Verordening raadscommissies (raadsvoorstel-concept raadsbesluit).pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaaknummer: Datum vergadering: Datum voorstel: Nummer: Onderwerp:
1043209 22 oktober 2024 24 september 2024 A Verordening op de raadscommissies gemeente Dinkelland 2024
Voorgesteld raadsbesluit 1. De verordening op de raadscommissies gemeente Dinkelland 2024 vast te stellen. 2. De verordening op de raadscommissies gemeente Dinkelland 2023 in te trekken Samenvatting van het voorstel De huishouding van de raad en de inrichting van het besluitvormingsproces vragen van tijd tot tijd onderhoud. Dit geldt ook voor de regels waarbinnen het commissiewerk plaatsvindt. De op dit moment geldende commissieverordening is eind november 2023 vastgesteld. Het is gebleken dat er nog een aantal zaken aanpassing behoeven. Daaruit is deze actualisering van de verordening op de raadscommissies voortgekomen. Aanleiding voor het voorstel Op 28 november 2023 is de meest recente verordening op de raadscommissies gemeente Dinkelland 2023 vastgesteld. Vanuit de praktijk lopen we tegen een aantal zaken aan die vragen om aanpassing van de huidige verordening. Beoogd resultaat van het voorstel Beschikken over een geactualiseerde verordening op de raadscommissies. Argumentatie Vanuit de praktijk is gebleken dat een aantal passages uit de huidige verordening vragen om aanpassing. Het gaat daarbij onder andere over het spreekrecht en de orde in een vergadering. De voorgestelde wijzigingen zijn vooral een nadere concretisering van de gestelde normen en van de handelswijze zoals die nu in de praktijk al gebruikelijk is in de vergadering van de raadscommissies.
Moment van aanmelding (artikel 22 lid 2) In de praktijk komt het voor dat insprekers zich kort voor de vergadering melden om te willen inspreken. Op dit moment is dit in de verordening in artikel 22 lid 2 geformuleerd als volgt: “…. meldt dit voor aanvang van de vergadering…”. Hoewel in de toelichting op de verordening wordt gesproken over “een redelijke termijn” waarbinnen een inspreker zich moet melden, wordt daar verder in de verordening zelf geen tijdstip voor genoemd. Om daar meer duidelijkheid in te verschaffen wordt voorgesteld om daar een “hard tijdstip” voor op te nemen. In de praktijk komt het er dan op neer dat een inspreker zich uiterlijk op de dag van de vergadering voor 12.30 uur moet melden om te kunnen inspreken in een vergadering in de avond om 19.30 uur. Op die manier is er voldoende tijd om bijvoorbeeld de inspreker te instrueren en om het eventueel gebruik van beamers of andere hulpmiddelen te organiseren. Tekstvoorstel: Voorgesteld wordt om artikel 22 lid 2 te wijzigen in “…. meldt dit uiterlijk om 12.30 uur op de dag van de vergadering…….”. Overdraagbaarheid spreektijd Het komt ook steeds vaker voor dat insprekers creatief zijn als het gaat om de maximaal 5 minuten spreektijd. Men meldt zich met meerdere insprekers en uiteindelijk laat men één inspreker het woord doen, die vervolgens meerdere “blokken” van 5 minuten gebruikt.
In het kader van het gelijkheidsbeginsel moet elke inspreker hetzelfde worden behandeld. Dat betekent dus dat er geen onderscheid gemaakt moet
worden. Daarom wordt voorgesteld om aan artikel 22 lid 5 een passage toe te voegen waarin is opgenomen dat spreektijd niet overdraagbaar is. Tekstvoorstel: “Overdracht van spreekrecht aan een andere inspreker is niet mogelijk.". (audiovisuele) Presentaties Op dit moment is er in de verordening niets bepaald over het geven van presentaties. Daarom wordt voorgesteld om hier een bepaling over op te nemen, zodat het aan de inspreker vooraf duidelijk is waar hij/zij aan toe is. Daarbij wordt ook voorgesteld om een bepaalde termijn voor de aanlevering van de presentatie op te nemen. Dan kunnen het bestand en de (audiovisuele) hulpmiddelen vanuit de organisatie worden voorbereid. Tot slot is in de huidige verordening niets bepaald over de vraag of de presentatie onderdeel uitmaakt van de 5 minuten spreektijd, of dat hier anders mee omgegaan wordt. Tekstvoorstel: Voorgesteld wordt om aan artikel 22 een lid toe te voegen: “Het is toegestaan om de inspraakreactie te ondersteunen door middel van een presentatie. De presentatie dient uiterlijk om 12.30 uur op de dag van de vergadering te zijn aangeleverd bij de griffie. De presentatie maakt onderdeel uit van de 5 minuten spreektijd.” Inspreken op afstand Inmiddels hebben we ook de situatie gehad dat er gevraagd is of een inspreker via Teams of een ander digitaal hulpmiddel zijn inspraakreactie zou mogen geven.
Voorgesteld wordt om daar absolute duidelijkheid in te geven, door in de verordening een bepaling op te nemen dat een inspreker fysiek in de vergadering aanwezig moet zijn. Lukt het een inspreker niet fysiek aanwezig te zijn, dan kan de inspreker de bijdrage schriftelijk bij de griffie aanbieden. Dan zorgt de griffie voor de verdere verspreiding. Tekstvoorstel Aan artikel 22 lid 1 een zin toe te voegen die als volgt luidt: “Degene die gebruik wil maken van het spreekrecht is fysiek in de vergadering aanwezig.” Schrappen “laatste woord” (artikel 22 lid 7) Artikel 22 lid 7 van de huidige verordening geeft de inspreker de gelegenheid om nog kort het woord te voeren. In de praktijk wordt dit verschillend toegepast en voegt dit ook niet altijd wat toe. Daarnaast bestaat het risico dat de inspreker in herhaling valt of gaat “napleiten”. Daarom wordt voorgesteld om lid 7 van artikel 22 te schrappen. Orde van de vergadering (artikel 30 lid 2) Het komt voor dat een inspreker wordt gesteund door medestanders. Deze medestanders zitten meestal als publiek bij de vergadering. In de verordening worden ze “toehoorders” genoemd. Artikel 30 van de huidige verordening geeft bepalingen omtrent het gedrag van toehoorders. De commissievoorzitter is belast met het handhaven van de orde tijdens de vergadering.
Het is dus aan de voorzitter om te bepalen op welke manier dat gebeurt, en wat wordt verstaan onder een ordeverstoring. Om daar enige houvast voor te bieden wordt voorgesteld om in de verordening een aantal zaken op te nemen die in ieder geval als een ordeverstoring worden gezien. Tekstvoorstel: Voorgesteld wordt om in de verordening in artikel 30 lid 2 een aantal concrete voorbeelden van ordeverstoring te noemen. “Het blijk geven van tekenen van goed- of afkeuring, beledigingen, onbetamelijkheden, het tonen van spandoeken of teksten, of op een andere wijze verstoren van de orde, worden in ieder geval gezien als een ordeverstoring en zijn verboden. Voor het overige oordeelt de voorzitter naar bevind van zaken.” Participatie samenleving Niet van toepassing. Externe communicatie De nieuwe verordening op de raadscommissies gemeente Dinkelland 2024 zal worden gepubliceerd en is voor een ieder via www.overheid.nl te raadplegen.
Financiele paragraaf Aan dit voorstel zijn geen financiële consequenties verbonden. Uitvoering De Verordening op de raadscommissies gemeente Dinkelland 2024 treedt in werking op 28 oktober 2024. Evaluatie De regelgeving wordt periodiek geëvalueerd. Mocht aanpassing nodig zijn, dan zal een daartoe strekkend voorstel aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd. Harmonisatie Dinkelland-Tubbergen Niet van toepassing
Het presidium van Dinkelland, de griffier
de voorzitter
mr. L.J.H. Engelbertink
J.G.J. Joosten
Raadsbesluit Datum: Nummer: Onderwerp:
22 oktober 2024 B Verordening op de raadscommissies gemeente Dinkelland 2024
De raad van de gemeente Dinkelland, gelezen het voorstel van het presidium van 24 september 2024, nr. A; gelet op artikel 82 Gemeentewet besluit: 1. De verordening op de raadscommissies gemeente Dinkelland 2024 vast te stellen. 2. De verordening op de raadscommissies gemeente Dinkelland 2023 in te trekken Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 22 oktober 2024 De raadsgriffier,
De voorzitter,