VG TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22z Buitengebied, Spölmanweg 2 Oud Ootmarsum.pdf
Tekst van het document
Wegen, waterloop en bebouwing (Bron: N+L).
Klic-melding (Bron: Kadaster.nl, N+L)
11
2.10 Eisen vanuit de regeling Hieronder worden de belangrijkste eisen vanuit de regeling weergegeven. Daarbij is een positief advies vanuit de gemeente belangrijk om uiteindelijk een bestemmingsplanwijziging te realiseren. Verder komen overige eisen aan bod. 2.10.1 Bestemming De huidige bestemming van de percelen is ‘Agrarisch - 2’ met een ecologische waarde. De bestemming dient, binnen het bestemmingsplan, gewijzigd te worden naar de bestemming ‘bos’. 2.10.2 Toestemming gemeente Er heeft overleg plaatsgevonden met de Gemeente Dinkelland. De gemeente had aangegeven dat er sprake was van een belangrijke zichtlijn. Deze is toegevoegd in het plan. Ze zijn akkoord met de ontwikkeling van bos op het perceel en zijn ze bereid om het omgevingsplan hiervoor aan te passen.
Handreiking Bostypenkaart (Bron: N+L, Provincie Overijssel)
2.10.3 Aanplant inheemse soorten Vanuit de Bossenstrategie Overijssel zijn er handreikingen gemaakt. De percelen vallen binnen het Berken- Zomereikenbos en WintereikenBeukenbos (kaart boven). De aanplanting, volgens de handreiking, zal in een esrand, houtkant, houtwal, eikenrij, walheg of heg geplaatst worden (kaart onder). Op de percelen zal hiermee rekening gehouden worden. Handreiking Landschapselementen (Bron: N+L, Provincie Overijssel)
12
3. Nieuwe situatie 3.1 Samenvatting huidige situatie De huidige situatie bestaat uit een agrarisch perceel met bestaande houtopstanden (afbeelding boven). Het grootste deel van het gehele perceel wordt gebruikt voor agrarische doeleinden. Het landgoed wil meewerken aan de landelijke bossenstrategie, wat inhoudt dat de aan te planten houtopstanden moeten voldoen aan de richtlijnen van deze strategie. De huidige situatie biedt kansen om deze houtopstanden toe te voegen. Hierbij is ook gekeken naar de historie van dit perceel (pag. 9).
3.2 Nieuwe situatie Bij de aanleg van de groenstructuren wordt er gestreefd naar een hoge toekomstbestendigheid door middel van het gemengd aanplanten van verschillende struik- en boomsoorten. Deze soorten dienen te passen bij de groeiplaats en zoveel mogelijk klimaatbestendig te zijn. Ook zullen er natuurlijke bosranden worden aangeplant (perceel 4 en 5, kaartbeeld pag. 14) die de biodiversiteit zullen versterken (afbeelding onder). Perceel 6 en 8 zullen de huidige bomenrijen versterken door extra aanplant van eiken. De zichtlijn vanaf de Laagsestraat naar het erf blijft behouden en er mag niet geplant worden in deze zichtlijn, 10 meter breedte (gestreept gebied K, kaartbeeld pag.14). Door nu goed rekening te houden met de richtlijnen en eisen van de bossenstrategie, wordt er op langer termijn een structuurrijk bos ontwikkeld.
Bestaande houtopstanden (Bron: N+L).
Zoom, mantel en bos (Bron: N+L).
13
A:
Bestaand erf.
B:
Nieuw te planten bomenrij in de maat 12-14 (stamomtrek in centimeters) voorzien van twee boompalen. In een plantverband van 8 meter in de rij. Totaal: 12x Quercus robur (eik).
C:
Nieuw te planten bomenrij in de maat 12-14 (stamomtrek in centimeters) voorzien van twee boompalen. In een plantverband van 8 meter in de rij. Totaal: 10x Quercus robur (eik) (5 stuks aan linkerkant en 5 stuks aan rechterkant van oprit).
D:
Nieuw te planten bos met struweelrand in een plantverband van 1,5 x 1,5 meter. Soorten: Quercus robur (eik), Alnus glutinosa (els), Betula pubescens (berk), Corylus avellana (hazelaar), Amelanchier ovalis (krent), Viburnum opulus (Gelderse roos) en Crataegus monogyna (meidoorn).
E:
Nieuw te planten bomen (zie tabellen voor maatvoering) Totaal: 6x Salix alba (schietwilg). Deels perceel 5 rekening houden met het nattere gebied.
F:
Bestaande Poelbeek.
G:
Bestaand grasland.
H:
Bestaande groenstructuren.
I:
Zichtlijn richting karakteristieke boerderij.
J:
Zichtlijn richting karakteristieke boerderij waarbij een beplantingsvrije zone geldt van 10 meter breed.
Fragment rond 1900 (bron: topotijdreis.nl)
Nieuwe situatie (Bron: N+L).
14
Project: Bossenstrategie
Getekend:
LK
St atus:
DO
Noord:
Adres:
Spölmanweg 2
gecontroleerd:
NH
Formaat:
A3
Schaal: 1:1250
^
Plaats:
Oud Ootmarsum
Datum:
22-04-2025
3.2.1 Beplantingsplan Aan de hand van het bodemtype, de hoogteligging en de grondwaterstanden is het bostype en de bijbehorende boom- en struiksoorten bepaald. De soorten die in het beplantingsplan op de percelen worden aangeplant zijn hiernaast weergegeven (zie tabel onder).De beoogde bostypes passen binnen de handreiking van de Bossenstrategie Overijssel. Bos met struweelrand Op perceel 4 en 5 wordt een bos met struweelrand aangeplant. Hierbij worden er 2.250 stuks aangeplant in een driehoeksverband van 1,5 x 1,5 meter. De soorten zijn aangegeven in de onderste tabel. Dit type bos versterkt de biodiversiteit en zal zoveel mogelijk klimaatbestendig zijn. Rondom de beek komt 1 schietwilg en 2 stuks zwarte els, vanwege de nattere ondergrond. Bomenrij Op perceel 6 en 8 zal er een bomenrij van eiken worden aangeplant. Op perceel 6 zullen dit er 10 stuks zijn in een plantverband van 8 meter in de rij. Op perceel 8 zullen er 12 stuks worden aangeplant ook in een plantverband van 8 meter in de rij.
Perceel
Beoogd bostype
Oppervlakte (ha)
4 Bos met struweelrand
0,61
5 Bos met struweelrand
0,7
6 Bomenrij
0,06
8 Bomenrij
0,11
Tabel van beoogde bostypes per perceel (Bron: N+L).
Perceel
Soorten Eik, els, berk, hazelaar, 4 krent, vlier, gelderse roos, meidoorn Eik, els, schietwilg, berk, hazelaar, 5 krent, vlier, gelderse roos, meidoorn 6 Eiken 8 Eiken
Oppervlakte (ha) 0,5
0,7 0,06 0,11
Tabel van beplanting per perceel (Bron: N+L).
Percelen 4,5 en 8 zullen de huidige groenstructuren verbreden en versterken.
15
3.3 Maatregelen Om op de percelen aan te kunnen planten, worden er voorbereidende maatregelen genomen worden. Dit wordt gedaan voor er daadwerkelijk aangeplant kan worden. 3.3.1 Bodemvoorbereiding De percelen waar aangeplant gaat worden, worden eerst plant klaar gemaakt worden. Er wordt een kruidrijkmengsel ingezaaid. Hiermee wordt concurrentie van grassen en ongewenste kruiden voorkomen. 3.3.2 Wildwerende maatregelen Wilddruk van bijvoorbeeld reeën of hazen kan voor schade zorgen en eventueel verlies van de aanplant. Daarom zal er in de begroting een post ‘wildbescherming’ worden toegevoegd. Hierbij bepaalt de eigenaar zelf hoe hij deze vormgeeft: schrikdraad, verstoring, een raster, individuele bescherming of een substantie aanbrengen die wild afweert. Struikvormers worden niet voorzien van wildbescherming.
16
3.3.3 Nazorg Na de aanplant, is het noodzakelijk om jaarlijks controle uit te voeren in het voorjaar (eind mei) en in de zomer (media juli) om te inventariseren of de aanplant belemmerd wordt door aanwezige grassen en kruiden. Indien nodig wordt er dan voor gezorgd dat de beplanting wordt vrij gemaaid van de concurrerende soorten. Indien noodzakelijk wordt er ingeboet. Bij dit inrichtingsplan wordt rekening gehouden met inboet van 10% zodat deze kosten ook binnen de subsidieregeling worden vergoed.
4. Toekomst ecologische ontwikkeling Een bos en bosecosysteem ontwikkelen is een proces dat vele jaren zal duren. Een bos heeft verschillende leeftijdsfases, met elk hun eigen bijdrage aan natuurwaarden. In dit geval zal het gaan om de aanplantfase, dichte fase, volwassen fase en aftakelingsfase waarin boomholten ontstaan. De natuurwaarden van bos worden bepaald door de structuren en habitats die geboden worden aan diersoorten. De basis van de voedselpiramide zijn de insecten en ongewervelden waarvan veel soorten bestaan binnen een bosecosysteem. Vogels en zoogdieren profiteren hiervan. Een bos heeft tevens belangrijke natuurwaarden voor broedvogels en zoogdieren. Daarnaast zorgen ook paddenstoelen en mossen in specifieke boskruiden en houtige gewassen voor de natuurwaarden. In de aanplantingsfase zal er nog geen gesloten kroondekking zijn, waardoor ondergroei van (ruig) gras waarde heeft voor flora en fauna. In de dichte fase zal de kroondekking van bomen en struiken gedeeltelijk aanwezig zijn. Hierdoor begint de zoom en de mantel te ontstaan. Het bos met struweelranden heeft ook een positief effect op de biodiversiteit en zal een habitat zijn voor verschillende soorten flora en fauna. Tijdens de volwassen fase zal het bos zijn maximale hoogte hebben bereikt. Er kunnen nu boomholtes ontstaan, ook dit heeft een positieve impact op de flora en fauna.
De aftakelingsfase brengt ook weer zijn eigen voordelen mee voor flora en fauna. Mossen en paddenstoelen kunnen zich vestigen op dode bomen. Dit versterkt de biodiversiteit.
Bosfases (Bron: N+L).
17
Bijlage 1 Maatregelenkaart Landgoed de Poelbeek Meer bos Overijssel Verkenning bosaanplant Verkenning bosaanplant Relevante kadastrale percelen Overige kadastrale percelen
(0,11 ha.)
DNK00 A 3958 (0,61 ha.)
(0,2 ha.)
DNK00 A 4623 DNK00 A 4195
DNK00 A 4624
Oud Ootmarsum
DNK00 A 4196
Ootmarsum
(0,45 ha.)
0
125
Maatregelen kaart (Bron: Bosgroep Noord-Oost Nederland )
18
250 m
Lidnr.:
-
Kaartnr.:
1/1
Schaal:
1:2.000
Formaat:
A3
Datum:
03 april 2024
Auteur:
MvS
Ondergrond:
Esri Nederland, Kadaster
Esri Nederland, Community Map
Tilligte