ZIENSW reactienota OP Gammelkeresweg 4 Deurningen
Tekst van het document
Ook de cumulatieve effecten zijn betrokken bij de beoordeling. Hierbij is onder meer gekeken naar de bestaande situatie in de omgeving, de onderlinge afstanden tussen woonfuncties en de ruimtelijke spreiding van de ontwikkeling. Hieruit volgt dat geen sprake is van een zodanige concentratie of intensivering dat dit leidt tot onaanvaardbare effecten voor de omgeving. Gelet op het voorgaande is de gemeente van oordeel dat de ruimtelijke onderbouwing zorgvuldig en volledig is en dat de relevante belangen op evenwichtige wijze zijn afgewogen. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot het niet vaststellen van het besluit tot wijziging van het omgevingsplan. 5 Strijd met provinciaal en gemeentelijk beleid Reclamant stelt dat het plan strijdig is met provinciaal en gemeentelijk beleid. Zowel de provincie Overijssel als de gemeente Dinkelland geven in hun beleid aan dat nieuwe ontwikkelingen zorgvuldig moeten worden ingepast en dat kernkwaliteiten van het landschap behouden moeten blijven. Het gemeentelijke beleid “Buitengebied met kwaliteit” vraagt om balans en behoud van landschappelijke en cultuurhistorische waarden, hetgeen volgens reclamant niet het geval is bij deze uitbreiding.
Gemeentelijk standpunt Op grond van de Omgevingswet dient de gemeente te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de ruimtelijke kwaliteit, landschappelijke waarden en een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast gelden vanuit de Omgevingsverordening Overijssel instructieregels ter bescherming van de kernkwaliteiten van het landschap.
22
In paragraaf 4.2.1 van de plantoelichting is het initiatief expliciet getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel en de bijbehorende instructieregels uit de Omgevingsverordening. Uit deze toetsing volgt dat het plan past binnen het provinciale beleidskader. Hiernaar wordt volledigheidshalve verwezen. Het plan is gericht op het herstellen en versterken van de ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het erf en het omliggende landschap. In de huidige situatie is sprake van een verrommeld erf, waarbij de historische erfstructuur en landschappelijke samenhang zijn aangetast door de aanwezigheid van landschapsontsierende bebouwing en een niet-historische inrichting van het erf. Door het slopen van de stallen aan de voorzijde van de boerderij wordt de kenmerkende openheid van het voorerf hersteld, met ruimte voor een inrichting zoals die historisch gebruikelijk was, met onder meer een moestuin, boomgaard en kleinschalige bijgebouwen. De achterzijde van de boerderij wordt weer ingericht als functioneel erf, waarbij de bestaande bedrijfswoning wordt verwijderd en vervangen door een bijpassend bijgebouw. Tegelijkertijd wordt de karakteristieke boerderij gerenoveerd en verduurzaamd, waarmee cultuurhistorische waarden behouden blijven. De toevoeging van woonfuncties en de verplaatsing van de bestaande bedrijfswoning maken onderdeel uit van deze integrale kwaliteitsimpuls.
Binnen het bestaande erf zijn geen reële mogelijkheden aanwezig om deze ontwikkeling te realiseren zonder afbreuk te doen aan de historische erfstructuur. Daarom is, in zorgvuldig overleg met het gemeentelijk kwaliteitsteam en adviseurs, gezocht naar een landschappelijk passende locatie. De gekozen locatie op de flank van de Heuveler Esch sluit aan bij de ontstaansgeschiedenis van erven in het essenlandschap, waar bebouwing traditioneel op de overgang van hoog naar laag is gesitueerd en wordt begeleid door groenstructuren. Alternatieve locaties, zoals de noordelijk gelegen maat, zijn vanwege aantasting van de ruimtelijke kwaliteit en praktische beperkingen ongeschikt bevonden. Tevens wordt op de gekozen locatie bestaande landschapsontsierende bebouwing en verharding gesaneerd. Van aantasting van de kernkwaliteiten van het landschap is geen sprake. De open kern van de es blijft behouden, terwijl de ontwikkeling plaatsvindt op een landschappelijk logische en zorgvuldig gekozen locatie. Door de toevoeging van groene structuren, zoals houtsingels, wordt de landschappelijke inpassing versterkt. Het plan sluit daarmee aan bij het gemeentelijk beleid Buitengebied met kwaliteit, waarin het behoud en de versterking van landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden centraal staan.
Tevens wordt invulling gegeven aan de provinciale uitgangspunten van zorgvuldig ruimtegebruik en kwaliteitsverbetering, zoals onder meer vormgegeven in de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. De landschappelijke inpassing en kwaliteitsmaatregelen worden bovendien planologisch geborgd via een voorwaardelijke verplichting in het omgevingsplan. Gelet op het voorgaande is de gemeente van oordeel dat het plan niet in strijd is met de Omgevingsvisie Overijssel, de Omgevingsverordening Overijssel of het gemeentelijk beleid Buitengebied met kwaliteit, maar hier juist invulling aan geeft.
23
Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot het niet vaststellen van het besluit tot wijziging van het omgevingsplan. 6 Conclusie en verzoek Reclamant verzoekt de gemeenteraad het ontwerp-omgevingsplan niet ongewijzigd vast te stellen. Zij vragen het aantal woonfuncties te heroverwegen en te beperken, het plan in lijn te brengen met het eerder vastgestelde beeldkwaliteitsplan en de rust, openheid en cultuurhistorische waarde van het gebied zwaar te laten meewegen. Tevens verzoeken zij om in de verdere procedure te worden gehoord. Gemeentelijk standpunt De gemeente overweegt dat bij de voorbereiding van het omgevingsplan een zorgvuldige belangenafweging heeft plaatsgevonden, waarbij zowel de belangen van omwonenden als de belangen van initiatiefnemer en de ruimtelijke kwaliteit van het gebied zijn betrokken. In de voorgaande beantwoording van de zienswijzen is gemotiveerd uiteengezet dat het plan voorziet in een kwaliteitsverbetering van het erf en het landschap en dat geen sprake is van een onevenredige aantasting van de rust, openheid en cultuurhistorische waarden. Gelet hierop ziet de gemeente geen aanleiding om het aantal woonfuncties te heroverwegen of het plan aan te passen. Ten aanzien van het verzoek om te worden gehoord geldt dat reclamant zijn zienswijze schriftelijk kenbaar heeft gemaakt en deze is betrokken bij de besluitvorming.
Deze reactienota wordt gedeeld met de gemeenteraad. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen heeft de gemeente op 2 april 2026 alle partijen uitgenodigd op het gemeentehuis, met de intentie te onderzoeken of een oplossing kon worden gevonden waarin alle partijen zich konden vinden. Vanwege de uiteenlopende belangen heeft dit niet tot het gewenste resultaat geleid en is geen oplossing bereikt. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om gebruik te maken van het inspreekrecht bij de raadscommissie. De raadscommissie is een openbare commissievergadering die voorafgaat aan de raadsvergadering waarin de gemeenteraad over het plan besluit. Reclamant kan in dat kader zijn zienswijze mondeling toelichten. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot het niet vaststellen van het besluit tot wijziging van het omgevingsplan.
24
3 WIJZIGINGEN Mede naar aanleiding van de zienswijzen en ambtshalve worden de volgende wijzigingen doorgevoerd. Toelichting In hoofdstuk 4 Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg en participatie, zijn in paragraaf 4.1.2 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel 2024, de volgende wijzigingen aangebracht: - artikel 4.6 (toekomstbestendigheid) is toegevoegd; - artikel 4.9 (Ruimtelijke kwaliteit) is tekstueel aangevuld met alle onderdelen van artikel 4.9; - artikel 4.11 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) bij lid 1 is de toetsing aan de onderdelen b en c toegevoegd; - artikel 4.13 (Klimaatrobuust water- en bodemsysteem) is tekstueel aangevuld met de motivering dat de ontwikkeling bijdraagt aan het behoud en het versterken van een klimaatrobuust bodem- en watersysteem. Ook is tekstueel aangevuld hoe de ontwikkeling bijdraagt aan het regionaal perspectief water en bodem dat op deze locatie van toepassing is; - artikel 4.55 (Nationaal Landschap Noordoost-Twente) is tekstueel aangevuld met de toetsing van het landschapstype en de aanvulling op de motivering dat het plan bijdraagt en geen afbreuk doet aan de hoofdkenmerken, structuren en nederzettingsvormen. In hoofdstuk 5 Waterbelang is paragraaf Watervisie 2050 toegevoegd. Dit naar aanleiding van de tekstuele aanvulling van bovengenoemde artikel 4.13 (Klimaatrobuust water- en bodemsysteem).
In deze toevoeging wordt gemotiveerd dat er invulling wordt gegeven aan de Watervisie 2050 van het Waterschap Vechtstromen. Regels In de regels zijn geen wijzigingen aangebracht. Verbeelding In de verbeelding is de bouwaanduiding Karakteristiek iets vergroot omdat deze niet de gehele karakteristieke boerderij omvatte. Bij de digitale ter inzage is dit ambtshalve geconstateerd en verbeterd.
25