CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Vast te stellen Bestemmingsplan - Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen_Toelichting.pdf

Commissie Omgeving & Economie 18 november 2024, gemeente DinkellandBij agendapunt: 6: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Vliegveldstraat 41 – Beekdal, Deurningen”27.000 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Het gehele plangebied is van oudsher in gebruik geweest als akkerland op de flank van de Deurninger Es (zie Afbeelding 4.2).

28

bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen

In de 30-er jaren is de woning Vliegveldstraat 43 gebouwd en in de 50-er jaren de woningen Vliegveldstraat 39 en 41. Het gaat om drie vrijstaande woningen op grote kavels. De kavels zijn vanaf het moment van de bouw van de woningen in gebruik geweest en ingericht als (moes-) tuin behorend bij de woning. Vanwege de grootte van de kavel Vliegveldstraat 41 (3050 m2) is het achterste gedeelte van de kavel, na aankoop en tot enkele jaren geleden, in gebruik geweest als ponyweide/weiland. Dit deel van het plangebied is niet bebouwd en ook nooit bebouwd geweest. Vanuit het historisch gebruiksperspectief is er geen reden om aan te nemen dat ter plekke sprake is van bodemverontreiniging. Ook in de praktijk en tijdens het gebruik is niet gebleken van (mogelijke) bodemverontreinigingen. De planlocatie staat niet geregistreerd als potentieel van bodemverontreiniging verdachte locatie op de Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente. Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de herziening van de bestemming zoals voorzien met dit plan. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik voor woondoeleinden. Toekomstig grondverzet (op of van de locatie) dient te worden gemeld via het meldpunt Bodemkwaliteit.

De gemeenteraad van Dinkelland heeft op 16 april 2019 de "Nota Bodembeheer Twents beleid veur oale groond 2.0" en de "Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente" vastgesteld. De aanvulling ten aanzien van PFAS is echter nog niet vastgesteld. Bij afvoer van overtollige grond dient deze aanvullend te worden onderzocht op PFAS.

4.5 Geluid De Wet geluidhinder biedt geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerlawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. Deze bescherming komt tot stand door middel van zonering. Voor nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen geldt een zogenaamde voorkeursgrenswaarde van 48 dB waaraan de geluidsbelasting moet voldoen. Het is mogelijk om een ontheffing (hogere grenswaarde) vast te stellen tot maximaal 5 dB boven de voorkeursgrenswaarde. Voor geluidsgevoelige bestemmingen langs wegen met een verkeersfunctie mag een ontheffing tot maximaal 63 dB verleend worden. Bij de vaststelling van bestemmingsplannen met een geluidsgevoelige bestemming moet beoordeeld worden of er sprake is van een acceptabel geluidsniveau en of er eventueel maatregelen getroffen kunnen worden om dat alsnog te realiseren. De gemeente Dinkelland heeft hiervoor gebiedsgericht geluidbeleid vastgesteld. In de "Nota Geluidsbeleid" zijn voor verschillende gebiedstypen ambitiewaarden- en bovengrenzen voor de geluidsbelasting geformuleerd. Bij het vaststellen van een bestemmingsplan dienen deze grenswaarden in acht te worden genomen. Op basis van het gemeentelijke geluidbeleid is het plangebied aangemerkt als "Woonwijk".

Voor de binnen het plangebied te realiseren wooneenheden/woningen geldt in verband met verkeerslawaai een ambitiewaarde van 43 tot 48 dB ("redelijk rustig") en als bovengrens 48 tot 53 dB ("onrustig"). Langs wegen met een verkeersfunctie geldt als bovengrens 53 tot 58 dB ("zeer onrustig"). Voor industrielawaai geldt binnen het gebiedstype "Woonwijk" een ambitiewaarde van 40 tot 45 dB(A) ("rustig") en als bovengrens 50 tot 55 dB(A) ("onrustig"). Naast de "Nota geluidsbeleid" is ook een deelnota "Nota hogere grenswaarden" opgesteld. De "Nota hogere grenswaarden" beschrijft onder welke condities afgeweken mag worden van de opgestelde ambities en een hogere gevelgeluidsbelasting mag worden vastgesteld. Ook de procedure voor het vaststellen van een hogere grenswaarde wordt toegelicht. Beide nota's zijn inhoudelijk afgestemd op de geluidsnormering uit de Wet geluidhinder.

bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen

29

Toets Wegverkeerslawaai Voor de bepaling van de geluidbelasting door het wegverkeer zijn berekeningen uitgevoerd conform Standaard Rekenmethode I, zoals bedoeld in artikel 3.2, lid 2 van het "Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012". Er wordt voldaan aan de toepassingsvoorwaarden voor deze rekensystematiek die bedoeld is voor relatief overzichtelijke en standaard-situaties zoals aan de Vliegveldstraat. Voor de berekening zijn de telgegevens 2022 van de Vliegveldstraat van de provincie Overijssel gebruikt , rekening houdend met een jaarlijkse verkeerstoename van 1% over een periode van 11 jaar (2033). Conform bijlage III van het "Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012" wordt daarbij onderscheid gemaakt in de verkeerstypen (licht, middelzwaar en zwaar) en de drie dagdelen (dag, avond, nacht). Het akoestisch onderzoek met bijlage is als Bijlage 4 opgenomen bij deze toelichting. Voor de Wilthuisstraat waren geen telgegevens bekend. De verkeersintensiteit van de Wilthuisstraat is berekend op basis van het aantal verkeersbeweging (per woning) van de woningen die (mede) ontsloten worden vanaf de Wilthuisstraat. De gecumuleerde geluidbelasting als gevolg van het verkeer op de Vliegveldstraat en de Wilthuisstraat is berekend voor een extra wooneenheid/woning aan de Vliegveldstraat. Daarbij is uitgegaan van de voorgevelrooilijn van de bestaande woning.

Als beoordelingshoogtes zij 1,5 meter (begane grond) en 4,5 meter (verdieping) aangehouden. De berekende maximale gecumuleerde geluidsbelasting aan de Vliegveldstraat bedraagt 53 dB op een waarneemhoogte van 4,5 meter. Deze waarde voldoet niet aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wgh en evenmin aan de gemeentelijke ambitiewaarde. Vanuit de bestaande situatie met woningen langs de Vliegveldstraat is het niet mogelijk om geluidreducerende maatregelen te treffen aan de bron en/of binnen het overgangsgebied. Zowel op grond van de Wet geluidhinder als het gemeentelijk geluidbeleid is het mogelijk om een hogere geluidsbelasting toe te staan. Langs wegen met een verkeersfunctie kan dat tot maximaal 63 dB (Wgh), respectievelijk maximaal 58 dB (gemeentelijk geluidbeleid). In dit geval kan volstaan worden met het vaststellen van een reguliere hogere grenswaarde van 53 dB voor de nieuw te realiseren wooneenheid/woning Vliegveldstraat 41a/41a. De wooneenheden in het voormalige weiland liggen op een afstand van 39 meter en meer van de as van de Vliegveldstraat. De gecumuleerde geluidsbelasting op de gevels als gevolg van de Vliegveldstraat en de Wilthuisstraat is kleiner dan 48 dB en voldoet daarmee aan de voorkeursgrenswaarde en de gemeentelijke ambitiewaarde. De Beekdal zelf is onderdeel van een woonerf/30 km-zone en is in die zin niet (mede-) bepalend voor de geluidbelasting.

Ook bij de ruimtelijke beoordeling is er geen aanleiding om te veronderstellen dat de Beekdal tot onaanvaardbare geluidhinder leidt. Het betreft een wijkontsluitingsweggetje voor alleen een beperkt aantal woningen in het wijkje Deurminger Es. Het betreft een eenzijdig ontsloten niet-doorgaande weg. Er is geen sprake van onaanvaardbare geluidshinder als gevolg van het wegverkeer. Wel moet er voor de nieuwe wooneenheid Vliegveldstraat 41a een hogere grenswaarde van 53 dB worden vastgesteld in verband met het wegverkeerslawaai.” Railverkeerslawaai Er is geen sprake van railverkeer in de omgeving van het plangebied en daarmee ook geen geluidhinder als gevolg van railverkeer. Industrielawaai Er is geen sprake van een gezoneerd industrieterrein in de omgeving van het plangebied en daarmee ook geen geluidhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten.

4.6 Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer zijn kaders opgenomen om een goede luchtkwaliteit te bevorderen en ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken. In de algemene maatregelen van bestuur: en de bijbehorende ministeriële regeling "Niet in betekenende mate"' is een lijst van gevallen opgenomen die "niet in betekenende mate" bijdragen aan de luchtverontreiniging. Het gaat om plannen die zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd kunnen worden. Daarbij gaat het onder meer om woningbouwlocaties waar minder dan 1500 woningen worden gerealiseerd. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil een rekentool ontwikkeld waarmee voor kleinere ruimtelijke plannen de gevolgen voor de luchtkwaliteit getoetst kunnen worden. "Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet in betekenende mate bijdraagt (NIBM) aan de concentratie van een stof in de buitenlucht" (Kenniscentrum Infomil). 30

bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen

Toets De realisatie van 5 extra wooneenheden ligt ver beneden de drempel van 1500 woningen waarboven onderzoek gedaan moet worden naar de luchtverontreiniging. In de onderstaande afbeelding 4.4 is de uitkomst van de rekentool van het NIBM weergegeven.

Bij realisatie van voorliggend plan worden er maximaal 50 extra voertuigbewegingen verwacht, gemiddeld 10 per wooneenheid per dag per woning/wooneenheid. Daarmee draagt het plan “niet in betekenende mate” bij aan luchtverontreiniging. Voor het aspect luchtkwaliteit is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

4.7 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht.

De raad van de gemeente Dinkelland heeft een Geurverordening vastgesteld waarbij de afstandsmaten van 100 en 50 meter zijn verkleind naar respectievelijk 50 en 25 meter. Daarbij geldt de voorwaarde dat de bedrijven niet hebben uitgebreid binnen de oorspronkelijke zone door daarbinnen meer dieren te houden. De Wet Geurhinder laat ruimte om de afstanden te beperken. Toets Het perceel Vliegveldstraat 41 ligt binnen de bebouwde kom van Deurningen. De afstand tussen het dichtstbijzijnde emissiepunt van de loopstal van het agrarisch bedrijf aan de Vliegveldstraat 4/4a en de nieuw te realiseren wooneenheid Vliegveldstraat 41a bedraagt ruim 85 meter. Daarmee wordt voldaan aan de minimale afstand van 50 meter uit de gemeentelijke Geurverordening. Voor wijzigingen in de bedrijfsvoering van het agrarisch bedrijf levert de nieuwbouw geen beperkingen op. De op een kleinere afstand van ca. 65 meter aanwezige woning Vliegveldstraat 43/43a is qua geurhinder maatgevend voor wijzigingen in bedrijfsvoering van het agrarisch bedrijf.

bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen

31

4.8 Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit; Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Naast de bovengenoemde wetgeving zijn tevens de volgende AMvB's, Ministeriële Regelingen en/of circulaires van toepassing op de externe veiligheid: Activiteitenbesluit milieubeheer.

In dit besluit zijn veiligheidsafstanden en risiconormen ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeet- en regelstations. Voor windturbines geldt het plaatsgebonden risico als risiconorm. Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations. De circulaire is van toepassing bij een besluit ten aanzien van een LPG-tankstation onder werking van het Bevi, dat het mogelijk maakt dat er (meer) personen in de omgeving van een LPG-tankstation aanwezig kunnen zijn. De effecten van bepaalde ongevalsscenario's staan centraal. Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. In deze circulaire zijn veiligheidszones (A-, B- of C-zone) vastgesteld voor de opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Binnen deze veiligheidszones worden de aanwezigheid van activiteiten en/ of objecten uitgesloten. Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten. Deze beleidsregels geven een overzicht van de over de weg vervoerde gevaarlijke stoffen. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken.

Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico. Risicokaart Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied.

Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Toets Het plan voorziet in de realisatie van 5 nieuwe wooneenheden. Een woning is een kwetsbaar object. Er is onderzocht of er in het plangebied of in de omgeving van het plangebied risico's op het gebied van externe veiligheid aanwezig zijn. Uit de inventarisatie blijkt dat op ongeveer 480 meter afstand van de nieuw te realiseren wooneenheid 32

bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen

Vliegveldstraat 41a een risicovolle BEVI-inrichting aanwezig is. Het betreft tankstation "De Witte Beer" aan de Deurningerstraat.

Er zijn een drietal risicofactoren aanwezig. Het LPG-vulpunt, het LPG-reservoir en de LPG-afleverinstallatie. Uit het bij de risicokaart horende attribuutrapport (zie afbeelding 4.6) blijkt dat de maximale afstand van het explosieaandachtsgebied rond het LPG-vulpunt, 150 meter bedraagt.

De nieuw te realiseren wooneenheden binnen het plangebied liggen op een afstand van 480 meter en verder van tankstation "De Witte Beer" en ca. 345 meter buiten het risico-invloedsgebied rond het tankstation. Andere risicofactoren (vervoer gevaarlijke stoffen, buisleidingen, vuurwerk, hoogspanningsleidingen, etc.) zijn niet aanwezig binnen een straal van 500 meter rondom de planlocatie. De realisatie van de extra wooneenheden is in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid. Er is geen sprake van bijzondere veiligheidsrisico's waar rekening mee gehouden moet worden of waarbij extra maatregelen getroffen moeten worden.

4.9 Water Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2027 moeten zijn bereikt. De Rijksoverheid heeft de Kaderrichtlijn Water (KRW) omgezet in Nederlandse wet- en regelgeving. Dit staat in de Omgevingswet en in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is met name verwoord in het Nationaal Waterplan (inclusief de Stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen

33

Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2022-2027 dat op 15 december 2021 door het Algemeen Bestuur van het waterschap Vechtstromen is vastgesteld. Het waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april 2021 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld. In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren wil uitvoeren. In het plan zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema's waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op het:

"

voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; omgaan met klimaatveranderingen; beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem. het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties; versterken van biodiversiteit en werken aan duurzame energie en circulair grondstoffengebruik.

Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. Waterbeheerplan 2022-2027 Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe.

Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. Watertoets Op 9 mei 2023 is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht. Het resultaat van de toets is als Bijlage 6 ogenomen bij deze toelichting. De toets had betrekking op het plan "Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen". De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies. De korte procedure is van toepassing.

Volstaan kan worden met het in de plantoelichting opnemen van de Standaard Waterparagraaf. Hieronder is de Standaard Waterparagraaf opgenomen. Deze standaard Waterparagraaf is deels een herhaling van de hiervoor reeds vermelde info. Op onderdelen is de paragraaf geactualiseerd. Standaard Waterparagraaf Belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op 34

bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen

oppervlaktewater) . Deze standaard waterparagraaf heeft betrekking op het plan. Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2027 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2022-2027. De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn waterveiligheid, klimaatbestendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd.

Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem.

Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. Wateraspecten plangebied Waterhuishouding Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1500m2. Het plangebied bevindt zich niet binnen een beschermingszone of herinrichtingszone langs een waterloop, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied. Voorkeursbeleid hemelwaterafvoer In het plan wordt het afvalwater en het hemelwater behandeld via een gescheiden stelsel: hemelwater wordt afgevoerd naar oppervlaktewater. Het hemelwater wordt via het hemelwaterriool naar de nabijgelegen wadi binnen het plangebied van de Deurninger Es. De wadi is voorzien van een overstort naar de Deurningerbeek.

Aanleghoogte van de bebouwing Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogste grondwaterstand(GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Kelders dienen waterdicht te zijn. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. In het plan wordt er naar gestreefd het voorkeursbeleid van het waterschap op te volgen. Watertoetsproces bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen

35

De initiatiefnemer heeft het waterschap Vechtstromen geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect water geen belemmering vormt voor de uitvoering van het onderhavige plan.

4.10

Ecologie

Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toetsing Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) Aan weerszijden van de Deurningerbeek is een strook van 50 meter breed opgenomen als "Zone ondernemen met natuur en water buiten de NNN". De Zone ligt op ruim 90 meter van het plangebied en maakt geen onderdeel uit van het NNN. Vanuit de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening gelden er geen beperkingen voor de planrealisatie voor wat betreft het NNN.

Beschermde gebieden/Narura2000

36

bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen

Het plangebied ligt niet in een beschermd natuurgebied zoals een Natura 2000-gebied of beschermd natuurmonument. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied is Lonnekermeer dat op 2,2 kilometer afstand van het plangebied ligt. De invloedsfeer van de voorgenomen activiteit is lokaal. Dat wil zeggen dat er geen negatief effect op natuurgebied buiten het onderzoeksgebied op treedt. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen natuurbeschermingswetvergunning aangevraagd te worden in het kader van gebiedsbescherming. Beschermde soorten Het plangebied is bebouwd, ingericht en in gebruik als woonperceel. Aan de Vliegveldstraat 41 is een bestaande woning met bijgebouwen en een tuin aanwezig. Het achterste deel van het perceel is in gebruik geweest als weiland maar nu in onbruik geraakt. De twee perceelsgedeelten worden gescheiden door een forse coniferenhaag van 5,5 meter hoog en 4,0 meter breed . Deze inrichting en beplanting is een gebruikelijke nestel- en foerageergebied voor met name tuinvogels als merel, huismus, koolmees, houtduif, ekster, etc. Bij de bewoners/gebruikers is bekend dat zowel houtduif als merel nestelen in de coniferenhaag en dat konijn en egel min of meer regelmatige bezoekers zijn van het woonperceel. Het dak van de bestaande woning Vliegveldstraat 41 wordt als nestgelegenheid gebruikt door huismussen.

Vleermuizen zijn (nog) niet waargenomen rond die woning. Vanuit het dagelijks gebruik zijn ook geen andere beschermde soorten waargenomen die het perceel als verblijfplaats gebruiken. De enorme coniferenhaag wordt, voorafgaand aan de reeds lang voorziene kap, geïnspecteerd op de aanwezigheid van nestelende vogels. Indien er in gebruik zijnde nesten worden aangetroffen dan wordt de kap uitgevoerd buiten het broedseizoen. De formele planherziening moet in beginsel wel aangemerkt worden als een "ruimtelijke ontwikkeling". Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Overijssel een vrijstelling van de verbodsbepalingen "doden, verwonden en het opzettelijk beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties", als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een ontheffing vereist om ze te mogen verwonden en doden of om opzettelijk rust- en voortplantingslocaties te mogen beschadigen en te vernielen. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten.

Mits bezette vogelnesten beschermd worden en de werkzaamheden uitgevoerd worden tijdens de minst kwetsbare voorjaarsperiode, dan leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van soort- of gebiedsbescherming. Binnen het plangebied werden, vanwege de woonbestemming, fysieke werkzaamheden als bouwen, tuinieren, etc. verricht. Met de planrealisatie blijft dat zo. Er blijft sprake van een woonbestemming maar er zal wel sprake zijn van intensiever gebruik en meer bebouwing naast de gebruikelijke tuininrichting. De inrichting als tuin, in plaats van weiland, levert een betere leefomgeving op voor met name de regulier voorkomende tuinvogels. Er ontstaan meer mogelijkheden voor nestelen en foerageren. Er is geen aanleiding om een nader onderzoek uit te voeren en een Nbw-ontheffing of - vergunning in verband met de planrealisatie is niet nodig. Uit ecologisch oogpunt bestaan er, met inachtneming van bovenstaande, geen belemmeringen om het plan te realiseren.

4.11

Archeologie en Cultuurhistorie

Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2024 in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen

37

vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie Op de provinciale archeologische verwachtingenkaart is het plangebied opgenomen met de aanduiding "hoge verwachting". De gemeente Dinkelland heeft een eigen meer getailleerde archeologische verwachtingskaart (zie afbeelding 4.8) en bijbehorend beleid opgesteld. Hierin zijn verschillende archeologische zones met de bijbehorende archeologische verwachtingen weergegeven.

Toets Aan de zijde van de Vliegveldstraat is sprake van "dekzandwelvingen en -vlakten". Er is sprake van een middelmatige verwachtingswaarde voor archeologische resten uit alle perioden. Een verhoogde kans op archeologische resten uit de Steentijd op de hoogste delen van dekzandwelvingen en op resten uit de Late Middeleeuwen langs randen van dekzandhoogten en ruggen met een plaggendek. Archeologische resten vlak onder het maaiveld zijn daardoor kwetsbaar voor bodemingrepen. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk in plangebieden groter dan 5000 m², bij bodemingrepen dieper dan 40 cm. Voor gebieden kleiner dan 5000 m² geldt vrijstelling voor archeologisch onderzoek. Het achterste deel van het perceel -het in onbruik geraakte weiland- wordt aangeduid als "dekzandhoogten en -ruggen met een plaggendek". Hier is sprake van een hoge verwachtingswaarde voor archeologische resten uit alle perioden die zijn afgedekt door een plaggendek dat dikker is dan 50 cm. Ook hier is archeologisch onderzoek noodzakelijk maar in dit geval voor plangebieden die groter zijn dan 2500 m², bij bodemingrepen dieper dan 40 cm. Voor gebieden kleiner dan 2500m² geldt vrijstelling voor archeologisch onderzoek. Het plangebied ligt binnen de bufferzone van twee historische erven ("Kamphuis/Kaamps" en "Deterd"). Hier geldt een vrijstelling voor archeologisch onderzoek voor een plangebied kleiner dan 2500m2.

Het deel van het perceel waar sprake is van "dekzandwelvingen en -vlakten"heeft een oppervlakte van ca 1350 m2. Hier is de bestaande woning Vliegveldstraat 41 met bijbehorende bouwwerken en tuin aanwezig. Binnen dit gebied is één extra wooneenheid voorzien. Het betreft grotendeels bebouwde en/of geroerde ondergrond. Voor dit deel van het plangebied geldt geen archeologische onderzoeksplicht omdat dit deel van het plangebied kleiner is dan 5000 m2. Het deel van het plangebied waar sprake is van "dekzandhoogten en -ruggen met een plaggendek" heeft een oppervlakte van ca. 1700 m2. Het betreft het in onbruik zijnde weiland, inclusief coniferenhaag, waar twee woonclusters van twee wooneenheden/woningen zijn voorzien. Alhoewel de grond hier wel agrarisch bewerkt is, onder andere door diepploegen, is er in het algemeen geen sprake van geroerde diepere ondergrond. Dit deel van het plangebied is kleiner dan 2500 m2 waarmee archeologisch onderzoek niet vereist is. Overigens is ook de gezamenlijke oppervlakte van het plangebied waarbinnen de inbreiding is voorzien (perceelsgedeelte aan de Vliegveldstraat, exclusief bestaande woning en bijbehorende tuin, en het achterste deel met weiland en coniferenhaag) kleiner dan 2500 m2. Archeologisch onderzoek in verband met de twee historische erven is daarmee niet vereist.

Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van

38

bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen

cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets Uit de Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Overijssel kan worden afgeleid dat er in het plangebied of in de nabije omgeving daarvan geen monumenten of andere cultuurhistorisch waardevolle inrichtingen of voorzieningen aanwezig zijn. Het voorliggend plan heeft daarmee geen negatieve gevolgen voor het aspect "cultuurhistorie".

4.12

Verkeer, bereikbaarheid en parkeren

De gemeenteraad heeft in verband met parkeren de "Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018" vastgesteld en later gewijzigd. Die nota bevat parkeernormen voor met name de kernen, onderscheiden naar centrumgebied en over kerngebied. Het parkeerbeleid is gereguleerd in het "Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland" dat op 29 mei 2018 is vastgesteld door de gemeenteraad van Dinkelland Toets Als parkeernorm wordt uitgegaan van (2 x 2,2=) 5 parkeerplaatsen per wooncluster van twee woningen, conform het gemeentelijk parkeerbeleid voor kernen, , exclusief het centrumgebied. Het deel van het plangebied met de nieuwe wooneenheid aan de Vliegveldstraat wordt/blijft ontsloten vanaf de Vliegveldstraat. Net als bij de nabuurpercelen met twee wooneenheden is er ook op het perceelsgedeelte met een oppervlakte van ca. 1350 m2 aan Vliegveldstraat 41/41a voldoende ruimte om 5 voertuigen op eigen terrein te parkeren. Het verkeersbeeld op de Vliegveldstraat wijzigt niet waarneembaar als gevolg van de extra te realiseren wooneenheid Vliegveldstraat 41a. De twee nieuwe woonclusters in het weiland worden ontsloten vanaf de Beekdal, de ontsluitingsweg van het recent gerealiseerde woonwijkje Deurninger Es. De inritontsluiting vindt plaats zoals weergegeven in het "Inrichtingsplan" en de "Uitwerking inritten (3D)" van de (zie Bijlage 1 en Bijlage 2 bij deze regels).

Beide woonclusters van 2 wooneenheden/woningen hebben een eigen inrit. Bij de inrichting is rekening gehouden met het feit dat aan de zijde van het plangebied een hoogteverschil aanwezig is van 60 tot 80cm met de Beekdal. Parkeren aan/op de Beekdal zelf is niet mogelijk vanwege het met groen ingerichte talud. Het plangebied zelf, met een oppervlakte van ca. 1700 m2 biedt echter voldoende ruimte om de maximaal 5 voertuigen per wooncluster op eigen terrein te parkeren. In Afbeelding 8a is indicatief de toekomstige verkaveling ingetekend met daarin de bouwvlakken waarbinnen de woonclusters gerealiseedr moeten worden. Ook is indicatief parkeerruimte voor 5 auto's ingetekend. Bij het uitwerken van de bouwplannen en inrichting van het erf zal met name gekeken worden in hoeverre een deel van de parkeerbehoefte geintegreerd kan worden in het ontwerp van woonhuis zelf.

Met 4 extra wooneenheden/woningen aan het Beekdal zal de verkeersintensiteit marginaal toenemen. Uitgaande van 8 verkeerbewegingen per dag en per wooneenheid betekent dat maximaal ca. 40 verkeersbewegingen extra per dag. Die beperkte verkeerstoename kan op een normale wijze en ongehinderd plaatsvinden op basis van de huidige inrichting van de weg. De aspecten parkeren, verkeer en bereikbaarheid leveren geen belemmeringen op voor dit plan. bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen

39

4.13

Beeldkwaliteit/inrichting

Het plangebied is te onderscheiden in twee afzonderlijke delen. Een deel gelegen aan de Vliegveldstraat en het weilandgedeelte dat gesitueerd is aan het nieuwbouwwijkje Deurninger Es. De perceeldelen worden gescheiden door een nog aanwezige forse coniferenhaag. De te realiseren beeldkwaliteit binnen het plangebied is afgestemd op de omgeving van het betreffende plandeel. Vliegveldstraat (algemene beeldkwaliteit) Aan de Vliegveldstraat is een bestaande maar qua inhoud relatief kleine woning aanwezig op een grote kavel. Aan weerszijden zijn, op de nummer 39/39a en 43/43a, robuuste woonvolumes (met inwoning) gerealiseerd, eveneens op grote kavels. Het straatbeeld met luchtfoto is weergegeven in Bijlage 1 bij deze toelichting. Aan de Vliegveldstraat is een wooncluster van 2 woningen voorzien. Eén wooneenheid/woning voor een jong gezin (het hoofdbouwvolume) en een nieuwe aangebouwde en terugliggende wooneenheid voor ouderen. De aangebouwde eenheid heeft ruimtelijk een ondergeschikte uitstraling, maar de cluster als geheel heeft de uitstraling van één samenhangend woonvolume. Een en ander vergelijkbaar met de aanwezige bebouwing op Vliegveldstraat 43, maar met iets minder volume. Zo ontstaat er een samenhangend straatbeeld aan de Vliegveldstraat, vanaf de dorpsentree tot aan de Wilthuisstraat.

In de Nota Omgevingskwaliteit is voor de planlocatie als ambitie "midden omgeving" opgenomen (zie Afbeelding 4.9).

De uitgangspunten voor het realiseren van die ambitie zijn: het respecteren van de stedenbouwkundige structuur; het versterken van de bebouwingskarakteristiek. Het planinitiatief is in overeenstemming met die uitgangspunten. De beoordeling van het te realiseren bouwplan vindt plaats in verband met de aanvraagprocedure voor een omgevingsvergunning. Voor het perceelsgedeelte met het weiland wordt een afwijkende benadering gekozen vanwege de oriëntatie op het achterliggende woonwijkje Deurninger Es. Voor die omgeving is sprake is van een bijzondere beeldkwaliteit in verband met de zichtrelatie vanuit de Vliegveldstraat en de open Deurninger Es op de bebouwde kernrand van Deurningen. Dit wordt hierna inhoudelijk toegelicht. Perceelsgedeelte met weiland, aansluitend aan Wijkje Deurninger Es De beeldkwaliteit van de twee woonclusters is afgestemd op de beeldregie die op grond van het Beeldkwaliteitsplan voor de Deurninger Es geldt voor de woningen langs de esrand. De twee nieuw te realiseren woonclusters achter op het perceel zijn georiënteerd op en worden ontsloten vanaf het recent gerealiseerde woonwijkje Deurninger Es. De beeldkwaliteit van de bebouwing en het groen van dit deel van het plangebied is afgestemd op de beeldkwaliteit van de nieuwbouwwijk.

Het beeldkwaliteitsplan voor de Deurninger Es is daarom het uitgangspunt voor de inrichting en bebouwing van het direct op dat plan aansluitende voormalige "weiland". In verband met de realisatie van de twee woonclusters aan de Beekdal en de inrichting van het terrein zal specifiek een beeldkwaliteitsplan worden uitgewerkt en vastgesteld. Groen In het Beeldkwaliteitsplan Deurninger Es is een groene rand opgenomen tussen het Beekdal en het achtererfgebied van de woning Vliegveldstraat 41, het "weiland" (zie Afbeelding 4.10).

40

bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen

Omdat het weiland , samen met de coniferenhaag, al een open en groene uitstraling had is de hellende overgangsstrook met talud tussen Beekdal en plangebied niet als houtwal ingericht. Er zijn relatief jonge solitaire bomen aangeplant met lage bermstruiken. In de planopzet wordt de groene bufferrand versterkt door een extra bomengroep aan te planten. Op de perceelsgrens met het Beekdal wordt een beukenhaagje aangelegd ter versterking van de groene rand. De bestaande kenmerkende bomengroep, met een boomkruim die tot ca. 8 meter binnen het plangebied reikt(zie Afbeelding 4.11), blijft behouden. De planopzet is daar op afgestemd. Ook het kenmerkende overgangstalud langs het Beekdal blijft behouden en wordt op slechts twee plekken doorsneden door de inritten naar de nieuw te realiseren woningen. Om het talud zoveel mogelijk de behouden worden de inritten aan weerszijden voorzien van keermuurtjes. De uitvoering, inrichting en het behoud van deze groene open overgangszone is in de planregels geborgd door een voorwaardelijke verplichting in de regels op te nemen.

Verder worden de voortuinen bij de twee woonclusters als (groenblijvende) tuin zonder bebouwing bestemd. Daarmee ontstaat een ruime onbebouwde open buffer met een groenblijvende uitstraling tussen het Beekdal en het de nieuwbouw met twee woonclusters in het voormalige weiland. Uitgangspunt daarbij is de inrichting zoals die voorzien is in Bijlage 1 (Inrichtingsplan) en Bijlage 2 (3D-uitwerking inritten Beekdal) behorend bij de planregels. Bebouwing Binnen het weiland zijn twee woonclusters met elk twee geschakelde wooneenheden/woningen voorzien. De beeldkwaliteit van de twee woonclusters komt overeen met de "hoge beeldregie" die op grond van het Beeldkwaliteitsplan voor de Deurninger Es geldt voor de woningen langs de esrand. Er is wel sprake van enkele maatwerkafwijkingen om de harmonie tussen het inbreidingsplan en de nieuwbouw binnen de wijk Deurninger Es te borgen. Zo is er sprake van een grotere voortuindiepte bij de woonclusters die ook licht gedraaid zijn gesitueerd ten opzichte van de wegas van de Beekdal. Daarmee wordt de groene buffer geaccentueerd en meer beleefbaar. Voor de hoofdgebouwen met de twee wooneenheden/woningen binnen de cluster is alleen een zadelkap toegestaan. De nokrichting van de beeldbepalende hoofdwoning is haaks op de Beekdal.

De toegestane goot- en nokhoogte van de hoofdgebouwen aan de Beekdal komt overeen met de toegestane hoogtes voor de woningen binnen het wijkje Deurninger Es. Het hoogteverschil van 60 tot 80 cm tussen het plangebied en het Beekdal is in de Regels en op de Verbeelding genivelleerd door een aanduiding met (gereduceerde) hoogtematen op te nemen voor het plangebied grenzend aan de Beekdal. De nok- of bouwhoogte van het qua ruimtelijke uitstraling ondergeschikte deel van het hoofdgebouw is minimaal 1 meter lager dan de nokhoogte van de rest van het hoofdgebouw. Het betreft het deel van het hoofdgebouw met de woonruimte voor de senioren, in de vorm van

bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen

41

inwoning dan wel een zelfstandige aangebouwde woning. Deze ruimtelijk ondergeschikte wooneenheid/woning wordt minmaal 3 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw gebouwd. De stedenbouwkundige opzet en inrichting is van het plangebied heeft plaatsgevonden in overleg en afstemming met het gemeentelijk Q-team. De hoofdlijnen van de stedenbouwkundige opzet zijn weergegeven in Bijlage 2 (Stedenbouwkundige uitgangspunten en randvoorwaarden). De hoofdlijnen zijn nader uitgewerkt in een inrichtingsplan en een gedetailleerde uitwerking van de inritcontructies (zie Bijlage 1 en Bijlage 2 behorend bij de planregels). De beoordeling van de beeldkwaliteit van de te realiseren woonclusters vindt plaats in verband met de aanvraagprocedure voor een omgevingsvergunning. Als toetsmaatstaf voor de beeldkwaliteit geldt dan het speciaal voor de locatie uitgewerkte en vastgestelde Beeldkwaliteitsplan

42

bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen

Hoofdstuk 5

Juridische toelichting

5.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

5.2 Opzet van de regels 5.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.

Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.

5.2.2

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het hele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe de planregels voor de maatvoering begrepen moeten worden. 5.2.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte, goothoogte, dakhelling etc.); Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig/toegestaan zijn; Afwijken van de bouw- en gebruiksregels: onder welke voorwaarden mag worden afgeweken van de opgenomen bouw- en gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: voor welke werken en werkzaamheden een vergunning noodzakelijk is. In paragraaf 5.3 wordt de bestemming nader toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze bestemming is gekozen.

bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen

43

5.2.4

Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het hele plangebied. Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels: Anti-dubbeltelregel (Artikel 5) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene afwijkingsregels (Artikel 6) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. 5.2.5

Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd. 5.2.6

Verantwoording van de regels

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Tuin (Artikel 3) De bestemming "Tuin" is opgenomen voor het gedeelte van het voormalig weiland, tussen de voorgevels van de nieuw te realiseren woonclusters en de kadastrale perceelsgrens met de Beekdal. Met deze bestemming wordt gewaarborgd dat het groene open karakter van dit deel van het plangebied behouden blijft. Omdat het niet-openbare privégronden betreft is de bestemming "Tuin" opgenomen in plaats van de bestemming "Groen" voor openbaar groen. Binnen de bestemming "Tuin" is geen bebouwing toegestaan. Wel een gebruikelijke inrichting als (voor-)tuin, al of niet in combinatie met een waterpartij.

Ook de inritten waarmee de woonkavels ontsloten worden kunnen binnen de bestemming aangelegd worden. De voorziene groenmaatregelen binnen deze bestemming (beukenhaag, extra bomengroep, inritconstructies) moeten gerealiseerd worden overeenkomstig het "Inrichtingsplan" en de "3D-uitwerking inritten Beekdal)" (Bijlage 1 en Bijlage 2 bij de planregels). In de specifieke gebruiksregels van deze bestemming is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee de realisatie en instandhouding van die inrichtings- en groenmaatregelen geborgd is. Wonen (Artikel 4) De gronden ter plaatse van het plangebied zijn voor het overgrote deel bestemd als "Wonen". Ten opzichte van het geldend bestemmingsplan is de situering van het bestemmingsvlak "Wonen" gewijzigd en is de oppervlakte verkleind. Een zone langs de ontsluitingsweg (Beekdal) van het woonwijkje Deurninger Es is bestemd als "Tuin" (zie hierna). Binnen de bestemming "Wonen" zijn drie bouwvlakken opgenomen. Het gaat om het bouwvlak van de bestaande woning Vliegveldstraat 41. Dit bouwvlak is iets vergroot. Daarnaast zijn twee nieuwe bouwvlakken opgenomen binnen het voormalige weiland . De twee nieuwe bouwvlakken zijn georiënteerd op het wijkje Deurninger Es. Binnen elk bouwvlak wordt het mogelijk om een starterswoning, in combinatie met een seniorenwoning te realiseren.

Dit kan in de vorm van inwoning dan wel als twee zelfstandige woningen. De seniorenwoning is aangebouwd en qua ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan de starterswoning. De omvang van de bouwvlakken is afgestemd op deze bewoningscombinatie van jong met oud. De regels voor deze bestemming zijn afgestemd op de omgeving. Daarbij is sprake van een onderscheid tussen de wooncluster aan de Vliegveldstraat en de twee clusters met twee wooneenheden/woningen aan de Beekdal. De bouwmogelijkheden aan de Vliegveldstraat zijn afgestemd op het ter plekke geldende bestemmingsplan "Deurningen". Samen met het iets vergrote bouwvlak is het daarmee mogelijk om een wat robuuster 44

bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen

bouwvolume te realiseren. Daarmee ontstaat een harmonieus straatbeeld met de robuustere bebouwing op de eveneens ruime percelen aan weerszijden. De bouwmogelijkheden binnen de twee woonclusters in het voormalige weiland zijn afgestemd op de bouwmogelijkheden van het tegenover gelegen woonwijkje Deurninger Es. Vanwege het hoogteverschil - het maaiveld van het weiland ligt ca 60 tot 80 cm hoger dan het straatniveau van het wijkje- zijn de maximaal toegestane goothoogte en bouwhoogte van het hoofdgebouw 0,75 meter lager dan binnen het wijkje. Voor de twee clusters binnen het weiland geldt verder dat de bebouwing moet voldoen aan dezelfde hoge beeldkwaliteit die geldt voor de esrand van het wijkje Deurninger Es. De gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor woonhuizen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep, een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit en/of mantelzorg. Daarnaast zijn binnen deze bestemming tuinen, erven, terreinen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. De hoofdgebouwen moeten binnen de bouwvlakken worden gebouwd. Voor bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak geldt dat voor elke cluster van twee wooneenheden/woningen bij recht 50 % van de oppervlakte van het clusterperceel bebouwd mag worden, met een maximum van 150 m2.

Hiervoor geldt een maximale goothoogte van 3 meter en de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 6 m en is in ieder geval minimaal 1 m lager dan de hoogte van het hoofdgebouw. Alle bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend op ten minste 3 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw toegestaan. Erf- en terreinafscheidingen mogen worden gebouwd tot een bouwhoogte van maximaal 0,5 meter voor de voorgevel (uitsluitend aan de Vliegveldstraat) en tot maximaal 2 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw. Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde mogen worden gebouwd tot maximaal 3 meter. In de planregels zijn enkele afwijkingsbevoegdheden opgenomen.

5.3 Verbeelding De verbeelding vormt in veel gevallen de logische toegang naar (digitale) bestemmingsplaninformatie. Een duidelijke en eenduidige opzet is daarom van groot belang. De plankaart bevat alleen die zaken die juridisch relevant zijn. Datgene dat op de plankaart staat vermeld, is derhalve ook terug te vinden in de regels. Zo moeten de woonclusters gerealiseerd worden binnen de bouwvlakken die op de verbeelding binnen de bestemming "Wonen"zijn opgenomen. Ook de aanduidingen met de maximale hoogtematen staan vermeld op de verbeelding. Dit is nodig omdat de hoogtematen aan de Vliegveldstraat verschillen van die aan de Beekdal. De verbeelding bevat zo, samen met planregels, alle informatie over de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden binnen het plangebied. De topografische basis voor de bestemmingsplankaart wordt gevormd door de meest actuele Grootschalige Basiskaart van Nederland (GBKN/GBK) aangevuld met kadastrale gegevens. Daarmee is duidelijk waar en welke bestemmingen en planregels van toepassing zijn.

bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen

45

46

bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen. Voor de vaststelling van het plan wordt zowel een exploitatieovereenskomst als een planschadeovereenkomst gesloten tussen gemeente en initiatiefnemer. Daarin is bepaald dat de door de gemeente te maken kosten in verband met planinitiatief voor rekening van initiatiefnemer komen en aan de gemeente vergoed worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/853/documents/22640