1 - Ontwerp woonzorgwelzijnvisie Doesburg 2024-2028
Tekst van het document
Pagina 53 van 61
Woonzorgwelzijnvisie Doesburg 2024-2028 (definitief concept 2.0)
5.3
Naslagwerk
De volgende documenten zijn met een hyperlink in de tekst opgenomen: Nr.
Document
1
Woningbehoefteonderzoek Doesburg 2022-2040
2
Woondeal GMR 2.0
3
Toekomstvisie Doesburg 2040
4
Een thuis voor iedereen
5
Beleidskader huisvesting internationale werknemers GMR
6
Verstedelijkingsstrategie Arnhem Nijmegen – Foodvalley
7
Circulaire Impactladder
8
Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie
9
Doesburg Energieneutraal 2050
10
Regionaal woonbehoefteonderzoek 2022-2040
11
Home - Waarstaatjegemeente.nl - cijfers en statistieken van gemeenten
12
Huisvestingsopgave Wonen met zorg Liemers
13
Inclusieagenda
14
Nieuwe koers sociaal domein
15
Regionale Adaptatie Strategie Achterhoek
Een samenvatting van de inhoud van de naslagwerken: 1. Woningbehoefteonderzoek Doesburg 2022-2040 In opdracht van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen heeft Companen een regionaal woonbehoefteonderzoek uitgevoerd. De gemeente Doesburg heeft een verdieping op dit onderzoek laten doen waarmee de uitkomsten en de opgaven voor Doesburg worden uitgewerkt op het niveau van de vier wijken in de gemeente. Het regionale woningmarktonderzoek levert al de nodige uitkomsten op kern- en wijkniveau op. In deze rapportage worden de uitkomsten op wijkniveau verder uitgewerkt zijn enkele vervolg analyses uitgevoerd om te komen tot een volwaardige rapportage over de gemeente. De gemeente Doesburg wil méér woningen bouwen dan alleen vanuit de lokale woonbehoefte naar voren komt. De gedachten gaan daarbij uit naar woningen die nodig zijn om ook vestigers aan de stad te binden en daarmee tot een meer evenwichtige samenstelling van de bevolking te komen. Dit streven is in eerder uitgevoerd onderzoek naar de sterke en zwakke punten van Doesburg als actiepunt naar voren gekomen, en is inmiddels als ambitie opgenomen in de Toekomstvisie Doesburg 2040. Dit onderzoek geeft een nadere duiding van deze uitkomsten en de opgaven voor de gemeente en voor de wijken binnen Doesburg.
Pagina 54 van 61
Woonzorgwelzijnvisie Doesburg 2024-2028 (definitief concept 2.0)
2. Woondeal GMR 2.0 De gemeenten binnen de Groene Metropoolregio, Gemeente Arnhem, Gemeente Nijmegen, Provincie Gelderland en het Rijk - via de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening - werken samen aan de woningmarktopgaven in de Groene Metropoolregio. In 2020 zijn gemeenten binnen de Groene Metropoolregio, provincie Gelderland en Rijk een langjarig partnerschap aangegaan voor een beter werkende woningmarkt. Aanleiding was de constatering dat de regio in de top 3 van regio’s met het hoogste woningtekort stond, de woonopgaven bovengemiddeld zijn en de uitvoering onder druk staat. Het regionale woningbehoefteonderzoek herbevestigt dat de woonopgave het lokale niveau overstijgt; versterkte samenwerking tussen regio(gemeenten), Provincie en Rijk is nodig ten behoeve van een passende bijdrage van iedere gemeente aan deze opgave. Landelijk is sindsdien de opgave steeds manifester geworden. Nationaal wordt daarom ingezet op de bouw van 900.000 woningen tot en met 2030, met als streven dat hiervan minimaal 2/3 deel betaalbaar is. In vervolg op deze nationale ambitie zijn bestuurlijke afspraken gemaakt tussen het Rijk en de provincie Gelderland over de realisatie van 100.000 woningen tot en met 2030. Dit krijgt nadere invulling via deze woondeal. Het partnerschap is eerder vastgelegd in de woondeal uit 2020.
Marktpartijen en woningcorporaties hebben hun ondersteuning hierbij uitgesproken. Daarmee is een constructieve samenwerking van de grond gekomen die heeft gezorgd voor gezamenlijke focus en commitment van alle partijen. Om gezamenlijk verder te werken aan de gestelde ambities actualiseren en concretiseren de betrokken partijen nu de bestaande afspraken. We hebben te maken met een bovengemiddelde opgave, en dat vraagt ook om een bovengemiddelde inzet. Dit kan alleen gehaald worden als Rijk, provincie en gemeenten gezamenlijk, en samen met onze partners, de komende jaren stevig en gericht blijven sturen. Dit betekent zoveel mogelijk barrières wegnemen en, als het tegenzit, met elkaar bedenken hoe we onze ambitie dan wel kunnen halen. Wanneer de benodigde gezamenlijke inzet niet wordt gerealiseerd, worden de gestelde doelen niet gehaald; noch in betaalbaarheid, noch in kwaliteit of aantallen. De woondeal moet de basis zijn om de komende jaren de noodzakelijke extra inzet te kunnen garanderen. Deze inzet bestaat onder andere uit het leveren van extra capaciteit en expertise, het beschikbaar stellen van subsidieregelingen, en het doen van ondersteunende investeringen voor de brede ruimtelijke investeringen die nodig zijn om de groei van de regio in goede banen te leiden. Een woondeal, met de organisatie die daarbij hoort, is randvoorwaardelijk voor deze extra inzet. 3.
Toekomstvisie Doesburg 2040
Dat Doesburg een mooie, historische stad is met een prachtige ligging hoeven we niemand uit te leggen. Dat bewijst ook het groeiend aantal toeristen dat naar Doesburg komt. Doesburg is een levendige, bijzondere stad, die het ook op financieel gebied goed doet. Daar zijn we trots op. Maar waar willen we naar toe met Doesburg? En wie of wat is Doesburg eigenlijk precies? Die vraag heeft de gemeenteraad van Doesburg zichzelf gesteld tijdens de vorming van de Toekomstvisie Doesburg 2040. De zefde vraag is ook breed in Doesburg gesteld. Daarnaast wordt gekeken hoe Doesburg functioneert binnen de regio. Het maken van duidelijke, breed gedragen keuzes is van groot belang. Dit helpt bij het vinden en onderbouwen van de juiste focus. Zowel voor de gemeentelijke organisatie als de maatschappelijke partners. De raad heeft bureau Berenschot de opdracht gegeven een toekomstvisie samen met de raad te ontwikkelen. Op basis van een Nota van bevindingen s uiteindelijk tot een Toekomstvisie gekomen. Na een lang en intensief proces heeft de gemeenteraad van Doesburg op 30 juni 2021 de Toekomstvisie van de gemeente Doesburg vastgesteld. De visie ‘Doesburg Duidelijk Duurzaam Door’ wordt de komende periode verder uitgewerkt in een handelingsperspectief, verdere toespitsing op de regionale oriëntatie en verbetering en stroomlijning van de ambtelijke organisatie.
Dit alles uiteraard in nauwe samenspraak met onze inwoners, organisaties en de gemeenteraad. Hiermee is de eerste belangrijke stap voor de toekomst van Doesburg gezet. 4.
Een thuis voor iedereen
Het programma ‘Een thuis voor iedereen’ heeft als doel te zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor alle aandachtsgroepen, met een evenwichtige verdeling over gemeenten en met de juiste zorg, ondersteuning en
Pagina 55 van 61
Woonzorgwelzijnvisie Doesburg 2024-2028 (definitief concept 2.0)
begeleiding. Om dit doel te realiseren maken rijk, provincies, gemeenten en corporaties afspraken over bouw, toewijzing en ondersteuning. Specifiek gaat het om: ➢
Afspraken die ertoe leiden dat er tot en met 2030 in totaal 900.000 woningen worden gebouwd, waarvan 350.000 huur- en koopwoningen voor mensen met een middeninkomen en 250.000 sociale huurwoningen (2/3 betaalbaar wonen). Dit laatste met oog voor de behoefte aan passende woningen voor mensen met een laag inkomen, waaronder aandachtsgroepen zoals dak- en thuisloze mensen en statushouders;
➢
Het toewerken naar meer balans in de woningvoorraad, met een streven naar 30 procent sociale huurwoningen. Dit betekent dat bij de nieuwbouw van sociale huurwoningen, gemeenten met minder dan 30 procent sociale huur, in de bestaande woningvoorraad moeten bijdragen aan dit streven. Gemeenten die al (ruim) boven het streven zitten, kunnen minder sociale huurwoningen bouwen. Voor het bouwen van betaalbare woningen kunnen zij zich concentreren op middeninkomens;
➢
Prestatieafspraken waarbij in iedere regio gekomen wordt tot een betere balans in de woningvoorraad, wat gemonitord zal worden. Gemeenten moeten in het uiterste geval gehouden kunnen worden aan het toewerken naar het streven naar meer evenwicht en daartoe krijgen provincies een wettelijke interventiemogelijkheid. Aangaande de huisvesting van aandachtsgroepen binnen gemeenten gaat het om: o
Het opstellen van een integrale woonzorgvisie door iedere gemeente voor alle aandachtgroepen en ouderen;
o
Het opstellen van een verordening door alle gemeenten, waarmee zij met voorrang woningen toewijzen aan dak- en thuisloze mensen, uitstromers uit intramurale instellingen en sociaal en medisch urgenten;
o
Het inrichten van een ondersteuningsstructuur om lokaal en regionaal te helpen bij de invulling van de opgave;
➢
Mocht blijken dat ondanks bovenstaande aanpak er gemeenten zijn die zich blijven onttrekken aan deze afspraken, dan zal het ministerie van BZK een percentage vastleggen dat als norm gaat gelden voor toewijzing aan specifieke aandachtsgroepen
5.
Beleidskader huisvesting internationale werknemers GMR
Internationale werknemers (arbeidsmigranten) zijn de onzichtbare kracht van onze economie. Helaas worden zij niet altijd onder goede omstandigheden gehuisvest. Zo ook niet in de Groene Metropoolregio Arnhem – Nijmegen. Het gaat hierbij met name om de internationale werknemers die minder hoog geschoold zijn en daarmee lager betaald werk verrichten, met name afkomstig uit de Midden-, Oost- en soms Zuid-Europese landen (het beleidskader gaat nadrukkelijk niet over de positie van de hoog opgeleide ‘expats’). De 18 gemeenten van de GMR slaan de handen ineen om samen voldoende huisvesting van goede kwaliteit voor internationale werknemers die in de regio werken te faciliteren. Met deze ambitie willen de regiogemeenten internationale werknemers een goed vestigings- en leefklimaat bieden. Het tekort aan goede en veilige huisvesting van internationale werknemers leidt tot meerdere problemen in onze regio. Allereerst leidt ondermaatse huisvesting tot gezondheids- en veiligheidsrisico’s voor de internationale werknemer zelf en tot overlast voor omwonenden. Hierdoor komt de (ervaren) leefbaarheid (in voornamelijk de bebouwde kom) onder druk te staan.
Een bijkomend probleem is dat, doordat werkgevers (al dan niet genoodzaakt) en huisjesmelkers (al dan niet bewust) woningen opkopen om daar internationale werknemers in te huisvesten, de beschikbaarheid van betaalbare woningen voor andere inwoners van onze regio in het gedrang komt. Daarnaast is voldoende aanbod van huisvesting voor internationale werknemers een cruciale vestigingsfactor dat internationale werknemers doet besluiten al dan niet in onze regio de handen uit de mouwen te steken. En hun inzet is van groot belang om de economie van onze regiogemeenten in de benen te houden, vooral in die sectoren waar veel internationale werknemers werken. De Economische Transformatie Monitor (een tool dat het extra benodigd aantal werknemers inschat), geeft aan dat onze regio tot 2030 in totaal 85.000 tot 117.000 nieuwe werknemers nodig heeft. Dit is voornamelijk vervangingsvraag als gevolg van vergrijzing. Het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden is nodig om internationale werknemers aan onze regio te blijven te binden. Maar de belangrijkste reden voor de regio om nu over te gaan op een regionaal beleidskader, is dat het gaat om mensen. Mensen die huis en haard verlaten om in onze regio tijdelijk werk te verzetten. Zij verdienen het, net als alle andere inwoners van onze regio, om goed en veilig in onze regio te kunnen wonen.
Hoe lang iemand in onze regio werkt of waar hij of zij vandaan komt, speelt daarin geen rol. Pagina 56 van 61
Woonzorgwelzijnvisie Doesburg 2024-2028 (definitief concept 2.0)
6.
Verstedelijkingsstrategie Arnhem Nijmegen – Foodvalley
Voor acht deelgebieden in de regio Arnhem Nijmegen en Foodvalley worden de ontwerpprincipes toegepast om de gezamenlijke doelen en ambities te realiseren én om te bepalen welke randvoorwaarden voor leefomgeving, mobiliteit, economie en wonen daarvoor ingevuld moeten worden. Waarom gebiedsuitwerkingen? Het verstedelijkingsconcept, inclusief ontwerpprincipes voor de bouwstenen leefomgeving, mobiliteit, economie en wonen, is gemaakt op het schaalniveau van de regio’s Arnhem-Nijmegen en Foodvalley. De ontwerpprincipes worden toegepast in een gebied waar iedere m2 al een bestemming heeft, terwijl daaraan onder meer 5.000 hectare ‘meer landschap’, 100.000 woningen, extra ruimte voor de transitie naar natuurinclusieve landbouw en ruimte voor een-baan-per-nieuwe-woning worden toegevoegd. Dat vraagt om gebiedsgericht onderzoek naar de keuzes die het toepassen van de ontwerpprincipes met zich meebrengen en welke randvoorwaarden moeten worden ingevuld. In de acht deelgebieden worden de grote abstracte opgaven concreet, want juist in de context van een specifiek gebied kunnen de opgaven rond de aanwezige en gewenste kwaliteiten en ambities ‘tastbaar’ worden gemaakt. Deze gebieden zijn: ➢
De sleutelgebieden Spoorzone Arnhem-Oost, Foodvalley-Zuid en Nijmegen-West. Deze sleutelgebieden overlappen gedeeltelijk met de grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties waarin tweederde van de woningvraag moet landen.
➢
De overige deelgebieden Foodvalley-Noord (onderdeel van de grootschalige NOVEX woningbouwlocatie Foodvalley), Liemers, Middengebied, Rijk van Nijmegen en Veluwe.
De acht deelgebieden worden de komende jaren met elkaar en in samenhang uitgewerkt. Deze onderzoeksagenda biedt daarvoor houvast; per deelgebied zijn de belangrijkste onderzoeksvragen, de hoofdopgaven per bouwsteen met onderliggende opgaven en een aanzet voor oplossingsrichtingen met bijbehorende maatregelen gegeven. De kaarten geven een indicatieve ruimtelijke impressie, maar de tekst per gebiedsuitwerking is leidend. De gebiedsuitwerkingen agenderen de opgaven waar partijen in een deelgebied op korte en lange termijn samen aan willen werken. Het draait daarbij nadrukkelijk niet enkel om woningbouw, maar om het integraal onderzoeken en realiseren van de ambities voor de vier samenhangende bouwstenen. De gebiedsuitwerkingen spelen in op nieuwe ontwikkelingen en inzichten die met de jaren ontstaan. Daarmee zijn ze dynamisch en, beginnend met de onderzoeksagenda, agenderend voor de regionale samenwerking in de Verstedelijkingsstrategie tussen gemeenten, regio’s, provincies, waterschappen en het Rijk. De gebiedsuitwerkingen vormen daarmee een belangrijk houvast voor het lokale omgevingsbeleid en zijn gebiedsgerichte input voor het verstedelijkingsprogramma met het Rijk. Via het BO Leefomgeving en/of BO MIRT kunnen daar afspraken uit voortkomen die doorwerking hebben naar investeringen en inzet van regio en Rijk.
Tussen de Verstedelijkingsstrategie en de op inhoud direct samenhangende processen en projecten, zoals het Nationaal Programma Landelijk Gebied en de Regionale Energie Strategieën, vindt inhoudelijke afstemming plaats. 7.
Circulaire Impactladder
De Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen heeft de Circulaire Impactladder gelanceerd, die helpt bij het realiseren van de Woondeal-afspraken. Deze ladder sluit aan én loopt vooruit op de landelijke normeringen van circulair bouwen. Met de ladder kunnen partijen bepalen hoe circulair woningbouwplannen zijn. Ook biedt het praktische handvatten voor de implementatie in elke fase van het bouwproces. De Circulaire Impactladder bestaat uit een rekentool (in Excel) waarmee nieuwbouwwoningen en woningbouwprojecten kunnen worden gescoord op circulariteit, het #watdan. Deze rekentool is voorzien van een handleiding die is bijgesloten in de bijlage. Daarnaast geeft de Circulaire Impactladder handvatten voor implementatie, het #hoedan. Daarmee worden opdrachtgevers geholpen om circulariteit mee te nemen in hun uitvraag.
Pagina 57 van 61
Woonzorgwelzijnvisie Doesburg 2024-2028 (definitief concept 2.0)
8.
Deltaplan Ruimtelijke adaptatie
In het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie staan alle projecten en maatregelen die ervoor gaan zorgen dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. In het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie zijn zeven ambities opgenomen. Hierin staat hoe gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk het proces van ruimtelijke adaptatie willen versnellen en intensiveren. De overheden werken met elkaar samen in 45 werkregio’s. Voor ruimtelijke adaptatie is het inzicht hebben in de kwetsbaarheid voor weersextremen en klimaatverandering dé basis. Daarom brachten gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk samen met betrokkenen de kwetsbaarheden in hun gebied in kaart. Dat gebeurde met zogeheten stresstesten. Sinds 2020 worden de resultaten van de stresstesten gedeeld op het Kennisportaal Klimaatadaptatie. De stresstesten worden zes jaarlijks herhaald, en daarnaast ook bij nieuwe ontwikkelingen. De risicodialoog is de stap tussen de stresstest en het maken van een uitvoeringsagenda. Tijdens een risicodialoog komen de kwetsbaarheden aan bod voor wateroverlast, hittestress, droogte en overstromingsrisico’s. De deelnemers bepalen samen welke risico’s zij wel of niet acceptabel vinden, maken afgewogen keuzes en komen tot ambities die kunnen worden beschreven in een klimaatadaptatiestrategie.
Het is een proces-op-maat, dat kan bestaan uit meerdere gesprekken met allerlei partijen. Landelijk zijn geen richtlijnen voor de risicodialoog afgesproken; dit is maatwerk per gebied. In alle werkregio’s is de eerste serie risicodialogen inmiddels afgerond. Daarbij maakten ze gebruik van Routekaart Risicodialoog. De route bestaat uit drie stappen: voorbereiden, gesprek voeren en afronden. In uitvoeringsagenda’s staan afspraken over wat, wanneer en door wie wordt uitgevoerd in de periode vanaf 2021. Dat gebeurt per regio; lokaal of op grotere schaal. Het gaat daarbij onder meer om concrete maatregelen, acties gericht op het activeren van andere betrokkenen, borging in beleid en organisatie, bewustwording en nader onderzoek. De meeste werkregio’s zijn bezig met de uitvoeringsagenda en dienen op basis daarvan een aanvraag in voor de Impulsregeling Klimaatadaptatie. Er is een duidelijk toegenomen aandacht voor het onderwerp klimaatadaptatie, mede door klimaatsubsidieregelingen en de risicodialogen met bewoners. Dit geldt vooral voor de werkregio’s met (veel) stedelijk gebied. 9.
Doesburg Energieneutraal 2050
Hoe ziet Doesburg er in 2050 uit? Is de Hoge Linie nog tekenend voor het landschap? Maken we nog lokaal Doesburgse mosterd? Is het eeuwenoude bierhuis nog verwarmd op aardgas of is dat op een andere manier? We denken aan dat wat we waarderen, als we aan de toekomst denken. Dat gaat over onze omgeving, maar ook over die van onze kinderen. Hoe hebben zij het als ze in 2050 volwassen zijn? Die vragen staan centraal als het gaat over klimaatverandering. Als we op zoek gaan naar de antwoorden op deze vragen kijken we meer direct naar hoe we onze energiehuishouding duurzaam gaan inrichten en welke energiebronnen daarvoor nodig zijn. Voor deze vragen en antwoorden maakt de gemeenteraad en het college van de gemeente Doesburg zich sterk. We willen Doesburg toekomstbestendig maken. Daarom stellen we deze routekaart op. Het is een lange termijn visie tot 2050 en bevat tegelijkertijd een uitvoeringsagenda, tot en met 2022. Om substantieel verschil te maken, is versnelling nodig in het verankeren van duurzaamheid in alles wat met energie te maken heeft. De gemeente Doesburg zet de eerste stappen richting een stevige ambitie: energieneutraal zijn in 2050. Daarmee geeft zij antwoord op ontwikkelingen die niet onbeantwoord gelaten kunnen worden. Het zijn afspraken die op verschillende schaalniveaus gemaakt worden, om naar een betere toekomst te werken.
In december 2015 sloten 189 landen een verdrag om verdere opwarming van de aarde tegen te gaan, waaronder Nederland. De landen die het verdrag sloten spraken af: ➢
Dat de maximale gemiddelde temperatuurstijging 2 graden Celsius mag bedragen ten opzichte van het preindustriële tijdperk;
➢
Dat de uitstoot van broeikasgassen en schadelijke stoffen moet verminderen;
➢
Dat zij de negatieve gevolgen van klimaatverandering zullen aanpakken;
➢
Dat zij financieel bijdragen aan het verlagen van de hoeveelheid broeikasgassen en onderzoek doen naar klimaatbestendige ontwikkelingen.
Pagina 58 van 61
Woonzorgwelzijnvisie Doesburg 2024-2028 (definitief concept 2.0)
In 2010 legden de lidstaten van de Europese Unie het 10-jarenplan ‘Europa 2020’ vast. In deze bredere afspraak zijn
onder
andere
afspraken
opgenomen
die
opwarming
van
de
aarde
tegen
moet
gaan.
De
duurzaamheidsdoelstellingen zijn inmiddels verlegd tot ver na 2020. Nederland heeft in deze afspraken de bindende opgave om: ➢
Broeikasgassen in 2040 met 80% gereduceerd te hebben;
➢
In 2040 75% duurzame energie op te wekken;
➢
In 2040 een energiebesparing van 30% gerealiseerd te hebben.
10. Regionaal woonbehoefteonderzoek 2022-2040 In de Groene Metropoolregio werken de gezamenlijke overheden samen aan een beter functionerende woningmarkt. Om vinger aan de pols te houden voor de juiste woning, op de juiste plek, op het juiste moment voeren zij periodiek een regionaal woonbehoefteonderzoek uit. Dit gebeurt steeds na het beschikbaar komen van de actuele WoON-gegevens. In de uitwerking van het woonbehoefteonderzoek werkt de regio nauw samen met de in Woonkr8 georganiseerde woningcorporaties, en betrokken marktpartijen. De actualisatie van het woonbehoefteonderzoek komt op een strategisch belangrijk moment. Met het verschijnen van de Nationale Woon- en Bouw Agenda, ligt er een extra impuls om te komen tot voldoende en voldoende betaalbare woningen. Dit komt samen met de actualisatie van de Woondeal. Het onderzoek moet voor deze trajecten de juiste input opleveren, zodat woonafspraken gemaakt kunnen worden die goed aansluiten op de regionale situatie en die ertoe doen. Naast de regionale uitwerking is ook uitwerking op lokaal niveau een must. Immers de uitwerking van het woonbeleid en vertaling hiervan naar ruimtelijke plannen gebeurt op dat niveau. Goed zicht op de lokale situatie is noodzakelijk, te meer daar discussies over fair share in sociale huur zowel lokale als regionale afwegingen vraagt.
Een goede onderzoeksmatige basis helpt om de discussie hierover te voeren aan de hand van feiten. Companen heeft dit onderzoek uitgevoerd. Zij heeft dit onderzoek opgepakt in samenspraak met een werkgroep met een afvaardiging uit de drie subregio’s en een afvaardiging namens de provincie. Daarnaast zijn uitkomsten getoetst en verdiept in samenspraak met alle gemeenten, corporaties, marktpartijen en provincie. Met het onderzoek wil de regio actuele inzichten krijgen in de woningbehoefte. In het bijzonder is er aandacht voor betaalbaarheid van de huur- en de koopsector. In dit onderzoek wordt inzicht geboden in: ➢
de huidige situatie op de regionale en subregionale woningmarkt;
➢
de opgaven op de woningmarkt naar huur en koop, naar zowel prijsklassen en woningtypes speciale aandacht voor de woningbehoefte in het licht van de Woondeal en de Nationale Woon- en Bouwagenda;
➢
de woonvraag van starters, studenten en bijzondere doelgroepen;
➢
resultaten op korte termijn (tot 2025), middellange termijn (tot 2030) en op de lange termijn (tot 2040).
11. Waarstaatjegemeente.nl Hier vindt u cijfers over alle gemeenten op alle belangrijke beleidsterreinen. Vooral bedoeld voor gemeentelijke beleidsmakers, maar toegankelijk voor iedereen. Dashboards en rapporten maken het makkelijk data over gemeenten te vergelijken. Bovendien kunt u in de database zelf presentaties, grafieken, kaarten en tabellen maken. Voor eigen gebruik, of om te delen. De data zijn afkomstig uit verschillende bronnen, zoals politie, UWV, KVK en CBS 12. Huisvestingsopgave Wonen met zorg Liemers Voor inhoud (en duiding) van dit rapport wordt verwezen naar paragraaf 3.3.1 13. Inclusieagenda We vinden het belangrijk dat iedereen in Doesburg mee kan doen: jong en oud, met welke culturele of sociale achtergrond dan ook. Het maakt niet uit wat iemands opleidingsniveau of beperking is. Waar het wél om gaat is waar ieders talent, kwaliteit en vermogens het best tot zijn recht komen. Dat noemen we ook wel inclusie. Reizen met het openbaar vervoer, naar school gaan, iets leuks doen of solliciteren. Voor mensen met een beperking kan dit een hele opgave zijn. Volgens het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een beperking moet iedereen kunnen meedoen in de maatschappij. Om dit mogelijk te maken hebben wij een lokale inclusie-agenda. Pagina 59 van 61
Woonzorgwelzijnvisie Doesburg 2024-2028 (definitief concept 2.0)
De inclusie-agenda van de gemeente Doesburg bevat speerpunten over toegankelijkheid. Ze geven aan wat Doesburgers met een beperking belangrijk vinden op het gebied van toegankelijkheid en wat volgens hen prioriteit heeft. “Niets over ons, zonder ons”. Om op te halen waar Doesburgers tegenaan lopen heeft een onderzoek plaatsgevonden. Dit hebben we gedaan door middel van vraaggesprekken met inwoners met een ziekte, aandoening of beperking, met lokale ondernemers en met maatschappelijke organisaties. Dit leverde een rapport op waarin prioriteiten worden gesteld. Van de zes levensdomeinen (onderwijs & ontwikkeling, thuis, werk & inkomen, vrije tijd, vervoer en welzijn, gezondheid & ondersteuning) kwamen er drie uit de vraaggesprekken naar voren waarop het meest te verbeteren valt. Namelijk verkeer en vervoer, wonen en huishouden, en vrije tijd. 14. Nieuwe koers sociaal domein In 2015 kregen gemeenten er veel nieuwe taken bij door de decentralisaties in het sociaal domein. Het betrof een overheveling van de verantwoordelijkheid voor alle jeugdzorg, de nieuwe Wmo en de Participatiewet.
In de kadernota voor het sociaal domein ‘Voorsorteren’ die werd geschreven ter voorbereiding op de decentralisaties in het sociaal domein was als doelstelling opgenomen dat bij de uitvoering van deze nieuwe taken begeleiding naar werk, activering, participatie, preventie en eigen verantwoordelijkheid centraal staan. Daarbij dienen mensen zo veel mogelijk te worden toegeleid naar regulier werk en regulier onderwijs. Tevens is het streven om mensen zo lang mogelijk thuis te laten wonen. De decentralisaties zorgden voor een verschuiving van recht op zorg en ondersteuning naar zoveel mogelijk eigen verantwoordelijkheid en zelfstandige participatie. Redenen van het kabinet om taken in het sociale domein te decentraliseren waren: 1.
Het bewerkstelligen van een cultuuromslag: een meer terugtredende overheid en meer verantwoordelijkheid van inwoners, organisaties en ondernemers voor de publieke zaak.
2.
Het streven naar kwaliteitsverbeteringen: meer samenwerking met een integrale aanpak van problemen in het sociaal domein door middel van één gezin, één plan, één regisseur.
3.
Kostenbesparingen: het recht op bepaalde voorzieningen werd vooral met de nieuwe Wmo en de Jeugdwet vervangen door maatwerk.
Daarbij moest met name worden gekeken naar het vermogen dat mensen hebben om zelf (deels) hun problemen op te lossen. Meer eigen kracht en inzet van het eigen sociale netwerk was het streven en minder medicalisering en minder inzet van individuele voorzieningen. Als aandachtspunten werden destijds in de kadernota genoemd: ➢
Inwoners van Doesburg zullen voor hun zorg- en ondersteuningsvragen steeds meer afhankelijk worden van de kwaliteit van het eigen sociale netwerk en de kwaliteit van de sociale infrastructuur in Doesburg.
➢
Het sociale profiel van Doesburg laat zien dat de vraag naar ondersteuning in het dagelijks leven de komende decennia nog fors zal toenemen als gevolg van de groei van kwetsbare groepen in de samenleving, zoals mensen met gezondheidsproblemen, gezinnen met een laag inkomen en ouderen.
➢
Door de bezuinigingen die tegelijk met de decentralisaties werden doorgevoerd, kan de beoogde kwaliteitsverbetering flink onder druk komen te staan. De transitie en de nieuwe manier van werken zou vooral in de eerste fase wel eens meer geld kunnen kosten in plaats van minder.
➢
Door de decentralisaties worden forse eisen aan de uitvoeringskracht van gemeenten gesteld, zowel bestuurlijk, ambtelijk als financieel. Samenwerking tussen gemeenten wordt daarom als noodzakelijk gezien.
Deze samenwerking werd gevonden in de regio Arnhem, later vormgegeven in de modulaire gemeenschappelijke regeling sociaal domein regio Centraal Gelderland (MGR-SDCG). De lokale uitgangspunten voor het sociaal domein vanaf 2015 zijn als volgt geformuleerd: 1.
We verbinden de verschillende beleidsvelden en zorgen voor een integrale aanpak in een Doesburgse context met maatwerk voor de bewoners.
2.
De vraag van de mensen wordt centraal gesteld en niet het aanbod van zorgaanbieders.
3.
Uitgangspunt is: één gezin, één plan, één hulpverlener/regisseur.
4.
Bij de uitvoering van de taken in het sociale domein staan begeleiding naar werk, activering, participatie, preventie en eigen verantwoordelijkheid centraal. Pagina 60 van 61
Woonzorgwelzijnvisie Doesburg 2024-2028 (definitief concept 2.0)
5.
We streven naar minder bureaucratie en meer sturing op resultaat.
6.
Inwoners worden goed geïnformeerd en betrokken bij het sociale beleid.
Eén van de drie pijlers van de Toekomstvisie Doesburg is de keuze voor een verbindende en versterkende sociale aanpak gericht op het verbeteren van de draagkracht, positie en vitaliteit van inwoners en de stad Doesburg. Dat moet gebeuren langs twee actielijnen: ➢
Actielijn 1: De inzet op preventie en vroegsignalering met als resultaat het voorkomen en verkleinen van de groep Doesburgers met sociale, financiële en psychische problematiek en een effectieve inzet van voorzieningen.
➢
Actielijn 2: Samen bouwen op en aan een krachtige gemeenschap met inzet van betrokken inwoners, organisaties en verenigingen, vrijwilligers en ondernemers. Als ondersteunend mechanisme worden daarbij genoemd: een samenhangende wijkgerichte aanpak.
We willen hier opgavegericht aan werken. Dat wil zeggen dat de maatschappelijke opgave het uitgangspunt is waar diverse partijen samen aan werken. De gemeente is slechts één van die partijen, naast maatschappelijke organisaties, ondernemers, verenigingen en inwoners. Een maatschappelijke opgave wordt altijd integraal ingestoken en verbindt dus meerdere ‘oude’ beleidsvelden. De inhoud staat centraal (nooit de procedure of de regels) en er is een gezamenlijke verantwoordelijkheid om resultaten te behalen. 15. Regionale Adaptatie Strategie (RAS) Achterhoek Door groei van de bevolking en industrialisatie is de behoefte aan energie de afgelopen twee eeuwen sterk toegenomen. Die energie kon gewonnen worden uit turf, bruinkool, steenkool, aardgas en aardolie. Al deze delfstoffen zijn gevormd uit fossiele resten van planten die ooit de aarde hebben bedekt. Daarin zit veel koolstof opgeslagen dat miljoenen jaren geleden is onttrokken aan de atmosfeer en vastgelegd in organische verbindingen. Wanneer deze delfstoffen gebruikt worden als bron van energie komt de koolstof weer vrij in de vorm van kooldioxide. Als gevolg daar weer van stijgt de concentratie aan kooldioxide in de atmosfeer. Kooldioxide (CO2)is een zogenaamd broeikasgas: Als er meer CO2 en andere broeikasgassen in de atmosfeer komen, ontsnapt de warmtestraling minder makkelijk en wordt het warmer.
Gemiddeld is de aarde inmiddels 1 graad warmer dan een eeuw geleden. En omdat er klimaatverschillen op aarde zijn is het in Nederland in diezelfde periode al circa 2 graden opgewarmd. De gevolgen van deze opwarming wereldwijd zijn groot: gletsjers en ijskappen smelten waardoor de zeespiegel stijgt. Orkanen nemen toe in aantal en kracht. Ook het klimaat in Nederland verandert, Er valt meer neerslag en het aantal piekbuien neemt toe in aantal en hevigheid. Maar er komen ook meer periodes van langdurig weinig neerslag, met watertekorten en extreme droogte tot gevolg. En daarmee gepaard neemt ook het aantal hittegolven toe. Er is wereldwijd consensus dat de opwarming beperkt moet blijven tot 1,5 a 2 graden in 2050. Dat kan alleen als we stoppen met het uitstoten van broeikasgassen en energie gaan gebruiken uit duurzame bronnen zoals biogas en elektriciteit gewonnen met windturbines, zonnepanelen en waterkracht. Deze energietransitie noemen we klimaatmitigatie. In Nederland zijn overheden, energieleveranciers en inwoners al flink aan de slag. In zogenaamde Regionale Energie Strategieën (RES) wordt uitgewerkt hoe iedere regio de gestelde doelen gaat halen. In het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie (2018) is afgesproken dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust moet zijn ingericht.
Een opgave waarvoor de coördinatie is ondergebracht bij de Deltacommissaris in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Het echte werk moet echter plaatsvinden in de 40 werkregio’s. Daarin werken gemeenten, waterschappen en provincies samen om de opgaven voor hun regio in beeld te brengen en een strategie uit te werken om de regio klimaatbestendig en waterrobuust te maken: we hebben het dan over de Regionale Adaptatie Strategie. De Achterhoek heeft in 2018, 2019 en 2020 drie extreem droge zomers meegemaakt. Met veel schade in landbouw, natuur, landschap en cultuurhistorische monumenten. Er wordt hierdoor een breed gedragen urgentie gevoeld om het bodem- en watersysteem in de Achterhoek+ anders in te richten en anders te gebruiken. Er is een Programmaplan Aanpak Droogte in de Achterhoek opgesteld, waarin Doesburg participeert.
.
Pagina 61 van 61