Vraag en antwoord gewasbeschermingsmiddelen en spuitvrije zones Dinkelland.pdf
Tekst van het document
VRAAG EN ANTWOORD ‘BELEIDSVOORNEMEN GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN SPUITVRIJE ZONES DE ESSENTIE VAN HET RAADSVOORSTEL De gemeente kent in het omgevingsplan geen specifieke regeling ter bescherming van omwonenden tegen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de open lucht. Er is aanleiding om het omgevingsplan in de toekomst voor dit onderwerp te wijzigen. 1. Het beleidsvoornemen is om het omgevingsplan in de toekomst te wijzigen en te bepalen dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet is toegelaten binnen een zone van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische activiteiten waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. 2. De afstand geldt niet voor bestaande situaties waarin sprake is van agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Reden hiervoor is dat bestaande planologische rechten voor agrarische bedrijvigheid worden gerespecteerd. 3. Daarnaast is het beleidsvoornemen om lelieteelt op alle agrarische gronden niet toe te laten. De punten 1 tot en met 3 gelden niet als er sprake is van het gebruik van biologische alternatieven.
DE CONTEXT VAN HET RAADSVOORSTEL Wat was de aanleiding van het beleidsvoornemen in maart 2024? De aanleiding was het bestemmingsplan Buitengebied, Frensdorferweg nabij 22 Lattrop-Breklenkamp. Dat bestemmingsplan voorziet in het realiseren van recreatieve voorzieningen nabij de Frensdorferweg 22 (Cosmos Sterrenwacht). Het raadsvoorstel voor vaststelling van dit bestemmingsplan is behandeld in de raadscommissie van november 2023 en tijdens de behandeling is gewezen op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State inzake de spuitvrije zones. Op basis van die rechtspraak moet een afstand van 50 meter worden aangehouden tussen gronden waar boom- en sierteelt is toegelaten en gevoelige functies. Het betreffende bestemmingsplan is daarop aangepast door een zone op te nemen waar boom- en sierteelt niet is toegelaten. Deze casus heeft geleid tot het beleidsvoornemen van maart 2024. Wat was het beleidsvoornemen in maart 2024? Vanwege de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State over het hanteren van spuitvrije zones van 50 meter tussen specifiek de categorie boom- en sierteelt en gevoelige functies zag het voornemen van maart 2024 op de wijziging van het beleid in het bestemmingsplan Buitengebied 2010 door het wegbestemmen van onbenutte mogelijkheden van boom- en sierteelt.
In het bestemmingsplan Buitengebied 2010 is namelijk bepaald in welke gebieden wel en in welke gebieden geen boom- en sierteelt mag plaatsvinden. Op dit moment is boom- en sierteelt namelijk niet toegestaan in landschappelijk waardevolle gebieden. Op andere agrarische gronden is het wel toegestaan, maar wordt het vaak niet actief benut voor teelt. Daarom is het voornemen van 2024 om het beleid in het omgevingsplan aan te passen voor gronden waar boom- en sierteelt wel is toegestaan, maar niet wordt toegepast. Het voornemen is om in de toekomst boom- en sierteelt alleen toe te staan op gronden waar het ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Wat is de aanleiding voor huidige voorstel? De rechtspraak geeft aan dat bij de realisatie van gevoelige functies, zoals woningen, rekening moet worden gehouden met agrariërs die hun gewassen bespuiten. Eerst ging de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State alleen over boom- en sierteelt, maar sinds juni 2024 om alle agrarische bedrijvigheid waar gewasbeschermingsmiddelen voor worden gebruikt. Wat is het verschil met het beleidsvoornemen van maart 2024? - Het beleidsvoornemen van maart 2024 gaat over gronden waar in het bestemmingsplan Buitengebied 2010 boom- en sierteelt is toegelaten. Niet op alle gronden in het buitengebied is deze teelt toegelaten.
Waar het wel is toegelaten, maar niet wordt gebruikt voor boom- en sierteelt, is het voornemen om het in de toekomst weg te bestemmen. Zie ook vraag en antwoord hierna: ‘Is het beleidsvoornemen van maart 2024 nog van belang’.
2
-
Het huidige voorstel ziet op een spuitvrije zone van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt en ziet eveneens op het uitsluiten van nieuwe teeltsoorten in die zone. Daarnaast ziet het uitsluiten van lelieteelt op alle agrarische gronden.
Is het beleidsvoornemen van maart 2024 nog van belang? Het beleidsvoornemen van 2024 is nog steeds van belang, omdat het voornemen van maart 2024 is om in de toekomst boom- en sierteelt alleen toe te staan op gronden waar het ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Wat is het beleidsvoornemen van het huidige voorstel? - Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij agrarische bedrijvigheid wordt niet toegelaten binnen een zone van 50 meter bij gevoelige functies. - Momenteel worden veelal gewassen geteeld die dienen als voer voor koeien, varkens, etc. en daarnaast wordt grasland gebruikt om te beweiden. Om te voorkomen dat er nieuwe gewassen komen waarvan bekend is dat er ook gebruik wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen, worden nieuwe gewassen eveneens niet toegelaten in de zone van 50 meter. Het gaat daarbij om de volgende gewassen: bloemgewassen (bijvoorbeeld lelies, tulpen, narcissen), akkerbouwgewassen (bijvoorbeeld aardappelen) en groentegewassen (bijvoorbeeld sla, spinazie, kool). o De toelichting hierop is dat met de toevoeging van nieuwe gewassen binnen de 50 meter wordt voorkomen dat men gewasbeschermingsmiddelen blijft gebruiken als bestaand recht, terwijl er een wisseling naar nieuwe gewassen plaatsvindt.
- Daarnaast wordt lelieteelt op agrarische gronden niet toegelaten, omdat het algemeen bekend is dat voor deze teelt diverse gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. - Biologische alternatieven zonder gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen zijn wel toegestaan. Dat bekent, dat als er biologische alternatieven voor gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, er geen zone van 50 geldt, in die zone ook nieuwe gewassen mogen worden geteeld en lelieteelt dan wel wordt toegelaten. Wat is het vervolg als het huidig voorstel door de raad wordt vastgesteld? - Het voornemen wordt voor één jaar ter inzage gelegd. - Als dat jaar is verstreken kan er een ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan ter inzage worden gelegd waarin het beleidsvoornemen is verwerkt. - Dat ontwerpbesluit ligt voor zes weken ter inzage en een ieder kan een zienswijzen indienen. - De raad is bevoegd tot het vaststellen van een besluit tot wijziging van het omgevingsplan. Wat is de relatie van het huidige voorstel en de position paper voor het landelijk gebied? We vragen de provincie haar grondbeleid dusdanig te wijzigen dat het de brede transitie van ons buitengebied en de extensivering van melkveehouders mogelijk maakt. Grondmobiliteit is immers een belangrijke sleutel in de opgaven in ons gebied.
We zoeken met provincie en gebiedspartners naar mogelijkheden om de ongewenste neveneffecten op biodiversiteit, bodem- en waterkwaliteit tegen te gaan, die het gevolg kunnen zijn van wanneer vrijkomende agrarische gronden alleen gebruikt gaan worden voor teelten waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden benut. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kan een negatief effect hebben op de kwaliteit van bodem, water en natuur. Sommige van die teelten tasten ook de kwaliteit van ons Twentse landschap aan. In het kader van het algemeen belang (volksgezondheid, agrarisch perspectief, milieu, water, bodem) en de inspanningen die verricht worden om de water- en bodemkwaliteit en biodiversiteit te verbeteren, is dit onwenselijk. Door deze voorgenomen wijziging faciliteert de gemeente ook ruimte voor transitie van agrarische erven naar activiteiten of alternatieve verdienmodellen die als gevoelige functie worden aangemerkt.
2
3
De middelen zijn toch goedgekeurd, waarom dit voorstel? Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is wettelijk toegestaan in de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (hierna: Wgb) en gelden er wettelijke gebruiksvoorschriften. Daarin staat aangegeven hoe de middelen moeten worden gebruikt. Voor landbouwbedrijven met een open teelt schrijft het Besluit activiteiten leefomgeving voor dat teeltvrije zones kunnen worden aangehouden ter bescherming van bodem en oppervlaktewater, waarbij de breedte van de zones varieert. Deze wetgeving bevat echter geen regels over de afstand tot o.a. woongebieden. De Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State -verlangt een ruimtelijke scheiding van 50 meter tussen gevoelige functies en het gebruik van agrarische gronden waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Welke uitspraken kan de civiele rechter doen? Er zijn civiele zaken bekend waarin omwonenden een zaak aanspannen tegen een lelieteler vanwege zijn wekelijkse spuitactiviteiten. De civiele rechter heeft een verbod opgelegd tot het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Ondanks maatregelen die de teler had genomen om drift te reduceren, geeft dit volgens de rechter bij de huidige stand van de wetenschap onvoldoende garantie dat de potentiële schade voor mensen tot een aanvaardbaar minimum wordt beperkt.
De rechter wijst op de dwingende norm van de Europese wetgever dat een gewasbeschermingsmiddel geen schade mag toebrengen aan mensen. De civiele rechter kan een spuitverbod opleggen ook als er een vergunning is of als het is toegelaten in het omgevingsplan. Het belang van de handreiking ‘Nabuurschap bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen’ - Deze handreiking is opgesteld door het ministerie van LNV. - Deze handreiking is bedoeld voor alle partijen die te maken hebben met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Het benadrukt het belang van samenwerking en open dialoog tussen telers, inwoners en gemeente. - Het college wil deze handreiking onder de aandacht brengen om goed Nabuurschap bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te stimuleren. - Deze handreiking is opgenomen als bijlage bij het raadsvoorstel. Wat is de urgentie van het voorstel? Onderzoek naar de relatie tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en gezondheidsrisico’s is in volle gang en het wetenschappelijk inzicht schrijdt voort. Hoewel Nederlands onderzoek van de laatste jaren geen duidelijke aanwijzingen voor gezondheidseffecten aantoont, is de ongerustheid niet weggenomen. In internationale literatuur worden wel verbanden tussen gewasbeschermingsmiddelen en gezondheidsschade gesuggereerd, met name met de ziekte van Parkinson en ontwikkelingsstoornissen bij (ongeboren) kinderen.
Momenteel is er ook veel aandacht voor het cumulatieve effect van meerdere middelen, als die tegelijkertijd worden toegepast. Onderzoeksresultaten zullen -waar nodig tot aanscherping van beleid en regelgeving van het Rijk en de provincie gaan leiden. Het college wil in elk geval gebruik maken van de mogelijkheden die de gemeente heeft om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in het omgevingsplan te reguleren door een ruimtelijke scheiding aan te brengen tussen gevoelige functies en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, die in lijn is met de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. En daarnaast wil het college lelieteelt verbieden, omdat bij lelieteelt gebruik wordt gemaakt van diverse gewasbeschermingsmiddelen. Gelet op deze urgentie is het niet wenselijk om te wachten of regelgeving komt op Rijks- en/of op provinciaal niveau, omdat het niet duidelijk is of er regelgeving gaat komen. Als er zicht is dat dergelijke regelgeving gaat komen, dan wordt dat uiteraard kennis van genomen en wordt opnieuw het beleidsnemen beoordeeld op nut en noodzaak. Zijn er alternatieven? De gemeente kan er voor kiezen om geen ruimtelijke scheiding tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op agrarische gronden en gevoelige functies aan te brengen. De gemeente kan er voor kiezen om het wel te doen.
Als de gemeente voor dat laatste kiest dan kan de gemeente alleen een ruimtelijke scheiding aanbrengen voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op agrarische gronden en gevoelige functies met een zone van 50 meter door daarvoor regels op te nemen in het omgevingsplan. De gemeente kan dit alleen regelen in het omgevingsplan, zodat er geen alternatieven zijn om het op een andere manier juridisch te regelen. 3
4
HET WAAROM VOOR EEN AFSTAND VAN 50 METER Waarom een afstand van 50 meter? Er zijn in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de openlucht worden geteeld in de buurt van gevoelige functies 1, zoals woningen. De Nederlandse wetgeving met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen is met name gericht op de reductie van risico’s van het gebruik van deze middelen voor het watermilieu. De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden bevat een toelatingsstelsel voor het op de markt brengen en het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. In deze wet zijn ook bepalingen opgenomen die betrekking hebben op de bescherming van de gezondheid van de professionele gebruikers. Het Besluit activiteiten leefomgeving bevat regels om de emissie van bestrijdingsmiddelen naar het water te reduceren. De afstanden en teeltvrije zones die hierin worden genoemd zijn gerelateerd aan het oppervlaktewater. Het Besluit activiteiten leefomgeving is daarom evenmin bruikbaar. De Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State doet met enige regelmaat uitspraak over zogenoemde spuitvrije zones. De rechtspraak over spuitvrije zones ziet op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en agrarische bedrijvigheid.
Uit deze rechtspraak volgt dat in het algemeen een afstand van vijftig meter tussen gevoelige functies en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen ‘niet onredelijk wordt geacht’. Kan de afstand van 50 meter worden verkleind? Deze afstand is niet altijd absoluut. Factoren zoals de teeltsoort, windrichting, gebruikte spuittechnieken en natuurlijke barrières kunnen een kortere afstand rechtvaardigen. Dit moet echter wetenschappelijk worden onderbouwd met locatie-gericht onderzoek. Algemene modellen zijn onvoldoende. De Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State heeft eerder geoordeeld dat deze niet als wetenschappelijk bewijs volstaan. Er zijn daarom tot op heden geen mogelijkheden om deze afstand te verkleinen. Is maatwerk mogelijk in plaats van een afstand van 50 meter? Maatwerk zou mogelijk zijn als er modellen voorhanden zijn waarmee locatie-gericht onderzoek kan plaatsvinden. De Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State heeft tot op heden geoordeeld dat die modellen er (nog) niet zijn. Is er rekening gehouden met teeltwissel met zogenoemde rustgewassen? Er is nu nog geen rekening gehouden met teeltwissel, omdat het gaat om het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen agrarische activiteiten en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen binnen een zone van 50 meter. Het is een beleidsvoornemen.
Bij het opstellen van het omgevingsplan zullen wij het belang van teeltwissel met zogenoemde rustgewassen meenemen.
DE PLANOLOGISCHE PRAKTIJK Op welke manier kan een spuitvrije zone worden opgenomen in het omgevingsplan? Op grond van regelgeving over de ‘ruimtelijke ordening’ zijn er beperkte mogelijkheden voor het vaststellen van spuitvrije zones. Deze mogelijkheden hebben altijd betrekking op nieuwe situaties en zijn vooral gericht op het creëren en waarborgen van ‘afstand’ tot de bron en de ontvangers of op ruimtelijke afscherming. In nieuwe situaties, dus waarbij functies voor de eerste maal planologisch mogelijk worden gemaakt, kunnen in het omgevingsplan regels worden gesteld over het instellen van spuitvrije zones tussen landbouwgronden en gevoelige bestemmingen, zoals woningen. De motivering om dit te doen, volgt uit
1 Uit de rechtspraak kan worden afgeleid dat moet worden beoordeeld of in het betreffende object, ter plaatse van de
betreffende functie, mensen langdurig (kunnen) verblijven. Daarmee hebben zij een grotere kans op blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen. Als dat het geval is, is doorgaans sprake van een gevoelig object. Dat is bijvoorbeeld het geval bij kantoren, tuinen, kampeerterreinen, recreatiewoningen.
4
5 het belang van de ‘goede ruimtelijke ordening’. Onder de Omgevingswet heet dit de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In bestaande situaties ligt de zaak heel anders. Het ruimtelijke ordeningsrecht gaat ervan uit dat legaal bestaand gebruik in beginsel conform wordt bestemd. Het instellen van een spuitvrije zone met een grotere afstand dan een reeds bestaande situatie is dan problematisch. Zowel de agrarische functie als de gevoelige functie zijn dan immers rechtmatig aanwezig. Wat is de rechtspraak over het ‘wegbestemmen’ van een bestaande situatie? In de handreiking ‘Nabuurschap bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen’ wordt verwezen naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (pagina 13 handreiking). Daaruit volgt dat het afdwingen van een spuitvrije zone in een bestaande situatie lastig is. Reden om in het beleidsvoornemen bestaande rechten die zijn benut te respecteren. Worden bestaande planologische rechten afgenomen? - Bestaande rechten die zijn benut worden gerespecteerd. - Dat betekent dat met dit beleidsvoornemen een beleidswijziging wordt aangekondigd. Deze beleidswijziging ligt voor één jaar ter inzage. In dat jaar kunnen gronden bijv. alsnog in gebruik worden genomen met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.
Als één jaar voorbij is en er worden geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt in de zone van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische activiteiten, dan kan de gemeenteraad het gebruik van deze gronden wijzigen en bepalen dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de spuitvrije zone van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische activiteiten niet meer is toegelaten en is er geen sprake van vergoeding van nadeelcompensatie. Waarom worden bestaande rechten gerespecteerd? Bestaande rechten worden gerespecteerd vanwege het aspect nadeelcompensatie. De gemeente kan bestaande planologische rechten niet ‘wegbestemmen’ zonder dat daar een financiële vergoeding tegenover staat. Wat is bestaand gebruik? Bestaand gebruik is het legale gebruik van gronden wat plaatsvindt op het moment dat een wijziging van het omgevingsplan is vastgesteld. Er volgt hierna een voorbeeld om ‘bestaand’ uit te leggen voor de hypothetische situatie dat lelieteelt bij een volgende wijziging van het omgevingsplan niet meer wordt toegelaten. Als gronden ten tijde van vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan worden gebruikt voor lelieteelt dan is dat gebruik legaal (want was toegelaten in het bestemmingsplan Buitengebied 2010) en is feitelijk aanwezig op het moment dat de wijziging van het omgevingsplan wordt vastgesteld waarin lelieteelt niet meer is toegelaten.
Daarmee is het bestaand. Waarom worden eigenaren beperkt in de eigendomsvrijheid om zelf te bepalen hoe ze de agrarische gronden gebruiken? Het gaat om het belang in het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen gevoelige functies en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De beperking in het eigendomsvrijheid treft de 50 meter zone en dan alleen bij aangrenzende gevoelige functies. En de beperking in eigendomsvrijheid betreft de lelieteelt. Hoe werkt het juridisch in het omgevingsplan? In het omgevingsplan worden regels opgenomen om het beleidsvoornemen te verankeren. Het is momenteel nog niet bekend hoe deze regels komen te luiden. Een en ander zal ook afhankelijk zijn van de stand van zaken op dat moment met betrekking tot eventuele regelgeving op Rijks- en/of provinciaal niveau, de input die wij hebben ontvangen op het beleidsvoornemen en eventueel nog andere aspecten die op dat moment van belang blijken te zijn.
5
6
NADEELCOMPENSATIE/FINANCIEEL Wat zijn de financiële gevolgen als het omgevingsplan wordt gewijzigd? Onder de Omgevingswet kan het risico op schadeclaims worden verkleind bij het wijzigen van planologische mogelijkheden. Het vereist echter zorgvuldige communicatie van beleidsvoornemens en een duidelijke periode waarin eigenaren de tijd hebben om actie te ondernemen door alsnog de getroffen activiteit uit te voeren. Als de eigenaar tussen het bekendmaken van het beleidsvoornemen en het besluit tot wijziging van het omgevingsplan de activiteit die wordt getroffen niet heeft uitgevoerd, heeft hij op basis van de huidige schaarse rechtspraak het risico passief aanvaard en heeft hij geen recht op nadeelcompensatie. Door het beleidsvoornemen minimaal één jaar ter inzage te leggen, kan de gemeente een beleidswijziging doorvoeren op onbenutte planologische mogelijkheid en voorkomen dat zij nadeelcompensatie moet betalen aan diegenen die niet proactief handelen. Hoe hoog is het bedrag aan eventueel te vergoeden nadeelcompensatie? Het gaat om nadeelcompensatie die een eigenaar lijdt doordat de gebruiksmogelijkheden op zijn perceel worden beperkt. Door middel van een taxatie moet de omvang van het nadeel worden vastgesteld.
Wat zijn de financiële gevolgen voor agrariërs? De evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij een wijziging van het omgevingsplan aan de orde zijn op een zorgvuldige wijze worden afgewogen. De raad heeft bij het bepalen om een besluit tot wijziging van het omgevingsplan vast te stellen beleidsruimte om te bepalen wat zij vanuit het oogpunt van evenwichtige toedeling van functies aan locaties wel of niet aanvaardbaar vindt. Een dergelijk besluit is immers in belangrijke mate afhankelijk van de inzichten die bij de gemeenteraad bestaan over de (on)wenselijk geachte ontwikkelingen. Verder mag het besluit tot wijziging van het omgevingsplan niet in strijd zijn met de instructie(regels)s van het Rijk en de provincie. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen, die bij de wijziging van het omgevingsplan aan de orde zijn, op een zorgvuldige wijzen moeten worden afgewogen. De wijziging van het omgevingsplan zal geen onaanvaardbare aantasting van deze belangen mogen opleveren. De wijziging van het omgevingsplan zal evenwichtig en geschikt moeten zijn. Die belangenafweging gaat nog plaatsvinden.
VERTALING NAAR OMGEVINGSPLAN Op welke wijze wordt het beleidsvoorstel vertaald naar het omgevingsplan? Op basis van de huidige inzichten zullen er gebruiksregels in het omgevingsplan worden opgenomen waaruit onder andere volgt dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen verboden is binnen een zone van 50 meter vanaf de grens van gevoelige functies en dat agrarische gronden niet mogen worden gebruikt voor lelieteelt. Hoe te handhaven? Er kan handhavend worden opgetreden tegen het gebruik van gronden dat niet in overeenstemming is met het omgevingsplan. Wat is de totale oppervlakte van de gronden die geraakt worden door dergelijke gebruiksregels in het omgevingsplan? Het is niet mogelijk om aan te geven hoe groot de oppervlakte is van gronden die zullen gaan vallen in de zone van 50 meter tussen gevoelige functies en het gebruik van gronden voor agrarische activiteiten waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. De reden hiervoor is dat het gebruik van gronden niet te kwalificeren is. De zone die geldt is namelijk afhankelijk van het type gebruik dat op de agrarische grond plaatsvindt. Worden er biologische alternatieven gebruikt dan geldt de zone namelijk niet.
6
7
COMMUNICATIE Als de raad het beleidsvoornemen heeft vastgesteld ligt het voor één jaar ter inzage. Een ieder kan in die periode een reactie indienen. Er heeft een gesprek plaatsgevonden met LTO en zij zullen ook worden betrokken voor de verdere afstemming. Het betreft een beleidsvoornemen, de daadwerkelijke vertaling in het omgevingsplan zal na dat jaar plaatsvinden. Alle input kan waar nodig worden meegenomen in de daadwerkelijke vertaling in het omgevingsplan.
7