TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Rossum Noord 2_Bijlagen toelichting_Bijlage 7 Bodemonderzoek
Tekst van het document
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-bm.nl email info@sigma-bm.nl
september ’23
Onderwerp:
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Reuvenkamp t.o. nr. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum
Projectnummer:
23-M10852
Opdrachtgever:
BJZ.nu
Datum:
11 september 2023
0
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Reuvenkamp t.o. nr. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum
onderwerp
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Reuvenkamp t.o. nr. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum
datum
11 september 2023
projectnummer
23-M10852
in opdracht van
BJZ.nu Twentepoort Oost 16 7609 RG Almelo
uitgevoerd door
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-ENISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Geo- & Milieutechniek B.V..
september ’23
1
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Reuvenkamp t.o. nr. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum
Inhoudsopgave 1
2
INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1
Algemeen................................................................................................................................. 3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3
1.3
Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3
1.4
Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4
1.5
Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4
VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 12
3.1 Uitvoering van het veldonderzoek ............................................................................................. 13 3.2 Resultaten van het veldonderzoek ............................................................................................ 14 4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 16 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 16
4.2
Toetsingscriteria .................................................................................................................... 17
4.3
Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 18
4.3.1
Grond en grondwater ......................................................................................................... 18
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 23
6
LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 27
7
COLOFON ...................................................................................................................................... 28
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:1.000) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring
september ’23
2
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Reuvenkamp t.o. nr. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van BJZ.nu is in augustus 2023 door Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op de Reuvenkamp t.o. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum (gemeente Dinkelland). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.
De veldwerkzaamheden van Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt een geplande herontwikkeling en geplande woningbouw op de onderzoekslocatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
september ’23
3
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Reuvenkamp t.o. nr. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum
1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek, (hoofdstuk 2) veldonderzoek, (hoofdstuk 3) chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
september ’23
4
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Reuvenkamp t.o. nr. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek
Eigendomssituatie
B 0
C
D
✓
✓
✓
✓
Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
F
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie
E
G
A 0
✓ ✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0 ✓
✓
Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte deel van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2.
september ’23
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Reuvenkamp t.o. nr. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande herontwikkeling en woningbouw op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Dinkelland (via email d.d. 08-06-2023); • omgevingsrapportage Overijssel • informatie van Bodemloket.nl; • Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.
tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (onbebouwde deel plangebied) Algemene omschrijving
Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -
september ’23
Reuvenkamp t.o. 15, perceel sectie Q nr. 1087 (ged.) Rossum Dinkelland Zie bijlage 1 X = 259,374 Y= 486,233 Gemeente Weerselo, perceel sectie Q nr. 1087 (ged.) Niet nagegaan. Ca. 22.790 m2 De onderzoekslocatie betreft een deel van het perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 gelegen aan de Reuvenkamp, tegenover nr. 15, te Rossum. Het onderzoeksgebied is onbebouwd, onverhard en word gebruikt als (agrarisch) perceel. Centraal op de locatie loopt van zuidwest naar noordoost een sloot. De slootbodem/waterbodem en de het slib in de sloten/greppels is in dit onderzoek niet onderzocht. De opdrachtgever is voornemens om een herontwikkeling en nieuwbouw van woningen te realiseren op de onderzoekslocatie. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. De onderzoekslocatie is onbebouwd. De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, word momenteel gebruikt (agrarisch) perceel. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "lage trefkans". Herontwikkeling van de onderzoekslocatie en nieuwbouw van woningen.
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Reuvenkamp t.o. nr. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum
bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op Op basis van de topografische kaarten is op de basis van onderzoekslocatie tot heden geen bebouwing te herkennen. topografische kaarten, Topotijdreis) Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op basis van de topografische kaarten is er tot heden geen basis van bebouwing te herkennen. topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden toekomstig zich voornamelijk agrarische percelen en een woonwijk ten zuiden van de locatie. Aan de Noord-westzijde grenst de locatie aan een agrarisch perceel; Aan de Oostzijde grenst de locatie aan een agrarisch perceel; Aan de zuidzijde van de onderzoekslocatie bevinden zich een woonwijk;
september ’23
Geen.
Geen.
Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Reuvenkamp t.o. nr. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik
Het onderzoeksgebied is onbebouwd, onverhard en word gebruikt als (agrarisch) perceel. Centraal op de locatie loopt van zuidwest naar noordoost een sloot. De slootbodem/waterbodem en de het slib in de sloten/greppels is in dit onderzoek niet onderzocht. Op basis van de topografische kaarten vanaf rond 1850 tot heden is de onderzoekslocatie, voor zover bekend, niet bebouwing aanwezig geweest. Voor zover na te gaan is de onderzoekslocatie in het verleden als agrarische grond in gebruik geweest.
Bouwvergunning
Er is geen andere informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Niet bekend.
Milieuvergunning
Niet bekend.
Handelsregister
De onderzochte adressen worden niet vermeldt in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.
Aanwezigheid brandstoftanks
Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie (binnen het te bebouwen deel). Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Op basis van de provinciale asbestdakenkaart geldt dat de daken van de bestaande bebouwing in de directe omgeving van de onderzoekslocatie niet verdacht zijn voor de aanwezigheid van asbest (zie figuur 1).
Aanwezigheid asbest
figuur 1: asbestdakenkaart Provincie Overijssel. Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Echter is wel te zien dat er op de verdachte bebouwing dakgoten gemonteerd zijn waardoor de kans kleiner is dat het onderzoeks gebied hierdoor vervuild is geraakt.
september ’23
8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Reuvenkamp t.o. nr. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum
Ophogingen/dempingen/ stortingen
Niet gesprongen explosieven
PFAS-verdachtheid
Calamiteiten Verdachte activiteiten < 25 m
september ’23
Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen / sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel, zie figuur 1). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht.
De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren. Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In de directe omgeving van de locatie bevinden zich voornamelijk agrarische percelen. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Reuvenkamp t.o. nr. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum
voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
► Niet bekend.
Omgeving <25 m
conclusie saneringsevaluatie: Geconcludeerd wordt dat de saneringen op de locatie afdoende zijn uitgevoerd. De aanwezige onder het nog restverontreinìgìng (overschrijding tussenwaarde) (openbare) kabel- onderaardse en leidingtracé, tegen een gemetselde beekput, evenwijdig langs de Father Raatgerstraat is niet verwijderd.
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
september ’23
►Niet bekend.
►De locatie bevindt zich in de zone wonen.
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Reuvenkamp t.o. nr. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 25-27 m+NAP. In figuur 2 staat de geohydrologische opbouw weergegeven.
figuur 2: geohydrologische opbouw
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.
september ’23
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Reuvenkamp t.o. nr. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum
2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie in het verleden niet eerder bebouwd is geweest. Voor zover bekend is de onderzoekslocatie geruime tijd in gebruik als agrarische grond. De opdrachtgever is voornemens om op de onderzoekslocatie woningbouw te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v.
de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1). In tabel 6 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 6: gehanteerde onderzoeksstrategie
(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca. 22.790 m2)
mogelijke verontreiniging grond
grondwater
onderzoeksstrategie
-
-
ONV-NL
Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.
september ’23
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Reuvenkamp t.o. nr. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1 Uitvoering van het veldonderzoek Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. In tabel 7 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 7: uitvoeringsaspecten onderdeel:
uitgevoerd door:
datum:
bijzonderheden:
uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001) nemen van grondwatermonsters (protocol 2002) locatie-inspectie
dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. R. Dob ( in opleiding)
04-08-2023
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering
dhr. T. Querner ( in opleiding) dhr. A. van Wuijkhuijse (erkend en geregistreerd)
16-08-2023
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering geen bijzonderheden
04-08-2023
Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 8. tabel 8: veldwerkprogramma Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
21
ca.0.5
11 t/m 30
2
ca.1.0
D1+D2
6
ca.2.0
4 t/m 10
3
max.ca.2.4
1 t/m 3
Onderzoekslocatie (ca. 22.790 m2)
Boringen
Peilbuis
over de aanwezige sloot bevindt zich twee dammen, t.p.v. de dammen zijn twee extra boringen geplaatst
De geplaatste peilbuizen zijn opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich een blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.
september ’23
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Reuvenkamp t.o. nr. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum
monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Het grondwatermonster is genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2 Resultaten van het veldonderzoek bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 9 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 9: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.5 0.5-1.5 1.5-2.4
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
zand / klei zand zand
matig siltig, zwak humeus / sterk zandig zwak tot sterk siltig zwak siltig
bruin/beige grijs/bruin grijs/beige
veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis
filtertraject m-mv
grondwaterstand m-mv
voorpompen liter
pH
1 2 3
1.4-2.4 1.2-2.2 1.1-2.1
0.86 0.70 0.58
5 5 5
6.3 5.9 6.1
september ’23
EGV geleidingsvermogen µS/cm 560 390 610
troebelheid (NTU) 26 14 33
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Reuvenkamp t.o. nr. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum
zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke zouden kunnen duiden op een vorm van bodemverontreiniging. In de bodem t.p.v. de twee extra boringen t.p.v. de dammen zijn zintuiglijk geen bodemvreemde bijmengingen waargenomen. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2.
Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal. Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.
september ’23
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Reuvenkamp t.o. nr. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van SGS. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor SGS is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuizen is per peilbuis een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 11 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonster, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 11: analyseschema Monstercode grond
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke waarnemingen
analysepakket
MM1
1+10 t/m 15
0.0-0.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM2
2+8+9+16 t/m 20
0.0-0.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM3
5 t/m 7+21 t/m 25
0.0-0.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM4
3+4+27 t/m 30
0.0-0.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM5
1+8+10
0.5-2.0
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM6
3 t/m 7
0.5-2.0
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM7
1 t/m 10
0.5-2.0
-
NEN-grond(*)+AS3000
1 (peilbuis)
1
1.4-2.4
-
2 (peilbuis)
2
1.2-2.2
-
3 (peilbuis)
3
1.1-2.1
-
NEN-grondwater(**) +AS3000 NEN-grondwater(**) +AS3000 NEN-grondwater(**) +AS3000
grondwater
verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan september ’23
16
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Reuvenkamp t.o. nr. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum
4.2
Toetsingscriteria
Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0.5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
september ’23
17
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Reuvenkamp t.o. nr. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na de tabellen worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten opgenomen. 4.3.1
Grond en grondwater
boven- en ondergrond In de tabellen 12 en 13 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarden. tabel 12: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming
Project
23-M10852-Reuvenkamp boven 15, perceel Weerselo, Q 1087 Rossum
Certificaat
13919403
Toetsing
12-Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb
Toetsversie
Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 30-08-2023 - 11:19
Parameters
Toetsing
13919403-001
13919403-002
13919403-003
13919403-004
MM1MM1, 01: 0-50, 10: 0-50, 11: 3-50, 12: 0-50, 13: 0-50, 14: MM2MM2, 0-50, 15:08: 0-50-45, 16: 3-50, 17: 0-10, 18: 0-50, 19: 0-50, 20: MM3MM3, 0-50, 09:06: 0-50, 0-50, 02:07: 0-50 0-50, 21: 0-50, 22: 0-50, 23: 0-50, 24: MM4MM4, 0-50, 25:03: 0-50, 0-50, 26:04: 0-50, 0-25, 05:27: 0-40 0-50, 28: 0-50, 29: 0-50, 30: 0-50
Analyse
Eenheid
AW
T
I
Grond (AS3000)
Grond (AS3000)
Grond (AS3000)
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Voldoet aan Achtergrondwaarde
SR
monster voorbehandeling
Ja
droge stof
BT
BC
BI
SR
BT
BC
BI
Ja
SR
BT
Grond (AS3000)
BC
Voldoet aan Achtergrondwaarde BI
Ja
SR
BT
%
80.4
gewicht artefacten g
<1
aard van de artefacten -
Geen
organische stof%(gloeiverlies)
3.2
3.2
1.7
1.7
2.9
2.9
5.3
5.3
13
13
13
13
18
18
12
12
80.4
82.3
82.3
79.4
<1
79.4
75.5
<1
Geen
BC
BI
Ja 75.5
<1
Geen
Geen
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
METALEN +
barium
mg/kg
920
45
73.4
--
24
39.2
--
28
36.2
--
91
157
--
cadmium
mg/kg
0.6
6.8
13
<0.2
0.197
<=AW
0
<0.2
0.206
<=AW
0
0.25
0.334
<=AW
0
<0.2
0.185
<=AW
0
kobalt
mg/kg
15
102
190
4.2
6.7
<=AW
0
1.5
2.39
<=AW
0
2.3
2.94
<=AW
0
6.4
10.7
<=AW
0
koper
mg/kg
40
115
190
5.1
7.43
<=AW
0
<5
5.25
<=AW
0
12
15.7
<=AW
0
5.4
7.66
<=AW
0
kwik°
mg/kg
0.15
18
36
<0.05
0.0423
<=AW
0
<0.05
0.0427
<=AW
0
<0.05
0.0397
<=AW
0
0.05
0.0604
<=AW
0
lood
mg/kg
50
290
530
10
12.8
<=AW
0
<10
9.15
<=AW
0
18
21.6
<=AW
0
17
21.5
<=AW
0
molybdeen
mg/kg
1.5
96
190
1.1
1.1
<=AW
0
<0.5
0.35
<=AW
0
2.5
2.5
WO
0.01
<0.5
0.35
<=AW
0
nikkel
mg/kg
35
68
100
11
16.7
<=AW
0
3.2
4.87
<=AW
0
16
20
<=AW
0
9.3
14.8
<=AW
0
zink
mg/kg
140
430
720
28
41.8
<=AW
0
<20
21.3
<=AW
0
35
45.2
<=AW
0
42
62.6
<=AW
0
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen
mg/kg
<0.01
0.007
<0.01
0.007
0.01
0.01
<0.01
0.007
21
40
0.314
0.314
<=AW
0
0.073
0.073
<=AW
0
0.098
0.098
<=AW
0
0.105
0.105
<=AW
0
20
510
1000
4.9
15.3
<=AW
-
4.9
24.5
<=AW
-
4.9
16.9
<=AW
-
4.9
9.25
<=AW
-
190
2595
5000
<20
43.8
<=AW
0
<20
70
<=AW
0
<20
48.3
<=AW
0
<20
26.4
<=AW
0
pak-totaal (10 van mg/kg VROM) (0.71.5 factor)
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 ug/kg factor)
MINERALE OLIE totaal olie C10 mg/kg - C40
Ve rk laring k olom m e n SR
Resultaat op het analyserapport
BT
Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard b odem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing geb ruikte waarden.
BC
Toetsoordeel
AW
Achtergrondwaarde (door SGS b eheerd)
T
Tussenwaarde (door SGS b erekend en b eheerd maar niet meer b eschreven in de wetgeving)
I
Interventie waarde (door SGS b eheerd)
BI
SGS b erekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )
#
Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat
<=AW
Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde
WO
Wonen
IN
Industrie
>I
Groter dan interventiewaarde
>IND
Groter dan industrie
Kle ur inform atie Rood
> Interventiewaarde
Oranje
>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)
Blauw
>= Achtergrond waarde
september ’23
18
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Reuvenkamp t.o. nr. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum
tabel 13: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project
23-M10852-Reuvenkamp boven 15, perceel Weerselo, Q 1087 Rossum
Certificaat
13919403
Toetsing
12-Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb
Toetsversie
Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 30-08-2023 - 11:19
Parameters
Toetsing
13919403-005
13919403-006
13919403-007
MM5MM5, 01: 50-100, 01: 100-150, 08: 100-150, 08: 150-200, MM6MM6, 10: 110-160, 03: 50-100, 10: 160-200 04: 50-100, 05: 50-80, 06: 100-150, 07: MM7MM7, 50-90, 07: 01:90-140, 150-200, 07:02: 150-200 100-150, 02: 150-200, 03: 100-150, 04: 150-200, 05: 150-200, 06
Analyse
Eenheid
AW
T
I
Grond (AS3000)
Grond (AS3000)
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Voldoet aan Achtergrondwaarde
SR
monster voorbehandeling
Ja
droge stof
BT
BC
BI
SR
BT
Grond (AS3000)
BC
Voldoet aan Achtergrondwaarde BI
Ja
SR
BT
%
81.0
gewicht artefacten g
<1
aard van de artefacten -
Geen
organische stof%(gloeiverlies)
1.5
1.5
1.6
1.6
<0.2
0.2
7.9
7.9
10
10
4.9
4.9
81
80.3
BC
BI
Ja 80.3
79.6
<1
79.6
<1
Geen
Geen
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
METALEN +
barium
mg/kg
920
45
100
--
46
89.1
--
<20
39.8
--
cadmium
mg/kg
0.6
6.8
13
<0.2
0.221
<=AW
0
<0.2
0.215
<=AW
0
<0.2
0.231
<=AW
0
kobalt
mg/kg
15
102
190
2.2
4.7
<=AW
0
8.1
15.2
WO
0.00
<1.5
2.8
<=AW
0
koper
mg/kg
40
115
190
5.8
9.97
<=AW
0
<5
5.68
<=AW
0
<5
6.58
<=AW
0
kwik°
mg/kg
0.15
18
36
<0.05
0.0459
<=AW
0
<0.05
0.0445
<=AW
0
<0.05
0.048
<=AW
0
lood
mg/kg
50
290
530
<10
9.93
<=AW
0
<10
9.6
<=AW
0
<10
10.5
<=AW
0
molybdeen
mg/kg
1.5
96
190
<0.5
0.35
<=AW
0
<0.5
0.35
<=AW
0
<0.5
0.35
<=AW
0
nikkel
mg/kg
35
68
100
6.0
11.7
<=AW
0
7.0
12.2
<=AW
0
3.1
7.28
<=AW
0
zink
mg/kg
140
430
720
<20
25.6
<=AW
0
<20
23.6
<=AW
0
<20
29
<=AW
0
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen
mg/kg
<0.01
0.007
<0.01
0.007
<0.01
0.007
21
40
0.073
0.073
<=AW
0
0.07
0.07
<=AW
0
0.07
0.07
<=AW
0
20
510
1000
4.9
24.5
<=AW
-
4.9
24.5
<=AW
-
4.9
24.5
<=AW
-
190
2595
5000
<20
70
<=AW
0
<20
70
<=AW
0
<20
70
<=AW
0
pak-totaal (10 van mg/kg VROM) (0.71.5 factor)
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 ug/kg factor)
MINERALE OLIE totaal olie C10 mg/kg - C40
Ve rk laring k olom m e n SR
Resultaat op het analyserapport
BT
Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard b odem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing geb ruikte waarden.
BC
Toetsoordeel
AW
Achtergrondwaarde (door SGS b eheerd)
T
Tussenwaarde (door SGS b erekend en b eheerd maar niet meer b eschreven in de wetgeving)
I
Interventie waarde (door SGS b eheerd)
BI
SGS b erekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )
#
Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat
<=AW
Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde
WO
Wonen
IN
Industrie
>I
Groter dan interventiewaarde
>IND
Groter dan industrie
Kle ur inform atie Rood
> Interventiewaarde
Oranje
>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)
Blauw
>= Achtergrond waarde
september ’23
19
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Reuvenkamp t.o. nr. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum
grondwater In tabel 14 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 14: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project
23-M10852-Reuvenkamp boven 15, perceel Weerselo, Q 1087 Rossum
Certificaat
13923454
Toetsing
13-Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb
Toetsversie
Toetsversie 2.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 30-08-2023 - 11:19
Parameters
Analyse
Toetsing
13923454-001
13923454-002
13923454-003
Pb1Pb1, 01-Pb1: 140-240
Pb2Pb2, 02-Pb2: 120-220
Pb3Pb3, 03-Pb3: 110-210
Grondwater (AS3000)
Grondwater (AS3000)
Grondwater (AS3000)
Overschrijding Streefwaarde
Overschrijding Streefwaarde
Voldoet aan Streefwaarde
Eenheid
S
T
I
SR
BT
BC
BI
SR
BT
BC
BI
SR
BT
BC
BI
barium
ug/l
50
338
625
110
110
>S
0.10
130
130
>S
0.14
38
38
<=S
-
cadmium
ug/l
0.4
3.2
6
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
kobalt
ug/l
20
60
100
9.4
9.4
<=S
-
<2
1.4
<=S
-
<2
1.4
<=S
-
koper
ug/l
15
45
75
8.3
8.3
<=S
-
<2
1.4
<=S
-
<2
1.4
<=S
-
kwik
ug/l
0.05
0.18
0.3
<0.05
0.035
<=S
-
<0.05
0.035
<=S
-
<0.05
0.035
<=S
-
lood
ug/l
15
45
75
<2
1.4
<=S
-
<2
1.4
<=S
-
<2
1.4
<=S
-
molybdeen
ug/l
5
152
300
<2
1.4
<=S
-
<2
1.4
<=S
-
<2
1.4
<=S
-
nikkel
ug/l
15
45
75
37
37
>S
0.37
3.1
3.1
<=S
-
3.8
3.8
<=S
-
zink
ug/l
65
432
800
74
74
>S
0.01
14
14
<=S
-
45
45
<=S
-
METALEN
VLUCHTIGE AROMATEN benzeen
ug/l
0.2
15
30
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
tolueen
ug/l
7
504
1000
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
ethylbenzeen ug/l
4
77
150
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
ug/l
<0.1
0.07
<0.1
0.07
<0.1
0.07
p- en m-xyleen ug/l
<0.2
0.14
<0.2
0.14
<0.2
0.14
o-xyleen
xylenen (0.7 factor) ug/l
0.2
35
70
0.21
0.21
<=S
-
0.21
0.21
<=S
-
0.21
0.21
<=S
-
styreen
ug/l
6
153
300
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
naftaleen
ug/l
0.01
35
70
<0.02
0.014
<=S
-
<0.02
0.014
<=S
-
<0.02
0.014
<=S
-
GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan ug/l
7
454
900
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
1,2-dichloorethaan ug/l
7
204
400
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
1,1-dichlooretheen ug/l
0.01
5.0
10
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<0.1
0.07
<0.1
0.07
cis-1,2-dichlooretheen ug/l trans-1,2-dichlooretheen ug/l
<0.1
0.07
<0.1
0.07
<0.1
0.07
som (cis,trans) ug/l 1,2- dichloorethenen 0.01 (0.7 factor) 10
20
0.14
0.14
<=S
-
0.14
0.14
<=S
-
0.14
0.14
<=S
-
dichloormethaan ug/l
1000
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<0.2
0.14
<0.2
0.14
<0.2
0.14
<0.2
0.14
<0.2
0.14
0.01
500
1,1-dichloorpropaan ug/l 1,2-dichloorpropaan ug/l 1,3-dichloorpropaan ug/l
<0.2
0.14
<0.2
0.14
<0.2
0.14
som dichloorpropanen ug/l (0.7 factor) 0.8
40
80
0.42
0.42
<=S
-
0.42
0.42
<=S
-
0.42
0.42
<=S
-
tetrachlooretheen ug/l
0.01
20
40
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
tetrachloormethaan ug/l
0.01
5.0
10
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
1,1,1-trichloorethaan ug/l
0.01
150
300
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
1,1,2-trichloorethaan ug/l
0.01
65
130
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
trichlooretheenug/l
24
262
500
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
chloroform
ug/l
6
203
400
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
vinylchloride
ug/l
0.01
2.5
5
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
630
<0.2
0.14
---
<0.2
0.14
---
<0.2
0.14
---
fractie C10-C12ug/l
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
fractie C12-C22ug/l
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
fractie C22-C30ug/l
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
fractie C30-C40ug/l
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
<50
35
<=S
-
<50
35
<=S
-
<50
35
<=S
-
tribroommethaan ug/l
MINERALE OLIE
totaal olie C10 ug/l - C40
50
325
600
Verklaring kolom m en SR
Resultaat op het analyserapport
BT
Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard bodem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing gebruikte waarden.
BC
Toetsoordeel
BI
SGS berekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )
<=S
Kleiner dan of gelijk aan de streefwaarde
>S
Groter dan de streefwaarde
>I
Groter dan interventiewaarde
Rood
> Interventiewaarde
Oranje
>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)
Blauw
> streefwaarde
september ’23
20
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Reuvenkamp t.o. nr. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum
interpretatie onderzoeksresultaten grond en grondwater In tabel 15 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. tabel 15: samenvatting toetsresultaten per mengmonster Mengmonster grond
Boringen
Diepte
Zintuiglijk
>AW / S
>T
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
0.0-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
0.0-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
0.0-0.5
-
molybdeen
-
-
Wonen*
0.0-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM5
1+10 t/m 15 2+8+9+16 t/m 20 5 t/m 7+21 t/m 25 3+4+27 t/m 30 1+8+10
0.5-2.0
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM6
3 t/m 7
0.5-2.0
-
kobalt
-
-
Wonen*
MM7
1 t/m 10
0.5-2.0
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
Pb1
1
1.4-2.4
-
-
-
Pb2
2
1.2-2.2
-
barium, nikkel, zink barium
-
-
Pb3
3
1.1-2.1
-
-
-
-
NEN-grondwater(**) +AS3000 NEN-grondwater(**) +AS3000 NEN-grondwater(**) +AS3000
>AW
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
MM1 MM2 MM3
MM4
grondwater
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
bovengrond (0.0-0.5 m-mv) de bovengrondmengmonsters MM1, MM2 en MM4 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd gehalte t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmengmonster MM3 bevat een verhoogd gehalte molybdeen (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte molybdeen is niet te relateren aan zintuigelijk waargenomen bodemvreemde bijmengingen in het opgeboorde monstermateriaal. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) De ondergrondmengmonsters MM5 en MM7 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd gehalte t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Ondergrondmengmonster MM6 bevat een verhoogd gehalte kobalt (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte kobalt is niet te relateren aan zintuigelijk waargenomen bodemvreemde bijmengingen in het opgeboorde monstermateriaal.
september ’23
21
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Reuvenkamp t.o. nr. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum
In gebieden welke reeds langere tijd door de mens in gebruik zijn (o.a. langdurige bewoning of menselijk gebruik) worden vaker verhoogde gehalten aan o.a. zware metalen, PAK’s en /of minerale olie in de grond gemeten. In algemene zin wordt opgemerkt dat antropogene beïnvloeding van een locatie in de meeste gevallen een negatief effect heeft op de kwaliteit van de bodem. Zware metalen bezitten veelal een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan sliben kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. peilbuis 1 (1.4-2.4 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium, nikkel en zink (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. peilbuis 2 (1.2-2.2 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 2 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. peilbuis 3 (1.1-2.1 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 3 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de streefwaarde en/of detectiewaarde.
Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen. Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen. Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde. september ’23
22
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Reuvenkamp t.o. nr. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen is in het opgeboorde bodemmateriaal geen asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bijzonderheden waargenomen. Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in tabel 16. tabel 16: samenvatting toetsresultaten per mengmonster Mengmonster grond
ZintuigDiepte lijk
>AW / S
>T
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
0.0-0.5 -
-
-
-
Achtergrondwaarde*
0.0-0.5 -
-
-
-
Achtergrondwaarde*
0.0-0.5 -
molybdeen
-
-
Wonen*
0.0-0.5 -
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM5
1+10 t/m 15 2+8+9+16 t/m 20 5 t/m 7+21 t/m 25 3+4+27 t/m 30 1+8+10
0.5-2.0 -
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM6
MM1 MM2 MM3
MM4
Boringen
3 t/m 7
0.5-2.0 -
kobalt
-
-
Wonen*
MM7 1 t/m 10 grondwater
0.5-2.0 -
-
-
-
Achtergrondwaarde*
Pb1
1
1.4-2.4 -
barium, nikkel, zink -
-
Pb2
2
1.2-2.2 -
barium
-
-
Pb3
3
1.1-2.1 -
-
-
-
NEN-grondwater(**) +AS3000 NEN-grondwater(**) +AS3000 NEN-grondwater(**) +AS3000
>AW />S
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
grond bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM1, MM2 en MM4 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd gehalte t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmengmonster MM3 bevat een verhoogd gehalte molybdeen (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek.
september ’23
23
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Reuvenkamp t.o. nr. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum
ondergrond (0.5-2.0 m-mv) De ondergrondmengmonsters MM5 en MM7 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd gehalte t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Ondergrondmengmonster MM6 bevat een verhoogd gehalte kobalt (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. grondwater peilbuis 1 (1.4-2.4 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium, nikkel en zink (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. peilbuis 2 (1.2-2.2 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 2 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. peilbuis 3 (1.1-2.1 m-mv) Het grondwater t.p.v.
peilbuis 3 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de streefwaarde en/of detectiewaarde. toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch onverdacht aangemerkt. In tabel 17 is de hypothese en de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld aan de hand van de onderzoeksresultaten. tabel 19: toetsing hypothese Locatie
Hypothese
Correct?
Verkennend onderzoek met nieuwe hypothese?
Nader onderzoek?
Reuvenkamp perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.), Rossum
onverdacht
nee, er zijn verhoogde gehalten aangetoond
nee, onderzoeksinspanning voldoende
nee, er zijn geen matig tot sterk verhoogde gehalten in de bodem gemeten.
Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C2 resp. NEN 5897+C2 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740-A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2.
Afwijkingen t.o.v. normen en protocollen Er hebben bij de uitvoering van werkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen 2001, 2002 en/of overige geldende analysemethoden.
september ’23
24
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Reuvenkamp t.o. nr. 15, perceel Weerselo sectie Q nr. 1087 (ged.) te Rossum
Aanbevelingen 1●) Door het plangebied loopt een bestaande sloot. De slootbodem (waterbodem) en sliblagen t.p.v. de sloot vallen buiten de scope van dit verkennend bodemonderzoek dat volgens NEN-5740 is uitgevoerd. In het kader van dit onderzoek is geen waterbodemonderzoek volgens NEN-5720 en protocol 2003 uitgevoerd. Geadviseerd wordt om met het bevoegd af te stemmen of waterbodemonderzoek t.p.v. de sloot (bv. voordat deze wordt gedempt) al dan niet noodzakelijk is. 2●) Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Middels het Besluit is het mogelijk om door het lokaal bevoegd gezag lokale maximale bodemgebruikswaarden vast te stellen, of om deze bodemgebruikswaarden te conformeren aan de maximale waarden uit het (landelijke) generieke model. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mogelijkheden hiertoe kunnen worden vastgesteld na overleg met de betrokken overheidsinstanties. Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaliteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit.