CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Punthuizerweg 30 en Westerhoekweg 10 Denekamp.pdf

Commissie Omgeving & Economie 2 april 2024, gemeente DinkellandBij agendapunt: 7: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekweg 10 Denekamp”20.263 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Buitengebied, Punthuizerweg 30 En Westerhoekweg 10 Denekamp

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.1774.BUIBPPUNT30WEST10-VG01

Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekweg 10 Denekamp

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

5 5 5 8 11 11

Hoofdstuk 2 Beschrijvingvan het plan 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie

13 13 16

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

19 19 20 31

Hoofdstuk 4 Milieu-en omgevingsaspecten 4.1 Algemeen 4.2 Bodem 4.3 Water 4.4 Erfgoed

39 39 39 40 41

4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

44 46 47 48 49 50 51 52 53

Flora en fauna Rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Geur Externe veiligheid Verkeer en parkeren Kabels en leidingen MER-toets

Hoofdstuk 5 Juridischeplantoelichting 5.1 Juridische aspecten 5.2 Handhaving

55 55 57

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Financiële uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

59 59 59

Hoofdstuk 7 Procedure en overleg 7.1 Procedurestappen 7.2 Vooroverleg 7.3 Zienswijzen

61 61 61 61

2

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekweg 10 Denekamp

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekw eg 10 Denekamp

3

4

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekweg 10 Denekamp

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de percelen aan de Punthuizerweg 30 en de Westerhoekweg 10 te Denekamp. Beide plandelen zijn gesitueerd in het buitengebied van de gemeente Dinkelland, behorende bij de kern Denekamp. Eigenaar van de gronden aangrenzend aan de woning aan de Punthuizerweg 30 is voornemens om ter plaatse een compensatiewoning te realiseren door het toepassen van maatwerk waarbij gebruik wordt gemaakt van de afwijkingsbevoegdheid uit het beleid 'Buitengebied met Kwaliteit'. In 2020 is een Rood voor Rood procedure doorlopen om ter plaatse van de Westerhoekweg 10 te Denekamp een compensatiewoning te realiseren. Echter, de plannen zijn gewijzigd waardoor de behoefte aan een compensatiewoning ter plaatse van de Westerhoekweg is komen te vervallen. Initiatiefnemer is voornemens om het verkregen woonrecht van de Westerhoekweg 10 te verplaatsen naar het plandeel aan de Punthuizerweg 30. Dit zodat de zoon van de huidige bewoner met het oog op de toekomst met zijn gezin bij zijn ouders kan wonen. Planologisch gezien kan vanwege de aanduiding twee-aaneen de bestaande woonboerderij worden gesplitst in een twee-aaneen gebouwde woning. Echter, initiatiefnemer kiest voor kwaliteit waarbij de bestaande boerderij wordt behouden en waar kwaliteitsverbetering op en rondom de gronden wordt gerealiseerd.

In de basis is niet de mogelijkheid om woonrechten zomaar te verplaatsen. Echter, er bestaat de mogelijkheid vanuit de gemeente om maatwerk toe te staan door gebruik te maken van de afwijkingsbevoegdheid uit het beleid 'Buitengebied met Kwaliteit'. Het oorspronkelijke Rood voor Rood plan betrof een combinatie van een drietal erven. Een deel van de in te zetten sloopmeters lag aan de Westerhoekweg zelf. De te slopen schuur van 746 m2 is nog niet gesloopt, omdat initiatiefnemer zekerheid wil in het kader van de haalbaarheid. Dit was een vereiste voor het verkrijgen van de bouwkavel. Destijds werd voldaan aan alle voorwaarden van het toen geldende Rood voor Rood beleid en is daarmee de mogelijkheid ontstaan om de compensatiewoning aan de Westerhoekweg 10 te realiseren. Mocht men destijds niet voor de locatie Westerhoekweg 10 hebben gekozen, maar direct voor de locatie Punthuizerweg 30 dan was dat binnen de regels van het toenmalige Rood voor Rood beleid mogelijk geweest. De voorgenomen ontwikkeling, bestaande uit het verplaatsen van een verkregen woonrecht is niet in overeenstemming met het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied 2010' als het bestemmingsplan 'Buitengebied, Westerhoekweg 10 Denekamp, Ootmarsumsestraat 43 Denekamp en Vlierweg 4-6 Tilligte'.

Tevens zijn de gronden ter plaatse van de Punthuizerweg 30 niet voorzien van de bestemming 'Wonen' waardoor de bouw van een woning niet mogelijk is. Om de gewenste ontwikkelingen ter plaatse van bovenstaande locatie mogelijk te maken, is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan toont aan dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en voldoet aan het provinciale- en gemeentelijk beleid.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied, bestaande uit twee plandelen ligt in het buitengebied van de gemeente Dinkelland, behorende bij de kern Denekamp. Hierna wordt nader op beide plandelen ingegaan. Punthuizerweg 30 te Denekamp Het plandeel aan de Punthuizerweg ligt ten oosten van de kern Denekamp, in het buitengebied van de gemeente. Het plandeel staat kadastraal bekend als gemeente Dinkelland (voormalig Denekamp), sectie P met perceelnummers 448, 449, 958 en 2671. Het plandeel wordt omgeven door agrarische cultuurgronden, bosstroken en verspreide woon- en bedrijfspercelen. In figuur 1.1 is de ligging van het plandeel ten opzichte van de kern Denekamp weergegeven. In figuur 1.2 de ligging ten opzichte van de omliggende gronden opgenomen. Het plandeel is met een blauwe omlijning en een blauwe ster weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekw eg 10 Denekamp

5

Figuur 1.1 Ligging plandeel ten opzichte van de kern Denekamp (Bron: Qgis)

Figuur 1.2: Ligging plandeel Punthuizerweg ten opzichte van de nabije omgeving (Bron Qgis)

Westerhoekweg 10 te Denekamp Het plandeel aan de Westerhoekweg ligt ten noordwesten van de kern Denekamp, eveneens in het buitengebied 6

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekweg 10 Denekamp

van de gemeente. Het plandeel staat kadastraal bekend als gemeente Dinkelland (voormalig Denekamp), sectie M met perceelnummer 1551 en 1394. Het plandeel wordt omgeven door agrarische bouwpercelen, verspreide woonpercelen en cultuurgronden.

Figuur 1.3: Ligging plandeel Westerhoekweg ten opzichte van de kern Denekamp (Bron: Qgis)

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekw eg 10 Denekamp

7

Figuur 1.4: Ligging plandeel ten opzichte van de nabije omgeving (Bron: Qgis)

1.3 Vigerend bestemmingsplan Bestemmingsplan(nen) Punthuizerweg 30 Het plandeel aan de Punthuizerweg 30 ligt binnen het bestemmingsplan ''Bestemmingsplan Buitengebied 2010'', vastgesteld op 18 februari 2010 en het bestemmingsplan ''Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland'', vastgesteld op 29 mei 2018. Beide bestemmingsplannen zijn vastgesteld door de gemeente Dinkelland. Ter plaatse van het plandeel is de enkelbestemming 'Wonen' met de bouwaanduiding 'twee-aaneen' van toepassing. Daarnaast geldt voor de aangrenzende gronden de enkelbestemming 'Agrarisch - 1'. Tot slot loopt van noordoostelijke richting tot zuidwestelijke richting een waterleiding waarbij de dubbelbestemming 'Leiding Water' van toepassing is. In figuur 1.5 is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan weergegeven. Het plandeel is met een blauwe omlijning aangeduid. Hierna wordt nader op de enkelbestemmingen en dubbelbestemming ingegaan.

8

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekweg 10 Denekamp

Figuur 1.5: Uitsnede bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied 2010' (Bron: Ruimtelijkeplannen).

Westerhoekweg 10 Het plandeel aan de Westerhoekweg ligt eveneens binnen het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied 2010', vastgesteld op 18 februari 2010 en het bestemmingsplan 'Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland', vastgesteld op 29 mei 2018. Tevens is gelet op de reeds doorlopen Rood voor Rood procedure uit 2020 het bestemmingsplan 'Buitengebied, Westerhoekweg 10 Denekamp, Ootmarsumsestraat 43 Denekamp en Vlierweg 4-6 Tilligte' van toepassing. Dit bestemmingsplan is op 22 september 2020 door de gemeenteraad Dinkelland vastgesteld. Hierna wordt op het bestemmingsplan 'Buitengebied, Westerhoekweg 10 Denekamp, Ootmarsumsestraat 43 Denekamp en Vlierweg 4-6 Tilligte' ingegaan. Ter plaatse van het plandeel zijn de enkelbestemmingen 'Wonen' en 'Agrarisch-1' van toepassing. Ter plaatse van enkelbestemming 'Wonen' zijn verschillende bouwvlakken, functieaanduidingen, bouwaanduidingen en maatvoeringsvereisten van toepassing. Het gaat om zowel de bouwaanduiding 'bijgebouwen', de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - rood voor rood slooplocatie 1', maatvoering 'maximum bebouwd oppervlak: 200 m2', maatvoering 'maximum bebouwd oppervlak: 240 m2' en de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - paardrijdbak'. Tevens is aan de zuidzijde binnen de woonbestemming een bouwvlak aanwezig. In figuur 1.6 is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan weergegeven.

Het plandeel is met een blauwe omlijning aangeduid. Hierna wordt nader op de enkelbestemmingen en aanduidingen ingegaan.

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekw eg 10 Denekamp

9

Figuur 1.6: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied, Westerhoekweg 10 Denekamp, Ootmarsumsestraat 43 Denekamp en Vlierweg 4-6 Tilligte' (Bron: Ruimtelijkeplannen),

Bestemmingen 'Wonen' De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor woonhuizen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, al dan niet in combinatie met ruimten voor een aan-huis-verbonden beroep dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit en mantelzorg. Daarnaast zijn de gronden mede bestemd voor tuinen, erven en terreinen en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Daarnaast is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - paardrijdbak' een paardrijdbak toegestaan. Bouwregels Voor het bouwen van hoofdgebouwen geldt dat hoofdgebouwen, uitsluitend woonhuizen worden gebouwd, per bestemmingsvlak ten hoogste één woonhuis met één woning wordt gebouwd, een hoofdgebouw zal uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de situering van het bestaande hoofdgebouw en de inhoud van een hoofdgebouw zal ten hoogste de bestaande inhoud bedragen dan wel dat de inhoud van een nieuwe woning binnen een hoofdgebouw ten hoogste 750 m3 bedragen. Hierbij bedraagt de goothoogte van een hoofdgebouw ten hoogste 3,50 meter dan wel de bestaande goothoogte en de bouwhoogte 9,00 meter dan wel de bestaande bouwhoogte.

De aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen zullen ten minste 3,00 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd, tenzij de bestaande afstand minder bedraagt, het hoofdgebouw op meer dan 50 m van de weg is gesitueerd, dan wel de gebouwen vóór de voorgevel van het hoofdgebouw zijn gebouwd, in welk geval de bestaande afstand dan wel de bestaande situering ten opzichte van de voorgevel van het hoofdgebouw geldt. Vrijstaande bijgebouwen en overkappingen zullen ten hoogste op een afstand van 25,00 m vanuit het dichtstbijzijnde punt van het hoofdgebouw worden gebouwd en de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en 10

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekweg 10 Denekamp

uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een hoofdgebouw zal ten hoogste 100 m2 bedragen, tenzij de bestaande oppervlakte meer bedraagt. Dit dient dan ook middels een aanduiding te zijn vastgelegd. Tot slot zal de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen, de aangebouwde bijgebouwen en de aangebouwde overkappingen bij een hoofdgebouw ten hoogste 75% van de oppervlakte van het hoofdgebouw bedragen. Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak' mag het gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken maximaal het genoemde oppervlak bedragen. 'Agrarisch -1' De voor 'Agrarisch -1' aangewezen gronden zijn bestemd voor het agrarisch gebruik; het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, natuurlijke, geomorfologische- en cultuurhistorische waarden. Het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke waarden; doeleinden van agrarisch natuurbeheer; cultuurgrond; openbare nutsvoorzieningen; extensief dagrecreatief medegebruik, wegen en paden, beken, plassen, poelen, vennen, sloten en/of andere watergangen en/of -partijen en terreinen voor evenementen. Met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bouwregels Er zullen uitsluitend bedrijfsgebouwen en overkappingen ten behoeve van agrarische bedrijven worden gebouwd.

'Leiding - Water' De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor een watertransportleiding. Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere ter plaatse aangewezen bestemming(en) mogen op of in deze gronden geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, anders dan ten behoeve van een watertransportleiding. Ten behoeve van deze dubbelbestemming mogen geen bouwwerken worden gebouwd.

Strijdigheid Het realiseren van een vrijstaande woning aan de Punthuizerweg 30 is op basis van het geldend bestemmingsplan niet toegestaan. Dit aangezien de huidige bestemming 'Agrarisch-1' een reguliere woning niet toelaat. Om ter plaatse een vrijstaande woning te kunnen realiseren, dan wel het perceel conform de beoogde situatie te bestemmen, dient een bestemmingsplan herziening te worden doorlopen.

1.4 Bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekweg 10 Denekamp" bestaat uit de volgende stukken: toelichting; bijlagen bij de toelichting; verbeelding (tek.no. NL.IMRO.1774.BUIBPPUNT30WEST10-VG01) regels; bijlagen bij de regels. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten in samenhang 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de omschrijving, motivering en verantwoording van het bestemmingsplan.

1.5 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie van het plangebied en de omgeving beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het ruimtelijk beleidskader van het Rijk, de provincie en de gemeente uiteengezet. Hoofdstuk 4 gaat over de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. In hoofdstuk 5 wordt een toelichting gegeven op de regels van de diverse bestemmingen. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan en tot slot in hoofdstuk 7 wordt de procedure beschreven.

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekw eg 10 Denekamp

11

12

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekweg 10 Denekamp

Hoofdstuk 2

Beschrijving van het plan

2.1 Bestaande situatie Het plangebied, bestaande uit twee afzonderlijke plandelen ligt in het buitengebied van de gemeente Dinkelland, behorende bij de kern Denekamp. Het plangebied ligt in het buitengebied waarbij een verscheidenheid aan functies aanwezig zijn, dan wel planologisch zijn toegestaan. Hieronder zal nader op de ruimtelijke omgeving als binnen de plandelen worden ingegaan, om vervolgens in 2.2 Toekomstige situatie op de gewenste situatie in te gaan. 2.1.1

Punthuizerweg

Ten noorden van het plandeel ligt de Brandlichterweg met in het verlengde een blok bestaande uit meerdere vrijstaande woningen. Ten oosten en zuiden van het plandeel zijn agrarische cultuurgronden gesitueerd die in gebruik zijn als grasland. Hierbij bevindt op een afstand van circa 150 meter een agrarisch bedrijf. Ten westen van het plandeel ligt de Punthuizerweg met in het verlengde een houtwal en agrarische cultuurgronden. Het plandeel zelf bestaat uit een woonperceel aan de noordzijde en agrarische gronden aan de zuidzijde. De agrarische gronden zijn onbebouwd. Hierbij bevindt de bestaande woning ter hoogte van de kruising Punthuizerweg-Brandlichterweg, waarbij in het verlengde twee bijgebouwen zijn gesitueerd. Hierbij is sprake van een compact erf. Het perceel is daarnaast ingericht middels berken en erfbeplanting. Het erf is middels één in en uitrit op de Punthuizerweg ontsloten. In figuur 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie weergeven. Het plandeel is met een blauwe omlijning aangeduid. In figuur 2.2 en 2.3 zijn twee straatbeelden weergegeven.

Figuur 2.1: Luchtfoto Punthuizerweg (Bron: Qgis)

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekw eg 10 Denekamp

13

Figuur 2.2: Straatbeeld Brandlichterweg (Bron: Google maps)

Figuur 2.3: Straatbeeld beoogde locatie nieuw te bouwen woning (Bron: Google Maps)

2.1.2

Westerhoekweg 10

Het plandeel aan de Westerhoekweg 10 wordt omgeven aan de noord-, west- en zuidzijde door graslanden. Hierbij bevindt aan de oostzijde van het plandeel, in het verlengde van de Westerhoekweg een veldschuur. In de omgeving van het plandeel, aan de noordwestzijde van het plandeel is aan de Beekweg een woning gesitueerd. Ten noorden en zuiden van het plandeel zijn grondgebonden agrarische bedrijven aanwezig. Het plandeel zelf bestaat in de huidige situatie uit een woning aan den oostzijde, een grote schuur in het midden van het plandeel en een paardrijdbak aan de zuidzijde. Tevens is ter plaatse van het plandeel sprake van 14

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekweg 10 Denekamp

erfverharding en is de woning omsloten door een tuin. Het plandeel is middels twee ontsluitingen op de Westerhoekweg ontsloten. Hierbij dient één ontsluiting voor de woning en de andere ontsluiting ten behoeve van het bereiken van de omliggende agrarische gronden. In figuur 2.4 is een bovenaanzicht van het plandeel weergegeven. Het plandeel is met een blauwe omlijning aangeduid. In figuur 2.5 en figuur 2.6 zijn twee uitsneden van het plandeel weergegeven.

Figuur 2.4: Huidige situatie plandeel Westerhoekweg 10 (Bron: Qgis)

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekw eg 10 Denekamp

15

Figuur 2.5: Huidige situatie bestaande woning met omliggende tuin (Bron: Google Maps)

Figuur 2.6: Huidige situatie bestaande schuur (Bron: Google Maps)

2.2 Toekomstige situatie Zoals in de aanleiding reeds vermeld, betreft het voornemen een verplaatsing van een verkregen bouwkavel aan de Westerhoekweg 10 middels een volledig doorlopen procedure naar de locatie Punthuizerweg 30. Beide plandelen liggen in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Hierna wordt op beide plandelen ingegaan. 2.2.1

Punthuizerweg30

Ter plaatse van het plandeel aan de Punthuizerweg 30 wordt ten zuiden van de bestaande woning een levenloopbestendige woning gerealiseerd met een totaal oppervlak van 162 m2 . Tevens wordt bij de woning, achter het hoofdgebouw een bijgebouw gerealiseerd. Hierbij wordt de bestaande woning met bijgebouwen behouden, wordt een één ervenstructuur gecreëerd naast dat de bestaande houtopstanden worden behouden. Tevens zullen nieuwe beplantingssoorten worden aangeplant. Hieronder wordt ingegaan op de exacte situering van het plandeel, waarbij voor de volledigheid verwezen wordt naar het ruimtelijk kwaliteitsplan, opgenomen in Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan. Tevens is ter verduidelijking van de beoogde invulling aansluiting gevonden bij het beeldkwaliteitsplan Dinkelland/Tubbergen, bijgevoegd in Bijlage 2. Het erf bestaat op dit moment uit een hoofdwoning met bijgebouwen. De woning is georiënteerd op de Brandlichterweg en ligt in die zin parallel aan de Punthuizerweg. De bijgebouwen staan op een logische wijze daar omheen en vormen te samen een compact erfensemble. Het realiseren van een nieuwe woning is mogelijk indien sprake blijft van één logisch erfensemble. Derhalve is er gekozen voor een situatie waarbij de nieuwe woning en de schuur een sterke verbinding hebben en houden met de bestaande bebouwing. De woning staat eveneens parallel aan de Punthuizerweg.

Op deze manier wordt voorkomen dat de woning het erf teveel afsluit voor haar omgeving. Er ontstaat daardoor een betere en geleidelijke overgang naar het omliggende landschap. De nokrichting van het bijgebouw wijkt juist weer af om wat speelsheid te genereren. Als toegang tot het erf is ervoor gekozen om geen tweede inrit aan te leggen. Alleen op deze manier kan voorkomen worden dat een grote beeldbepalende eik aangetast gaat worden in de toekomst. Kenmerkend voor 16

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekweg 10 Denekamp

het heideontginningslandschap is de openheid in combinatie met een rationele verkaveling. Derhalve wordt het nieuwe silhouet van het grotere erf aangezet door de aanplant van bomen met wat onderbeplanting. Direct nabij de woning worden nog wat fruitbomen ter inpassing aangeplant. De overige ruimte wordt ingevuld als bloemenmengsel. In figuur 2.7 is een uitsnede van het ruimtelijk kwaliteitsplan weergegeven.

Figuur 2.7: Uitsnede ruimtelijk kwaliteitsplan Punthuizerweg 30 (Bron: N+L Landschapsontwerpers)

2.2.2

Westerhoekweg 10

Het plandeel aan de Westerhoekweg betreft een voormalige slooplocatie waar een Rood voor Rood kavel vergeven is. Hierbij dient gelet op het verkrijgen van de beoogde woning de nog niet doorgevoerde sloop plaats te vinden. Hieronder wordt ingegaan op de exacte situering van het plandeel, waarbij voor de volledigheid verwezen wordt naar het ruimtelijk kwaliteitsplan, opgenomen in Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan. Er is sprake van een kleinschalig erf bestaande uit een karakteristieke woonboerderij, een schuur en een dressuurbak. In de nieuwe situatie wordt er een Rood voor Rood kavel verplaatst die al vergeven is. Hierbij wordt de huidige stal (746 m2) gesloopt, om vervolgens op dezelfde plek een nieuw bijgebouw te realiseren, ter grootte van 240 m2. Dit bijgebouw zal op twee manieren worden benut, namelijk als extra opslag voor de woning en als schuur, om hobbymatig paarden te kunnen houden. De bestaande dressuurbak wordt uitgebreid, zowel in de lengte als (iets) in de breedte. De oppervlakte van de dressuurbak zal met 468 m2 vergroot worden. Er is bewust gekozen om de dressuurbak niet voorbij de voorgevel van de karakteristieke hoofdwoning uit te laten komen. Achter de dressuurbak is een deel van een houtsingel zichtbaar. Deze houtsingel is op dit moment onderbroken.

In de kaart van topotijdreis is zichtbaar dat deze houtsingel vroeger heeft doorgelopen, om te dienen als afscheiding tussen het erf en de weg. Deze houtsingel is kenmerkend voor het vroegere essenlandschap. De houtsingel wordt daarom weer in ere hersteld, waardoor er sprake is van een landschappelijke inpassing die goed aansluit in dit landschapstype. Daarnaast worden er ook nieuwe hagen (L op tekening) aangeplant op het erf. De reden hiervoor is om het ‘werkerf’ te kunnen scheiden. Tevens dienen deze hagen als natuurlijke afscheiding tussen de schuur en de dressuurbak.

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekw eg 10 Denekamp

17

Figuur 2.8: Uitsnede ruimtelijk kwaliteitsplan Westerhoekweg 10 (Bron: N+L Landschapsontwerpers)

18

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekweg 10 Denekamp

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1 Rijksbeleid 3.1.1

Nationaleomgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee moet ingespeeld worden op de grote uitdagingen die te wachten staan. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste op regionaal niveau worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren.

In sommige gevallen moeten belangen worden afgewogen en scherpere keuzes worden gemaakt. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Doorwerkingin het onderhavige plan en conclusie In dit geval is er sprake van een lokale ontwikkeling waarmee geen Rijksbelangen zijn gemoeid. Dit gelet op de kleinschaligheid wat betreft het voornemen. Er is dan ook geen sprake van strijd met het Rijksbeleid zoals verwoord in de NOVI. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijkeordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere planologische kernbeslissingen (pkb's) met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerkingin het onderhavige plan en conclusie Het Barro bevat geen regels die van toepassing zijn voor het onderhavige plan. Het Barro heeft dan ook geen invloed op dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekw eg 10 Denekamp

19

3.1.3

Bro: Ladder voor duurzame verstedelijking

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), artikel 3.1.6., tweede lid, zijn eisen opgenomen waaraan een bestemmingsplan moet voldoen als dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zoals een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor de omgeving. Daarom is het noodzakelijk dat in een bestemmingsplan, maar ook in een inpassingsplan van rijk of provincie of bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan, nadrukkelijk wordt stilgestaan bij de vraag of er behoefte is aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Nieuwe stedelijke ontwikkeling De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of er sprake is van nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Inmiddels heeft jurisprudentie reeds bepaald bij welke minimale omvang sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'.

In voorliggend plan is niet sprake van een stedelijke ontwikkeling, maar gaat het om het toevoegen van een woning op een reeds verkregen woonrecht, naast de benodigde sloopwerkzaamheden. Doorwerkingin het onderhavige plan en conclusie In voorliggend plan wordt de verplaatsing van een woonrecht mogelijk gemaakt. Gelet op de jurisprudentie welke de omvang van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' heeft bepaald, wordt gesteld dat in dit geval geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing. De ladder vormt geen belemmering voor de realisatie van onderhavig plan.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1

OmgevingsvisieOverijssel

In de Omgevingsvisie schetsen Provinciale Staten hun visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de provincie. Het vizier is daarbij gericht op 2030. Zij geven aan wat volgens hen de ambities en doelstellingen van provinciaal belang zijn en hoe zij Gedeputeerde Staten opdragen deze te realiseren. Het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving staat primair in dienst van de sociaaleconomische ontwikkeling van Overijssel. Dit betekent dat de provincie ruimte wil bieden voor de ontwikkeling van werkgelegenheid en hoogwaardige woonmilieus tot stand willen brengen. Dynamiek ziet de provincie als een kans om de ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid te versterken. Dit wordt gedaan door in te zetten op een evenwichtige afweging van beleidsambities waaronder waterveiligheid, een gezond milieu en goede volksgezondheid. Daarnaast wordt ook gestuurd op het versterken van de waardevolle en karakteristieke kenmerken van het landschap. Om de omgevingsvisie tot uitvoering te brengen bevat deze een uitvoeringsmodel. In dat model staan de stappen 'of', 'waar' en 'hoe' centraal. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing. Soms is deze sturing normstellend, maar meestal is de sturing richtinggevend of inspirerend. 3.2.2

OmgevingsverordeningOverijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die ruimtelijke onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. De Omgevingsverordening richt zich dan ook - net zo breed als de Omgevingsvisie Overijssel - uitsluitend op de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. Dit betekent dat regels worden gesteld op het gebied van de ruimtelijke ordening, maar ook op het gebied van mobiliteit, milieu, natuur, water en bodem. Het uitgangspunt 'decentraal wat kan, centraal wat moet' is toegepast bij de flexibiliteitsbepalingen in de verordening. Waar mogelijk zijn afwijkingsmogelijkheden toegepast in plaats van ontheffingsbepalingen. Voorliggend plan is getoetst aan de relevante beleidsregels uit de provinciale verordening en worden in de navolgende hoofdstukken beschreven.

20

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekweg 10 Denekamp

3.2.2.1 UitvoeringsmodelOmgevingsvisieOverijssel Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus. Aan de hand van de drie niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling passend is binnen het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving. In navolgende afbeelding wordt het uitvoeringsmodel weergegeven.

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De betreffende niveaus worden hierna toegelicht waarbij het plan wordt getoetst aan het betreffende niveau uit het uitvoeringsmodel. 3.2.2.2 Generiekebeleidskeuzes(of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit keuzes van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Als deze beleidskeuzes het gevolg zijn van provinciale keuzes zijn ze verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Doorwerkingin het onderhavige plan en conclusie Bij de afwegingen in de eerste fase 'generieke beleidskeuzes' zijn met name artikelen 2.1.3, 2.1.4 en 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel van belang ten aanzien van zorgvuldig ruimtegebruik. Tevens is artikel 2.2.2 aangaande nieuwe woningen van toepassing. Hieropvolgend wordt aan de artikelen getoetst. Artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) Lid 1.

Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. 2. Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel Het voornemen voorziet in een verplaatsing van een beschikbaar woonrecht naar een alternatieve locatie. Hierbij bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekw eg 10 Denekamp

21

wordt de beoogde woning gerealiseerd aangrenzend aan een bestaand woonperceel waardoor een lappendeken aan woonpercelen wordt voorkomen. Gelet op de realisatie ter hoogte van de kruising Punthuizerweg en Brandlichterweg wordt een compacte bebouwingskern gerealiseerd, bestaande uit vijf woningen. Wat betreft het plandeel zal de bebouwing gerealiseerd worden conform de één ervenstructuur, dichtbij elkaar gebouwd, waarbij het beoogde woonperceel opgaat in de omgeving. Tevens dient gelet op de invulling van het woonrecht de benodigde sloopnorm aan de Westerhoekweg 10 te worden voldaan. Daarnaast zal, aangezien de schuur aan de Westerhoekweg reeds gesloopt had moeten zijn, een beperkte toename plaatsvinden wat betreft bijgebouwen. Echter, deze toename was conform het geldende bestemmingsplan al reeds mogelijk. Het gaat hierbij om een bijgebouw met een oppervlakte van maximaal 240 m2, waar nu invulling aan wordt gegeven. Het bijgebouw wordt bij de bestaande woning gebouwd, waarbij wordt ingespeeld op een compact erf. Tevens is er sprake van een uitbreiding van de aldaar aanwezig paardenbak. Echter, gelet op de situering dan wel landschappelijke inpassing wordt deze uitbreiding als passend gezien waarbij geen afbreuk wordt gedaan aan het ruimtegebruik.

Aangezien er een beperkte toename aan verharding en bebouwing plaatsvindt, vindt een passende landschappelijke inpassing plaats waarbij aansluiting wordt gevonden bij de gebiedskenmerken. In het kader van de aard en omvang van het voornemen wordt geconcludeerd dat het initiatief in overeenstemming is met het artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik). In de paragraaf 'Ontwikkelingsperspectieven' en 'Gebiedskenmerken' wordt nader op de lagen en ontwikkelmogelijkheden ingegaan. Artikel 2.1.4 (Toekomstbestendigheid) In de toelichting op bestemmingsplannen waarin provinciale belangen in het geding zijn wordt aannemelijk gemaakt dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt en die niet bedoeld zijn voor tijdelijk gebruik, toekomstbestendig zijn en dus: de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen; duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden; ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.4 van de Omgevingsverordening Overijssel Bij het initiatief zijn geen provinciale belangen in het geding. Ter plaatse van het plandeel wordt een toekomstigbestendige functie gerealiseerd.

Tevens voorziet het voornemen in een evenwichtige bijdrage gelet op de benodigde sloopnorm ter plaatse van de Westerhoekweg. Voor de motivering van dit artikel wordt verwezen naar de paragrafen 'Ontwikkelingsperspectieven' en 'Gebiedskenmerken'. Het initiatief is niet strijdig met de in het artikel bepaalde uitgangspunten. Artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) Lid 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (of-, waar- en hoe benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is beruikt bij de ruimtelijke inpassen van de nieuwe ontwikkeling.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de bouw van een nieuwe woning en bijgebouw in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Hierbij wordt in het Ruimtelijk kwaliteitsplan nader op ingegaan. Gelet op het voornemen, waarbij de woning aangrenzend aan een bestaand woonperceel wordt gerealiseerd zal een verbinding plaatsvinden in overeenstemming met de omgeving. Hierbij ligt de nadruk op het opgaan van de tuin op de omliggende gronden waarbij de openheid en zichtlijnen worden behouden dan wel versterkt. In het hoofdstuk Ontwikkelingsperspectieven' en Gebiedskenmerken' wordt nader op de ruimtelijke kwaliteit ingegaan. Daarnaast zal ter plaatse van de Westerhoekweg een sloopverplichting worden doorgezet, wat de ruimtelijke 22

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekweg 10 Denekamp

kwaliteit zal verbeteren. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de bepaalde uitgangspunten opgenomen in artikel 2.1.5.

Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Met de voorgenomen ontwikkeling wordt per saldo geen woning toegevoegd, aangezien het woonrecht reeds verkregen is, conform het voormalige beleid. Hierbij is feitelijk sprake van een verplaatsing van de invulling van een verkregen woonrecht. Daarnaast is bij voorliggende situatie sprake van een concrete behoefte aangezien de eigenaar van de desbetreffende gronden de bewoner van de nieuw te bouwen levensloopbestendige woning wordt. Tevens past het toevoegen van een nieuwe woning binnen de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwbehoefte in de gemeente Dinkelland. Hierover wordt in het gemeentelijk beleid nader ingegaan. Geconcludeerd wordt dat dit plan in overeenstemming is met artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel.

3.2.2.3 Ontwikkelingsperspectieven(waar) Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. Voor het voorliggende plan, bestaande uit twee plandelen is het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' van toepassing. 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kan gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid.

Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. Het verbinden van de ontwikkelingsmogelijkheden van economische en maatschappelijke functies met het behoud en de versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke elementen draagt bij aan het behoud van de specifieke kwaliteiten van het kleinschalig mixlandschap in Overijssel. In figuur 3.2 en 3.3 zijn twee uitsneden van Omgevingsverordening weergegeven. De plandelen zijn met een blauwe omcirkeling aangeduid.

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekw eg 10 Denekamp

23

Figuur 3.2: Uitsnede Omgevingsverordeningskaart Punthuizerweg (Bron: Provincie Overijssel)

Figuur 3.3: Uitsnede Omgevingsverordeningskaart Westerhoekweg (Bron: Provincie Overijssel)

Toetsing: van het initiatief aan het 'Ontwikkelingsperspectief' De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een woning aangrenzend aan een bestaand woonperceel. Het woonrecht is in 2020 verkregen middels de sloop van landschapsontsierende bebouwing. Een deel van deze bebouwing is reeds gesloopt waarbij enkel ter plaatse van de Westerhoekweg nog een sloopverplichting van toepassing is. Door deze sloop zal er ter plaatse van de Westerhoekweg 10 een ruimtelijke kwaliteitsverbetering plaatsvinden, dit zowel door de sloop danwel de landschappelijke inpassing. Ter plaatse van de compensatiewoning aan de Punthuizerweg 30 zal een passend woonperceel worden 24

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekweg 10 Denekamp

verkregen waarbij de functie wonen in samenhang met de omgeving wordt gerealiseerd. Hierbij is een éénervenstructuur van toepassing naast dat de beoogde woonbestemming landschappelijk wordt ingericht, in overeenstemming met de gebiedskenmerken. Voorliggende ontwikkeling voorziet in een kwalitatieve impuls voor het perceel gelet op een glooiende overgang in overeenstemming met de gebiedskenmerken. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief. 3.2.2.4 Gebiedskenmerken(hoe) Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De kwaliteitsopgaven en –voorwaarden op basis van gebiedskenmerken kunnen te maken hebben met landschappelijke -inpassing, infrastructuur,- milieuaspecten, bodemaspecten, cultuurhistorie, toeristische en recreatieve aantrekkingskracht, natuur, water, etc. De gebiedskenmerken zijn over het algemeen richtinggevend of inspirerend. De provincie onderscheidt de volgende vier lagen: 1. Natuurlijke laag. 2. Laag van het agrarisch cultuurlandschap. 3. Stedelijke laag. 4. Laag van beleving. Gelet op de ligging van de plandelen in het buitengebied van de gemeente Dinkelland kan de 'Stedelijke laag' buiten beschouwing worden gelaten. Dit aangezien geen gebiedskenmerken voor deze laag van toepassing zijn.

Hieronder wordt nader op de 'Natuurlijke laag', 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' en 'Laag van beleving' ingegaan. Natuurlijke laag Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkeling op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bijvoorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in de stad en dorp. De plandelen liggen binnen het gebiedskenmerken 'Dekzandvlakte en ruggen' en 'Beekdalen en natte laagtes'. In figuur 3.4 en 3.5 zijn twee uitsneden van de 'Natuurlijke laag' weergegeven. De plandelen zijn met een blauwe omcirkeling weergegeven. Hierna wordt nader op de gebiedskenmerken ingegaan.

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekw eg 10 Denekamp

25

Figuur 3.4: Uitsnede 'Natuurlijke laag' Punthuizerweg (Bron: Provincie Overijssel)

Figuur 3.5: Uitsnede 'Natuurlijke laag' Westerhoekweg (Bron: Provincie Overijssel)

'Dekzandvlakte en ruggen' 26

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekweg 10 Denekamp

De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk, door de wind gevormd, zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkingsrichting) van het landschap, gevormd door afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. 'Beekdalen en natte laagtes' Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gekregen delen, naar de beken en rivieren. Beeld van de beken; zomers kleine stroom met droge geulen, 's winters bredere stroomdraad met meestromende geulen. De dynamiek (water, wind) bepaalt de verschijningsvorm, de gedaante wisselt. Dynamisch landschap, open karakter met hogere randen.

Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Toetsing aan de gebiedskenmerken van de natuurlijke laag De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van een compensatiewoning aan de Punthuizerweg naast het voldoen aan de sloopverplichting van 746 m2 ter plaatse van de Westerhoekweg. Deze sloopverplichting had reeds uitgevoerd moeten zijn. Tevens wordt zowel bij de Punthuizerweg als bij de Westerhoekweg een bijgebouw(en) gerealiseerd. Bij de voorgenomen ontwikkeling vindt een significante kwaliteitsverbetering plaats gelet op de sloopwerkzaamheden als het landschappelijk inpassen van beide plandelen. Gelet op de beoogde ontwikkeling ter plaatse van het plandeel aan de Punthuizerweg wordt rekening gehouden met het aldaar voorkomende zandlandschap en het reliëf. De woning wordt zo gepositioneerd naast ingepast waarbij de zichtlijnen worden versterkt. Hierbij wordt ingespeeld op de daar aanwezige gebiedskenmerken. Ter plaatse van het plandeel aan de Westerhoekweg zal een schuur worden gesloopt naast dat er een landschappelijke inpassing plaatsvindt.

Aangezien hier in het verleden al enkele bodemwerkzaamheden hebben plaatsgevonden zijn de gronden reeds geroerd. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig. Met de landschapsmaatregelen wordt ingezet op beplanting die past bij de voormalige natuurlijke ondergrond. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Natuurlijke laag'. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De plandelen liggen binnen de lagen 'Jong heide- en broekontginningslandschap' en 'Oude Hoevenlandschap'. In figuur 3.6 en 3.7 zijn twee uitsneden van de 'Laag van agrarisch Cultuurlandschap' weergegeven. De plandelen zijn met een blauwe omlijning aangeduid.

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekw eg 10 Denekamp

27

Figuur 3.6: Uitsnede 'Laag van het agrarisch Cultuurlandschap' Punthuizerweg (Bron: Provincie Overijssel)

Figuur 3.7: Uitsnede 'Laag van het agrarisch Cultuurlandschap' Westerhoekweg (Bron: Provincie Overijssel)

'Jong heide- en ontginningslandschap' De grote oppervlakte aan, voormalige, natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal. in 28

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekweg 10 Denekamp

de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het ínbreidingslandschappen met rommelige driehoekstructuren als resultaat. 'Oude hoevenlandschap' Het oude hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat dezelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond.

Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaatsvinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' De voorgenomen ontwikkeling ligt binnen de gebiedskenmerken 'Jong heide- en ontginningslandschap' en 'Oude hoevenlandschap'. Gelet op dit gebiedskenmerken zal er een geleidelijke overgang zijn richting de omliggende gronden, waarbij de plandelen onderdeel gaan uitmaken van een groter geheel. Het plandeel zal middels de landschappelijke inpassing glooiender worden ingepast. Op deze plekken wordt gesteld dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap'. Laag van beleving' Beide plandelen liggen binnen het gebiedskenmerk 'Laag van beleving' binnen de laag 'Donkerte'. In figuur 3.8 en figuur 3.9 zijn twee uitsneden van de Omgevingsvisie Overijssel weergegeven.

Figuur 3.8: Uitsnede 'Laag van beleving' Punthuizerweg (Bron: Provincie Overijssel)

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekw eg 10 Denekamp

29

Figuur 3.9: Uitsnede 'Laag van beleving' Westerhoekweg (Bron: Provincie Overijssel)

'Donkerte' Lichte gebieden geven een beeld van economische dynamiek; zoals de steden en dorpen, de snelwegen, de kassengebieden, attractieparken en grote bedrijventerreinen. De donkere gebieden geven daarentegen een indicatie van het rustige buitengebied van Overijssel. Het zijn relatief luwe en dunbevolkte gebieden met een lage gebruiksdruk. De ambitie is gericht op het koesteren van donkerte als kwaliteit. Het streven is gericht op het handhaven van de donkerte en, waar mogelijk, de gebieden bij ontwikkelingen nog donkerder te maken. De sturing is gericht op het minimaal toelaten van kunstlicht. Het vereist het selectief inzetten en 'richten' van kunstlicht en het vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen. De kansen hiervoor doen zich met name voor bij ontwikkelingen die een grote invloed hebben op het aspect donkerte, zoals grotere woon- en werklocaties en wegen. Ook de projectering van passages van auto(snel)wegen en regionale wegen speelt daarbij een grote rol vanwege het feit dat op- en afritten veelal leiden tot stedelijke ontwikkelingen. Toetsing van het initiatief aan de 'laag van de beleving' De toekomstige invulling van het perceel voorziet in een beperkte toename aan licht. Dit gelet op de woning aan de Punthuizerweg.

Echter, de beoogde woning wordt gerealiseerd aangrenzend aan een bestaand woonerf waarbij reeds sprake is van een beperkte zichtbaarheid van licht. Verder, de woning wordt afgeschermd ingepast, beperkt zichtbaar van de Brandlichterweg. ,Ter plaatse van de Westerhoekweg vindt een afname aan kunstlicht plaats aangezien bebouwing wordt gesloopt. Het aspect 'donkerte' vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. 3.2.2.5 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in het voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling niet strijdig is met de uitgangspunten van het provinciale beleid. Het initiatief is in overeenstemming met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en het in de Omgevingsverordening Overijssel verankerde beleid.

30

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekweg 10 Denekamp

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1

OmgevingsvisieDinkelland

De gemeenteraad van de gemeente Dinkelland heeft op 31 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen. 2. We geven het goede voorbeeld. 3. We wentelen niet af op volgende generaties. 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente Dinkelland wil kernen waar het lekker wonen is, waar bedrijvigheid is en waar mensen werk kunnen vinden. Maar vooral ook kernen waar ruimte is om elkaar te ontmoeten en om samen te komen. De inwoners zien hun leefomgeving veranderen. Het wordt moeilijker om voorzieningen in stand te houden. Dit geldt voor winkels, horeca, kerken, cultuurhuizen, sportvoorzieningen en scholen. Aan de andere kant ziet de gemeente ook nieuwe plannen en combinaties van functies van onderop die kernen juist krachtiger maken.

Van oudsher zijn inwoners van de kernen gewend om de leefbaarheid van hun omgeving in eigen hand te nemen en te zorgen dat het er goed toeven is. Het versterken van de leefbaarheid van de kernen wordt door inwoners en gemeente via MijnDinkelland al langer samen opgepakt. Dit wil de gemeente Dinkelland voortzetten aan de hand van vier speerpunten: voldoende voorzieningen; aantrekkelijk wonen; ruimte voor ondernemen; leefbare openbare ruimte. Op basis van de gemeentelijke waardenkaart behoren de plandelen aan de Punthuizerweg 30 en Westerhoekweg 10 tot de lichtgroene zone. Dit betreft het landschap gericht op ontwikkeling door lage waarde en hoge dynamiek. In figuur 3.10 en 3.11 zijn uitsneden van de waardenkaart weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekw eg 10 Denekamp

31

Figuur 3.10: Waardenkaart plandeel Punthuizerweg 30

32

bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekweg 10 Denekamp

Figuur 3.11: Waardenkaart plandeel Westerhoekweg 10

Waarden; open met vergezichten; efficiënt agrarisch landschap; kavelsloten; wegen met bomenrijen; modern erfopzet. Speel in op: de schaal van het landschap; het agrarische karakter; gemengde functies; bouwwijze en inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is; opgeruimd landschap; geclusterde bebouwing; heldere structuren; verbeteren van de biodiversiteit; vasthouden van water. Doorwerkingin het onderhavige plan en conclusie Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het realiseren van een compensatiewoning middels de volledige afronding van de sloop van landschapsontsierende bebouwing. In het verleden is reeds de mogelijkheid geboden om een compensatiewoning te realiseren naast de benodigde sloop. Door het verplaatsen van de compensatiekavel wordt een passend erf gerealiseerd waarbinnen meerdere woningen zijn gesitueerd. Daarnaast wordt door de sloop een opgeruimd landschap verkregen, waarbij sprake is van geclusterde bebouwing. Ter plaatse van de Punthuizerweg zal gelet op de éénervenstructuur sprake zijn van geclusterde bebouwing. Tevens zal door de landschappelijke inpassing een verbetering plaatsvinden van de biodiversiteit naast dat er wordt ingespeeld op de schaal van het landschap en gemengde functies, waarbij een passende overloop zal plaatsvinden naar het omliggende landschap.

Gesteld wordt dat met de voorgenomen ontwikkeling een toekomstbestendige ontwikkeling ter plaatse van het plandeel aan de Punthuizerweg wordt gerealiseerd en dat er een kwaliteitsverbetering plaatsvindt binnen beide bestemmingsplan Buitengebied, Punthuizerweg 30 en Westerhoekw eg 10 Denekamp

33

plandelen, gelet op de sloop en landschappelijke inpassing. Tot slot dient te worden opgemerkt dat de landschappelijke inpassingsplannen door het Q-team akkoord zijn bevonden. 3.3.2

Buitengebiedmet kwaliteit

De gemeenteraad van Dinkelland heeft in 2022 het beleidskader 'Buitengebied met kwaliteit' (hierna: beleidskader) vastgesteld. De gemeente streeft naar een aantrekkelijk en vitaal buitengebied waar een goede balans is tussen landgebruik, ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en economische activiteiten. Hiervoor beschikte zij over verscheidene beleidsregelingen zoals Rood voor Rood, Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, Schuur voor Schuur en het VAB+ beleid. Door de jaren heen zijn deze regelingen ingewikkelder geworden, in het beleidskader zijn de verscheidene beleidsregelingen op onderdelen geactualiseerd en aangevuld. Het doel van deze beleidsregel is meervoudig. Enerzijds is deze beleidsregeling bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel van deze beleidsregeling om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. Hierbij wordt verwezen naar artikel 9.2. van het beleid 'Buitengebied met kwaliteit'. Hieronder wordt op artikel 9.2 Afwijkingsbevoegdheid ingegaan. Artikel 9.2: Afwijkingsbevoegdheid Er kan worden afgeweken van de beleidsregels indien de specifieke omstandigheden van een concreet geval hiertoe aanleiding geven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/823/documents/21453