Vuurwerkbeleid.pdf
Tekst van het document
De Wet veilige jaarwisseling vormt het landelijke kader voor een algeheel verbod op F2consumentenvuurwerk, met beoogde inwerkingtreding per de jaarwisseling van 2026/2027. De wet is inmiddels door beide Kamers aangenomen, maar de verdere uitwerking vindt nog plaats via onderliggende regelgeving, waaronder het Besluit veilige jaarwisseling (AMvB), het landelijke handhavingsplan en een compensatieregeling voor de vuurwerkbranche. Tegelijkertijd legt de wet nieuwe verantwoordelijkheden expliciet bij gemeenten, met name bij de burgemeester, die een afweging moet maken over het al dan niet toestaan van ontheffingen en verantwoordelijk wordt voor de uitvoering, toetsing en handhaving daarvan. Dit leidt tot een nieuwe en complexe bestuurlijke opgave voor gemeenten. Daarbij onderkennen we nu al de volgende dilemma’s: • Kiezen voor uniformiteit of lokale autonomie: regionale afstemming versus gemeentelijke beleidsvrijheid. • In hoeverre is het handhaafbaar: beperkte capaciteit en mogelijkheden tijdens de jaarwisseling. • Tot hoever reikt de aansprakelijkheid en welke risico’s lopen gemeenten: rol en verantwoordelijkheid van gemeenten bij het verlenen van ontheffingen. • Welk effect is te verwachten in het gedrag van de inwoners: kans op illegaal vuurwerk en verplaatsingseffecten. • Wat kan het effect zijn van het aanbieden van alternatieven: bijvoorbeeld vuurwerkshows.
• In hoeverre zijn er economische effecten die relevant zijn voor de uitwerking van de scenario’s: relatie met verkooppunten en landelijke compensatieregeling. Binnen de VRT worden momenteel diverse scenario’s ontwikkeld om in te gaan op de dilemma’s en praktische uitwerkingen. Landelijke regelgeving zal pas na de zomer bekend zijn. Dat geeft al spanning op de tijdige haalbaarheid van een lokaal beleid Graag wil de burgemeester in gesprek met de gemeenteraad om de stand van zaken betreffende de regelgeving te schetsen (wat is nu al bekend, waar wachten we op), de geschetste en andere dilemma’s te bespreken en de eerste gedachten van de raad op te halen.