TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Rossum Noord 2_Bijlagen toelichting_Bijlage 6 Quickscan natuurwaardenonderzoek
Tekst van het document
Amfibieën Door het uitvoeren van grondverzet, het herstellen van de sloot en het verwijderen van opgeslagen materialen, strooisel en bladeren wordt mogelijk een algemene amfibie gedood en wordt mogelijk een (winter)rustplaats beschadigd of vernield. Voor de beschermde amfibieën, waarvan mogelijk de (winter)rustplaatsen negatief worden beïnvloed geldt (met uitzondering van poelkikker) een vrijstelling van de verbodsbepaling `beschadigen/vernielen van voortplantings- en rustplaats’. Voor het opzettelijk doden van beschermde amfibieën geldt echter geen vrijstelling. Om te voorkomen dat beschermde amfibieën opzettelijk gedood worden, dienen ze weggevangen te worden (en elders losgelaten), of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden, zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit van de Omgevingswet vereist. Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde amfibieën verstoord of gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot overtreding van een verbodsbepaling. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet.
Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Geen beschermde amfibieën opzettelijk doden (zorgvuldig werken, wegvangen of werkterrein natuurvrij maken); Vlinders Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden wordt geen beschermde vlinder gedood en wordt geen ei of pop beschadigd of vernield. Rode-lijstsoorten Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot een afname van de Rode-lijstsoorten op populatieniveau. Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Geen overtreding van een verbodsbepaling;
26
HOOFDSTUK 7
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
7.1 aanleiding en doel In opdracht van Erfontwikkelaar heeft Natuurbank Overijssel onderzoek gedaan naar de consequenties van de geldende natuurwet- en regelgeving voor de voorgenomen activiteiten. De ontwikkeling kan alleen doorgaan als deze niet in strijd is met de natuurwetgeving, of als de benodigde vergunningen en/of ontheffingen kunnen worden verleend. Relevante natuurwet- en regelgeving Voor de toetsing van het voornemen is de volgende natuurwet- en regelgeving van toepassing: Omgevingswet: • Gebiedsbescherming - Natura 2000 • Soortenbescherming Provinciaal beschermde gebieden: • Natuurnetwerk Nederland • Leefgebied weidevogels 7.2 Conclusies toetsing Gebiedsbescherming Het plangebied behoort niet tot Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het NNN (geen externe werking). Gelet op de aard van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied, is een negatief effect op Natura 2000-gebied als gevolg van de emissie van stikstofoxiden niet aannemelijk. Indien men juridische zekerheid wil verschaffen, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden. Overige negatieve effecten kunnen met zekerheid worden uitgesloten.
Soortenbescherming De voorgenomen ontwikkeling heeft negatieve gevolgen voor verschillende beschermde diersoorten. Als gevolg van het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk beschermde dieren gedood en gaan voortplantings- en rustplaatsen verloren. Met uitzondering van buizerd, steenuil en veldspitsmuis, kunnen de werkzaamheden uitgevoerd worden overeenkomstig wet- en regelgeving voor beschermde soorten. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan het effect op de nestplaats van buizerds, steenuilen en veldspitsmuizen niet bepaald worden. Om de wettelijke consequenties voor beschermde soorten volledig in beeld te brengen dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden naar de betekenis van het plangebied voor buizerds, steenuilen en veldspitsmuizen. Conclusies van toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden samengevat: • Geen beschermde grondgebonden zoogdieren of amfibieën opzettelijk doden (zorgvuldig werken, wegvangen of werkterrein natuurvrij maken); • Nader onderzoek uitvoeren naar de functie van het plangebied voor steenuil; • Nader onderzoek uitvoeren naar de functie van het plangebied voor veldspitsmuis; • Nader onderzoek uitvoeren naar de verspreiding van nestelende buizerds in de directe omgeving van het plangebied
27
7.3 Aanbevelingen en kansen biodiversiteit De ecologen van Natuurbank Overijssel kijken verder dan de aanwezigheid van strikt beschermde soorten. Vanuit het motto ‘meer biodiversiteit achterlaten dan je aantreft’ signaleren we kansen voor dit project om bij te dragen aan het herstel van biodiversiteit. Hieronder geven we op beknopte wijze enkele kansen aan. Wij bespreken deze voorstellen graag met u en werken desgewenst de praktische aspecten verder uit. Voor dit project liggen er mogelijkheden voor biodiversiteitsherstel door: 1. Ecologisch werkprotocol Het opstellen van een ecologisch werkprotocol. In deze notitie wordt concreet aangegeven op welke wijze de voorgenomen werkzaamheden uitgevoerd dienen te worden om overtreding van een verbodsbepaling te voorkomen. Kennis van de ecologie van soorten is cruciaal om de juiste maatregelen, in de juiste tijd van het jaar uit te voeren. 2. Het opstellen van een concreet ecologisch beheer- en/of inrichtingsplan Er kan bijvoorbeeld een concreet ecologisch beheer- en/of inrichtingsplan opgesteld worden gericht op verhoging van de bloemrijkdom voor bijen. Hierbij sluiten we zo veel mogelijk aan op de (toekomstige) situatie in uw projectgebied, gemeentelijk natuurbeleid en regionale doelsoorten en potenties. Biodiversiteit vraagt om maatwerk en ieder project is anders. In een plan nemen we de best passende maatregelen op.
Voorbeelden van potentiële maatregelen zijn: • Het vergroten van de diversiteit aan leefgebied voor planten en dieren door via aanplant of beheer te zorgen voor verschillende biotooptypen (water, oevers, kruidenvegetatie, struweel, bomen, bos) en geleidelijke overgangen hiertussen. • Het versterken van populaties door te voorzien in nestkasten en/of verblijfplaatsen (bijvoorbeeld vogels en vleermuizen), wanneer blijkt dat nestgelegenheid een beperkende factor is. • Het vergroten en versterken van leefgebieden voor planten en dieren door ecologisch beheer van (openbaar) groen, bijvoorbeeld door het beheer van grasvegetaties af te stemmen op bloemrijkdom en insecten. • Het verbinden van leefgebieden door het aanbrengen of herstellen van lijnvormige landschapselementen (houtwallen, singels, hagen, sloten) of het realiseren van andere ontsnipperingsmaatregelen (bijvoorbeeld faunapassage). • Het versterken van leefgebied en migratiezones door het aanbrengen van natuurlijke elementen als takkenrillen, dood hout, of stenige elementen. • Het beperken van verstoring door bijvoorbeeld verlichting of geluid. • Het terugdringen van overwoekerende en/of invasieve plantensoorten met negatieve effecten op biodiversiteit en de mens (bijvoorbeeld Japanse duizendknoop, reuzenberenklauw).
28
In onderstaande tabel worden de wettelijke consequenties samengevat weergegeven. Soortgroep
Functie
Grondgebonden zoogdieren
Foerageergebied
Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren
Foerageergebied
Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren Vogels
Voortplantings- en rustplaats Doden van dieren
Vogels
Vogels Vleermuizen
Bezette nesten (niet jaarrond beschermd) Jaarrond beschermde nest- en rustplaats Doden van dieren Verblijfplaats
Vleermuizen
Voortplantings- en rustplaats
Aandachtspunt Geen
Nader onderzoek
Diverse soorten, uitgezonderd veldspitsmuis veldspitsmuis
Niet van toepassing; vrijstelling van Geen verbodsbepaling Art. 11.54 lid 1b Bal
Nader onderzoek
Diverse soorten
Art. 11.54 lid 1a Bal
Geen
Diverse soorten, incl. Art. 11.37 lid 1b Bal steenuil Diverse soorten Art. 11.37 lid 1b Bal
Nader onderzoek
Steenuil, buizerd
Art. 11.37 lid 1b Bal
Nader onderzoek
Vleermuizen
Vliegroute
Onbekend
Vleermuizen Amfibieën
Doden van dieren Foerageergebied
Diverse soorten Diverse soorten
Art. 11.37 lid 1b Bal Niet van toepassing, functie wordt niet aangetast Niet van toepassing, functie wordt niet aangetast Niet van toepassing, functie wordt niet aangetast Niet van toepassing Niet van toepassing; functie is niet beschermd
Geen Geen
Foerageergebied
Diverse soorten Mogelijk diverse soorten Diverse soorten
Amfibieën
Voortplantings- en rustplaats Doden van dieren Alle functies Dieren en overige functies
Diverse soorten
Niet van toepassing; vrijstelling van verbodsbepaling Art. 11.54 lid 1a Bal Niet van toepassing Niet van toepassing
Geen
Vogels
Amfibieën Vlinders Overige soorten
Foerageergebied
Beschermde soorten Verbodsbepalingen planlocatie Diverse soorten, Niet van toepassing; functie is niet uitgezonderd beschermd veldspitsmuis veldspitsmuis Art. 11.54 lid 1a Bal
Diverse soorten Niet aanwezig Niet aanwezig
Geen
Geen Geen Geen Geen
Geen Geen Geen
Samenvatting van de wettelijke consequenties. Soortgroep
Ja
Ja
n.v.t.
Essentieel foerageergebied Nee
Ja
Ja
n.v.t.
Nee
Ja
Vleermuizen
Mogelijk
Mogelijk
Nee
Nee
Nee
Amfibieën Vlinders
Ja Nee
Nee Nee
n.v.t. n.v.t.
Nee Nee
Nee Nee
Grondgebonden zoogdieren Vogels
Rustplaats
Voortplantingsplaats
Vliegroute (vleermuizen)
Wettelijke consequenties Ja
Nader Omgevingsvergunning onderzoek flora- en faunavereist activiteit vereist Ja Mogelijk (veldspitsmuis) Ja (steenuil, Mogelijk buizerd) Nee Nee Nee Nee
Nee Nee
29
Bijlagen Bijlage 1. De natuurkalender (indicatie voor het uitvoeren van werkzaamheden het kader van de zorgplicht) Bijlage 2. Toelichting Omgevingswet flora- en fauna-activiteit Bijlage 3. Fotorapportage Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen: Bijlage 5. Jaarrond beschermde vogelnesten in Overijssel
30
Bijlage 2 Toelichting Omgevingswet flora- en fauna-activiteit Drie beschermingsregimes De Omgevingswet kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of Omgevingsvergunning. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een Omgevingsvergunning moet aan drie criteria zijn voldaan: -
-
Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.
Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Soortenbescherming en het ‘nee, tenzij principe’ De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Omgevingswet sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. In het Besluit activiteit leefomgeving is het als volgt verwoord: Voor flora- en fauna-activiteiten houdt deze plicht in ieder geval in dat: a. voorafgaand aan het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid op de locatie waar de activiteit wordt verricht of in de directe nabijheid van die locatie van: 1°.
Van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn, en niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van die richtlijn; 2°. Van nature in Nederland in het wild levende dieren of planten van soorten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de habitatrichtlijn; 3°. Dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IX of in de rode lijsten, bedoeld in artikel 2.19, vierde lid, onder a, onder 4°, van de wet; en 4°. Voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats; b. als deze aanwijzingen er zijn: wordt vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor dieren van die soorten, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; c. als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten: wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor dieren van die soorten, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; 31
d. alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om die nadelige gevolgen te voorkomen; e. tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben; en f. het verrichten van de activiteit wordt gestaakt als de nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen, of, als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, passende herstelmaatregelen worden getroffen. Vrijstelling regelgeving Onder de Omgevingswet is niet altijd een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van tevoren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. Ook zijn voor beschermde soorten andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening.
Welke soorten zijn beschermd? De Omgevingswet kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. 3. Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ (Nationaal beschermde soorten) waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Art. 11.37 Bal Art. 11.37 lid 1a. Het is verboden opzettelijk in het wild levende vogels te doden en vangen.
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Art. 11.46. Bal art. 11.46 lid 1a. Het verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
Beschermingsregime andere soorten. Art. 11.54 Bal Art. 11.54 lid 1a. Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
art. 11.37 lid 1b. Het is verboden opzettelijk nesten en eieren te vernielen en te beschadigen
Art. 11.46 lid 1d. Het is verboden de Art. 11.54 lid 1b. Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
art. 11.37 lid 1b. Het is verboden opzettelijk eieren te rapen of bij zich te hebben
art. 11.46 lid 1 Bal. Het is verboden eieren niet van toepassing van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
Art. 11.37 lid d. Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Art. 11.46 lid 1b. Het is verboden dieren niet van toepassing opzettelijk te verstoren.
niet van toepassing
Art. 11.46 lid e. Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art. 11.54 lid c. Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Verbodsbepalingen omgevingswet
32
Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden is het toegestaan om van de onderstaande soorten de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het opzettelijk ‘doden’ van onderstaande soorten is in sommige provincies eveneens toegestaan. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: -
De ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; Het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer.
33
Overzicht algemene vrijstellingen soorten per provincie 01-10-2025, bron: Natuurinclusief.
34
Legenda ‘Overzicht algemene vrijstelling soorten per provincie’, bron: Natuurinclusief.
35
Bijlage 3. Fotorapportage
36
Bijlage 3. Geraadpleegde bronnen:
37
https://www.verspreidingsatlas.nl https://www.natura2000.nl https://www.atlasleefomgeving.nl https://www.calculator.aerius.nl https://www.ndff.nl https://www.natuurinclusief.nl https://www.vogelbescherming.nl https://www.bij12.nl https://www.zoogdiervereniging.nl https://www.ravon.nl https://www.topotijdreis.nl https://www.vlinderstichting.nl
Kennisdocument Steenuil. Eigen uitgave BJ12. Versie 1.0, juli 2027 Kennisdocument Buizerd. Eigen uitgave BIJ12. Versie 1.0, juli 2017
38
Bijlage 4. Jaarrond beschermde vogelnesten in Overijssel
Vogels met jaarrond beschermde nesten in Overijssel, bron: Natuurinclusief.
39