat voor het plangebied Beinum-West gekozen is voor een gescheiden rioolstelsel. Hemelwater en vuilwater (DWA) worden gescheiden ingezameld, waarna het vuilwater wordt afgevoerd naar het bestaande stelsel in de woonwijk Beinum. Vervolgens wordt het vuilwater getransporteerd naar de RWZI. Op basis van het voorlopig stedenbouwkundig ontwerp en de (toekomstige) maaiveldhoogtes is een rioleringsplan opgesteld. In totaal worden circa 190 woningen aangesloten op het aan te leggen DWA. Uitgaande van 2,6 inwoners per woning zal het totaal aantal inwoners (i.e.) circa 494 bedragen. Een inwoner loost gemiddeld 120 liter/etmaal. Dit komt overeen met een DWA stroom van 59,3 m3 per dag. De piekbelasting bedraagt 10 l/i.e./h. Het maximale debiet aan huishoudelijk afvalwater zal derhalve circa 4.940 liter per uur (4,9 m3/h) bedragen.

Het voorlopig stedenbouwkundig ontwerp en het ontworpen watersysteem is in overleg met het Waterschap Rijn en IJssel tot stand gekomen.

Ruimtelijke onderbouwing ontwikkeling woningbouw Beinum West 1e fase

078-038

januari 2009

33

7.

FLORA EN FAUNA

In het kader van het structuurplan Beinum West is door Ecogroen Advies een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt kort samengevat het volgende. Het onderzoek wijst uit dat in de verdere planontwikkeling een ‘voortoets’ nodig is om na te gaan of de ontwikkeling van Beinum West significante gevolgen heeft op het Natura 2000-gebied IJsseluiterwaarden. Voor wat betreft flora zijn geen beschermde plantensoorten of soorten van de Rode Lijst aangetroffen of te verwachten. Op het gebied van fauna zijn enkel in de (nabijheid van) bebouwing op Parallelweg 8 en 10 (Groot Enghuizen) soorten aangetroffen waarvoor ontheffing moet worden aangevraagd. Dit betreft de Kerkuil en de Steenuil. Enkel bij de Parallelweg 10 (Groot Enghuizen) geldt dit ook voor de gewone dwergvleermuis. Een ontheffing op grond van artikel 75 van de Flora en faunawet is aangevraagd. De voorgenomen plannen hebben geen nadelige gevolgen voor de vlieg- en/of jachtroutes van foeragerende vleermuizen. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de separate onderzoeksbijlage bij het structuurplan. Aanvullend onderzoek In aanvulling op het onderzoek behorende bij het structuurplan Beinum West is het volgende onderzoek uitgevoerd. • Verstorings- en verslechteringstoets Beinum West fase 1 te Doesburg, Habitattoets in het kader van artikel 19 van de Natuurbeschermingswet, Ecogroen Advies BV, 9 december 2008.

De volledige rapportage is separaat bijgevoegd. Kort samengevat blijkt hieruit het volgende. Het doel van de verstorings- en verslechteringstoets is om vast te stellen of, en zo ja onder welke voorwaarden, de realisatie van een woonwijk in de nabijheid van het Natura 2000-gebied ‘Uiterwaarden IJssel’ kan worden toegelaten en welke effecten er op treden. Het plangebied Beinum West grenst aan Natura 2000-(Vogelrichtlijn) gebied ‘Uiterwaarden IJssel’. De eerste fase start aan de zuidwestzijde van de bestaande woonwijk Beinum en ligt op ca. 280 meter afstand van Natura 2000-gebied ‘Uiterwaarden IJssel’. ‘Uiterwaarden IJssel’ is een belangrijk broedgebied voor vogelsoorten van natte, ruige graslanden en drijvende waterplantenvegetaties. Het gebied is belangrijk als rust- en

Ruimtelijke onderbouwing ontwikkeling woningbouw Beinum West 1e fase

078-038

januari 2009

34

foerageergebied voor Aalscholver, Fuut, zwanen, ganzen, eenden en steltlopers. Uit het onderzoek blijkt dat bij realisering van de plannen voor de wijk Beinum West 1e fase alleen effecten door verlies aan foerageergebied van de kwalificerende soorten Kolgans en Grauwe gans relevant kan zijn. Op basis van terreinkenmerken, huidig landgebruik en inventarisatiegegevens kan echter worden geconcludeerd dat het plangebied en het aanliggende gedeelte van het Natura 2000-gebied van beperkt belang is als foerageergebied voor deze soorten. In de directe omgeving zijn grote gebieden aanwezig die meer geschikt zijn als rusten foerageergebied. Van Kolgans blijkt hooguit zeer incidenteel een groep aanwezig te zijn. Grauwe gans is binnen het telgebied waarin het plangebied is gelegen alleen in lage dichtheden aanwezig en bovendien regionaal en landelijk sterk in opmars. Het plangebied is geen biotoop voor complementaire doelen en doelsoorten van het Natura 2000-gebied ‘Uiterwaarden IJssel’. Gezien de afstand van 280 meter tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied zullen geen negatieve effecten op habitattypen of habitatsoorten, die onder de complementaire doelen worden verstaan, worden verwacht. Het plangebied is geen broedbiotoop voor kwalificerende broedvogels van het Natura 2000-gebied ‘Uiterwaarden IJssel’.

Gezien de afstand van 280 meter tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied zullen geen negatieve effecten op broedvogels worden verwacht. Negatieve effecten op overwinterende en broedvogels binnen het Natura 2000-gebied als gevolg van geluid, licht en bewegingsverstoring zullen tijdens de aanlegfase niet of slechts zeer kort (heiwerk) optreden. Tijdens de gebruiksfase krijgt het verharde pad over de IJsseldijk mogelijk ongewild een iets grotere functie als uitloopgebied. Het pad is middels bebording verboden voor honden. Het achter de dijk gelegen Natura 2000-gebied is door de aanwezigheid van een degelijk raster nu en in de toekomst niet toegankelijk. Ter plaatse is de uiterwaard minder geschikt als broed- en overwinteringsgebied voor (kwalificerende) broedvogels en overwinterende ganzen en watervogels. De uiterwaard is hier smal (30-80 meter) en bestaat vooral uit intensief gras- en bouwland met een smalle strook ruigtekruiden en wilgenopslag. Daarnaast is er waarschijnlijk al gewenning opgetreden bij de aanwezige vogels ten gevolge van de al optredende verstoring. Geconcludeerd wordt dat negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van soorten waarvoor ‘Uiterwaarden IJssel’ is aangewezen zullen optreden, in de vorm van het verdwijnen van maximaal 1 % ganzenfoerageergebied. De effecten zijn echter niet

Ruimtelijke onderbouwing ontwikkeling woningbouw Beinum West 1e fase

078-038

januari 2009

35

significant. Alhoewel de effecten niet significant zijn, is volgens de wettelijke bepalingen van de Natuurbeschermingswet het project Beinum West fase 1 wel vergunningplichtig. Immers: voor projecten en handelingen die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde waarden van Natura 2000-gebieden is het noodzakelijk een vergunning aan te vragen bij het bevoegde gezag. De vergunning is op basis van de conclusie “geen significante effecten” aangevraagd.

Ruimtelijke onderbouwing ontwikkeling woningbouw Beinum West 1e fase

078-038

januari 2009

36

8.

ARCHEOLOGIE

In het structuurplan Beinum West wordt verwezen naar de archeologische waardenkaart van RAAP. Hieruit blijkt dat vanuit archeologisch oogpunt de waarde van het plangebied beperkt blijft tot de mogelijke aanwezigheid van resten op de in de beleidskaart aangeduide gebieden met verwachtingswaarden en de mogelijke vindplaatsen. Nader onderzoek zal definitief uitsluitsel moeten geven waaruit mogelijk historische elementen voortvloeien die als drager/ontwerpthema voor de ontwikkeling van het gebied kunnen dienen. Voor de volledige beschrijving wordt verwezen naar het structuurplan Beinum West. Aanvullend onderzoek In aanvulling op het onderzoek behorende bij het structuurplan Beinum West zijn de volgende onderzoeken uitgevoerd. • Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek, Doesburg, Beinum West 1e fase, ADC Rapport 1185, ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, maart 2008. • Prehistorische en middeleeuwse bewoningssporen rond boerderij Tricht in Beinum, Resultaten van het proefsleuvenonderzoek BeinumWest fase 1 (gemeente Doesburg), Gemeente Zutphen, Sector Ruimte, afdeling BMA, periode van opgraving: 31-3-2008 t/m 3-42008, Ciscode: 27821. Beide rapportages zijn separaat bijgevoegd. Kort samengevat blijkt uit de rapportages het volgende.

Het onderzoek van ADC ArcheoProjecten heeft uitgewezen dat in het hooggelegen zuidelijke deel van het plangebied direct onder het maaiveld archeologische resten uit alle archeologische perioden vanaf het Laat Paleolithicum verwacht kunnen worden. Op grond van historische kaarten en archiefonderzoek zijn er concrete aanwijzingen dat ter plaatse van de huidige boerderij in het plangebied de resten van laatmiddeleeuwse en nieuwetijdse boerderij ‘Tricht’ verwacht kunnen worden. ADC ArcheoProjecten adviseert om in de gebieden met een hoge archeologische verwachting een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van het aanleggen van proefsleuven (IVO-P). In totaal dienen 7 proefsleuven te worden aangelegd. De exacte invulling van de werkzaamheden dient te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Als vervolg op het archeologisch bureau- en booronderzoek door het Archeologisch Dienstencentrum (ADC) is door bureau archeologie van de

Ruimtelijke onderbouwing ontwikkeling woningbouw Beinum West 1e fase

078-038

januari 2009

37

gemeente Zutphen een proefsleuvenonderzoek verricht op het zuidelijke deel van het plangebied van Beinum West fase 1. Deze sleuven zijn gegraven op de locaties die op grond van booronderzoek en gegevens van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) als zeer kansrijk golden. In totaal zijn zeven sleuven gegraven haaks op de provinciale weg N338 met een gemiddelde lengte van circa 75 meter. Op het terrein aan de westzijde van de boerderij (huisnummer 8) is zeer veel archeologisch materiaal aangetroffen. Het oudste materiaal dateert uit de brons- en ijzertijd en omvat naast 24 fragmenten aardewerk ook vuurstenen artefacten. Uit de Romeinse tijd en vroege middeleeuwen is eveneens aardewerk aangetroffen. De bulk van het materiaal dateert echter uit deperiode van circa 1100 tot 1400. Het dichtst bij de boerderij vinden we vooral 13e- 14e-eeuws aardewerk, op een meter of 40 ten westen van het erf vooral 12e-eeuws aardewerk. In met name de meest westelijke sleuf is bovendien een grote hoeveelheid ijzervloeislakken gevonden die vrijwel zeker uit de 12e eeuw dateert. Dit duidt erop dat ter plekke ijzer werd geproduceerd. Het erts zal zijn gewonnen in de vorm van oer in de omringende laagtes.

Postmiddeleeuws materiaal is vooral aangetroffen langs het erf, en het is waarschijnlijk dat vanaf de 15e eeuw het erf zich gefixeerd heeft op de huidige locatie (waar thans een boerderij uit de jaren 70 van de 20e eeuw staat). Vanaf 1375 komt dit erf voor onder de naam Tricht, hetgeen duidt op een plek waar de rivier werd overgestoken. Naast aardewerk werd in beide sleuven aan de westkant ook een grote hoeveelheid grondsporen aangetroffen. In werkput 2, de meest westelijke, werd in combinatie met 12e-eeuws aardewerk een aantal grote paalsporen aangetroffen in een ietwat gebogen lijn. Het is waarschijnlijk dat hier een bootvormige boerderijplattegrond is aangesneden (type Gasselte). De sporen in de eerste sleuf (direct west van de boerderij) dateren uit de 13e en 14e eeuw en omvatten eveneens grondsporen die mogelijk als paalsporen geïnterpreteerd moeten worden, alsmede enkele kuilen met een grote hoeveelheid aardewerk. Daarnaast zijn vele greppels aangetroffen waarvan de datering lastiger is omdat er nauwelijks aardewerk in is aangetroffen. Het gebied aan de oostkant van de boerderij (sleuven 3 t/m 7) vertoont een andere situatie. Ten eerste is de ondergrond anders. Deze is veel lemiger dan ten westen van de boerderij en is soms zelfs kleiig.

Dit gebied is in het verleden regelmatig overstroomd geweest en was dus minder geschikt voor bewoning (op de zandrug pal ten zuiden van de N 388 en ten zuiden van de sleuven 3 t/m 7 was dit wel mogelijk). We zien hier wel consequent een vondststrooiing waarbij de nadruk ligt op de 8e9e tot 14e eeuw, met een piek in de 12e eeuw. Ook hier vinden we bovendien enig prehistorisch materiaal. Vooral rond de middelste sleuven

Ruimtelijke onderbouwing ontwikkeling woningbouw Beinum West 1e fase

078-038

januari 2009

38

4 en 5 is veel materiaal aangetroffen, terwijl bij de oostelijkste sleuf duidelijk het minst werd gevonden. In sleuf 5 is als enige een concentratie sporen waargenomen die zou kunnen wijzen op een kleine bewoonde plaats in de 8e/9e eeuw tot 14e eeuw. Het vondstmateriaal en de sporen werden boven in de afzettingen gevonden. De bijbehorende grondsporen liggen relatief hoog, op een zandopduiking in de laagte. De NAP-hoogte waarop de sporen liggen (circa 9.70 + NAP) blijkt nauwelijks te verschillen van de hoogte waarop de sporen in de westelijke sleuven liggen. Mogelijk gaat het om een erf. Het betreft hier een kleine site met vermoedelijk als oostbegrenzing de zone tot minimaal 10 meter oostelijk van sleuf 5, in het westen sleuf 4 en vanaf circa 50 meter ten noorden van de N338 tot circa 50 meter noordelijker waar het terrein licht afhelt naar de laagte. In de overige sleuven zijn naast enig vondstmateriaal ook grondsporen aangetroffen. Het gaat hier echter vooral om greppelachtige structuren op grotere diepte dan in werkput 5 die zich eigenlijk niet laten dateren, en de sporendichtheid is beduidend lager dan in werkput 1, 2 en 5. De grondsporen, die in het grootste deel van het oostelijk terrein zijn aangetroffen, zouden wellicht informatie kunnen opleveren over middeleeuwse landbouwpercelen maar weerspiegelen duidelijk geen directe woonplaatsen.

Vervolgonderzoek Voor het uitvoeren van een eventueel definitief onderzoek (DO) is naar aanleiding van het proefsleuvenonderzoek het volgende advies uitgebracht (zie kaart volgende pagina). Voor het laag gelegen gedeelte aan de noordzijde van het plangebied (1) is geen archeologische begeleiding vereist indien hier gebouwd gaat worden. Dit geldt ook voor de smalle strook aan de oostzijde van het plangebied (2). Voor het gedeelte aan de zuidkant ten oosten van de boerderij geldt dat hier wel archeologische waarden aanwezig zijn. • Vindplaats 4: vooral een klein terreindeel tussen sleuf 4 en 5 lijkt een middeleeuws erf op te leveren (8/9e – 14e eeuw). Indien dit terreindeel ontgrond of geroerd zou worden, is definitief archeologisch onderzoek wenselijk. Behoud van de vindplaats staat echter voorop. • Vindplaats 3: Ook in het overige terrein (werkput 3-4 en werkput 5-7) zijn sporen en vondsten aangetroffen, maar in een dergelijke geringe mate dat opgraving voorafgaand aan de nieuwbouw en de daarmee gepaard gaande terreininrichting geen zinvol rendement geeft. Behoud van de ‘vindplaats’ is ook niet noodzakelijk.

Ruimtelijke onderbouwing ontwikkeling woningbouw Beinum West 1e fase

078-038

januari 2009

39

•

Vindplaats 5: Heel anders is dit in aan de zuidwestkant van het plangebied. Hier is een grote dichtheid aan sporen en vondsten aangetoond van de 11e tot 14e eeuw. Mogelijk betreft het de voorgangers van het historische erf Tricht. Indien in dit deel ontgrondingen of bodemverstoringen plaats vinden dan is een definitieve archeologische opgraving noodzakelijk. Hetzelfde geldt voor het erf zelf (6). Naar verwachting liggen hier de voorgangers van de boerderij vanaf de 15e eeuw.

In beginsel gaat de Monumentenwet uit van het behoud ter plekke (in situ) van archeologische waarden. Binnen het voorlopig stedenbouwkundig ontwerp zijn de mogelijkheden daartoe onderzocht en in eerste instantie leek behoud in situ ter hoogte van de wadi’s langs de N338 mogelijk te zijn. Bij de uitwerking van de wadi’s is echter gebleken dat onder andere als gevolg van een benodigde drainage de ondergrond tot een dusdanige diepte geroerd wordt, dat een archeologische opgraving noodzakelijk is. Deze opgraving zal voorafgaand aan de bouw plaatsvinden.

Ruimtelijke onderbouwing ontwikkeling woningbouw Beinum West 1e fase

078-038

januari 2009

40

9.

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Voor de afdekking van de kosten ten gevolge van de realisering van het project is een (grond)exploitatieopzet gemaakt. In de financiële grondexploitatie wordt uitgegaan van een realisatie in twee fasen. Fase 1A voorziet in de bouw van circa 130 woningen. Hiervan staat de start, het bouwrijp maken, gepland in 2009. Voor fase 1B, de bouw van nog eens 60 woningen, wordt in de kosten- en opbrengstenbegroting er van uitgegaan dat deze zal worden gerealiseerd in 2012. De kavels voor de vrije sectorbouw zullen voor marktconforme prijzen worden verkocht. Alhoewel een latere bouwstart van beide fasen, gelet op de voorinvesteringen, nadelige financiële consequenties met zich meebrengt, sluit de grondexploitatie met een licht positief bedrijfsresultaat. Dit biedt (financiële) ruimte om tegenvallers op te vangen. Hieruit blijkt dat het project financieel haalbaar is. De economische uitvoerbaarheid van het project wordt daarmee voldoende gewaarborgd geacht.

Ruimtelijke onderbouwing ontwikkeling woningbouw Beinum West 1e fase

078-038

januari 2009

41

10. OVERZICHT BIJLAGEN In de ruimtelijke onderbouwing wordt verwezen naar uitgevoerde onderzoeken. De hieronder vermelde rapportages zijn in een separate bijlage opgenomen. •

Mobiliteitstoets, Pouderoyen Compagnons, november 2008.

•

Bodem- en asbestonderzoek plangebied Beinum West, milieukundig onderzoek, DHV, kenmerk B4962-01-003, 13 mei 2008.

•

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, Pouderoyen Compagnons, januari 2009.

•

Geohydrologisch onderzoek Beinum-West, DHV, kenmerk OND20080399, maart 2008.

•

Waterhuishoudingsplan Beinum-West, DHV, kenmerk B4962-01.001, 30 september 2008.

•

Verstorings- en verslechteringstoets Beinum West fase 1 te Doesburg, Habitattoets in het kader van artikel 19 van de Natuurbeschermingswet, Ecogroen Advies BV, 9 december 2008.

•

Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek, Doesburg, Beinum West 1e fase, ADC Rapport 1185, ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, maart 2008.

•

Prehistorische en middeleeuwse bewoningssporen rond boerderij Tricht in Beinum, Resultaten van het proefsleuvenonderzoek BeinumWest fase 1 (gemeente Doesburg), Gemeente Zutphen, Sector Ruimte, afdeling BMA, periode van opgraving: 31-3-2008 t/m 3-42008, Ciscode: 27821.

Ruimtelijke onderbouwing ontwikkeling woningbouw Beinum West 1e fase

078-038

januari 2009

42

Voorliggende ruimtelijke onderbouwing is in opdracht van de gemeente Doesburg opgesteld door:

St. Stevenskerkhof 2 postbus 156 6500 AD Nijmegen telefoon 024 – 3 22 45 79 telefax: 024 – 3 24 12 40 E-MAIL: info@pouderoyen.nl www.pouderoyen.nl

Project: 078-038 Datum: januari 2009

Ruimtelijke onderbouwing ontwikkeling woningbouw Beinum West 1e fase

078-038

januari 2009

43

GEMEENTE DOESBURG

Ruimtelijke onderbouwing ontwikkeling woningbouw Beinum West 1e fase

KAART “BEBOUWINGSKADER”

072-155

januari 2009

GEMEENTE DOESBURG

Ruimtelijke onderbouwing ontwikkeling woningbouw Beinum West 1e fase

VOORLOPIG STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP

072-155

januari 2009

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=368b7676-f2fc-4ce5-8e96-2b6bd308820f