TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ak Buitengebied, Tramweg 11 Rossum.pdf
Tekst van het document
In de chemische grondstoffenindustrie dienen ze als tussenproducten bij verschillende syntheses, bijvoorbeeld van verfstoffen en farmaceutica. Ten aanzien van de gemeten gehalten aan PCB’s (som) wordt vermeld dat PCB's polychloorbifenylen) al tientallen jaren in de belangstelling staan als bedreiging voor de volksgezondheid. Dat danken ze aan een slechte afbreekbaarheid, een neiging tot stapelen in dierlijk (en dus ook humaan) vetweefsel en uiteenlopende toxische eigenschappen. Verspreiding van persistente verontreinigingen gaat hoofdzakelijk via de lucht, ze komen vervolgens terecht op gewassen, de bodem en in water. Door hun lipofiele eigenschappen (vetoplosbaar) treedt vervolgens stapeling op in met name dierlijk vetweefsel. PCB’s zijn geen natuurlijk voorkomende stoffen. De aanwezigheid van PCB's in het milieu is met name het gevolg van industriële productie en het gebruik van PCB's van ongeveer 1930 tot 1980. Polychloorbifenylen (PCB’s) zijn op zeer uiteenlopende manieren toegepast: als isolatie vloeistof in transformatoren en condensatoren, als hydraulische- of warmtegeleidingsvloeistoffen, koelvloeistof, smeermiddel en weekmaker in kunststoffen, en verder in verf, inkt, lak, kit, lijm, koolstofvrij kopieerpapier en bestrijdingsmiddelen.
Aangezien productie en gebruik van PCB's sinds 1985 volledig zijn verboden, zijn dit soort PCB-houdende producten al lange tijd niet meer in de handel. ondergrond (0.6-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM4 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur. grondwater peilbuis 1 (2.0-3.0 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, de signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering worden niet overschreden. Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan in algemene zin worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen.
Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden.
september ’25
27
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Tramweg nr. 11 te Rossum
druppelzones onder asbestverdachte daken zonder dakgoot toplaag (0.0-0.1 m-mv) De toplaagmengmonsters druppelzones D1 en D2 onder de asbestverdachte daken zonder dakgoot bevatten geen verhoogde gehalten PCB’s t.o.v. de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur. Asbesthoudende (dak)platen kunnen zijn voorzien van een coating die polychloorbifenylen (PCB) bevat. Door verwering van dergelijke asbestdaken, bestaat de kans dat er dan behalve een asbestverontreiniging ook een PCB-verontreiniging in de bodem aanwezig is.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen. Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde. september ’25
28
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Tramweg nr. 11 te Rossum
4.3.2
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2
In deze paragraaf zijn de resultaten van de analyses van de grondmonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten opgenomen. De totale concentratie aan asbest per inspectiegat wordt conform NEN-5707+C2 bepaald door de concentratie visueel zichtbaar asbest in de grove zeeffractie (fractie >20 mm) te sommeren met de concentratie visueel niet zichtbaar asbest in de fijne zeeffractie (fractie <20 mm). Door het gewicht te bepalen van de evt. handmatig verzamelde asbesthoudende materialen en dit te delen door de massa (inhoud / soortelijk gewicht) van het betreffende inspectiegat wordt de concentratie asbestverdacht materiaal in het inspectiesleuf bepaald. Deze concentratie moet echter nog worden gecorrigeerd voor het percentage asbest in de materiaalmonsters dat door het laboratorium is bepaald. De analyseresultaten van de grond(meng)- en materiaalmonsters zijn samen met de interpretatie opgenomen in tabel 18 t/m 20. tabel 18: resultaten asbestanalyse materiaal verzamel monsters in de fractie > 20 mm (absoluut gewicht) Monsteromschrijving
Vorm
Asbestgehalte (%)
(inspectiegat)
Serpentijn
Amfibool
chrysotiel
amosiet
crocidoliet
(mg)
(mg)
(mg)
maaiveld
-
-
-
-
G1 t/m G8
-
-
-
-
Toelichting HB = hecht gebonden tabel 19: resultaten asbestanalyses grondmengmonsters uit de fractie <20 mm inspectiegat
monstercode
diepte in m-mv
gewogen asbestconcentratie < 20 mm
serpentijn amfibool
asbest (gewogen) afgerond
crysotiel
amosiet
crocidoliet mg/kg
druppelzone G1 t/m G4
D1
0.0-0.1
170
-
-
170
G5 t/m G8
D2
0.0-0.1
690
-
-
690
Op de analysecertificaten staan de bovengrenzen van de analyses vermeld. Deze gelden als detectiegrenzen en zijn qua hoogte afhankelijk van de onderzochte monstervolumes en de samenstelling van de monsters.
september ’25
29
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Tramweg nr. 11 te Rossum
tabel 20: overschrijdingstabel resultaten totaal asbestanalyses inspectiegat (m-mv)
Berekende asbestconcentratie (fractie > 20 mm) mg/kg d.s. (gewogen) gem. ondergrens bovengrens conc.
druppelzone G1 t/m G4 G5 t/m G8 -
-
-
Asbestconcentratie (fractie < 20 mm) mg/kg d.s. (gewogen) gem. ondergrens conc.
170 690
110 450
Totale asbestconcentratie mg/kg d.s. (gewogen) bovengrens
gem. conc.
ondergrens
bovengrens
230 930
170 690
110 450
230 930
toelichting =geen asbest aangetoond (concentratie beneden of gelijk aan de bepalingsgrens) =concentratie boven de bepalingsgrens en beneden of gelijk aan de interventiewaarde: licht verhoogd =concentratie boven de interventiewaarde: sterk verhoogd
interpretatie resultaten maaiveld Op basis van de indicatieve visuele locatie-inspectie is op het geïnspecteerde deel van het maaiveld geen asbestverdacht materiaal waargenomen. druppelzone D1 toplaag (0.0-0.1 m-mv) Ter plaatse van de inspectiegaten G1 t/m G4 is in de uitgegraven toplaag (bodemlaag tussen 0.0-0.1 m-mv) in de fractie >20 mm zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Het gemiddeld gewogen gehalte asbest in de toplaag t.p.v. druppelzone D1 (inspectiegaten G1 t/m G4) bedraagt 170 mg/kg d.s., het gemeten gewogen gehalte overschrijdt de interventiewaarde (100 mg/kg d.s) voor asbest. Analytisch zijn de fractie <0.5 mm met behulp van de reguliere asbest analyse (stereo microscopie) asbestbundels aangetoond. In deze fase is geen SEM analyse uitgevoerd. druppelzone D2 toplaag (0.0-0.1 m-mv) Ter plaatse van de inspectiegaten G5 t/m G8 is in de uitgegraven toplaag (bodemlaag tussen 0.0-0.1 m-mv) in de fractie >20 mm zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Het gemiddeld gewogen gehalte asbest in de toplaag t.p.v. druppelzone D2 (inspectiegaten G5 t/m G8) bedraagt 690 mg/kg d.s., het gemeten gewogen gehalte overschrijdt de interventiewaarde (100 mg/kg d.s) voor asbest. Analytisch zijn de fractie <0.5 mm met behulp van de reguliere asbest analyse (stereo microscopie) asbestbundels aangetoond. In deze fase is geen SEM analyse uitgevoerd.
Op basis van de bekende onderzoeksresultaten uit het verkennend onderzoek asbest hangt het verhoogd gemeten gehalte asbest samen met de invloed van verwering en erosie van asbestdeeltjes van de asbestdaken. Uit de analyse blijkt dat er cement vlakke plaat is aangetoond, dit zou mogelijk wijzen op een andere bron (mogelijk t.g.v. eerdere bebouwing). Volgens informatie van BAG-viewer dateren de bestaande gebouwen van de periode tussen 1978 en 1982. Asbestdaken zijn verboden vanaf 1993. Een asbestdak begint te verweren na circa 20 jaar. In de jaren daarna neemt de verwering en daarmee de eventuele verontreiniging van de toplaag toe. In onderhavig geval betekent dat dat de verontreiniging ons inziens in hoofdzaak is ontstaan in de periode na 1 juli 1993. Wanneer een verontreiniging met asbest is veroorzaakt na 1 juli 1993, is dit een overtreding van de zorgplicht. Bij het herstellen van een zorgplichtsituatie geldt, net als voor alle andere stoffen, dat de initiatiefnemer moet terugsaneren tot onder de rapportagegrens. Voor asbest ligt deze op 1 mg/kg. (bron IPLO).
september ’25
30
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Tramweg nr. 11 te Rossum
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bijzonderheden waargenomen die duiden op een vorm van bodemverontreiniging. Op basis van zintuiglijke waarnemingen is in het opgeboorde bodemmateriaal geen asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). eindconclusie verkennend bodemonderzoek NEN-5740 In de bovengrond is een verhoogd gehalte PAK’s gemeten dat voldoet aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse industrie. Op basis van de rekenkundige berekening middels Concrit geldt voor het gebruik wonen met tuin dat de risico-index voor carcinogene PAK’s en benzo(a)pyreen groter is dan 1 en dat de MTR-humaan waarde wordt overschreden. Op basis van de rekenkundige benadering leveren de verhoogd gemeten gehalte carcinogene PAK’s en benzo(a)pyreen mogelijk een belemmering voor het gebruik als wonen met tuin. Geadviseerd wordt om dit onderzoek aan de gemeente voor te leggen en af te stemmen en de noodzaak voor nader onderzoek te bespreken. Een aanvullend onderzoek kan in eerste instantie bestaan uit het uitsplitsen van het mengmonster en het onderzoeken van de afzonderlijke deelmonsters op het gehalte PAK’s.
Voor het overige zijn in de bovengrond enkele stoffen verhoogd aangetoond in gehalten die tenminste voldoen aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse industrie. Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering. eindconclusie verkennend onderzoek NEN-5707 asbest t.p.v. de druppelzones zonder dakgoot Ter plaatse van de inspectiegaten G1 t/m G8 is in de uitgegraven toplaag (bodemlaag tussen 0.0-0.1 m-mv) in de fractie >20 mm zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Het gemiddeld gewogen gehalte asbest in de toplaag t.p.v. druppelzone D1 (inspectiegaten G1 t/m G4) bedraagt 170 mg/kg d.s. en het gemiddeld gewogen gehalte asbest in de toplaag t.p.v. druppelzone D2 (inspectiegaten G5 t/m G8) bedraagt 690 mg/kg d.s. In beide gevallen wordt de interventiewaarde voor asbest overschreden. Geadviseerd wordt om ter plaatse van de druppelzones D1 en D2 een nader onderzoek in te stellen teneinde het definitieve gehalte asbest vast te stellen en om meer inzicht te verkrijgen in de omvang van de verontreiniging.
september ’25
31
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Tramweg nr. 11 te Rossum
toetsing hypothese In tabel 21 is de hypothese en de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld aan de hand van de onderzoeksresultaten. tabel 21: toetsing hypothese Locatie Hypothese NEN-5740
Correct?
Verkennend onderzoek met nieuwe hypothese?
Nader onderzoek?
bodemkwaliteit bovengrond voldoet aan wonen/industrie, bodemkwaliteit ondergrond voldoet aan landbouw/natuur, grondwater bevat geen verhoogde gehalten t.o.v. de signalerings parameters
ja, de bovengrond voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse industrie
nee, onderzoeksinspanning voldoende
ja, de MTR-humaan voor PAK’s wordt overschreden. uitsplitsing van het bovengrondmengmonster MM1 wordt, na afstemming met het bevoegd gezag, aanbevolen.
verdacht
ja
nee, onderzoeksins panning voldoende
ja, er zijn verhoogde gehalten in de toplaag gemeten, nader onderzoek wordt geadviseerd
NEN-5740
Tramweg 11 te Rossum
NEN-5707 druppelzones onder de daken zonder dakgoot die afwateren op onverharde bodem
Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C2 resp. NEN 5897+C2 maakt, behoudens t.p.v. de onderzochte druppelzones , geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2. Afwijkingen t.o.v. normen en protocollen In afwijking van protocol 2018 en NEN-5707 is de maaiveldinspectie vanwege aanwezige vegetatie indicatief uitgevoerd. Door de begroeiing en bedekking van het maaiveld was de inspectie-efficiëntie laag. Door de bedekking van het maaiveld was het niet mogelijk een maaiveldinspectie volgens het protocol 2018 uit te voeren. Door een lage inspectie-efficiëntie kan asbest gelegen op het maaiveld gemist zijn. Het risico van deze afwijking wordt als laag beoordeeld, omdat de evt. op het maaiveld aanwezig asbesthoudend materiaal niet mee weegt in de concentraties van de bovengrond of toplaag. In afwijking van de strategie uit paragraaf 6.4.5. is t.p.v.
de druppelzone in dit onderzoek alleen de toplaag (0.0-0.1 m-mv) onderzocht i.p.v. de actuele contactzone tot 0.5 m-mv. Er hebben bij de uitvoering van veldwerkzaamheden geen andere afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen BRL SIKB 2001, 2002 en 2018. Er hebben bij de uitvoering van analysewerkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen AS3000 en/of overige geldende analysemethoden.
september ’25
32
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Tramweg nr. 11 te Rossum
Aanbevelingen ●1) In het kader van de beoogde herontwikkeling wordt de actuele diffuse bodemkwaliteit getoetst aan de beoogde bodemkwaliteitsfunctie. Op het moment dat deze normstelling wordt overschreden voor een functie, treden hier potentiële risico’s op. Het treffen van maatregelen of voorschriften kan dan noodzakelijk of wenselijk zijn. De gemeente houdt bij het aanwijzen van de bodemkwaliteitsklasse rekening met de functie die in het omgevingsplan aan die locatie is toegedeeld. Uitgegaan wordt dat in dit geval de kwaliteitseis wonen wordt toegedeeld en dat de grond met de kwaliteitsklasse industrie binnen de locatie mogelijk moet worden afgevoerd. Om na te gaan of e.e.a in dit geval, in het kader van de functiewijziging, aanleiding geeft tot belemmeringen van het gebruik van de locatie of dat er mogelijk maatregelen dienen te worden getroffen, wordt geadviseerd de resultaten van dit onderzoek samen met de beoogde plannen en de toekomstige terreinindeling met de gemeente af te stemmen. ●2) De toplaag (0.0-0.1 m-mv) t.p.v. de druppelzones D1 en D2 bevatten ter indicatie een verhoogd gehalte asbest t.o.v. de interventiewaarde voor asbest. Geadviseerd wordt om ter plaatse van de druppelzones D1 en D2 een nader onderzoek in te stellen teneinde het definitieve gehalte asbest vast te stellen en om meer inzicht te verkrijgen in de omvang van de verontreiniging.
●3) Als grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op basis van de regels in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) moeten voor de milieubelastende activiteiten graven in bodem > 25 m3, het toepassen van grond en het opslaan van grond meldingen worden ingediend via het Omgevingsloket DSO. Met behulp van de ‘Vergunningscheck’ in het DSO kan worden nagegaan om welke meldingen het gaat in de betreffende situatie. In dit verkennend bodemonderzoek is geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS stoffen in de bodem. De in dit onderzoek opgenomen toetsing is excl. onderzoek naar PFAS-stoffen, onderzoek naar PFAS verbindingen is bij definitieve beoordeling van evt. hergebruiksmogelijkheden van evt. af te voeren grond alsnog nodig. Opgemerkt wordt dat evt. afvoer van grond met de bodemkwaliteitsklasse “wonen”, “industrie” en “matig en sterk verontreinigde grond” meer kosten met zich meebrengt dan de afvoer van grond met de “bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur”.
september ’25
33
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Tramweg nr. 11 te Rossum
Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen Het onderhavige onderzoek heeft betrekking gehad op het onbebouwde deel van de locatie gelegen aan de Tramweg nr. 11 te Rossum (zie bijlage 2). Op basis van het onderhavige onderzoek kan alleen een uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van het onderzochte terreindeel, zie bijlage 2. Op basis van het onderhavige onderzoek kan geen uitspraak worden gedaan: omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte terreindelen, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van bekende verdachte terreindelen buiten het plangebied, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet bekende verdachte terreindelen, de bodemkwaliteit onder gebouwen en/of gesloten verharding, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet verkende bodemlagen, de milieuhygiënische kwaliteit van het diepere grondwater etc. Daarnaast kan op basis van dit onderzoek, behoudens t.p.v. de druppelzones onder asbestdaken zonder dakgoot, geen uitspraak worden gedaan omtrent de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem/puin. Indien echter een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2. Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin.
In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters de gehalten in de individuele deelmonsters van een mengmonster zowel hoger als lager kunnen zijn dan de aangetoonde gehalten in het betreffende mengmonster. Er kan in gevallen waarbij sprake is van ruime overschrijdingen van de achtergrondwaarde, gemeten in een mengmonster, niet worden uitgesloten dat individuele deelmonsters gehalten boven de tussen- of interventiewaarde bevatten. T.a.v. historische (bodem) informatie van de locatie wordt opgemerkt dat de geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Sigma Geo- & Milieutechniek afhankelijk van deze bronnen, waardoor Sigma Geo- & Milieutechniek niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving en methoden. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het, conform de geldende richtlijnen, steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem d.m.v.
een representatief geacht aantal monsters, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is om garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Een verkennend bodemonderzoek geeft nooit volledige zekerheid omtrent de toestand van de bodem ter plaatse van een locatie. Het onderzoek dient geïnterpreteerd worden als een inschatting van de verontreinigingssituatie op een bepaald moment. Het is echter op basis van dit onderzoek nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Het kan op basis van dit onderzoek niet uitgesloten worden dat zich op de locatie verontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffen/ontdekt. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd.
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktijk blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld.
september ’25
34
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Tramweg nr. 11 te Rossum
6
LITERATUURLIJST 1. 'Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond' (Nederlandse norm 5740: november 2024). 2. Boringen zijn geplaatst volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie). 3. Grondmonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie), grondwatermonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2002 (vigerende versie). 4. De conservering van monsters in het veld is uitgevoerd volgens de eisen uit de SIKBprotocollen 2001 en 2002 (vigerende versie). 5. Classificatie van onverharde grondmonsters, NEN 5104, september 1989. 6. Geologische overzichtskaarten van Nederland, Rijks Geologische Dienst, 1995. 7. Grondwaterstromingsstelsels in Nederland, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1989. 8. 'Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (Nederlandse norm 5725:2023, oktober 2023).). 9. Bodem-Monsterneming van grondwater, NEN 5744, (NNI maart 2011). 10. NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017.
september ’25
35
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Tramweg nr. 11 te Rossum
7
COLOFON
opdrachtgever project omvang rapport datum projectleider
Auteur
september ’25
: : : : :
Tramweg nr. 11 te Rossum 36 blz. 02 september 2025
Gecontroleerd door
Datum
Status
02 september 2025
definitief
36
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT IJij B ax F
Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT (HISTORISCH) IJij B ax F
1900
1920
1940
1962
Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
1980
1999
2019
Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
01
1
t egel / cm t ov m aaiveld
0 1 50
2
03 0 -4
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, edelm an -40
klei, zwak silt ig, neut raal beige, grijs, edelm an
3
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, beige, edelm an
4
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, beige, edelm an
-50
100
-100
4 150
200
2
0
-70
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, beige, edelm an
-150 5
1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, edelm an
3 100
bosgrond / cm t ov m aaiveld
0
150
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, beige, edelm an
200
-160
-200
200
-200
klei, zwak silt ig, licht grijs, edelm an t ype dat um boorm eest er gws (m -m v)
250
g r on d b or in g 1 7 -0 7 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r 1 .5
04 300
300 t ype dat um boorm eest er gws (m -m v)
-300
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 7 -0 7 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r 1 .5
02
1
1
0
t ype dat um boorm eest er
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, st erk hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
-50
g r on d b or in g 1 7 -0 7 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
05
bosgrond / cm t ov m aaiveld
0 50 -60 2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, beige, edelm an
1
t ype dat um boorm eest er
3 -160
klei, zwak silt ig, licht grijs, edelm an
-50
g r on d b or in g 1 7 -0 7 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
06
150
gras / cm t ov m aaiveld
0
4 200 t ype dat um boorm eest er gws (m -m v)
1
-200
g r on d b or in g 1 7 -0 7 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r 1 .5
-50
g r on d b or in g 1 7 -0 7 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
07
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
-50
g r on d b or in g 1 7 -0 7 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
08
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
Tr a m w e g 1 1 , Rossu m 2 5 -M 1 1 8 4 0 N EN 6 6 9 3
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
50
100
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
50
gras / cm t ov m aaiveld
0
bosgrond / cm t ov m aaiveld
0
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an -50
g r on d b or in g 1 7 -0 7 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
09
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
-50
gras / cm t ov m aaiveld 1
g r on d b or in g 1 7 -0 7 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r gras / cm t ov m aaiveld 1
0
-50
g r on d b or in g 1 7 -0 7 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 7 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
G5
12
0
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
50
t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 1 7 -0 7 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
G6
-50
g r on d b or in g 1 7 -0 7 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
0
13
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
t ype dat um boorm eest er 0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, st erk hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
50
g r on d b or in g 1 7 -0 7 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
G7 0
-50 t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 1 7 -0 7 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r gras / cm t ov m aaiveld 1
0 0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, st erk hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
50
-50
g r on d b or in g 1 7 -0 7 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
15
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, st erk hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
50
-50
g r on d b or in g 1 7 -0 7 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
g r on d b or in g 1 7 -0 7 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
G8
14 0
t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 7 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
G4
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
50
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 7 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
0
t ype dat um boorm eest er
11
t ype dat um boorm eest er
t ype dat um boorm eest er
G3 -50
0
t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
50
t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 7 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
0
10
t ype dat um boorm eest er
t ype dat um boorm eest er
G2
g r on d b or in g 1 7 -0 7 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
0
t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
G1 0
Tr a m w e g 1 1 , Rossu m 2 5 -M 1 1 8 4 0 N EN 6 6 9 3
t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 1 7 -0 7 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
t uin / cm t ov m aaiveld
0
32x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, schep -10
t uin / cm t ov m aaiveld
0
32x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, schep -10
t uin / cm t ov m aaiveld
0
32x33cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, schep -10
t uin / cm t ov m aaiveld
0
32x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, schep -10
bosgrond / cm t ov m aaiveld
0
33x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, schep -10
bosgrond / cm t ov m aaiveld
0
33x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, schep -10
bosgrond / cm t ov m aaiveld
0
33x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, schep -10
bosgrond / cm t ov m aaiveld
0
33x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, schep -10
PEILBUIS
BORIN G
OLIE OP W ATER REACTIE
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
GEUR IN TEN SITEIT
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP
GRON D SOORTEN [ 6 6 9 3 ]
M ATE V AN BIJM EN GIN G
GRIND, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
ZAND, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
SILT, silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
KLEI, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
VEEN, hum eus (V,h)
slib
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE Z AN D
asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OV ERIG
GRAD ATIE GRIN D
bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
wat er
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek