Was-wordt Verordening Wmo Dinkelland 2021.pdf
Tekst van het document
Was-wordt tabel Verordening Wmo Dinkelland
Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Dinkelland 2021 VOORWOORD Huidige verordening De raad van de gemeente Dinkelland, ………. ……….. gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, eerste, tweede, derde en zesde lid, 2.1.4a, eerste, tweede, vierde en zesde lid, 2.1.4b, tweede lid, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6, vierde lid en 2.6.6, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015,
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen en reikwijdte Huidige verordening Artikel 1.1 a. Algemeen gebruikelijk: een zaak of een dienst die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, algemeen verkrijgbaar is, niet aanzienlijk duurder dan vergelijkbare producten en die naar geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van de persoon als de aanvrager behoren
Nieuwe verordening De raad van de gemeente Dinkelland, ……. …….. gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, eerste, tweede, derde en zesde lid, 2.1.4a, eerste, tweede, vierde en zesde lid, 2.1.4b, tweede lid, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6, vierde lid en 2.6.6, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en artikel 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015,
Nieuwe verordening Artikel 1.1 a. Abonnementstarief: de hoogte van de maximale bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënt en diens echtgenoot tezamen;
g. Financiële maatwerkvoorziening: een tegemoetkoming in de kosten die rechtstreeks aan de cliënt kan worden uitbetaald en waarvoor geen oordeel wordt gegeven over de kwaliteit, tenzij het gaat om eenvoudige woningaanpassingen of woonvoorzieningen
(Het bepaalde onder artikel 1.1 onder a is vervallen; en nieuwe bepaling is onder a toegevoegd) g. Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten die rechtstreeks aan de cliënt kan worden uitbetaald en waarvoor geen oordeel wordt gegeven over de kwaliteit, tenzij het gaat om eenvoudige woningaanpassingen of woonvoorzieningen
Hoofdstuk 3. Beoordeling van de aanspraak Huidige verordening Artikel 3.1 Algemeen 1. Een cliënt die zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de gemeente Dinkelland kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid en/of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet: a. op eigen kracht; b. met gebruikelijke hulp;
Nieuwe verordening Artikel 3.1 Algemeen 1. Een cliënt die zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de gemeente Dinkelland kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid en/of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet: a. op eigen kracht; b. met een algemeen gebruikelijke voorziening;
Mei 2021
1
Was-wordt tabel Verordening Wmo Dinkelland
c. met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; d. met gebruikmaking van algemene voorzieningen, dan wel e. met algemeen gebruikelijke zaken of diensten, kan verminderen of wegnemen. 3. Een cliënt die ingezetene is van Nederland met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet: a. op eigen kracht; b. met gebruikelijke hulp; c. met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; dan wel d. met gebruikmaking van algemene voorzieningen, kan verminderen of wegnemen. Hoofdstuk 5. Persoonsgebonden budget Artikel 5.1 Algemeen 2. Het college weigert een pgb voor de kosten van een maatwerkvoorziening, welke betrekking heeft op een periode voorafgaande aan de melding van de hulpvraag dan wel de aanvraag, tenzij: a. het college vaststelt dat de melding van de hulpvraag dan wel de aanvraag niet eerder kon worden gedaan; en b. de cliënt aantoont verplichtingen met derden te zijn aangegaan die onherroepelijk zijn; en c. het college tot het oordeel komt dat de betreffende maatwerkvoorziening noodzakelijk is.
Het bepaalde onder artikel 5.1 lid 3 is verplaatst naar artikel 3.2 lid 2 van de nieuwe verordening.
Het bepaalde onder artikel 5.2 lid 5 is verplaatst naar artikel 3.2 lid 3 van de nieuwe verordening.
Mei 2021
c. met gebruikelijke hulp; d. met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; dan wel e. met gebruikmaking van voorliggende of algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. 3. Een cliënt die ingezetene is van Nederland met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet: a. op eigen kracht; b. met gebruikelijke hulp; c. met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; dan wel d. met gebruikmaking van (voorliggende) algemene voorzieningen, kan verminderen of wegnemen. Artikel 3.2 Uitgangspunten maatwerkvoorziening en persoonsgebonden budget 1. Het college weigert een maatwerkvoorziening, al dan niet in de vorm van een pgb, als deze is gerealiseerd: a. vóór de melding van de hulpvraag; b. ná de melding van de hulpvraag maar voordat het college heeft beslist op de aanvraag, tenzij het college de cliënt schriftelijk toestemming heeft verleend.
Artikel 3.2 Uitgangspunten maatwerkvoorziening en persoonsgebonden budget 2. Het college weigert een pgb voor de kosten van een maatwerkvoorziening als de cliënt binnen de budgetperiode opnieuw een aanvraag doet omdat: a. de met het pgb aangeschafte maatwerkvoorziening niet meer bruikbaar of beschikbaar is door aan de cliënt te verwijten omstandigheden; en b. er geen sprake is van gewijzigde omstandigheden. Artikel 3.2 Uitgangspunten maatwerkvoorziening en persoonsgebonden budget
2
Was-wordt tabel Verordening Wmo Dinkelland
Het bepaalde onder artikel 4.7 lid 3 en artikel 5.4 lid 2 is (iets gewijzigd en) verplaatst naar artikel 3.2 lid 4 van de nieuwe verordening. Artikel 4.7 Criteria wonen specifiek 3. De cliënt aan wie een woningaanpassing voor de eigen woning is verstrekt, zorgt voor een opstalverzekering die in voldoende mate de te verzekeren waarde van de woning dan wel de verstrekte woningaanpassing dekt voor het risico van schade. 5.4 Verplichtingen persoonsgebonden budget overig 2. De cliënt aan wie een pgb is toegekend voor het realiseren van een woningaanpassing aan de eigen woning is verplicht om te zorgen voor een opstalverzekering die in voldoende mate de te verzekeren waarde van de woning dan wel de getroffen woningaanpassing dekt voor het risico van schade. Het bepaalde onder artikel 3.2 lid 3 en artikel 5.4 lid 4 is (iets gewijzigd en) verplaatst naar artikel 3.2 lid 5 van de nieuwe verordening. Artikel 3.2 Criteria maatwerkvoorzieningen algemeen 3. De cliënt zorgt voor een afdoende verzekering tegen verlies, diefstal en schade als de verstrekte maatwerkvoorziening wordt meegenomen naar het buitenland.
3. Als de afschrijvingstermijn van een geïndiceerde maatwerkvoorziening, al dan niet aangeschaft met een pgb, is verstreken kan deze door het verstrekken van instandhoudingskosten nog steeds als goedkoopst passende bijdrage worden aangemerkt. Artikel 3.2 Uitgangspunten maatwerkvoorziening en persoonsgebonden budget 4. De cliënt aan wie een woningaanpassing voor de eigen woning is verstrekt (al dan niet in de vorm van een pgb) zorgt voor een opstalverzekering die in voldoende mate de te verzekeren waarde van de woning dan wel de verstrekte woningaanpassing dekt voor het risico van schade.
Artikel 3.2 Uitgangspunten maatwerkvoorziening en persoonsgebonden budget 5. De cliënt zorgt voor een afdoende verzekering tegen verlies, diefstal en schade als de maatwerkvoorziening, al dan niet aangeschaft met een pgb, wordt meegenomen naar het buitenland.
Artikel 5.4 Verplichtingen persoonsgebonden budget overig 4. De cliënt draagt zorg voor een afdoende verzekering tegen verlies, diefstal en schade als de met het pgb aangeschafte maatwerkvoorziening wordt meegenomen naar het buitenland. Hoofdstuk 5. Persoonsgebonden budget Huidige verordening Artikel 5.2 Regels persoonsgebonden budget algemeen Als de afschrijvingstermijn van de geïndiceerde maatwerkvoorziening, al dan niet aangeschaft met een pgb, is verstreken kan deze door het verstrekken van instandhoudingskosten nog steeds als goedkoopst passende bijdrage worden aangemerkt.
Mei 2021
Nieuwe verordening Artikel 5.2 Regels persoonsgebonden budget algemeen 5. Het college verleent geen éénmalige uitkering in geval van overlijden van de cliënt of de budgethouder.
3
Was-wordt tabel Verordening Wmo Dinkelland
Artikel 5.6 Hoogte persoonsgebonden budget overig 4. Het college stelt het pgb voor het realiseren van een woningaanpassing vast op basis van: a. een of meerdere offertes; b. een door het college goedgekeurd programma van eisen; c. eventuele bijkomende noodzakelijke kosten zoals die van een architect en/of legeskosten. Het college kan nadere regels stellen welke kosten in aanmerking kunnen worden genomen. Hoofdstuk 6. Bijdrage in de kosten, kostprijs, ritbijdrage en reserveringstoeslag Huidige verordening Artikel 6.1 Maatwerkvoorziening en persoonsgebonden budget 2. De cliënt met een actueel (gezins)inkomen ter hoogte van 120% van de toepasselijke bijstandsnorm is tot 1 januari 2021 geen bijdrage in de kosten verschuldigd, tenzij het beschermd wonen of opvang betreft. Artikel 6.4 Kostprijs 1. De kostprijs van de maatwerkvoorziening is: a. de huurprijs die het college verschuldigd is aan de aanbieder waaronder eventueel bijkomende kosten zoals instandhoudingskosten; b. de koopprijs die het college verschuldigd is aan de aanbieder (al dan niet naar rato in verband met de economische afschrijftermijn), waaronder eventueel bijkomende kosten zoals instandhoudingskosten; c. in geval van diensten het tarief dat het college verschuldigd is aan de aanbieder;
Hoofdstuk 8. Bestrijding misbruik of oneigenlijk gebruik Huidige verordening Artikel 8.5 Weigeringsgronden persoonsgebonden budget 1. Het college weigert het pgb als: a. er naar oordeel van het college sprake is van oneigenlijk gebruik van de wet vanwege een belangenverstrengeling tussen de budgethouder en de derde
Mei 2021
(Het bepaalde onder artikel 5.2 is verplaatst naar nieuwe artikel 3.2 lid 3; een nieuwe bepaling is onder artikel 5.2 lid 5 toegevoegd) Artikel 5.6 Hoogte persoonsgebonden budget overig 4. Het college stelt het pgb voor het realiseren van een woningaanpassing vast op basis van: a. een door het college goedgekeurd programma van eisen; b. richtprijzen en normen uit Casadata en/of een of meerdere offertes; c. eventuele bijkomende noodzakelijke kosten zoals die van een architect en/of legeskosten. Het college kan nadere regels stellen welke kosten in aanmerking kunnen worden genomen.
Nieuwe verordening Artikel 6.1 Maatwerkvoorziening en persoonsgebonden budget 2. De cliënt met een actueel (gezins)inkomen ter hoogte van 120% van de toepasselijke bijstandsnorm is tot 1 januari 2022 geen bijdrage in de kosten verschuldigd, tenzij het beschermd wonen of opvang betreft. Artikel 6.4 Kostprijs 1. De kostprijs van de maatwerkvoorziening is: a. de huurprijs die het college verschuldigd is aan de aanbieder waaronder eventueel bijkomende kosten zoals instandhoudingskosten; b. de koopprijs die het college verschuldigd is aan de aanbieder (al dan niet naar rato in verband met de economische afschrijftermijn), waaronder eventueel bijkomende kosten zoals instandhoudingskosten; c. in geval van diensten het tarief dat het college verschuldigd is aan de aanbieder; d. in geval van de maatwerkvoorziening collectief vervoer: de kosten die het college verschuldigd is aan de aanbieder.
Nieuwe verordening Artikel 8.5 Weigeringsgronden persoonsgebonden budget 1. Het college weigert het pgb als de budgethouder of diens vertegenwoordiger geen Budgetplan indient of een bespreking van het Budgetplan weigert of, na daartoe te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt.
4
Was-wordt tabel Verordening Wmo Dinkelland
aan wie de budgethouder het pgb wenst te besteden. Onder de derde wordt tevens een aan die derde gelieerde (rechts)persoon verstaan; b. er bij de budgethouder én de derde aan wie de budgethouder het pgb wenst te besteden sprake is van problematische schuldenproblematiek en/of verslavingsproblematiek; c. de budgethouder of diens vertegenwoordiger geen Budgetplan indient of een bespreking van het Budgetplan weigert of, na daartoe te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt. Hoofdstuk 9. Beëindiging, herziening, intrekking en terugvordering Huidige verordening Artikel 9.3 Terugvordering geldswaarde 2. De wijze waarop de terugvordering geïnd wordt, kan verrekening met het pgb zijn of met de uitkering die de cliënt van het college ontvangt voor zijn levensonderhoud op grond van de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of gewezen zelfstandigen. De hoogte van het na verrekening resterende (periodieke) pgb moet in redelijke verhouding staan tot de te compenseren beperkingen. Artikel 9.4 Terugvordering overig 4.
De wijze waarop de terugvordering geïnd wordt, kan verrekening met het pgb zijn of met de uitkering die de cliënt van het college ontvangt voor zijn levensonderhoud op grond van de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of gewezen zelfstandigen. De hoogte van het na verrekening resterende (periodieke) pgb moet in redelijke verhouding staan tot de te compenseren beperkingen.
Mei 2021
Nieuwe verordening Artikel 9.3 Terugvordering geldswaarde 2. De wijze waarop de terugvordering geïnd wordt, kan verrekening zijn met de uitkering die de cliënt van het college ontvangt voor zijn levensonderhoud op grond van de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of gewezen zelfstandigen.
Artikel 9.4 Terugvordering overig 4. De wijze waarop de terugvordering geïnd wordt, kan verrekening zijn of met de uitkering die de cliënt van het college ontvangt voor zijn levensonderhoud op grond van de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of gewezen zelfstandigen.
5
Was-wordt tabel Verordening Wmo Dinkelland
Toelichting Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Dinkelland 2021 Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen en reikwijdte
Huidige toelichting
Nieuwe toelichting
Artikel 1.1 eerste lid aanhef onder a: algemeen gebruikelijk De begripsbepaling is enerzijds van belang om te kunnen beoordelen of de cliënt zijn beperkingen met een zaak of dienst kan oplossen dan wel verminderen. Anderzijds is van belang dat het aannemelijk is dat de cliënt over een (gevraagde) zaak of dienst zou hebben kunnen beschikken omdat die naar geldende maatschappelijke opvattingen tot diens gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon behoort. Zie verder bij artikel 3.1, eerste lid aanhef en onder e, van de verordening. Artikel 1.1 eerste lid aanhef en onder g: financiële tegemoetkoming De Centrale Raad van Beroep heeft het begrip financiële maatwerkvoorziening geïntroduceerd (bijv. CRVB:2018:396). Het gaat in de praktijk vaak om een tegemoetkoming in de kosten aan de cliënt als het college geen volledige maatwerkvoorziening in natura verstrekt (hoeft te verstrekken) of kan verstrekken omdat dit in de uitvoering niet mogelijk is. Bij deze tegemoetkomingen hoeft het college niet in alle gevallen een oordeel te geven over de kwaliteit. Er geldt in ieder geval geen trekkingsrecht zoals bij pgb’s.
Artikel 1.1 eerste lid aanhef en onder a: abonnementstarief Vanaf 1 januari 2020 is het abonnementstarief voor eigen bijdragen in de Wmo 2015 van kracht.
Artikel 1.1 eerste lid aanhef en onder g: financiële tegemoetkoming De Centrale Raad van Beroep heeft het begrip financiële maatwerkvoorziening geïntroduceerd (bijv. CRVB:2018:396). De definitie van maatwerkvoorziening in de wet (art. 1.1.1 Wmo) is naar het oordeel van de CRvB zo ruim dat hieronder ook een financiële tegemoetkoming kan vallen. Het gaat in de praktijk vaak om een tegemoetkoming in de kosten aan de cliënt als het college geen volledige maatwerkvoorziening in natura verstrekt (hoeft te verstrekken) of kan verstrekken omdat dit in de uitvoering niet mogelijk is. Bij deze tegemoetkomingen hoeft het college niet in alle gevallen een oordeel te geven over de kwaliteit. Er geldt in ieder geval geen trekkingsrecht zoals bij pgb’s.
Hoofdstuk 2. Procedureregels
Huidige toelichting
Nieuwe toelichting
Artikel 2.7 Advisering bij melding of aanvraag Eerste en tweede lid Voor de uitvoering van de wet vraagt het college (medisch) advies als het zelf niet ter zake deskundig is. Deze expertise wordt ingekocht bij een externe organisatie ter zake deskundig.
Artikel 2.7 Advisering bij melding of aanvraag Eerste en tweede lid Voor de uitvoering van de wet vraagt het college (medisch) advies als het zelf niet ter zake deskundig is. Deze expertise wordt ingekocht bij een externe organisatie ter zake deskundig.
Hoofdstuk 3. Beoordeling van de aanspraak
Huidige toelichting
Nieuwe toelichting
Artikel 3.1 Algemeen Eerste lid aanhef en onder e Per 1 januari 2020 is het bepaalde onder e opgenomen in de wet. De strekking daarvan is dat er geen compensatieplicht geldt voor diensten, hulpmiddelen,
Artikel 3.1 Algemeen Eerste lid aanhef en onder b Per 1 januari 2020 is het bepaalde onder b opgenomen in de wet. De strekking daarvan is dat er geen compensatieplicht geldt voor diensten, hulpmiddelen,
Mei 2021
6
Was-wordt tabel Verordening Wmo Dinkelland
woningaanpassingen of andere maatregelen die naar hun aard algemeen gebruikelijk zijn (TK 2013/14, 33 841, nr. 3, p. 147-148). Deze wettelijke bepaling is gecodificeerd op basis van de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (zie ook begripsbepaling in de verordening). Dat wil zeggen dat het college niet gehouden is een maatwerkvoorziening te verstrekken als de cliënt zijn beperkingen kan oplossen dan wel verminderen met een zaak of een dienst die voor de cliënt als algemeen gebruikelijk is te beschouwen (vergelijk CRVB:2018:2182, CRVB:2018:1250). De bepaling heeft dan ook als doel te voorkomen dat een zaak of een dienst in de vorm van een maatwerkvoorziening wordt verstrekt waarvan, gelet op de omstandigheden van de cliënt, aannemelijk is dat hij daarover zou (hebben kunnen) beschikken als hij geen beperkingen zou hebben gehad. Een zaak of een dienst is algemeen gebruikelijk als deze: 1. normaal in de handel verkrijgbaar is; en 2. niet specifiek is bedoeld voor mensen met beperkingen; en 3. niet substantieel duurder is dan vergelijkbare producten; en 4. de zaak of dienst voor de persoon als de aanvrager algemeen gebruikelijk kan worden geacht.
woningaanpassingen of andere maatregelen die naar hun aard algemeen gebruikelijk zijn (TK 2013/14, 33 841, nr. 3, p. 147-148). Deze wettelijke bepaling is gecodificeerd op basis van de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. Dat wil zeggen dat het college niet gehouden is een maatwerkvoorziening te verstrekken als de cliënt zijn beperkingen kan oplossen dan wel verminderen met een algemeen gebruikelijke voorziening. De Centrale Raad van Beroep heeft bepaald dat er vier criteria gelden op grond waarvan sprake kan zijn van een algemeen gebruikelijke voorziening (CRVB:2019:3535). Een dienst, hulpmiddel, woningaanpassing of andere maatregel kan als algemeen gebruikelijke voorziening worden aangemerkt als deze: 1. niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking, 2. daadwerkelijk beschikbaar is, 3. een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is, en 4. financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau.
De persoon als de cliënt Een vierde vraag is ter beoordeling aan het college. Namelijk of er op het moment van de aanvraag sprake is van een dienst of zaak die naar geldende maatschappelijke opvattingen tot het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van een persoon als de cliënt (aanvrager) behoort. Hierbij is het inkomen in principe niet van belang (RBARN:2012:BX8032 en CRVB:2018:1250). Bij de structurele kosten van bijvoorbeeld een boodschappendienst kan nog steeds worden gesproken van een algemeen gebruikelijke dienst die voorliggend is op het verstrekken van een maatwerkvoorziening. Dat geldt ook voor personen met een inkomen op het sociaal minimum (bijv. CRVB:2018:2182 en CRVB:2018:3093).
Toelichting artikel 5.1 tweede lid Heeft het college een indicatie voor een maatwerkvoorziening vastgesteld, dan kan het voor komen dat de cliënt het college verzoekt om een pgb met terugwerkende kracht te verstrekken. Vooropgesteld dat wordt voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een pgb gelden de cumulatieve voorwaarden van het tweede lid. Het ligt niet voor de hand dat hier snel met succes een beroep op kan
Mei 2021
Artikel 3.2 Uitgangspunten maatwerkvoorziening en persoonsgebonden budget Eerste lid Heeft het college een indicatie voor een maatwerkvoorziening vastgesteld, al dan niet in de vorm van een pgb, dan kan het voorkomen dat de cliënt het college verzoekt deze met terugwerkende kracht te verstrekken. Dit lid regelt dat het college zo’n verzoek weigert als de maatwerkvoorziening al voor de melding van de hulpvraag is gerealiseerd. Dit geldt ook als de maatwerkvoorziening is gerealiseerd
7
Was-wordt tabel Verordening Wmo Dinkelland
worden gedaan. Verder wordt opgemerkt dat het college in ieder geval niet gehouden is een maatwerkvoorziening, dan wel pgb te verstrekken in het geval de maatwerkvoorziening al is gerealiseerd (CRVB:2017:433).
ná de melding van de hulpvraag, maar voordat het college heeft beslist op de aanvraag, tenzij zij de cliënt schriftelijk toestemming heeft verleend. Verder wordt opgemerkt dat het college in ieder geval niet gehouden is een maatwerkvoorziening, dan wel pgb te verstrekken in het geval de maatwerkvoorziening al is gerealiseerd (CRVB:2017:433).
Toelichting artikel 5.1 derde lid
Tweede lid Ongewijzigd
Toelichting artikel 5.2 Vijfde lid Het kan voorkomen dat de cliënt ná het verstrijken van de budgetperiode opnieuw bij het college een melding doet van een hulpvraag. Tijdens het onderzoek kan blijken dat de beschikbare maatwerkvoorziening die de cliënt met het pgb heeft aangeschaft nog voldoet aan de eisen die daaraan gesteld mogen. Is dat het geval, dan kan het college besluiten om instandhoudingskosten toe te kennen in plaats van een pgb om een nieuwe maatwerkvoorziening aan te schaffen. Dit strekking van dit lid heeft ook betrekking op de maatwerkvoorziening in natura.
Derde lid Het kan voorkomen dat de cliënt ná het verstrijken van de budgetperiode opnieuw bij het college een melding doet van een hulpvraag. Tijdens het onderzoek kan blijken dat de beschikbare maatwerkvoorziening die de cliënt, al dan niet met pgb, heeft aangeschaft nog voldoet aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden. Is dat het geval, dan kan het college besluiten om instandhoudingskosten toe te kennen in plaats van een nieuwe maatwerkvoorziening.
Toelichting artikel 4.7, derde lid Dit lid verplicht de cliënt een opstalverzekering af te sluiten zodat de mogelijke schade middels deze verzekering is gedekt. Deze verplichting geldt ook als aan de cliënt een pgb wordt verstrekt voor de realisatie van een woningaanpassing. Plus: Toelichting 5.4, tweede lid Dit lid verplicht de cliënt een opstalverzekering af te sluiten zodat de mogelijke schade middels deze verzekering is gedekt. Deze verplichting geldt ook als aan de cliënt een woningaanpassing in natura wordt toegekend.
Vierde lid Dit lid verplicht de cliënt een opstalverzekering af te sluiten zodat de mogelijke schade middels deze verzekering is gedekt. Deze verplichting geldt ook als aan de cliënt een pgb wordt verstrekt voor de realisatie van een woningaanpassing.
Toelichting artikel 3.2, derde lid Van de cliënt die een maatwerkvoorziening meeneemt op vakantie naar het buitenland, wordt verwacht dat daarvoor een adequate verzekering wordt afgesloten in geval van verlies, diefstal of schade. Voor zover een derde verantwoordelijk kan worden geacht voor schade, zal de cliënt deze derde aansprakelijk moeten stellen. Dat valt onder de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt. Cliënten die gebruik maken van hulpmiddelen die in natura zijn verstrekt
Vijfde lid Van de cliënt die een maatwerkvoorziening, al dan niet aangeschaft met een pgb, meeneemt op vakantie naar het buitenland, wordt verwacht dat hij een adequate verzekering afsluit tegen verlies, diefstal of schade. Voor zover een derde verantwoordelijk kan worden geacht voor schade, zal de cliënt deze derde aansprakelijk moeten stellen. Dat valt onder de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt. Cliënten die gebruik maken van hulpmiddelen die in natura zijn verstrekt,
Mei 2021
8
Was-wordt tabel Verordening Wmo Dinkelland
kunnen op verzoek bij de leverancier een groene kaart opvragen waarmee ze WAverzekerd zijn. Plus: Toelichting artikel 5.4 vierde lid Net als voor de maatwerkvoorziening in natura, geldt ook ingeval van een pgb dat van de cliënt, die de aangeschafte maatwerkvoorziening meeneemt op vakantie naar het buitenland, wordt verwacht dat daarvoor een adequate verzekering wordt afgesloten in geval van verlies, diefstal of schade. Voor zover een derde daarvoor verantwoordelijk kan worden geacht, zal de cliënt deze derde aansprakelijk moeten stellen. Dat valt onder de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt. Artikel 3.2 Criteria maatwerkvoorzieningen algemeen Tweede lid aanhef en onder a Als de beoordeling van de aanvraag betrekking heeft op een al eerder verstrekte maatwerkvoorziening op grond van deze of hieraan voorafgaande verordeningen en de normale economische afschrijvingstermijn daarvan is nog niet verstreken, dan wordt de aanvraag in beginsel afgewezen. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt als de eerder vergoede of verstrekte maatwerkvoorziening verloren is gegaan door omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen.
kunnen op verzoek bij de leverancier een groene kaart opvragen waarmee ze WAverzekerd zijn.
Artikel 3.3 Criteria maatwerkvoorzieningen algemeen Tweede lid aanhef en onder a Als de beoordeling van de aanvraag betrekking heeft op een al eerder verstrekte maatwerkvoorziening op grond van deze of hieraan voorafgaande verordeningen en de normale economische afschrijvingstermijn daarvan is nog niet verstreken, dan wordt de aanvraag in beginsel afgewezen. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt als de eerder vergoede of verstrekte maatwerkvoorziening verloren is gegaan door omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen. In deze gevallen kan een gehele of gedeeltelijke tegemoetkoming in de veroorzaakte kosten plaatsvinden.
Hoofdstuk 5. Persoonsgebonden budget
Huidige toelichting
Nieuwe toelichting
Niet van toepassing
Artikel 5.2 Regels persoonsgebonden budget algemeen Vijfde lid In art. 9.1, eerste lid onderdeel d van de verordening is bepaald dat het college een aanspraak op een maatwerkvoorziening kan beëindigen in geval van overlijden van de cliënt. In de zorgovereenkomsten hanteert de Svb het overlijden van een budgethouder ook als ontbindende voorwaarde; dit houdt in dat de overeenkomst direct eindigt in geval van overlijden. De Svb wijst cliënten erop met de gemeente contact op te nemen om te overleggen of een eenmalige uitkering tot de mogelijkheden behoort. Het college hanteert in geval van overlijden van de cliënt geen eenmalige uitkering aan de derde die de ondersteuning biedt (dit betreft alle zorgovereenkomsten, dus die met een professionele organisatie, een ZZP-er, iemand uit het sociale netwerk of een partner of familielid). Artikel 5.6 Hoogte persoonsgebonden budget overig
Artikel 5.6 Hoogte persoonsgebonden budget overig
Mei 2021
9
Was-wordt tabel Verordening Wmo Dinkelland
Vierde lid Het realiseren van een woningaanpassing kan door het college niet standaard worden ingekocht. Daarom wordt de hoogte van het pgb vastgesteld op basis van een of meerdere offertes én een programma van eisen. Omdat het niet is uitgesloten dat er meerkosten verbonden kunnen zijn aan het realiseren van een woningaanpassing, kan het college daar nadere regels over stellen.
Vierde lid Het realiseren van een woningaanpassing kan door het college niet standaard worden ingekocht. Daarom wordt de hoogte van het pgb vastgesteld op basis van een programma van eisen, richtprijzen voor woningaanpassingen en/of een of meerdere offertes en eventuele bijkomende noodzakelijke kosten. Het programma van eisen wordt opgesteld door het college, met als vertrekpunt de goedkoopst adequate bouwkundige of woontechnische woonvoorziening. Op basis van dat programma van eisen worden door de gemeente of de cliënt bij verschillende aannemers één of meerdere offertes opgevraagd. Daarnaast kan door het college gebruik worden gemaakt van een programma voor de berekening van de kosten van de woningaanpassing (momenteel wordt gebruik gemaakt van het programma Casadata). Dit programma biedt ook de mogelijkheid om de offertes van de aannemers te toetsen. Omdat het niet is uitgesloten dat er meerkosten verbonden kunnen zijn aan het realiseren van een woningaanpassing, kan het college daar nadere regels over stellen.
Hoofdstuk 6. Bijdrage in de kosten, kostprijs, ritbijdrage en reserveringstoeslag
Huidige toelichting
Nieuwe toelichting
Artikel 6.1 Maatwerkvoorziening en persoonsgebonden budget Tweede lid In dit lid is bepaald dat de zogeheten minima tot 1 januari 2021 geen bijdrage in de kosten zijn verschuldigd.
Artikel 6.1 Maatwerkvoorziening en persoonsgebonden budget Tweede lid In dit lid is bepaald dat de zogeheten minima tot 1 januari 2022 geen bijdrage in de kosten zijn verschuldigd.
Hoofdstuk 8. Bestrijding misbruik of oneigenlijk gebruik
Huidige toelichting
Nieuwe toelichting
Artikel 8.5 Weigeringsgronden Eerste lid In het kader van de opdracht aan de gemeenteraad om regels te stellen ter bestrijding van ten onrechte ontvangen aanspraken, misbruik of oneigenlijk gebruik zijn in het eerste lid situaties opgenomen wanneer het college bevoegd is een pgb te weigeren. Hiermee wordt misbruik of oneigenlijk gebruik in het algemeen voorkomen. Daarbij wordt opgemerkt dat het niet alleen gaat om mogelijk misbruik door de cliënt maar zeker ook door de derde of een aan die derde gelieerde (rechts)persoon. Denk in dat kader ook aan de cliënt die gelet op zijn beperkingen beïnvloedbaar is waarmee een risico bestaat op misbruik maken van die situatie. In onderdeel a is een bepaling opgenomen die aanleiding is een pgb te weigeren: de
Artikel 8.5 Weigeringsgronden Eerste lid Er geldt de algemene verplichting bij diensten om een Budgetplan op te stellen (zie art. 5.3 van de verordening). Ook kan het noodzakelijk zijn dat het Budgetplan met het college (nader) wordt besproken. Ook dit is niet vrijblijvend.
Mei 2021
10
Was-wordt tabel Verordening Wmo Dinkelland
belangenverstrengeling tussen de budgethouder en de derde aan wie het pgb wordt besteed. Hierdoor wordt de verantwoorde besteding van het pgb als bedoeld in artikel 2.3.6, eerste lid aanhef en onder a van de wet, namelijk beïnvloed. In het geval de derde beroepshalve maatschappelijke ondersteuning biedt, dan gaat het college er in principe van uit dat deze belangenverstrengeling oneigenlijk gebruik van de wet in hand werkt. Immers deze derde kan niet twee belangen dienen (bijv. CRVB:2019:2803 en RBGEL:2018:3911). Denk ook aan de situatie waarin de professionele organisatie in een bijvoorbeeld een andere BV activiteiten heeft ondergebracht gericht op bemiddeling. Of medewerkers die bij deze derde in dienst zijn of op een andere wijze aan de derde zijn verbonden (CRVB:2019:2803). In het geval de derde een persoon betreft uit het sociaal netwerk (niet beroepshalve werkzaam) kan ook sprake zijn van een belangenverstrengeling. Onder problematische schuldenproblematiek wordt ook het minnelijke en wettelijke traject schuldhulpverlening aangemerkt (onderdeel b). Er geldt de algemene verplichting bij diensten om een Budgetplan op te stellen (zie art. 5.3 van de verordening). Ook kan het noodzakelijk zijn dat het Budgetplan met het college (nader) wordt besproken. Ook dit is niet vrijblijvend (onderdeel c).
Mei 2021
11