TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld En Bornsedijk 14 Deurningen
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld NL.IMRO.1774.TAMBUIPOST19BORN14VG01
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
Inhoudsopgave Vaststellingsbesluit
5
Motivering
7
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Inleiding en aanduiding plangebied 1.2 Beoordelingskader en belangenafweging 1.3 Leeswijzer
9 9 9 11
Hoofdstuk 2 Toekomstige situatie 2.1 Huidige situatie 2.2 Gewenste ontwikkeling 2.3 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving
13 13 14 16
Hoofdstuk 3 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege 3.1 Omschrijving gevraagde activiteiten 3.2 Toetsing aan het omgevingsplan
17 17 17
Hoofdstuk 4 Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg, participatie en bindend adviesrecht 4.1 Visie en beleid voor het plangebied 4.2 Voorbereidingsfase / Verkenningsfase met stakeholders
19 19 35
Hoofdstuk 5
37
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13
Omgevingsaspecten
Ladder voor duurzame verstedelijking Besluit milieueffectrapportage Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren Gebiedsbescherming en soortenbescherming Luchtkwaliteit Geluid Geur Omgevingsveiligheid Trillingen Archeologie en Cultuurhistorie Bodem Waterbelang Spuitvrije zone gewasbeschermingsmiddelen
Hoofdstuk 6
Financiële haalbaarheid
37 38 38 39 42 44 47 48 50 50 52 54 57 59
Hoofdstuk 7 Juridische toelichting 7.1 Wijziging omgevingsplan 7.2 Artikelsgewijze toelichting
61 61 61
Bijlagen bij de toelichting
65
Bijlage 1
ruimtelijk kwaliteitsplan
66
Bijlage 2
BKP rood voor rood
91
Bijlage 3
Q-team advies Postweg
94
2
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
Bijlage 4
Q-team advies Bornsedijk
97
Bijlage 5
Participatieverslag Postweg
99
Bijlage 6
Participatieverslag Bornsedijk
103
Bijlage 7
bodemonderzoek Bornsedijk
106
Bijlage 8
bodemonderzoek Postweg
161
Bijlage 9
watertoets
269
Bijlage 10
quickscan natuurwaarden
273
Regels
331
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3
Inleidende regels Begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen Toepassingsbereik
333 333 334 335
Hoofdstuk 2 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Functies en gebiedsaanwijzingen Agrarisch - 1 Bos - Natuur Wonen - Wonen in het buitengebied overige zone - waarde - ecologie
337 337 339 341 344
Hoofdstuk 3
Algemene regels
345
Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Anti-dubbeltelregel Algemene ruimtelijke bouwregels Planologische gebruiksactiviteiten Regels parkeren Overige regels
345 346 347 348 349
Hoofdstuk 4 Artikel 13
Overgangsrecht Overgangsrecht
351 351
Bijlagen bij de regels
353
Bijlage 1
Begripsbepalingen
354
Bijlage 2
Erfinrichtingsplan Postweg
360
Bijlage 3
Erfinrichtingsplan Bornsedijk
362
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
3
4
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
Vaststellingsbesluit
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
5
Dummy vaststellingsbesluit: te vervangen door het daadwerkelijke besluit
Motivering
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
7
8
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Inleiding en aanduiding plangebied Er is sprake van bedrijfsbeëindiging van het agrarisch bedrijf ter plaatse van Postweg 19 in Saasveld. Niet alle bedrijfsgebouwen hebben op dit moment nog een functie, kunnen grotendeels beschouwd worden als landschapsontsierend en de initiatiefnemer is daarom voornemens om de stallen en schuren te slopen. Hiermee is het plan opgevat de schuren op het erf, in totaal ruim 3.888 m2, te saneren en in te brengen in het kader van rood voor rood. Het plan omvat de sloop van de bestaande gebouwen en het terugbouwen met twee compensatiewoningen (inclusief bijbehorende bouwwerken) op het erf. Daarnaast wordt een deel van de sloopmeters overgeheveld naar de locatie Bornsedijk 14 in Deurningen, om aldaar eveneens een compensatiewoning met bijbehorende bouwwerken te realiseren. De plannen passen niet in het omgevingsplan van rechtswege. Daarom is met behulp van voorliggend plan een aanpassing van het planologisch kader noodzakelijk om de plannen mogelijk te maken. Voorliggend kader verschaft een goed juridisch en ruimtelijk kader voor de genoemde ontwikkeling. Ligging planlocaties Het plangebied ligt aan de Postweg 19 in Saasveld en Bornsedijk 14 in Deurningen, in het zuidwestelijk deel van het buitengebied van de gemeente Dinkelland. De locatie Postweg 19 staat kadastraal bekend als gemeente Weerselo, sectie V met perceelnummers 221 en 222.
De locatie Bornsedijk 14 staat kadastraal bekend als gemeente Weerselo, sectie V, nummer 963 en 964. Een topografische kaart met daarop het plangebied rood aangegeven is onderstaand zichtbaar. De begrenzing van het plangebied is zichtbaar op de digitale verbeelding en komt overeen met het huidig bedrijfsperceel aan de Postweg 19, de gewenste ontwikkeling op het erf en de landschappelijke investeringen. Aan de Bornsedijk 14 bestaat het plangebied eveneens uit huidige woonvlak en kadastraal perceel waarop de woning gerealiseerd wordt.
Afbeelding 1.1: topografische kaart met plangebieden (in rood) ten opzichte van omliggende plaatsen Saasveld en Deurningen (bron: Map5 kaarten)
1.2 Beoordelingskader en belangenafweging Beoordelingskader bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
9
De voorgenomen activiteit voldoet niet aan de regels van het omgevingsplan. Het initiatief kan alleen leiden tot een wijziging van het omgevingsplan als er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving en milieu relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader worden onderzocht en afgewogen. De taak om te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties ligt primair bij de gemeente. De beleidsruimte van de gemeente wordt op verschillende manieren ingekaderd. De belangrijkste zijn de instructieregels van het Rijk en de provincie. De volgende regels en instructies van toepassing: de instructieregels van hoofdstuk 5 van het Bkl; de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening; eventuele andere instructies van het Rijk en provincie. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn niet alleen de in het Bkl geregelde milieu aspecten beoordeeld, maar zijn alle relevante aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu beoordeeld. Bij de beoordeling of wij een besluit willen nemen tot wijziging van het omgevingsplan is rekening gehouden met deze regels dan wel zijn de regels betrokken of in acht genomen.
Daarnaast heeft de gemeente haar beleidsruimte ingevuld met beleidsregels voor de fysieke leefomgeving, zodat de de wijziging van het omgevingsplan ook hieraan wordt getoetst. Het gaat hier om de omgevingsvisie en de andere beleidsdocumenten voor de verschillende specifieke onderdelen. De evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijze zijn afgewogen. De aanvrager wenst de gevraagde activiteiten te realiseren. De gemeente wenst de doelen uit haar beleid te verwezenlijken. De belangen van de omwonenden zijn gelegen in een goed woon- en leefklimaat. De omliggende bedrijven hebben belang bij een ongehinderde bedrijfsvoering en een goed werkklimaat. Belangenafweging De raad heeft bij het bepalen om een besluit tot wijziging van het omgevingsplan vast te stellen beleidsruimte om te bepalen of een bepaalde ontwikkeling met de daarbij behorende functies en maatvoering vanuit het oogpunt van evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar is. Een dergelijk besluit is immers in belangrijke mate afhankelijk van de inzichten die bij de gemeente bestaan over de wenselijk geachte ontwikkelingen in het projectgebied. Verder mag het project niet in strijd zijn met de instructie(regels)s van het Rijk en de provincie.
Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijze worden afgewogen. Ondanks dat het initiatief in strijd is met het omgevingsplan kan worden besloten tot wijziging van het omgevingsplan, omdat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Zoals uit de hierna opgenomen hoofdstukken blijkt draagt het initiatief bij aan de visie en beleid die de gemeente voor dit plangebied heeft en blijkt dat wordt voldaan de instructieregels van het Rijk en provincie. In de voorbereidingsfase heeft bestuurlijke afstemming plaatsgevonden. Provincie en het waterschap zijn akkoord met het project. Verder is het project afgestemd met omwonenden en heeft initiatiefnemer daarvan een verslag overgelegd. Voorts zijn in hoofdstuk 5 de ruimtelijk relevante aspecten voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit afgewogen. Zienswijzen Het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan heeft voor periode van zes weken ter inzage gelegen. Het was voor een ieder mogelijk om tegen het ontwerpbesluit een zienswijze in te dienen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.
Conclusie belangenafweging Gelet op alle aspecten die zijn afgewogen en de belangen van omwonenden, levert de wijziging van het omgevingsplan geen onaanvaardbare aantasting van deze belangen op. Het wijzigen van het omgevingsplan is evenwichtig en geschikt om het project te realiseren.
Gelet op alle aspecten die zijn afgewogen en de belangen van omwonenden, levert de wijziging van het 10
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
omgevingsplan geen onaanvaardbare aantasting van deze belangen op. Het wijzigen van het omgevingsplan is evenwichtig en geschikt om het project te realiseren.
1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een omschrijving gegeven van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het voorgenomen plan getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege en worden de strijdigheden in beeld gebracht. Hoofdstuk 4 omschrijft de toetsing van de ontwikkeling aan de visie en beleid voor het plangebied op rijks-, provinciaals en gemeentelijk niveau. Daarna wordt ingegaan op de resultaten van het (bestuurlijk) vooroverleg en het participatietraject. In hoofdstuk 5 wordt getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. In hoofdstuk 6 komt de financiële haalbaarheid van het initiatief aan de orde. Tot slot is in hoofdstuk 7 een toelichting op de planregels opgenomen.
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
11
12
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
Hoofdstuk 2
Toekomstige situatie
2.1 Huidige situatie 2.1.1
Historische context en bestaande situatie
Postweg 19, Saasveld Het plangebied ligt ten zuiden van het dorp Saasveld op de overgang van het maten- en flierenlandschap naar het essenlandschap. Ten noorden van het erf ligt het essenlandschap, ten westen het grootschalige ontginningslandschap. Ligging planlocatie in het overgangsgebied Het maten- en flierenlandschap is een kleinschalig, laaggelegen landschap liggend langs de beken en op de dekzandlaagtes. Het maten-en flierenlandschap werd vaak gebruikt voor hakhout en beweiding en kent een onregelmatige blokverkaveling met soms een strokenverkaveling met bomensingels als perceelscheidingen. Er was vrijwel geen bebouwing aanwezig. De landschapskenmerken van het ontginnings- en essenlandschap zijn in de huidige tijd nog terug te vinden. Alleen de kenmerken van het maten- en flierenlandschap zijn voor het grootste deel verdwenen en hebben de uitstraling van het ontginningslandschap aangenomen. Huidige erfindeling Vanaf de jaren ‘50 komt de eerste bebouwing voor op de planlocatie, aan te nemen vanwege de ligging in het overgangsgebied met de bijbehorende genoemde voordelen en met ten westen het ontginningslandschap. In de jaren daarna is het erf uitgebreid naar de huidige situatie. Op het erf is een woonboerderij te vinden met diverse bedrijfsgebouwen. Het woonhuis is parallel aan de weg gelegen, met de voorgevel gericht naar het oosten.
De bijbehorende bouwwerken zijn allemaal haaks of evenwijdig op de straat gesitueerd. Aan de westzijde is het erf deels omzoomd door een houtopstand. Echter, zijn meerdere houtopstanden rondom de planlocatie door de jaren heen verdwenen, waaronder een groot boscomplex . De huidige erfopzet past in de kenmerken van het overgangsgebied van de drie genoemde landschappen.
Afbeelding 2.1: recente luchtfoto planlocatie Postweg (bron: PDOK.nl) Bornsedijk 14, Deurningen Het plangebied ligt ten westen van het dorp Deurningen op de overgang van het matenlandschap naar het kampen- en ontginningslandschap. Ten noorden van het erf ligt het grootschalige ontginningslandschap, ten bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
13
zuiden het kampenlandschap. Het perceel heeft het karakter van een nat heide gebied, waardoor het onder het ontginningslandschap wordt geschaard. Ligging planlocatie in het overgangsgebied Het matenlandschap is een kleinschalig, laaggelegen landschap liggend langs de beken en op de uitloper van de dekzandrug. Het matenlandschap werd vaak gebruikt als hooilanden vanwege de natte omstandigheden. Boeren kozen hun locatie voor de boerderij strategisch. Het liefst op een plek waar meerdere landschappen samen kwamen. Plaggen van de heide werden in de stallen met mest vermengd en uitgereden op de kampen, waardoor deze vruchtbaar genoeg werden voor het verbouwen van gewassen. Door dichtbij het beekdal te liggen (matenlandschap) kon het water gebruikt worden voor de gewassen en het vee. De landschapskenmerken van het ontginnings- en kampenlandschap zijn in de huidige tijd nog terug te vinden. Alleen de kenmerken van het matenlandschap zijn voor het grootste deel verdwenen. Huidige erfindeling Het huidige perceel is nog in gebruik als tuin voor het woonerf Bornsedijk 14 te Deurningen. Het perceel is van dusdanige grootte dat het mogelijk is om nieuwe woonontwikkeling te realiseren. Door een extra woning toe te voegen kan het versprongen lint van de Bornsedijk worden doorgezet.
Afbeeld ing 2.2: recente luchtfoto Bornsedijk (bron: PDOK.nl)
2.2 Gewenste ontwikkeling Postweg 19, Saasveld De nieuwe erfopzet voor de Postweg wordt weergegeven in afbeelding 2.3 en onderstaand toegelicht. In de nieuwe erfopzet wordt de huidige boerderij herbouwd met behoud van de oorspronkelijke inhoud (B) en worden de agrarische opstallen gesloopt (A). Door de herbouw blijft er sprake van een overduidelijke hoofdmassa ten gunste van de hiërarchie. Op het erf worden daarnaast twee nieuwe (schuur-)woningen gerealiseerd, waarvan één met een inpandig bijbehorend bouwwerk (C) en één woning met een separaat bijbehorend bouwwerk (D). Beide woningen zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa aan de straatzijde, maar woning D verkrijgt wel een grotere maximale inhoud dan 750 m3 door de inbreng van resterende sloopmeters. Het bijbehorende bouwwerk (E) met een oppervlakte van 225 m2 wordt een gedeeld bijgebouw van de 2 nabijgelegen woningen (B en D), waarbij de oppervlakte mogelijk wordt gemaakt vanuit de zogenoemde hobbyboer-regeling, voor bewerking en onderhoud van in eigendom zijnde agrarische gronden. Op het erf worden nieuwe groenstructuren gerealiseerd (F, M, O, P en Q). De nieuwe houtopstanden bestaan uit inheemse beplanting die de bestaande landschapsstructuren volgen. Hiermee wordt het erf omrand en worden de structuren versterkt. Daarnaast wordt een fruitgaard aan de voorzijde van het erf aangeplant (G).
Bestaande houtopstanden zullen behouden blijven (H). Bij de nieuwe invulling is gekeken naar de landschapskenmerken van het gebied en deze zijn gerespecteerd. Het 14
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
slopen van de landschap ontsierende bebouwing in combinatie met de landschappelijke inpassing leidt tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Maatregelen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit Sloop van landschapontsierende bebouwing (A); Nieuw aan te planten hagen (F); Nieuw aan te planten hoogstam fruitbomen (G); Behoud van bestaande houtopstanden (H); Nieuw aan te planten beeldbepalende boom (M); Nieuw aan te planten houtopstanden (O en P); Nieuw aan te planten boom (Q). Met deze landschappelijke inpassing wordt voldaan aan het gestelde beleid.
Afbeelding 2.3: nieuwe landschappelijke situatie Postweg 19 Saasveld (bron: N+L Landschapsontwerpers)
Bornsedijk 14, Deurningen In de nieuwe erfopzet, zichtbaar in afbeelding 2.4, wordt er een woning (A) met bijbehorend bouwwerk (B) gerealiseerd. Het erf is te bereiken via een bestaande dam (C). Op het perceel is een bestaande singel met snelgroeiers en tuinbeplanting aanwezig. De huidige singel is van dusdanig slechte kwaliteit dat die geveld gaat worden, met behoud van enkele soorten (D) en herplant van toekomst bestendige soorten (I). Momenteel staan er waardevolle bomen die behouden blijven (E). Midden op het perceel wordt een rode paardenkastanje geveld (F). Ter versterking van de bestaande fruitbomen worden nieuwe fruitbomen aangeplant (G). De fruitgaard markeert de voorkant van het erf. Aan de straatzijde wordt een meidoornhaag aangeplant (H). Op het kaartbeeld is de kadastrale splitsing weergegeven (J). Met het respecteren en versterken van de landschappelijke kenmerken, leidt de landschappelijke inpassing tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Maatregelen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit Te vellen van de bestaande singel met behoud van enkele soorten en herplant van toekomst bestendige soorten (D en I); Behoud van waardevolle bomen (E); Nieuw te planten fruitbomen ter versterking van de bestaande fruitgaard (G); Nieuw te planten meidoornhaag (H). Met deze landschappelijke inpassing wordt voldaan aan het gestelde beleid.
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
15
Afbeelding 2.4: nieuwe landschappelijke situatie Bornsedijk 14 Deurningen (bron: N+L Landschapsontwerpers)
2.3 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving Beide erven liggen in het ontginningslandschap. Erven in het ontginningslandschap kennen een rechtlijnige structuur die herkenbaar moet blijven. Daarnaast dient de openheid richting het landschap behouden blijven met eventueel beplanting langs de weg. Het landschappelijk inpassingsplan voorziet in een inpassing die aansluit bij deze karakteristieken.
16
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
Hoofdstuk 3 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege 3.1 Omschrijving gevraagde activiteiten Zoals in Hoofdstuk 1 reeds aangegeven is er een plan voor een rood voor rood ontwikkeling op de locaties Postweg 19 in Saasveld en Bornsedijk 14 in Deurningen. Op de locatie Postweg 19 is een agrarische bedrijfsbestemming voor intensieve veehouderij toegekend. Deze bedrijfsacitviteiten worden gestaakt en met het rood voor rood voornemen gaat er enkel nog een woonfunctie worden uitgeoefend. Het omzetten naar een reguliere woonfunctie is daarom gewenst. Het bouwen van de compensatiewoning past daarnaast niet binnen de huidige planregels ter plaatse van de locatie Bornsedijk 14 in Deurningen. De woonfunctie ter plaatste dient hierop te worden aangepast. Bovendien dient de sloop op de locatie Postweg 19 in Saasveld vastgelegd te worden, zodat deze bebouwingsoppervlakte niet opnieuw kan worden teruggebouwd. Deze ontwikkelingen zijn niet mogelijk binnen de huidige planregels ter plaatse van de locatie. Een aanpassing van het omgevingsplan van rechtswege is daarvoor noodzakelijk.
3.2 Toetsing aan het omgevingsplan 3.2.1
Strijdigheden met bestemmingsplan 'Buitengebied 2010'
Het geldend planologisch kader ter plaatse is van de planlocatie is het omgevingsplan van rechtswege met onderdelen 'Buitengebied 2010' en 'Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland'. Het onderdeel "Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland" dient enkel als borging van het parkeerbeleid van de gemeente Dinkelland en wordt daarom verder niet behandeld in deze paragraaf. Hierna wordt nader ingegaan op de huidige planologische situatie. Postweg 19, Saasveld Het plandeel Postweg heeft de functie 'Agrarisch - 1' met bijbehorende functieaanduidingen 'specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel niet grondgebonden agrarisch bedrijf' en bouwvlak. Het realiseren van extra (reguliere) woningen binnen de functie is niet toegestaan. Daarnaast moet de woonfunctie vanwege het beeindigen van de agrarische bedrijvigheid worden toegekend en dient de sloop in het kader van rood voor rood te worden geborgd.
Afbeelding 3.1: verbeelding omgevingsplan van rechtswege Postweg (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Bornsedijk 14, Deurningen Binnen het omgevingsplan van rechtswege is het erf voorzien van de functie 'Wonen'. Binnen het functievlak is vanuit de bouwregels één woning toegestaan met een maximale oppervlakte van 100 m2 aan bijbehorende bouwwerken. Deze is reeds aanwezig binnen het functievlak.
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
17
Afbeelding 3.2: verbeelding omgevingsplan van rechtswege Bornsedijk (bron: omgevingswet.overheid.nl) Zoals in de aanleiding reeds aangegeven past het bouwen van de compensatiewoningen en vastleggen van het maximum bebouwingsoppervlakte aan de Postweg niet binnen de huidige planregels ter plaatse van de locaties. Een aanpassing van het omgevingsplan van rechtswege is daarvoor noodzakelijk. 3.2.2
Bruidsschat
De bruidsschat bevatten regels over onderwerpen die tot het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet in nationale regelgeving waren opgenomen (door het Rijk opgestelde regels). Onder de Omgevingswet worden deze door gemeenten geregeld. De bruidsschat maakt onderdeel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De bruidsschat bevat regels op het gebied van bouwen, milieubelastende activiteiten en overige activiteiten en is opgenomen in hoofdstuk 22 van de regels van het omgevingsplan. Het grootste gedeelte van deze regels is gericht op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit geldt bijvoorbeeld voor milieuregels (zoals regels over geurnormen en de afstand tot een geurgevoelig object). Voor dat deel van de regels geldt dat het mogelijk is om van het omgevingsplan af te wijken. De bruidsschat bestaat uit de volgende onderdelen: begrippen (hoofdstuk 1) voorrangsbepalingen en overgangsrecht (afdeling 22.1) regels over bouwwerken, open erven en terreinen (afdeling 22.2) regels over milieubelastende activiteiten (afdeling 22.3) regels over aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafond (afdeling 22.4) regels over overige gemeentelijke omgevingsvergunningen (afdeling 22.5) De regels van afdeling 22.2 zijn relevant voor onderhavig initiatief omdat deze betrekking hebben op het bouwen van bouwwerken.
Met de in dit TAM-omgevingsplan opgestelde regels wordt aan de regels voldaan. De regels van afdeling 22.3 zijn relevant voor zover sprake is van milieubelastende activiteiten. Zodoende zijn de regels niet relevant. De overige in de bruidsschat opgenomen regels zijn niet relevant voor dit plan. 3.2.3
Gemeentelijke verordeningen
Er zijn geen gemeentelijke verordeningen die van belang zijn voor dit plan.
18
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
Hoofdstuk 4 Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg, participatie en bindend adviesrecht 4.1 Visie en beleid voor het plangebied 4.1.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Vrijkomende Agrarische Bebouwing en de provinciale ruimte-voor-ruimteregelingen waardoor VAB-locaties omgevormd kunnen worden tot aantrekkelijke nieuwe woonlocaties. Ook wordt ingegaan op de aspecten 'economie en landschap'. Landschap is immers een belangrijk onderdeel van het vestigingsklimaat, zowel voor de meer verstedelijkte gebieden als voor de landelijke regio's. Voor een hoogwaardige kenniseconomie als de Nederlandse, is de bereikbaarheid en aantrekkelijkheid van het omringende landschap van groot belang in de concurrentie met andere landen.
Een aantrekkelijke leefomgeving is tevens een randvoorwaarde voor toerisme. De aantrekkelijkheid van de leefomgeving is immers vaak de reden dat bezoekers naar een regio komen. Een aantrekkelijk landschap maakt dat mensen daar willen wonen, werken en recreëren. Vrijkomende agrarische bebouwing kan bijvoorbeeld met provinciale ruimte-voor-ruimteregelingen omgevormd worden tot aantrekkelijke nieuwe woon- of werklocaties, waarbij de vrijkomende agrarische grond zo veel mogelijk kan worden ingezet voor een grotere grondgebondenheid van de omliggende agrarische bedrijven, of worden gebruikt voor agrarisch natuurbeheer. Rijk en regio's werken samen uit hoe kan worden omgegaan met de opgave van agrarische leegstand en herbestemming in relatie tot het combineren van functies in het landelijke gebied, behoud en versterking van de leefbaarheid op het platteland en het voorkomen van verdere aantasting van het landschap. Beoordeling van het plan: Dit plan heeft betrekking op een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en waarbij geen sprake is van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI.
Juist kan het plan een bijdrage leveren aan de toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied en goede invulling van een VAB-locatie, omdat een vrijkomend agrarisch erf wordt omgevormd naar regulier woonerf, waarbij bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
19
landschapsontsierende bebouwing wordt gesaneerd, maar met behoud van de (agrarische) karakteristieken en een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Geconstateerd is dat de compensatiewoningen op bestaande erflocaties een logische vervolgfunctie betreft. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld, hierbij wordt onder meer verwezen naar Bijlage 1 behorende bij de toelichting en de toetsing aan het provinciaal en gemeentelijk beleid. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit plan opgenomen ontwikkeling. 4.1.2
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel
De omgevingsvisie is het overkoepelende provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan en/of passend is binnen de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of - generieke beleidskeuzes (themagerichte artikelen met criteria waaraan (omgevings)plannen dienen te voldoen) 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven 3.
Hoe - gebiedskenmerken (conform lagenbenadering: natuurlijke laag, agrarische laag, stedelijke laag en laag van de beleving) Doorwerking in onderhavig plan: In voorliggende geval zijn in het kader van de generieke beleidskeuzes de volgende artikelen relevant: artikel 4.4 (principe van concentratie) artikel 4.5 (zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) artikel 4.9 (onderbouwing ruimtelijke kwaliteit) artikel 4.11 (kwaliteitsimpuls groene omgeving) artikel 4.14 (woonafspraken) artikel 4.55 (Nationaal Landschap Noordoost-Twente) Artikel 4.58 (instructieregels beschermingsregime Natuurnetwerk Nederland) Onderstaand worden de beleidskeuzes benoemd en beoordeeld op welke wijze in het plan hiermee rekening is gehouden. Artikel 4.4: Principe van concentratie In omgevingsplannen worden alleen de ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerrein, stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen mogelijk gemaakt als die voorzien in een lokale behoefte of in de behoefte van bijzondere doelgroepen. Beoordeling van het plan: In dit geval is sprake van een ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt op gronden die momenteel in gebruik zijn als erf. De agrarische bedrijfsactiviteiten aan de Postweg worden beëindigd en daarom wordt de voormalige bedrijfsbebouwing nu gesaneerd en de erflocatie omgezet.
Hier in de plaats mogen woningen worden gebouwd op basis van de rood voor rood-regeling en de keuze is gemaakt om deze deels aan de Postweg en deels aan de Bornsedijk 14 in Deurningen te realiseren. Op basis van de gemeentelijke woonvisie is sprake van behoefte aan toevoeging van woningen. Dit is nader uitgewerkt in paragraaf 4.1.6. Daarmee is sprake van een lokale behoefte en een goede invulling aan het principe van concentratie. Artikel 4.5 (zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) Lid 2 Omgevingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag
20
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: a. dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; b. dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Beoordeling van het plan: De locatie Postweg 19 ligt buiten bestaand stedelijk gebied. Er is sprake van herontwikkeling, waarbij bestaande agrarische bebouwing wordt gesaneerd en als tegenprestatie compensatiewoningen mogen worden gebouwd. Basis uitgangspunt is hierbij herbouw op de slooplocatie. In dit geval worden twee compensatiewoningen op de slooplocatie gebouwd; dit is ook het maximaal toelaatbare vanuit het uitgangspunt van ruimtelijke kwaliteit. Het is daarom wenselijk om het derde woonrecht elders onder te brengen en de geschikte locatie hiervoor is gevonden aan de Bornsedijk 14 in Deurningen. Dit betreft bestaand bebouwd gebied. Er zijn daarmee een aantal redenen waarom de laatste compensatiewoning op deze locatie gerealiseerd kan worden: De slooplocatie Postweg 19 is niet geschikt voor de toevoeging van 3 extra woningen. Dit doet namelijk te veel afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse, het compacte erfensemble en het nastreven van de één erf gedachte als uitgangspunt.
het derde woonrecht kan daarom verplaatst worden met voorkeur in bestaand bebouwd gebied. Locatie Bornsedijk 14 voldoet hieraan. In het totale plan is sprake van een afname van bebouwing en verharding. De ontwikkeling worden zodoende ook zorgvuldig ruimtelijk en landschappelijk ingepast door inrichtingsplannen. Er is hiermee sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik passend binnen dit artikel van de omgevingsverordening. Artikel 4.9: Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting bij omgevingsplannen wordt onderbouwd dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken, past binnen het ontwikkelingsperspectief, inzichtelijk wordt gemaakt op welke wijze toepassing wordt gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering). Beoordeling van het plan: Voor de plangebieden is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld dat gebaseerd is op de toegekende gebiedskenmerken. Deze worden later in deze paragraaf afzonderlijk behandeld en getoetst. Hiermee wordt voldaan aan de uitgangspunten voor artikel 4.9 van de verordening.
Artikel 4.11: Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving In dit artikel wordt een generieke mogelijkheid geboden om onder voorwaarden nieuwe ontwikkelingen toe te staan in de Groene Omgeving als daarvoor sociaaleconomische of maatschappelijke redenen zijn. Deze regeling wordt 'Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving' genoemd, omdat van deze nieuwe ontwikkelingen wordt verwacht dat ze een extra impuls opleveren voor investeringen in de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Beoordeling van het plan: Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (buitengebied) van de gemeente Dinkelland. De aanleiding voor deze ontwikkeling is de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties, waarbij de veehouderij aan de Postweg 19 wordt gesaneerd om een vermindering van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te bewerkstelligen. Deze sociaaleconomische of maatschappelijke meerwaarde vertaalt zich daarnaast in: Sloop van 3.888 m2 aan landschapsontsierende bebouwing; de verwijdering van overtollige erfverhardingen e.d.; Het landschappelijk inpassen van de aangepaste erflocaties; In het onderhavig geval betreft het de ontmanteling van een agrarische bedrijfslocatie aan de Postweg, sanering van de voormalige bedrijfsgebouwen en de realisatie van compensatiewoningen, twee aan de Postweg 19 en één aan de Bornsedijk 14. Dit is in Bijlage 1 nader uitgewerkt.
Met inachtneming van dit ruimtelijk kwaliteitsplan wordt voldaan aan artikel 4.11. Artikel 4.14 (woonafspraken) 1. Omgevingsplannen staan alleen toe dat nieuwe woningen worden gerealiseerd als de bouw van deze woningen past binnen de geldende woonafspraken, zoals deze zijn gemaakt door de regio en vastgelegd in bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
21
bestuurlijke afspraken tussen provincie en gemeenten. 2. Nieuwe woningen zijn nog te realiseren woningen waarvoor nog geen omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit is afgegeven. Beoordeling van het plan: Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van 3 compensatiewoningen met bijbehorende bouwwerken op basis van de rood-voor-rood-regeling. Door de sloop van landschapsontsierende bebouwing wordt het recht voor drie extra wooneenheden verkregen. De woningen voldoen aan de kwalitatieve behoefte en wordt gebouwd voor de lokale behoefte. Zoals uit paragraaf 4.1.6 blijkt is er in de gemeente Dinkelland ruimte voor het toevoegen van extra woningen. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorliggend omgevingsplan in overeenstemming is met artikel 4.14 uit de Omgevingsverordening Overijssel.
Artikel 4.55: Nationaal Landschap Noordoost-Twente Lid 1 Een omgevingsplan voorziet alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen het Nationaal Landschap Noordoost-Twente als die nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten van dat landschap. Lid 2 De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente zijn: het samenhangend complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen; de grote mate van kleinschaligheid; het groene karakter. Lid 3 Het omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt rekening is gehouden met het Ontwikkelperspectief Nationaal Landschap Noordoost-Twente en met bijlage IX van deze verordening (Nader uitgewerkte kernkwaliteiten Nationaal Landschap Noordoost-Twente) waarin de kernkwaliteiten nader zijn uitgewerkt. Beoordeling van het plan: De plannen van de eigenaren van Postweg 19 en Bornsedijk 14 brengen geen onaanvaardbare effecten voor het Nationaal Landschap Noordoost-Twente met zich mee. Juist kan het voor een versterking zorgen van de beleefbaarheid van Noordoost-Twente. Er wordt op de locatie gezorgd voor een (behoud van) diversiteit aan landschapstypen in een kleinschalige setting. De voormalige agrarische identiteit van de locatie wordt hierbij respecteerd door in een herkenbaar erfensemble te bouwen, vergezeld van passend landschappelijke ingrepen.
Bovendien wordt voldaan aan de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving en wordt het landschap, mede gelet op de (extra) investering in de ruimtelijke kwaliteit, juist versterkt.
Artikel 4.58 (instructieregels beschermingsregime Natuurnetwerk Nederland) 1. In omgevingsplannen die betrekking hebben op een gebied dat is aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN) maken geen ontwikkelingen mogelijk die leiden tot: a. aantasting van de mogelijkheden om de natuurdoelen te realiseren die voor dit gebied zijn vastgesteld in Bijlage X "Wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN", b. vermindering van het areaal van het Natuurnetwerk Nederland; en c. aantasting van de samenhang tussen onderdelen van het Natuurnetwerk Nederland. 2. Omgevingsplannen die betrekking hebben op een gebied dat is aangewezen als Bestaand worden regels opgenomen die zijn gericht op bescherming, instandhouding, verbetering en duurzame ontwikkeling van de natuurdoelen zoals vastgesteld in Bijlage X "Wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN". 3. In omgevingsplannen die betrekking hebben op een gebied dat is aangewezen als Te realiseren natuur NNN worden - zolang de gronden nog niet zijn aangekocht of afgewaardeerd naar natuur - regels opgenomen die ook gericht zijn op bescherming, instandhouding, verbetering en duurzame ontwikkeling van de aanwezige natuurwaarden. 4. In afwijking van de instructieregels in het eerste en derde lid geldt binnen gebieden die zijn aangewezen als Te realiseren geen plicht om rechten en ontwikkelingsmogelijkheden te beperken voor zover: a.
het gaat om rechten en ontwikkelingsmogelijkheden van bestaande functies zoals die zijn vastgelegd in een geldend omgevingsplan; en 22
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
b. deze gronden nog niet zijn aangekocht voor het realiseren van het Natuurnetwerk Nederland of nog geen functiewijziging heeft plaatsgevonden naar natuur door de eigenaar zelf. Beoordeling van het plan: De locatie Bornsedijk 14 is ook deels aangemerkt als Natuurnetwerk Nederland. Binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) staan in Overijssel de kwaliteitsambities Natuur als ruggengraat en Continu en Beleefbaar watersysteem voorop. Behoud en versterking van de natuurkwaliteit staat centraal binnen de bestaande natuur van het natuurnetwerk. Voor initiatieven die niet passen binnen de doelstelling van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is binnen het natuurnetwerk geen ruimte. Er zijn afwijkingsmogelijkheden waarbij de provincie de zogenaamde NNN-spelregels hanteert. Voorwaarde is wel dat initiatieven actief bijdragen aan realisatie van het robuuste en samenhangende netwerk van gebieden met natuur-, water- en landschappelijke kwaliteit. Voor wat betreft het Natuurnetwerk Nederland worden bestaande groenstructuren qua omvang in stand gehouden en versterkt. In het huidig aangeduid gebied komt tuinbeplanting voor die geen meerwaarde vormen voor het natuurnetwerk Nederland. Daarom wordt de betreffende beplanting verwijderd, waardevolle soorten behouden en wordt de singel aangevuld met bosplantsoen passend in dit gebied.
Het plan wordt in samenhang met de aanwezige natuur gerealiseerd en er worden tegenpresaties geleverd om de kwaliteit van natuur te verbeteren. Het plan van initiatiefnemer doet geen afbreuk aan het karakter van het gebied. Ontwikkelingsperspectieven (waar) Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. Voor het voorliggende plan is voor beide planlocaties het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' van toepassing.
Afbeelding 4.1: ontwikkelingsperspectief, Postweg in rood aangeduid (bron: overijssel.tercera-ro.nl)
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
23
Afbeelding 4.2: ontwikkelingsperspectief, Bornsedijk in rood aangeduid (bron: overijssel.tercera-ro.nl) Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden - net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven - de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem. Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt.
De ontwikkeling van de woonfunctie binnen dit ontwikkelingsperspectief is mogelijk met inachtneming van Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving.Het omvormen van de agrarische bedrijfsfunctie naar een reguliere woonfunctie na beeindiging van het agrarisch bedrijf is een passende activiteit in het mixlandschap. Eén van de compensatie woonrechten wordt verplaatst naar de Bornsedijk 14 in Deurningen. Ook het toevoegen van een extra woning binnen dit mixlandschap is passend binnen het ontwikkelingsperspectief. Natuurnetwerk Nederland De locatie Bornsedijk 14 is ook deels aangemerkt als Natuurnetwerk Nederland. Binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) staan in Overijssel de kwaliteitsambities Natuur als ruggengraat en Continu en Beleefbaar watersysteem voorop. Behoud en versterking van de natuurkwaliteit staat centraal binnen de bestaande natuur van het natuurnetwerk. Voor initiatieven die niet passen binnen de doelstelling van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is binnen het natuurnetwerk geen ruimte. Er zijn afwijkingsmogelijkheden waarbij de provincie de zogenaamde NNN-spelregels hanteert. Voorwaarde is wel dat initiatieven actief bijdragen aan realisatie van het robuuste en samenhangende netwerk van gebieden met natuur-, water- en landschappelijke kwaliteit. Voor wat betreft het Natuurnetwerk Nederland is in de generieke beleidskeuzes reeds een verantwoording gegeven.
Het plan wordt in samenhang met de aanwezige natuur gerealiseerd en er worden tegenpresaties geleverd om de kwaliteit van natuur te verbeteren. Het plan van initiatiefnemer doet geen afbreuk aan het karakter van het gebied. De voorgenomen ontwikkeling past goed bij de gestelde ambities. Gebiedskenmerken (hoe)
24
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De kwaliteitsopgaven en -voorwaarden op basis van gebiedskenmerken kunnen te maken hebben met landschappelijke -inpassing, infrastructuur,- milieuaspecten, bodemaspecten, cultuurhistorie, toeristische en recreatieve aantrekkingskracht, natuur, water, etc. De gebiedskenmerken zijn over het algemeen richtinggevend of inspirerend. De provincie onderscheidt de volgende vier lagen: 1. 2. 3. 4.
Natuurlijke laag. Laag van het agrarisch cultuurlandschap. Stedelijke laag. Laag van de beleving.
Natuurlijke laag De natuurlijke laag is aanvankelijk ontstaan zonder toedoen van de mens door onder andere invloeden van abiotische processen als de ijstijden, de wind en water. De locaties zijn gelegen in gebieden met overgangen van dekzandvlakte en ruggen naar beekdalen en natte laagtes. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat. Soms vlak bij elkaar, soms ver van elkaar verwijderd. Daardoor is er sprake van hoogteverschillen. In de jaren zijn hoogteverschillen geërodeerd door de wind. Kenmerkend reliëf is op veel plaatsen vervlakt, b.v. door egalisaties ten behoeve van de landbouw.
Afbeelding 4.3: uitsnede natuurlijke laag, Postweg in dekzandgebied (bron: provincie Overijssel)
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
25
Afbeelding 4.4: uitsnedenatuurlijke laag, Bornsedijk in overgang beekdal en dekzandgebied (bron: provincie Overijssel) Laag van cultuurlandschap Door menselijk ingrijpen in de natuurlijke omstandigheden ontstaat er een (agrarisch) cultuurlandschap. Het landschap werd functioneel ingericht waarbij men nooit heeft nagedacht over de schoonheid ervan.
Afbeelding 4.5: uitsnede laag van cultuurlandschap, Bornsedijk in oude hoevenlandschap (bron: provincie Overijssel)
26
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
Afbeelding 4.6: uitsnede laag van cultuurlandschap, Postweg in het maten en flierenlandschap (bron: provincie Overijssel) Nu waarderen wij juist de ingrepen van destijds. De eerste nederzettingen in Nederland werden gesticht op de rand van de hogere stuwwallen en dekzandruggen naar de overgang met de lagere gronden. De akkers op de hogere gronden werden intensief gebruikt en bemest met heideplaggen uit het voormalige potstal systeem. De heideplaggen kwamen van de grootschalige open heidecomplexen die pas laat zijn ontgonnen door - in eerste instantie - gebrek aan kennis. De open essen en eenmansesjes kwamen door het potstalsysteem hoger in het landschap te liggen met veelal scherpe randen. Al dan niet werden randen van de es beplant met houtsingels (steilrand beplanting) of houtwallen met een - langs de randen van de es - kleinschaliger landschap tot gevolg. Afhankelijk van de grootte van de es werden meerdere boerderijen rondom een es gebouwd zoals dit het geval is rondom het plangebied. Bij de essen en kampenlandschap is er vaak sprake van grillige wegenpatronen met een aaneenschakeling van landschapselementen rondom de kampen of essen en verspreid liggende erven. De planlocatie aan de Postweg is gelegen op de overgang van het lager gelegen maten en flierenlandschap naar het grootschalige essenlandschap met ten westen het ontginningslandschap.
Deze drie landschapen waren functioneel met elkaar verbonden. De akkers werden vruchtbaar gehouden met de plaggen van het heideveld die vervolgens met mest werden vermengd. Het water uit de lager gelegen beekdalen voorzag de akkers en het vee van water. Echter, door de jaren heen heeft het matenlandschap, mede door functionaliteit, de kenmerken gekregen van het ontginningslandschap. Het plangebied aan de Bornsedijk ligt in een van vroeger uit nat heidegebied, dat in de loop van de tijd is ontgonnen en derhalve onder het ontginningslandschap wordt geschaard. In de directe omgeving gaat het landschap over naar het matenlandschap en het kampenlandschap. Het betreft laaggelegen kleinschalig landschap dat zich langs de beken, in de natuurlijke laagten heeft ontwikkeld. Langs de ontwateringssloten haaks op de beek werd vaak hakhout aangeplant. Langs de ontwateringssloten haaks op de beek werd vaak hakhout aangeplant dat tevens diende als scheiding tussen de percelen voor de beweiding. Rond de beek ontstond een lineair landschap, met daaromheen in de natte laagtes een matenlandschap. Kleinschalig landschap langs beken en in laagten met veel variatie in ruimtelijke opbouw: de open ruimte van de watergang, de coulissen van hakhoutstruweel, de open kamers van de hooien weilanden, met hier en daar een broekbos op de nattere plekken.
Vloeivelden maakten onderdeel uit van het bemestingssysteem. Het Maten- en Flierenlandschap is veelal de contramal van het essenlandschap en het oude hoevenlandschap en was daar functioneel aan verbonden. De ontwikkeling moet bijdragen aan de herkenning van het landschap. De mate van herstel is afhankelijk van meerdere factoren. In beginsel moet ervoor gezorgd worden dat het bestaande behouden blijft en dat erven op een juiste manier ingepast zijn en blijven. Laag van de beleving en stedelijke laag De plangebieden hebben voor wat betreft de laag van de beleving en de stedelijke laag geen specifieke bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
27
kenmerken toegewezen gekregen, die voor voorliggende ontwikkeling relevant zijn. Daarom blijft een verdere toetsing aan deze lagen buiten beschouwing. Conclusie Het in Bijlage 1 opgenomen ruimtelijk kwaliteitsplan is gebaseerd om de toegekende ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken. Met inachtneming hiervan wordt geconcludeerd dat de in dit voorliggende omgevingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid. 4.1.3
MijnOmgevingsvisie Dinkelland
De gemeente Dinkelland beschikt over een omgevingsvisie. MijnOmgevingsvisie Dinkelland gaat over de toekomst van de leefomgeving; de visie van samenleving én gemeente. Hierin bouwt men verder op de basis die al in proces van MijnDorp gelegd is. De visie gaat namelijk over leefbaarheid van de kernen én over het buitengebied , gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. De visie geeft aan hoe de gemeente, samenleving en gemeenteraad, willen sturen; wat men wil behouden, versterken en ontwikkelen. Door inbreng van de samenleving is MijnOmgevingsvisie van ons allemaal! MijnOmgevingsvisie gaat in op: 1. 2. 3. 4.
de uitdagingen die op de gemeente afkomen (het verhaal achter de speerpunten); hoe men daarop kan inspelen (speerpunten); hoe plannen die bewoners of ondernemers inbrengen worden afgewogen (stappenplan); welke waarden daarbij belangrijk zijn (waardenkaart).
Mijn Omgevingsvisie gaat uit van vier kernprincipes. Kernprincipes zijn manieren van werken; werkwijzen die altijd gelden. Als keuzes worden gemaakt, als plannen worden gemaakt en gewoon als we wonen, leven, ondernemen of verblijven past men de kernprincipes toe. De vier kernprincipes zijn: We doen het samen; We geven het goed voorbeeld; We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. We wentelen niet af op volgende generaties. Speerpunten In de omgevingsvisie zijn speerpunten opgenomen op verschillende thema's. In voorliggend geval is gezien de ontwikkeling met name het thema's 'Aantrekkelijk wonen' en 'Toekomstgerichte agrarische sector' van belang. Goede staat van landschap en natuur De landschapskwaliteiten van Noordoost-Twente, dus ook van Dinkelland, willen we behouden en ontwikkelen. Het landschap is gevormd door natuur en mens; de inwoners, hun cultuur en het gebruik van het gebied hebben ons landschap uiteindelijk bepaald. En dat gebeurt nog steeds. Hierin zien wij de volgende uitdagingen en wij willen ons als partner sterk maken voor: behouden en versterken van het veelzijdige cultuurlandschap; versterken van de biodiversiteit; behoud van natuur en landgoederen. Buitengebied in balans De gemeente wil een economisch sterk buitengebied met veel verschillende functies waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen.
Het Twentse landschap is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis. Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied van Dinkelland komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. In het buitengebied van de gemeente is er landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. Er wordt gestreefd naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van 28
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit doet de gemeente samen met haar inwoners, haar partners en de gebruikers. De speerpunten voor het buitengebied zijn: toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd; goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij we samenwerking zoeken met de landbouw; kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. In afbeelding 4.7 is een uitsnede van de bijbehorende Waardenkaart weergegeven. De beiden planlocaties zijn aangeduid, locatie Postweg ligt in de zone 'gericht op ontwikkeling door lage waarde en hoge dynamiek'. Het plangebied Bornsedijk ligt in een gebied dat gericht is op beperkte ontwikkeling door gemiddelde waarde en dynamiek.
afbeelding 4.7: Uitsnede waardenkaart, planlocaties in blauw omcirkeld (bron: Gemeente Dinkelland) Beoordeling van de plannen: De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit het slopen van landschapsontsierende bebouwing aan de Postweg 19 in Saasveld, waarbij de agrarische bestemming wordt omgezet naar een woonbestemming. Tevens wordt op het erf twee compensatiewoningen en worden bijbehorende bouwwerken gerealiseerd. Eén compensatierecht wordt verplaatst naar de locatie Bornsedijk 14 in Deurningen. Door middel van een ruimtelijk kwaliteitsplan (Bijlage 1 ruimtelijk kwaliteitsplan) worden de plandelen landschappelijk ingepast. Hiermee wordt het verval en de verkrotting van het karakteristieke erven voorkomen en bijgedragen aan het behoud en het versterken van de identiteit van het landschap. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse van de Postweg fors versterkt. Aan de Bornsedijk is daarbij een locatie gelegen waar het toevoegen van een woning niet op onoverkomenlijke bezwaren stuit. Verder wordt er met de woonfunctie ter plaatse op een positieve wijze bijgedragen aan de leefbaarheid van het buitengebied. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland'. 4.1.4
Buitengebied met kwaliteit
Op 25 januari 2022 is de beleidsregel 'Buitengebied met kwaliteit' vastgesteld door de raad van de gemeente Dinkelland. Dit beleidsstuk bundelt en vervangt diverse beleidsregelingen zoals bijvoorbeeld Rood voor Rood, Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, Schuur voor Schuur, de Nota verblijfsrecreatie en het VAB+ beleid. Op 25 maart 2025 is het beleid geactualiseerd met aanvullende mogelijkheden voor karakteristieke bebouwing en kaders verblijfsrecreatie. Het doel van deze beleidsregel is meervoudig. Enerzijds is deze beleidsregeling bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel van deze beleidsregeling om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Postweg 19 Saasveld en Bornsedijk 14 Deurningen
29
Op 25 maart 2025 is het beleid geactualiseerd met aanvullende mogelijkheden voor karakteristieke bebouwing en de verwerking van kaders voor verblijfsrecreatie in de notitie. De volgende passages uit het beleid zijn relevant: 3.1 Uitbreiden woning 3.5 Extra woningen (Rood voor Rood) 4.7.1 Functiewijziging ‘Agrarisch bedrijf’ naar ‘Wonen’ De relevante artikelen worden onderstaand stapsgewijs gehandeld. 3.1 Uitbreiden woning Voor het uitbreiden van de inhoud van een woning (hoofdgebouw met eventuele aan- en uitbouwen) met meer m3 binnen de functie ‘Wonen’, gelden de volgende voorwaarden: 1. Extra m3 wordt uitsluitend toegestaan indien binnen de gemeente Dinkelland of Tubbergen landschap ontsierende gebouwen worden gesloopt. Hierbij geldt de volgende bouw-/sloopverhouding:
2. De woning kan met maximaal 1.000 m3 worden vergroot; 3. Alleen legaal opgerichte gebouwen kunnen worden ingezet, of aangetoond moet worden dat de gebouwen vóór 1998 aanwezig waren; 4. Landschap ontsierende veldschuren komen ook in aanmerking voor deze regeling; 5. Gebouwen moeten in het geheel worden gesloopt, inclusief funderingen en eventuele (mest)kelders; 6. Alleen volledige gebouwen kunnen worden ingezet en niet gedeeltes van gebouwen en/of (grotendeels) ingestorte gebouwen. De gemeente bepaalt of een niet-volledig gebouw kan worden ingezet voor deze regeling; 7. Karakteristieke gebouwen en monumentale gebouwen kunnen niet worden ingezet voor sloop en worden ingepast in de nieuwe erfopzet; 8. De planologische bouwmogelijkheden op alle betrokken locaties worden aangepast aan de nieuwe situatie. Dit betekent onder andere dat de resterende bebouwing na sloop op de slooplocatie(s) beschouwd wordt als de maximaal toegestane oppervlakte aan bebouwing op het betreffende perceel. 3.5 Extra woningen (Rood voor Rood) Voor het toestaan van extra woningen binnen de functie ‘Wonen’ gelden de volgende voorwaarden: 1. Een extra woning wordt uitsluitend toegestaan indien sprake is van een kwaliteitsimpuls in de vorm van de sloop van landschapsontsierende gebouwen binnen de gemeente Dinkelland en Tubbergen.