CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

1A Nota Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen

Gemeenteraad 28 september 2023, gemeente DoesburgBij agendapunt: Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem - Nijmegen24.171 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De financiën vanuit PAGW kunnen we dan koppelen aan middelen uit de andere kaders. In de Groene Metropoolregio kan de areaaluitbreiding in samenhang met Natura 2000, het GNN, het PAGW en het IRM bijdragen aan de VLGG-doelen van areaaluitbreiding van: natuur, landbouw passend bij het water- en bodemsysteem, de realisatie van de bossenstrategie en doelen voor hydrologie. Een koppeling met landbouw en de scheepvaart is daarbij ook van belang.

Vier mogelijke koplopers Vanuit de elf denklijnen, de criteria vanuit het VLGG en de gebiedsprocessen die lopen in de regio bij de provincie, gemeenten en waterschappen, zien wij een aantal gebieden als kansrijk voor programmering in het VLGG. Deze gebieden of delen daarvan, zijn in een dermate fase van ontwikkeling dat ze mogelijk als eerste koplopers kunnen fungeren binnen het VLGG. Het gaat om de volgende gebieden of gebiedsontwikkelingen: • Projecten in de Gelderse Poort (waaraan de zgn. derde tranche middelen vanuit PAGW kunnen worden gekoppeld); • Beekherstel en de omliggende beekdalen in de Veluwezoom; • Landschap Berg en Dal/Heumen – Ooijpolder-stuwwal-Heumen; • Versterking landschap Overbetuwe en Lingewaard - doorontwikkeling Lingezegen. Met elkaar bekijken we de komende maanden of dit inderdaad de koploper– gebieden zijn en of deze ook daadwerkelijk in het VLGG kunnen worden geprogrammeerd. Dit betekent niet dat de andere denklijnen en de andere kansen en ontwikkelingen die we in het groen-blauw raamwerk zien, niet of minder belangrijk zijn. Het betekent ook niet dat deze koplopergebieden in beton gegoten zijn; er kunnen gebieden afgaan en erbij komen. Het betekent alleen dat we ons de komende maanden focussen op deze gebieden, omdat deze het verst ontwikkeld lijken te zijn en daarmee meest kansrijk om op korte termijn te realiseren.

24

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

4.1.2

Klimaatadaptatie Door klimaatverandering valt er in de winter steeds meer regen en zijn er vaker en langere periodes van droogte. Het drainerende effect van de uitgesleten rivierbeddingen telt daar nog bij op. De opgaven zijn gericht op: water beter vasthouden, grondwaterstanden verhogen, verbeteren van de waterkwaliteit, beekherstel en waterberging. Verdergaande klimaatverandering vraagt de komende decennia om meer ruimte voor waterberging en meer sponswerking van het bodem- en watersysteem. In lijn met de nationale aanpak richten we ons op de vier belangrijke gevolgen van klimaat-verandering: • Waterveiligheid, zeespiegelstijging en hoog water • Droogte, inclusief laag water in de rivieren en de gevolgen voor de waterkwaliteit • Wateroverlast door extreme of langdurige regenval • Hitte door langdurige hittegolven

Waterveiligheid Het water- en bodemsysteem van de grote rivieren bevat opgaven voor hoogwaterveiligheid, waterkwaliteit en een duurzame rivierbodemligging. Het Hoogwaterbeschermingsprogramma heeft een grote opgave voor dijkversterkingen in deze regio. De versterking van de noordelijke Waaldijk is in uitvoering en zal komende periode worden doorgezet van Nijmegen tot aan het Pannerdensch Kanaal. Ook de dijken op de zuidoever van de Waal, de noordoever van de Maas, langs het Pannerdensch Kanaal, de Bovenrijn en de Nederrijn moeten voor 2050 worden versterkt. Droogte Op veel plekken ondervinden we de consequenties van droogte, de risico’s van extreme buien en extremere waterstanden in de grote rivieren. Voor de Achterhoek en de Liemers is een analyse gemaakt van het probleem, de opgave en de handelingsperspectieven. Daaruit blijkt dat ongeveer 100 mm extra watervoorraad nodig is om 10% van de droogste jaren te overbruggen en voorbereid te zijn op de gemiddelde zomers in 2050. Met deze verdiepende analyses hebben we zicht op een mogelijk handelingsperspectief en inzicht in de mogelijke kosten van deze opgave en eventueel de transitieopgave. In gebiedsprocessen zullen we dit in verkenningen en planuitwerkingen in samenhang met andere opgaven en mede gebaseerd op de Regionale Adaptatie Strategieën (RAS) verder uit moeten werken tot concrete uitvoeringsplannen.

25

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

Vergroening: wateroverlast en hitte tegengaan Vanuit de Verstedelijkingsstrategie werken we bovendien aan een catalogus op het gebied van klimaatadaptatie met maatregelen voor gezonde, circulaire, biodiverse en klimaatadaptieve verstedelijking, inclusief normen. Uitgangspunt is de nationale Maatlat Klimaatadaptief Bouwen. De kernopgave bestaat uit het uitbreiden van groen in de bebouwde omgeving. Met deze opgave worden, naast het uitbreiden van het groen, ook de ingrepen voor klimaatadaptatie in de bestaande steden en dorpskernen bedoeld. Het gaat om ingrepen voor het toevoegen en verbeteren van groen in de openbare ruimte, het tegengaan van hittestress, het realiseren van waterberging en het realiseren van groene daken. Denk bijvoorbeeld aan de Arnhemse aanpak klimaat en vergroenen met programma Radicaal Vergroenen en de Nijmeegse aanpak klimaatadaptatie en biodiversteitsplan. Wat kosten voor het vergroenen van bestaande steden en dorpen betreft, gaan we uit van €40 per m² bebouwde omgeving. Deze kostprijs is een gemiddelde tussen kosten voor het aanleggen en verbeteren van groen in de openbare ruimte, ingrepen om hittestress tegen te gaan, ingrepen voor waterberging en het realiseren van groene daken. Voor de Groene Metropoolregio en Regio Foodvalley komt dit uit op een totaal bedrag van €250 miljoen euro.

Op basis van een 60/40verdeling zal het grofweg om een bedrag van €150 miljoen gaan voor de Groene Metropoolregio. Daarnaast staan gemeenten gesteld voor hogere onderhouds– kosten de komende jaren voor de groene en klimaatadaptieve leefomgeving. Tot slot benoemen we in dit kader de drinkwatervoorziening. Niet alleen verandert het klimaat en gebruiken we de bodem steeds intensiever; door bevolkingsgroei en economische groei stijgt de komende jaren de vraag naar drinkwater. Het veiligstellen van de drinkwatervoorziening is een provinciale taak. Door (inter)nationale afspraken met betrekking tot water en natuurherstel zijn de uitbreidingsmogelijkheden van grondwateronttrekkingen beperkt. Met het aanwijzen van Aanvullende Strategische Voorraden voor drinkwater, probeert de provincie de grondwatervoorraden, die in de toekomst mogelijk nodig zijn voor drinkwaterwinning, te beschermen. Daarnaast is het ook nodig om in te zetten op het beperken van het (grond)water¬verbruik en de inzet van alternatieve bronnen voor drinkwater.

Afbeelding 4: Verhaallijn 1; perspectief landelijk gebied

26

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

Samenvatting Meer landschap, meer stad. Tegelijkertijd met de ontwikkeling van nieuwe woningen, bereikbaarheid en economie, zorgen we ervoor dat we onze waardevolle natuur, landschap en cultuurhistorie behouden en versterken. Op hetzelfde moment zien we dat er een opgave ligt om landbouw te verduurzamen en te zoeken naar aanvullende verdienmodellen. We gaan voor aantrekkelijke landschappen die bewoners een aantrekkelijk uitloopgebied bieden, waarin ruimte is voor agrariërs, biodiversiteit en waterberging en waarbij we kwetsbare natuurgebieden ontzien. Ook gaan we voor een toekomstbestendig rivierengebied dat als systeem goed functioneert en meervoudig bruikbaar is. We zoeken hierbij naar een optimale balans tussen de verschillende functies van het rivierengebied en streven naar een aantrekkelijk riviersysteem dat duurzaam te beheren is. Door het natuurlijk systeem robuuster te maken, kunnen we de negatieve effecten van klimaatverandering minimaliseren. In het groen-blauw raamwerk staan de kansen en de dilemma’s voor versterking van groen en blauw beschreven en verrijkt met de uitgangspunten en doelstellingen van het programma Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG). Dit heeft elf denklijnen opgeleverd, voor verdere ontwikkeling van natuur en landschap in de Groene Metropoolregio.

De denklijnen vormen samen een opmaat voor onder andere een maatregelpakket waarmee via het VLGG en het regioarrangement het landelijke gebied in de Groene Metropoolregio verder verbonden en versterkt kan worden. Maar hiervoor kijken we ook naar andere (financiële) mogelijkheden om onze doelen te realiseren. Wat is hiervoor nodig? • We brengen de effecten van de realisatie van de doelstellingen van het VLGG, waaronder die om te komen tot een reductie in stikstofdepositie, (ruimtelijk) in beeld (provincie, regio, waterschap en sector). • Aan de hand van de elf denklijnen werken we toe naar gebiedsprojecten met aandacht voor ruimtelijke effecten, draagvlak en (financiële) mogelijkheden en financiële bekostiging voor realisatie (voor 2024 en verder). Dit wordt nader berekend. We kijken hierbij ook naar de binnenstedelijke groene opgave in samenhang met de Klimaatopgave. • Gezien de integraliteit van de opgave kijken we voor de financiering uitdrukkelijk naar het combineren van andere Rijks- en provinciale programma’s. Programma’s hebben verschillende tijdshorizons. Integrale gebiedsfinanciering is zeer wenselijk. • Afspraken over regionale ruimtelijke doorwerking van maatregelen voor natuur inclusief stikstof, water, klimaat en landbouw maken we via gebiedsprocessen.

Dit doen we samen met de partners, waaronder vertegenwoordigers van de landbouw en de natuur en in samenhang met het ruimtelijk voorstel. Alle opgaven vragen ruimte en niet alles kan overal. We gaan op zoek naar wat wel kan, we zoeken slimme combinaties en we maken keuzes. • We starten gebiedsprocessen op of versterken deze voor de initiatieven van de vier mogelijke koplopersgebieden: PAGW en Gelderse Poort, beekherstel en de omliggende beekdalen in de Veluwezoom, landschap Berg en Dal/Heumen - Ooijpolder-stuwwal-Heumen, landschap Overbetuwe en Lingewaard - doorontwikkeling Lingezegen. In een volgende fase komen daar andere gebiedsprocessen bij. • We stellen een catalogus over klimaatadaptatie op met maatregelen voor gezonde, circulaire, biodiverse en klimaatadaptieve verstedelijking. Kosten voor uitvoering worden geschat op €150 miljoen. • De inzichten uit het feitenonderzoek en de gemaakte analyses van het handelingsperspectief in het programma Aanpak droogte Achterhoek & Liemers gebruiken we in gebiedsprocessen om te komen tot uitvoeringsplannen. • In het proces om te komen tot een verkleining en/of verdere invulling van de drinkwater¬reserverings-gebieden (locatiekeuze, ontwerp en inpassing van de drinkwaterwinning) maken we een integrale afweging met andere gebruiksfuncties. • We doen een check op alle potentiële keuzes uit de drie verhaallijnen.

We willen weten of deze schuren met ruimtevraag voor dijkversterking en waterberging, en of we ze in de toekomst zelf wel veilig en droog kunnen houden, gezien het structurerende principe van water en bodem sturend. We realiseren ons dat we met name voor de zachte plancapaciteit (en waar de exacte locatie nog niet bepaald is) ruimte hebben om op basis van dit inzicht keuzes te maken.

27

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

4.2

Tweede verhaallijn: Ordenende netwerken voor klimaat, energie en (circulaire) economie We werken samen om de energietransitie in de regio vorm te geven. We doen dit door • Zonne- en windenergieprojecten te realiseren. • Het versnellen van de warmtetransitie in de regio. Hiermee dragen we bij aan het verminderen van de CO2 uitstoot en (inter-) nationale klimaatafspraken. • Uitbreidingen van het elektriciteitsnet in beeld brengen en deze ‘programmeren’ met andere ontwikkelingen. Daarmee dragen we bij aan het verkleinen van de netcongestie-problematiek en het versterken van het energienetwerk.

4.2.1

Klimaat Het nationale Klimaatakkoord is een belangrijk pakket van maatregelen om de stijging van de gemiddelde wereldtemperatuur te beperken tot ruim onder de 2 graden Celsius. Hiermee geeft een groot aantal partijen invulling aan het Klimaatverdrag van Parijs. De Groene Metropoolregio levert op diverse manieren een bijdrage aan het terugdringen van de CO2-uitstoot. Vaak hebben deze maatregelen een stevige impact op ons ruimtegebruik. Hieronder beschrijven we hoe we binnen de regio werken aan de RES, warmte en waterstof.

Regionale Energie Strategie In de Groene Metropoolregio werken 16 gemeenten, provincie Gelderland, 3 waterschappen en netbeheerder Liander samen aan de RES. In de RES werken we toe naar de volgende doelen: • We realiseren de RES 1.0-afspraak van 1,62 TWh in 2030 en streven naar een betere verdeling tussen zon en wind. • We verankeren de RES in omgevingsbeleid. Daarbij streven we naar minimaal 50% lokaal eigendom. • We stellen een voorstel op voor het prioriteren en faseren van opwek- en warmteprojecten en -ontwikkelingen in de regio, in samenhang met de beschikbare en geplande netcapaciteit. • We geven inzicht in de voortgang en bereikte resultaten via monitoring en verantwoording. In de RES 1.0 is nog sprake van een flinke onbalans tussen de opwek van zonneen windenergie: 89% zon en 11% wind. Gezien de beperkte capaciteit op het elektriciteitsnet, streven we in een herijking van de RES-afspraken naar een 50%-50% verhouding tussen zonne- en windenergie. Afspraken voor de toekomst uit de RES 1.0 In de RES zijn 6 richtinggevende ruimtelijke afspraken gemaakt over de ruimtelijke kwaliteit. Hiervan worden er 3 uitgelicht: • Ruimtelijke kwaliteit: we combineren de ontwikkeling van windturbines en zonnevelden altijd met de ruimtelijke kwaliteit en samenhang van het totale gebied. We houden daarbij rekening met het gebruik van de ruimte door lokale partijen, stakeholders en inwoners.

• Voorkeursvolgorde zon: grootschalige zonnevelden worden mede beoordeeld op: (1) De mate van aantasting van karakteristieke kenmerken van het landschap; (2) De samenhang met andere functies in het gebied, (zoals landbouw, biodiversiteit, cultuurhistorie); (3) De landschappelijke samenhang en (4) Dubbel ruimtegebruik. Er wordt daarbij zoveel mogelijk ingezet op de plaatsing van zonnepanelen op daken van gebouwen. • Combineer zon/wind: we combineren windturbines zoveel mogelijk met zonnevelden en vice versa. Dit zorgt voor een betere inpassing in de elektriciteitsinfrastructuur. We streven naar een 50%-50% verhouding tussen zon en wind. Zowel regiobreed, als per elektriciteitsstation.

28

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

In de RES zijn ook afspraken gemaakt over het doorwerken van het omgevings– instrumentarium en de MER: • In het afgelopen jaar is een milieueffectonderzoek (planMER) uitgevoerd naar de geschikte en geschikt te maken gebieden voor de ontwikkeling van ten minste 1,62 TWh duurzame elektriciteit. Deze planMER is belangrijke input voor het herijken van de RES 1.0 naar een RES 2.0. We gaan in gesprek met de gemeenten over mogelijkheden voor windenergie en over het vervolgproces. • In december 2022 hebben Gedeputeerde Staten besloten windturbines op de Veluwe +1 km daaromheen uit te sluiten om de wespendief te beschermen. In de zone van 1-8 km is er beperkt ruimte voor nieuwe windparken onder voorwaarden. De provincie legt dit besluit vast in haar beleidslijn windenergie en de omgevingsverordening. Daarvoor stelt de provincie een planMER windenergie Veluwe-wespendief op. In de RES zijn ook afspraken gemaakt voor een optimaal warmtesysteem: • Vanuit regionaal perspectief maakt het verschil welke bron wordt gebruikt op welke plek; we willen voorkomen dat een bron al door de ene gemeente is ingezet, terwijl hij voor een andere gemeente van vitaal belang zou zijn geweest. In de RES is beschreven hoe we gezamenlijk kijken waar welke bovenlokale bron wordt ingezet.

• Binnen de relevante warmteclusters waar dit verdelingsvraagstuk aan de orde is, is een structureel overleg ingericht om daarover in gesprek te zijn en te blijven. • Gemeenten zetten daarbij verschillende instrumenten in, die binnen de kaders van de Warmtewet, de Omgevingswet en andere beleidsruimten passen om de bovenlokale warmte afspraken te borgen. • Als regio doen we een gezamenlijke oproep aan het Rijk om de benodigde regie te voeren op de warmtetransitie. Dat kan door te zorgen voor beter aansluitende wet- en regelgeving voor het uitrollen van warmtenetten, hogere en structurele financiële ondersteuning voor alternatieve warmtevarianten (waaronder warmtenetten) via subsidies of Rijksbijdragen en een structurele Rijksbijdrage voor het ambtenarenapparaat om de warmtetransitie ook daadwerkelijk in goede banen te leiden.

29

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

Programma Opwek Energie op Rijksgronden (OER) Om de energietransitie te versnellen en de RES-ambities van regio’s te ondersteunen, stelt het Rijk een deel van haar gronden en kunstwerken beschikbaar voor de opwek van duurzame elektriciteit met wind-, water- en zonne-energie. Via het programma Opwek van Energie op Rijksgronden (OER) geeft het Ministerie van Economische Zaken (EZK) hier uitvoering aan. De ontwikkeling van zonne-energie langs de A15/Betuwelijn is een OER-project binnen onze regio. De betrokken gemeenten hebben de provincie verzocht een inpassingsplan te maken voor de inpassing van duurzame energie langs de A15. De provincie is daartoe bereid en heeft de intentie uitgesproken dit op te pakken als het zover is. Er loopt binnen de regio een uitvraag aan de gemeenten voor nieuwe projecten binnen het OER-programma. Regionaal Expertiseteam Energie (REE) In 2023 is het REE van start gegaan. Het expertiseteam ondersteunt bedrijven bij het verlagen van hun CO2-footprint en kan bijdragen aan de RES-doelstelling om zon op dak te realiseren. Vanuit de regio monitoren we op welke locaties er veel potentieel is voor zon op dak en ruimte op het net, zodat het REE gericht bedrijven kan benaderen. Daarnaast delen we informatie en kennis over onder andere wet- en regelgeving en nationale subsidies. Waterstof De toekomstige waterstof backbone van Gasunie loopt door de regio heen.

Onder andere de keramische industrie in de regio (Brick Valley) kan met een aftakking van de waterstof backbone van het aardgas af komen. Een regionale aftakking is mogelijk ook kansrijk voor woonkernen en andere functies in de nabijheid van een aftakking. Hoewel er nog weinig informatie beschikbaar is, kan worden aangenomen dat ook de aanleg van waterstof-infrastructuur een onrendabele top zal hebben. Dat betreft zowel de waterstofbelevering van bedrijven op industrieterreinen als het gebruik van waterstof voor verwarming van woningen. Dat laatste kan incidenteel wenselijk zijn. Ook hier zal een verkenning nodig zijn, die dezelfde stappen volgt als die bij warmtenetten. In de loop van 2023 wordt ook van de waterstofinfra een globale verkenning gemaakt van de onrendabele top en voor welke specifieke situaties waterstof¬infrastructuur een optie is.

30

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

4.2.2

Energienetwerk Netwerkcongestie is inmiddels een beperkende factor geworden voor ruimtelijke ontwikkelingen. Aansluiting op de bestaande energie-infrastructuur is niet meer vanzelfsprekend bij de ontwikkeling van projecten en moet vroegtijdig meegenomen worden als randvoorwaarde in ruimtelijke ontwikkeling. Wij moeten verder vooruitkijken naar de energievraag en het energieaanbod na 2030 en de benodigde energie-infrastructuur. Hiermee worden knelpunten voorkomen en kunnen we slimme keuzes maken om woningbouw, werklocaties en mobiliteit slim te combineren in het energiesysteem van de toekomst. Voorlopig houden we rekening met het ‘first come, first serve’-principe. Met de aankomende aanpassing van de ACM-regulering, verwachten we dat er afgeweken kan en gaat worden van dit principe. Maatschappelijke afwegingen gaan bepalender worden in de volgorde van aansluiten. De netbeheerder verwacht daarbij een sturende rol en een helder afwegingskader van overheden. Op kortere termijn, tot 2030, zijn de meeste uitbreidingen in het elektriciteits– netwerk al gepland.

Voor alle grote verstedelijkingslocaties (wonen, werken en mobiliteit) maken wij daarom een risicoanalyse: • of die woningbouw- of werklocatie op het gewenste moment aangesloten kan worden op het netwerk onder twee verschillende scenario’s: ‘all electric’ en ‘warmtenet’; • hoe groot risico’s zijn van mogelijke andere ontwikkelingen die de aansluiting alsnog in gevaar zouden kunnen brengen; en • hoe de mobiliteitstransitie past in deze verstedelijkingslocaties. Daarna volgt een verkenning van mogelijke oplossingsrichtingen. Voor werklocaties kunnen tot 2030 aansluitingen op het elektriciteitsnet alleen gerealiseerd worden als er lokale oplossingen met een 0-netcapaciteit gerealiseerd worden (energievragers en aanbieders bij elkaar te clusteren) of door een lokale energieopslag te realiseren. GEIS-samenwerking in de provincie. Binnen de samenwerking GEIS biedt de provincie een platform om de opgaven rondom het energiesysteem te bespreken (zie beleidskader provincie voor een onderbouwing van GEIS). Binnen GEIS zijn drie sporen te onderscheiden die parallel lopen aan de gezamenlijke ambitie “Een toekomstbestendig energiesysteem in 2050”: 1 Versnellen van realisatie 2 Prioriteren & programmeren 3 Beter benutten & slimme oplossingen In de periode tot 2030 is er veel schaarste in het energiesysteem en is er weinig ruimte voor nieuwe initiatieven.

De infrastructuuruitbreidingen zijn al concreet gepland en opgenomen in het investeringsplan van de netbeheerders en worden zo snel mogelijk uitgevoerd. In spoor 1 worden deze projecten gemonitord en worden acties ondernomen om zo nodig ruimtelijke procedures te versnellen (vertraging voorkomen) of barrières weg te nemen. Daarnaast worden in spoor 3 alle mogelijke slimme oplossingen geïnventariseerd voor het beter benutten van de huidige capaciteit. In de periode na 2030 is er meer ruimte om vooruit te plannen en projecten in de tijd te programmeren (faseren). En ook de ruimtelijke puzzel te leggen voor de benodigde energie-infrastructuur. We moeten nu al keuzes maken over deze toekomstige periode, zodat er op tijd voldoende capaciteit gerealiseerd kan worden om alle ontwikkelingen mogelijk te maken. In spoor 2 wordt gewerkt aan het proces Integraal Programmeren, met onder andere de volgende vragen: • Hoe zien de wijken van de toekomst eruit? • Waar willen we inzetten op warmtenetten, geothermie, hydrothermie en waterstof ? • Waar moeten de nieuwe onderstations komen?

31

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

• Waar komen de mobiliteitsknooppunten en hoe combineren we deze met werklocaties, duurzame opwek en laadvoorzieningen (ook voor industrieel verkeer)? • Hoe ziet de typologie van onze bedrijven eruit; hoeveel energie vragen en leveren zij en hoe kunnen we dit in kaart brengen? • Waar en hoe kunnen we ruimte reserveren op (indien mogelijk) bestaande en nieuwe werklocaties voor collectieve laadvoorzieningen? • Welke rol kunnen Smart Energy Hubs (SEH’s) vervullen bij deze ontwikkelingen? Dit proces levert een energievisie op het energiesysteem 2040-2050, inzicht in de energievraag en het energieaanbod van alle sectoren en opgaven gecombineerd met de benodigde energie-infrastructuur (capaciteit en ruimteclaim). En een prioriteitenlijst met belangrijke energie-infrastructuurprojecten (provinciaal MIEK). Het provinciaal MIEK komt tot stand door een brede maatschappelijke afweging en wordt door de netbeheerders opgenomen in hun investeringsplannen. 4.2.3

(Circulaire) economie De Groene Metropoolregio is een stedelijk knooppunt met een ondernemend en innovatief ecosysteem voor het mkb. De ambitie van de regio is zich nog verder te ontwikkelen als Groene Metropoolregio van nationale én internationale betekenis, als circulaire topregio van ons land en Europa. Alleen is er momenteel in de regio sprake van een enorme krapte op de arbeidsmarkt, met name in onze innovatieve topsectoren energy, health en hightech. Hiervoor hebben we een breed gedragen Human Capital Akkoord opgesteld en werken we nu aan de lange termijn borging en de uitvoering hiervan. De topsectoren zijn momenteel, samen met logistiek, goed voor ongeveer 30% van de bedrijven en 50% van de banen. Onze regio kent ook een meer dan gemiddelde werkgelegenheid in de zorg en overheidssector. Met name in de zorg is de arbeidsmarkt krap; innovaties binnen deze sector moeten helpen om op termijn de krapte op te lossen. Deze sectoren zijn belangrijk en leggen niet altijd een ruimtelijke claim op werklocaties. De Groene Metropoolregio heeft een groeiende bevolking. We zetten in op het meer in balans brengen van wonen en werken (wat op een positieve manier ook bijdraagt aan onze mobiliteits¬opgave) en meer ruimte voor economische activiteiten en arbeidsplaatsen. Concreet: de ruimtevraag van werken moeten we ook meenemen bij de ruimtevraag van onze groeiende bevolking.

Dit zorgt voor een betere balans tussen wonen en werken en hierdoor kunnen de huidige en toekomstige bewoners ook werken binnen de eigen regio. Om zo ook de pendel naar andere regio’s te verminderen. Goede, toekomstbestendige werklocaties zijn belangrijk voor de economie in de Groene Metropoolregio. Het is daarom belangrijk dat werklocaties zo zijn ingericht dat bedrijven er goed kunnen ondernemen, nu en in de toekomst. Daarnaast zien we dat werklocaties een belangrijke rol spelen in het behalen van onze doelstellingen ten aanzien van de energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie en biodiversiteit. De Groene Metropoolregio heeft onlangs – op basis van onderzoek - bouwstenen verzameld voor een nieuwe economische koers, die moeten leiden tot een toekomstbestendige economie in 2040 (Economie van de Toekomst). We doen daarin een voorstel voor 5 à 6 thema’s, die samen invulling geven aan de gewenste ontwikkelingsrichting van de economie, binnen de ambities en contouren van de huidige Regionale Agenda. Zie daarvoor onderstaand figuur. Aanvullend op het thema Netcongestie (zie paragraaf 4.3.2) lichten we de 6 thema’s in deze paragraaf toe.

32

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

Afbeelding 5: Zes thema’s binnen Economie van de Toekomst

Algemene uitgangspunten Economie van de Toekomst In onze economische koers is een aantal uitgangspunten van belang: 1 Economische ontwikkeling concentreert zich met name op onze topsectoren health (zorg), hightech, energy en het brede mkb. Logistiek is randvoorwaardelijk voor alle sectoren en we blijven daarop inzetten. 2 Economische ontwikkeling is zoveel mogelijk circulair. 3 De ontwikkeling van de regionale economie is gebaseerd op de principes van ‘brede welvaart’. 4 De Groene Metropoolregio gaat voor gebalanceerde economische groei. Regionaal inkomen (materiële welvaart) is hierbij niet meer dominant, maar onderdeel van een breder geheel. Ook de impact op mens (welzijn van inwoners) en omgeving (milieu) worden meegewogen en afgewogen in de ontwikkeling van de economie. 5 Economische ontwikkeling vraagt om ruimte. Het gebruik hiervan is slim en duurzaam. Dat betekent: eerst kijken naar bestaande ruimte; en dan pas naar nieuwe ruimte. Waar mogelijk is het ruimtegebruik zoveel mogelijk meervoudig. 6 Ruimtelijke kwaliteit staat voorop in de (door- of her)ontwikkeling van werklocaties.

Op basis van deze uitgangspunten hebben wij de economische koers uitgewerkt in onderstaande thema’s. Herstructurering en verdichting Zorgvuldig ruimtegebruik ligt aan de basis van de groene groei-ambities van de Groene Metropoolregio. Behoud van de werklocatiefunctie en optimalisatie van het ruimtegebruik van onze bestaande werklocaties is hierbij belangrijk. Zo zorgen we ervoor dat het juiste bedrijf zich op de juiste plek kan vestigen en ontwikkelen we nieuwe locaties alleen als dat echt nodig is. Het heeft de voorkeur dat toekomstige ruimtevraag eerst op bestaande terreinen wordt gefaciliteerd en pas als dat niet mogelijk is, er nieuwe (uitleg)locaties in beeld komen. Voor herstructurering is schuifruimte nodig om bestaande bedrijven naar andere terreinen te verplaatsen om de achtergebleven locaties te kunnen herstructureren en intensiveren. Herstructurering en intensivering moeten daarom gelijktijdig worden opgepakt. Integraal onderdeel van deze opgave is een kwaliteitsverbetering van de werklocaties. Samengevat willen we inzetten op: • Behoud en groei van het aantal banen passend bij de bevolking in de regio. Dit vraagt niet per direct om compensatie van meters op werklocaties, omdat de doelstelling is bestaande terreinen te intensiveren. • Regionale afspraken over herstructurering van bestaande voorraad, zodat niet alle ruimtevraag bij nieuwbouw terechtkomt.

• Ruimtewinst behalen op nieuw aan te leggen terreinen en herstructurering van werklocaties door gezamenlijke faciliteiten en planologische sturing.

33

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

• De juiste bedrijven naar de juiste plaats brengen; strijdig gebruik op werklocaties tegen gaan om zo ruimte voor bedrijven te creëren en informele werklocaties inzetten om schuifruimte te creëren. • Herstructurering van bestaande voorraad opnemen in een nieuw RPW. Circulariteit Ruimte voor circulaire activiteiten is belangrijk en nodig om onze ambities als circulaire topregio waar te kunnen maken en optimaal te kunnen bijdragen aan deze maatschappelijke opgave. Een deel van de circulaire activiteiten zijn al onderdeel van de reguliere bedrijvigheid in de regio. Ruimte voor hogere milieucategorieën (hmc: milieucategorie 4.1 en hoger) is nodig om bedrijven die hinder veroorzaken voor hun omgeving, te kunnen huisvesten of te verplaatsen. Omdat de ruimte voor hmc-activiteiten beperkt is, is selectiviteit in type bedrijf en locatie noodzakelijk. Rijk, provincies en enkele gemeenten werken aan het opstellen van een beleidslijn voor grote ruimtevragers, onder de noemer, Grip op grote bedrijfsvestigingen (GRIP). Provincies hebben van het Rijk de opdracht gekregen om zoekgebieden te identificeren voor grootschalige ruimtevragers vanaf vijf hectare, waaronder logistiek en hoge milieucategorie bedrijvigheid.

In het kader van Economie van de Toekomst zijn lijnen uitgezet ten aanzien van transformatie van werklocaties (naast grote ruimtevragers gaan we in op hoge milieucategorie en watergebonden bedrijvigheid). Deze zullen nader worden uitgewerkt in het RPW. Samengevat willen we inzetten op: • Koesteren en behouden van hmc-locaties. Hiervoor maken wij regionale afspraken in het volgende RPW. Inzet is een inspanningsplicht voor gemeenten om hmc-locaties te behouden bij transformatie. • Meer inzicht in de ruimtevraag circulair: welke bedrijven zijn hier gevestigd, welke locatie-eigenschappen hebben zij en welke toekomstige ruimtebehoefte valt er hierbij te verwachten? • Prioritering van de circulaire opgave; welke type circulaire activiteiten willen we faciliteren in de regio? Logistiek Logistiek is een basisvoorwaarde voor een economisch vitale en leefbare regio. De logistieke sector is tenslotte noodzakelijk om alle sectoren effectief en efficiënt te laten functioneren en ervoor te zorgen dat bedrijven en consumenten hun producten en diensten ontvangen. Een feit is dat de logistieke opgave groeit en daarnaast speelt logistiek een belangrijke randvoorwaardelijke rol bij andere opgaven in de regio zoals de energietransitie, verstedelijking, groene groei en bewuster gebruik van ruimte.

Ruimte voor logistiek is dus noodzakelijk, maar dit moet echt slimmer en duurzamer en daar waar mogelijk bijdragen aan verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Samengevat willen we inzetten op: • Lokale logistiek; wij zetten in op de ontwikkeling van stadsdistributiehubs (cityhubs) aan de rand van de stad. • Lokale en regionale logistiek; wij creëren ruimte voor regionaal gevestigde logistieke bedrijven, waardoor schuifruimte ontstaat op bestaande werklocaties voor onder andere cityhubs. Voor de uitbreidingsruimte kijken we naar locaties geclusterd rondom bestaande werklocaties en nabij de snelwegen. • Bovenregionale logistiek; wij blijven ruimte bieden voor de activiteiten van bestaande logistieke ondernemers. Voor ondernemers buiten de regio bieden we alleen ruimte als zij aantoonbare ondersteunende (logistieke) opgaven vervullen ten behoeve van de topsectoren health, hightech en energy. Nieuwe uitbreiding voor bovenregionale logistiek positioneren we binnen de bestaande logistieke knooppunten (Knoop EMZ en Knoop 38). Hoeveel ruimte daarvoor nodig is, onderzoeken we in het traject rondom het nieuwe RPW. Het Rijk vraag provincies ook om ruimte voor grootschalige ruimtevragers (GRIP). • Uitgifte logistieke kavels vraagt ook om voorzieningen.

34

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

• Nieuwe ruimte zetten we zo efficiënt mogelijk in (ruimtewinst in de uitgifte van nieuwe logistieke kavels). • Bovenstaande punten worden verder uitgewerkt en hier worden regionale afspraken over gemaakt in een nieuw RPW. Investeren in ruimte voor campussen en innovatiemilieus De campussen in de Groene Metropoolregio zijn een magneet voor talent, ondernemerschap en investeerders. Dit zorgt voor innovatieve bedrijvigheid op deze bijzondere werklocaties. Het zijn ook dé plekken waar (jong) talent wordt opgeleid en waar onderzoek en valorisatie leidt tot innovaties met maatschappelijke impact. Voor een duurzame economische ontwikkeling en het innovatieve vermogen van de regio is het van belang dat de positie van de campussen verder wordt versterkt in zowel economisch als ruimtelijk opzicht. Dat betekent dat er regionaal aandacht nodig is voor het faciliteren van voldoende ruimte voor innovatieve bedrijvigheid in onze health-, hightech- en energyecosystemen én dat er op de bestaande campussen samen met het Rijk en de provincie (meer) geïnvesteerd moet worden. Samengevat willen we inzetten op: • Ruimte voor ontwikkeling is cruciaal voor de verder groei van het innovatieve ecosysteem op en rond de bestaande campussen en op innovatieve werklocaties in de regio. Daarom moeten we bestaande ruimte op campussen en werklocaties slim benutten en waar mogelijk uitbreiden.

• Een optimale en duurzame bereikbaarheid van de campussen op fiets en met openbaar vervoer is noodzakelijk. • Voorzieningen zijn nodig om de levendigheid en aantrekkelijkheid van de campussen en de ruimte daaromheen te versterken.

Tot slot: Naar een nieuw RPW De uitgangspunten uit het onderzoek Economie van de Toekomst vertalen we door in een nieuw RPW. In een integrale afweging maken we eerst een opdracht voor de nieuwe RPW. Op 1 januari 2025 moet er een nieuw RPW liggen.

Afbeelding 6: Verhaallijn 2; Ordenende netwerken voor klimaat, energie en (circulaire) economie

35

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

Samenvatting Rond de thema’s klimaat, energie en (circulaire) economie is op dit moment veel in beweging. En alle ontwikkelingen hebben een impact op de ruimte en het ruimtegebruik. Wat betreft klimaat levert de Groene Metropoolregio op diverse manieren een bijdrage aan het terugdringen van de CO2-uitstoot. Vaak hebben deze maatregelen een stevige impact op het ruimtegebruik. We werken hier onder meer aan via de RES. De geringe capaciteit op het elektriciteitsnet (Netwerkcongestie) is inmiddels een beperkende factor geworden voor ruimtelijke ontwikkelingen en vormt een ernstige bedreiging voor het behalen van onze doelen. We hebben als stedelijk knooppunt een mooie uitgangspositie met een ondernemend en innovatief ecosysteem voor het mkb. De ambitie van de regio is zich nog verder te ontwikkelen als Groene Metropoolregio van nationale én internationale betekenis, als circulaire topregio van ons land en Europa. Om dat te bereiken werken we aan toekomstbestendige en duurzame werklocaties (herstructurering, circulariteit en logistiek), investeren we in campussen en gaan we een nieuw, toekomstbestendig RPW maken. Wat is hiervoor nodig? Klimaat/energie • Herijking van de RES met als doel een betere verhouding in de opwek van energie door zon en wind waardoor het energienet minder belast wordt. • Structurele financiering van RES-taken.

• Verankering van de RES in het omgevingsbeleid en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het realiseren van de RES-doelen. • We werken aan een regionale programmering van de energie-infrastructuur. De programmering doen we in samenhang met de programmering op Gelderse schaal en vormt daarmee de input voor het programma GEIS. Vanuit dit programma wordt ook de verbinding gelegd met de programmering van het landelijk netwerk. • Versnellen van ruimtelijke procedures om aanleg van energie-infrastructuur mogelijk te maken. • Samen met de netbeheerder worden de kansen voor het gebruik van waterstof in de industrie die niet makkelijk kan elektrificeren (cluster 6) verkend. We brengen in beeld wat er nog wel aan ontwikkelingen mogelijk is met de bestaande restcapaciteit van de onderstations en hoe zich dat verhoudt tot onze plannen tot 2030. Op basis hiervan gaan we lokale maatwerkoplossingen ontwerpen, financieringsafspraken maken, programmeren en uitvoeren. • Afwegingsruimte voor de provincie en netbeheerder is nodig om te kunnen prioriteren bij aansluitingen op het energienet. (Circulaire) economie • We vertalen de uitgangspunten voor de Economie van de Toekomst in een nieuw RPW. In het nieuwe RPW zullen net als in het huidige RPW afspraken worden opgenomen over de ontwikkeling van kantoren en detailhandel.

• Bij de realisatie van terreinen voor logistieke activiteiten onderzoeken we de mogelijkheden om daarbij lokale, regionale en bovenregionale logistiek slim te combineren. • We ontwikkelen een visie op onze circulaire economie, passend bij onze regionale kracht en behoefte. We doen in het kader van het nieuwe RPW onderzoek naar de vestigingseisen voor circulaire bedrijvigheid in onder andere de hoge milieucategorieën en naar mogelijkheden om deze te huisvesten.

36

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

4.3

Derde verhaallijn: Leefbare dorpen en steden Zorgvuldig ruimtegebruik ligt aan de basis van de groene groei-ambities van de Groene Metropoolregio. In dit perspectief gaan we in op: 1 Woonopgave 2 Mobiliteitsopgave 3 Recreatie en toerisme 4 Voorzieningen zoals scholen, zorg en cultuur 5 Erfgoed

4.3.1

Wonen De woonopgave tot 2030 ligt vast in de Woondeals. De opgave voor de periode daarna hebben we in de Verstedelijkingsstrategie ook al benoemd, zonder al definitief locatiekeuzes vast te leggen. Dit geeft ons de gelegenheid om de zoekgebieden nog goed af te wegen, bijvoorbeeld op de effecten voor water en bodem.

Woondeal 2.0 In 2020 zijn gemeenten binnen de Groene Metropoolregio, provincie Gelderland en het Rijk een langjarig partnerschap aangegaan voor een beter werkende woningmarkt. Aanleiding was het feit dat de Groene Metropoolregio in de top 3 van regio’s in Nederland stond met het hoogste woningtekort, de woonopgaven bovengemiddeld waren en de uitvoering onder druk stond. Concrete resultaten van Woondeal 1.0 zijn: een regionale woningmarktmonitor, uitbreiding van plancapaciteit, toevoeging van nieuwe locaties en gebieden, ombuiging naar meer betaalbare programma’s, een circulaire impactladder, extra handen en expertise via flexpools en aanjagers. Alle partijen hebben extra middelen beschikbaar gesteld voor toevoeging van nieuwe woningen en gebiedsontwikkelingen. De Rijksbijdragen aan woningbouw in deze regio tellen in afgelopen drie jaar op naar ongeveer €400 miljoen. Dit betreft cofinanciering voor gebiedsontwikkelingen en de bouw van 19.320 woningen. Lokale en regionale overheden, marktpartijen en corporaties investeren een veelvoud. We zijn er nog niet. Het in 2022 uitgevoerde regionale woningbehoefteonderzoek herbevestigt dat de woonopgave het lokale niveau overstijgt; versterkte samenwerking tussen regio(gemeenten), provincie en Rijk is nodig voor een passende bijdrage van iedere gemeente aan deze opgave.

Voor het langjarig toevoegen van voldoende woningen, ruimtelijk goed ingepast binnen het concept ‘meer landschap, meer stad’ blijft ieders inzet en betrokkenheid noodzakelijk. Rijk, provincie en gemeenten hebben in de Woondeal 2.0 onder andere afgesproken dat we gaan voor: • Realisatie van de woningbouwopgave als bouwsteen en binnen de kaders van de Verstedelijkingsstrategie. • Een woningtekort van 2% wordt door overheden als gezond beschouwd. Daarom zetten we in op de bouw van zo’n 55.000 woningen richting 2040. Conform de Woondeal moeten er minimaal 33.000 woningen tot en met 2030 gerealiseerd worden. We sturen daarbij echter op 38.000 woningen tot en met 2030. Zo vullen we de behoefte van 42.000 woningen grotendeels in, die blijkt uit recent woonbehoefteonderzoek. We zetten waar mogelijk in op realisatie en versnelling. Daarvoor is invulling van bredere randvoorwaarden voor gebiedsontwikkeling noodzakelijk. Als dit niet gebeurt zal het woningtekort op een (te) hoog niveau blijven. • Realisatie van ongeveer 20.000 van deze woningen in drie grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties: Nijmegen Stationsgebied, Nijmegen Kanaalzone en Spoorzone Arnhem-Oost en 17.000 woningen in de zeventien andere focusgebieden. • Ophoging van de woningproductie van 3.300 naar zo’n 3.700 woningen per jaar, onder andere door inzet op flexwoningen en ruimte voor alternatieve woonvormen.

37

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

• In lijn met de nationale doelstelling (vergroting van de beschikbaarheid van woningen voor mensen met lage en middeninkomens, waaronder veel starters) zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor aandachtsgroepen en een evenwichtige spreiding daarvan over de gemeenten (bron: Woondeal 2.0 Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen); 30% sociale huur, 2/3 betaalbaar. • Realisatie van circulaire ambities: 50% circulair bouwen in 2030, 100% in 2050. Daarnaast voldoen aan de klimaatambities van het Parijsakkoord. Momenteel telt de Groene Metropoolregio tot en met 2030 een voldoende omvangrijke harde en zachte planvoorraad. Op grond hiervan is het realiseren van 33.000 woningen tot en met 2030 haalbaar. Het vraagt een blijvende intensieve samenwerking van Rijk, provincie en gemeenten, samen met corporaties en marktpartijen. Per opgave zijn de hoofdactiviteiten voor de uitvoering door Rijk, provincie en gemeenten aangegeven. In lijn met de Verstedelijkingsstrategie is het overgrote deel van de planvoorraad binnen steden of dorpen voorzien. Totale inzet is randvoorwaardelijk voor slagen Woondeal Bij de Woondeal zien partijen in dat het realiseren van de doelstellingen ambitieus is, afhankelijk is van veel factoren en in het huidige tijdsgewricht onder druk staat.

In de Verstedelijkingsstrategie en bijbehorende bestuurlijke afspraken (van november 2022) zijn bij de ambities randvoorwaarden benoemd over het toevoegen van 100.000 woningen in beide regio’s tot 2040. Ook in het provinciale bod (per brief aan de minister) zijn randvoorwaarden benoemd, als voorloper op de afspraken met het Rijk. Deze randvoorwaarden gelden ook voor de realisatie van deze Woondeal (en breder): • Investeringen in bereikbaarheid • Financiering van onrendabele toppen • Voldoende ambtelijke capaciteit • Voldoende stikstofruimte • Voldoende netcapaciteit op het elektriciteitsnet Met de Woondeal 2.0 zien de partijen het belang in van het invullen van deze randvoorwaarden voor het effectief uitvoeren van de afspraken. Daarbij is continuïteit en versterking van de uitvoeringsorganisatie essentieel om de gewenste ontwikkelingen uit deze Woondeal te realiseren. Onderzoek naar onrendabele toppen De realisatie van de woonambitie kan alleen als we (Rijk, provincie, gemeenten) gezamenlijk de onrendabele top financieren. De ontwikkeling van betaalbare woningen is namelijk complex door de verschillende ambities die samenkomen, uitdagingen op het vlak van infrastructuur en parkeren etc. Bovendien hebben we met elkaar een aantal ambities afgesproken: betaalbaar, groen, duurzaam met aandacht voor leefbaarheid.

We hebben aan Fakton gevraagd om een eerste beeld van de investeringskosten op te stellen die gemoeid zijn met het integraal realiseren van de Verstedelijkings– strategie. Op basis van referentieprojecten en kengetallen is een inschatting gemaakt van verwachte investeringskosten. De kosten voor het realiseren van woningen drukken wij uit als een tekort per woning. Dit tekort per woning omvat de kosten voor de realisatie van de gebiedsontwikkeling en nadrukkelijk niet de kosten voor bijvoorbeeld een schaalsprong in de infrastructuur op provinciaal niveau (onderdeel van bouwsteen Mobiliteit). Voor het bepalen van de gemiddelde onrendabele top per woning beschouwen wij de kosten en opbrengsten die optreden bij de gebiedsontwikkeling. Hierbij wordt voornamelijk binnen het plangebied gekeken en spelen de traditionele grond– exploitatiekosten voor de gebiedsontwikkeling een belangrijke rol als het gaat om de te maken kosten.

38

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

Om te komen tot een gemiddelde onrendabele top per woning zijn diverse bronnen meegenomen, waarbij rekening is gehouden met toerekenbaarheid. Op basis van deze aannames komt het totale tekort op ongeveer €700 miljoen bij 60.000 woningen. Een deel is hiervan recentelijk door het Rijk gefinancierd (onder andere Woningbouwimpuls (WBI) en investeringen in grootschalige woningbouwgebieden). Investering ambtelijke capaciteit woningbouw en gebiedsontwikkeling Een groter bouwvolume betekent dat gemeenten meer plannen moeten ontwikkelen. Dit kost ambtelijke capaciteit waaraan het in veel gemeenten ontbreekt. De Groene Metropoolregio heeft in april 2023 een eerste inventarisatie uitgevoerd onder de 18 gemeenten. Daaruit blijkt een behoefte aan ongeveer 50-60 fte extra. Als je dit kapitaliseert, betekent dit een financiële behoefte van ongeveer €4-5 miljoen aan extra capaciteit om bouwplannen verder te ontwikkelen. Het gaat dan om diverse vacatures, zoals planeconomen, projectleiders, verkeerskundigen en stedenbouwkundigen.

De Woondeal 2.0 voor de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen is op 8 maart 2023 ondertekend. Hiermee bestendigen Rijk, provincie en regio(gemeenten) de samenwerking voor een gezondere woningmarkt. Met deze afspraken draagt de regio bij aan een derde deel van de Gelderlandse woningbouwopgave. Uniek aan de Woondeal in Arnhem-Nijmegen is dat deze niet alleen gaat over woningen bouwen. Het gaat ook over het beter benutten van bestaande woningen, circulariteit en wonen met welzijn en zorg. 33.000 woningen toevoegen Tot en met 2030 komen er in de regio minimaal 33.000 woningen bij. Een belangrijk deel van deze woningen komt op de grootschalige woningbouwlocaties Arnhem Spoorknoop-Oost, Stationsgebied Nijmegen en Kanaalzone-Zuid in Nijmegen. Ook in de andere gemeenten komt er extra inzet voor verschillende woningbouwlocaties. Met corporaties en marktpartijen onderzoekt de regio kansen in de bestaande woningvoorraad om snel meer woningen te krijgen. 30% sociale huur in elke gemeente Belangrijk in de nieuwe Woondeal-afspraken is de overeenkomst tussen de gemeenten dat elke gemeente een gelijke bijdrage levert aan de huisvesting van aandachtsgroepen. Dan gaat het bijvoorbeeld om mensen met een zorgvraag of mensen die dakloos dreigen te worden. Iedere gemeente zet zich daarom in voor 30% sociale huur bij nieuwbouw. Ook is de regio landelijke koploperregio ‘Een thuis voor iedereen’.

Dit houdt in dat wordt gewerkt aan wijken en buurten waar ook mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag lang zelfstandig kunnen wonen. Bovengemiddelde inzet nodig De bouw van meer woningen en van meer betaalbare woningen vraagt een stevige inzet van alle partijen. Er zijn voldoende bouwmogelijkheden. Maar; de bouwkosten stijgen, stikstof belemmert bouwmogelijkheden, personeelstekorten spelen op veel plaatsen. Rijk, provincie en gemeenten bundelen hun krachten om deze problemen op te lossen. De Woondeal helpt om dan belemmerende regelgeving op te lossen. Ondersteuning van corporaties en bouwbedrijven De woningcorporaties en bouwers in de regio ondersteunen de ambities zoals vastgelegd in de Woondeal.

39

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

4.3.2

Mobiliteit De regio heeft de keuze gemaakt om mensen in de Groene Metropool te laten reizen op de slimste en schoonste manier. Dit is nodig om te anticiperen op de groei van mobiliteit (mede door de woningbouw en de groei van de economie) en te werken aan de klimaatopgave, stikstofopgave en het verbeteren van de luchtkwaliteit. In november 2022 maakten het Rijk, de provincies Gelderland en Utrecht, 3 waterschappen en de Groene Metropoolregio en Regio Foodvalley bij het BO MIRT verstedelijkingsafspraken voor de bouw van 100.000 woningen tot 2040. Wij benutten en versterken bij het bouwen van nieuwe woningen de groene kwaliteiten van de regio’s, bijvoorbeeld door vooral binnenstedelijk en bij OV-knooppunten te bouwen. Meer woningen, meer inwoners én meer bedrijvigheid betekent ook een (forse) groei van de mobiliteit. Een belangrijke voorwaarde om bij te dragen aan het oplossen van het woningtekort is verbetering van de bereikbaarheid, met focus op slimme en schone mobiliteit. Zonder extra investeringen zijn de nieuwe woningen letterlijk en figuurlijk onbereikbaar. Dat blijkt ook uit de Mobiliteitsanalyse Verstedelijkings¬strategie die in opdracht van het Rijk, de provincies Gelderland en Utrecht en beide regio’s is uitgevoerd.

De conclusies zijn: • De woningbouwopgave heeft grote gevolgen voor de bereikbaarheid van de Groene Metropoolregio en Regio Foodvalley. • De huidige infrastructuur staat nú al onder druk en kan deze woningbouwopgave (en toename van bedrijvigheid) niet aan. • De wegen lopen vast en de huidige capaciteit voor fietsverbindingen en openbaar vervoer is (ook) niet toereikend. • Voor deze woningbouwopgave is een forse bereikbaarheidsambitie nodig, die is te vergelijken met die in de Randstad of Brainport Eindhoven. • Om de groei van het aantal verplaatsingen aan te kunnen, is op vele fronten een schaalsprong nodig voor openbaar vervoer, fiets en in sommige gevallen voor weg. Hierbij gaat het om verbindingen tussen stedelijke netwerken, internationaal met Arnhem Centraal en om ontsluiting van deze stedelijke netwerken op regionale schaal. Uit de analyses blijkt dat het stedelijke wegennet vastloopt door de toevoeging van nieuwe woningen en de autonome groei van het verkeer. Om dit te voorkomen, zijn investeringen nodig in met name openbaar vervoer, fiets en hubs en flankerend beleid van lagere overheden. Een belangrijk punt is dat openbaar vervoer, fiets en hubs ook moeten worden versterkt, in termen van capaciteit en kwaliteit. Er is een forse investering in de infrastructuur voor het openbaar vervoer nodig. Daarnaast kan slechts van

40

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

hoogwaardig openbaar vervoer – gericht op ontsluiting van bestaande en nieuwe woongebieden – sprake zijn als de frequentie van het openbaar vervoer op stedelijke corridors wordt vergroot door te investeren in duurzame modaliteiten. Dit kan uitvoering krijgen via het stimuleren en investeren in lopen, de fiets (SFR), hoogwaardig openbaar vervoer, (regionaal) spoor én door in te zetten op aanvullende (flankerende) mobiliteitsopgaven. Door bijvoorbeeld de realisatie van (stadsrand)hubs, deelmobiliteit, strenger parkeerbeleid, verlagen snelheid en verminderen van rijstroken, belasten we het wegennet minder en verminderen we het ruimtebeslag in steden en dorpen. Zo zijn en blijven bestaande en nieuwe woningen bereikbaar. Een belangrijk aandachtspunt is dat het afschalen van het autogebruik alleen kan als er alternatieven zijn gerealiseerd. • Aandachtspunt zijn de specifieke OV-maatregelen en fietsverbindingen die nodig zijn. Wij willen meer inzetten op goede fietsverbindingen (SFR) in onze regio, goede openbaar vervoersverbindingen en goede (inter)nationale en regionale spoorverbindingen (personen) en stadsrandhubs. Samen met de gemeenten willen we vooral inzetten op aanvullende mobiliteitsmaatregelen zoals parkeerbeleid, aanpassen snelheid en verminderen rijstroken, realisatie van (stadsrand)hubs, deelmobiliteit, fietsvoorzieningen (parkeren) en loopbeleid.

De consequenties voor het mobiliteitsnetwerk zijn nog niet volledig in beeld voor wat betreft bedrijvigheid, werklocaties en bedrijfsverplaatsingen. Dit moet in samenhang met de bouwsteen Economie nader worden uitgewerkt. Hierbij leggen wij de verbinding met het RPW.

41

Investeringen nodig In het BO MIRT 2022 maakten wij al een aantal goede afspraken over bereikbaarheidsinvesteringen voor met name de ontsluiting van de grootschalige woningbouwlocaties. Maar er is meer nodig. De afgelopen jaren hebben we op basis van de Mobiliteitsanalyse Verstedelijkingsstrategie een scherp beeld gekregen wat daarvoor nodig is, inclusief bijbehorende investeringen. De volgende prioritaire mobiliteitsmaatregelen komen naar voren: • Aanleg doorfietsroute VeluweWaalpad tussen Arnhem, Elst en Nijmegen; een hoogwaardige doorgaande fietsroute noord-zuid stedelijk gebied ArnhemElst-Nijmegen, inclusief extra fietsbrug over de Rijn. • Aanleg doorfietsroute Arnhem-Huissen; doorfietsroutes tussen Arnhem en Huissen en tussen Huissen en Kronenburg. • Verbetering van de hoogwaardig openbaar vervoersverbinding tussen Nijmegen en Druten, onder andere door kwaliteitsimpulsen van openbaar vervoersknooppunten en het verbeteren van openbaar vervoershaltes. • Een uitgewerkt pakket aan regionale mobiliteitsmaatregelen, die nodig zijn voor het realiseren van ruimtelijke plannen en om de regio bereikbaar te houden. In de komende periode hopen we verregaande afspraken te kunnen maken over het pakket aan overige noodzakelijke maatregelen. • Wij houden vast aan eerder gemaakte Verstedelijkingsafspraken: − A15/A12: doortrekking van de A15 en verbreding A12.

Hierbij is ook een bijbehorend mobiliteitspakket essentieel. Een mobiliteitspakket om meer inzicht te krijgen in de mogelijke mobiliteitsmaatregelen rondom de A15/A12, met name als deze niet doorgaat of als er forse vertraging in de realisatie ontstaat. Een aantal projecten/processen gaan door, los van het project VIA15. De primaire vraag is welke extra projecten er nodig zijn of welke projecten we sneller kunnen realiseren. In overleg met Rijk en provincie willen we zoeken naar een nadere (extra) invulling van mogelijke maatregelen die bijdragen aan een betere bereikbaarheid van het gebied. − A50: aanpassen/verbreden Paalgraven-Bankhoef-Ewijk en een strategische agenda met gebiedsgerichte mobiliteitsaanpak voor de corridor A50 Nijmegen-Eindhoven. − RegioExpres van en naar de Achterhoek. − MIRT-onderzoek naar de corridor Utrecht-Arnhem-Duitse grens (A12). − MIRT-onderzoek naar de inpassing van de vrije kruising Spoorzone Arnhem-Oost (is in voorbereiding).

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

− Goederen Routering Noord Oost Europa. Het Nut en Noodzaak-onderzoek voor GNOE in Oost-Nederland start medio mei 2023 (afspraak met staatssecretaris 14 november 2022). Vanuit de verstedelijkingsopgave is een samenhang te zien tussen wonen, werken en het mobiliteitsnetwerk (Rijk-provincie-gemeenten/regio). De Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA) van het Rijk heeft duidelijk gemaakt dat er nog gezamenlijke uitdagingen liggen in de regio. Hierbij spelen de mobiliteitstransitie en verduurzaming een belangrijke rol. Rijk en regio spreken af om samen het proces te starten om te komen tot een netwerkanalyse 2030-2040 voor de Groene Metropoolregio en Regio Foodvalley. De analyse kan plaatsvinden na de afronding van een of meer onderzoeken van Rijk en regio naar emplacement, vrije spoorkruising in Arnhem-Oost en spoorcorridor Utrecht-Arnhem. Tussen Rijk en regio vindt in 2023 alvast afstemming plaats over het bereik en de methode, waarbij in ieder geval wordt meegenomen: • de brede, multimodale bereikbaarheidsopgave; • de verstedelijkingsopgave van de Groene Metropoolregio en Regio Foodvalley; • de effecten van de groei van het aantal woningen en de economie op de bereikbaarheid van de regio en de samenhang met regionale en nationale mobiliteitsnetwerken.

4.3.3

Recreatie en toerisme Voor de leefbaarheid in steden en dorpen is het belangrijk dat inwoners op een duurzame manier recreëren, zeker als er meer woningen en meer inwoners bij komen. Een goede recreatieve infrastructuur trekt toeristen van buiten wat de vitaliteit van de toeristische sector en de economie van en voorzieningen in steden en dorpen ten goede komt. Het versterken van natuur en landschap, zoals beschreven in hoofdstuk 3, draagt bij aan de recreatiemogelijkheden. Dit gaat niet vanzelf. Recreatie en vooral intensieve recreatie en natuur(herstel) staan soms op gespannen voet met elkaar. Een belangrijke randvoorwaarde voor groei in balans is daarom dat we goed kijken waar we welke recreatiemogelijkheden willen versterken en creëren, en hoe we deze mogelijkheden goed over de regio kunnen spreiden. We willen daarom het huidige recreatieve gebruik in de Groene Metropoolregio in beeld brengen en dit vergelijken met de behoefte in de toekomst, ook in combinatie met nieuwe woningen en meer inwoners. Dan wordt helder welke (combinatie) kansen er zijn om recreatie te versterken. Daarbij denken we concreet aan het versterken en verbinden van recreatieve routestructuren en verhaallijnen. Vooral voor de verhaallijnen Romeinen, Tweede Wereldoorlog en

42

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

Leven met het water zien we kansen om deze op regionaal en provinciaal niveau verder te brengen. Daarnaast hebben we in de Groene Metropoolregio relatief veel korte (voedsel)ketens. Dat is ook vanuit recreatief oogpunt interessant: streekproducten en fiets- en wandelroutes langs allerlei soorten voedselproductie. We willen deze korte ketens in kaart brengen en kijken hoe we dit als recreatief product beter in de markt kunnen zetten. Dit vraagt, boven op de investeringen die nodig zijn voor de versterking van natuur en landschap, om een extra investering. Ten eerste om in beeld te brengen waar wat nodig en handig is. Ten tweede om natuur en landschap ook daadwerkelijk zo in te richten dat inwoners en bezoekers op een passende manier kunnen recreëren, met respect voor natuur en landschap en herstel daarvan. 4.3.4

Veiligheid, gezondheid en overige voorzieningen Bij een groeiende bevolking is het belangrijk dat er genoeg ruimte is voor meegroeien van voorzieningen die onze steden en dorpen leefbaar houden. Ook veiligheid en een gezonde leefomgeving zijn een continu aandachtspunt. Een goed leefmilieu, met onder andere de aspecten geluid en luchtkwaliteit, is dan ook een belangrijke afweging bij het maken van ruimtelijke keuzes. Provincie en gemeenten pakken deze opgave, op verschillende manieren, gezamenlijk op. Deels doen we dat onder de vlag ‘Bruisende binnensteden, krachtige kernen’ dat bij verschillende opgaven van de Groene Metropoolregio, in samenwerking met de provincie is belegd. Op het gebied van voorzieningen op cultureel gebied hebben we inmiddels ook een stevige samenwerking opgezet tussen regio en provincie.

Cultuur In de Groene Metropoolregio hebben we een bloeiende culturele keten. Cultuurregio 025 is een sterk en hecht netwerk van opleiding, productie en presentatie voor alle kunstvormen: theater, muziek, dans, film, letteren, beeldende kunst, vormgeving en mode. Iedere keten is zo sterk als de zwakste schakel; zonder (cultuur)educatie, geen cultuurminnend publiek en geen kweekvijver voor talent. Zonder talent, geen aansprekende, vernieuwende culturele uitingen. En zonder dit alles geen excellentie. Wij willen dat amateurgezelschappen onze dorpskernen en steden leefbaar en levendig houden. We vinden het belangrijk dat elk Gelders kind zich kan ontplooien. We willen dat makers kunst kunnen blijven maken en cultuur, ons erfgoed en onze culture instellingen toegankelijk houden voor iedereen. Op dit moment zetten we met de uitvoering van het Transformatievoorstel Cultuur, samen in op: • Investeren in de lokale, bovenlokale en regionale infrastructuur De 18 gemeenten investeren elk in hun culturele infrastructuur. Bijvoorbeeld als het gaat om cultuureducatie en amateurkunst als belangrijke voedingsbodem voor het topsegment. De gemeenten Arnhem en Nijmegen hebben hierin een bijzondere rol: zij investeren fors in de grote culturele voorzieningen die een regionale en bovenregionale uitstraling hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=75d57159-e9cb-4782-884f-2ad91276517c