Tweede programmajournaal 2021.pdf
Tekst van het document
Tweede programmajournaal 2021 Gemeente Dinkelland
Inhoud Inleiding ......................................................................................................................................................... 4 Leeswijzer ...................................................................................................................................................... 6 Financieel hoofdstuk ...................................................................................................................................... 8 Maatschappelijk Effecten Plan (MEP) ......................................................................................................... 23 Inleiding Maatschappelijk Effecten Plan (MEP)........................................................................................... 25 Ambitie Aantrekkelijke woon- en leefomgeving ........................................................................................... 27 Realistischer bouwen en wonen .............................................................................................................. 29 Aantrekkelijkere openbare ruimte ............................................................................................................ 32 Toekomstbestendiger maatschappelijk vastgoed ....................................................................................
34 Maatschappelijke veiligheid ..................................................................................................................... 37 Ambitie Duurzaam Dinkelland ..................................................................................................................... 40 Inleiding Ambitie Duurzaam Dinkelland ................................................................................................... 40 Energie: Wind en zon ............................................................................................................................... 46 Energie: Warmte ...................................................................................................................................... 51 Duurzaam van onderop ............................................................................................................................ 52 Circulaire inkoop....................................................................................................................................... 54 Asbest eraf, zon erop ............................................................................................................................... 56 Ambitie Sterke bedrijvigheid ........................................................................................................................
58 Vitalere vrijetijdseconomie ....................................................................................................................... 60 Sterker ondernemersklimaat .................................................................................................................... 65 Innovatievere agrarische sector ............................................................................................................... 70 Ambitie Inclusieve samenleving .................................................................................................................. 76 Langer gezond ......................................................................................................................................... 82 Versterken sociale basis .......................................................................................................................... 87 Zorg meer nabij ........................................................................................................................................ 90 Meer inwoners kunnen meedoen ........................................................................................................... 101 Participatieprocessen ................................................................................................................................
112 Wat hebben we er voor gedaan? ........................................................................................................... 117
2
Dinkelland in de regio ............................................................................................................................. 120 Omgevingswet ........................................................................................................................................ 124 Basisbegroting ........................................................................................................................................... 127 Programma Bestuur & middelen ............................................................................................................ 127 Programma Dienstverlening & burgerzaken .......................................................................................... 132 Programma Veiligheid ............................................................................................................................ 133 Programma Openbare ruimte & mobiliteit .............................................................................................. 135 Programma Economie............................................................................................................................ 138 Programma Onderwijs............................................................................................................................
139 Programma Sport & accommodaties ..................................................................................................... 141 Programma Cultuur & recreatie ............................................................................................................. 142 Programma Sociaal domein ................................................................................................................... 143 Programma Milieu .................................................................................................................................. 147 Programma Volkshuisvesting & ruimtelijke ordening ............................................................................. 150
3
Inleiding Hierbij bieden wij u het 2de programmajournaal 2021 aan. Het is de laatste keer dat wij op deze wijze rapporteren. De auditcommissie heeft het initiatief genomen om de begrotingscyclus te wijzigen, waardoor een andere en wellicht directere wijze van rapporteren ontstaat. Met het begrotingsjaar 2022 wordt met de nieuwe rapportage wijze gestart. Tevens is dit het laatste journaal van deze raadsperiode. Zoals gebruikelijk heeft dit document de begroting 2021 en het 1 ste programmajournaal 2021 als basis. Voor deze periode melden wij u een voordelig financieel resultaat van ruim € 4 miljoen. We rapporteren zowel beleidsmatig als financieel over de voortgang en eventuele afwijkingen. Verder rapporteren we ook over de meest recente trends en ontwikkelingen en beschouwen we daar waar mogelijk de impact van de coronacrisis. De voor ons belangrijke gebeurtenissen stippen we hieronder aan. Met de verkoop van het klooster in Ootmarsum kan nu gestart worden met een nieuwe functie voor het gebouw met een meerwaarde voor de stad. Om de toekomstbestendigheid van Ootmarsum te kunnen waarborgen is het participatieproces gestart, waarin we samen met vele partijen werken aan het oplossen van diverse knelpunten zoals de verkeersproblematiek. We willen dat iedereen kan meedoen in onze samenleving. Met de start van Schakel markeren we een belangrijk moment.
Onze inwoners kunnen bij Schakel laagdrempelig terecht voor alle vragen op het gebied van Welzijn, Inkomen, Jeugd en Zorg. We ondersteunen waar nodig en streven samen met de inwoners naar meer welzijn van individu- tot gezinsniveau. In de op 5 juli door de raad vastgestelde woonvisie 2021- 2025 geven we duidelijk richting aan het realiseren van voldoende betaalbare woningen. Essentieel hierbij is dat we dit vanuit een brede scope beschouwen. De inhoud van de woonvisie wordt in grote mate bepaald door thema’s als levensloop bestendigheid, doelgroepenbenadering en de spreiding van voldoende woningen over de kernen. De gemeenschappelijke regeling (GR) Gezondheid is begin juli officieel gestart. De GR Gezondheid is een vernieuwde samenwerking, die is ontstaan uit de voormalige Regio Twente. De organisatie heeft de focus op gezondheid en het sociaal domein. Nergens in Nederland bestaat een organisatie die zowel gezondheid, sociaal domein, jeugdzorg én een onderzoek poot als Kennispunt Twente in één organisatie heeft. De financiële uitkomst van dit programmajournaal 2021 laat een voordelig resultaat van ruim € 4 miljoen zien. Dit voordelige resultaat wordt naast een bijgestelde prognose voor de kosten van jeugdzorg vooral veroorzaakt door een eenmalig extra dividend van Cogas als gevolg van de verkoop van het 50% belang in Cogas Kabel Infra B.V.
Daarnaast wordt het voordelige resultaat voor een bedrag van € 167.000 veroorzaakt door extra ontvangen Corona compensatie van het Rijk. Deze extra Corona compensatie voegen we in eerste instantie toe aan de stelpost Corona waardoor er een positief saldo van het 2e programmajournaal resteert van € 3,9 miljoen. Wij stellen voor dit bedrag toe te voegen aan de algemene reserve.
4
5
Leeswijzer In deze leeswijzer worden een aantal zaken toegelicht zodat u de begroting makkelijker kunt lezen. De begroting ziet er qua opzet hetzelfde uit als de begroting van 2020. Allereerst een korte toelichting op de opbouw van de begroting. De begroting bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Het Maatschappelijk Effecten Plan (MEP) met daarin de onderdelen: o Participatieprocessen: de vertaling naar hoe wij samen met de samenleving aan de slag willen. o Omgevingswet: de vertaling van hoe wij aan de slag gaan met de implementatie van de Omgevingswet. o Ambities: de vertaling van de ambities uit de agenda’s van het coalitieakkoord, gerelateerd aan specifieke maatschappelijke doelen. 2. Basisbegroting: hierin komen alle reguliere en jaarlijks terugkerende zaken aan de orde. 3. De verplichte paragrafen 4. De financiële begroting 5. Bijlagen Vanaf 2019 maken wij onderscheid tussen de basisbegroting dus feitelijk het structurele geld en de ambitiebegroting (beschreven in het MEP) dus het incidentele geld dat gebruikt wordt om de ambities te realiseren. Tussen de basisbegroting en ambitiebegroting bestaat een wederzijdse relatie. Er zijn namelijk zaken vanuit de basisbegroting die een directe link met de ambitiebegroting hebben en vice versa. Projecten die voortkomen uit ambities kunnen na uitvoering en afronding structurele lasten met zich meebrengen in de beheerfase.
De financiering van het project vindt plaats vanuit de ambitiebegroting (incidenteel), terwijl de structurele lasten afvloeien naar de basisbegroting en een plek krijgen onder één van de elf programma's. Activiteiten en inspanningen (reguliere capaciteit en middelen) vanuit de basisbegroting kunnen bijdragen aan het bereiken van de doelen in de ambitiebegroting. Daarnaast kan ook (reguliere) capaciteit aan de basisbegroting worden onttrokken om te worden ingezet voor de ambities (projecten en processen).
6
In de bovenstaande figuur is weergegeven wat MEP (oranje deel) is, wat we in samenwerking met de samenleving doen (lichtblauwe deel) en wat de basisbegroting is (donkerblauwe deel).
Basisbegroting In de basisbegroting komen de reguliere, jaarlijks terugkerende zaken aan de orde. Deze basisbegroting is opgedeeld in de volgende elf programma’s: Programma Bestuur & middelen Programma Dienstverlening & burgerzaken Programma Veiligheid Programma Openbare ruimte & mobiliteit Programma Economie Programma Onderwijs Programma Sport & accommodaties Programma Cultuur & recreatie Programma Sociaal domein Programma Milieu Programma Volkshuisvesting & ruimtelijke ordening
7
Financieel hoofdstuk Mutaties bestaand beleid (tweede programmajournaal 2021) In dit financiële hoofdstuk treft u een samenvattend overzicht aan van de verschillende financiële mutaties voor het jaar 2021 op basis van bestaand beleid. Dit kunnen autonome ontwikkelingen zijn of zaken waarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden. Daarnaast hebben we in dit hoofdstuk een afzonderlijke paragraaf opgenomen waarin de voortgang en de stand van zaken van de stelpost Corona wordt weergegeven. We beginnen dit hoofdstuk echter met een overzicht van mutaties die betrekking op het bestaande (dus vastgestelde) beleid. omschrijving
Bedrag (x €1.000)
meicirculaire 2021 - Hogere algemene uitkering
1.125
- Taakmutaties
-789
Extra compensatie inkomstenderving 2020
69
Sociaal domein
577
Dividenden - eenmalig extra dividend Cogas
2.729
- Twence
58
- wadinko
-46
- overig
-25
Dorper Esch - hogere energiekosten
-82
- hogere kosten inhuur
-94
VeiligheidsRegio Twente - restitutie 2020
72
Corona - restant structurele stelpost
235
Leges Ruimtelijke Ordening
45
8
Inhuur diensten Ruimtelijke Ordening
50
Toekenning SPUK ijsbanen en zwembaden
193
Huwelijken
-25
Gedeeltelijke sloop Aloysiusschool Weerselo
-34
huisvesting Noaberkracht - locatie Denekamp Overige kleine mutaties en onvoorzien Totaal mutaties
9 4.067
Toelichtingen mutaties bestaand beleid Meicirculaire 2021 De mei circulaire 2021 laat voor het jaar 2021 het volgende beeld zien: Meicirculaire 2021 (bedragen x €1.000)
2021
Hogere Algemene Uitkering
1.125
Totaal taakmutaties
-789
Budgettair effect op de begroting
336
Hogere algemene uitkering De hogere algemene uitkering voor het jaar 2021 wordt, naast een voordelige afrekening van het BTW compensatiefonds over het jaar 2021 en een aanpassing van de maatstaven waaronder ook de WOZ waarden, vooral veroorzaakt door de verdeling van de extra € 600 miljoen voor jeugd. Per saldo levert dit voor het jaar 2021 een incidenteel hogere algemene uitkering op van ruim € 1,1 miljoen. Taakmutaties In deze hogere algemene uitkering zitten ook een aantal zogenaamde taakmutaties verwerkt waarvoor we stelposten opnemen in afwachting van te ontwikkelen beleid. Taakmutaties (bedragen x € 1.000)
2021
Aanpak problematiek jeugdzorg (€ 600 miljoen) - verdringing en lichte jeugdzorgproblematiek
216
9
- wachttijden specialistische jeugdzorg
190
Indexeren loon- en prijsgevoelige budgetten Sociaal Domein
306
Rijksvaccinatieprogramma meningokokken
6
Versterking gemeentelijke antidiscriminatievoorziening
11
Inburgering (IU)
3
Participatie (IU)
57
Totaal taakmutaties
789
Aanpak problematiek jeugdzorg De extra middelen voor de aanpak van de problematiekjeugdzorg komen voor de gemeente Dinkelland neer op de volgende bedragen: Verdringing en lichte jeugdzorgproblematiek € 216.000 POH jeugd GGZ € 9.000 Wachttijden specialistische jeugdzorg € 190.000 De middelen die we nu ontvangen voor de POH jeugd GGZ merken we aan als compensatie voor de kosten die we hiervoor reeds maken en dekken ten laste van de algemene middelen. Voor de beide andere onderdelen van de aanpak problematiek jeugdzorg ramen we een stelpost in afwachting van meer duidelijkheid / te ontwikkelen beleid. Taakmutatie loon- en prijsbijstelling sociaal domein In de meicirculaire 2018 is met ingang van uitkeringsjaar 2019 ± € 7 miljard overgeheveld van de integratie-uitkering sociaal domein naar de algemene uitkering. Dit betekent dat de loon- en prijsbijstelling voor het sociaal domein uit de algemene uitkering betaald moet worden. Om dus de balans te behouden moet tegelijk met de hogere inkomsten ook de hogere uitgaven worden geraamd, anders reken je je rijk. Structureel wordt rekening gehouden met € 306.000 vanaf 2021 wat nu functioneel kan worden toegevoegd aan de verschillende ramingen binnen het sociaal domein.
Taakmutatie rijksvaccinatieprogramma meningokokken Met ingang van 1 januari 2021 wordt de uitvoering van de vaccinatie tegen meningokokken (MenACWY) overgedragen aan de gemeenten. De daarmee gemoeide middelen worden toegevoegd aan de reeds eerder overgehevelde middelen voor de uitvoering van het rijksvaccinatieprogramma (RVP). Het gaat om € 3,74 miljoen in 2021, oplopend naar € 3,87 miljoen structureel vanaf 2024. Voor de gemeente Dinkelland gaat het om een bedrag van € 6.000 per jaar waarvoor we een stelpost ramen in afwachting van te ontwikkelen beleid. Taakmutatie versterking gemeentelijke anti-discriminatievoorziening In haar reactie op het rapport Ongekend onrecht van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag heeft het kabinet aangekondigd structurele middelen vrij te maken voor de aanpak van discriminatie, waaronder de versterking van de antidiscriminatievoorzieningen (ADV). In 2009 is de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (Wga) in werking getreden. Het doel van deze wet is een landelijk dekkend stelsel van meldpunten voor onafhankelijke bijstand aan slachtoffers van discriminatie en de registratie van klachten over discriminatie. Alle gemeenten zijn verplicht te voorzien in een ADV. Voor de uitvoering van de Wga is in 2009 een bedrag toegevoegd aan de algemene uitkering. 1 0
Uit onderzoeken blijkt dat deze huidige financiering voor de uitvoering van de Wga-taken al enige jaren tot knelpunten leidt. De meeste ADV’s zijn op dit moment zeer krap bemeten en bij het grotere publiek relatief onbekend. Om die reden wordt er vanaf 2021 structureel ruim € 6,9 miljoen extra aan de algemene uitkering toegevoegd, zodat de ADV’s ruimere budgetten kunnen krijgen om meer activiteiten te kunnen ontplooien, om zodoende een betere beschikbaarheid en bereikbaarheid voor melders mogelijk te maken. Deze ruimere budgetten zijn ook nodig om de door uitvoeringsorganisaties doorverwezen melders te kunnen bijstaan. Deze structurele extra bijdrage komt neer op meer dan een verdubbeling van de middelen. De financiering van de organisatie van en het toezicht op de ADV’s zal, als onderdeel van de aangekondigde versterking van de aanpak van discriminatie, het komende jaar onderzocht worden. De uitkomsten van het onderzoek kunnen mogelijk leiden tot wijzigingen. Als dit nodig blijkt te zijn, zullen gemeenten tijdig geconsulteerd en geïnformeerd worden. Voor de gemeente Dinkelland gaat het om een bedrag van € 11.000 extra per jaar waarvoor we een stelpost ramen in afwachting van te ontwikkelen beleid. Taakmutatie Inburgering De inwerkingtreding van de nieuwe inburgeringswet is met een half jaar uitgesteld naar 1 januari 2022.
Voor de omvang van de integratie-uitkering Inburgering betekent dit het volgende: Bij meicirculaire 2020 is vanaf 2021 structureel budget toegevoegd ter financiering van de uitvoeringskosten van de nieuwe wet. Nu de wet is uitgesteld valt de instroom van inburgeraars in 2021 niet onder de nieuwe wet, maar onder de oude wet. Om die reden wordt de integratie-uitkering Inburgering in 2021 met € 26,9 miljoen verlaagd Dat is het bedrag dat voor dat jaar voor de uitvoeringskosten beschikbaar was gesteld. De bedragen voor de structurele uitvoeringskosten vanaf 2022 en verder blijven ten opzichte van de decembercirculaire 2020 ongewijzigd. Dat geldt ook voor de verdeling over gemeenten. De verdeling voor 2022 en verder zal naar verwachting in de decembercirculaire 2021 worden geactualiseerd, als van zowel het aantal inwoners als het aantal personen met een niet-westerse migratieachtergrond nieuwe gegevens voorhanden zijn. Als gevolg van het uitstel wordt aan gemeenten een aanvullend bedrag ter beschikking gesteld van € 29,4 miljoen, verspreid over 2021 tot en met 2026. Tot slot worden gemeenten ook gecompenseerd voor de extra implementatiekosten waar zij mee te maken hebben door het uitstel van de nieuwe wet. De betreffende Dinkellandse bedragen worden toegevoegd aan de stelpost inburgering waar ook de eerdere bedragen zijn geraamd.
Ook hiervoor geldt in afwachting van te ontwikkelen beleid. De integratie-uitkering zal onder het voorbehoud van de besluitvorming over de herijking van het gemeentefonds naar verwachting vanaf 2023 worden overgeheveld naar de algemene uitkering. Taakmutatie Participatie De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt door de toekenning van de loonen prijsbijstelling 2021. De Wsw-middelen zijn geactualiseerd. Deze is gebaseerd op de gerealiseerde omvang van de sociale werkplaatspopulatie (gemeten in standaardeenheden (SE) per betalende gemeente) zoals we die kennen uit het voorgaande jaar en een inschatting van de blijfkansen in de sociale werkplaats. De Wsw-verdeling vanaf 2020 is geactualiseerd met de realisaties van het gemiddeld aantal SE in 2019 en de blijfkansen voor de jaren 2020 en verder. De genoemde Dinkellandse bedragen worden toegevoegd aan de betreffende ramingen op het gebied van participatie. Vaststelling compensatie inkomstenderving Corona 2020 In juli 2021 heeft de rijksoverheid een aanvullende regeling genaamd "compensatie inkomstenderving Corona 2020" bekend gemaakt. Uitgangspunt is reële compensatie van de door gemeenten gederfde inkomsten door corona in 2020. De gederfde inkomsten worden berekend door de door gemeenten begrote inkomsten af te zetten tegen de door gemeenten volgens de jaarrekening 2020 geïnde inkomsten.
Na vaststelling van de totaal gederfde inkomsten zal het totale reeds door de betreffende gemeente ontvangen compensatiebedrag in 2020 hierop in mindering worden gebracht.
1 1
De compensatie betreft de volgende posten: toeristenbelasting, parkeerbelasting, terrasprecario- en reclamebelasting, marktgelden, evenementenleges, havengelden en kwijtschelding / oninbaar verklaren lokale heffingen als gevolg van corona. Voor de gemeente Dinkelland betekent dit een aanvullende compensatie van € 69.000 die we in het vervolg van dit hoofdstuk betrekken bij de hoogte van de stelpost corona.. Deze aanvullende compensatie heeft betrekking op leges burgerzaken en leges bouwen en wonen (€ 56.000) en evenementen leges (€ 13.000). Sociaal domein Hieronder het totaaloverzicht van alle mutaties binnen het programma sociaal domein (basisbegroting) in het tweede programmajournaal 2021. Omschrijving (bedragen x €1.000) Bijstand – WWB, IOAW, IOAZ
-30
Bijstand – Bbz starters en gevestigden
30
Bbz
30
Minimabeleid
-67
Participatie en re-integratie
134
Wmo – woningaanpassingen
-100
Hulpmiddelen
21
Uitvoeringskosten OZJT
-23
Huishoudelijke ondersteuning
18
Wmo – ondersteuning individueel
27
Wmo – ondersteuning groep
63
Wmo – vervoer
-12
Wmo – dakjes
-58
Jeugdzorg – uitvoeringskosten
-89
Jeugdzorg – prognose 2021
620
Jeugdzorg – afrekening pgb 2018 t/m 2020
51
Jeugdzorg – invulling uitvoeringsplan CEV
-21
Jeugd aan zet
-10
1 2
Kleine wijzigingen
-7
Eindtotaal
577
Waarvan corona-gerelateerd
-84
Bijstandsuitkeringen (per saldo neutraal) Er zijn twee mutaties met betrekking tot de bijstand uitgaven: 1. De raming voor de bijstandsuitkeringen Participatiewet, IOAW en IOAZ is gebaseerd op een gemiddelde van 185 uitkeringen met een uitkeringslast van € 15.050 per uitkering in 2021. In de eerste helft van 2021 zijn er fluctuaties geweest in het aantal bijstandsuitkeringen. Op basis van de huidige gegevens wordt een gemiddeld aantal uitkeringen van 187 verwacht. Dit betekent een nadeel van € 30.000. 2. De uitgaven met betrekking tot bijstand aan gevestigde en startende ondernemers blijven achter bij begroot. Dit levert een voordeel op van €30.000, hoogstwaarschijnlijk wordt dit veroorzaakt doordat de ondernemers in eerste instantie gebruik zullen maken van de TOZO en overige corona-gerelateerde regelingen. Besluit bijstandverlening zelfstandigen (€ 30.000 voordeel) Er zijn twee mutaties met betrekking tot de bijstandverlening aan zelfstandigen: 1. Een voordeel van € 13.000 in verband met de afrekening over het jaar 2019, dit betreft een aanvullende rijksbijdrage. 2. De uitvoeringskosten van de reguliere Bbz-regelingen zijn lager dan begroot. Dit is in 2020 ook het geval geweest. De reden hiervoor is dat inwoners op dit moment meer gebruik maken van corona-gerelateerde regelingen in plaats van de reguliere Bbz-regelingen. Het voordeel dat hierdoor ontstaat is € 17.000.
Minimabeleid (€ 67.000 nadeel) Het nadeel op het onderdeel minimabeleid bestaat uit twee componenten: Compensatie bovenmatige ziektekosten: voordeel van € 11.000 als gevolg van een lager aantal deelnemers dan in 2020. Bijzondere bijstand: een nadeel van € 78.000 in verband met een toenemende vraag naar bijzondere bijstand. Deze ontwikkeling komt met name door de opname van vluchtelingen. De verwachting is dat dit een incidenteel nadeel zal zijn. We monitoren de ontwikkelingen hieromtrent. Participatie en re-integratie (€ 134.000 voordeel) Het voordeel op de post participatie en re-integratie kent twee componenten: 1. Lagere kosten met betrekking tot de re-integratiekosten als interne en externe job coaching, begeleiding statushouders, Sporten ’t Werkt en het Werkplein (€ 104.000 voordeel). 2. Lagere kosten met betrekking tot de bemiddelingstrajecten via de SPD (€ 30.000 voordeel), dit heeft vooral te maken met een terugloop in het aantal trajecten als gevolg van de coronacrisis. Dit is een landelijk beeld. Woningaanpassing (€ 100.000 nadeel) Dit betreft een duurdere woningaanpassing op grond van de Wmo die in 2021 plaats zal vinden. Uitvoeringskosten OZJT (€ 23.000 nadeel) Dit betreft een hogere bijdrage aan de Organisatie voor Zorg en Jeugdhulp Twente (onderdeel van Regio Twente).
Deze hogere bijdrage bestaat enerzijds uit extra gepleegde inzet over 2020 (€ 12.000) en extra
1 3
kosten met betrekking tot de voorbereiding van de nieuwe inkoop (€ 11.000). Wmo ondersteuning individueel (€ 27.000 voordeel) Het voordeel op Wmo ondersteuning individueel betreft een afrekening van de voorschotten pgb versus de werkelijke kosten over de jaren 2018 t/m 2020. Wat betreft de ontwikkeling van het aantal cliënten signaleren we gedurende het eerste half jaar enerzijds een toename van het aantal cliënten met ondersteuning 1 en anderzijds een afname van het aantal cliënten met ondersteuning 2. Ondanks dat het aantal cliënten met ondersteuning 1 stijgt, nemen de kosten op dit moment niet dusdanig toe. Mogelijk is de verzilvering van de indicaties hierop van invloed, dit is echter een onzekere factor in verband met de coronacrisis. Daarnaast verwachten we een aanvullende toename van het aantal cliënten als gevolg van corona in de tweede helft van 2021, met name op ondersteuning 1. Om deze redenen wordt het begrote bedrag niet bijgesteld. Wmo ondersteuning groep (€ 63.000 voordeel) Het voordeel op Wmo ondersteuning groep bestaat uit twee componenten: 1. Een afrekening van de voorschotten pgb versus de werkelijke kosten over de jaren 2018 t/m 2020. Dit levert een voordeel op van € 3.000. 2. Wat betreft de ontwikkeling van het aantal cliënten signaleren we gedurende het eerste half jaar zowel een toename van het aantal cliënten op ondersteuning 1 als op ondersteuning 2.
Ook hierbij nemen de kosten op dit moment niet dusdanig toe, waarschijnlijk om dezelfde reden als hierboven benoemd namelijk de mate van verzilvering in relatie tot de coronacrisis. Ondanks een toename op ondersteuning 2, is het aantal cliënten onder begroot. Hier wordt geen aanvullende toename verwacht in de tweede helft van 2021, waardoor dit een voordeel oplevert van ca. € 60.000. Wmo dakjes (€ 58.000 nadeel) Wat betreft de ontwikkeling van het aantal cliënten signaleren we gedurende het eerste half jaar een toename van het aantal cliënten op dakje 2 (18+ licht verstandelijke beperking). Dit zorgt voor een nadeel van ca. € 58.000. Uitvoeringskosten jeugd (€ 89.000 nadeel) Dit betreffen enerzijds uitvoeringskosten voorkomend uit verschillende externe ontwikkelingen zoals veranderende wet- en regelgeving, ontwikkelingen in de demografie en toenemende complexiteit van vraagstukken. Hiervoor zijn structureel extra jeugdconsulenten benodigd. Dit leidt in 2021 tot een nadeel van € 17.000. Daarnaast wordt voorgesteld wordt om eenmalig € 72.000 uit de coronamiddelen van de gemeente Dinkelland in te zetten voor het aanstellen van tijdelijke jeugdconsulenten voor de periode van 2 jaar ten behoeve van het voeren van casusregie en het stellen van indicaties voortkomende uit de gevolgen van corona. De afgelopen periode zijn we geconfronteerd met de gevolgen van de coronacrisis.
De effecten van de eerste en tweede lockdown worden steeds zichtbaarder. Hoewel we nog niet precies weten welke emotionele en materiële gevolgen de verscherpte coronamaatregelen hebben op gezinnen, is wel duidelijk dat een veerkrachtig gezin als positieve buffer werkt voor negatieve invloeden van buitenaf. Reflecteren en anticiperen op effecten van de coronacrisis op jeugdigen vraagt een brede blik op de gevolgen van de coronaperiode op gezinnen. Dit betekent niet alleen aandacht voor mogelijk toenemen overgewicht onder kinderen of achterstand in schoolprestaties, maar ook aandacht voor het welbevinden van kinderen en hun ouders en de netwerken van de gezinnen. De jeugdconsulenten signaleren dat de al bekende jeugdigen complexere vraagstukken hebben. Er is meer sprake van multi-problematiek in de gezinnen. Vanuit het voorliggende veld worden activiteiten voor deze jeugdigen aangeboden ter
1 4
voorkoming van escalatie. De jeugdconsulent voert niet meer uitsluitend de regie over maatwerkvraagstukken, maar wordt ook regievoerder voor jeugdigen in het voorliggende veld ter voorkoming van (verdere) escalatie naar maatwerk. Jeugdzorg (€ 620.000 voordeel) Op basis van de zorgconsumptie in het eerste half jaar van 2021 is een prognose gemaakt van de zorgconsumptie over geheel 2021. Deze prognose komt €620.000 lager uit dan begroot. Dit heeft een tweetal oorzaken: De gemiddelde kosten per cliënt voor de ondersteuningsbehoeften 1 t/m 4 zijn gedaald. Dit betekent dat de jeugdigen gemiddeld een kortere of lagere indicatie nodig hebben. De gemiddelde kosten per cliënt én het aantal cliënten in dakje 3 (vorm van verblijf) zijn gedaald. Het aantal unieke cliënten is ten opzichte van het eerste half jaar van 2020 nauwelijks gewijzigd. Effecten uitvoeringsplan op jeugdzorgkosten De behaalde structurele besparing van € 21.000 is het effect van de inzet van de coördinator externe verwijzingen (CEV). De coördinator externe verwijzingen levert een essentiële bijdrage aan de relatie tussen de gemeente en externe verwijzers zoals huisartsen en gecertificeerde instellingen. De doelstelling is om meer grip te krijgen op de meldingen en wijze van indiceren en te komen tot passende ondersteuning en zorg.
Uit de eerste monitoring en effectmeting blijkt dat de inzet van de coördinator externe verwijzer zich zowel inhoudelijk als financieel loont. We zien dat er meer contact is tussen de externe verwijzers en de gemeente, de samenwerking verbetert en er komt meer grip op de in te zetten jeugdhulp. Financieel vertaalt zich dit op dit moment in een incidentele besparing van € 121.000, waarvan € 100.000 reeds is verwerkt in het eerste programmajournaal 2021. Jeugdzorg afrekening pgb (€ 51.000) Een afrekening van de voorschotten pgb versus de werkelijke kosten over de jaren 2018 t/m 2020. Dit levert een voordeel op van € 51.000. Jeugd aan zet (€ 10.000 nadeel) In het kader van corona heeft het Rijk middelen beschikbaar gesteld via de subsidieregeling Jeugd aan zet (€ 10.000). Dit betekent een nadeel in het sociaal domein, dat verrekend wordt met de stelpost corona. Voorgesteld wordt deze middelen uit de algemene middelen toe te voegen aan het stimuleringsfonds. Dit zodat deze middelen gebruikt kunnen worden voor een drietal activiteiten die een extra impuls geven aan onze activiteiten voor de jeugd: 1. Allereerst wordt in samenwerking met jeugd (door jeugd en voor jeugd) een comedy avond georganiseerd in samenwerking met Thijs Kemperink, carnavalsverenigingen of sportverenigingen en lokale horeca. Deze avond vindt in oktober plaats en is vrij toegankelijk. 2.
Ten tweede vindt een tweetal game evenementen plaats in samenwerking met Stichting Epic Youth. Deze game evenementen bieden niet enkel een leuke afleiding door middel van gamen maar ook de mogelijkheid van jongeren onderling om via een discourd service met elkaar in contact te komen en blijven. De eerste van twee game-weken heeft plaatsgevonden in de zomervakantie, de tweede zal plaatsvinden in de kerstvakantie. Beide evenementen zijn vrij toegankelijk. 3. Tot slot wordt onderzocht of het opstarten van extra ontmoetingsgroepen voor eenzame jongeren kansrijk is binnen de gemeente en een toevoeging is op ons huidige welzijnsaanbod voor jeugd. Hierover vinden op dit moment gesprekken plaats met zowel onderwijs, onze welzijnspartners en gemeenten die reeds ervaring hebben met dergelijke groepen. De middelen worden indien toegekend benut voor scholing van betrokken medewerkers voor een lokale opstart van deze groepen.
1 5
(Financiële) Stand van zaken uitvoeringsplan sociaal domein Het verloop van de beoogde besparing (begroting 2019) en de behaalde besparingen (2019, 2020, 2021) is als volgt: (bedragen x €1.000)
2019
2020
2021
2022
Beoogde besparing begroting 2019
126
412
557
582
Behaalde besparing 2019 (PJ1)
-126
-126
-126
-126
Resterende beoogde besparing 2020
0
286
431
456
Behaalde besparing 2020 (PJ1)
0
-175
-100
-100
Resterende beoogde besparing 2020
0
111
331
356
Jaarstukken 2020 (weerstandsvermogen SD)
0
-111
0
0
Resterende beoogde besparing 2021
0
0
331
356
Behaalde besparing 2021 (PJ1)
0
0
-275
-175
Resterende beoogde besparing 2021
0
0
56
181
Behaalde besparing 2021 (PJ2)
0
0
-21
0
Resterende beoogde besparing 2021
0
0
35
181
Het nog openstaande deel van de taakstelling voor het jaar 2021 ten bedrage van € 35.000 betrekken we bij het opstellen van de jaarverantwoording 2021 en de nog openstaande taakstelling voor het jaar 2022 ten bedrage van € 181.000 betrekken we bij het opstellen van de begroting 2022. Dividenden - extra incidenteel dividend Cogas In het 1e programmajournaal hebben we u gemeld dat tijdens de aandeelhoudervergadering (AvA) van 16 december 2020 de aandeelhouders van Cogas hebben ingestemd met de verkoop van het 50% belang in Cogas Kabel Infra B.V. Tevens is besloten dat een dividendafbouwfonds ter grootte van € 25 miljoen wordt ingesteld: 5 jaar lang wordt jaarlijks € 5 miljoen uitgekeerd aan de aandeelhouders zodat de dividenduitkering van Cogas aan de aandeelhoudende gemeenten met het wegvallen van het CKIdividend voor een periode van vijf jaar op peil gehouden kan worden. Dit betekende concreet dat het dividend dat we al jaren gewend zijn te ontvangen van Cogas nog 5 jaar op niveau blijft en daarna terugvalt naar de helft. Inmiddels hebben de aandeelhouders tijdens de AvA van 25 juni 2021 besloten tot een aanvullende uitkering van € 30 miljoen uit de opbrengst van de verkoop van het 50% belang in Cogas Kabel Infra B.V. Dit betekent voor Dinkelland een extra dividendopbrengst in 2021 van € 2.729.400.
Overige dividendopbrengsten Corona heeft ook gevolgen gehad voor de dividendopbrengsten. Zo mochten Wadinko en BNG geen of maar beperkt dividend uitkeren. De dividendban die de BNG was opgelegd, wordt waarschijnlijk 30 1 6
september door de ECD ingetrokken, waarna wellicht meer duidelijkheid komt. De dividendopbrengsten van Twence en Rova waren echter hoger dan geraamd, waardoor in totaal de tegenvaller op de dividendopbrengsten beperkt blijft tot € 12.950. Dit is exclusief BNG, omdat hier nog meer duidelijkheid over moet komen. Dorper Esch - hogere energiekosten Naar aanleiding van hoge energiekosten is er begin 2021 een nader onderzoek uitgevoerd door het bureau dat indertijd bij de vernieuwbouw is betrokken. De uitkomsten van dit onderzoek noodzaken tot een verdiepend onderzoek. Hiervoor is Sportfondsen benaderd. Sportfondsen stelde in eerste instantie vast dat het energieverbruik relatief hoog ligt ten opzichte van vergelijkbare accommodaties van Sportfondsen. Daarom is sportfondsen gevraagd een onderzoeksvoorstel uit te werken, dit uit te voeren en de resultaten aan ons te rapporteren. Dit onderzoek zal met de maintain-partner Lammerink worden uitgevoerd. Dorper Esch - kosten inhuur Op dit moment is er nog geen duidelijkheid over het vervolgtraject van de samenwerking in NOT– verband voor zwembaden en overige binnensportaccommodaties. Er zijn op dit moment meerdere vacatures waarvoor ingehuurd moet worden. Het gaat hierbij om belangrijke functies die mogelijk in NOT verband gecombineerd kunnen worden. Voor de bedrijfsvoering is invulling echter wel cruciaal.
De inhuurkosten zijn hoger dan de vrijgevallen salariskosten. Naar verwachting zal eind 2021 duidelijkheid komen over de te nemen stappen in de samenwerking. Daarna kunnen ook vervolgstappen voor de invulling van de vacatures worden bepaald. VeiligheidsRegio Twente (VRT) - restitutie 2020 De VRT heeft het boekjaar 2020 afgesloten met een fors positief saldo van €2,4 miljoen. Dit financiële resultaat is flink beïnvloed door corona. COVID heeft wel een nadelige impact gehad op de resultaten van Twente Safety Campus (TSC). Een groot deel van de orderportefeuille voor 2020 is noodgedwongen geannuleerd. De vaste lasten van de campus zijn daardoor niet volledig terugverdiend. Dit heeft geresulteerd in een nadelig saldo over 2020 van €0,6 miljoen. Bij vaststelling van de BERAP is akkoord gegaan met het voorstel om met het positieve saldo van VRT het nadelige resultaat van TSC te egaliseren. Verder is op het niveau van Oost Nederland (Bestuurlijke Begeleidingsgroep Oost Nederland) besloten om de niet-bestede gelden voor uitvoering van de Veiligheidsstrategie (€0,1 miljoen) te doteren in een gelijknamige reserve. Wat dan nog resteert is een rekening overschot van € 1,7 mln. De VRT heeft in de jaarstukken 2020 het voorstel opgenomen om deze middelen te restitueren aan de gemeenten. Inmiddels is dat voorstel akkoord bevonden.
Voor Dinkelland betekent dit een restitutie van €72.000 die we in het vervolg van dit hoofdstuk betrekken bij de hoogte van de stelpost corona. Corona - restant structurele stelpost In de begroting 2021 is de naast de incidentele stelpost Corona ook de structurele stelpost Corona aangepast aan het laatst bekende scenario van het centraal Plan Bureau (CPB). Deze zogenaamde basisraming van het CPB resulteerde in een structurele stelpost van € 332.000 in 2021 aflopend naar een jaarlijks structurele stelpost van € 200.000. In diezelfde begroting 2021 is een aantal posten met een corona oorzaak (vooral lasten bijstand) ten laste van de ze structurele stelpost gebracht. Voor het jaar 2021 gaat het om een bedrag van € 96.800 en voor de jaren daarna om een structureel bedrag van € 42.500. De resterende structurele stelpost corona vanaf het jaar 2022 ten bedrage van € 158.500 (€ 200.000 -/- € 42.500) laten we in afwachting van meer duidelijkheid / te ontwikkelen beleid vooralsnog gewoon staan. De resterende structurele stelpost voor het jaar 2021 ten bedrage van € 235.200 (€332.000 -/- € 96.800) kan op incidentele basis komen te vervallen. Vanaf het jaar 2022 beschikken we nog over een structurele stelpost Corona van €158.500. deze betrekken we bij het opstellen van de begroting 2022.
1 7
Leges Ruimtelijke Ordening In het eerste half jaar 2021 heeft de gemeente meer leges ontvangen omdat er meer en omvangrijkere aanvragen zijn afgerond dan verwacht. Tijdelijke inhuur Ruimtelijke Ordening In het eerste half jaar 2021 zijn de inhuur van externen lager dan begroot omdat er minder kosten zijn gemaakt inzake juridische procedures. Specifieke Uitkering ijsbanen en zwembaden (SPUK-IJZ) In het tweede programmajournaal over het jaar hebben we melding gemaakt van een fors inkomstenverlies op onze binnensportaccommodaties en het zwembad. De inkomsten uit verhuur van de binnensportaccommodaties en de bezoeken aan de zwembaden zijn voor 2020 begroot op afgerond € 750.000. Door de corona zijn de binnensportaccommodaties en de zwembaden van half maart tot en met eind mei gesloten geweest en daarna weer beperkt opengegaan. Als gevolg hiervan wordt de inkomstenderving uit de binnensportaccommodaties over 2020 geraamd op € 268.000.. Deze inkomstenderving hebben we in afwachting van mogelijke specifieke Corona compensatie door het rijk ten laste gebracht van de stelpost corona. Begin 2021 heeft het Rijk een specifieke regeling in het leven geroepen om eigenaren en exploitanten van ijsbanen en zwembaden te compenseren voor het (inkomsten) verlies als gevolg van de noodgedwongen sluiting van de betreffende accommodaties door Corona.
In mei 2021 is via deze Specifieke Uitkering ijsbanen en zwembaden (SPUK-IJZ) van VWS een vergoeding aangevraagd voor de tekorten van de zwembaden in Dinkelland voor het jaar 2020. Voor de Kuiperberg en Dorper Esch samen betreft dit een bedrag van € 193.223. Dit bedrag is (niet meegenomen in de jaarrekening 2020. Ten tijde van het opstellen van de jaarrekening waren alle details m.b.t. deze regeling nog niet bekend. Aangezien de werkelijke lagere lasten in 2020 ten laste zijn gebracht van de stelpost Corona is de nu te ontvangen vergoeding van ruim € 193.000 een meevaller die we in het vervolg van dit hoofdstuk betrekken bij de hoogte van de stelpost corona. Voor de 1e helft van 2021 kan ook via de SPUK-IJZ regeling een vergoeding aangevraagd worden. Deze aanvraag is budgetneutraal (lagere inkomsten zwembad / hogere inkomsten SPUK) verwerkt. Huwelijken Door corona hebben er in de eerste periode van 2021 veel huwelijken niet plaats kunnen vinden. Veel huwelijken zijn doorgeschoven naar 2022. Dit zorgt voor een lagere opbrengst in 2021, net als in 2020 het geval was. Vooralsnog is de verwachting dat de huwelijken die gepland staan voor de tweede periode van 2021 wel door kunnen gaan. Over 2021 is de verwachting dat de inkomst voor leges huwelijken €35.000 lager zal zijn dan begroot. Daar staat tegenover dat de salariskosten voor de BABS ook €10.000 lager zullen zijn.
De per saldo tegenvaller van € 25.000 betrekken we in het vervolg van dit hoofdstuk bij de hoogte van de stelpost corona. Gedeeltelijke sloop Aloysiusschool Weerselo Het schoolbestuur heeft verzocht om financieel bij te dragen aan de gedeeltelijke sloop van de Aloysiusschool in Weerselo. Vanwege de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur voor aanpassingen en onderhoud aan het gebouw en de gemeentelijke verantwoordelijkheid bij het vervallen van (een deel van) de onderwijsbestemming hebben we 50% bijgedragen aan de kosten voor gedeeltelijke sloop. Kosten voor de gemeente Dinkelland €34.000. Huisvesting Noaberkracht - locatie Denekamp In het najaar van 2020 heeft het bestuur van Noaberkracht besloten om het door SOM= opgestelde huisvestingsconcept vast te stellen als uitgangspunt voor alle toekomstige ingrepen in huisvesting. Het
1 8
huisvestingconcept van Noaberkracht heeft als doel te komen tot een flexibele, efficiënte en meer eenduidige huisvesting die de werkprocessen van de organisatie goed ondersteunt. Bij Noaberkracht wordt flexibel gewerkt, gericht op samenwerking en ontmoeting. In de samenleving, thuis of op kantoor, waar en wanneer dat verwacht wordt. De inrichting van het gemeentehuis sluit hier nog niet volledig bij aan. De basis voor het huisvestingsconcept van Noaberkracht is activiteit gerelateerd werken. Activiteit gerelateerd werken onderschrijft dat verschillende mensen, verschillende activiteiten verrichten tijdens hun dagelijkse werkzaamheden. Naast geconcentreerd werken meer mogelijkheden om in projecten te werken en te ontmoeten. Het afgelopen jaar hebben we door het vele thuiswerken ervaring opgedaan in het samenwerken op afstand. Deze ervaring leert dat er zowel behoefte is aan thuiswerken als aan de ontmoeting op kantoor. Voor de locatie Denekamp is op basis van dit concept gekozen voor realisatie van scenario 1. Scenario 2 en 3 zijn een doorontwikkeling van scenario 1. Waarbij scenario 3 het meest vergaand is en veel meer investeringen vraagt. De kosten van deze keuze bedragen in totaliteit € 495.000. Daarvan heeft € 222.000 betrekking op bouwkundige investeringen, die voor rekening komen van de eigenaar (de gemeente Dinkelland).
En een bedrag van € 273.000 heeft betrekking heeft op investeringen in inrichting en meubilair. De kosten van dit deel komen voor rekening van de gebruiker (Noaberkracht). Voor de dekking van de kosten die voor rekening komen van de gemeente Dinkelland zal de gemeenteraad van Dinkelland op advies van het college van Dinkelland een besluit moeten nemen. Ons college stelt via dit tweede programmajournaal voor om een krediet beschikbaar te stellen voor het realiseren van scenario 1 voor wat betreft de eigenaarslasten ten bedrage van € 222.000 en dit ten laste te brengen van de reserve onderhoud gebouwen. Met het overgrote deel van de kosten (wanden, plafonds, schilderwerk, installaties, enz) is in het meerjarig onderhoudsplan en dus ook in de reserve onderhoud gebouwen rekening gehouden. Overige kleine mutaties en onvoorzien Het betreft hier een aantal kleinere mutaties op het bestaande beleid. Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven en toegelichte mutaties op basis van bestaand beleid uit dit tweede programmajournaal 2021 en deze te verwerken in het boekjaar 2021.
Specifieke mutaties / Corona Zoals we hebben toegezegd komen we in elk van onze P&C documenten met een voortgang en actualisatie van de stelpost Corona. Dit doen we dus ook in dit tweede programmajournaal over het jaar 2021. Hierbij nemen we de eindstand van de stelpost Corona uit het eerste programmajournaal 2021, als onderdeel van de perspectiefnota 2022, als vertrekpunt voor dit tweede programmajournaal over het jaar 2021 . Deze stand kwam rekening houdend met alle aangedragen mutaties uit het eerste programmajournaal 2021 uit op een bedrag van € 1.087.000. Uit de toelichtingen op verschillende mutaties uit dit tweede programmajournaal over 2021 blijkt dat de gevolgen van de Corona pandemie op meerdere plekken invloed heeft. Zowel in positieve als in negatieve zin. In totaliteit is er in dit tweede programmajournaal rekening gehouden met een voordelig financieel effect van de corona pandemie van € 167.000. Dit bedrag kan als volgt worden gespecificeerd:
1 9
Mutaties Corona (bedragen x €1.000)
bedrag
bij: extra compensatie inkomstenderving 2020
69
bij: VRT restitutie jaarstukken 2020
72
bij: Spuk ijsbanen en zwembaden
193
af: 75 + 1 jaar vrijheid
-10
af: jeugdconsulenten 2 jaar
-72
af: dividend wadinko
-46
af: jeugd aan zet
-10
af: lagere leges huwelijken
-25
af: overige kleine mutaties
-4
Totaal mutaties
167
Het overgrote deel van de verschillende mutaties is reeds toegelicht onder de mutaties bestaand beleid, dat doen we dus hier niet nogmaals. Aan de de mutatie 75+1 jaar vrijheid ligt een afzonderlijk besluit van het college ten grondslag. Vanwege corona konden de oorspronkelijke initiatieven betreffen 75 jaar vrijheid niet doorgaan. Er is contact opgenomen met alle initiatiefnemers. De meeste deelnemers willen alsnog activiteiten uitvoeren ten gunste van het vieren van 75 (+1) jaar vrijheid. De ontvangen subsidie door de gemeente (die ingezet zijn voor de subsidies aan de initiatiefnemers) wordt mogelijk niet in zijn geheel ontvangen. Ondanks het risico van € 9.990 heeft het college besloten de subsidies aan de initiatiefnemers (onder dezelfde voorwaarden) te verlengen tot 31 december 2022 . De initiatieven voldoen aan de voorwaarden. Dekking van dit financiele risico loopt via de stelpost Corona. Het voordelige financiele effect van de mutaties die het gevolg zijn van de Corona pandemie voor een totaal bedrag van € 167.000 wordt conform de eerdere afspraken en de bestendige werkwijze toegevoegd aan de stelpost Corona. Voorgesteld wordt het voordelige financiële effect van de mutaties die het gevolg zijn van de Corona pandemie voor een totaal bedrag van € 167.000 toe te voegen aan de stelpost Corona.
2 0
Deze stelpost laat daarna het volgende beeld zien: Stand stelpost corona uit 1e programmajournaal 2021 Totaal mutaties uit 2e programmajournaal 2021 Herziene stand stelpost Corona
1.087 167 1.254
Gezien het verloop en de omvang van de stelpost Corona over de afgelopen anderhalf jaar kan worden geconcludeerd dat de financiele gevolgen van de Corona pandemie voor (de begroting van) de gemeente Dinkelland tot op heden volledig gedekt kunnen worden uit de compensatie van het Rijk. De geluiden over de groei van de economie , de afname van de werkloosheid, enz lijken dit beeld ook voor de komende tijd te bevestigen. Dit betekent dat het deel van de Corona stelpost dat is gevoed door de algemene middelen achteraf gezien niet nodig is gebleken en kan worden teruggedraaid. het gaat hier om een bedrag van € 613.000 dat op basis van het basisscenario van het Centraal Plan Bureau via de algemene middelen is toegevoegd aan de stelpost Corona. In de raadsbrief nummer 2020-80 van november 2020 over ontwikkelingen na het vaststellen van de begroting 2021 heeft het college aangegeven dat het tijdelijk schrappen van de opschalingskorting voor de jaren 2020 en 2021 door het rijk wordt gezien als onderdeel van de corona compensatie. Het gaat hier om een bedrag van € 84.000 in 2020 en € 192.000 in 2021. Het betreft hier dus geen feitelijke compensatie voor Corona maar het (tijdelijk) schrappen van een oneigenlijke korting.
Hoewel het hiermee gemoeide bedrag van € 276.000 ook als een meevaller voor de algemene middelen kan worden gezien heeft het college aangegeven er voorzichtigheidshalve toch voor te kiezen om ook dit deel van de aanvullende corona compensatie te reserveren voor de mogelijke financiële gevolgen van de corona pandemie. Dit in afwachting van meer duidelijkheid / te ontwikkelen beleid. Hoewel er nog veen onduidelijk is en blijft voor wat betreft de gevolgen van Corona is het college van mening dat de financiele gevolgen van de Corona pandemie voor (de begroting van) de gemeente Dinkelland tot op heden volledig gedekt kunnen worden uit de compensatie van het Rijk n dat ook dit deel van de stelpost terug kan vloeien naar de algemene middelen. Als laatste stelt het college voor om de extra compensatie inkomstenerving 2020 ten bedrage van € 69.000 die is verantwoord en toegelicht onder de mutaties bestaand beleid eerder dit hoofd stuk ook uit de stelpost Corona te halen en toe te voegen aan de algemene middelen. Deze compensatie heeft namelijk betrekking op vooral lagere leges bouwen en wonen en lagere leges evenementen over het jaar 2020. De daadwerkelijk lagere (leges)inkosten zijn inmiddels verantwoord in de jaarverantwoording 2020 en niet verrekend met de stelpost Corona maar via het resultaat van de jaarverantwoording 2020 ten laste van de algemene middelen gebracht.
Rekening houdend met de hiervoor gegeven toelichting kunnen de volgende bedragen worden onttrokken aan de stelpost Corona en worden toegevoegd aan de algemene middelen: Terug naar algemene middelen (bedragen x €1.000)
Bedrag
- beschikbaar gesteld via algemene middelen
613
- opschalingskorting
276
- extra compensatie inkomstenderving 2020
69
2 1
Totaal terug naar algemene middelen
958
Voorgesteld wordt een bedrag van € 958.000 te onttrekken aan de stelpost Corona en te storten in de reserve Incidenteel beschikbare algemene middelen. Rekening houdend met het voorstel om een bedrag van € 958.000 te onttrekken aan de stelpost Corona en toe te voegen aan de reserve Incidenteel beschikbare algemene middelen geeft de stelpost Corona het volgende beeld: Herziene stand stelpost Corona
1.254
Totaal terug naar algemene middelen
-958
Resterende stelpost Corona
296
Het resterende deel van de stelpost Corona houden we voorzichtigheidshalve in tact in afwachting van te ontwikkelen beleid / meer duidelijk en betrekken we bij het opstellen van de jaarverantwoording 2021.
Budgettaire consequenties Zoals hiervoor in de eerdere paragrafen al is aangegeven in blijkt uit de toelichtingen op verschillende mutaties uit dit tweede programmajournaal over 2021 dat de gevolgen van de Corona pandemie op meerdere plekken invloed heeft. Zowel in positieve als in negatieve zin. In totaliteit is er in dit tweede programmajournaal rekening gehouden met een voordelig financieel effect van de corona pandemie van € 167.000. Dit voordelige financiële effect van de mutaties die het gevolg zijn van de Corona pandemie wordt conform de eerdere afspraken en de bestendige werkwijze toegevoegd aan de stelpost Corona. Dit betekent dat het voordelige sado uit dit tweede programmajournaal 2021 het volgende beeld laat zien: Voordelig saldo 2e programmajournaal 2021
4.067
Waarvan corona - ten gunste van stelpost
167
Budgettair effect - voordelig saldo 2e programmajournaal 2021
3.900
Rekening houdend met het toevoegen van een bedrag van € 167.000 aan de stelpost Corona resteert een voordelig saldo van het tweede programmajournaal 2021 van € 3,9 miljoen. Conform bestaand beleid wordt dit voordelige saldo toegevoegd aan de algemene reserve. Voorgesteld wordt het resterende voordelige saldo van het 2e programmajournaal ten bedrage van € 3,9 miljoen toe te voegen aan de algemene reserve. De gevolgen van de verschillende voorstellen uit dit 2e programmajournaal 2021 voor de algemene reserve en de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen betrekken we bij het opstellen van de begroting 2022. Daar geven we, zoals u van ons gewend bent, een integraal overzicht van alle incidenteel beschikbare middelen samen met een inzicht in de verschillende claims die er liggen. 2 2
Maatschappelijk Effecten Plan (MEP) “Dinkelland Duurzaam Doorontwikkelen”; met deze titel heeft de coalitie en het nieuwe college haar richting voor de periode 2019-2022 bepaald. Met negen verschillende agenda’s in het akkoord geeft het college haar ambities en speerpunten duidelijk en helder aan. Het coalitieakkoord heeft zijn vertaling gekregen in het koersdocument dat in juli 2018 door de raad vastgesteld is. Met het koersdocument, gebaseerd op de agenda’s in het coalitieakkoord, heeft de raad aan het college de opdracht verstrekt om tot uitvoering van het coalitieakkoord over te gaan. Op basis van de richtinggevende en kader stellende uitspraken uit de perspectiefnota 2021 heeft het college de begroting 2021 opgesteld. Hoe we daar mee aan de slag gaan beschrijven we in het MEP. Zie dit MEP als een soort werkplan. In dit werkplan zijn het coalitieakkoord en het koersdocument vertaald in ambities, participatieprocessen en projecten voor de periode 2018-2022. In de onderstaande tabel is te zien welke agenda’s in welke ambities terugkomen. Agenda uit coalitieakkoord
Terug te vinden in:
Agenda Aantrekkelijk wonen en leven
Ambitie Aantrekkelijke woon- en leefomgeving Ambitie Inclusieve samenleving Participatieprocessen Basisbegroting Programma Openbare ruimte & mobiliteit Basisbegroting Programma Economie Basisbegroting Programma Volkshuisvesting & ruimtelijke ordening
Agenda Duurzaamheid
Ambitie Duurzaam Dinkelland
Agenda Beleving
Ambitie Sterke bedrijvigheid Ambitie Inclusieve samenleving Ambitie Aantrekkelijke woon- en leefomgeving
Agenda Dinkelland onderneem’t
Ambitie Sterke Bedrijvigheid
Agenda Inclusieve samenleving
Ambitie Inclusieve samenleving Basisbegroting Programma Sociaal Domein
Agenda Sport en bewegen
Ambitie Inclusieve samenleving Ambitie Aantrekkelijke woon- en leefomgeving
Agenda Leven lang leren
Ambitie Inclusieve samenleving Ambitie Aantrekkelijke woon- en leefomgeving Ambitie Sterke bedrijvigheid Basisbegroting Programma Onderwijs
Agenda Veiligheid, toezicht en handhaving
Ambitie Aantrekkelijke woon- en leefomgeving Basisbegroting Programma Veiligheid
2 3
Agenda Dinkelland in de Regio
Participatieprocessen
Het MEP is de afspraak tussen het bestuur en de organisatie over wat we gaan doen, hoe we het gaan doen, wanneer we het doen en wat het mag gaan kosten. Kortom: hoe werken we de komende jaren als partners aan de realisatie van de ambities van dit college. Noaberkracht gaat deze mooie uitdaging, vastgelegd in dit Maatschappelijk Effecten Plan, graag aan.
2 4
Inleiding Maatschappelijk Effecten Plan (MEP) Zoals aangegeven is het MEP 2021 de concrete vertaling van de Perspectiefnota 2021. Daarnaast zijn er, zoals hoort in de dynamiek van het realiseren van ambities, diverse nieuwe inspanningen opgenomen die aansluiten op de ambities. Ook wordt aangegeven hoe de voortgang de komende jaren gemonitord gaat worden. Niet alle inspanningen worden in 2021 gestart en gerealiseerd want de ambities beslaan een periode van vier jaar waardoor er bewust gekozen is voor prioriteren en daarmee faseren over meerdere jaren. In de onderstaande figuur is een overzicht gegeven van de ambities en de actielijnen en de participatieprocessen voor de komende vier jaar.
De opbouw van het MEP bestaat uit: Participatieprocessen: de manier waarop met de samenleving samenwerken. Dit is een proces met de samenleving en bevat dus geen concrete doelen op inhoudelijke thema’s. Omgevingswet: de manier waarop we de Omgevingswet gaan implementeren. Ambities: dit is de vertaling van de agenda’s van het coalitieakkoord in een lange termijn visie die in ieder geval vier jaar houdbaar is. De ambitie geeft weer wat er over vier jaar ander is dan nu. (beter, meer, minder, vaker, …….) en het geeft weer waarom dat veranderd moet zijn. o Onder elke ambitie zitten verschillende actielijnen. Dit is een subdoel dat tussen één en vier jaar te behalen is (korte termijn visie). Dit subdoel moet bijdragen aan het behalen van de ambitie waar die onder hangt en geeft een prioritering aan. Een actielijn is eindig of te veranderen: een actielijn kan bijvoorbeeld over twee jaar gereed zijn, omdat de 2 5
o o
gestelde subdoelen zijn gehaald. Onder elke actielijn zitten inspanningen. Dit zijn de activiteiten en projecten zoals bijvoorbeeld de punten uit het coalitieakkoord. Deze dragen bij aan de doelen van de actielijnen en leveren een concreet resultaat op. Daarnaast hebben we initiatieven uit de samenleving. Dit zijn inspanningen uit de samenleving waarin wij in een bepaalde mate participeren. Onze inwoners, ondernemers, verenigingen, maatschappelijke organisaties en kernraden krijgen veel voor elkaar. Er is oog voor wat er moet gebeuren, de wil om aan te pakken is groot. Deze betrokken houding maakt dat initiatieven in de samenleving van groot tot klein vorm krijgen. Samen zetten wij ons in voor de ambities. Initiatieven die vanuit onze samenleving worden opgepakt zijn terug te vinden in het onderdeel 'participatieprocessen'.
In de P&C-cyclus gaan we meer monitoren op output en outcome. Deze indicatoren komen bij elke ambitie terug en zijn niet bedoeld om op afgerekend te worden. Zij geven een indicatie of wij de juiste dingen doen zodat wij tijdig kunnen bijsturen. We starten met voor elke actielijn een nul-meting die zowel kwalitatief als kwantitatief kan zijn afhankelijk van de meetbaarheid van het thema. Deze nulmeting (de zogenaamde IST) is gedaan aan het begin van de coalitieperiode. Daar waar mogelijk wordt in de jaarrekeningen de stand van zaken op dit onderdeel weergegeven. Ambitie overstijgende onderwerpen Het volgende onderwerp raakt meerdere ambities en wordt daarom hieronder nader toegelicht. Gevolgen Programma Aanpak Stikstof De hoogste bestuursrechter heeft op 29 mei 2019 (zie: AbRS 29 mei 2019, Uitspraak Raad van State en Uitspraak Raad van State 2) beslist dat het Programma Aanpak Stikstof (hierna: ‘PAS’) niet gebruikt mag worden als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden.
Deze beslissing heeft consequenties voor ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de aanleg van vaar-, spoor-, en rijwegen, de bouw van nieuwe bedrijven, woningbouw en agrarische activiteiten die kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Doordat het PAS niet meer gebruikt mag worden als basis voor toestemmingsverlening voor activiteiten die kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie, is het een stuk ingewikkelder geworden om ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken en te realiseren die leiden tot een toename van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Voor veel ruimtelijke ontwikkelingen, ook op grote afstand van Natura 2000-gebieden, is sinds 29 mei 2019 een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (hierna: natuurvergunning) vereist. Gedeputeerde staten zijn het bevoegde gezag voor deze vergunning. Zij dienen te beoordelen of voor een project een natuurvergunning is vereist. Voor bestemmingsplannen geldt dat zij ook aan de eisen van de Wet natuurbescherming moeten voldoen. Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet daarom beoordeeld worden of de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen significant negatieve effecten kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied. Per project wordt dit door de gemeente beoordeeld.