Vast te stellen Bestemmingsplan - Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld NL.IMRO.1774.DEUBPVLIEGVELDST41VG01
Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer
7 7 7 8 8 9
Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
11 11 11
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid
13 13 14 20
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Inleiding 4.2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.3 Milieuzonering 4.4 Bodem
25 25 25 26 28
4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
29 30 31 32 33 36 37 39 40
Geluid Luchtkwaliteit Geur Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer, bereikbaarheid en parkeren Beeldkwaliteit/inrichting
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Inleiding 5.2 Opzet van de regels 5.3 Verbeelding
43 43 43 45
Hoofdstuk 6
47
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen
49 49 49
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Straatbeeld Vliegveldstraat Bijlage 2 Besluit vormvrije m.e.r.-beoordeling Bijlage 3 Stedenbouwkundige-landschappelijke uitgangsputen Bijlage 4 Akoestisch onderzoek inbreidingsplan Vliegveldstraat 41/Beekdal, Deurningen Bijlage 5 Rekenblad Vliegveldstraat 41 met Wilthuisstraat laatste versie
51 52 54 62 64 78
2
bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
Bijlage 6 Bijlage 7
Watertoets BP reactienota zienswijzen
80 86
bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
3
4
bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
Toelichting
bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
5
6
bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Aan de Vliegveldstraat 41 is een relatief kleine woning aanwezig op een ruime kavel met een oppervlakte van 3050 m2. Het hele perceel is bestemd voor "Wonen". Alleen het perceelsgedeelte aan de Vliegveldstraat is ingericht en in gebruik voor het wonen. De achterzijde van het perceel grenst aan het nieuwbouwwijkje "Deurninger Es". Dit perceelsgedeelte is ingericht als weiland. Initiatiefnemer wil met toepassing van het gemeentelijk Inbreidingsbeleid drie clusters met een wooncombinatie van jongeren met ouderen realiseren. Daarvoor moet het bouwvlak van de bestaande woning aan de Vliegveldstraat worden vergroot. De twee nieuwe inbreidingsclusters worden achter op het perceel, aan de Beekdal gesitueerd. Daarvoor worden twee extra bouwvlakken opgenomen binnen de bestemming "Wonen". Binnen elk bouwvlak wordt het mogelijk een wooncombinatie van jong met oud te realiseren. Dit kan in de vorm van inwoning of volledig gescheiden van elkaar. Deze unieke combinatie voorziet in de specifieke woningbehoefte van de kern Deurningen en past in de omgeving. Het onderhavige bestemmingsplan vormt de planologische-juridische basis om het planinitiatief te realiseren.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het plangebied omvat het huidige woonperceel Vliegveldstraat 41, Deurningen en ligt binnen de dorpskern van Deurningen. Het betref het middelste van drie relatief grote woonpercelen aan de noord-oostzijde van de weg, ter hoogte van de dorpsentree, tussen de Deurningeresweg en de Wilthuisstraat. In Bijlage 1 bij deze toelichting is het bestaande straatbeeld en de situaring aan de Vliegveldstraat weergegeven. Aan de overzijde van de weg is een kaasmakerij/agrarisch bedrijf aanwezig. De achterzijde van het perceel grenst aan de Beekdal, de ontsluitingweg van het nieuwbouw woonwijkje "Deurninger Es". Aan de noordzijde, grenst het perceel aan een bestaand speelterrein. Het perceel is kadastraal bekend, gemeente Weerselo, Sectie N, nummer 493. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied binnen Deurningen weergegeven.
Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in Afbeelding 1.2 zwart omkaderd weergegeven, inclusief de directe omgeving van het plangebied. De plangrens valt samen met de kadastrale perceelsgrens. De kavelgrens is als juridische plangrens overgenomen in de bij dit plan behorende en daar deel van uitmakende verbeelding.
bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
7
1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor het perceel Vliegveldstraat 41 geldt het bestemmingsplan "Deurningen" zoals vastgesteld op 29 januari 2013. Verder gelden de bestemmingsplannen "Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland", vastgesteld op 29 mei 2018 en "Paraplubestemmingsplan kernen gemeente Dinkelland", vastgesteld op 5 juli 2021, voor zover daarmee het bestemmingsplan "Deurningen" is aangevuld of gewijzigd. Het perceel heeft de enkelbestemming "Wonen" met daarbinnen een bouwvlak ter plaatse van de bestaande woning Vliegveldstraat 41. Een hoofdgebouw moet binnen het bouwvlak gerealiseerd worden en het bestaande aantal woningen mag niet uitgebreid worden. Het is niet toegestaan een woning te gebruiken voor de huisvesting van meer dan één huishouding. De maximaal toegestane bouw- en goothoogte van het hoofdgebouw bedraagt 10, respectievelijk 6 meter. Er mag maximaal 250 m2 aan bijbehorende bouwwerken gerealiseerd worden en het achtererf mag worden afgeschermd met een erfafscheiding van maximaal 2 meter hoog. In Afbeelding 1.3 is een uitsnede uit de verbeelding van het bestemmingsplan "Deurningen" opgenomen.
Het realiseren van de drie clusters met elk een wooncombinatie van jong en oud is niet mogelijk omdat er maar één bouwvlak aanwezig is waarbinnen maar één (bestaande) woning is toegestaan. Om het plan te realiseren wordt het bestaande bouwvlak aan de Vliegveldstraat vergroot en worden in de Verbeelding twee nieuw bouwvlakken aan het Beekdal opgenomen. Binnen de drie bouwvlakken wordt een wooncombinatie van jong met oud mogelijk gemaakt, in de vorm van inwoning dan wel twee aaneengebouwde maar gescheiden woningen.
1.4 De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1774.DEUBPVLIEGVELDST41-VG01); 8
bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten in samenhang “gelezen” worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de omschrijving, motivering en verantwoording van het bestemmingsplan.
1.5 Leeswijzer In deze toelichting op het bestemmingsplan wordt na deze inleiding in Hoofdstuk 2 een beschrijving van het plan gegeven. Daarbij wordt zowel ingegaan op de huidige situaties ter plaatse van het plangebied, als op de ontwikkelingen die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 3 het van toepassing zijnde nationale, provinciale en gemeentelijke beleid beschreven. Hoofdstuk 4 bevat de toets van het bestemmingsplan aan de omgevingsaspecten als bodem, geluid, luchtkwaliteit, etc. In Hoofdstuk 5 wordt een nadere toelichting gegeven op de wijze waarop de regels zijn vormgegeven. Tot slot bevatteen de hoofdstukken 6 en 7 informatie over de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
9
10
bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
Hoofdstuk 2
Het plan
2.1 Huidige situatie Het plangebied ligt tussen de Vliegveldstraat en de recent gerealiseerde nieuwbouwwijk Deurninger Es. Het plangebied wordt door een forse coniferenhaag gescheiden in twee delen. Binnen het plandeel aan de Vliegveldstraat is een woning met verdieping en zadeldak aanwezig. De woning heeft een relatief beperkte oppervlakte (ca. 65 m2) en inhoud (< 500 m3). Bij de woning is ongeveer 75 m2 aan bijbehorende bouwwerken aanwezig, bestaande uit een aanbouw/garage en een vrijstaand schuurtje. Dit plandeel is verder ingericht als tuin. Het plandeel aan de zijde van het woonwijkje Deurninger Es is ingericht als weiland/ponyweide maar is niet meer als zodanig in gebruik. In afbeelding 2.1 is de bestaande bebouwing, haag en gebruikssituatie goed te onderscheiden.
2.2 Toekomstige situatie Het planinitiatief voorziet in de realisatie van drie woonclusters, met elk een woning voor jongeren in combinatie inwoning of een aangebouwde zelfstandige woning voor ouderen. Aan de Vliegveldstraat wordt één cluster gerealiseerd op de plek van de huidige woning met bouwvlak. Het bouwvlak wordt daarvoor verdiept en aan de rechterzijde uitgebreid. De bouwmassa en goot- en bouwhoogte worden afgestemd op de huidige situatie en op de bestaande woningen Vliegveldstraat 39/39A en Vliegveldstraat 43/43A, aan weerszijden van het perceel. Op beide buurpercelen is sprake van inwoonsituaties in woningen met een relatief robuuste uitstraling. De nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden aan de Vliegveldstraat 41 passen in het straatbeeld met een drietal brede kavels met daarbij passende bouwmassa's (zie ook Bijlage 1 bij deze toelichting). Aan de achterzijde grenst het perceel Vliegveldstraat 41 aan het nieuwbouwwijkje Deurninger Es. Dit perceelsgedeelte bestaat uit een onbruik geraakt weilandje. Binnen dit perceelsgedeelte zijn twee clusters met de wooncombinatie voor jong en oud voorzien. Net als aan de Vliegveldstraat. De woonclusters worden ontsloten vanaf de Beekdal, het ontsluitingsweggetje van de Deurninger Es. De bouwmassa en beeldkwaliteit van deze woonclusters wordt afgestemd op de bebouwing van de Deurninger Es.
Er is sprake van een bestaand en te behouden kenmerkend hoogteverschil van 60 tot 80 cm met de "Deurninger Es". Vanwege dit hoogteverschil worden de toegestane bouw- en goothoogte voor de hoofdgebouwen ten opzichte van het maaiveld aan de Beekdal 0,75 meter lager dan die binnen het nieuwbouwwijkje. Om de stedenbouwkundige kwaliteit verder te borgen mogen de woonclusters alleen binnen de daarvoor opgenomen bouwvlakken gerealiseerd worden. Binnen elk bouwvlak is voldoende ruimte en breedte om een wooncombinatie met jong en oud te realiseren. Om de ruimtelijke kwaliteit te borgen zijn de bouwvlakken op 8 meter en meer uit de kavelgrens geprojecteerd, met een ruime onderlinge tussenruimte. Bovendien wordt de open groene randzoom met wegtalud versterkt door extra groenelementen langs de Beekdal op te nemen. Binnen de extra brede voortuinen is geen bebouwing toegestaan. Daarvoor is een aparte bestemming "Tuin" opgenomen in het plan. Het kenmerkende talud blijft behouden door het aantal inritten te beperken tot twee en keerwandjes toe te passen. Met deze uitvoering en inrichting blijft er, samen met het wegtalud langs de Beekdal, sprake van een relatief brede open en groene overgangszone. bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
11
12
bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1 Rijksbeleid 3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Relevantie en conclusie in verband met het onderhavige plan Met het plan is sprake van een lokale ontwikkeling waarmee geen Rijksbelangen zijn gemoeid. Er is geen sprake van strijd met het Rijksbeleid zoals verwoord in de NOVI. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), artikel 3.1.6., tweede lid, zijn eisen opgenomen waaraan de toelichting van het bestemmingsplan moet voldoen als dat plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zoals een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen is ruimte nodig. Dat heeft een extra impact als die ruimte niet beschikbaar is binnen het bestaande stedelijk gebied. Daarom is het noodzakelijk dat in een bestemmingsplan, maar ook in een inpassingsplan van rijk of provincie of bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan, nadrukkelijk wordt stilgestaan bij de vraag of er behoefte is aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en de plek waar die is voorzien. Nieuwe stedelijke ontwikkeling De zogenaamde Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In het Bro is geen ondergrens opgenomen om te bepalen wanneer er sprake is van een "nieuwe stedelijke ontwikkeling".
Uit de jurisprudentie van de Raad van State volgt dat bij 11 woningen geen sprake van een "nieuwe stedelijke ontwikkeling" (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) en bij 12 woningen wel (ABRvS 25 maart 2015; CLI:NL:RVS:2015:953). Relevantie en conclusie in verband met het onderhavige plan Het voorliggende plan voorziet in 2 nieuwe woonclusters met zelfstandige wooneenheden/woningen voor jong en oud aan de Beekdal. Ook is een extra wooneenheid voorzien op de locatie Vliegveldstraat 41. In totaal 5 extra bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
13
wooneenheden/woningen en dus minder dan 11. Er is daarmee geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing en vormt geen belemmering voor de realisatie van het onderhavige plan.
3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
In de Omgevingsvisie schetsen Provinciale Staten hun visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de provincie. Het vizier is daarbij gericht op 2030. Zij geven aan wat volgens hen de ambities en doelstellingen van provinciaal belang zijn en hoe zij Gedeputeerde Staten opdragen deze te realiseren. Het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving staat primair in dienst van de sociaaleconomische ontwikkeling van Overijssel. Dit betekent dat de provincie ruimte wil bieden voor de ontwikkeling van werkgelegenheid en hoogwaardige woonmilieus tot stand willen brengen. Dynamiek ziet de provincie als een kans om de ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid te versterken. Dit wordt gedaan door in te zetten op een evenwichtige afweging van beleidsambities waaronder waterveiligheid, een gezond milieu en goede volksgezondheid. Daarnaast wordt ook gestuurd op het versterken van de waardevolle en karakteristieke kenmerken van het landschap. Om de omgevingsvisie tot uitvoering te brengen bevat deze een uitvoeringsmodel. In dat model staan de stappen 'of', 'waar' en 'hoe' centraal. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing. Soms is deze sturing normstellend, maar meestal is de sturing richtinggevend of inspirerend. 3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die ruimtelijke onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. De Omgevingsverordening richt zich dan ook - net zo breed als de Omgevingsvisie Overijssel - uitsluitend op de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. Dit betekent dat regels worden gesteld op het gebied van de ruimtelijke ordening, maar ook op het gebied van mobiliteit, milieu, natuur, water en bodem. Het uitgangspunt 'decentraal wat kan, centraal wat moet' is toegepast bij de flexibiliteitsbepalingen in de verordening. Waar mogelijk zijn afwijkingsmogelijkheden toegepast in plaats van ontheffingsbepalingen. Het onderhavige plan is getoetst aan de relevante regels uit de provinciale verordening. In de navolgende hoofdstukken wordt daar nader op ingegaan. 3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus. Aan de hand van de drie niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling passend is binnen het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving. In navolgende afbeelding wordt het uitvoeringsmodel weergegeven.
14
bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
De betreffende niveaus worden hierna toegelicht waarbij het plan wordt getoetst aan het betreffende niveau uit het uitvoeringsmodel.
3.2.3.1 Generieke beledskeuzes Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit keuzes van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Als deze beleidskeuzes het gevolg zijn van provinciale keuzes zijn ze verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Relevantie en conclusie in verband met het onderhavige plan Bij de afwegingen in de eerste fase van "generieke beleidskeuzes" zijn met name artikelen 2.1.3, 2.1.4, 2.1.5 en 2.6.4 van de Omgevingsverordening Overijssel van belang ten aanzien van zorgvuldig ruimtegebruik. Hierna wordt het planinitiatief aan de artikelen getoetst. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.
Lid 2 Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het plan aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel Het planinitiatief heeft betrekking op een locatie met een woonbestemming binnen de dorpskern van Deurningen. Er is al bebouwing toegestaan binnen het hele plangebied. Het plan voorziet niet in een ontwikkeling welke een nieuw beslag legt op de groene omgeving. Het planinitiatief is niet strijdig met het bepaalde in artikel 2.1.3. Artikel 2.1.4 Toekomstbestendigheid In de toelichting op bestemmingsplannen waarin provinciale belangen in geding zijn wordt aannemelijk gemaakt dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt en die niet bedoeld zijn voor tijdelijk gebruik, toekomstbestendig zijn en dus:
bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
15
de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen; duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden; ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben. Toetsing van het plan aan artikel 2.1.4 van de Omgevingsverordening Overijssel Bij het initiatief zijn geen provinciale belangen in het geding. Voor de motivering van dit artikel wordt verwezen naar de paragrafen "Ontwikkelingsperspectieven" en "Gebiedskenmerken". Het onderhavige plan voorziet in de ontwikkeling van drie clusters met twee levensloopbestendige woningen voor jong en oud binnen de bestaande dorpskern. De woningen voorzien in de lokale woningbehoefte voor jongeren en ouderen. Tevens spelen ze in op de toenemende behoefte aan (mantel-)zorg en wederzijdse steun, zonder de reguliere zorg te belasten. Het initiatief is daarmee in lijn met de regels van artikel 2.1.4. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit Lid 1 In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken.
Lid 2 In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. Lid 3 In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel Voor de motivering van dit artikel wordt verwezen naar de paragrafen "Ontwikkelingsperspectieven" en "Gebiedskenmerken". Het initiatief is niet strijdig met het in het artikel 2.1.5 bepaalde. Artikel 2.6.4 Nieuwe ontwikkelingen (Nationaal Landschap Noordoost Twente) Bestemmingsplannen voorzien alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen gebieden die in artikel 2.6.2 begrensd zijn als Nationaal Landschap als die bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten als benoemd in artikel 2.6.3 en zoals nader uitgewerkt in bijlage 7 van deze verordening. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.6.4 van de Omgevingsverordening Overijssel Het plangebied maakt deel uit van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente. De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente zoals benoemd in artikel 2.6.3 zijn: a.
het samenhangende complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen; b. de grote mate van kleinschaligheid; c. het groene karakter. De woningbouwontwikkeling in het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Deurningen en sluit aan bij de stedenbouwkundige karakteristiek in de directe omgeving. Geconcludeerd wordt dat voorliggend plan geen afbreuk doet aan de kernkwaliteiten van Nationaal Landschap Noordoost-Twente. 3.2.3.2 Ontwikkelingsperspectieven (waar) Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. In Afbeelding 3.2 is weergegeven dat voor het plangebied het ontwikkelingsperspectief "Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken" van toepassing is.
16
bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Het planinitiatief voor de realisatie van drie clusters met wonen voor jong en oud binnen de bebouwde kom van Deurningen sluit aan bij dit ontwikkelingsperspectief. 3.2.3.3 Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en – opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De kwaliteitsopgaven en –voorwaarden op basis van gebiedskenmerken kunnen te maken hebben met landschappelijke -inpassing, infrastructuur,- milieuaspecten, bodemaspecten, cultuurhistorie, toeristische en recreatieve aantrekkingskracht, natuur, water, etc. De gebiedskenmerken zijn over het algemeen richtinggevend of inspirerend. De provincie onderscheidt de volgende vier lagen: 1. Natuurlijke laag. 2. Laag van het agrarisch cultuurlandschap. 3. Stedelijke laag. 4. Laag van de beleving. Natuurlijke laag Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart in de 'Natuurlijke laag' aangeduid met de gebiedstype "Dekzandvlakte en -ruggen".
De dekzandvlaktes zijn voor het overgrote deel in cultuur gebracht als essenlandschap en oude hoevenlandschap. Het kenmerkende reliëf is daarmee afgevlakt. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Het nog aanwezige reliëf moet beschermd worden. Toekomstige ontwikkelingen kunnen bijdragen aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Ook binnen het onderhavige plangebied is geen reliëf (meer) herkenbaar. Wel is ten behoeve van de realisatie van de wijk Deurninger Es het maaiveld van de es zelf verlaagd waardoor de wijk ingegraven lijkt. Rondom de wijk zijn de hoogteverschillen goed waarneembaar. Ook ter hoogte van het plangebied is sprake van een hoogteverschil variërend van 60 tot 80 cm met het plangebied van de Deurninger Es. Deze duidelijk herkenbare steilrand blijft met de realisatie van het onderhavige plan behouden. Dat is geborgd in de planregels. In de planregels is ook geborgde dat de bouw- en goothoogte van de hoofdgebouwen niet hoger wordt dan de daarvoor geldende hoogtematen die in het bestemmingsplan "Deurninger Es". Daarmee vormen de beide plannen een harmonieus geheel. Het behoud van het zichtbare hoogteverschil past goed bij de doelstelling en ambitie voor het gebiedstype "dekzandvlakte en ruggen".
Laag van het agrarisch cultuurlandschap Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' aangeduid met de gebiedstype "Essenlandschap".
bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
17
Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, – voormalige – heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es (esdorpen en verspreide erven). Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. De ambitie is het behouden van de es als ruimtelijke eenheid en het versterken van de contrasten tussen de verschillende landschapsonderdelen: grote open maat van de essen, het mozaïek van de flank van de es, de open beekdalen en vroegere heidevelden. Voor de realisatie van de wijk Deurninger Es was het weilandgedeelte nog herkenbaar als flank van de Deurninger Es, met als hoogste deel van de es, de omgeving van de Deurningeresweg. Na de verlaging van het maaivleld van de wijkje Deurninger Es is het achterliggende plangebied niet meer herkenbaar als onderdeel van een es. De planlocatie is nu omsloten door bebouwing van de kern Deurningen. Het planinitiatief doet geen afbreuk aan het gebiedskenmerk. Stedelijke laag Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de "Stedelijke laag" aangeduid met de gebiedstypen "Woonwijken 1955 - nu" en 'Informele trage netwerk'.
De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningen centra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken,wijk(winkel)centra. Steeds is sprake van een afgeronde eenheid met duidelijke in- en uitgangen. . Soms zijn herkenbare relicten van het oude cultuurlandschap (zoals boerderijen, (zand)wegen of beplantingsstructuren) opgenomen in de wijken. Nieuwbouwwijkjes bij kleinere plaatsen zijn niet altijd afgeronde eenheden, omdat de bouwopgave daarvoor te klein was. Vaak is er een buurtje aangeplakt aan de oudere bebouwingsstructuur, zonder relatie met de oorspronkelijke structuur van het dorp of het voormalige 18
bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
agrarische cultuurlandschap. Als ontwikkelrichting voegt de nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is en blijft onderdeel van het wijkontwerp. Bij een herstructurering wordt als inspiratie voortgeborduurd op de bestaande kwaliteiten van de bebouwing en het stedenbouwkundig ontwerp. Het voorliggend plan voorziet met de twee nieuw te realiseren woonclusters in het weiland in een invulling van een in onbruik geraakte open plek binnen de bebouwde kom van Deurningen. Qua hoogtematen en beeldkwaliteit voegen de clusters zich naar de bebouwing aan het Beekdal in het wijkje Deurninger Es. De open groenstructuur, als markering van het hiervoor beschreven hoogteverschil tussen het plangebied en de nieuwbouwwijk wordt versterkt. Daarmee wordt het beeld van de oorspronkelijke esrand met randbebouwing en erfbeplanting op de flanken geaccentueerd. Hiermee voorziet het initiatief in de "logische" invulling van de open plek. Aan de Vliegveldstraat, op de oorspronkelijke flank van de Deurninger Es, wordt de maatvoering en beeldkwaliteit van de cluster afgestemd op het bestaande straatbeeld met robuuste woningen op relatief grote kavels aan weerszijden van de planlocatie.
Daarmee is voegt het planinitiatief zich goed in de gebiedskenmerken van woonwijken van 1955 tot nu. Het "trage netwerk" bestaat uit wandel- en kerkepaden, ruiterpaden , vaarwegen, etc. Binnen het plangebied zijn geen onderdelen uit een traag netwerk aanwezig. Er loopt wel een lange-afstands wandelroute langs dit deel van de Vliegveldstraat. Dat verandert niet met of door de realisatie van het voorliggende plan. Laag van de beleving Het plangebied heeft op de gebiedskenmerkenkaart "Laag van de beleving" geen nadere aanduiding. Er loopt wel een langeafstandswandelroute langs dit deel van de Vliegveldstraat. Dat verandert niet met de realisatie van het voorliggende plan.
Toetsing van het initiatief aan Gebiedskenmerken Het voorliggende bestemmingsplan maakt de realisatie van drie woonclusters met een wooncombinatie van jong en oud mogelijk binnen de bebouwde kom van Deurningen. Het initiatief voorziet in de logische invulling van een in onbruik geraakt voormalig weilandje. De bebouwing wordt qua hoogte en beeldkwaliteit afgestemd op het bebouwing van het nieuwbouwwijkje Deurninger Es. Aan de Vliegveldstraat wordt de clusterbebouwing afgestemd op de aanwezige woningen aan weerszijden van de planlocatie. De bebouwing voegt zich op die manier goed in het straatbeeld en de omgeving. Voorafgaand aan de aanvraag bouwvergunning wordt het ontwerp beoordeeld door de stadsbouwmeester. Met de beoogde ontwikkeling gaat geen ruimtelijke kwaliteit verloren. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de Gebiedskenmerken. 3.2.3.4 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in het voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling niet strijdig is met de uitgangspunten van het provinciale beleid. Het initiatief is in overeenstemming met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en het in de Omgevingsverordening Overijssel verankerde beleid.
bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
19
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1
Omgevingsvisie Dinkelland
De gemeenteraad van de gemeente Dinkelland heeft op 31 maart 2021 "Mijn Omgevingsvisie Dinkelland" vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie "Mijn Omgevingsvisie Dinkelland" gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen. 2. We geven het goede voorbeeld. 3. We wentelen niet af op volgende generaties. 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente Dinkelland wil kernen waar het lekker wonen is, waar bedrijvigheid is en waar mensen werk kunnen vinden. Maar vooral ook kernen waar ruimte is om elkaar te ontmoeten en om samen te komen. De inwoners zien hun leefomgeving veranderen. Het wordt moeilijker om voorzieningen in stand te houden. Dit geldt voor winkels, horeca, kerken, kultuurhuizen, sportvoorzieningen en scholen. Aan de andere kant ziet de gemeente ook nieuwe plannen en combinaties van functies van onderop die kernen juist krachtiger maken.
Van oudsher zijn inwoners van de kernen gewend om de leefbaarheid van hun omgeving in eigen hand te nemen en te zorgen dat het er goed toeven is. Het versterken van de leefbaarheid van de kernen wordt door inwoners en gemeente via MijnDinkelland al langer samen opgepakt. Dit wil de gemeente Dinkelland voortzetten aan de hand van vier speerpunten: voldoende voorzieningen; aantrekkelijk wonen; ruimte voor ondernemen; leefbare openbare ruimte. Op basis van de gemeentelijke waardenkaart is het plangebied met een lichtgrijze kleur aangemerkt als “Landelijke kernen”.
Voor de "Landelijke kernen" worden de volgende waarden benoemd in de omgevingsvisie: kernen met kleinschalige bebouwing verbonden met het buitengebied; rafelige en afwisselende dorpsranden; een groene omgeving; aanwezigheid van ontmoetingsplekken; in veel kernen met een kerk als belangrijkste gebouw in het dorpssilhouet; tevens is er op enkele plekken karakteristieke bebouwing aanwezig. Met betrekking tot nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen ziet de gemeente in deze gebieden graag: een kleinschalige bebouwingsbeeld; de aanwezigheid van en zicht op groen en bomen in de kern; het behoud van (het zicht op) de kerk en de beleefbaarheid van karakteristieke bebouwing; mogelijkheden om te ontmoeten; de verbondenheid met het buitengebied; de afwisselende dorpsrand; 20
bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
de zichtbaarheid en toegankelijkheid van het omringende landschap met waardevolle cultuurhistorische elementen. De gemeente wil graag kernen waar het lekker wonen is. Kernen met voldoende voorzieningen, ruimte voor ondernemen, een leefbare openbare ruimte en betaalbare woningen. Het aantal en het soort woningen moet passen bij de vraag. Inwoners moeten voor hun woning zoveel mogelijk in hun eigen gemeente terecht kunnen. Ook is het belangrijk dat woningen voor elke doelgroep bereikbaar en toegankelijk zijn. Uitgangspunt is dat de gemeente graag binnen de bestaande grenzen van een kern wil bouwen. In de meeste gevallen gaat het om plekken die verbeterd moeten worden of plekken waarvan de bestaande functie vervalt. Relevantie en conclusie in verband met het onderhavige plan In de huidige woningmarkt is de beschikbaarheid van woningen voor de doegroepen jongeren en senioren in Deurningen een knelpunt. De clustercombinatie van wooneenheden voor jongeren samen met ouderen in het voorliggende plan voorziet in die behoefte. Door de clustering en de (familiaire) band tussen de jongere en ouderen zijn de woningen beter financierbaar en betaalbaar. Bijkomend voordeel is dat er eenvoudig over en weer zorg en steun verleend kan worden binnen handbereik. De woningen worden verder levensloopbestendig uitgevoerd.
De te realiseren woningen passen daarmee bij de vraag, zijn toegankelijk voor de betreffende doelgroepen en de locatie bevindt zich in het de bestaande bebouwde omgeving. De ontwikkeling is passend bij de locatie. Op basis van vorenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan in overeenstemming is met "Mijn Omgevingsvisie Dinkelland". 3.3.2
Woonvisie 2021+
Op 5 juli 2021 is de nieuwe Woonvisie 2021+ vastgesteld door de gemeenteraad van Dinkelland. De Woonvisie is een plan, dat gaat over het realiseren van voldoende betaalbare woningen in de koopsector variërend van rijwoningen, twee-onder-een-kapwoningen, appartementen, vrijstaande woningen en levensloopbestendige woningen. De gemeente ziet dat het aantal ouderen de aankomende jaren zal toenemen. Om in hun woningvraag te voorzien zet de gemeente in eerste instantie in op het toevoegen van levensloopbestendige woningen. Daarmee wordt doorstroming gecreëerd; senioren verhuizen naar een levensloopbestendige woning en maken zo weer een gezinswoning vrij voor een jonger, groter huishouden. De Woonvisie 2021+ is een uitwerking van de omgevingsvisie en op 5 juli 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. In de Woonvisie 2021+ is de extra woonbehoefte in kwantitatieve en kwalitatieve zin voor de periode 2020 - 2025 bepaald. De spreiding van dit woningbouwprogramma is gekoppeld aan vier onderscheiden deelgebieden: Grote kernen (Denekamp, Ootmarsum, Weerselo); Overige kernen; Buitengebied; Transformatie/knelpunten. In afbeelding 3.7 is beoogde bouwprogramma uit de Woonvisie 2021+ voor de periode 2020 - 2025 opgenomen.
In totaal is er een behoefte aan 515 extra woningen. Omdat in de praktijk een deel van de woningbouwplannen vertraagd wordt of uiteindelijk niet doorgaat moeten er 665 woningen (130%) in de woningbouwprogrammering worden opgenomen. Voor "transformatie en knelpunten" zijn in totaal 70 woningen geprogrammeerd en 90 op basis van 130%. In kwalitatieve zin (soorten/types woningen) blijkt dat er met name voor starters en ouderen behoefte is aan extra woonvoorzieningen. Voor ouderen is daarbij extra aandacht nodig voor het langer zelfstandig blijven wonen, al of niet in combinatie met zorgverlening. Een groot deel van de nieuwe woningen moet daarom als levensloopbestendige woning gerealiseerd worden. Deze woningen zijn en blijven ook aantrekkelijk voor (jongere) leeftijdsgroepen. De woningbehoefte kan per kern verschillen. De richtinggevende behoefte per kern is daarom nader geconcretiseerd in een lokaal Kwaliteitskader. Voor de kern Deurningen levert dat het volgende beeld op voor de bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
21
doelgroepen starters, gezinnen/doorstromers en senioren: Starters: Er is behoefte aan goedkope koopwoningen en woningen in het middensegment. Gezinnen/doorstromers: Beperkte opgave voor betaalbare woningen omdat de voorraad groot is en de doelgroep krimpt. Senioren: Er is behoefte aan levensloopgeschikte woningen waarbij gestreefd moet worden naar een flexibel woonproduct dat zowel voor senioren als starters aantrekkelijk is. Nieuwe woningbouwinitiatieven worden getoetst aan dit lokale Kwaliteitskader. Uitgangspunt van de Woonvisie 2021+ is dat de nieuwbouwopgave zoveel mogelijk op inbreidingslocaties binnen de bebouwde kom wordt gerealiseerd. Onderkend wordt wel dat er voor een aantal kernen maar beperkte mogelijkheden bestaan voor inbreiding. Relevantie en conclusie in verband met het onderhavige plan Het planinitiatief voor de realisatie van 3 clusters met wooneenheden voor jong en oud voorziet in de woonbehoefte van Deurningen voor specifiek starters en ouderen. De (in-)wooncombinatie maakt het bovendien mogelijk dat ouderen, ook in een zorgsituatie, samen met familie in de vertrouwde omgeving van Deurningen kunnen blijven wonen. Mantelzorg door naasten betekent ook dat minder aanspraak op overheidszorg nodig is.
Met de bouw van twee geclusterde wooneenheden is er niet alleen sprake van nieuwbouw en doorstroming van of naar voor de doelgroepen jongeren en ouderen passende woonruimte. Met de clustering is ook de haalbaarheid en betaalbaarheid van het plan gegarandeerd. De financiering van de geclusterde woningen komt voor de gezamenlijke rekening van de startende jongeren en de meeliftende ouderen. Beide partijen dragen naar rato van de eigen draagkracht bij aan de financiering van de wooncluster als geheel. Daarbij speelt een belangrijke rol dat de ouderen ( veelal de (schoon-)ouders) bij doorstroming kunnen beschikken over een behoorlijk eigen vermogen bij verkoop van de te verlaten woning. De geclusterde planopzet betekent dat het planinitiatief haalbaarheid en betaalbaar is. Het inbreidingsplan past zowel kwalitatief als kwantitatiefheid prima in het woningbouwprogramma uit de Woonvisie 2020+ en sluit naadloos aan op de in de visie geformuleerde doelstellingen. 3.3.2.1 Nota inbreidingslocaties 2020 De gemeenteraad van Dinkelland heeft op 19 januari 2021 de "Beleidsnota Inbreidingslocaties 2020" vastgesteld. Die nota is afgestemd op de landelijke en provinciale beleidskoers waarbij inbreiding de voorkeur heeft boven een uitbreiding met ruimtebeslag binnen de groene omgeving.
Het aantal woningen dat de gemeente kan toevoegen is niet onbeperkt , zodat het toevoegen van woningen moet gebeuren op plekken waar de meerwaarde groot is. In de nota is daarvoor een beleidskader uitgewerkt met uitgangspunten en voorwaarden. Inbreiding met woningbouw is alleen mogelijk op zogenaamde "structuurversterkende plekken" binnen het "stedelijk gebied". Bovendien wordt er vanuit gegaan dat het planinitiatief niet mogelijk is op basis van de geldende bestemmingsplanregels. "Structuurversterkende plekken" zijn locaties die: 1. binnen bestaand bebouwd gebied zijn gelegen en; 2. goed bereikbaar zijn voor al het verkeer en 3. door herontwikkeling voor woningbouw (als functie naast eventuele andere functies) bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en vitaliteit van de kern door: het herontwikkelen van een "rotte kies"(oude leegstaande /vervallen gebouwen) of; het oplossen van leegstand of; het hergebruiken van bestaand maatschappelijk vastgoed of monumenten of; het slopen of wegbestemmen van incourante woningen en bouwkavels of; sanering van een milieuhinderlijk bedrijf of; het (her)ontwikkelen van een lege plek met een "stedelijke functie". Locaties met een beeldbepalende groen- of bosbestemming zijn uitgesloten.
In zijn besluit van 25 mei 2021 heeft de raad expliciet bevestigd dat een "lege plek" waarbinnen een stedelijke functie wordt (her)ontwikkeld wordt aangemerkt als een "structuurversterkende plek" zoals bedoeld in de inbreidingsnota. In de Nota zijn ook stedenbouwkundige voorwaarden opgenomen waaraan een inbreidingsinitiatief moet voldoen. Zo moet een inbreidingsplan: 22
bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
aansluiten op de stedenbouwkundige structuur; de kavel(s) moet(en) grenzen aan de openbare weg; samenhang hebben met de omgeving; de woonmilieus niet onevenredig aantasten Relevantie en conclusie in verband met het onderhavige plan Het gedeelte van het perceel met het in onbruik geraakte weiland is een "Structuurversterkende plek" waar inbreiding mogelijk is. Het is een "lege plek" waarop een stedelijke functie (wonen) wordt herontwikkeld. Er is geen sprake van een beeldbepalende groen- of bosbestemming waar inbreiding niet mogelijk is. Het planinitiatief met twee nieuwe woonclusters aan de Beekdal sluit aan en is afgestemd op de stedenbouwkundige opzet van de wijk Deurninger Es. De kavels grenzen ook aan die weg. Met een ruime opzet, relatief lage bouwhoogtes en een groene zone langs het Beekdal is er voldoende samenhang met de omgeving. De woonmilieus rondom worden niet aangetast, dat blijkt mede uit Hoofdstuk 4. Het planinitiatief voldoet daarmee ook aan de stedenbouwkundige voorwaarden uit het inbreidingsbeleid.
bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
23
24
bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
4.1 Inleiding Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.
4.2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. De laatste wijzigingen zijn op 1 juli 2023 doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstige belangrijke milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Voor een activiteit die benoemd is in de C-lijst van het Besluit milieueffectrapportage moet een MER-rapport worden opgesteld waarin de ernstige belangrijke milieugevolgen voor het milieu worden beoordeeld en afgewogen. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, dan geldt er een MER-beoordelingsplicht. Uit die MER-beoordeling volgt of er wel of niet een MER-rapportage moet worden opgesteld. Daar moet dan een aanmeldnotitie voor opgesteld worden. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling.
In de plantoelichting kan dan gemotiveerd worden dat het planinitiatief geen zodanig belangrijk invloed op het milieu heeft dat een milieueffectrapportage moet worden doorlopen. Voor activiteiten die niet benoemd zijn in de C- en D-lijst van de Bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is er geen specifieke (vorm-vrije) MER-beoordeling nodig. In de plantoelichting wordt ingegaan op de milieuaspecten in verband met het plan. Toets Het plan maakt de realisatie mogelijk van drie woonclusters met elk twee woningen. De planlocatie is bestemd als "Wonen". Op de locatie is één woning aanwezig. Als gevolg van het plan zijn derhalve 5 extra woningen met extra bijbehorende bouwwerken mogelijk. Met de realisatie van de woningen wordt het bemesten en het houden van vee in het weilandgedeelte definitief beëindigd. Onder D 11.2 van de Bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage wordt een "stedelijk ontwikkelingsproject" benoemd als een activiteit met mogelijk ernstige belangrijke milieugevolgen voor het milieu. De m.e.r.-beoordelingsplicht geldt voor projecten met een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De genoemde maximum oppervlakken gelden als drempelwaarden. Het ruimtebeslag van het onderhavige project ligt ruimschoots beneden de drempelwaarde.
Het onderhavige project is daarmee niet m.e.r.-beoordelingsplichtig. In principe kan onder de drempelwaarde volstaan worden met een vormvrije MER-beoordeling in de plantoelichting. Als het bij het planinitiatief niet om een "stedelijk ontwikkelingsproject" gaat is een vormvrije Mer-beoordeling niet nodig. In de nota van toelichting op het Besluit mer wordt het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' geduid. Hier wordt het volgende over gezegd: "Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Er kan overigens geen misverstand over bestaan dat ook "dorpen" hieronder vallen. Wat "stedelijke ontwikkeling" inhoudt kan van regio tot regio verschillen. Van belang hierbij is of er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
25
kunnen zijn. Indien bijvoorbeeld een woonwijk wordt afgebroken en er komt een nieuwe voor in de plaats, zal dit in de regel per saldo geen of weinig milieugevolgen hebben. Bij een uitbreiding zal er eerder sprake kunnen zijn van aanzienlijke gevolgen." De kwalificatie is afhankelijk van specifieke omstandigheden van een project en de ruimtelijke gevolgen die het project met zich meebrengt. Als het bebouwde oppervlak weinig toeneemt en de ruimtelijke uitstraling van een project op de omgeving relatief beperkt is, is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Hierbij speelt bijvoorbeeld mee hoe de verhouding van het project met de overige bebouwing in de omgeving is, of groen aanwezig blijft en in hoeverre het voorgenomen gebruik verschilt van wat in het bestemmingsplan is toegestaan. Deze uitleg wordt door de Raad van State bevestigd in meerdere uitspraken (ECLI:NL:RVS:2020:2747; 18 november 2020; ECLI:NL:RVS:2020:1832; 29 juli 2020; ECLI:NL:RVS:2018:1297; 18 april 2018). Met het onderhavige planinitiatief is er geen sprake van een "stedelijk ontwikkelingsproject". Het gaat om de realisatie van 5 extra wooneenheden/woningen op een locatie die al is bestemd voor "Wonen".
De nieuwbouw is grotendeels voorzien in het achtererfgebied van de bestaande woning Vliegveldstraat 41 waarin (vergunningvrij) extra bijbehorende bouwwerken en een erfscheiding gerealiseerd kunnen worden. Bovendien voorziet het plan langs de Beekdal in een extra groene zone, in plaats van achtererfgebied. Ook de bemesting en het gebruik als weiland voor het houden van vee wordt beëindigd. De ruimtelijke uitstraling en milieueffecten met de realisatie van het plan betekenen een verbetering ten opzichte van de huidige formele en feitelijke situatie. Omdat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject, is een vormvrije-beoordeling niet nodig. Uit de plantoelichting blijkt verder dat het planinitiatief geen nadelige gevolgen voor het milieu heeft. De gemeente Dinkelland heeft derhalve een besluit vormvrije m.e.r.-beoordeling (zie Bijlage 2) genomen waarin is vastgesteld dat er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het opstellen van een milieueffectrapportage is niet nodig.
4.3 Milieuzonering Milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) in de directe omgeving van zogenoemde milieuhinder gevoelige bestemmingen (zoals wonen) kunnen hinder vanwege geur, stof, geluid, gevaar en dergelijke veroorzaken. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, zoals dat uitgangspunt is van de Wro, dient te worden aangetoond dat ter plaatse van milieuhinder gevoelige bestemmingen sprake is van een 'goed woon- en leefklimaat'. Anderzijds moet er voldoende zekerheid aan bedrijven worden geboden dat zij hun activiteiten duurzaam en onder aanvaardbare voorwaarden kunnen (blijven) uitoefenen. Dit kan door milieuhinder gevoelige bestemmingen (zoals wonen) zo veel mogelijk te beperken binnen mogelijke hinderzones rond die bedrijven. VNG-publicatie 'Bedrijven & milieuzonering" Om niet alle ontwikkelingen bij voorbaat te onderwerpen aan een onnodig langdurig en kostbaar onderzoek is door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de publicatie "Bedrijven en milieuzonering" uitgebracht. Deze uitgave maakt gebruik van het principe "functiescheiding". Door voldoende afstand aan te houden tussen nader bepaalde milieubelastende activiteiten en milieugevoelige bestemmingen kan eenvoudigweg in veel gevallen worden aangetoond dat sprake is een "goed woon- en leefklimaat".
Bij de VNG-publicatie gaat het niet om wetgeving maar betreft het wel een algemeen door de rechter aanvaarde beoordelingsmethode. De VNG-publicatie maakt gebruik van een basiszoneringslijst waarin voor nader gedefinieerde bedrijfscategorieën richtafstanden zijn bepaald. Een richtafstand wordt beschouwd als de minimaal aan te houden afstand tussen een milieubelastende activiteit en de milieuhinder gevoelige bestemming waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van milieubelastende (bedrijfs)activiteiten betreffende geluid, geur, stof en gevaar redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De genoemde maten zijn indicatief; met een goede motivering kan hiervan worden afgeweken. Naast de gegeven richtafstanden hanteert de VNG-publicatie twee omgevingstypen, namelijk: een "rustige woonwijk/buitengebied" en een "gemengd gebied". In een "rustige woonwijk/buitengebied" (omgevingstype 1) wordt functiescheiding nagestreefd. Tussen milieuhinder gevoelige functies en bedrijven dient de minimaal aan te houden "richtafstand" in acht te worden genomen. In geval van een "gemengd gebied" (omgevingstype 2), waar sprake is van functiemenging, kan een verkleinde richtafstand worden gehanteerd. In tegenstelling tot rustige woongebieden worden in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van milieuhinder gevoelige functies acceptabel geacht.
De richtafstand mag in deze gebieden met één afstandsstap worden verkleind (100 meter behorende bij milieucategorie 3.2 wordt 50 meter, 30 meter van milieucategorie 2 wordt 10 meter van milieucategorie 1, etc.; zie tabel 4.1).
26
bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
De gegeven richtafstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Afwijken van de richtafstanden is in beginsel toegestaan. Daarbij moet gemotiveerd worden dat er ook bij de afwijkende afstand sprake blijft van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Toets Bij het voorliggende plan is er in beginsel sprake van het omgevingstype "rustige woonwijk/buitengebied". De planlocatie ligt binnen de kern Deurningen en rondom zijn overwegend woningen aanwezig. Het plangebied grenst ook aan de doorgaande Vliegveldstraat (N737). Aan de overzijde van de Vliegveldstraat is een multifunctioneel agrarisch bedrijf aanwezig. Naast het houden van rundvee is er ook sprake van zuivelproductie, een winkelfunctie, brasserie en kinderboerderij. In zo'n situatie met functiemenging aan een doorgaande Vliegveldstraat is sprake van een zogenaamd "gemengd gebied". Dat het plangebied in "gemengd gebied" gelegen is betekent dat de richtafstand met één stap kan worden terug gebracht. In dat geval geldt voor bedrijvigheid tot en met categorie 3.2 een richtafstand van 50 meter (in plaats van 100 meter). Op grond van het bestemmingsplan "Buitengebied, Vliegveldstraat 4-4a Deurningen" is aan de overzijde van de Vliegveldstraat een bouwvlak opgenomen voor de daar aanwezige rundveehouderij.
De nevenactiviteiten van dat bedrijf (kaasmakerij, verkoop van eigen en streekeigen producten en dagrecreatieve, educatieve en sport- en speelvoorzieningen, met de daarbij behorende accommodaties en ondersteunende functies) zijn geregeld via een specifieke aanduiding op de verbeelding en in de planregels. De nieuw te realiseren wooneenheden binnen het plangebied vormen geen milieuhinderlijke functie voor de (woon-)omgeving. Het zijn zelf wel milieuhinder gevoelige functies. Beoordeeld moet worden of ter plaatse van de nieuwe wooneenheden sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Voor een grondgebonden agrarisch bedrijf zoals aan de Vliegveldstraat 4/4a zijn in de Nota "Bedrijven en milieuzonering"van de VNG de in tabel 4.2 weergegeven richtafstanden opgenomen.
De bepalende afstand voor een "rustige woonwijk/buitengebied" bedraagt 100 meter in verband met mogelijke geurhinder. Voor een "gemengd gebied", zoals aan de Vliegveldstraat, is dat 50 meter (1 stap lager). De afstand tussen het vergrote bouwvlak ten behoeve van de extra wooneenheid aan de Vliegveldstraat 41 en het bouwvlak van het agrarisch bedrijf aan de Vliegveldstraat 4/4a bedraagt ruim 35 meter. Het bouwvlak is ook tevens het aanduidingsvlak waarbinnen de nevenactiviteiten zijn toegestaan. In afbeelding 4.1 zijn de betreffende bouwvlakken en de afstand daartussen weergegeven.
bestemmingsplan Vliegveldstraat 41 - Beekdal, Deurningen
27
De afstand is groter dan de richtinggevende afstanden voor stof, geur en gevaar waarbinnen mogelijk hinder of gevaar kan ontstaan. De extra wooneenheid aan de Vliegveldstraat ligt echter wel binnen de indicatieve afstand waarbinnen mogelijk sprake kan zijn van geurhinder. De vier nieuwe wooneenheden aan het beekdal liggen op een afstanden variërend van ca. 55 tot 75 meter van het agrarisch bouwvlak aan de Vliegveldstraat 4/4a. Dat is binnen de indicatieve afstand van 100 meter voor een "rustige woonwijk/buitengebied" waar mogelijk geurhinder kan ontstaan. In paragraaf 4.7 wordt daarom met betrekking tot de nieuwe wooneenheden nader ingegaan op het aspect Geur. Voor de nevenactiviteiten gelden over het algemeen richtafstanden van 1 stap lager dan de hiervoor in tabel 4.1 genoemde richtafstanden voor een rundveehouderij binnen een "rustige woonwijk/buitengebied", respectievelijk een "gemengd gebied". Die nevenactiviteiten zullen daarmee geen hinder opleveren voor het leef- en woonklimaat binnen het plangebied. Er zijn op dit moment geen klachten bekend over de bedrijfsvoering van het genoemde bedrijf, ook niet van omwonenden die nu dichter bij de agrarische bedrijfslocatie aan de Vliegveldstraat 4/4a woonachtig zijn
4.4 Bodem Bij de verkenning van mogelijkheden om nieuwe functies in een gebied te realiseren dient de bodemkwaliteit te worden betrokken. Inzicht in eventuele beperkingen aan het bodemgebruik (i.v.m. milieuhygiënische risico's voor mens, plant en dier) is noodzakelijk om te beoordelen of de grond geschikt is voor de beoogde functie. Er mogen geen nieuwe gevoelige functies op een zodanig verontreinigd terrein worden gerealiseerd, dat schade is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet in nader onderzoek bepaald worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets De bestemming "Wonen" en het gebruik van het plangebied voor woondoeleinden wijzigen niet. Er is wel sprake van een intensivering van het gebruik, met name door de realisatie van twee woonclusters binnen het deel van het plangebied met het in onbruik geraakte weiland. Er heeft daarom verkennend bureauonderzoek plaatsgevonden naar mogelijke (historische) bodemverontreinigingen, hieronder de bevindingen.