2- Ontwerp Nota Ruimte
Tekst van het document
Tegelijk is in korte tijd duidelijk geworden dat de zekerheden waarop we nog jarenlang hoopten te kunnen varen niet langer vanzelfsprekend zijn. De wijze waarop grote maatschappelijke opgaven in Nederland ruimtelijk neerslaan, is uniek. Dat heeft vooral te maken met de nu al ongemeen hoge druk op de ruimte. Op verschillende fronten is door de ontwikkeling van de afgelopen decennia het ruimtelijk systeem van ons land steeds verder onder druk komen te staan. Het veelvuldig gebruik van de term crisis om dit te karakteriseren helpt om de urgentie te onderstrepen, maar het daadwerkelijk oplossen van de grote ruimtelijke opgaven vraagt vooral om een langjarige en bestendige samenhangende inzet. Door vooruit te kijken en nu structurerende keuzes te maken kunnen we toekomstige crises voorkomen.
Ontwerp-Nota Ruimte | 29
Hoe wordt de Nederlandse bodem gebruikt? Agrarisch terrein
Woonterrein
Bos
Verkeersterrein
Recreatieterrein
Bouwterrein
Open natuurlijk terrein
Overig bebouwd terrein
Bedrijventerrein
Bron: Bestand Bodemgebruik (BBG), CBS 2020.
3.1
Ruimte voor het dagelijks leven De groei van de bevolking en economie vraagt om ruimte voor wonen, werken en ontspannen. Zelfs als we het advies voor gematigde bevolkingsgroei van de Staatscommissie Demografie volgen, zal de bevolking tot 2050 nog steeds met circa twee miljoen mensen groeien. We zullen dan ruim anderhalf miljoen woningen moeten bouwen om het huidige tekort van 400.000 woningen weg te werken en aan de grotere en veranderende vraag te voldoen. Dat is een toename van twintig procent ten opzichte van de huidige woningvoorraad. We bouwen echter niet alleen woningen, maar complete leefomgevingen. Dus zullen maatschappelijke en commerciële voorzieningen, recreatief groen, verkeersinfrastructuur en nutsvoorzieningen mee moeten groeien. Waar we ruimte voor maken is het dagelijks leven: omgevingen waarin de samenleving kan groeien en bloeien. Die omgevingen zullen deels anders zijn dan we gewend waren. De vraag naar typen woningen en leefomgevingen verandert namelijk. In de twintigste eeuw heeft Nederland vooral woningen en woonomgevingen gebouwd voor gezinnen. Richting 2050 zal het aandeel gezinnen echter verder afnemen. Meer een- en tweepersoonshuishoudens, gemiddeld ouder, betekent een grotere vraag naar kleinere woningen in een omgeving met voorzieningen nabij en meer mogelijkheden tot ontmoeting en uitwisseling.
30 | Ontwerp-Nota Ruimte
Bovenop alles wat toegevoegd wordt, komt een even grote opgave om het bestaande te vernieuwen en te verbeteren. Dit betekent opgeteld een enorme regionale ontwikkelopgave voor woningbouw, voorzieningen, bedrijvigheid en infrastructuur. Dat is ook een kans. Door het bestaande beter te benutten en te laten meeprofiteren van het nieuwe, kunnen we onze steden, dorpen en regio’s klaarmaken voor de toekomst. Meer mensen en activiteiten in een land dat niet meer in omvang groeit, betekent een intensiever gebruik van de dagelijkse leefomgeving. De inrichting van de directe leefomgeving moet meegaan met de veranderende eisen. Dat betekent iets voor hoe we de ruimte gebruiken en wat we ervan mogen verwachten. Dat vraagt een gesprek over verworven rechten en wat we als kwaliteit beschouwen. Met zoveel opgaven in de leefomgeving kan niet meer alles en zeker niet zoals we gewend waren. “Something has got to give.” Maar als het ons lukt goede keuzes te maken en functies te combineren, kan dat intensiever gebruik ervoor zorgen dat het land aantrekkelijker wordt. Intensiever ruimtegebruik betekent ook dat activiteiten via geluid, trillingen, emissies naar lucht, bodem en water en veiligheidsrisico’s effect hebben op de gezondheid. De keuzes die we maken bij de inrichting van de leefomgeving kunnen positief en negatief uitpakken voor de volksgezondheid.
We kunnen de leefomgeving gebruiken voor sporten, bewegen, werken, eten, ontspannen en ontmoeten. Maar activiteiten in de leefomgeving kunnen ook zorgen voor luchtverontreiniging, geluidsoverlast, en de verspreiding van infectieziekten. Door de oplopende druk op de ruimte ontstaan op meer plekken spanningen tussen de maatschappelijk vraag naar voedsel, ruimte voor wonen, werken en mobiliteit en het streven naar een gezonde leefomgeving. Niet alleen voor de mens staat de kwaliteit van de leefomgeving onder druk. Ook de op de natuur heeft het intensief gebruik van de ruimte effect. Met milieubeleid hebben we de afgelopen decennia de negatieve invloed van de omgeving op de gezondheid aanzienlijk verminderd. Het zoeken is nu naar een goede balans tussen tegemoet komen aan de maatschappelijke vragen en het voorkomen van te grote gezondheidsrisico’s.
3.2
Balans in regionale ontwikkeling In termen van regionale ontwikkeling heeft een aantal stedelijke regio’s sterk geprofiteerd van de globalisering. Hier kwamen kennisintensieve en hoogtechnologische bedrijven van mondiale betekenis tot ontwikkeling. Deze bedrijven en de steden waar ze gevestigd zijn fungeren nu als belangrijkste motoren van de Nederlandse economie. Ze trekken ook veel mensen uit Europa en de rest van de wereld. De groei van de afgelopen jaren is geen incident. Nederland is aantrekkelijk en onze gevarieerde economie kan niet functioneren zonder menselijk kapitaal. De komende decennia zullen we ook andere regio’s moeten benutten. Alleen al om alle opgaven in te kunnen vullen, maar ook omdat we richting 2050 perspectief willen bieden aan alle delen van ons land. Die regionale ontwikkeling moet wel in balans plaatsvinden. Dat betekent dat wonen, werken en voorzieningen en nutsvoorzieningen met elkaar in samenhang ontwikkeld worden. Wonen en werken horen bij elkaar. Bereikbaarheid en maatschappelijke voorzieningen blijven op peil. Nutsvoorzieningen groeien mee, dat brengt ook lokaal een grote ruimteclaim met zich mee. De afgelopen jaren zagen we juist dat het ruimtelijk systeem steeds meer uit elkaar getrokken wordt. Afstanden tussen wonen en werken groeien, net als die tussen distributiecentra en detailhandel en klanten. Die uitdijing heeft verschillende oorzaken.
Vaak is ze verbonden met een efficiëntere bedrijfsvoering of kostenoverwegingen. Huizen zijn op grotere afstanden van de economisch succesvolle steden goedkoper. Eén groot distributiecentrum is efficiënter dan tien kleine. Maar soms is er ook gewoon sprake van het lokaal ontbreken van ruimte en een noodgedwongen uitwijken naar elders. Juist het lokaal voorzien in de vraag naar ruimte, goederen, energie, water of grondstoffen kan voorkomen dat infrastructuur onnodig zwaar belast wordt. Ook daarom streven we naar balans in regionale ontwikkeling.
Ontwerp-Nota Ruimte | 31
Ontwikkeling huishoudenssamenstelling Aantal eenpersoonshuishoudens
Aantal huishoudens
Omvang bevolking
Index (1980 = 100) 400 300 200 100 1980
1985
1990
1995
2000
2005
2010
2015
2020
2025
Bron: CBS, maart 2024, www.clo.nl/nl000124 De groei van het aantal kleine huishoudens is al jaren hoger dan dat van het totale aantal huishoudens. Dit heeft gevolgen voor de vraag naar woningtypen en woonomgevingen. Samenstelling woningvoorraad Eengezinswoningen
Meergezinswoningen
Drenthe Flevoland Fryslân Gelderland Groningen Limburg Noord-Brabant Noord-Holland Overijssel Utrecht Zeeland Zuid-Holland
Nederland 0
20
40 60 80 percentage van woningvoorraad
Bron: CBS, augustus 2024, www.clo.nl/indicatoren/nl216605 -woningvoorraad-naar-bouwjaar-en-woningtype-2023 De Nederlandse woningvoorraad bestaat voor meer dan zestig procent uit eengezinswoningen, terwijl in 2025 een derde van de Nederlandse huishoudens uit gezinnen met kinderen bestond.
32 | Ontwerp-Nota Ruimte
100
3.3
Nationale netwerken klaar voor de toekomst Nationale netwerken van hoogspanningsleidingen, buisleidingen, waterwegen en van snelwegen en spoorlijnen zorgen voor een betrouwbare energievoorziening, een vlugge reis van woning naar werk en dat winkels bevoorraad worden of pakketjes bezorgd. De afgelopen decennia hebben we deze nationale netwerken uitgebreid en versterkt. Maar door de snelle groei van bevolking en economie zijn er desondanks knelpunten ontstaan in het rijkswegennet, op het spoor en in de stroomvoorziening. Om die reden willen we de bestaande netwerken zo efficiënt mogelijk gebruiken. Beter benutten is mogelijk door te ontwikkelen waar nog ruimte op de netwerken is, of door meer te sturen op gebruik buiten piekmomenten, zoals de avond- en ochtendspits. Maar met beter benutten alleen komen we er niet. Investeringen in structuurversterkende infrastructuur, zoals weg en spoor zijn onvermijdelijk. Dat geldt nog urgenter voor het stroomnet, waarvan een grote uitbreiding al in uitvoering is. Met de ondertekening van het klimaatakkoord in Parijs en het grotendeels wegvallen van onze eigen fossiele energiebron is het verduurzaming van de Nederlandse energievoorziening een urgente opgave geworden. Vanuit het oogpunt van strategische onafhankelijkheid en leverings zekerheid van energie en goederen werken we hard aan het benutten van nieuwe energiebronnen.
Het energiesysteem zal daarop aangepast moeten worden en zeker ook uitgebreid. Energie komt immers niet langer hoofdzakelijk uit de grond en laat zich niet altijd op dezelfde wijze als voorheen transporteren. Nieuwe infrastructuur voor energie, grondstoffen en goederen biedt kansen voor economische ontwikkeling en gekoppeld daaraan voor woningbouw. De versterking en uitbreiding van die netwerken moet dus goed aansluiten op de koers van de regionale ontwikkeling. Goede verbindingen blijven dus van het grootste belang. Dat geldt voor de mainports Schiphol en de Rotterdamse haven, naast overige zeehavens van nationaal belang, maar ook voor verbindingen over land en via de grote rivieren. Ons dichte netwerk van rijkswegen en spoorlijnen sluiten aan op Europese corridors richting het noorden, oosten, zuidoosten en zuiden. De kwaliteit van deze verbindingen vraagt op sommige plekken om verbetering.
Milieugezondheidsrisico’s (2016)
Milieugezondheidsrisico 2016 Invloed van geluid en luchtkwaliteit op de gezondheid, gebaseerd op concentraties fijnstof en stikstofdioxide, en geluidsbelasting door weg-, spoor-, vliegverkeer en industrie (bron: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), 2016)
Milieugezondheidsrisico’s (2020)
Milieugezondheidsrisico 2020 Invloed van geluid en luchtkwaliteit op de gezondheid, gebaseerd op concentraties fijnstof en stikstofdioxide, en geluidsbelasting door weg-, spoor-, vliegverkeer en industrie (bron: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), 2020)
Ontwerp-Nota Ruimte | 33
Capaciteitskaart Regionale Netbeheerder Afname
Capaciteitskaart Regionale Netbeheerder Teruglevering
Opgaven personenvervoer in 2040
Opgaven personenvervoer in 2040
Scenario WLO Laag
Scenario WLO Hoog
Capaciteitskaart Regionale Netbeheerders Opwek Transportcapaciteit beschikbaar zonder wachtrij Transportcapaciteit beperkt beschikbaar zonder wachtrij Gebied is in onderzoek met wachtrij Tekort aan transportcapaciteit met wachtrij Kleur wordt later toegevoegd
Capaciteitskaart Regionale Netbeheerders Opwek Transportcapaciteit beschikbaar zonder wachtrij Transportcapaciteit beperkt beschikbaar zonder wachtrij Gebied is in onderzoek met wachtrij Tekort aan transportcapaciteit met wachtrij
Bron: Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA-2021), KIM/Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
34 | Ontwerp-Nota Ruimte
3.4
Binnen een sterk en autonoom Europa De ontwikkeling van demografie en economie binnen de lidstaten kan niet meer los gezien worden van de bredere Europese ontwikkeling. Plekken waar de economie groeit en die talent aantrekken zijn voor de strategische autonomie van ons continent onmisbaar. Ze vragen ook om investeringen in woningen, kennis en infrastructuur. In krimpregio’s liggen soms ook mogelijkheden voor ontwikkeling, maar op andere plekken zal vooral aandacht moeten zijn voor het behoud van leefbaarheid en kansen voor de inwoners. Een continent met grotere verschillen biedt ook kansen. Er kan een interessante afwisseling ontstaan tussen verstedelijkte gebieden en plekken waar juist de natuur en het landschap meer ruimte krijgen. Niet alle doelen zijn op alle plekken even relevant en haalbaar. In grote lijnen maakt bijna heel Nederland onderdeel uit van het economisch kerngebied van de Europese Unie. Dit kerngebied wordt gevormd door een dichtbevolkt deel van Europa, dat vanaf de Belgisch-Nederlandse westkust, via het Rijnland, Zuid-Duitsland en Zwitserland tot in Noord-Italië loopt. Hier woont een kwart van de inwoners van de Europese Unie en wordt jaarlijks een derde van economische waarde van de EU gegenereerd. Dat betekent dat ook de meeste minder dynamische regio’s binnen Nederland op Europese schaal gunstig gelegen zijn.
Dat biedt kansen voor de ontwikkeling van een sterk, gevarieerde en innovatieve economie. De Nederlandse landbouw behoort tot de meest productieve ter wereld. De sector is van groot belang voor heel Europa. Niet alleen vanwege de opbrengsten, maar ook vanwege innovaties zoals bijvoorbeeld in zaadveredeling waar een deel van de wereldwijde voedselproductie rechtstreeks afhankelijk is. Voor voedsel, agroproductie in brede zin en behoud en beheer van onze kwetsbare en waardevolle landschappen blijft Nederland ook in de toekomst afhankelijk van de eigen landbouwsector. De landbouw is daarmee onmisbaar voor voedselzekerheid en de landschappelijke waarde en de recreatieve mogelijkheden van het landelijk gebied. De huidige emissies vanuit onder andere de landbouw zorgen ervoor dat we natuurdoelen niet halen. Een toekomstbestendige Nederlandse en Europese landbouw moet meer in evenwicht gebracht worden met de natuur, het water, de bodem en de lucht. Tegelijk bieden meer landschaps- en natuurwaarden kansen voor nieuwe verdienmodellen.
Bevolkingsontwikkeling 2010-2015
Bevolkingsontwikkeling 2010-2015 Percentage verandering in de bevolking van meer dan twee procent krimp tot meer dan vier procent groei (per gemeente) (bron: CBS)
Bevolkingsontwikkeling 2015-2020 Bevolkingsontwikkeling 2015-2020 Percentage verandering in de bevolking van meer dan twee procent krimp tot meer dan vier procent groei (per gemeente) (bron: CBS)
Tussen 2010 en 2015 groeiden vooral de grotere steden snel. Vanaf 2015 zien we naast de voortgaande groei van de meeste grote steden ook een deconcentratie van de bevolking vanuit de grote steden naar een steeds groter deel van ons land. Ontwerp-Nota Ruimte | 35
3.5
Veilig en bewoonbaar in een veranderende wereld Het recente tussenrapport van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging stelt zonder omhaal: we kunnen ook op lange termijn veilig leven in Nederland. Maar geografische bestaanszekerheid is alleen gegarandeerd als we ingrijpende keuzes maken. Niet langer kan alles overal. We zullen ruimte moeten maken voor versterking van waterkeringen en voor het water zelf. Om bestand te zijn tegen piekbuien en in tijden van droogte over voldoende zoetwater te kunnen beschikken. Ook zullen we zuiniger moeten zijn met het zoetwater dat er is, dat ook schoon moet zijn. De wateropgaven kunnen niet los gezien worden van die voor bodem. Kwetsbare bodems zullen we veel meer dan voorheen ontzien. Dat heeft gevolgen voor het gebruik en de inrichting van de ruimte en hoe we infrastructuur aanleggen. Een groot deel van ons huidige economische kerngebied staat op langere termijn onder invloed van zeespiegelstijging. Het verdienvermogen van Laag-Nederland is onmisbaar om de effecten van klimaatverandering het hoofd te bieden en transities te bekostigen. De waterveiligheid en bewoonbaarheid van de kustprovincies moeten daarom gegarandeerd blijven.
Klimaatscenario’s temperatuur en zeespiegel Verwacht aantal centimeter zeespiegelstijging voor de Nederlandse kust ten opzichte van regerentieperiode (1996-2015) Jaarlijkse meting Scenario 1: 2,6 graden Historische trend Scenario 2: 4,5 graden Scenario 3: 8,5 graden 120 100 80 60 40 20 0 -20 1880
1900
1920
1940
1960
1980
2000
2020
2040
2060
2080
2100
Bron: www.deltaprogramma.nl/documenten/2021/12/01/dashboard-signaalportaal-zeespiegelstijging Het KNMI houdt tot 2100 rekening met een zeespiegelstijging van tussen de 25 en 120 centimeter. Dit is afhankelijk van de temperatuurontwikkeling, waarbij het scenario met een temperatuurstijging van 1-2,5 °Celsius een hoge waarschijnlijkheid en lage impact kent en het scenario met een temperatuurstijging van 5-8,5 °Celsius een lage waarschijnlijkheid en hoge impact (bron: KNMI en IPCC).
De nationale veiligheid, het beschermen van het eigen grondgebied en dat van bondgenoten, vragen om uitbreidingsruimte voor Defensie in Nederland. De landsverdediging heeft in het verleden een stevige stempel gedrukt op de inrichting van ons land. Denk aan omvangrijke vestingwerken rond steden, waterlinies, kazernecomplexen, vliegvelden en oefenterreinen, maar ook transportroutes. In de toekomst zal Defensie weer nadrukkelijker aanwezig zijn in de fysieke leefomgeving. Dat brengt naast beperkingen vanwege bijvoorbeeld geluid ook kansen met zich mee, onder andere voor natuurontwikkeling en versterking van de regionale economie. In onze digitale samenleving heeft uitval of verstoring direct impact op ons welzijn, onze welvaart en vertrouwen in instanties. De digitale dreiging voor Nederland is onverminderd groot. Statelijke actoren voeren cyberaanvallen uit en zetten economische middelen in om politieke, economische en militaire doelen te bereiken. Het kabinet werkt daarom via de Nederlandse Cybersecurity Strategie en onder meer de Cyberbeveiligingswet aan een digitaal weerbare en veilige samenleving.
36 | Ontwerp-Nota Ruimte
3.6
Een land dat herkenbaar blijft Het is onvermijdelijk dat het aanzicht van ons land verandert. Maar juist hetgeen er al is dat cultuurhistorische waarde heeft, gebiedseigen is of simpelweg mooi gevonden wordt, kan richting geven aan hoe die verandering gestalte krijgt. Het biedt inspiratie en kan eraan bijdragen nieuwe oplossingen te vinden. Nederland is gevormd door een eeuwenlange interactie tussen mens en natuur. Sporen uit het verleden zijn overal te herkennen en af te lezen in onze landschappen, dorpen en steden. Deze nalatenschap geeft ook vandaag nog betekenis aan ons bestaan en bepaalt in hoge mate de kwaliteit van onze leefomgeving. Ze vormt bovendien een onmisbaar onderdeel van nieuwe ruimtelijke kwaliteit. Vergeleken met andere dynamische regio’s in Europa is ons land erin geslaagd te groeien en tegelijk de ruimtelijke kwaliteit te bewaren. Of het nu gaat het om open houden van het landschap, de inpassing van snelwegen en van dijkverzwaringen of het ontwerp van stadsuitbreidingen en bedrijfslocaties: Nederland geldt internationaal als een voorbeeld van hoe ruimtelijke opgaven vorm kunnen krijgen met kwaliteit en behoud van bestaande waarden. Dat is met recht een van de grote verdiensten van de Nederlandse ruimtelijke ordening.
Tegelijk staan nu op veel plekken landschaps- en stedenschoon, het karakter van bestaande buurten en dorpen en de beleving van de ruimte onder druk. Juist omdat er de komende decennia nog zoveel zal gebeuren in de fysieke leefomgeving, is er extra aandacht nodig voor behoud van deze waarden. En niet alleen omdat ze intrinsiek waardevol zijn. Ruimtelijke kwaliteit en onderscheidende identiteit bepalen mede de aantrekkelijkheid van ons land en zijn daarmee onmisbaar voor een goed vestigingsklimaat. Schoonheid is immers een universele menselijke behoefte. Ook onderscheidende kwaliteiten verdienen bescherming. Het aanzien van dorpen, steden en landschappen vormt voor een groot deel de identiteit van Nederland en haar gemeenschappen. Een lokale onderscheidende kwaliteit maakt dat mensen zich verbonden voelen bij hun woonplek. Bij alles wat wijzigt de komende decennia is het daarom van belang dat Nederlanders zich kunnen blijven herkennen in hun leefomgeving. Op die manier houden we ook draagvlak voor de veranderingen in de ruimtelijke inrichting van Nederland. Dat vraagt om een ontwikkelgerichte benadering van wat er is en van bestaande waarden: een benadering die uitgaat van het toevoegen van nieuwe kwaliteit en niet alleen gericht is op consolidatie van bestaande objecten en structuren.
3.7
Regie op hoofdlijnen, samenwerking en uitvoering De afgelopen jaren werden de ruimtelijke opgaven steeds groter, terwijl de nationale ruimtelijke ordening tot enige jaren geleden juist is afgebouwd. Sindsdien werkt het Rijk weer aan opbouw van kennis en kunde om een goede regierol te kunnen vervullen. Dat sluit aan bij de roep vanuit de samenleving en van andere overheden om meer regie op de ruimte vanuit het Rijk. Een stevigere rol van het Rijk zal betrekking moeten hebben op sturen op samenhang tussen de grote opgaven, op samenwerking met samenleving en andere overheden en op de uitvoering. Dit vraagt ook organisatorisch iets van het Rijk. De verschillende ministeries die verantwoordelijkheid dragen voor onderdelen van het ruimtelijk domein dienen te beschikken over voldoende inhoudelijke en procesmatige kennis en kunde. Alleen dan kan het Rijk sturing geven en een serieuze samenwerkingspartner zijn. Ministeries en uitvoeringsorganisaties moeten onderling goed samenwerken om verkokering te voorkomen. Daar hebben de minister en het Ministerie van VRO een coördinerende rol in te vervullen.
Ontwerp-Nota Ruimte | 37
Hoofdstuk 4
Visie 2050
Visie 2050 4.1
Elke regio telt De wereld om ons heen verandert snel. We willen ons land sterk en toekombestendig maken. En dat gaat alle Nederlanders aan. De opgaven waarvoor we richting 2050 staan, zijn groot en veelvormig, terwijl de maatschappelijke en mondiale context snel verandert. Dat is een uitdaging, maar ook een kans om de kwaliteit van de leefomgeving een impuls te geven. We willen toekomstige generaties Nederlanders een goede kwaliteit van leven bieden, met een aantrekkelijke, veilige en gezonde leefomgeving. De huidige onzekere tijd confronteert ons met een harde waarheid: onze ambities kunnen we alleen waarmaken als we zorgen voor een sterk Nederland binnen een sterk Europa. Maar een internationale blik vraagt juist om oog voor het lokale. Om Nederland als geheel sterker te maken moeten we namelijk voortbouwen op onze bestaande kracht en kwaliteit en lokaal kansen grijpen. De Nota Ruimte neemt het motto ‘elke regio telt’ dan ook letterlijk. Aan het oppakken van alle opgaven in de fysieke leefomgeving moet elke regio bijdragen. Dat betekent sterk houden wat sterk is en sterker maken wat sterk moet zijn. Dat biedt tegelijk perspectief aan elke regio. De Nota Ruimte wil recht doen aan de onderscheidende kracht van de verschillende delen van Nederland. Zodat elke regio een passende rol heeft in het functioneren van ons land en regio’s elkaar aanvullen.
Dat lukt alleen als we samen aan de slag gaan, met de samenleving en met medeoverheden.
4.2
Principes voor het maken van ruimtelijke keuzes Iedere regio is anders en heeft eigen kwaliteiten. Dat verschil mag er zijn. Maar als het gaat om de kwaliteit van leven en de ruimtelijke kwaliteit beoogt de Nota Ruimte een sterk Nederland met overal een goede leefomgevingskwaliteit. Daarvoor zijn keuzes nodig. Want zomaar aan alle ruimtevragen tegemoetkomen past niet meer. Niet kiezen is geen optie en zal juist leiden tot afwentelen, tot inefficiënt ruimtegebruik, tot een verlies van kwaliteit van leven. En daarmee op termijn tot hogere kosten. Kiezen betekent dat we duidelijk zijn over waaraan we niet of slechts onder voorwaarden ruimte geven. Daarom presenteren we in de Nota Ruimte keuzes met als planhorizon 2050, maar met een doorkijk richting 2100.
Ontwerp-Nota Ruimte | 39
De grote ruimtelijke opgaven vragen om nieuwe oplossingen en een rechtvaardige verdeling van de schaarse ruimte met een balans tussen lusten en lasten. Daarom hanteren we drie leidende principes in de Nota Ruimte: 1. Meervoudig ruimtegebruik Ruimte is schaars en waardevol. We zoeken waar het kan naar mogelijkheden voor functiecombinaties en naar efficiënt ruimtegebruik met behoud van ruimtelijke kwaliteit. 2. Gebiedskenmerken centraal We beschermen en benutten wat er is en ontwikkelen nieuwe, onderscheidende ruimtelijke kwaliteit. We werken aan lokaal en regionaal passende oplossingen. 3. Zoveel mogelijk voorkomen van afwentelen We schuiven problemen niet zonder meer door naar elders of naar toekomstige generaties en we streven naar een rechtvaardige verdeling van de lusten en lasten. Met deze principes werken we in heel Nederland aan een goede kwaliteit van leven. Wat we daarvoor doen, verschilt tussen en binnen regio’s. De rol die de Rijksoverheid daarbij heeft, verschilt ook van plek tot plek: van initiatiefnemer of beslisser tot een positie meer op de achtergrond. Maar die rol is altijd een actieve, samen met andere overheden en de samenleving. Op de lange termijn leidt dat tot een Nederland met plaats voor mens en natuur, met een toekomstbestendige economie inclusief een sterke landbouwsector, en lagere maatschappelijke kosten.
Met een goede balans tussen ecologische, sociale en economische aspecten. Nu, straks en later. Dit streven naar een goede balans past bij de beweging om binnen ruimtelijk ordening en inrichting thema’s als veiligheid, milieukwaliteit, gezondheid en leefbaarheid een steviger plek te geven. Ruimtelijke ordening gaat over klein en heel groot, van de stoeptegel tot internationale verbindingen. Verschillende schaalniveaus vormen straks gezamenlijk een functionerend systeem. Lokale, regionale en nationale keuzes moeten elkaar versterken. Ruimtelijke ordening gaat ook over morgen en over de verre toekomst. Het op de korte en lange termijn werken aan meerdere schaalniveaus komt overal in de Nota Ruimte terug. Nederland is een complex, meerlaags en integraal functionerend geheel, dat zich niet in een eenvoudig schema of concept als eindbeeld laat vangen. Ruimtelijke ordening werkt als ze aansluit bij autonome ontwikkelingen en tegemoetkomt aan de behoeften vanuit de samenleving. We kunnen met ruimtelijke ordening richting geven en tegelijk ruimte bieden. Ingaan tegen grote trends is contraproductief. Uiteindelijk gaan veranderingen in de ruimtelijke ordening van het land langzaam. Toch zorgt een kleine bijsturing ervoor dat je op lange termijn op een heel andere plek uitkomt.
4.3
Nederland in 2050 Ondanks alle complexiteit, vormen de inhoudelijke ingrediënten van de Nota Ruimte een samenhangend toekomstbeeld, zoals verbeeld op de visiekaart Nederland 2050. Dit beeld dient als stip op de horizon, schetst op hoofdlijnen de samenhang tussen keuzes, maar laat wel ruimte voor nadere invulling. Ruimtelijke ordening voorziet in de behoeften van de samenleving, in balans met de leefomgeving. Nederlanders moeten prettig en veilig kunnen wonen, werken, ondernemen en recreëren. In de twintigste eeuw heeft de Nederlandse ruimtelijke ordening ervaren dat er grenzen zijn aan de maakbaarheid. Geloof in maakbaarheid was nauw verbonden met een technocratische benadering van ruimte en de ordening van die ruimte. Oftewel, vanuit systemen geredeneerd en niet in eerste plaats vanuit de mens, sterk leunend op technische oplossingen en minder op de natuurlijke kenmerken van het landschap. De ervaring leert dat de Nederlanders voor een groot deel zelf bepalen waar in de toekomst gewoond en gewerkt zal worden, wat ze zullen consumeren, hoe ze reizen en waarheen. Tegelijk moeten we eerlijk zijn over de relatief beperkte ruimte die in ons land beschikbaar is voor individuele behoeften.
In het spanningsveld tussen individuele behoeften, inzet door de overheid en de mogelijkheden en beperkingen van het ruimtelijk systeem willen we goede keuzes maken: tegemoetkomen aan de ruimtevraag vanuit de samenleving en tegelijk de schaarse
40 | Ontwerp-Nota Ruimte
ruimte eerlijk verdelen en toekomstbestendig aansluiten bij beschikbaarheid van energie en water en bij het natuurlijk systeem van water, bodem en ecologie. Ondanks de grote opgaven de komende dertig jaar zullen we de kaart van Nederland op hoofdlijnen niet ingrijpend hertekenen. Maar op ooghoogte zal blijken dat er in 2050 wel degelijk grote veranderingen hebben plaatsgevonden in de inrichting van de leefomgeving. De wijze waarop we met water en bodem omgaan, hoe landbouw en natuur het landschap vormen, plekken waar innovatieve bedrijvigheid bloeit, de inrichting van openbare ruimten en de manier waarop we huizen bouwen veranderen. Nederland zal er anders uitzien. Anders en beter. Want al die grote opgaven bieden de mogelijkheid nieuwe ruimtelijke kwaliteit toe te voegen. Het Nederland van 2050 is één van krachtigste en meest dynamische delen van een sterk en welvarend Europa. Aantrekkelijke regio’s, dorpen en steden bieden aan Nederlanders plek om te leven, te leren en te ondernemen. Het is een Nederland dat werkt. Een mooi Nederland bovendien. Nieuwe woningen en werklocaties dragen bij aan economisch sterke en leefbare steden en dorpen. We zijn zuinig omgegaan met de schaarse ruimte. Nieuwe wijken zijn groen en leefbaar, maar wel compact gebouwd en geconcentreerd op goed bereikbare plekken.
Onze steden en dorpen zijn goed geordend: dichter bebouwd rondom stations en het centrum. Ruimer opgezet en meer landschappelijk aan de randen. Met ruimte voor economie, zowel binnenstedelijk als aan de randen van dorp en stad en zoveel mogelijk met dagelijkse voorzieningen nabij. Er zijn snelle spoor- en wegverbindingen naar het buitenland, die nieuwe stedelijke groeiregio’s ontsluiten. De uitbreiding van onze netwerken voor energie, data en mobiliteit sluit naadloos aan op de regionale ontwikkeling. We willen ruimte geven aan diverse regio’s, steden en dorpen om op hun eigen wijze en vanuit de eigen geschiedenis en geografische kenmerken bij te dragen aan een toekomstbestendig Nederland. Regio’s hebben hun eigen unieke kracht en vullen elkaar aan met onderscheidende ruimtelijke en economische profielen. Ook om die reden is bij ontwikkeling het startpunt om zoveel mogelijk te benutten en te versterken wat er al is. We beschermen wat we door willen geven aan volgende generaties en maken het cultureel erfgoed respectvol geschikt voor nieuwe vormen van gebruik en veranderende omstandigheden. Door gerichte, faseerbare investeringen maken we groei mogelijk en versterken we natuurlijke systemen en infrastructuur, vergroten we het verdienvermogen en verbeteren we de kwaliteit van leven.
Met een schone, innovatieve en duurzame industrie, circulaire bedrijvigheid, logistiek en glastuinbouw, die versterkt door slimme clustering bijdraagt aan een economisch sterk Nederland. Dat geldt niet in de laatste plaats voor de landbouw en visserij. Boeren, tuinders en vissers zijn onmisbaar voor de voedselzekerheid van Nederland en Europa. Ze produceren op een toekomstbestendige manier: innovatief, aansluitend bij de veranderingen van het klimaat en de kenmerken, water, bodem en het landschap. Het landschap is toekomstbestendig ingericht, met meer ecologische kwaliteit, aandacht voor cultuurhistorie en mogelijkheden voor recreatie. Waar de boer een goede boterham verdient en de bedrijfsvoering bijdraagt aan de kwaliteit van het landschap en de leefbaarheid. Met veel meer recreatieve routes en nieuwe groene structuren in het agrarisch landschap en langs beken en rivieren. Nederland kan ook in 2050 en ver daarna de effecten van zeespiegelstijging aan. We houden het fundament van onze Noordzee kust in stand en er is daarnaast voldoende ruimte gereserveerd voor dijken en duinen en voor het bergen en vasthouden van water. Vraag en aanbod van zoetwater zijn, met zoveel mogelijk lokaal passende oplossingen, regionaal in balans gebracht. Water- en bodemopgaven zijn aangewend om landschappelijke kwaliteit te maken, met nieuwe natuurwaarden.
Bijvoorbeeld in de veen- en kleipolders van Laag-Nederland en rondom de grote rivieren. De inrichting van straten en pleinen maar ook van de landschappen en natuurgebieden kan perioden van droogte, extreme neerslag en hitte beter aan. Steden, dorpen en het landelijk gebied zijn hierdoor groener en mooier geworden.
Ontwerp-Nota Ruimte | 41
Visiekaart 2050 (Inter)nationale corridors en knooppunten voor personenvervoer Stedelijk netwerk Nederland (Inter)nationale spoor- en wegcorridors Potentiële corridor Luchthavens Internationale stations (HSL + IC) Woon-Werkomgevingen en regionale verbindingen Woon-werkmilieus, van metropolitaan tot luw Regionale verbindingen en samenhang Voorzieningen en instellingen met regionale uitstraling Campus Universiteit Ziekenhuis Economie Sleutelsector op basis van toegevoegde waarde (regionaal ecosysteem) Mainports (haven, luchthaven, brainport) Multimodaal bedrijventerrein Bedrijventerrein met hoge milieubelasting en > 200 hectare Bedrijventerrein Hyperscale datacenter Bestaand glastuinbouwcluster Greenport
H2 CO₂
Graafschap
(Inter)nationale corridors en knooppunten voor goederen en grondstoffen Goederencorridors Energiecorridors (hoogspanningsnet en waterstofbackbone) Zeehaven van nationaal belang Spoor-weg terminal met internationale functie Energie-intensieve industrieclusters Samenhangende industrieclusters van nationaal belang Zesde cluster Energie Grote elektriciteitscentrales Bestaande en potentiële aanlanding Wind op Zee Aanwijsgebieden voor grootschalige elektrolyse CO2-afvang Bestaande en onderzoekslocaties voor nieuwbouw kerncentrale Bestaande en aangewezen windenergiegebieden Cultureel erfgoed UNESCO-gebieden op land Waardevolle Cultuurlandschappen Natuur Natura 2000-gebieden op land Natura 2000-gebieden op grote wateren en zee, en de KRM-gebieden Hoofdwatersysteem Ruimte voor de rivieren Zoekgebieden voor (piek)waterberging langs NZK/ARK Zoetwaterbuffers IJsselmeer en Volkerak-Zoommeer Robuust water-en bodemsysteem in verschillende gebiedstypen Veenbodems Hogere (zand)gronden Duinlandschap Rivierklei Zeeklei Indicatieve weergave van gebieden waarin en/of rondom meervoudige opgaven aan de orde zijn Natura 2000-gebieden, veenweidegebieden en grondwaterbeschermingsgebieden Beken Basiskaart Waterstof backbone Bos Rijkswegen Nat open terrein Spoorwegen Droog open terrein Rivieren Bebouwd gebied buitenland Hoogspanningsnet (380kV)
De vier thema’s op de Visiekaart 2050 Wonen, werken en en bereikbaarheid bereikbaarheid Dankzij goede verbindingen verbindingenbinnen binnenNederland Nederlanden enrichting richtinghet hetbuitenland buitenlandversterken versterken alle alle regio’s elkaar straks en vullen ze elkaar aan. Binnen regio’s vormen stedelijke regio’s elkaar straks en vullen ze elkaar aan. Binnen regio’s vormen stedelijke knoopknooppunten van enplekken spoor plekken waar wonen, en publiekstrekkende punten van weg enweg spoor waar wonen, werken werken en publiekstrekkende voor voorzieningen zich concentreren. Zo benutten we bestaande infrastructuur en maken zieningen zich concentreren. Zo benutten we bestaande infrastructuur en maken we het we het efficiënt uitbreiden ervan mogelijk. efficiënt uitbreiden ervan mogelijk. 2050 willen dede Richting willen we wemeer meerbalans balansbrengen brengenininde deontwikkeling ontwikkelingvan vanons onsland landoor door mogelijk tete kracht en mogelijkheden mogelijkhedenvan vande deverschillende verschillendeNederlandse Nederlandseregio’s regio’szozogoed goed mogelijk benutten. Dat kan inwoners. kan alleen alleenals alsze zeaantrekkelijk aantrekkelijken enherkenbaar herkenbaarblijven blijvenvoor voorhun hun inwoners.
enen Binnen die regio’s regio’s streven strevenwe wenaar naarnabijheid nabijheidvan vanwonen, wonen,werken werkenenenvoorzieningen voorzieningen goede bereikbaarheid enkwaliteit kwaliteitvan vangroen groenininen enom omdedestad. stad.Nieuwe Nieuweontwikkeling ontwikkeling bereikbaarheid en draagt waar mogelijk mogelijk bij bijaan aanvergroten vergrotenvan vande deagglomeratiekracht agglomeratiekrachtenendedeleefkwaliteit. leefkwaliteit. Elke regio heeft eigen eigen kenmerken, kenmerken,opgaven, opgaven,ambities ambitiesen enbijbehorende bijbehorendeontwikkel ontwikkelmogelijkheden.
Economie en energie energie E en We in op op het het beschermen, beschermen,benutten benuttenen enverder verderontwikkelen ontwikkelenvan vandedebestaande bestaande We zetten zetten in corridors van weg, spoor en waterwegen en van clusters waar productie en overslag corridors van weg, spoor en waterwegen en van clusters waar productie en overslag plaatsvindt. We geven geven prioriteit prioriteitaan aande deforse forseuitbreiding uitbreidingenenverzwaring verzwaringvan van plaatsvindt. We dedenergie- energie-infrastructuur dit een belangrijke randvoorwaarde is voor andere infrastructuur omdat ditomdat een belangrijke randvoorwaarde is voor andere ontwikkeontwikkelingen. In de energie-intensieve industrieclusters van nationaal belang krijgen lingen. In de energie-intensieve industrieclusters van nationaal belang krijgen havenhavenen industriële functies en energiefuncties voorrang. We benutten de ruimte op en industriële functies en energiefuncties voorrang. We benutten de ruimte op de de Noordzee zo goed mogelijk onder andere windenergie, scheepvaart en kabels Noordzee zo goed mogelijk voorvoor onder andere windenergie, scheepvaart en kabels voor voor energie en data, in goede met onder de natuur en visserij. energie en data, in goede balansbalans met onder andereandere de natuur en visserij.
Samen met de de regio’s regio’s willen willenwe wewerken werkenaan aanhet hetversterken versterkenvan vandederegionale regionaleconomie economie S met en benutten van vande deregionale regionalekansen kansenvoor voorenergie. energie.We Wekijken kijkenhoe hoe iedere regio en het het beter beter benutten iedere regio op basis van eigen kracht kan bijdragen aan een sterk Nederland en hoe ze elkaar aan op basis van eigen kracht kan bijdragen aan een sterk Nederland en hoe ze lkaar aan kunnen vullen. We We zullen zullenals alsRijk Rijkdeze dezeontwikkeling ontwikkelingondersteunen ondersteunendoor dooronder onder andere kunnen vullen. andere te te sturen juiste infrastructuur voor energie, goederen en grondstoffen. Om te sturen opop de de juiste infrastructuur voor energie, goederen en grondstoffen. Om te voorvoorzien in voldoende energie en locaties voor industrie, het verwerken van zien in voldoende energie en locaties voor industrie, het verwerken van grondstoffen en grondstoffen en defensie zullen we de schaarse ruimte niet alleen zo goed mogelijk defensie zullen we de schaarse ruimte niet alleen zo goed mogelijk moeten benutten, moeten maar ook beschermen. maar ookbenutten, beschermen.
Landbouw en natuur natuur L en De Nederlandse landbouw is onmisbaar voor voedselzekerheid, de leefbaarheid van De Nederlandse landbouw is onmisbaar voor voedselzekerheid, de leefbaarheid van het het landelijk gebied en de instandhouding van onze waardevolle cultuurlandschappen. landelijk gebied en de instandhouding van onze waardevolle cultuurlandschappen. We vinden het van belang om perspectief te bieden voor de toekomst, in goede balans We vinden het van belang om perspectief te bieden voor de toekomst, in goede balans met het natuurlijk systeem en de veranderende condities van het water- en met het natuurlijk systeem en de veranderende condities van het water- en bodem bodemsysteem. systeem. Een en veerkrachtige veerkrachtigenatuur natuurisisessentieel essentieelvoor vooreen eengezonde gezondenenveilige veilige E robuuste robuuste en leef leefomgeving, voedselproductie en drinkwatervoorziening. We leveren minimaal de omgeving, voedselproductie en drinkwatervoorziening. We leveren minimaal de inzet inzet die noodzakelijk is om met zekerheid aan de vereisten van de Natuurhersteldie noodzakelijk is om met zekerheid aan de vereisten van de Natuurherstelverordening verordening te voldoen. Daarom we voor hetvan ontwikkelen van een robuust te voldoen.
Daarom zullen we voorzullen het ontwikkelen een robuust natuursysteem natuursysteem naast het herstel van de bestaande natuurgebieden ook meer inzetten naast het herstel van de bestaande natuurgebieden ook meer inzetten op het combiop het combineren van natuurontwikkeling met andere opgaven en functies. neren van natuurontwikkeling met andere opgaven en functies. Water en bodem Water en bodem Ons systeem van duinen, dijken, grote rivieren, kanalen en de zoetwaterbuffers in het Ons systeem van duinen, dijken, grote rivieren, kanalen en de zoetwaterbuffers in het IJsselmeer, Markermeer en het Volkerak-Zoommeer vraagt om nationale keuzes, om IJsselmeer, Markermeer en het Volkerak-Zoommeer vraagt om nationale keuzes, om de waterveiligheid te garanderen en voor de zoetwatervoorziening. Daartoe zullen we de waterveiligheid te garanderen en voor de zoetwatervoorziening. Daartoe zullen rond het hoofdwatersysteem voldoende ruimte reserveren voor versterking van we rond het hoofdwatersysteem voldoende ruimte reserveren voor versterking van water waterkeringen en waterafvoer en waterberging. keringen en waterafvoer en waterberging. Regionaal zien we verschillende stapelingen van water- en bodemopgaven, die in Regionaal zien we verschillende stapelingen van water- en bodemopgaven, die in samenhang moeten worden opgepakt.
Regio’s zijn straks niet zonder meer verzekerd samenhang moeten worden opgepakt. Regio’s zijn straks niet zonder meer verzekerd van aanvoer van voldoende zoetwater van buiten. Daarom wordt in de regio de vraag van aanvoer van voldoende zoetwater van buiten. Daarom wordt in de regio de vraag naar en het aanbod van zoetwater meer in balans gebracht. Dat gaat hand in hand met naar en het aanbod van zoetwater meer in balans gebracht. Dat gaat hand in hand met verbeteren van de bodem, zodat ook de landbouw blijvend over voldoende water en verbeteren van de bodem, zodat ook de landbouw blijvend over voldoende water en goede bodemcondities kan beschikken. Rekening houden met water en bodem krijgt goede bodemcondities kan beschikken. Rekening houden met water en bodem krijgt voor een groot deel vorm in de directe leefomgeving, met bijvoorbeeld meer ruimte voor groen een groot deel vorm in deen directe leefomgeving, met bijvoorbeeld voor en water in steden dorpen en groenblauwe dooraderingmeer in hetruimte landschap. voor groen en water in steden en dorpen en groenblauwe dooradering in het landschap. 44 | Ontwerp-Nota Ruimte
De opbouw van ruimtelijk systeem Bij het maken van ruimtelijke analyses en keuzes, zijn we er ons steeds van bewust hoe de drie lagen van het water- en bodemsysteem, de infrastructuurnetwerken en het ruimtegebruik bovengronds, in de zogenaamde occupatielaag, op elkaar inwerken en wat die betekenen voor de bestaande kwaliteit en identiteit. In het ruimtelijk beleid maken we een goede afweging tussen de drie lagen, waarbij we rekening houden met water, bodem en ondergrond bij ruimtelijke ontwikkeling en ruimtegebruik. Maar andersom zullen ook de bestaande stedelijke en landschappelijke structuur en de ontwikkelopgaven elkaar en de keuzes ten aanzien van het watersysteem en de infrastructuurnetwerken blijven beïnvloeden. Dat bestaanszekerheid op zoveel fronten onder druk staat, heeft alles te maken met het feit dat systemen, werkwijzen en de ordening van de ruimte niet meer passen bij de grote opgaven. Tegelijk is het grootste deel van toekomstig Nederland er nu al. Inrichting van de ruimte, gebouwen en infrastructuur gaan vaak meer dan honderd jaar mee. Dat vraagt om slim voortbouwen op, en gebruikmaken van wat er is bij het maken van keuzes richting 2050 en 2100. De lagenbenadering helpt ons om richting 2050 toekomstbestendige keuzes te maken.
We vermijden zoveel mogelijk ontwikkelingen die later tot hoge kosten leiden voor beheer en onderhoud of aanpassingen, of die nadelige gevolgen hebben voor leefomgevingskwaliteit, gezondheid en natuur. Op die manier werken we aan een gezonde en veilige leefomgeving en wordt afwenteling op toekomstige generaties voorkomen. Elke keuze houdt rekening met beschikbaarheid en kwaliteit van natuurlijke hulpbronnen, zoals zoetwater.
Bron: Dauvellier / MIRUP en www.ruimtexmilieu.nl
4.4
Vier integrale thema’s naar 2050 De schaarste aan ruimte en het feit dat oplossingen steeds meer vragen om combinaties, dwingen ons om dwarsverbanden te leggen tussen opgaven. Om verder te kijken dan het lokale, naar het nationale en internationale schaalniveau. Om keuzes voor de korte termijn te verbinden met richtingen voor de lange termijn. In de Nota Ruimte brengen we in vier integrale thema’s de sterkst op elkaar betrokken sectorale onderwerpen met elkaar in verbinding en maken we voor heel Nederland de nationale keuzes in samenhang: Wonen, werken en bereikbaarheid , Economie en energie, Landbouw en natuur en Water en bodem . De vier thema’s kennen een eigen interne logica, maar hangen ook weer met elkaar samen, zodat ze gecombineerd richting geven aan de ontwikkeling van ons land.
4.4.1
Wonen, werken en bereikbaarheid De drijvende kracht achter de ontwikkeling van ons land is de komende decennia de groei van de bevolking en economie. Die vraagt om meer ruimte voor wonen en werken en om investeringen in bereikbaarheid, voorzieningen, groen en recreatie. In heel Nederland maken we ruimte voor mensen en gemeenschappen. Wat we bouwen – ruimer opgezet en dorps, of juist dichter bebouwd met veel voorzieningen om de hoek – past bij de lokale situatie en vraag. Met deze nieuwe ontwikkelingen houden we sterk wat sterk is en maken we sterker wat sterk moet zijn. Richting 2050 willen we meer balans brengen in de ontwikkeling van ons land door de kracht en mogelijkheden van de verschillende Nederlandse regio’s zo goed mogelijk te benutten. Dat kan alleen als ze aantrekkelijk en herkenbaar blijven voor hun inwoners. Groei en ontwikkeling moeten daarom de kwaliteit van de leefomgeving vergroten en we sluiten aan bij bestaande waarden.
Ontwerp-Nota Ruimte | 45
Nederland is één van de meest dynamische delen van Europa. Mensen en bedrijven komen af op de banen en hoge kwaliteit van leven in onze aantrekkelijke steden en regio’s, de mogelijkheden tot persoonlijke ontwikkeling, de goed opgeleide beroepsbevolking en betrouwbare infrastructuur. Plaats bieden aan die groei is voor de regio’s, ons land en Europa als geheel van groot belang. De trek van mensen en bedrijven naar onze metropoolregio’s vormt de motor van een ontwikkeling waarvan straks heel Nederland profiteert. De snelle groei van Amsterdam, Rotterdam-Den Haag, Utrecht en Eindhoven brengt namelijk kansen met zich mee voor de nabijgelegen stedelijke regio’s Zwolle, Stedendriehoek, Arnhem-Nijmegen en de Brabantse stedenrij.
Wonen, werken en bereikbaarheid Bouwsteen: een ontwikkelgericht nationaal netwerk Een ontwikkelgericht nationaal netwerk (Inter)nationaal netwerk van verbindingen en knopen Bestaande corridor spoor/weg Gewenste corridor spoor/weg Aangrijpingspunten op het (inter)nationale netwerk Mainports (haven, luchthaven, brainport) Onderlinge verbondenheid van regio’s en kernen Hiërarchie van steden en dorpen Landschappelijke eenheden op (inter)nationale schaal Waardevolle cultuurlandschappen Nationale Parken en Natura 2000 op land UNESCO Werelderfgoedgebieden
De grote nationale opgaven waarvoor ons land staat bieden daarnaast mogelijkheden. In onder andere Noord-Holland Noord, Fryslân, Zuidoost-Drenthe en Zeeland is ruimte voor defensie, de energietransitie, innovatieve industrie en daarbij aansluitend woningbouw. In specifiek Groningen- Assen, Twente en Zuid-Limburg is een solide basis voor een echte schaalsprong, dankzij de aan wezige grote steden, de vele bedrijven en de universiteiten en hun gunstige ligging in het Europese hoofdnetwerk van snelwegen en spoorlijnen. Hier gaat het Rijk met regio’s met provincies met een ruimtelijk-economische inzet aan werken. Dankzij goede verbindingen binnen Nederland en richting het buitenland versterken al die regio’s elkaar straks. Binnen regio’s vormen stedelijke knooppunten van weg en spoor plekken waar wonen, werken en publiektrekkende voorzieningen zich concentreren. Zo benutten we bestaande infrastructuur en maken we het efficiënt uitbreiden ervan mogelijk. Daartoe onderzoekt het Rijk de bekostiging van zogenaamde structuurversterkende infrastructuur. Het leidt tot een Nederland dat bestaat uit elkaar ruimtelijk en economisch aanvullende, onderling goed verbonden regio’s. Binnen die regio’s streven we naar nabijheid van wonen, werken en voorzieningen.
We kiezen voor compacte en goed ontsloten verstedelijkingslocaties, zodat meer mensen en bedrijven daadwerkelijk voor meer regionale kracht zorgen. In onze metropoolregio’s voorzien we in meer ruimte voor de groeiende vraag naar stedelijk wonen en werken. Onder andere in innovatiemilieus, zoals campussen en gemengde stadscentra: plekken waar bedrijven en onderwijs- en onderzoeksinstellingen van elkaar profiteren en waar we ruimte voor bedrijvigheid beschermen. Bij stedelijk wonen en werken past een groot aandeel voor fietsen, lopen en het openbaar vervoer. Middelgrote steden zullen door binnenstedelijke verdichting ook meer stedelijke kwaliteit bieden, maar blijven luwer van opzet. Hier maken we ruimte voor wonen met werk, voorzieningen dichtbij en op korte afstand van treinstations en snelwegafritten. Om ook op lange termijn te kunnen blijven voorzien in de vraag naar woonruimte, wijzen we in de Nota Ruimte nieuwe nationale en regionale grootschalige woningbouwlocaties aan. Deze locaties liggen binnen bestaande grote en middelgrote steden
46 | Ontwerp-Nota Ruimte
Wonen, werken en bereikbaarheid Bouwsteen: sterke en onderscheidende regio’s regio’s Sterke en onderscheidende Kansen voor ontwikkeling van vier typen regionale systemen XL-regio L-regio M-regio S-regio Voorzieningen en instellingen met regionale uitstraling Campussen en universiteiten Brainport Groen in en om de stad
of sluiten er direct op aan. Zo geven we ruimte aan de groeiopgaven van onze metropoolregio’s en benutten we tegelijk de potentie van de tientallen middelgrote steden in de rest van ons land. Daarnaast kan in heel Nederland een ‘wijkje erbij’ (tot 100 woningen) binnen of aansluitend op een bestaande kern gerealiseerd worden, passend in de ruimtelijke context. Door ontwikkeling van wonen en werken op deze wijze in samenhang te organiseren zorgen we voor een divers aanbod aan woon- en werkmilieus en voorkomen we inefficiënt ruimtegebruik. Bestaande steden worden sterker gemaakt. We benutten de kostbare infrastructuur voor verkeer en vervoer, energie, afval en water zo goed mogelijk. En door compact te bouwen zorgen we ervoor dat er ruimte blijft voor landbouw en natuur. Omdat we rekening houden met water- en bodemopgaven blijft Nederland veilig bewoonbaar. In heel Nederland is verder ruimte voor kleinschalige verdichting en uitbreiding van steden en dorpen. Ook om aan de veranderende vraag naar woningen voor bijvoorbeeld ouderen en alleenstaande jongeren te voorzien. Kleinschalige ontwikkelingen in kleine kernen zijn primair voor de lokale vraag en het versterken van die kernen.
Wonen, werken en bereikbaarheid + Bouwsteen: complete en prettige leefomgevingen
+
Woon-werkmilieus
Groen in en om de stad
Metropolitaan/stedelijk woon-werkmilieu
Ruimte voor en goede bereikbaarheid van de landschappen rond de stad
Stads/dorpscentrum Luwer woonmilieu
Woon-werkmilieus
Groen in en om de stad
Metropolitaan/stedelijk woon-werkmilieu
Ruimte voor en goede bereikbaarheid van de landschappen rond de stad
Stads/dorpscentrum Luwer woonmilieu
Ontwerp-Nota Ruimte | 47
Wonen, werken en bereikbaarheid Integrale themakaart Een ontwikkelgericht nationaal netwerk (Inter)nationaal netwerk van verbindingen en knopen Bestaande corridor spoor/weg Gewenste corridor spoor/weg Aangrijpingspunten op het (inter)nationale netwerk Mainports (haven, luchthaven, brainport) Onderlinge verbondenheid van regio’s en kernen Hiërarchie van stedelijke gebieden Landschappelijke eenheden op (inter)nationale schaal Waardevolle cultuurlandschappen Nationale Parken en Natura 2000 UNESCO Werelderfgoedgebieden Sterke en onderscheidende regio’s Kansen voor ontwikkeling van vier typen regionale systemen XL-regio L-regio M-regio S-regio Voorzieningen en instellingen van regionaal belang Campussen en universiteiten Groen in en om de stad
Strategie voor onderscheidende regionale ontwikkeling: VISTA Elke regio heeft eigen kenmerken, opgaven, ambities en bijbehorende ontwikkelmogelijkheden. Voor de langere termijn wil het Rijk met alle regio’s werken aan onderscheidende ontwikkelrichtingen. Daartoe onderscheiden we verschillende ruimtelijk-economische strategieën op hoofdlijnen. Daarbij zijn onder andere ligging in het (inter)nationale mobiliteitsnetwerk, stedelijke massa, ontwikkeling van aantal inwoners en banen, sociale opgaven, economische sectoren, aanwezigheid van kennisinstellingen en kansen en beperkingen vanuit landschap, water en bodem gewogen. In combinatie met de hierboven geschetste ambitie ten aanzien van stedelijke en regionale ontwikkeling voor 2050, komen we tot vijf strategieën: Versterken, Initiëren, Stimuleren, Transformeren en Accommoderen. Deze vragen allemaal om een actieve rol van de Rijksoverheid, in samenwerking met regio’s provincies en gemeenten. • Versterken in gebieden met een minder omvangrijke autonome economische ontwikkeling en bevolkingsgroei, gericht op het ontwikkelen van wonen en werken, passend bij de maat en schaal van de regio, aansluitend op de regionale vraag en met behoud en ontwikkeling van voorzieningen.
(Regio’s Noord Holland-Noord, Zeeland, Groene Hart, Rivierenland, Achterhoek, omgeving Harderwijk-Zeewolde, Zuidoost-Drenthe, Noordoostpolder en Friesland) • Initiëren in gebieden, verder weg van het economisch kerngebied, met een potentie voor een schaalsprong in economie en bevolking. Hier zetten we in op een ontwikkeling van de regionale economie, gekoppeld aan kennisinstellingen en campussen, daarna volgen meer kansen voor grootschalige woningbouw, voorzieningen, et cetera. (Regio’s Groningen-Assen, Twente en Zuid-Limburg) • Stimuleren in gebieden, in nabijheid van het economisch kerngebied, waar nu ook al groei plaatsvindt. Inzet hier is erop gericht om deze gebieden in balans (wonen, werken en voorzieningen) verder door te laten groeien, waarbij vooral de groei in werkgelegenheid verder wordt gestimuleerd. (Regio’s Zwolle, Lelystad, Stedendriehoek, Arnhem-Nijmegen, Noord-Brabant (buiten regio Eindhoven) en Noord- en Midden-Limburg)
48 | Ontwerp-Nota Ruimte
•
•
Transformeren van het ruimtelijk-economisch systeem van de Zuidelijke Randstad. Inzet hier is gericht op het toekomstbestendig maken van de economie, aantrekkelijker maken van de leefomgeving en tegelijkertijd blijven voorzien in de vraag naar woningen door toekomstbestendige verstedelijking. (Regio Zuidelijke Randstad) Accommoderen van de sterke groei van economie en bevolking in de meest dynamische metropoolregio’s. Inzet hier is het blijven faciliteren van de sterke groei, maar wel in balans met de kwaliteit van de leefomgeving en gecombineerd met een groei in voorzieningen en infrastructuur en inzet op betaalbaarheid van woningen en bedrijfslocaties. (Regio’s Amsterdam, Utrecht en Eindhoven)
Wonen, werken en bereikbaarheid Strategie: VISTA VISTA Versterken Initiëren Stimuleren Transformeren Accommoderen
4.4.2
Economie en energie In deze onzekere tijden zijn economische kracht en strategische autonomie belangrijker dan ooit. Net als het vergroten van de veiligheid en weerbaarheid voor dreiging van buitenaf. We streven naar een brede en gevarieerde economische basis die voorziet in basisbehoeften van Nederlanders en bijdraagt aan de strategische autonomie van Europa als geheel. De komende decennia zullen onze energievoorzieningen verduurzamen. Ook zullen we de landsverdediging op niveau brengen. Dit doen we in balans met de leefomgeving. Om dit te bereiken zetten we in ieder geval in op het zoveel mogelijk besparen en efficiënt benutten van ruimte, energie en grondstoffen. Om te voorzien in voldoende energie en locaties voor industrie, het verwerken van grondstoffen en defensie zullen we de schaarse ruimte niet alleen zo goed mogelijk moeten benutten, maar ook beschermen. Dat geldt zeker voor milieuruimte, die onmisbaar is voor activiteiten die overlast veroorzaken. Maar uiteindelijk is er ook echt meer (milieu) ruimte nodig voor de energievoorziening, bedrijven, grondstoffen en defensie. Efficiënt ruimtegebruik, beschermen van ruimte en strategisch uitbreiden van die ruimte heeft effecten op alle schaalniveaus. Van lokale bedrijventerreinen, regionale ecosystemen van bedrijven tot nationale corridors, overslagpunten en de grote energie-intensieve industrieclusters.
Bedrijventerreinen voorzien lokaal in werk, bieden ruimte aan bedrijvigheid, innovatie en transities en vervullen een belangrijke rol in de economie. Hier wordt door industriële bedrijven de bulk van de Nederlandse export geproduceerd. We zijn daarom zuinig op de bestaande (bedrijven)terreinen, breiden deze uit waar nodig voor de economie, open strategische economie en energie. Zeker bedrijventerreinen die unieke kenmerken hebben. Denk bijvoorbeeld aan bedrijventerreinen die ook over water bereikbaar zijn of plek kunnen bieden aan bedrijven die milieuhinder veroorzaken. Juist door de ruimte op bedrijventerreinen beter te benutten, kan lokaal de productiviteit worden verhoogd.
Ontwerp-Nota Ruimte | 49
Economie en energie
Alle bedrijventerreinen Bouwsteen: toekomstbestendig maken van alle bedrijventerreinen
Toekomstbestendig maken van alle bedrijventerreinen Beschermen van (milieu)ruimte bestaande bedrijventerreinen
Kansen voor uitwisseling benutten Toekomstbestendig maken van alle bedrijventerreinen
Beter benutten van bestaande (milieu)ruimte op bedrijventerreinen
Strategisch uitbreiden
Beschermen van (milieu)ruimte bestaande bedrijventerreinen
Kansen voor uitwisseling benutten
Beter benutten van bestaande (milieu)ruimte op bedrijventerreinen
Strategisch uitbreiden
We hebben in Nederland een grote diversiteit aan economische ecosystemen. Daarnaast bieden nationale opgaven mogelijkheden voor regionale ontwikkeling. Denk aan investeringen in een (decentrale) energievoorziening of investeringen in defensie die de regionale economie versterken en nieuwe bedrijven aantrekken. Niet alles kan overal. Wij kijken daarom goed welke bedrijvigheid en activiteiten waar goed passen. Binnen regio’s vormen bedrijven samen vaak samenhangende clusters van producenten en afnemers. Maar ook de verbindingen en samenwerking met het buitenland en beschikbaarheid van energie, zoetwater en de kwaliteit van de leefomgeving spelen een rol bij de ontwikkelkansen van regionale ecosystemen. Samen met de regio’s willen we werken aan het versterken van de regionale economie en het beter benutten van de regionale kansen. We kijken hoe iedere regio op basis van eigen kracht kan bijdragen aan een sterk Nederland. We zullen als Rijk deze ontwikkeling ondersteunen door onder andere te sturen op de juiste infrastructuur voor energie, goederen en grondstoffen.
Economie en energie Bouwsteen: versterken van regionale ecosystemen Versterken van regionale ecosystemen Regionale kenmerken energie RES-regio’s Regionale kenmerken (productiekant) economie Sectoraal ecosysteem industrie Sectoraal ecosysteem logistiek en groothandel Campussen Brainport Greenports met grote hub Energie-intensieve industrieclusters Grote bedrijventerreinen met hoge milieubelasting (> 200 hectare)
Internationaal vervoer van goederen en grondstoffen over de waterwegen, spoorwegen en wegen geven Nederland een bijzondere positie binnen Europa. Onze economie functioneert dankzij de zekerheid van levering van energie, grondstoffen en goederen. Bij de overgang naar een circulaire economie en een duurzaam en betrouwbaar energiesysteem zijn deze (inter)nationale netwerken onmisbaar. We zetten in op het beschermen, benutten en verder ontwikkelen van de bestaande corridors van weg, spoor en waterwegen en van clusters waar productie en overslag plaatsvindt.
50 | Ontwerp-Nota Ruimte
Economie en energie Bouwsteen: beschermen en doorontwikkelen van (inter)nationale Beschermen en doorontwikkelen van corridors en overslagpunten (inter)nationale corridors en overslagpunten Beschermen en doorontwikkelen van (inter)nationale netwerken en knooppunten voor goederen en grondstoffen Industrieclusters Greenports met grote hub Overslagpunten Goederencorridors (weg, spoor, water) Vaarroutes op zee Beschermen en doorontwikkelen van (inter)nationale netwerken en knooppunten voor energie 380 kV-netwerk Waterstof backbone Bestaande en aangewezen windenergiegebieden op de Noordzee Elektriciteitsknooppunten Bestaande kerncentrale