CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt Verordening Jeugdhulp Dinkelland 2021.pdf

Commissie Sociaal Domein & Bestuur 8 juni 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 5: Voorstel inzake vaststellen Verordeningen maatschappelijke ondersteuning en jeugd Dinkelland 20213.430 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt tabel Verordening jeugdhulp Dinkelland

Verordening jeugdhulp gemeente Dinkelland 2021 Hoofdstuk 3. Toegang tot jeugdhulp Huidige verordening Artikel 3.3 Criteria (ambulante) en specialistische jeugdhulp 1. Jeugdhulp is gericht op het bereiken van de volgende resultaten: a. uitvoering van dagelijkse handelingen en vaardigheden; b. het voeren van regie over algemene dagelijkse handelingen en vaardigheden; c. het bevorderen van de zelfredzaamheid; d. het aanleren en behouden van (nieuwe) vaardigheden die betrekking hebben op het (psychosociaal) functioneren en een bijdrage leveren aan gedragsverandering.

Nieuwe verordening Artikel 3.3 Criteria (ambulante) en specialistische jeugdhulp

2. Afhankelijk van de vastgestelde problemen en/of stoornissen kan de behoefte aan jeugdhulp bestaan uit: a. praktische ondersteuning; b. ondersteuning bij praktische zaken en in het voeren van regie; c. specialistische/therapeutische ondersteuning; d. diagnose en behandeling. 3. aanhef: De behoefte aan jeugdhulp als bedoeld in het eerste lid wordt bepaald op basis van een niveau, welke afhankelijk is van de mate van problemen en/of stoornissen.

1. Jeugdhulp is gericht op het bereiken van de volgende resultaten: a. het leeftijdsadequaat kunnen uitvoeren van algemene dagelijkse handelingen en vaardigheden; b. het voeren van regie over algemene dagelijkse handelingen en vaardigheden; c. het bevorderen van de zelfredzaamheid; d. het aanleren en behouden van (nieuwe) vaardigheden die betrekking hebben op het (psychosociaal) functioneren en een bijdrage leveren aan gedragsverandering. 2. Afhankelijk van de vastgestelde problemen en/of stoornissen kan de behoefte aan jeugdhulp bestaan uit: a. praktische ondersteuning; b. ondersteuning bij praktische zaken en in het voeren van regie; c. specialistische/therapeutische ondersteuning; d. (procesdiagnose) en behandeling. 3. aanhef: Bij de behoefte aan jeugdhulp als bedoeld in het tweede lid wordt onderscheid gemaakt in verschillende niveaus, welke afhankelijk zijn van de mate waarin problemen en/of stoornissen zich voordoen.

Hoofdstuk 4. Persoonsgebonden budget Huidige verordening Artikel 4.1 Algemeen

Nieuwe verordening Artikel 4.1 Algemeen

2. Het college weigert een pgb voor de kosten van een individuele voorziening, welke betrekking heeft op een periode voorafgaande aan de melding van de hulpvraag dan wel de aanvraag, tenzij: a. het college vaststelt dat de melding van de hulpvraag dan wel de aanvraag niet eerder kon worden gedaan; en

Mei 2021

2. Het college weigert een pgb voor de kosten van een individuele voorziening als deze is gerealiseerd: a. vóór de melding van de hulpvraag; b. ná de melding van de hulpvraag maar voordat het college heeft beslist op de aanvraag, tenzij het college de jeugdige en/of zijn ouder(s) schriftelijk toestemming heeft verleend.

1

Was-wordt tabel Verordening jeugdhulp Dinkelland

b. de jeugdige en/of zijn ouder(s) aantoont verplichtingen met derden te zijn aangegaan die onherroepelijk zijn; en c. het college tot het oordeel komt dat de betreffende individuele voorziening noodzakelijk is. Niet van toepassing

Artikel 4.4 Hoogte persoonsgebonden budget 6. Het college stelt de tarieven die het verschuldigd is aan de (gecontracteerde) jeugdhulpaanbieders vast in het Financieel besluit.

Artikel 4.2 Regels persoonsgebonden budget algemeen 4. Het college verleent geen éénmalige uitkering in geval van overlijden van de jeugdige of de budgethouder. Artikel 4.4 Hoogte persoonsgebonden budget 6. Het college stelt de tarieven die het verschuldigd is aan de (gecontracteerde) jeugdhulpaanbieders en de andere bedragen vast in het Financieel besluit.

Hoofdstuk 5. Bestrijding, misbruik of oneigenlijk gebruik Huidige verordening

Nieuwe verordening

Artikel 5.1 Bevoegdheid 2. Onverminderd paragraaf 6b van de Regeling Jeugdwet kunnen de controles als bedoeld in het eerste lid betrekking hebben op de rechtmatigheid als ook op de geboden jeugdhulp door derden in geval van een pgb. 4. Het college kan: a. de besteding van pgb’s, al dan niet steekproefsgewijs, beoordelen. Tevens beoordeelt het college of de budgethouder nog voldoet aan de criteria om voor een pgb in aanmerking te komen. b. bij de controle als bedoeld in onderdeel a ook de derde betrekken aan wie het pgb wordt besteed. Onder de derde wordt tevens een aan die derde gelieerde (rechts)persoon verstaan; c. de jeugdhulp geboden door jeugdhulpaanbieders, al dan niet steekproefsgewijs, controleren en beoordelen of wordt voldaan aan de contractuele eisen die daaraan gesteld zijn. Artikel 5.5 Weigeringsgronden persoonsgebonden budget 1. Het college weigert het pgb als: a. er naar oordeel van het college sprake is van oneigenlijk gebruik van de wet vanwege een belangenverstrengeling tussen de budgethouder en de derde aan wie de budgethouder het pgb wenst te besteden. Onder de derde wordt tevens een aan die derde gelieerde (rechts)persoon verstaan;

Mei 2021

Artikel 5.1 Bevoegdheid 2. Onverminderd paragraaf 6b van de Regeling Jeugdwet kunnen de controles als bedoeld in het eerste lid betrekking hebben op de rechtmatigheid als ook op de kwaliteit en effectiviteit van de geboden jeugdhulp door derden in geval van een pgb. 4. Het college kan: a. de besteding van pgb’s, al dan niet steekproefsgewijs, controleren en beoordelen. Tevens beoordeelt het college of de budgethouder nog voldoet aan de criteria om voor een pgb in aanmerking te komen. b. bij de controle als bedoeld in onderdeel a ook de derde betrekken aan wie het pgb wordt besteed. Onder de derde wordt tevens een aan die derde gelieerde (rechts)persoon verstaan; c. de jeugdhulp geboden door jeugdhulpaanbieders, al dan niet steekproefsgewijs, controleren en beoordelen of de aanbieder of de hulp nog voldoen aan de contractuele eisen die daaraan gesteld zijn. Artikel 5.5 Weigeringsgronden persoonsgebonden budget 1. Het college weigert het pgb als de budgethouder of diens wettelijk vertegenwoordiger geen Budgetplan indient of een bespreking van het Budgetplan weigert of, na daartoe te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt.

2

Was-wordt tabel Verordening jeugdhulp Dinkelland

b. bij de budgethouder én de derde aan wie de budgethouder het pgb wenst te besteden sprake is problematische schuldenproblematiek en/of verslavingsproblematiek; c. de budgethouder of diens wettelijk vertegenwoordiger geen Budgetplan indient of een bespreking van het Budgetplan weigert of, na daartoe te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt.

Hoofdstuk 6. Beëindiging, herziening, intrekking en terugvordering Huidige verordening Artikel 6.3 Terugvordering 3. De wijze waarop de terugvordering geïnd wordt, kan verrekening met het pgb zijn of met de uitkering die de jeugdige en/of de ouder(s) van het college ontvangt voor zijn levensonderhoud op grond van de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of gewezen zelfstandigen. De hoogte van het na verrekening resterende (periodieke) bedrag moet in redelijke verhouding staan tot het aangewezen zijn op jeugdhulp. 4. Het college kan de terugvordering als bedoeld in het eerste lid invorderen bij dwangbevel overeenkomstig artikel 8.1.4, derde lid, van de wet.

Mei 2021

Nieuwe verordening Artikel 6.3 Terugvordering 3. De wijze waarop de terugvordering geïnd wordt, kan verrekening zijn met de uitkering die de jeugdige en/of de ouder(s) van het college ontvangt voor zijn levensonderhoud op grond van de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of gewezen zelfstandigen. 4. Het college kan de terugvordering als bedoeld in het eerste en tweede lid invorderen bij dwangbevel overeenkomstig artikel 8.1.4, derde lid, van de wet.

3

Was-wordt tabel Verordening jeugdhulp Dinkelland

Toelichting Verordening jeugdhulp gemeente Dinkelland 2021 Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen en reikwijdte Huidige toelichting Artikel 1.2 Vormen van jeugdhulp Tweede lid Dit lid bepaalt welke individuele voorzieningen beschikbaar zijn en door het college kunnen worden verstrekt als er behoefte bestaat aan jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de wet. Het gaat hierbij voornamelijk om de wettelijke begrippen.

Hoofdstuk 2. Toegang tot jeugdhulp Huidige toelichting Artikel 2.5 Het onderzoek Eerste en tweede lid (na de opsomming): Als dat nodig is moet het college zich bij de besluitvorming laten adviseren door een specifieke (jeugdhulp)deskundige. Bij het gesprek kunnen ook andere personen dan de jeugdige en zijn ouders aanwezig zijn. Denk bijvoorbeeld aan personen uit het sociale netwerk. In het gesprek wordt in samenspraak met de jeugdige en zijn ouder(s) bekeken welk resultaat hij wil bereiken en welke oplossingen passend zouden kunnen zijn. Het college kan niet altijd alleen uitgaan van de hulpvraag van de jeugdige en/of zijn ouder(s). Het gaat er om dat het college een volledig beeld krijgt van de situatie (bijv. RBOBR:2018:469, RBGEL:2017:3439). Het spreekt voor zich dat aanwezigheid van personen uit het sociale netwerk van de jeugdige en zijn ouders een meerwaarde heeft. Denk ook aan de oplossingen die zij geheel of gedeeltelijk zouden kunnen bieden waarmee de problemen worden opgelost of verminderd. De deskundigheid kan ook aanwezig zijn bij de jeugdhulpaanbieder waar, als dat nodig is, consultatie en diagnostiek wordt gevraagd (zie tweede lid).

Derde lid Voor zover noodzakelijk wordt het Afwegingskader gehanteerd om te bepalen welke professional(s) de hulpvraag oppakt.

Mei 2021

Nieuwe toelichting Artikel 1.2 Vormen van jeugdhulp Tweede lid Dit lid bepaalt welke individuele voorzieningen in ieder geval beschikbaar zijn en door het college kunnen worden verstrekt als er behoefte bestaat aan jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de wet. Het gaat hierbij voornamelijk om de wettelijke begrippen.

Nieuwe toelichting Artikel 2.5 Het onderzoek Eerste en tweede lid (na de opsomming): Bij het gesprek kunnen ook andere personen dan de jeugdige en zijn ouders aanwezig zijn. Denk bijvoorbeeld aan personen uit het sociale netwerk. In het gesprek wordt in samenspraak met de jeugdige en zijn ouder(s) bekeken welk resultaat hij wil bereiken en welke oplossingen passend zouden kunnen zijn. Het college kan niet altijd alleen uitgaan van de hulpvraag van de jeugdige en/of zijn ouder(s). Het college moet daarom zelf actief onderzoek doen naar de problemen van het gezin en de hulp die zij hierbij wensen. Pas dan wordt een volledig beeld verkregen van de situatie (bijv. RBOBR:2021:53, RBOBR:2018:469, RBGEL:2017:3439). Het spreekt voor zich dat aanwezigheid van personen uit het sociale netwerk van de jeugdige en zijn ouders een meerwaarde heeft. Denk ook aan de oplossingen die zij geheel of gedeeltelijk zouden kunnen bieden waarmee de problemen worden opgelost of verminderd. Als dat nodig is, moet het college zich bij de besluitvorming laten adviseren door een specifieke (jeugdhulp)deskundige. De deskundigheid kan ook aanwezig zijn bij de jeugdhulpaanbieder waar, als dat nodig is, consultatie en diagnostiek wordt gevraagd (zie tweede lid). Derde lid Voor zover noodzakelijk wordt het Afwegingskader gehanteerd om te bepalen welke professional(s) de hulpvraag oppakt.

Jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen moeten namelijk verantwoorde hulp verlenen op grond van art. 4.1.1 van

4

Was-wordt tabel Verordening jeugdhulp Dinkelland

Zesde lid Ook is de jeugdige en/of zijn ouder(s) gehouden om zo goed mogelijk mee te werken aan een benodigd onderzoek (bijv. RBNHO:2018:4856). Artikel 2.7 De aanvraag Vierde en vijfde lid Het college heeft daarom de bevoegdheid de beslistermijn van de aanvraag op te schorten onder toepassing van artikel 4:15, eerste lid, van de Awb. ….. Wanneer de gevraagde medewerking niet wordt verleend, kan het college het recht op jeugdhulp niet vaststellen (CRVB:2019:276). Artikel 2.8 Advisering bij melding of aanvraag De wet sluit niet uit dat het college ook nog advies kan opvragen bij zijn vaste adviseur. Dat wil zeggen als dat nodig is.

Hoofdstuk 3. Beoordeling van de aanspraak op de individuele voorzieningen Huidige toelichting Artikel 3.3 Criteria (ambulante) en specialistische jeugdhulp Eerste tot en met derde lid In het eerste lid is concreet bepaald op welke resultaten de (ambulante) jeugdhulp en specialistische jeugdhulp gericht kan zijn. Het tweede lid geeft een aantal voorbeelden waar jeugdhulp uit kan bestaan. Het spreekt voor zich dat de aard, omvang en zwaarte van jeugdhulp afhankelijk is van de mate van de vastgestelde problemen en/of aan de stoornissen verwante problemen. Het derde lid bepaalt dat de ondersteuningsbehoefte wordt vastgesteld en van welke criteria het niveau in ieder geval afhankelijk is. Dit zodat het bereiken van het resultaat (eerste lid) mogelijk wordt gemaakt. Het college stelt tijdens het onderzoek - in samenspraak met de jeugdige en/of zijn ouder(s) - vast op welke jeugdhulp de jeugdige is aangewezen. Ook kan opvoedondersteuning aan de ouders zijn aangewezen

Vierde en vijfde lid

Mei 2021

de wet en art. 5.1.1 van het Besluit Jeugdwet. Het Afwegingskader is een uitwerking van die verplichting (norm van de verantwoorde werktoedeling). Zesde lid Ook is de jeugdige en/of zijn ouder(s) gehouden om zo goed mogelijk mee te werken aan een benodigd onderzoek (bijv. CRVB:2019:276, CRVB:2021:410, CRVB:2021:510). Artikel 2.7 De aanvraag Vierde en vijfde lid Het college heeft daarom de bevoegdheid de beslistermijn van de aanvraag te verlengen onder toepassing van artikel 4:15, eerste lid, van de Awb. ….. Wanneer de gevraagde medewerking niet wordt verleend, kan het college het recht op jeugdhulp niet vaststellen (CRVB:2019:276, CRVB:2021:410, CRVB:2021:510). Artikel 2.8 Advisering bij melding of aanvraag De wet sluit niet uit dat het college ook nog advies kan opvragen bij zijn vaste adviseur. Dat wil zeggen als dat nodig is. Dit advies wordt ingekocht bij een externe organisatie ter zake deskundig.

Nieuwe toelichting Artikel 3.3 Criteria (ambulante) en specialistische jeugdhulp In het eerste lid is concreet bepaald op welke resultaten de (ambulante) jeugdhulp en specialistische jeugdhulp gericht kan zijn. Het tweede lid geeft een aantal voorbeelden waar jeugdhulp uit kan bestaan. Deze voorbeelden verwijzen naar de vier ondersteuningsbehoeften zoals gehanteerd in het Twents Model voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. Het spreekt voor zich dat de aard, omvang en zwaarte van jeugdhulp afhankelijk is van de mate van de vastgestelde problemen en/of aan de stoornissen verwante problemen. Het derde lid bepaalt dat de ondersteuningsbehoefte wordt vastgesteld en van welke criteria het niveau in ieder geval afhankelijk is. De beschreven kenmerken zijn in lijn met de kenmerken zoals gehanteerd in het Twents Model. Dit zodat het bereiken van het resultaat (eerste lid) mogelijk wordt gemaakt. Het college stelt tijdens het onderzoek - in samenspraak met de jeugdige en/of zijn ouder(s) - vast op welke jeugdhulp de jeugdige is aangewezen. Ook kan opvoedondersteuning aan de ouders zijn aangewezen Vierde en vijfde lid

5

Was-wordt tabel Verordening jeugdhulp Dinkelland

Het college kan de jeugdhulp individueel en/of groepsgewijs verstrekken. Het vijfde lid bepaalt dat de groepsgewijze ondersteuning wordt omschreven met een resultaat en dat deze individuele voorziening een methodische aanpak kent. Ook is bepaald waar de groepsgewijze ondersteuning op is gericht. Artikel 3.4 Criteria wonen en verblijf Tweede lid Dit lid bepaalt de reikwijdte van wonen en verblijf.

Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting.

Vierde lid Dit lid bepaalt twee andere vormen van vervanging thuis. Het kan noodzakelijk zijn om vervanging thuis in te zetten zodat de ouder(s) of de personen uit het sociaal netwerk op adem kunnen komen. De jeugdige gaat in zo’n geval logeren. Daarnaast kan in het vrijwillig kader ook intramurale jeugdhulp zijn aangewezen. De jeugdige verblijft in zo’n geval feitelijk in de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden. Daarbij wordt door de jeugdhulpaanbieder een bij de leeftijd passend leefklimaat geboden.

Vierde lid Dit lid bepaalt drie andere vormen van vervanging thuis. Het kan noodzakelijk zijn om vervanging thuis in te zetten zodat de ouder(s) of de personen uit het sociaal netwerk op adem kunnen komen. De jeugdige gaat in zo’n geval logeren. Daarnaast kan in het vrijwillig kader ook intramurale jeugdhulp zijn aangewezen. De jeugdige verblijft in zo’n geval feitelijk in de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden. Daarbij wordt door de jeugdhulpaanbieder een bij de leeftijd passend leefklimaat geboden. Gezinshuizen vallen hier ook onder; dit is een vorm van kleinschalige jeugdhulp, waarin gezinshuisouder(s) op professionele wijze vorm geven aan de verzorging, opvoeding en begeleiding van een aantal jeugdigen die worden geplaatst in hun eigen gezin.

Hoofdstuk 4. Persoonsgebonden budget Huidige toelichting Artikel 4.1 Algemeen De verordening bepaalt dat de jeugdige en/of zijn ouder(s) de hulpvraag eerst moet melden bij het college alvorens een aanvraag in te dienen. Als het college een indicatie voor een individuele voorziening heeft vastgesteld, dan kan het voorkomen dat de jeugdige en/of zijn ouder(s) het college verzoekt om een pgb met terugwerkende kracht te verstrekken. Vooropgesteld dat wordt voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een pgb, gelden de cumulatieve voorwaarden van dit lid. Het ligt niet voor de hand dat hier snel met succes een beroep op kan worden gedaan.

Artikel 4.2 Regels persoonsgebonden budget algemeen Niet van toepassing

Mei 2021

Artikel 3.4 Criteria wonen en verblijf Tweede lid Dit lid bepaalt de reikwijdte van wonen en verblijf. Denk bij hotelmatige diensten bijvoorbeeld aan schoonmaak, keuken, portier, slaapdienst etc.

Nieuwe toelichting Artikel 4.1 Algemeen Heeft het college een indicatie voor een individuele voorziening vastgesteld, dan kan het voorkomen dat de jeugdige en/of zijn ouder(s) het college verzoekt om een pgb met terugwerkende kracht te verstrekken. Dit lid regelt dat het college zo’n verzoek weigert als de individuele voorziening al voor de melding van de hulpvraag is gerealiseerd. Dit geldt ook als de voorziening is gerealiseerd ná de melding van de hulpvraag, maar voordat het college heeft beslist op de aanvraag, tenzij zij de jeugdige en/of zijn ouder(s) schriftelijk toestemming heeft verleend. Verder wordt opgemerkt dat het college in ieder geval niet gehouden is een individuele voorziening, dan wel pgb te verstrekken in het geval die al is gerealiseerd (vergelijk CRVB:2017:433). Artikel 4.2 Regels persoonsgebonden budget algemeen Vierde lid

6

Was-wordt tabel Verordening jeugdhulp Dinkelland

In art. 6.1, eerste lid onderdeel c van de verordening is bepaald dat het college een aanspraak op een individuele voorziening dan wel pgb kan beëindigen in geval van overlijden van de jeugdige. In de zorgovereenkomsten hanteert de Svb het overlijden van een jeugdige ook als ontbindende voorwaarde; dit houdt in dat de overeenkomst direct eindigt in geval van overlijden. De Svb wijst jeugdigen en/of zijn ouder(s) erop met de gemeente contact op te nemen om te overleggen of een eenmalige uitkering tot de mogelijkheden behoort. Het college hanteert in geval van overlijden van de jeugdige geen eenmalige uitkering aan de derde die de ondersteuning biedt (dit betreft alle zorgovereenkomsten, dus die met een professionele organisatie, een ZZP-er, iemand uit het sociale netwerk of een partner of familielid).

Hoofdstuk 5. Bestrijding misbruik of oneigenlijk gebruik Huidige toelichting Artikel 5.5 Weigeringsgronden persoonsgebonden budget Eerste lid aanhef en onder a In het kader van de opdracht aan de gemeenteraad om regels te stellen ter bestrijding van ten onrechte ontvangen aanspraken, misbruik of oneigenlijk gebruik zijn in het eerste lid situaties bepaald wanneer het college bevoegd is een pgb te weigeren. Hiermee wordt misbruik of oneigenlijk gebruik in het algemeen voorkomen. Daarbij wordt opgemerkt dat het niet alleen gaat om mogelijk misbruik door de jeugdige en/of zijn ouder(s) maar zeker ook de derde of een aan die derde gelieerde (rechts)persoon. Denk in dat kader bijvoorbeeld aan de budgethouder die gelet op zijn beperkingen beïnvloedbaar is. In onderdeel a is een bepaling opgenomen die aanleiding is een pgb te weigeren: de belangenverstrengeling tussen de budgethouder en de derde aan wie het pgb wordt besteed. Hierdoor wordt de verantwoorde besteding van het pgb als bedoeld in artikel 8.1.1, tweede lid aanhef en onder a van de wet, namelijk beïnvloed. In het geval de derde beroepshalve jeugdhulp biedt, dan gaat het college er in principe van uit dat deze belangenverstrengeling oneigenlijk gebruik van de wet in hand werkt. Immers deze derde kan niet twee belangen dienen (bijv. CRVB:2019:2803 en RBGEL:2018:3911).

Denk ook aan de situatie waarin de professionele organisatie in bijvoorbeeld een andere BV activiteiten heeft ondergebracht gericht op bemiddeling. Of medewerkers die bij deze derde in dienst zijn of op een andere wijze aan de derde zijn verbonden (CRVB:2019:2803). In het geval de derde een persoon betreft uit het

Mei 2021

Nieuwe toelichting Artikel 5.5 Weigeringsgronden persoonsgebonden budget Eerste lid Er geldt de algemene verplichting om een Budgetplan op te stellen (zie art. 4.3 van de verordening). Ook kan het noodzakelijk zijn dat het Budgetplan met het college (nader) wordt besproken. Ook dit is niet vrijblijvend.

7

Was-wordt tabel Verordening jeugdhulp Dinkelland

sociaal netwerk (niet beroepshalve werkzaam) kan ook sprake zijn van een belangenverstrengeling. Eerste lid aanhef en onder b en c Onder problematische schuldenproblematiek wordt ook het minnelijke en wettelijke traject schuldhulpverlening aangemerkt (onderdeel b). Er geldt de algemene verplichting om een Budgetplan op te stellen (zie art. 4.3 van de verordening). Ook kan het noodzakelijk zijn dat het Budgetplan met het college (nader) wordt besproken. Ook dit is niet vrijblijvend (onderdeel c).

Mei 2021

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/480/documents/15542