TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Rossum Noord 2_Bijlagen toelichting_Bijlage 10 Onderzoek lichthinder
Tekst van het document
NOTITIE Datum: Ons kenmerk: Project: Betreft:
30 april 2025 26-12762.N01.V02 Zienswijzen lichthinder Rossum Noord Reactie op de zienswijzen
Ten behoeve van: BJZ.nu B.V. Ter attentie van: J. Letteboer Opgesteld door:
1
ing. J. Bruinsma / ing. B.H. Willighagen
REACTIE ZIENSWIJZEN Door BJZ.nu is een TAM-omgevingsplan Rossum Noord 2 opgesteld voor de realisatie van 36 woningen nabij de Reuvenkamp te Rossum. Hiertegen zijn zienswijzen ingediend met betrekking tot lichthinder. De zienswijzen zijn, zover relevant met betrekking tot lichthinder, hieronder weergegeven. Gezamenlijke zienswijze bewoners Reuvenkamp 9/11/13/15
Zienswijze Hooimaat 10
De situatie is globaal weergegeven in de volgende figuur.
14 parkeerplaatsen
Weg parallel aan Hooimaat
Figuur 1 Weergave plan Reactie Voor lichthinder van koplampen is geen wet- en regelgeving aanwezig. De parkeerplaatsen worden met name gebruikt door de bewoners van de nieuwe woningen en bezoekers die van de 14 parkeerplaatsen de openbare weg opdraaien en richting het zuiden rijden. Voor aankomende voertuigen wordt vanuit de woningen niet tegen de koplampen aangekeken. Verwacht wordt dat plan circa 130 aankomende en 130 vertrekkende auto’s per etmaal genereert verdeeld over de twee ontsluitingswegen. Alleen tijdens duisternis vertrekkende voertuigen zouden kunnen zorgen voor schijnsel tegen de bestaande woningen. Voor de locatie aan de zijde van Reuvenkamp en nieuwe aangrenzende straat (parallel aan de Hooimaat) en op de hoek van de Hooimaat kan overwogen worden om een bladhoudende afscheiding te realiseren. Deze situatie is weergegeven in de volgende figuur.
26-12762.N01.V02 / 30 april 2025
2
Bladhoudende afscheiding
Figuur 2 Weergave en ligging bladhoudende afscheiding en richting van de koplampen (zwarte pijlen) Indien de bladhoudende afscheiding minimaal 1,25 meter hoog wordt uitgevoerd, wordt verwacht dat het direct schijnen van de koplampen, en daarmee de lichthinder, op de woningen voor de maatgevende positie (zitpositie op begane grond) sterk wordt beperkt. Een andere of aanvullende manier om het directe zicht op de koplampen te ontnemen is door beplanting in de tuinen op te nemen van de woningen. Overwogen kan worden om aan omwonenden dergelijke beplanting aan te bieden. Op deze wijze wordt lichthinder zoveel als mogelijk voorkomen of beperkt. In een bebouwde omgeving is het onvermijdelijk dat, tijdens duisternis, lichtschijnsel van koplampen op woningen valt. Door – waar redelijkerwijs mogelijk – afschermende beplanting te plaatsen of aan omwonenden aan te bieden, wordt eventuele hinder zoveel als mogelijk voorkomen. Enige hinder zal in een bebouwde omgeving echter moeten worden geaccepteerd. Het gaat dan echter, ook gelet op de beperkte omvang van het plan en het beperkte aantal voertuigbewegingen in de duisternis, niet meer om onevenredige overlast.
26-12762.N01.V02 / 30 april 2025
3