CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

VG TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied, Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum.pdf

Gemeenteraad 10 februari 2026, gemeente DinkellandBij agendapunt: 11: Voorstel inzake vaststelling omgevingsplan ‘TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied, Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum’27.996 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied, Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.1774.TAMBUISPOLMANWEG2VG01

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied, Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum

Inhoudsopgave Motivering

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Inleiding en aanduiding plangebied 1.2 Beoordelingskader en belangenafweging 1.3 Leeswijzer

7 7 7 8

Hoofdstuk 2 Toekomstige situatie 2.1 Huidige situatie 2.2 Gewenste ontwikkeling 2.3 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving

9 9 10 13

Hoofdstuk 3 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege 3.1 Omschrijving gevraagde activiteiten 3.2 Toetsing aan het omgevingsplan

15 15 15

Hoofdstuk 4 Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg, participatie en bindend adviesrecht 4.1 Visie en beleid voor het plangebied 4.2 Voorbereidingsfase / Verkenningsfase met stakeholders

17 17 34

Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.2 Besluit milieueffectrapportage

37 37 38

5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13

38 39 42 44 46 47 48 49 50 52 53

Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren Gebiedsbescherming en soortenbescherming Luchtkwaliteit Geluid Geur Omgevingsveiligheid Trillingen Archeologie en Cultuurhistorie Bodem Waterbelang Spuitvrije zone gewasbeschermingsmiddelen

Hoofdstuk 6

Financiële haalbaarheid

55

Hoofdstuk 7 Juridische toelichting 7.1 Wijziging omgevingsplan 7.2 Artikelsgewijze toelichting

57 57 57

Bijlagen bij de toelichting

61

Bijlage 1

ruimtelijk kwaliteitsplan

62

Bijlage 2

RKP bossenstrategie

79

Bijlage 3

Renovatieplan

102

Bijlage 4

beoordeling renovatieplan

122

2

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied, Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum

Bijlage 5

Participatieverslag

128

Bijlage 6

bodemonderzoek

131

Bijlage 7

watertoets

210

Bijlage 8

quickscan natuurwaarden

214

Bijlage 9

AERIUS-berekening

259

Regels

289

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3

Inleidende regels Begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen Toepassingsbereik

291 291 292 293

Hoofdstuk 2 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Functies en gebiedsaanwijzingen Agrarisch - 2 Bos - Natuur Wonen - Wonen in het buitengebied Waarde - Ecologie Waarde - Landschap

295 295 297 299 302 303

Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene ruimtelijke bouwregels

305 305 306

Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Planologische gebruiksactiviteiten Regels parkeren Overige regels

307 308 309

Hoofdstuk 4 Artikel 14

Overgangsrecht Overgangsrecht

311 311

Bijlagen bij de regels

313

Bijlage 1

Begripsbepalingen

314

Bijlage 2

Renovatieplan

320

Bijlage 3

Erfinrichtingsplan

340

Bijlage 4

Inrichtingsplan bossenstrategie

342

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied , Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum

3

4

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied, Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum

Motivering

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied , Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum

5

6

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied, Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Inleiding en aanduiding plangebied Er is sprake van nieuwe ontwikkelingen op het voormalig agrarisch erf aan de Spölmanweg 2 in Oud Ootmarsum. Op het betreffende erf is de agrarische bedrijfsmatige functie beëindigd. Er zijn diverse cultuurhistorisch waardevolle gebouwen op het erf aanwezig. Daarnaast is het voornemen om de huidige (niet waardevolle) bebouwing en bedrijfswoning te saneren. De wens is om de karakteristieke schuren te behouden en daar woning en bijgebouw van te maken. Ten slotte is de wens om omliggende gronden in het kader van de bossenstrategie te beplanten. De genoemde ontwikkelingen zijn in het huidig omgevingsplan van rechtswege niet zonder meer mogelijk of kunnen niet geborgd worden. Daarom is met behulp van voorliggend plan een aanpassing van het planologisch kader beoogd om de plannen mogelijk te maken. Voorliggend kader verschaft een goed juridisch en ruimtelijk kader voor de genoemde ontwikkeling en toets deze aan de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (afgekort: ETFAL). Ligging planlocatie Het plangebied ligt aan de Spölmanweg 2 in Oud Ootmarsum, in het noordwestelijk deel van het buitengebied van de gemeente Dinkelland. De locatie Spölmanweg 2 staat kadastraal bekend als gemeente Denekamp, sectie A met perceelnummers 2633, 3958, 4195, 4196, 4623, 4624, en 222.

Een topografische kaart met daarop het plangebied rood aangegeven is onderstaand zichtbaar. De begrenzing van het plangebied is zichtbaar op de digitale verbeelding en komt overeen met het erf en de omliggende gronden die worden ingezet in het kader van de bossenstrategie.

Afbeelding 1.1: topografische kaart met plangebieden (in rood) ten opzichte van omliggende plaatsen Oud Ootmarsum (bron: Map5 kaarten)

1.2 Beoordelingskader en belangenafweging Beoordelingskader De voorgenomen activiteit voldoet niet aan de regels van het omgevingsplan. Het initiatief kan alleen leiden tot een wijziging van het omgevingsplan als er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving en milieu relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader worden onderzocht en afgewogen. De taak om te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties ligt primair bij de gemeente. De beleidsruimte van de gemeente wordt op verschillende manieren ingekaderd. De belangrijkste zijn de instructieregels van het Rijk en de provincie. De volgende regels en instructies van toepassing: bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied , Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum

7

de instructieregels van hoofdstuk 5 van het Bkl; de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening; eventuele andere instructies van het Rijk en provincie. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn niet alleen de in het Bkl geregelde milieu aspecten beoordeeld, maar zijn alle relevante aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu beoordeeld. Bij de beoordeling of wij een besluit willen nemen tot wijziging van het omgevingsplan is rekening gehouden met deze regels dan wel zijn de regels betrokken of in acht genomen. Daarnaast heeft de gemeente haar beleidsruimte ingevuld met beleidsregels voor de fysieke leefomgeving, zodat de de wijziging van het omgevingsplan ook hieraan wordt getoetst. Het gaat hier om de omgevingsvisie en de andere beleidsdocumenten voor de verschillende specifieke onderdelen. De evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijze zijn afgewogen. De aanvrager wenst de gevraagde activiteiten te realiseren. De gemeente wenst de doelen uit haar beleid te verwezenlijken. De belangen van de omwonenden zijn gelegen in een goed woon- en leefklimaat. De omliggende bedrijven hebben belang bij een ongehinderde bedrijfsvoering en een goed werkklimaat.

Belangenafweging De raad heeft bij het bepalen om een besluit tot wijziging van het omgevingsplan vast te stellen beleidsruimte om te bepalen of een bepaalde ontwikkeling met de daarbij behorende functies en maatvoering vanuit het oogpunt van evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar is. Een dergelijk besluit is immers in belangrijke mate afhankelijk van de inzichten die bij de gemeente bestaan over de wenselijk geachte ontwikkelingen in het projectgebied. Verder mag het project niet in strijd zijn met de instructie(regels)s van het Rijk en de provincie. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijze worden afgewogen. Ondanks dat het initiatief in strijd is met het omgevingsplan kan worden besloten tot wijziging van het omgevingsplan, omdat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Zoals uit de hierna opgenomen hoofdstukken blijkt draagt het initiatief bij aan de visie en beleid die de gemeente voor dit plangebied heeft en blijkt dat wordt voldaan de instructieregels van het Rijk en provincie. In de voorbereidingsfase heeft bestuurlijke afstemming plaatsgevonden. Provincie en het waterschap zijn akkoord met het project.

Verder is het project afgestemd met omwonenden en heeft initiatiefnemer daarvan een verslag overgelegd. Voorts zijn in hoofdstuk 5 de ruimtelijk relevante aspecten voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit afgewogen. Zienswijzen Het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan heeft voor periode van zes weken ter inzage gelegen. Het was voor een ieder mogelijk om tegen het ontwerpbesluit een zienswijze in te dienen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Conclusie belangenafweging Gelet op alle aspecten die zijn afgewogen en de belangen van omwonenden, levert de wijziging van het omgevingsplan geen onaanvaardbare aantasting van deze belangen op. Het wijzigen van het omgevingsplan is evenwichtig en geschikt om het project te realiseren.

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een omschrijving gegeven van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het voorgenomen plan getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege en worden de strijdigheden in beeld gebracht. Hoofdstuk 4 omschrijft de toetsing van de ontwikkeling aan de visie en beleid voor het plangebied op rijks-, provinciaals en gemeentelijk niveau. Daarna wordt ingegaan op de resultaten van het (bestuurlijk) vooroverleg en het participatietraject. In hoofdstuk 5 wordt getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. In hoofdstuk 6 komt de financiële haalbaarheid van het initiatief aan de orde. Tot slot is in hoofdstuk 7 een toelichting op de planregels opgenomen.

8

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied, Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum

Hoofdstuk 2

Toekomstige situatie

2.1 Huidige situatie 2.1.1

Historische context en bestaande situatie

Net buiten de kern van Oud-Ootmarsum, aan de Spölmanweg 2, is sprake van een voormalig agrarische erf. Er is sprake van een woning, een voormalige boerderij, enkele karakteristieke schuren en een werktuigenberging. Het ligt net naast de doorgaande weg richting Duitsland. Het erf ligt op de flank van stuwwal waar ook onder meer de Kuiperberg gelegen is. Door de hoogteverschillen is er sprake van het essen- en kampenlandschap op de overgang naar de grootschaligere heideontginning. Daarnaast is er sprake van enkele maten langs de beek. Kenmerkend voor het geheel zijn de meer dan behoorlijke hoogteverschillen (zelfs op het erf zelf) en de ietwat verstrooide opzet van het erf. Er lijkt willekeurig en naar behoefte gebouwd te zijn. Dit heeft geresulteerd in een compact erf. De boerderij, ook wel keuterij genoemd, werd in deze streken ook wel omschreven als ‘Köttelboertje’. De gronden waren soms in bezit, maar het kwam ook voor dat de gronden in pacht waren. In veel gevallen voerde het köttelboertje ook een ambacht uit om inkomsten te genereren naast het houden van het vee. Het erf is al oud en is al zichtbaar op kaartmateriaal van voor 1900. De bebouwing op het erf vertoond ook zeker aanknopingspunten uit die tijd. De boerderij zelf is enkele keren verbouwd waarbij, niet geheel ongebruikelijk, de boerderij dienst uitmaakte als schuur.

Daardoor zijn er wel behoorlijk veel karakteristieken verloren gegaan. Feitelijk is enkel de achtergevel nog karakteristiek te noemen. De oorspronkelijke voorgevel, de zijgevels en het gehele dak zijn dat al niet meer. De naastgelegen schuur én de achtergelegen schuur zijn wel zeer karakteristiek. Op later moment is een nieuwere bedrijfswoning gebouwd op het erf. Deze is op dit moment nog aanwezig maar vertegenwoordigd geen noemenswaardige waarden voor het erf. Het landschap Het landschap rondom het plangebied is aanvankelijk erg kleinschalig geweest. De kampen waren vanzelfsprekend open, maar rondom was er een aaneenschakeling van houtwallen en -singels met daaraan gekoppeld de verspreid liggende erven. Het kenmerkende coulissenlandschap rondom het plangebied is ten dele gesneuveld door de jaren heen, maar desondanks is het gebied nog herkenbaar door belangrijke landschappelijke dragers. Vooral de meer robuuste elementen langs wegen of met een functie zijn bewaard gebleven. Huidige indeling Het erf is van voor 1900. De cultuurhistorische opzet van het oorspronkelijke erf is door de nieuwbouw van schuren en de woning enigszins verloren gegaan. Echter, doordat de oorspronkelijke schuren nog behouden zijn gebleven, vertegenwoordigen zij belangrijke karakteristieke elementen die bijdragen aan de herkenning van het erf.

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied , Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum

9

Afbeelding 2.1: recente luchtfoto planlocatie Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum en omliggende gronden (bron: PDOK.nl)

Afbeelding 2.2: vogelvlucht aanzicht huidige erfsituatie (bron: Streetsmart)

2.2 Gewenste ontwikkeling Het is de wens om de bestaande agrarische bedrijfsfunctie vanwege de afwezigheid van een agrarisch bedrijf om te zetten naar een woonfunctie. Daarbij is het plan van initiatiefnemers om een NSW-landgoed te stichten op de locatie. Als gevolg van deze wensen worden een aantal wijzigingen beoogd, die onderstaand worden toegelicht.

10

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied, Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum

Erfontwikkeling Spölmanweg 2 De oude boerderij is in bouwkundig opzicht in combinatie met de resterende karakteristieke kenmerken verloren gegaan en is niet duurzaam te behouden voor de nieuwe erfopzet. Ook de later gebouwde woning en de schuur zijn gedateerd en worden gesloopt (A op tekening). De karakteristieke schuur is het behouden waard in combinatie met de aanwezige kapschuur. De karakteristieke schuur wordt omgevormd naar woning (B op tekening). Vanuit deze basis wordt het nieuwe erf weer vorm gegeven. Dat gebeurt enerzijds door de nieuwe woning (C op tekening), welke het hoofdgebouw op het erf vormt. Anderzijds komt er een nieuwe schuur (E op tekening). De karakteristieke veldschuren in de noordelijke hoek (N op tekening) blijven behouden en maken onderdeel uit van het erf. De veldschuurtjes zijn een hele duidelijke verwijzing naar de historie.

Totaal is er 734,41 m2 aan bijgebouwen aanwezig op locatie; De karakteristieke schuur wordt omgezet naar woning, 142,51 m2; Het schuurtje achter de karakteristieke schuur wordt herbouwd en bij de woning aangetrokken, 27,33 m2 De bestaande kippenschuurtjes buiten het erfcluster worden veldschuren, 61,55 m2 Overblijvende schuurmeters; 734,41 m2 - 142,51 m2 - 27,33 m2 - 61,55 m2 = 503,02 m2 over voor bijgebouwen Karakteristieke kapschuur blijft staan; Overblijvende schuurmeters die gesaneerd worden, 367,95 m2 1e 350 m2 mag 1:1 teruggebouwd worden = 350 m2; Overblijvende meters wordt gedeeld door 2, 17,95 : 2 = 8,98 m2= 9m2. Totaal mag er dus nog 359m2 aan bijgebouwen worden herbouwd op het erf. Totaal bijgebouwen op erf: Te behouden karakteristieke kapschuur: 135,07 Te herbouwen: 359m2 Eindtotaal: 495 m2 oppervlakte bijbehorende bouwwerken Er is in dit kader maatwerk toegepast omdat de karakteristieke kapschuur wordt behouden en van waarde is voor het erfensemble ter plaatse. Het integreren in een nieuwe erfopzet is daarbij van belang voor de ruimtelijke kwaliteit. De landschapontsierende gebouwen zijn verdwenen en hebben plaats gemaakt voor een erf in een verstrooide opzet. Enerzijds is er nieuwe bebouwing, anderzijds blijft de cultuurhistorie en de daarbij behorende componenten behouden. Een prachtig contrast op het erf.

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied , Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum

11

Afbeelding 2.3: nieuwe landschappelijke erfsituatie Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum (bron: N+L Landschapsontwerpers)

Afbeelding 2.4: voorgevel karakteristieke schuur, om te zetten naar woonfunctie (bron: Building Design Architectuur)

Afbeelding 2.5: te behouden karakteristieke kapschuur (bron: N+L Landschapsontwerpers)

Bossenstrategie De huidige situatie bestaat uit een agrarisch perceel met bestaande houtopstanden (afbeelding 2.3). Het grootste deel van het gehele perceel wordt gebruikt voor agrarische doeleinden. Het landgoed wil meewerken aan de 12

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied, Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum

landelijke bossenstrategie, wat betekent dat de aan te planten houtopstanden moeten voldoen aan de richtlijnen van deze strategie. De huidige situatie biedt kansen om deze houtopstanden toe te voegen. Hierbij is ook gekeken naar de historie van dit perceel (pag. 9). Bij de aanleg van de groenstructuren wordt er gestreefd naar een hoge toekomstbestendigheid door middel van het gemengd aanplanten van verschillende struik- en boomsoorten. Deze soorten dienen te passen bij de groeiplaats en zoveel mogelijk klimaatbestendig te zijn. Ook zullen er natuurlijke bosranden worden aangeplant die de biodiversiteit zullen versterken (afbeelding onder). Daarbij zullen initiatiefnemers de huidige bomenrijen versterken door extra aanplant van eiken. De zichtlijn vanaf de Laagsestraat naar het erf blijft behouden en er mag niet geplant worden in deze zichtlijn, 10 meter breedte. Door nu goed rekening te houden met de richtlijnen en eisen van de bossenstrategie, wordt er op langer termijn een structuurrijk bos ontwikkeld.

Afbeelding 2.6: bestaande natuur en aanplant in het kader van de bossenstrategie (bron: N+L Landschapsontwerpers)

2.3 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving Het landschap rondom het plangebied is aanvankelijk erg kleinschalig geweest. De kampen waren vanzelfsprekend open, maar rondom was er een aaneenschakeling van houtwallen en -singels met daaraan gekoppeld de verspreid liggende erven. Het kenmerkende coulissenlandschap rondom het plangebied is ten dele gesneuveld door de jaren heen, maar desondanks is het gebied nog herkenbaar door belangrijke landschappelijke dragers. Vooral de meer robuuste elementen langs wegen of met een functie zijn bewaard gebleven. Met het voorliggend plan en de combinatie met de bossenstrategie wordt herstel van de landschapskenmerken toegepast. Het landschappelijk inpassingsplan voorziet in een inpassing die aansluit bij deze karakteristieken.

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied , Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum

13

14

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied, Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum

Hoofdstuk 3 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege 3.1 Omschrijving gevraagde activiteiten Zoals in Hoofdstuk 1 reeds aangegeven is er een plan voor een herontwikkeling van het erf Spölmanweg 2 en de aanplant van bossen in het kader van de bossenstrategie omliggend aan het erf. Op de planlocatie is een agrarische bedrijfsfunctie voor grondgebonden veehouderij toegekend. Deze bedrijfsactiviteiten zijn in het verleden al gestaakt en na de herontwikkeling gaat er enkel nog een woonfunctie worden uitgeoefend. Het omzetten van het erf naar een reguliere woonfunctie is daarom gewenst met de bouw- en gebruiksmogelijkheden die invulling kunnen geven aan het toekomstig gebruik. Het gebruiken van de huidige karakteristieke schuur als woning past bijvoorbeeld niet binnen de huidige planregels ter plaatse van de planlocatie. Bovendien dient de toekomstige bebouwingsoppervlakte vastgegelegd te worden, zodat de ruimtelijke kwaliteit verbeterd wordt en deze bebouwingsoppervlakte niet opnieuw kan worden teruggebouwd. Ondanks dat de aanplant van de beoogde perceeltjes bos ook al mogelijk is binnen de agrarische functie wordt de agrarische functie alsnog gewijzigd naar 'Bos en Natuur'. Voor de bossenstrategie geldt dat de aanplant voorzien moet worden van een passende functie (bos - natuur) en dat de aanplant en instandhouding langdurig geborgd kan worden.

Deze gezamenlijke ontwikkelingen zijn niet mogelijk binnen de huidige planregels ter plaatse van de locatie. Een aanpassing van het omgevingsplan van rechtswege is daarvoor noodzakelijk.

3.2 Toetsing aan het omgevingsplan 3.2.1

Strijdigheden met bestemmingsplan 'Buitengebied 2010'

Het geldend planologisch kader ter plaatse is van de planlocatie is het omgevingsplan van rechtswege met onderdelen 'Buitengebied 2010' en 'Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland'. Het onderdeel "Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland" dient enkel als borging van het parkeerbeleid van de gemeente Dinkelland en wordt daarom verder niet behandeld in deze paragraaf. Hierna wordt nader ingegaan op de huidige planologische situatie. Het plandeel Spölmanweg 2 heeft de functie 'Agrarisch - 2' met bijbehorende functieaanduidingen 'specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel grondgebonden agrarisch bedrijf' en een bouwvlak. Tevens geldt een 'Waarde - Ecologie'. Het realiseren van extra (reguliere) woningen binnen de functie is niet toegestaan. Daarnaast moet de woonfunctie vanwege het beeindigen van de agrarische bedrijvigheid worden toegekend.

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied , Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum

15

Afbeelding 3.1: verbeelding omgevingsplan van rechtswege (bron: ruimtelijkeplannen.nl) 3.2.2

Bruidsschat

De bruidsschat bevatten regels over onderwerpen die tot het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet in nationale regelgeving waren opgenomen (door het Rijk opgestelde regels). Onder de Omgevingswet worden deze door gemeenten geregeld. De bruidsschat maakt onderdeel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De bruidsschat bevat regels op het gebied van bouwen, milieubelastende activiteiten en overige activiteiten en is opgenomen in hoofdstuk 22 van de regels van het omgevingsplan. Het grootste gedeelte van deze regels is gericht op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit geldt bijvoorbeeld voor milieuregels (zoals regels over geurnormen en de afstand tot een geurgevoelig object). Voor dat deel van de regels geldt dat het mogelijk is om van het omgevingsplan af te wijken. De regels van afdeling 22.2 zijn relevant voor onderhavig initiatief omdat deze betrekking hebben op het bouwen van bouwwerken. Met de in dit TAM-omgevingsplan opgestelde regels wordt aan de regels voldaan. De regels van afdeling 22.3 zijn relevant voor zover sprake is van milieubelastende activiteiten. Zodoende zijn de regels niet relevant. De overige in de bruidsschat opgenomen regels zijn niet relevant voor dit plan. 3.2.3

Gemeentelijke verordeningen

Er zijn geen gemeentelijke verordeningen die van belang zijn voor dit plan.

16

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied, Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum

Hoofdstuk 4 Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg, participatie en bindend adviesrecht 4.1 Visie en beleid voor het plangebied 4.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Vrijkomende Agrarische Bebouwing en de provinciale ruimte-voor-ruimteregelingen waardoor VAB-locaties omgevormd kunnen worden tot aantrekkelijke nieuwe woonlocaties. Ook wordt ingegaan op de aspecten 'economie en landschap'. Landschap is immers een belangrijk onderdeel van het vestigingsklimaat, zowel voor de meer verstedelijkte gebieden als voor de landelijke regio's. Voor een hoogwaardige kenniseconomie als de Nederlandse, is de bereikbaarheid en aantrekkelijkheid van het omringende landschap van groot belang in de concurrentie met andere landen.

Een aantrekkelijke leefomgeving is tevens een randvoorwaarde voor toerisme. De aantrekkelijkheid van de leefomgeving is immers vaak de reden dat bezoekers naar een regio komen. Een aantrekkelijk landschap maakt dat mensen daar willen wonen, werken en recreëren. Vrijkomende agrarische bebouwing kan bijvoorbeeld met provinciale ruimte-voor-ruimteregelingen omgevormd worden tot aantrekkelijke nieuwe woon- of werklocaties, waarbij de vrijkomende agrarische grond zo veel mogelijk kan worden ingezet voor een grotere grondgebondenheid van de omliggende agrarische bedrijven, of worden gebruikt voor agrarisch natuurbeheer. Rijk en regio's werken samen uit hoe kan worden omgegaan met de opgave van agrarische leegstand en herbestemming in relatie tot het combineren van functies in het landelijke gebied, behoud en versterking van de leefbaarheid op het platteland en het voorkomen van verdere aantasting van het landschap. Beoordeling van het plan: Dit plan heeft betrekking op een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en waarbij geen sprake is van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI.

Juist kan het plan een bijdrage leveren aan de toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied en goede invulling van een VAB-locatie, omdat een vrijkomend agrarisch erf wordt omgevormd naar regulier woonerf, waarbij de bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied , Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum

17

landschapsontsierende bebouwing wordt gesaneerd en juist gewerkt wordt aan behoud van de (agrarische) karakteristieken en een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Geconstateerd is dat de compensatiewoningen op bestaande erflocaties een logische vervolgfunctie betreft. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld, hierbij wordt onder meer verwezen naar Bijlage 1 behorende bij de toelichting en de toetsing aan het provinciaal en gemeentelijk beleid. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit plan opgenomen ontwikkeling. 4.1.2

Bos voor de toekomst

In de Bossenstrategie geven het Rijk en de provincies aan wat het streefbeeld is voor het bos in Nederland tot 2030. Begin 2020 zijn de ambities en doelen voor de Bossenstrategie geformuleerd. Deze zijn verder uitgewerkt in acties ter ondersteuning van de doelen. Bos zal voor toekomstige generaties relevanter zijn dan ooit tevoren. Het bos is belangrijk voor het behalen van natuurdoelen en klimaatdoelen en de betekenis van bos voor mensen is groot. Aan het begin van de 20ste eeuw vonden we bos vooral belangrijk vanwege de productie van hout voor de mijnbouwindustrie of om in te jagen op wild. In de verdere toekomst zal er misschien ook ander gekeken worden naar de functies van het bos. Deze wensen zijn nu nog niet bekend. Daarom bestaat de wens om het bos op zo'n manier door te geven zodat toekomstige generaties daar eigen keuzes in kunnen maken. Bossenstrategie Bomen zijn een belangrijk onderdeel van de leefomgeving en de natuur. Veel planten en dieren leven in en rondom bomen. Het Rijk en de provincies hebben in 2020 een bossenstrategie gemaakt. Daarin is de ambitie opgenomen dat er in 10 jaar 37.000 hectare bos bij komt in Nederland; dat is 10% extra bos. Met meer bomen wordt er meer CO2 vastgelegd en wordt de biodiversiteit bevorderd.

Onderdeel van de bossenstrategie is ook dat er voor de bomen die gekapt worden in Natura 2000-gebieden ergens anders nieuwe bomen geplant worden. Bomen of delen van een bos kappen is soms nodig voor bijzondere planten en dieren die alleen in open gebieden leven, zoals heidevelden of hoogveen. Door het kappen van bomen wordt het leefgebied voor deze soorten versterkt en vergroot Beoordeling van de plannen: In voorliggend geval wordt er aangesloten bij de nationale bossenstrategie. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van functieverandering. De gronden hebben in de huidige situatie de agrarische functie en dit zal worden omgezet naar 'Bos - Natuur'. De geprojecteerde locaties vallen niet onder Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland. Een en ander brengt met zich mee dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met het geldende rijksbeleid, maar hier juist op gepaste wijze invulling aan geeft. 4.1.3

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel

De omgevingsvisie is het overkoepelende provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan en/of passend is binnen de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of - generieke beleidskeuzes (themagerichte artikelen met criteria waaraan (omgevings)plannen dienen te voldoen) 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven 3.

Hoe - gebiedskenmerken (conform lagenbenadering: natuurlijke laag, agrarische laag, stedelijke laag en laag van de beleving) Doorwerking in onderhavig plan: In voorliggende geval zijn in het kader van de generieke beleidskeuzes de volgende artikelen relevant: artikel 4.4 (principe van concentratie) 18

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied, Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum

artikel 4.5 (zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) artikel 4.9 (onderbouwing ruimtelijke kwaliteit) artikel 4.11 (kwaliteitsimpuls groene omgeving) artikel 4.14 (woonafspraken) artikel 4.55 (Nationaal Landschap Noordoost-Twente) Onderstaand worden de beleidskeuzes benoemd en beoordeeld op welke wijze in het plan hiermee rekening is gehouden. Artikel 4.4: Principe van concentratie In omgevingsplannen worden alleen de ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerrein, stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen mogelijk gemaakt als die voorzien in een lokale behoefte of in de behoefte van bijzondere doelgroepen. Beoordeling van het plan: In dit geval is sprake van een ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt op gronden die momenteel in gebruik zijn als erf. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn in het verleden reeds beëindigd en daarom wordt voormalige landschapsontsierende bedrijfsbebouwing nu gesaneerd, karakteristieke bebouwing benut voor de toekomstige erfsituatie en het gebruik omgezet ten behoeve van een woonfunctie. Op basis van de karakteristieke regeling mag een bestaande schuur omgevormd worden naar woning. De huidige bedrijfswoning wordt herbouwd. Vanuit het Rijk en de provincie is de Bossenstrategie in het leven geroepen.

Naast de herontwikkeling van het voormalig agrarisch erf worden er ook bomen aangeplant waarmee er wordt voorzien in de behoefte aan bomen. Op basis van de gemeentelijke woonvisie is sprake van behoefte aan toevoeging van woningen. Dit is nader uitgewerkt in paragraaf 4.1.6. Daarmee is sprake van een lokale behoefte en een goede invulling aan het principe van concentratie. Artikel 4.5 (zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) Lid 2 Omgevingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: a. dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; b. dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Beoordeling van het plan: De locatie Spolmanweg 2 ligt buiten bestaand stedelijk gebied. Er is sprake van herontwikkeling, waarbij landschapsontsierende agrarische bebouwing wordt gesloopt en karakteristieke bebouwing wordt behouden. De huidige bedrijfswoning wordt opnieuw gebouwd. De ontwikkeling blijft hiermee binnen het huidig erfensemble. Er is hiermee sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik passend binnen dit artikel van de omgevingsverordening.

Artikel 4.9: Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting bij omgevingsplannen wordt onderbouwd dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken, past binnen het ontwikkelingsperspectief, inzichtelijk wordt gemaakt op welke wijze toepassing wordt gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering). Beoordeling van het plan: Voor het plangebied is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld dat gebaseerd is op de toegekende gebiedskenmerken. Deze worden later in deze paragraaf afzonderlijk behandeld en getoetst. Hiermee wordt voldaan aan de uitgangspunten voor artikel 4.9 van de verordening.

Artikel 4.11: Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving In dit artikel wordt een generieke mogelijkheid geboden om onder voorwaarden nieuwe ontwikkelingen toe te staan in de Groene Omgeving als daarvoor sociaaleconomische of maatschappelijke redenen zijn. Deze regeling wordt 'Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving' genoemd, omdat van deze nieuwe ontwikkelingen wordt verwacht dat bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied , Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum

19

ze een extra impuls opleveren voor investeringen in de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Beoordeling van het plan: Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (buitengebied) van de gemeente Dinkelland. De agrarische bedrijfsmatige functie is reeds in het verleden beeindigd op de locatie, enkele gebouwen zijn karakterisitiek en andere gebouwen kunnen als landschapsontsierend worden aangemerkt. Een karakteristieke schuur kan een woonfunctie verkrijgen in het kader van de beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit', onder de voorwaarde dat er een renovatie van het betreffende gebouw wordt bewerkstelligd. Daarnaast is het de bedoeling om voor de bijbehorende bouwwerken deels te gaan voor behoud en deels voor vervanging. Dit zal leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Gekoppeld hieraan zal ook in het kader van bossenstrategie een forse investering en aanplant in het omliggende landschap plaatsvinden. De sociaaleconomische of maatschappelijke meerwaarde vertaalt zich daarmee in: sloop van landschapsontsierende bebouwing; behoud en investeringen in karakteristieke gebouwen; het realiseren van een erfensemble met ruimtelijk kwaliteit; de verwijdering van overtollige erfverhardingen e.d.; het landschappelijk inpassen van de aangepaste erflocatie; de aanplant van bos in het kader van de bossenstrategie.

Artikel 4.14 (woonafspraken) 1. Omgevingsplannen staan alleen toe dat nieuwe woningen worden gerealiseerd als de bouw van deze woningen past binnen de geldende woonafspraken, zoals deze zijn gemaakt door de regio en vastgelegd in bestuurlijke afspraken tussen provincie en gemeenten. 2. Nieuwe woningen zijn nog te realiseren woningen waarvoor nog geen omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit is afgegeven. Beoordeling van het plan: Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van 1 extra woning op basis van de karakteristieke-regeling uit de gemeentelijke beleidsnota 'Buitengebied met Kwaliteit'. De woning voldoen aan de kwalitatieve behoefte en wordt gebouwd voor de lokale behoefte. Zoals uit paragraaf 4.1.6 blijkt is er in de gemeente Dinkelland ruimte voor het toevoegen van extra woningen. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorliggend omgevingsplan in overeenstemming is met artikel 4.14 uit de Omgevingsverordening Overijssel.

Artikel 4.55: Nationaal Landschap Noordoost-Twente Lid 1 Een omgevingsplan voorziet alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen het Nationaal Landschap Noordoost-Twente als die nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten van dat landschap. Lid 2 De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente zijn: het samenhangend complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen; de grote mate van kleinschaligheid; het groene karakter. Lid 3 Het omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt rekening is gehouden met het Ontwikkelperspectief Nationaal Landschap Noordoost-Twente en met bijlage IX van deze verordening (Nader uitgewerkte kernkwaliteiten Nationaal Landschap Noordoost-Twente) waarin de kernkwaliteiten nader zijn uitgewerkt. Beoordeling van het plan: De plannen van de eigenaren van Spölmanweg 2 brengen geen onaanvaardbare effecten voor het Nationaal Landschap Noordoost-Twente met zich mee. Juist kan het voor een versterking zorgen van de beleefbaarheid van Noordoost-Twente. Er wordt op de locatie gezorgd voor een (behoud van) diversiteit aan landschapstypen in een kleinschalige setting. De voormalige agrarische identiteit van de locatie wordt hierbij respecteerd door in een herkenbaar erfensemble te bouwen, vergezeld van passende landschappelijke ingrepen. Bovendien wordt 20

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied, Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum

invulling gegeven aan de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving en de bossenstrategie van de provincie Overijssel en wordt het omliggende landschap, mede gelet op de (extra) investeringen in de ruimtelijke kwaliteit, juist fors versterkt. Ontwikkelingsperspectieven (waar) Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. Voor het voorliggende plan is het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' van toepassing. Het gaat dan om het erf en de daaraan verbonden ontsluitingen. De omliggende gronden zijn aangemerkt als 'ondernemen met natuur en water'.

Afbeelding 4.1: ontwikkelingsperspectief, Spolmanweg 2 met marker aangeduid (bron: overijssel.tercera-ro.nl) Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden - net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven - de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem. Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. De ontwikkeling van de woonfunctie binnen dit ontwikkelingsperspectief is mogelijk met inachtneming van Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving.

Het omvormen van de agrarische bedrijfsfunctie naar een reguliere woonfunctie na beeindiging van het agrarisch bedrijf is een passende activiteit in het mixlandschap. Ook het toevoegen van een extra woning binnen dit mixlandschap is passend binnen het ontwikkelingsperspectief. bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied , Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum

21

De percelen rondom het huidig erf zijn grotendeels aangewezen als "Zone ondernemen met Natuur en water buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN)". Het ontwikkelingsperspectief richt zich op het realiseren van een robuust en samenhangend netwerk van gebieden met natuur-, water- en landschappelijke kwaliteit. Het accent ligt op natuur die, naast biodiversiteit, betekenis heeft voor mensen en bijdraagt aan hun welzijn en welvaart. Om dit mogelijk te maken, wordt er ruimte geboden aan de groeiende groep betrokken ondernemers en bewoners die zelf willen ondernemen met natuur en water. De voorgenomen ontwikkeling past goed bij de gestelde ambities, aangezien initiatiefnemer in het kader van de bossenstrategie bereid is om een forse hoeveelheid bos te planten. Daarmee wordt op goede wijze invulling gegeven aan dit ontwikkelingsperspectief. De voorgenomen ontwikkeling past goed bij de gestelde ambities vanuit de toegekende ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken (hoe) Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De kwaliteitsopgaven en -voorwaarden op basis van gebiedskenmerken kunnen te maken hebben met landschappelijke -inpassing, infrastructuur,- milieuaspecten, bodemaspecten, cultuurhistorie, toeristische en recreatieve aantrekkingskracht, natuur, water, etc.

De gebiedskenmerken zijn over het algemeen richtinggevend of inspirerend. De provincie onderscheidt de volgende vier lagen: 1. 2. 3. 4.

Natuurlijke laag. Laag van het agrarisch cultuurlandschap. Stedelijke laag. Laag van de beleving.

Natuurlijke laag De natuurlijke laag is aanvankelijk ontstaan zonder toedoen van de mens door onder andere invloeden van abiotische processen als de ijstijden, de wind en water. De locaties zijn gelegen in gebieden met overgangen van dekzandvlakte en ruggen naar beekdalen en natte laagtes. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat. Soms vlak bij elkaar, soms ver van elkaar verwijderd. Daardoor is er sprake van hoogteverschillen. In de jaren zijn hoogteverschillen geërodeerd door de wind. Kenmerkend reliëf is op veel plaatsen vervlakt, b.v. door egalisaties ten behoeve van de landbouw.

Afbeelding 4.2: uitsnede natuurlijke laag, locatie in overgang stuwwalgebied naar beekdalen (bron: provincie Overijssel)

Laag van cultuurlandschap

22

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied, Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum

Door menselijk ingrijpen in de natuurlijke omstandigheden ontstaat er een (agrarisch) cultuurlandschap. Het landschap werd functioneel ingericht waarbij men nooit heeft nagedacht over de schoonheid ervan.

Afbeelding 4.3: uitsnede laag van cultuurlandschap, overgang jong heideontginningslandschap en essenlandschap (bron: provincie Overijssel) De eerste nederzettingen in Nederland werden gesticht op de rand van de hogere stuwwallen en dekzandruggen naar de overgang met de lagere gronden. De akkers op de hogere gronden werden intensief gebruikt en bemest met heideplaggen uit het voormalige potstal systeem. De heideplaggen kwamen van de grootschalige open heidecomplexen die pas laat zijn ontgonnen door - in eerste instantie - gebrek aan kennis. De open essen en eenmansesjes kwamen door het potstalsysteem hoger in het landschap te liggen met veelal scherpe randen. Al dan niet werden randen van de es beplant met houtsingels (steilrand beplanting) of houtwallen met een - langs de randen van de es - kleinschaliger landschap tot gevolg. Afhankelijk van de grootte van de es werden meerdere boerderijen rondom een es gebouwd zoals dit het geval is rondom het plangebied. Bij de essen en kampenlandschap is er vaak sprake van grillige wegenpatronen met een aaneenschakeling van landschapselementen rondom de kampen of essen en verspreid liggende erven. De akkers werden vruchtbaar gehouden met de plaggen van het heideveld die vervolgens met mest werden vermengd. Het water uit de lager gelegen beekdalen voorzag de akkers en het vee van water.

Echter, door de jaren heen heeft het matenlandschap, mede door functionaliteit, de kenmerken gekregen van het ontginningslandschap. De ontwikkeling moet bijdragen aan de herkenning van het landschap. De mate van herstel is afhankelijk van meerdere factoren. In beginsel moet ervoor gezorgd worden dat het bestaande behouden blijft en dat erven op een juiste manier ingepast zijn en blijven. Laag van de beleving en stedelijke laag Het plangebieden heeft voor wat betreft de laag van de beleving en de stedelijke laag geen specifieke kenmerken toegewezen gekregen, die voor voorliggende ontwikkeling relevant zijn. Daarom blijft een verdere toetsing aan deze lagen buiten beschouwing. Conclusie Het in Bijlage 1 opgenomen ruimtelijk kwaliteitsplan is gebaseerd om de toegekende ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken. Met inachtneming hiervan wordt geconcludeerd dat de in dit voorliggende omgevingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied , Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum

23

4.1.4

MijnOmgevingsvisie Dinkelland

De gemeente Dinkelland beschikt over een omgevingsvisie. MijnOmgevingsvisie Dinkelland gaat over de toekomst van de leefomgeving; de visie van samenleving én gemeente. Hierin bouwt men verder op de basis die al in proces van MijnDorp gelegd is. De visie gaat namelijk over leefbaarheid van de kernen én over het buitengebied, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. De visie geeft aan hoe de gemeente, samenleving en gemeenteraad, willen sturen; wat men wil behouden, versterken en ontwikkelen. MijnOmgevingsvisie gaat in op: 1. 2. 3. 4.

de uitdagingen die op de gemeente afkomen (het verhaal achter de speerpunten); hoe men daarop kan inspelen (speerpunten); hoe plannen die bewoners of ondernemers inbrengen worden afgewogen (stappenplan); welke waarden daarbij belangrijk zijn (waardenkaart).

Mijn Omgevingsvisie gaat uit van vier kernprincipes. Kernprincipes zijn manieren van werken; werkwijzen die altijd gelden. Als keuzes worden gemaakt, als plannen worden gemaakt en gewoon als we wonen, leven, ondernemen of verblijven past men de kernprincipes toe. De vier kernprincipes zijn: We doen het samen; We geven het goed voorbeeld; We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. We wentelen niet af op volgende generaties. Speerpunten In de omgevingsvisie zijn speerpunten opgenomen op verschillende thema's. In voorliggend geval is gezien de ontwikkeling volgende thema's van belang. Goede staat van landschap en natuur De landschapskwaliteiten van Noordoost-Twente, dus ook van Dinkelland, willen we behouden en ontwikkelen. Het landschap is gevormd door natuur en mens; de inwoners, hun cultuur en het gebruik van het gebied hebben ons landschap uiteindelijk bepaald. En dat gebeurt nog steeds. Hierin zien wij de volgende uitdagingen en wij willen ons als partner sterk maken voor: behouden en versterken van het veelzijdige cultuurlandschap; versterken van de biodiversiteit; behoud van natuur en landgoederen. Buitengebied in balans De gemeente wil een economisch sterk buitengebied met veel verschillende functies waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen.

Het Twentse landschap is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis. Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied van Dinkelland komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. In het buitengebied van de gemeente is er landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. Er wordt gestreefd naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit doet de gemeente samen met haar inwoners, haar partners en de gebruikers.

De speerpunten voor het buitengebied zijn: toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd; goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij we samenwerking zoeken met de landbouw; kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. In afbeelding 4.4 is een uitsnede van de bijbehorende Waardenkaart weergegeven. De planlocatie ligt in de zone 24

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied, Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum

'gericht op beperkte ontwikkeling en 'gericht op behouden'.

afbeelding 4.4: Uitsnede waardenkaart ter plaatse van Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum (bron: gemeente Dinkelland) Beoordeling van de plannen: De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de herontwikkeling van het erf Spölmanweg 2, waarbij karakteristieke bebouwing gerenoveerd wordt, de landschapsontsierende bebouwing gesloopt wordt en omliggende gronden worden aangeplant met bossen. Door middel van een ruimtelijk kwaliteitsplan (Bijlage 1 ruimtelijk kwaliteitsplan) worden ontwikkelingen uitgelegd en landschappelijk ingepast. Hiermee wordt het verval en de verkrotting van het karakteristieke erf voorkomen en bijgedragen aan het behoud en het versterken van de identiteit van het landschap. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse fors versterkt.Verder wordt er met de woonfunctie ter plaatse op een positieve wijze bijgedragen aan de leefbaarheid van het buitengebied. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland'. 4.1.5

Buitengebied met kwaliteit

Op 25 januari 2022 is de beleidsregel 'Buitengebied met kwaliteit' vastgesteld door de raad van de gemeente Dinkelland. Dit beleidsstuk bundelt en vervangt diverse beleidsregelingen zoals bijvoorbeeld Rood voor Rood, Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, Schuur voor Schuur, de Nota verblijfsrecreatie en het VAB+ beleid. Op 25 maart 2025 is het beleid geactualiseerd met aanvullende mogelijkheden voor karakteristieke bebouwing en kaders verblijfsrecreatie. Het doel van deze beleidsregel is meervoudig. Enerzijds is deze beleidsregeling bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel van deze beleidsregeling om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. Op 25 maart 2025 is het beleid geactualiseerd met aanvullende mogelijkheden voor karakteristieke bebouwing en de verwerking van kaders voor verblijfsrecreatie in de notitie. De volgende passages uit het beleid zijn relevant: 3.6 Bewonen van karakteristieke of monumentale gebouwen 4.7.1 Functiewijziging ‘Agrarisch bedrijf’ naar ‘Wonen’ De relevante artikelen worden onderstaand stapsgewijs gehandeld.

3.6 Bewonen van karakteristieke of monumentale gebouwen Karakteristieke gebouwen en monumentale gebouwen die we als gemeenten willen behouden voor het landschap komen onder voorwaarden in aanmerking voor een woonfunctie. Voor de beoordeling of bebouwing valt in de categorie karakteristiek of in de categorie monumentaal, hebben de gemeenten Dinkelland en bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied , Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum

25

Tubbergen het ‘Toetsingskader ruimtelijke kwaliteit gebouwen’ uitgewerkt dat is opgenomen als bijlage 2 van de beleidsnota. Deze bijlage wordt gehanteerd bij de toetsing of een gebouw valt in de categorie karakteristiek of valt in de categorie monumentaal of valt in een van de overige categorieën. Dit is van belang omdat alleen gebouwen die vallen onder de categorieën karakteristiek en monumentaal in aanmerkingen kunnen komen voor het opnieuw toekennen van een woonfunctie. Voor de indeling in een categorie kan de gemeente zich laten adviseren door het gemeentelijke kwaliteitsteam. Niet enkel de voormalige boerderij komt in aanmerking voor het bewonen daarvan, maar ook overige bebouwing, die als karakteristiek of monumentaal wordt aangemerkt, zoals oude schöppes, hooischuren en degelijke, die de minimale inhoud hebben, kunnen worden bewoond. Veldschuren komen niet in aanmerking voor deze regeling. Het instandhouden van de (karakteristieken van) waardevolle panden levert een belangrijke bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied van Dinkelland en Tubbergen. Deze panden behoren tot de identiteit van het gebied en zorgen voor een aantrekkelijk en herkenbare omgeving voor wonen, werken en recreëren. Het doel van de bescherming van karakteristieke panden is vooral het behoud van de eigenheid van een gebied.

De karakteristieke panden dragen op een belangrijke manier bij aan het landschapsbeeld door een combinatie van de architectonische kwaliteit en de prominente locatie in de landschappelijke en erf structuur. Alvorens over te gaan tot planologische bescherming van deze karakteristieke panden, is het van belang om te beoordelen of een pand daadwerkelijk ‘karakteristiek’ is. Daarvoor zijn de volgende onderwerpen van belang. Architectonische waarde De architectonische waarde zegt iets over de bijzonderheid van de architectuur van het pand; de stijl is bijvoorbeeld typisch voor de bouwperiode of voor een gebied. Cultuurhistorische waarde De cultuurhistorische waarde wordt bepaald door de geschiedenis van het pand of zijn omgeving. Daarbij is het van belang of de vroegere functie nog afleesbaar is aan het gebouw en/of de ligging. Stedenbouwkundige waarde Deze waarde zegt iets over de plek die het pand inneemt binnen de erfstructuur in het landschap. Een pand kan op architectuur of gaafheid minder scoren, maar door de ligging op het erf wel heel beeldbepalend zijn. Mate van gaafheid/herkenbaarheid De mate van gaafheid zegt iets over de authenticiteit van het pand, zoals authentieke elementen of materialen. Gelet is op de mate van gaafheid, de manier van aanbrengen van wijzigingen en materialisering.

Voorwaarden deelname wonen in karakteristieke bebouwing Om te komen tot een woning in karakteristieke gebouwen of monumentale gebouwen gelden de volgende voorwaarden: 1.Door de gemeente wordt bepaald of een gebouw valt in de categorie karakteristiek of de categorie monumentaal, Dit wordt getoetst aan het ‘toetsingskader ruimtelijke kwaliteit gebouwen’ dat is opgenomen als bijlage 2 van de beleidsnota; 2.Er wordt een cultuurhistorische waarde stelling aangeleverd die bestaat uit een bouwhistorische verkenning om de aanwezige waarden vast te stellen en van daaruit de technische bepaling wat de mogelijkheden zijn om (delen van) het gebouw te behouden. De delen die niet behouden kunnen blijven kunnen mogelijk met eenzelfde soort materiaal opnieuw worden opgericht. Dit rapport moet door een deskundige zijn opgesteld en wordt getoetst door Het Oversticht namens de gemeente; 3.Er wordt een renovatieplan aangeleverd waarbij de bouwhistorische verkenning en de technische waardebepaling als uitgangspunt dienen voor renovatie van het gebouw tot woning.

Dit renovatieplan wordt getoetst door Het Oversticht namens de gemeente en bestaat minimaal uit de volgende onderdelen: - beschrijving van het karakteristieke object, het erf en de historie (bij voorkeur met foto’s); - beschrijving van de cultuurhistorisch waardevolle bouwdelen, op tekening aangegeven en onderbouwd en toegelicht aan de hand van foto’s. Onderlegger hiervoor is de verrichtte cultuurhistorische waarde stelling; - behoud en herstel en het plan van aanpak hoe daartoe te komen. Hiertoe behoren een technische werkomschrijving van toe te passen materialen, veiligstellen van het object waaronder stutten/afdekken, wijze van isoleren en dergelijke; - randvoorwaarden voor uitvoering door een aannemer met aantoonbare ervaring met soortgelijke projecten en 26

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied, Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum

referenties; 4. Indien planologisch een woonfunctie kan worden toegekend om het gebouw te bewonen dient daarnaast aan de volgende voorwaarden te worden voldaan: - de minimale inhoud bedraagt 450 m³; - bij een inhoud van minimaal 1.000 m³ zijn maximaal 2 woningen toegestaan. Bij een inhoud van minimaal 1.500 m³ zijn maximaal 3 woningen toegestaan, met dien verstande dat het passend is in de erfopzet; - per erf worden niet meer dan drie woonheden gerealiseerd. Deze hiervoor genoemde voorwaarden met betrekking tot inhoud en aantallen woonheden gelden niet voor monumentale gebouwen. 5. Het gebouw dat in aanmerking komt voor de regeling in deze paragraaf mag nadien niet worden gesloopt. Het renovatieplan dient als uitgangspunt voor de planologische aanpassing en dient conform uitgevoerd te worden en behouden te blijven. Mocht zich tijdens of na de renovatie een calamiteit (onverwachte gebeurtenis) voordoen dan is (nieuwe) renovatie het uitgangspunt om de woonfunctie op betreffende gebouw te kunnen blijven behouden. Dit alles wordt geborgd in de regels van het omgevingsplan. 6. Overig aanwezige karakteristieke gebouwen en monumentale gebouwen worden niet gesloopt en zoveel mogelijk ingepast in de nieuwe erfopzet, waarbij in de nieuwe erfopzet aandacht is voor het historisch erfensemble. 7.

Per erf moet worden gekeken of er mogelijk andere maatregelen nodig zijn ten behoeve van het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit. Het slopen van ontsierende bebouwing die niet wordt hergebruikt en/of het verwijderen van kuilvoerplaten, sleufsilo’s kunnen hier bijvoorbeeld aan bijdragen. 8.De karakteristiek van een gebouw wordt niet enkel bepaald door materiaalgebruik, bouwvolumes en/of uitstraling van het gebouw, maar zeker ook door de oriëntatie en door de plek waar het gebouw is gesitueerd. Verplaatsing van gebouwen doet daarom direct afbreuk aan uitstraling en daarmee de karakteristiek en cultuurhistorie van de plek. Veranderen van de locatie van een gebouw is niet mogelijk. 9. De regeling in deze paragraaf kan niet worden toegepast op een gebouw waarvan op of na 1 juli 2024 de woonfunctie planologisch is verwijderd of middels een omgevingsvergunning het verboden is geworden het betreffende gebouw te gebruiken voor een woonfunctie. In het gemeentelijk woningbouwprogramma moet voldoende ruimte beschikbaar zijn voor de te bouwen woningen in het buitengebied. 4.7.1 Functiewijziging ‘Agrarisch bedrijf’ naar ‘Wonen’ Voor de functiewijziging van de functie ‘Agrarisch bedrijf’ naar de functie ‘Wonen’ is, voor zover geen sprake is van de bouw van een extra woning, geen aanvullende kwaliteitsinvestering vereist.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/1032/documents/24811