CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsum, Laagsestraat 10_Regels.pdf

Gemeenteraad 30 september 2025, gemeente DinkellandBij agendapunt: 9: Voorstel inzake vaststellen omgevingsplan “TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsum, Laagse-straat 10”8.750 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TAM-Omgevingsplan

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsum, Laagsestraat 10

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.1774.TAMGKOOTMLAAGSE10VG01

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsum, Laagsestraat 10

Inhoudsopgave Regels

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3

Inleidende regels Begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen Toepassingsbereik

5 5 6 7

Hoofdstuk 2 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Functies en gebiedsaanwijzingen Bedrijventerrein Wonen - Wonen in de bebouwde kom Waarde - Archeologie

9 9 11 14

Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Algemene regels voor activiteiten Anti-dubbeltelregel Planologische gebruiksactiviteiten Regels parkeren Overige regels

17 17 18 19 20

Hoofdstuk 4 Artikel 11

Overgangsregels Overgangsrecht

21 21

Bijlagen bij regels Bijlage 1 Begripsbepalingen

23 24

Bijlage 2

32

2

Staat van bedrijfsactiviteiten

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsum, Laagsestraat 10

Regels Preambule Dit plan beoogt het omzetten van een inpandige bedrijfswoning naar een reguliere woning en het verlagen van de maximaal toegestane milieucategorie van het pand aan de Laagsestraat 10 te Ootmarsum. Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente Dinkelland. Dit hoofdstuk is digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit deel van het omgevingsplan weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk (22m) van het omgevingsplan van de gemeente Dinkelland. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '(22m)' gelezen worden. De bijlage bij de in deze voorziening weergegeven hoofstukken moet gelezen worden als onderdeel van Bijlage (22m) bij het omgevingsplan van de gemeente Dinkelland.

De bijlage bij de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van overeenkomstige toepassing op dit 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m', tenzij daar in dit artikel van wordt afgeweken.

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsu m, Laagsestraat 10

3

4

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsum, Laagsestraat 10

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Artikel 1 Begripsbepalingen Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen: 1. Bijlage 1 bij dit TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsum, Laagsestraat 10’ bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit TAM-IMRO-deel van het omgevingsplan. 2. De bijlage bij de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van overeenkomstige toepassing op dit 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m', tenzij in bijlage 1 bij dit TAMomgevingsplan daarvan is afgeweken.

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsu m, Laagsestraat 10

5

Artikel 2 Meet- en rekenbepalingen De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in meters (m), m² of m³ zijn uitgedrukt. Voor zover de meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 in strijd zijn met de meet- en rekenbepalingen in dit artikel, gaan deze meeten rekenbepalingen voor. 2.1

de dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2

de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3

de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5

de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6

de afstand tot de (bouw)perceelsgrens

tussen de grenzen van een bouwperceel en een bepaald punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd)gebouw, waar die afstand het kortst is; 2.7

de afstand tot de weg

vanaf enig punt van een bouwwerk tot de rand van de wegberm aan de zijde van de weg; 2.8

bedrijfsvloeroppervlak

de totale vloeroppervlakte van kantoren, winkels of bedrijven met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen, trappenhuizen, gangen en overige dienstruimten.

6

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsum, Laagsestraat 10

Artikel 3 Toepassingsbereik 1. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid. 2. De regels in afdeling 22.2 met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. 3. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie "TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsum, Laagsestraat 10", waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO. met identificatienummer NL.IMRO.1774.TAMGKOOTMLAAGSE10-VG01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsu m, Laagsestraat 10

7

8

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsum, Laagsestraat 10

Hoofdstuk 2 Functies en gebiedsaanwijzingen Artikel 4 Bedrijventerrein 4.1

Functieomschrijving

Gronden binnen de functie 'Bedrijventerrein' mogen worden gebruikt voor bedrijven, met dien verstande dat ter plaatse van: a. de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 1' uitsluitend bedrijven toegestaan die zijn genoemd in de bij deze regels opgenomen Bijlage 2 'Staat van bedrijfsactiviteiten' onder de categorie 1; b. een detailhandelsvestiging ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel'. met daaraan ondergeschikt: c. d. e. f. g. h. i. j. 4.2

openbare nutsvoorzieningen; niet-zelfstandige kantoren; groenvoorzieningen; evenementen; voorzieningen ten behoeve van afvoer, (tijdelijk) berging en infiltratie van hemelwater; parkeervoorzieningen; wegen en paden; tuinen, erven en terreinen. Beoordelingsregels

4.2.1 Toepassingsbereik a. In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden de in 4.2 opgenomen beoordelingsregels. 4.2.2 Algemeen a. Op de voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met het bepaalde in lid 4.1. b. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; c. de afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt tenminste 3 m, tenzij de bestaande afstand tot de perceelgrens minder is, in welk geval die afstand aangehouden dient te worden; d. ondergrondse gebouwen (kelders) zijn uitsluitend toegestaan, daar waar bovengrondse gebouwen aanwezig zijn. Ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag. 4.2.3 Bedrijfsgebouwen a. het maximale bebouwingspercentage van een bouwperceel bedraagt niet meer dan 80%; b. de bouwhoogte mag ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen. 4.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2 m bedragen; met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw dan wel het verlengde daarvan ten hoogste 1 m bedraagt; b.

de hoogte van vlaggenmasten en lichtmasten mag niet meer bedragen dan 8 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 3 m bedragen. 4.3

Specifieke functieregels

4.3.1 Algemeen Het is verboden om binnen deze functie de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bedrijven in een hogere milieucategorie dan is toegestaan op basis van artikel 4.1 ; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horeca; c. het gebruik van gronden en bouwwerken voor prostitutie en seksshops; TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsu m, Laagsestraat 10

9

d. het gebruik van gronden binnen de bestemming mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse waarbij voor de parkeersituatie geldt dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn; e. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van wonen, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; f. risicovolle inrichtingen, vuurwerkbedrijven en/of geluidszoneringsplichtige inrichtingen; g. op de gronden als bedoeld in artikel 4.1 is buitenopslag toegestaan met dien verstande dat: 1. buitenopslag ten behoeve van detailhandelsactiviteiten niet is toegestaan; 2. de buitenopslag uitsluitend is toegelaten achter de voorgevel van de op het bouwperceel aanwezige hoofdgebouw dan wel achter de voorgevelrooilijn indien het bouwperceel niet bebouwd is. Onder het gebruik wordt tevens verstaan het laten gebruiken.

10

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsum, Laagsestraat 10

Artikel 5 Wonen - Wonen in de bebouwde kom 5.1

Functieomschrijving

Gronden en bouwwerken binnen de functie 'Wonen - Wonen in de bebouwde kom' mogen worden gebruikt voor het wonen, met daaraan ondergeschikt: a. b. c. d. e. f. g. h. 5.2

de uitoefening van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; speelvoorzieningen; wegen en paden; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; openbare nutsvoorzieningen; groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen; tuinen, erven en terreinen. Beoordelingsregels

5.2.1 Toepassingsbereik In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden de in 5.2 opgenomen beoordelingsregels. 5.2.2 Algemene beoordelingsregel voor het bouwen Binnen de functie 'Wonen - Wonen in de bebouwde kom' mag uitsluitend worden gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 5.1. 5.2.3 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. een hoofdgebouw wordt uitsluitend binnen een bouwvlak gebouwd, met uitzondering van delen van een hoofdgebouw die noodzakelijk zijn als gevolg van aanpassingen om het hoofdgebouw duurzaam te maken tot ten hoogste 10% van de oppervlakte van het binnen het (bouwperceel gelegen gedeelte van het) bouwvlak; b. de goot- en bouwhoogte van een hoofdgebouw mag ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen; c. de afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrens moet tenminste 3 m bedragen, tenzij de bestaande afstand tot de perceelgrens minder is, in welk geval die afstand aangehouden dient te worden; d. het aantal woningen bedraagt één; e. ondergrondse gebouwen (kelders) zijn uitsluitend toegestaan, daar waar bovengrondse gebouwen aanwezig zijn. Ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag; f. de voorgevel van een hoofdgebouw dient te worden gebouwd in de naar de weg gekeerde bouwgrens.

Indien bij een hoekperceel twee bouwgrenzen naar de openbare weg zijn gekeerd, dan dient de voorgevel te worden gebouwd in de bouwgrens, welke zoveel mogelijk een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging ten opzichte van de voorgevels van de bestaande hoofdgebouwen op de naastgelegen percelen heeft; g. de dakhelling bedraagt ten minste 18 graden en ten hoogste 60 graden. 5.2.4 Bijbehorende bouwwerken bij hoofdgebouwen Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. een bijbehorend bouwwerk wordt ten minste 1 m achter één naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan gebouwd; b. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag per hoofdgebouw ten hoogste 50% van het bouwperceel bedragen met een maximum van 250 m², met dien verstande dat wanneer de bestaande oppervlakte groter is, dit bestaande oppervlak als maximum geldt; c. de goothoogte mag ten hoogste 3 m bedragen, met dien verstande dat bij een dakhelling van 0 graden tot 10 graden (platte dakconstructie) de hoogte ten hoogste 0,3 m boven de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer mag bedragen; d. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk dient ten minste 1 m lager zijn dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; e.

in afwijking van het gestelde onder a mogen de grenzen van het bouwvlak naar de buitenzijde worden overschreden door erkers, luifels, balkons en ingangspartijen, met dien verstande dat: 1. de overschrijding ten hoogste 1 m mag bedragen; TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsu m, Laagsestraat 10

11

2. de breedte van erkers maximaal 2/3 deel van de breedte van de betreffende gevel van het hoofdgebouw mag bedragen; 3. ten hoogste 1 (hoek)erker per voorgevel van een hoofdgebouw is toegestaan; 4. de bouwhoogte ten hoogste 4 m mag bedragen of indien het hoofdgebouw een hogere verdiepingsvloer bevat ten hoogste tot 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van dat hoofdgebouw; 5. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens dient ten minste 2 m mag bedragen. Bij twee aan elkaar gekoppelde erkers bij halfvrijstaande hoofdgebouwen, is de voorgeschreven afstand van 2 m tot de zijdelingse perceelgrens niet van toepassing. 5.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1,00 m bedragen met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen op een afstand van meer dan 1,00 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw dan wel het verlengde daarvan, ten hoogste 2,00 m zal bedragen; b. de bouwhoogte van kunstobjecten of speeltoestellen zal ten hoogste 5,00 m bedragen; c. de bouwhoogte van vlaggenmasten zal ten hoogste 6,00 m bedragen, waarbij ten hoogste 1 vlaggenmast per hoofdgebouw is toegestaan; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 2,00 m bedragen. 5.3

Specifieke functieregels

5.3.1 Aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit Binnen deze functie is gebruik van een deel van de woning, bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroep- of bedrijfsactiviteit toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning tot maximum van 50 m2 mag worden gebruikt voor aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; b. het beroep of bedrijf dient door een bewoner van de woning te worden uitgeoefend; c. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse waarbij voor de parkeersituatie geldt dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn; d. het gebruik dient qua aard, milieubelasting en uitstraling te passen in een woonomgeving; e. alleen beroepen of bedrijven zijn toegestaan die in de van deze planregels deel uitmakende Bijlage 2 "Staat van bedrijfsactiviteiten" zijn aangeduid als milieucategorie 1, of beroepen en bedrijven die gezien de gevolgen daarvan voor de omgeving redelijkerwijs met deze bedrijven kunnen worden gelijkgesteld; f.

het geen horeca-activiteiten en/of prostitutieactiviteiten en/of detailhandel betreft, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de ter plaatse uitgevoerde bedrijfsactiviteit en behoudens internetwinkels; g. er geen buitenopslag plaatsvindt; opslag vindt uitsluitend binnen de woning en de daarbij bijbehorende bouwwerken. 5.3.2 Verboden gebruik Het is verboden om binnen deze functie de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten: a. het gebruik van een woning voor bedrijfsmatige kamerverhuur; b. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning, met uitzondering van mantelzorg als bedoeld in artikel 22.36; c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijvigheid, met uitzondering van het bepaalde in artikel 5.3.1; d. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden; e. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van detailhandel; f. het gebruik van een woning voor de huisvesting van meer dan één huishouding; g. het gebruik van een hoofdgebouw voor meer dan één woning. Onder het gebruik wordt tevens verstaan het laten gebruiken. 5.4

Omgevingsplanactiviteit

5.4.1 Inwoning Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken voor inwoning. Hierbij gelden de volgende beoordelingsregels: a. de (hoofd)toegang tot de afzonderlijke woningen vindt via één voordeur plaats, die toegang verschaft tot de 12

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsum, Laagsestraat 10

gemeenschappelijke hal. Een eigen achterdeur is wel toegestaan; b. de gemeenschappelijke hal verschaft rechtstreeks toegang tot beide woonruimtes, zonder dat door een slaapkamer, badkamer, toilet of bergruimte behoeft te worden gegaan; c. in geval van meerdere achterdeuren zijn deze visueel te onderscheiden van de hoofdtoegang; d. in de centrale hal is een trap aanwezig voor het bereiken van de verdieping. Meerdere trappen zijn toegestaan, doch deze dienen uit te komen op één gezamenlijke overloop (zoldertrappen hierin niet meegerekend); e. er is sprake van één aansluiting voor de verschillende nutsvoorzieningen (één meterkast); f. de inwoning leidt niet tot een toename van het aantal ontsluitingswegen van het perceel; g. er is geen sprake van het realiseren van extra bouwmogelijkheden, de bouwmogelijkheden zijn gekoppeld aan de woning.

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsu m, Laagsestraat 10

13

Artikel 6 Waarde - Archeologie 6.1

Functieomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede bedoeld voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 6.2 Beoordelingsregels a. Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m2 en een diepte van meer dan 0,40 m, moet alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin: 1. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en 2. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. b. Indien uit het in lid a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kan er één of meerdere van de volgende voorwaarden verbonden worden aan de omgevingsvergunning: de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door Burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. c.

Indien aan de omgevingsvergunning voorwaarden worden verbonden als bedoeld in b wordt de regio archeoloog om advies gevraagd. 6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, afgraven, egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur, over een oppervlakte van meer dan 100 m2; b. het graven en dempen van sloten, vaarten en andere watergangen; c. het aanbrengen van drainage; d. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; e. het aanbrengen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen, en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 6.3.2 Uitzonderingen Het bepaalde in lid 6.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; d. niet dieper gaan dan 0,40 m beneden het maaiveld en een kleinere oppervlakte dan 100 m2 beslaan.

6.3.3 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden. 6.3.4 Onderzoeksplicht Alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, moet door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of 14

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsum, Laagsestraat 10

gedocumenteerd. 6.3.5 Rapport Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen moet ten behoeve van de beoordeling van het rapport advies ingewonnen worden bij de regio archeoloog. 6.3.6 Voorwaarden omgevingsvergunning Indien uit het in lid 6.3.4 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden verbonden worden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsu m, Laagsestraat 10

15

16

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsum, Laagsestraat 10

Hoofdstuk 3 activiteiten

Algemene regels voor

Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Grond die in aanmerking genomen moet worden bij een verleende omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor het bouwen mag, behoudens intrekking van die omgevingsvergunning, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning in aanmerking worden genomen.

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsu m, Laagsestraat 10

17

Artikel 8 Planologische gebruiksactiviteiten 8.1

Verboden gebruik

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden gronden of bouwwerken te gebruiken en laten te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten. Hieronder wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik en laten gebruiken van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen, tenzij het gronden betreft waar een kampeerterrein voor klein kamperen is toegestaan; b. het gebruik en laten gebruiken van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een prostitutiebedrijf; c. het gebruik en laten gebruiken van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens de functie toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden; d. het gebruik van gronden ten behoeve van weekmarkten, jaarmarkten, evenementen, festiviteiten, manifestaties, en horecaterreinen en/of standplaatsen voor detailhandel, indien die activiteiten een aaneengesloten periode van meer dan 14 dagen omvatten; e. het storten van puin en afvalstoffen; f. de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- of vliegtuigen; g. het gebruik en laten gebruiken van de gronden voor het plaatsen en/of aanbrengen van niet-perceelsgebonden handelsreclame en/of reclame voor ideële doeleinden of overtuigingen.

18

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsum, Laagsestraat 10

Artikel 9 Regels parkeren 9.1

Parkeerruimte op eigen erf

Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor het bouwen en/of gebruik van gronden, wordt niet eerder verleend dan nadat op eigen erf in voldoende mate is voorzien in de benodigde parkeerruimte. 9.2 Gemeentelijk beleid a. Voor lid 1 geldt dat voldoende betekent dat wordt voldaan aan de normen die zijn neergelegd in de 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018'. b. Er kan worden afgeweken van de eis dat parkeren op eigen erf plaatsvindt, mits wordt voldaan aan regels en voorwaarden die zijn neergelegd in de 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018'. Als de 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018' wordt gewijzigd, wordt met die wijziging rekening gehouden.

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsu m, Laagsestraat 10

19

Artikel 10 10.1

Overige regels

Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit plan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.

20

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsum, Laagsestraat 10

Hoofdstuk 4 Artikel 11

Overgangsregels

Overgangsrecht

11.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder a Wabo of een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in sublid a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het sublid a met maximaal 10%. c. Sublid a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het plan strijdige gebruik, bedoeld in sublid a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sublid a na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sublid a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsu m, Laagsestraat 10

21

22

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsum, Laagsestraat 10

Bijlagen bij regels

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsu m, Laagsestraat 10

23

Bijlage 1

24

Begripsbepalingen

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsum, Laagsestraat 10

Begripsbepalingen 1

Aanvullende begripsbepalingen

Voor toepassing van dit omgevingsplan gelden de volgende begripsbepalingen; 2

Plan

het TAM-omgevingsplan "TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsum, Laagsestraat 10" met NL.IMRO.1774.TAMGKOOTMLAAGSE10-OW01 van de gemeente Dinkelland; 3

aan-huis-verbonden beroep

een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch, of hiermee gelijk te stellen gebied, uitgezonderd prostitutie, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend door de gebruiker, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 4

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 5

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 6

archeologische waarde

de aan een gebied toegekende waarde gebaseerd op de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden; 7

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 8

bebouwingspercentage

een in de regels aangegeven percentage dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel dat ten hoogste mag worden bebouwd; 9

bed-and-breakfast

het bieden van, ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte, mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt binnen de woning aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben; 10

bedrijf

een onderneming gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten;

11

bedrijfsgebouw

een gebouw, geen bedrijfswoning zijnde, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 12

bedrijfsmatig

gericht op het behalen van winst; 13

bedrijfsmatige kamerverhuur

een samenstel van verblijfsruimten, uitsluitend of mede bestemd of gebruikt om daarin aan anderen dan de rechthebbende en de personen behorende tot diens huishouden, woonverblijf, niet in de zin van zelfstandige woongelegenheid, te verschaffen, al dan niet met gehele of gedeeltelijke verzorging; een en ander kan onder meer blijken uit het feit dat voor de kamers afzonderlijk huur wordt berekend en/of betaald en elke kamer zelfstandig wordt bewoond, waarbij al dan niet sprake is van enkele gemeenschappelijke voorzieningen; 14

bedrijfsvloeroppervlakte (bvo)

de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een functie die wordt gebruikt voor een bedrijf, een aan-huis-verbonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 15

bedrijfswoning

een gebouw met woning op een terrein, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon die (dat) werkgerelateerd is met dat bedrijf. In geval de woning bij een gebouw of op een terrein wordt gebouwd, maken alle aangebouwde bijbehorende bouwwerken onderdeel uit van de bedrijfswoning; 16

bestaand

legaal aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsum, Laagsestraat 10; 17

bestaand bouwwerk

een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsum, Laagsestraat 10 aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een vergunning voor het bouwen, met uitzondering van (het deel van) de bouwwerken die niet legaal gebouwd zijn; 18

bestaand gebouw

een gebouw dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsum, Laagsestraat 10 aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een vergunning voor het bouwen, met uitzondering van (het deel van) de gebouwen die niet legaal gebouwd zijn; 19

bestaand gebruik

het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAMIMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsum, Laagsestraat 10, met uitzondering van het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling(en) van dat plan;

20

bijbehorend bouwwerk

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. Een aangebouwd bijbehorend bouwwerk is tevens bouwkundig ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Een vrijstaand bijbehorend bouwwerk is tevens functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw; 21

bijzondere woonvorm

een woonvorm waar bewoners niet nagenoeg zelfstandig wonen, met (voorzieningen voor) verzorging en begeleiding (ook 24-uurs begeleiding); 22

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 23

bouwgrens

de grens van een bouwvlak; 24

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met uitsluiting van een zolder en vliering; 25

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 26

bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel; 27

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 28

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 29

bruto-vloeroppervlakte

vloeroppervlakte van een ruimte, dan wel van meerdere ruimten van een bouwwerk gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de (buitenste) opgaande scheidingsconstructie, die de desbetreffende ruimte(n) omhullen;

30

cultuurhistorische waarden

waarden van een gebied en/of de daarin voorkomende bebouwing, elementen en structuren, die uitdrukking geven aan de beschavingsgeschiedenis en/of het gebruik door de mens in de loop van de geschiedenis; 31

dak

iedere vorm van bovenbeëindiging van een gebouw; 32

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die, die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 33

erf

een al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van het hoofdgebouw; 34

emissie

emissie van ammoniak, uitgedrukt in kg NH3 per jaar waarbij gerekend wordt met de emissiefactor die geldt ten tijde van de vaststelling van het TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsum, Laagsestraat 10; 35

evenement

elke voor publiek buiten de daartoe ingerichte inrichtingen toegankelijke festiviteit, grootschalige sportwedstrijd, auto- of motorcrosswedstrijd, optocht, georganiseerd vuurwerk en alle overige tot vermaak en recreatie bedoelde activiteiten, met uitzondering van markten als bedoeld in de Gemeentewet, kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen en betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties, voorzover de activiteiten een aaneengesloten periode van ten hoogste 14 dagen omvatten; 36

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 37

geluidsbelasting

de geluidsbelasting vanwege een weg, een industrieterrein en/of een spoorweg; 38

geluidsgevoelige objecten

bebouwing welke dient ter bewoning of andere geluidsgevoelige gebouwen, zoals bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 39

hoofdgebouw

gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;

40

huishouden

een zelfstandig dan wel samenwonend persoon of personen die binnen een complex van ruimten gebruik maken van dezelfde voorzieningen, zoals keuken, sanitaire voorzieningen en entree, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Bedrijfsmatige kamerverhuur en bijzondere woonvormen worden daaronder niet begrepen; 41

inwoning

wonen in een (ondergeschikt) deel van een woning als medegebruiker van het pand; 42

kampeermiddel

een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 43

kantoor

een ruimte of complex dat, door indeling en inrichting is gebouwd en/of geschikt is voor administratie, zakelijke of maatschappelijke dienstverlening; 44

kap

een dak met een zekere helling; 45

kappen

het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand; 46

kelder

een overdekte, met wanden omsloten, voor mensen toegankelijke ruimte, beneden of tot ten hoogste 0,50 m boven de kruin van de weg, waaraan het bouwperceel is gelegen; bij 'bebouwing in geaccidenteerd terrein' gelegen beneden peil; 47

kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten

het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten, geheel of overwegend door middel van handwerk, geen detailhandel zijnde en prostitutie, waarvan de omvang van de activiteiten zodanig is, dat het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 48

kwetsbaar object

een object waarvoor ingevolge het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) instructieregels voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden; 49

logiesverstrekkend bedrijf

een bedrijf waar, tegen vergoeding, logies worden verstrekt, waarbij de logieswooneenheden enkel zijn ingericht voor nachtverblijf; naast het verstrekken van logies worden accommodaties aangeboden voor dagverblijf en maaltijdbereiding;

50

mantelzorg

intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; 51

overkapping

een bouwwerk, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden dan wel met ten hoogste één wand; 52

overig bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 53

parkeren

een geparkeerd voertuig is een voertuig dat langer stilstaat dan nodig is voor het in- en uitstappen of voor het laden en lossen; 54

peil

onder het peil wordt verstaan: a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw; 55

permanente bewoning

bewoning door een of meer personen die niet elders over een hoofdverblijf beschikken; 56

productiegebonden detailhandel

detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, geteeld, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie en waarvoor geen winkelruimtes worden ingericht; 57

relatie

één functievlak vormend; 58

rooien

het met wortel en al verwijderen van een houtopstand; 59

stallen

in een garage of andere bewaarplaats zetten;

60

verblijfsrecreatie

een vorm van recreatie gericht op ontspanning of vrijetijdsbesteding van recreanten die elders hun hoofdverblijf hebben, en voor een bepaalde periode waarbij ten minste één overnachting plaatsvindt; 61

voertuig

vervoermiddel dat dient om goederen of personen over land te vervoeren; 62

voorgevel

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de feitelijke indeling van het gebouw, als voorgevel moet worden aangemerkt; 63

wonen

het gehuisvest zijn in een woning; 64

woning

een complex van ruimten in een gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 65

woonhuis

een gebouw, dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden. Alle aangebouwde bijbehorende bouwwerken maken daarbij onderdeel uit van het woonhuis.

Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten

32

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22m Ootmarsum, Laagsestraat 10

Staat van Bedrijfsactiviteiten SBI-code 01 014 014 014 014 014 0142

Nr. 0 1 2 3 4

Omschrijving Landbouw en dienstverlening t.b.v. de landbouw Dienstverlening t.b.v. de landbouw: 2  algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m 2  algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.<= 500 m 2  plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m 2  plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m KI-stations

15 151 151 151 151 151 151

0 1 4 5 6 7

Vervaardiging van voedingsmiddelen en dranken Slachterijen en overige vleesverwerking:  slachterijen en pluimveeslachterijen 2  vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1000 m 2  vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1000 m 2  vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m  loonslachterijen

151

8

152 152 152 1531 1531 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1551 1551 1552 1552 1581 1581 1581 1582 1584 1584

0 5 6 0 2 0 1 2 3 0 3 1 2 0 1 2

1584

3

1584 1584 1585 1586 1586 1589.2

5 6

 vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaar-maaltijden 2 met p.o. < 2.000 m Visverwerkingsbedrijven: 2  verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m 2  verwerken anderszins: p.o. <= 300 m Aardappelproducten fabrieken: 2  vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m Groente- en fruitconservenfabrieken:  jam  groente algemeen  met koolsoorten Zuivelproducten fabrieken:  melkproducten fabrieken v.c. < 55.000 t/j 2 Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m : 2 Consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:  v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens  v.c. >= 7500 kg meel/week Banket, biscuit- en koekfabrieken Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:  cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met 2 p.o. < 2.000 m  cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met 2 p.o. <= 200 m 2  suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m 2  suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m Deegwarenfabrieken Koffiebranderijen en theepakkerijen:  theepakkerijen Soep- en soeparomafabrieken:

0 2

0 2 0

Cat.

3.1 2 3.1 2 2

3.2 3.2 3.1 3.1 3.1 3.1

3.2 3.1 3.1 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 2 2 3.2 3.2 3.2 2 3.2 2 3.1 3.2

Staat van Bedrijfsactiviteiten SBI-code 1589.2 1593 t/m 1595 1598

Nr. 1

17 171 172 172 173 174, 175 176, 177

-

18 181 182 183

-

19 192 193

-

20 2010.1 2010.2 2010.2 202 203, 204, 205 203, 204, 205 205

-

21 2112 2112 212 2121.2 2121.2

0 1

22 2221 2222 2222.6 2223 2223

-

0 1

0 2 0 1

0 1

A B

Omschrijving  zonder poederdrogen Vervaardiging van wijn, cider e.d.

Cat. 3.2 2

Mineraalwater- en frisdrankfabrieken

3.2

Vervaardiging van textiel Bewerken en spinnen van textielvezels Weven van textiel:  aantal weefgetouwen < 50 Textielveredelingsbedrijven Vervaardiging van textielwaren Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen

3.2 3.2 3.1 3.1 3.1

Vervaardiging van kleding; bereiden en verven van bont Vervaardiging kleding van leer Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont

3.1 2 3.1

Vervaardiging van leer en lederwaren (excl. kleding) Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel) Schoenenfabrieken

3.1 3.1

Houtindustrie en vervaardiging artikelen van hout, riet, kurk e.d. Houtzagerijen Houtconserveringsbedrijven:  met zoutoplossingen Fineer- en plaatmaterialenfabrieken Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 2 m Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken Vervaardiging van papier, karton en papier- en kartonwaren Papier- en kartonfabrieken:  p.c. < 3 t/u Papier- en kartonwarenfabrieken Golfkartonfabrieken:  p.c. < 3 t/u Uitgeverijen, drukkerijen en reproductie van opgenomen media Drukkerijen van dagbladen Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen) Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen Grafische afwerking Binderijen

2

3.2 3.1 3.2 3.2 3.1 2

3.1 3.2 3.2

3.2 3.2 2 1 2

Staat van Bedrijfsactiviteiten SBI-code 2224 2225 223

Nr.

Omschrijving Grafische reproductie en zetten Overige grafische activiteiten Reproductiebedrijven opgenomen media

Cat. 2 2 1

23 2320.2

A

Aardolie-/steenkoolverwerk. Ind.; bewerking splijt-/kweekstoffen Smeeroliën- en vettenfabrieken

3.2

24 2442 2442 2442 2462 2462 2464 2466

0 1 2 0 1

Vervaardiging van chemische producten Farmaceutische productenfabrieken:  formulering en afvullen geneesmiddelen  verbandmiddelenfabrieken Lijm- en plakmiddelenfabrieken:  zonder dierlijke grondstoffen Fotochemische productenfabrieken Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken

25 2512 2512 2513 252 252

0 1

26

-

Vervaardiging van glas, aardewerk, cement-, kalk- en gipsproducten

261 261 2615 262, 263 262, 263 262, 263 2661.2 2661.2 2662 2663, 2664 2663, 2664 2665, 2666 2665, 2666 267 267 267 2681 2682

0 1

Glasfabrieken:  glas en glasproducten, p.c. < 5.000 t/j Glasbewerkingsbedrijven Aardewerkfabrieken:  vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW  vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW Kalkzandsteenfabrieken:  p.c. < 100.000 t/j Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken Betonmortelcentrales:  p.c. < 100 t/u Vervaardiging van producten van beton, (vezel)cement en gips:  p.c. < 100 t/d Natuursteenbewerkingsbedrijven: 2  zonder breken, zeven en drogen: p.o. > 2.000 m 2  zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m Slijp- en polijstmiddelen fabrieken Minerale productenfabrieken n.e.g.

A

0 3

0 1 2 0 1 0 1 0 1 0 1 2 C

Vervaardiging van producten van rubber en kunststof Loopvlakvernieuwingsbedrijven: 2  vloeropp. < 100 m Rubber-artikelenfabrieken Kunststofverwerkende bedrijven:  productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststofbouwmaterialen

3

3.1 2 3.2 3.2 3.1

3.1 3.2 3.1

3.2 3.1 2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.1 3.1 3.2

Staat van Bedrijfsactiviteiten SBI-code 28

Nr. -

281 281 281 284 284 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2852 2852 287 287

0 1 1a B B1 0 1 11 12 2 3 4 5 6 7 8 9 1 2 B B

Omschrijving Vervaard. en reparatie van producten van metaal (excl. mach./transportmidd.) Constructiewerkplaatsen:  gesloten gebouw 2  gesloten gebouw, p.o. < 200 m Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d. 2 Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven:  algemeen  metaalharden  lakspuiten en moffelen  scoperen (opspuiten van zink)  thermisch verzinken  thermisch vertinnen  mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten)  anodiseren, eloxeren  chemische oppervlaktebehandeling  emailleren  galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen ed) Overige metaalbewerkende industrie 2 Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200 m Overige metaalwarenfabrieken n.e.g. 2 Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m

29 29 29

0 1

Vervaardiging van machines en apparaten Machine- en apparatenfabrieken incl. reparatie: 2  p.o. < 2.000 m

3.2

30 30

A

Vervaardiging van kantoormachines en computers Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie

2

31 314 316

-

Vervaardiging van over. elektr. machines, apparaten en benodigdh. Accumulatoren- en batterijenfabrieken Elektrotechnische industrie n.e.g.

3.2 2

32 321 t/m 323 3210

-

Vervaardiging van audio-, video-, telecom-apparaten en -benodigdh. Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d. incl. reparatie Fabrieken voor gedrukte bedrading

3.1 3.1

33 33

A

34 343

Vervaardiging van medische en optische apparaten en instrumenten Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie Vervaardiging van auto's, aanhangwagens en opleggers Auto-onderdelenfabrieken

4

Cat.

3.2 3.1 3.2 3.1 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.1 3.2 3.1

2

3.2

Staat van Bedrijfsactiviteiten SBI-code 35

Nr. -

Omschrijving Vervaardiging van transportmiddelen (excl. auto's, aanhangwagens)

351 351 351 352 352 354 355

0 1 2 0 1

Scheepsbouw- en reparatiebedrijven:  houten schepen  kunststof schepen Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen:  algemeen Rijwiel- en motorrijwielfabrieken Transportmiddelenindustrie n.e.g.

36 361 361 362 363 364 365 3663.1 3663.2

1 2

Vervaardiging van meubels en overige goederen n.e.g. Meubelfabrieken 2 Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken Sportartikelenfabrieken Speelgoedartikelenfabrieken Sociale werkvoorziening Vervaardiging van overige goederen n.e.g.

40 40 40

B0 B1

40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40

B2 C0 C1 C2 C3 D0 D3 D4 D5 E0 E1 E2 F0 F1

Productie en distrib. Van stroom, aardgas, stoom en warm water Bio-energieinstallaties elektrisch vermogen < 50 MWe:  covergisting, verbranding en vergassing van mest, slib, GFT en reststromen voedingsindustrie  vergisting, verbranding en vergassing van overige biomassa Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen:  < 10 MVA  10 - 100 MVA  100 - 200 MVA Gasdistributiebedrijven:  gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A  gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C  gasontvang- en -verdeelstations, cat. D Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt:  stadsverwarming  blokverwarming Windmolens:  wiekdiameter 20 m

41 41 41 41 41 41

A0 A2 B0 B1 B2

Winning en distributie van water Waterwinning-/ bereiding- bedrijven:  bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling Waterdistributiebedrijven met pompvermogen:  < 1 MW  1 - 15 MW

5

Cat.

3.1 3.2 3.2 3.2 3.2

3.2 1 2 2 3.1 3.1 2 3.1

3.2 3.2 2 3.1 3.2 1 2 3.1 3.2 2 3.2

3.1 2 3.2

Staat van Bedrijfsactiviteiten SBI-code 45 45 45 45 45

Nr. 0 1 2 3

Omschrijving Bouwnijverheid 2 Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m 2 Bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2.000 m 2 Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m 2 Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m

50 501, 502, 504 501 5020.4 5020.4 5020.4 5020.5 503, 504 505 505 505

-

Handel/reparatie van auto's, motorfietsen; benzineservicestations Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven

51 5121 5122 5123 5124 5125, 5131 5132, 5133 5134 5135 5136 5137 5138, 5139 514 5148.7 5148.7 5148.7 5148.7 5151.1 5151.1 5151.3 5152.2 /.3 5153 5153 5153 5153.4 5153.4 5153.4

0

A B C

0 2 3

0 1 2 5 0 1

0 1 2 4 5 6

Handel in vrachtauto's (incl. import en reparatie) Autoplaatwerkerijen Autobeklederijen Autospuitinrichtingen Autowasserijen Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires Benzineservicestations: 3  met LPG < 1000 m /jr  zonder LPG Groothandel en handelsbemiddeling Grth in akkerbouwproducten en veevoeders Grth in bloemen en planten Grth in levende dieren Grth in huiden, vellen en leder Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen Grth in vlees, vleeswaren, zuivelproducten, eieren, spijsoliën Grth in dranken Grth in tabaksproducten Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige voedings- en genotmiddelen Grth in overige consumentenartikelen Grth in vuurwerk en munitie:  consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton  consumentenvuurwerk, verpakt, opslag 10 tot 50 ton  munitie Grth in vaste brandstoffen:  klein, lokaal verzorgingsgebied Grth minerale olieproducten (excl. brandstoffen) Grth in metalen en -halffabricaten Grth in hout en bouwmaterialen: 2  algemeen: b.o. > 2000 m 2  algemeen: b.o. <= 2000 m Zand en grind: 2  algemeen: b.o. > 200 m 2  algemeen: b.o. <= 200 m

6

Cat. 3.2 3.1 3.1 2

2 3.2 3.2 1 3.1 2 2 3.1 2

3.1 2 3.2 3.1 3.1 3.1 2 2 2 2 2 2 2 3.1 2 3.1 3.2 3.2 3.1 2 3.2 2

Staat van Bedrijfsactiviteiten SBI-code 5154 5154 5154 5155.1 5155.2 5156 5157 5157 5157.2/3 5157.2/3 518 518 518 519

Nr. 0 1 2

52 527

-

60 6021.1 6022 6023 6024

-

6024

1

0 1 0 1 0 1 2

0

603

Omschrijving Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur: 2  algemeen: b.o. > 2.000 m 2  algemeen: b.o. < = 2.000 m Grth in chemische producten Grth in kunstmeststoffen Grth in overige intermediaire goederen 2 Autosloperijen: b.o. > 1000 m 2 Autosloperijen: b.o. <= 1000 m 2 Overige groothandel in afval en schroot: b.o. > 1000 m 2 Overige groothandel in afval en schroot: b.o. <= 1000 m Grth in machines en apparaten:  machines voor de bouwnijverheid  overige Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d. Detailhandel en reparatie t.b.v. particulieren Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen) Vervoer over land Bus-, tram- en metrostations en -remises Taxibedrijven Touringcarbedrijven Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks): b.o. > 1000 2 m Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks) b.o. <= 1000 2 m Pomp- en compressorstations van pijpleidingen

63 6311.2 6311.2 6312 6312 6321 6321 6322, 6323 633 634

0 2 A B 1 2

Dienstverlening t.b.v. het vervoer Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart:  stukgoederen Distributiecentra, pak- en koelhuizen Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) Autoparkeerterreinen, parkeergarages Stalling van vrachtwagens (met koelinstallaties) Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren) Reisorganisaties Expediteurs, cargadoors (kantoren)

64 641 642 642 642

-

642

B2

Post en telecommunicatie Post- en koeriersdiensten Telecommunicatiebedrijven Zendinstallaties:  LG en MG, zendervermogen < 100 kW (bij groter vermogen: onderzoek!)  FM en TV

A B0 B1

7

Cat. 3.1 2 3.2 2 2 3.2 3.1 3.2 3.1 3.2 3.1 2

1

3.2 2 3.2 3.2 3.1 2

3.2 3.1 2 2 3.2 1 1 1

2 1 3.2 1

Staat van Bedrijfsactiviteiten SBI-code 642

Nr. B3

Omschrijving  GSM en UMTS-steunzenders (indien bouwvergunningplichtig)

Cat. 1

70 70

A

Verhuur van en handel in onroerend goed Verhuur van en handel in onroerend goed

1

71

-

Verhuur van transportmiddelen, machines, andere roerende goederen

711 712 713 714

Personenautoverhuurbedrijven Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. personenauto's) Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.

2 3.1 3.1 2

72 72 72

A B

Computerservice- en informatietechnologie Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d. Datacentra

1 2

73 731 732

-

Speur- en ontwikkelingswerk Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek

2 1

74

-

747 7481.3 7484.4

Overige zakelijke dienstverlening Reinigingsbedrijven voor gebouwen Foto- en filmontwikkelcentrales Veilingen voor huisraad, kunst e.d.

90 9001 9002.1 9002.1 9002.2 9002.2 9002.2 9002.2 9002.2 9002.2 9002.2

B A B A0 A2 A4 A5 A7 C0 C3

Milieudienstverlening Rioolgemalen Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven e.d. Gemeentewerven (afval-inzameldepots) Afvalverwerkingsbedrijven:  kabelbranderijen  pathogeen afvalverbranding (voor ziekenhuizen)  oplosmiddelterugwinning  verwerking fotochemisch en galvano-afval Composteerbedrijven:  belucht v.c. < 20.000 ton/jr

93 9301.1 9301.1 9301.2 9301.3 9301.3 9302 9303 9303

A B

Overige dienstverlening Wasserijen en strijkinrichtingen Tapijtreinigingsbedrijven Chemische wasserijen en ververijen Wasverzendinrichtingen Wasserettes, wassalons Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten Begrafenisondernemingen:  uitvaartcentra

A B 0 1

8

3.1 2 1

2 3.1 3.1 3.2 3.1 3.2 2 3.2

3.1 3.1 2 2 1 1 1

Staat van Bedrijfsactiviteiten SBI-code 9303 9303 9304 9305 9305

Nr. 2 3 A B

Omschrijving  begraafplaatsen  crematoria Fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden Dierenasiels en -pensions Persoonlijke dienstverlening n.e.g.

9

Cat. 1 3.2 2 3.2 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/947/documents/23969