CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Tilligte Noord fase 1_Bijlagen bij de regels_Bijlage 3 (bij locatie Tilligte Noord fase 1) Waterstructuurplan.pdf

Gemeenteraad 25 maart 2025, gemeente DinkellandBij agendapunt: 12: Voorstel inzake vaststellen omgevingsplan “TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Tilligte Noord fase 1”14.849 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

Waterhuishoudkundig plan

Waterstructuurplannen Dinkelland 2024 Locatie Tilligte noord

Opdrachtgever Proviel BV de heer J. ter Brugge Postbus 1 7556 PG HENGELO OV

Auteur Mevrouw N. (Nelleke) van Asch Paraaf:

Adviesbureau Geofoxx Controle / vrijgave De heer R. (Rob) Rekveldt Status versie 2 (definitief) Datum 3 oktober 2024 Projectnummer 20240575/NASC Documentkenmerk 20240575_a2RAP

Paraaf:

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2

Locatiegegevens en onderzoeksopzet 2. 1 Locatiegegevens 2. 2 Gewenste herinrichting 2. 3 Onderzoeksopzet

4 4 4 5

3

Beleid 3. 1 Waterschap 3. 2 Gemeentelijk beleid

7 7 8

4

Geohydrologisch onderzoek 4. 1 Maaiveldhoogte 4. 2 Bodemopbouw 4. 3 Doorlatendheid Grondwater 4. 4 4. 5 Oppervlaktewater 4. 6 Riolering 4. 7 Natuurgebieden en grondwaterbeschermingsgebied 4. 8 Klimaatatlas Twente 4. 9 Vastgestelde geohydrologische situatie

10 10 11 12 13 15 16 16 17 18

5

Toekomstige situatie waterhuishouding 5. 1 Algemeen 5. 2 Infiltratiemogelijkheden algemeen Infiltratiepotentie en geschiktheid hemelwaterinfiltratie 5. 3 5. 4 Berging hemelwater 5. 5 Ontwerp watersysteem

19 19 19 20 20 21

6

Bouw- en woonrijp maken 6. 1 Voorstel vloerpeilen 6. 2 Aandachtspunten bouwrijp maken

25 25 25

7

Samenvatting

27

en

conclusie

Bijlagen Situatietekening 1 1. 1 Geografische ligging 1. 2 Ontwerptekening 2 Boorstaten 3 Berekening goten en doorlatendheid 4 Watertoets

projectnummer 20240575/NASC

datum oktober 2024

2 / 28

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

1

Inleiding

In opdracht van Proviel BV heeft Geofoxx, als onafhankelijk adviesbureau,1 een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd en waterhuishoudkundig plan opgesteld voor de planlocatie “Tilligte noord”. Op 1 oktober 2024 is het concept plan voorgelegd aan de gemeente Tubbergen en hebben enkele wijzigingen plaatsgevonden. Deze zijn verwerkt in onderhavige definitieve rapportage (versie a2). De aanleiding

het laten uitvoeren van het onderzoek wordt gevormd door de nieuwbouw op de locatie en de daarvoor benodigde omgevingsvergunning. In verband met de geplande woningbouw is het nodig om de lokale waterhuishouding en de gevolgen van de herontwikkeling op de huidige waterhuishoudkundige situatie in kaart te brengen. voor

voorgenomen

Achtergrond Om water bij ruimtelijke ontwikkeling een prominentere rol te geven, is op grond van het besluit op de ruimtelijke ordening de watertoets verplicht gesteld. Dit komt er op neer dat bij elk ruimtelijk plan vooraf moet worden aangegeven op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding en dat onderlinge afstemming plaatsvindt tussen ontwikkelaar en waterbeheerders (watertoetsproces). De doorvertaling van het watertoetsproces zal in het omgevingsplan worden opgenomen in de vorm van een waterparagraaf, waarin verantwoording wordt afgelegd over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder. Watertoets(proces) De essentie van het watertoetsproces is een vroegtijdig contact tussen zogeheten initiatiefnemers en waterbeheerders. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle relevante ruimtelijke plannen en besluiten van Rijk, provincies en gemeenten. De toets is verplicht voor ruimtelijke plannen waarin 'waterbelangen' spelen. In een waterparagraaf wordt door de initiatiefnemer uitgelegd hoe wordt omgegaan met de waterhuishouding binnen het plan (Bij grotere plannen wordt het opstellen van de waterparagraaf veelal voorafgegaan door een vooroverleg met waterschap, gemeente en/of Rijkswaterstaat).

Het waterschap kijkt vervolgens of in het plan voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse (beoordeling waterparagraaf) en geeft een wateradvies. Het resultaat van het watertoetsproces is een tussen de initiatiefnemer en waterbeheerder afgestemde waterparagraaf in het ruimtelijk plan. Afhankelijk

van de omvang van het plan alsmede relevante wateraspecten / -belangen komt het watertoetsproces in aanmerking voor de korte procedure dan wel normale procedure.

Doel Om goed onderbouwde en weloverwogen keuzes te kunnen maken bij het ontwerp van het plangebied is het raadzaam om inzicht te hebben in de grondwaterhuishouding (grondwaterstanden, fluctuaties en stromingsrichting) en bodemopbouw ter plaatse. De resultaten van het onderzoek kunnen gebruikt worden als input voor de in een latere fase op te stellen waterparagraaf. Tevens wordt de digitale watertoets reeds ingevuld, om te bepalen welke procedure doorlopen moet worden dan wel een wateradvies te verkrijgen. In het rapport komt het volgende aan de orde: het vooronderzoek en geohydrologisch onderzoek, de veldwerkzaamheden inclusief gemeten doorlatendheid, de vigerende regels voor de waterhuishouding bij ruimtelijke ontwikkeling en de interpretatie van de verzamelde gegevens, de conclusies en het advies. 1 De

opdrachtgever en terreineigenaar zijn geen zuster- of moederbedrijf en komen niet uit de eigen organisatie zodat de onafhankelijkheid van het onderzoek is gewaarborgd.

projectnummer 20240575/NASC

datum oktober 2024

3 / 28

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

2

Locatiegegevens

2. 1

Locatiegegevens

en

onderzoeksopzet

De locatie is gelegen aan de noordzijde van Tilligte en staat kadastraal bekend als gemeente Denekamp, sectie M, en nummers 1325, 1326, 1327, 1536 en 1539. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 2,6 ha. De locatie is momenteel in gebruik als weiland. Ten zuiden van de locatie bevindt zich een woonwijk, het betreft hier woningen gebouwd vanaf de jaren ’80. Aan de zuidoostkant van de onderzoekslocatie is een openbare weg aanwezig, de Kerkweg. Aan de noordwestzijde van het gebied is eveneens een openbare weg aanwezig, de Frensdorferweg. Ten noordoosten van de locatie is een weiland aanwezig, met een boerderij. Tabel 2. 1: Overzicht topografische Topografische gegevens Locatie Gemeente Waterschap Huidig gebruik Oppervlakte onderzoekslocatie Maaiveldhoogte 1 Toekomstig gebruik

1 Gemiddelde

2. 2

gegevens

Tilligte noord Dinkelland Vechtstromen Weiland 2,6 ha 20,9-22,7 m + NAP Woningen

maaiveldhoogte op basis van AHN. nl, oplopend van zuid naar noord;

Gewenste

herinrichting

De exacte toekomstige indeling van het terrein is nog niet bekend. In figuur 2 is de globale toekomstige inrichting afgebeeld. Voor het oostelijk deel (fase 1) van de locatie is al wel een verkavelingsplan; hier is een herverdeling in 11 kavels voorzien, waarvan 6 twee-onder-een kappers en 5 vrijstaande woningen (zie figuur 2. 1)

Figuur 2. 1: Onderzoekslocatie huidige- en nieuwe situatie (respectievelijk links en rechts). Centraal door de locatie is een toegangsweg voorzien. Deze sluit in het oosten aan op de Kerkweg en in het noordwesten op de Frensdorferweg. In het westen van de locatie is ruimte gereserveerd voor de aanleg van een wadi. Daarnaast zijn in het oosten twee locaties beschikbaar voor een wadi (zie figuur 2. 1).

projectnummer 20240575/NASC

datum oktober 2024

4 / 28

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

Figuur 2. 2: Toekomstige inrichting van het oostelijk deel van de onderzoekslocatie. Gebaseerd op de tekening aangeleverd door de opdrachtgever zal het verhard oppervlakte in de toekomst toenemen. Dit bestaat uit circa 3. 000 m 2 voor de toekomstige rijbaan, trottoirs en parkeerplaatsen (verhardingen). Daarnaast zal de bebouwing zorgen voor een toename van het verhard oppervlak met circa 6. 300 m.2 Dit is inclusief inritten en een parkeerplaats op particulier terrein. In onderstaande tabel is de toekomstige verharding weergegeven. Tabel 2. 1: Oppervlaktes Situatie

Kavels

Voormalig Toekomstig

--

en

kavelindeling gehele plangebied (fase 1 t/m 3 in m)2 Globale oppervlakte 2,6 ha 2,6 ha

Oppervlak bebouwd

Oppervlak verharding

Totaal

--

--

--

Vrijstaand 1 900 -2-o. -1-kap 2 1. 400 -Woningen onbekend 3 4. 000 -Rijbaan (400x7,5 m) 4 -3. 000 Parkeerplaatsen 5 325 Totaal onverhard 16. 375 Totaal verhard 9. 625 1) Oostelijk deel plangebied. 180 m 2 verhard inclusief bestrating/ oprit 2) Oostelijk deel plangebied. 140 m 2 verhard inclusief bestrating/ oprit 3) Westelijk deel plangebied, inrichting nog niet bekend, uitgaande van 60% verhard oppervlak. 4) Rijbaan, inclusief trottoir: 7,5 m breed en 400 m lang. 5) Uitgaande van 26 parkeerplaatsen (5x2,5 m).

2. 3

Onderzoeksopzet

2. 3. 1

Geohydrologisch onderzoek

9. 625

Eerst zal een bureaustudie worden uitgevoerd waarbij op basis van alle beschikbare openbare data (o. a. DINOloket, Wateratlas Overijssel, Actueel Hoogtebestand Nederland) de lokale bodemopbouw en geohydrologie wordt beschreven. Omdat deze gegevens vaak van regionale aard zijn dienen deze te worden door vertaald naar de lokale situatie. Hiervoor zijn aan verschillende openbare bronnen gegevens ontleend omtrent de geohydrologie en waterhuishouding. De verzamelde gegevens zijn afkomstig van; het Actueel Hoogtebestand van Nederland 4 (AHN 4); KLIC-melding en relevante kadastrale kaarten van het Kadaster; de database DINOloket van TNO; openbare datasets beschikbaar via het Nationaal Georegister; grondwatermeetnet Twente; openbare datasets van de Provincie Overijssel (Atlas van Overijssel);

projectnummer 20240575/NASC

datum oktober 2024

5 / 28

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

Legger waterschap Vechtstromen; Revisie riolering gemeente Dinkelland; verkennend bodem- en asbestonderzoek Kerkweg 15 te Tilligte (Geofoxx, 2022, 20211436_a1RAP); Terreininmeting juni 2024, R. Fox. volgt; Veld- en laboratoriumonderzoek Om inzicht te krijgen in de doorlatendheid (k-waarde) van de onverzadigde zone van de bodem worden doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. De k-waarde is van belang voor het bepalen van de infiltratiemogelijkheden op de locatie. In lijn met de leidraad riolering Module C2510 (Doorlatendheidsonderzoek voor infiltratie en drainage), met een GHG (gemiddeld hoge grondwaterstand < 1,5 m-mv), zijn vijf doorlatendheidsmetingen (falling head testen) uitgevoerd op verschillende dieptes van circa 0,7 tot 2,0 m-mv, ter plaatse van de aan te leggen wadi’s. Daarnaast zijn pomproeven verricht in de drie geplaatste peilbuizen ter bepaling van de doorlatendheid van de bodem onder de grondwaterstand. Op basis van de bij de boringen vrijkomende grond wordt een gedetailleerde boorbeschrijving gemaakt (boorprofielen). Dit geeft inzicht in de bodemopbouw (samenstelling en doorlatendheid). De ligging van de boorpunten is weergegeven op de situatietekeningen in bijlage 1. Voor gedetailleerde boorstaten wordt verwezen naar bijlage 2.

Kwaliteitsborging De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de richtlijnen en kwaliteitseisen zoals genoemd in de Beoordelingsrichtlijn veldwerk voor milieuhygiënisch bodem en waterbodemonderzoek van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, nummer 2000 " Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek " (kortweg: BRL SIKB 2000) en vigerend protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen). 2. 3. 2

Digitale watertoets

In dit kader van de (verplichte) watertoets is het van belang om in de planvormingsfase na te denken over de waterhuishoudkundige aspecten op de locatie. Een eerste stap hierin is het doorlopen van de digitale watertoets. Met behulp hiervan kan worden bepaald welke wateraspecten er spelen en welke procedure op basis hiervan moet worden doorlopen. Ten behoeve van een goede ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling dient in de toelichting van het bestemmingsplan een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt een beschrijving gemaakt van onder andere de geohydrologische uitgangspunten, de beleidsmatige uitgangspunten van gemeente en waterschap, de benodigde bergingsopgave, infiltratiemogelijkheden en de toekomstige invulling van de waterhuishouding (op hoofdlijnen). Afhankelijk van de uitkomsten van de digitale watertoets, wordt de waterparagraaf in een later stadium geschreven. De resultaten van de digitale watertoets zijn opgenomen in onderhavige rapportage.

projectnummer 20240575/NASC

datum oktober 2024

6 / 28

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

3

Beleid

In de navolgende paragraaf is het huidige beleid ten aanzien van stedelijk waterbeheer beknopt toegelicht. Het stedelijk waterbeleid wordt ingevuld door de gemeente Dinkelland en waterschap Vechtstromen. 3. 1

Waterschap

Het waterschap heeft een aantal normen en uitgangspunten opgenomen in het ‘Waterbeheerplan 2022-2027, Waterschap Vechtstromen’. De grootste opgaven waar het Waterschap mee te maken krijgt bestaat uit de Omgevingswet, het klimaat, algehele waterkwaliteit, duurzaamheid en beleving. Het algemene uitgangspunt van het waterschap Vechtstromen is dat het omliggende watersysteem niet extra belast wordt door de ontwikkelingen op de locatie. Er mag géén afwenteling op de omgeving (en in de tijd) plaatsvinden. Daartoe hanteert het waterschap de volgende twee tritsen voor waterkwantiteit en waterkwaliteit: Vasthouden – bergen – afvoeren De trits ‘vasthouden – bergen – afvoeren’ houdt in dat in eerste instantie getracht dient te worden het (gebiedseigen) water zo lang mogelijk – daar waar het valt – vast te houden (infiltratie in de bodem). Indien dit niet mogelijk is dient het afstromend regenwater lokaal te worden geborgen in vijvers en watergangen. Pas in laatste instantie - wanneer noch vasthouden, noch bergen afdoende is - kan overwogen worden het water zo traag mogelijk af te voeren naar de omgeving.

Schoon houden – scheiden – schoonmaken De trits ‘schoon houden – scheiden – schoonmaken’ omvat ten eerste het niet toelaten dat de waterkwaliteit verslechtert (schoon houden), vervolgens het scheiden van schone en vuile waterstromen en als laatste het zuiveren (schoonmaken) van verontreinigd water. De hydrologische ordeningsfuncties voor deze trits zijn: Cascadering, waarbij vuile gebiedsfuncties benedenstrooms van schone worden gelegd; Buffering, waarbij tussen schone en vuile gebiedsfuncties een bufferzone wordt aangelegd; Differentiatie per stroomgebied, waarbij elk (deel)stroomgebied een richtinggevende functie krijgt. Onder deze bovengenoemde trits heeft het waterschap Vechtstromen een aantal specifieke uitgangspunten met betrekking tot het stedelijk waterbeheer. Deze zijn afkomstig uit het Hydraulisch handboek 2020 van waterschap Vechtstromen:2 3 Bergingseis (bergingsvijvers, waterlopen, straat en infiltratie- en randvoorzieningen): o o o o o o

T=100 gebeurtenis maatgevend voor toetsing; Neerslagstatistiek volgens Stowa rapport nr. 19, 2019; Neerslag volgens huidige klimaat +10% (klimaat) 3 mm berging op straat, dak etc. Maatgevende bui-duur is 48 uur, neerslaghoeveelheid 122 mm. Deze waarde komt overeen met de neerslaghoeveelheid inclusief klimaatverandering volgens Stowa rapport nr 19; Maatgevende afvoer (lozingscapaciteit berging): 1,6 l/s, ha ofwel 28 mm bij bui-duur 48 uur;

o

Dit betekent 91

mm

waterberging voor het gebied dat is toegenomen in verhard oppervlak;

Ondergrondse infiltratievoorzieningen moeten worden voorzien van een inspectiemogelijkheid en worden voorzien van blad- en zandvangers; 2 Augustus 2020, afdeling ontwikkeling en advies, Waterschap Vechtstromen; 3 Bepaal de omvang en het type berging in bestaand stedelijk gebied in overleg met de gemeente;

projectnummer 20240575/NASC

datum oktober 2024

7 / 28

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

Het hemelwater wordt bij voorkeur zichtbaar afgevoerd naar de berging- en/of infiltratievoorziening; In het kader van duurzaam bouwen en vanwege de beoogde grond- en oppervlaktewaterkwaliteit mogen geen uitlogende bouwmaterialen (zoals zink, koper, lood en PAK-houdende materialen) worden toegepast. Er zijn voldoende milieuvriendelijke alternatieven die vergelijkbaar zijn wat betreft uitstraling, gebruiksgemak, levensduur en onderhoud. Indien de uitlogende materialen toch worden toegepast, dienen ze jaarlijks gecoat te worden om diffuse verontreinigingen te voorkomen; Het waterschap is er voorstander van om zo min mogelijk schoon regenwater af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Nieuw aan te leggen gebieden dienen gescheiden gerioleerd te worden; Om afwenteling op de omgeving (o. a. piekafvoeren) te voorkomen mag de maximale afvoer vanuit het (nieuwe) stedelijk gebied niet toenemen ten opzichte van de oorspronkelijk in het onbebouwde gebied optredende agrarische afvoeren (hierna ook wel “maatgevende landelijke afvoer” genoemd). Hiervoor dient een maatgevende afvoernorm van 2,4 liter per seconde per hectare te worden gehanteerd; Het waterschap is geen voorstander van het creëren van nieuwe onderbemalingen t. b. v. het realiseren van voldoende ontwateringsdiepte bij nieuwbouwprojecten.

Om voldoende ontwateringsdiepte te bereiken, en toch aan te sluiten bij bestaande grond- en oppervlaktewaterpeilen kan overwogen worden het terrein integraal op te hogen, dan wel om over te gaan op selectief ophogen in combinatie met kruipruimteloos bouwen. Voor een overzicht van de gangbare ontwateringnormen wordt verwezen naar het gemeentelijk beleid, paragaaf 3. 2. 3. 2

Gemeentelijk

beleid

Hemelwater (HWA) De planontwikkeling heeft na realisatie een hoeveelheid verhard oppervlak van 9. 625 m 2 tot gevolg. Compenserende maatregelen zijn derhalve noodzakelijk (verhard oppervlak > 1.500 2 m). Om te voldoen aan het voorkeursbeleid van de waterbeheerders, wordt hemelwater van verharding en bebouwing bij voorkeur bovengronds afgevoerd naar een infiltratievoorziening. Indien bovengrondse afvoer niet mogelijk of wenselijk is, dienen regenpijpen boven het maaiveld te worden voorzien van een bladvanger welke tevens kan dienen als noodoverloop. Op basis van het Gemeentelijk Riool Plan (GRP) kan worden uitgegaan van een minimale berging van 40 mm (uitbreidingslocatie), minus 3 mm inloopverlies (= 37 mm). Het te bergen hemelwater zal in de openbare ruimte geborgen moeten worden en waar mogelijk ook infiltreren. Ontwateringsdiepte In figuur 3. 1 zijn de definities van ontwateringsdiepte en drooglegging weergegeven.

projectnummer 20240575/NASC

datum oktober 2024

8 / 28

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

Figuur 3. 1: Definities ontwateringsdiepte en drooglegging De ontwateringsdiepte is het verschil tussen maaiveldhoogte 4 en grondwaterstand. Het uitgangspunt voor het stedelijk gebied is dat voldoende ontwateringsdiepte wordt gerealiseerd voor de gewenste functie. In tabel 3. 1 zijn de ontwateringsdiepten weergegeven (de beoogde ontwateringsdiepte is geen vaste te garanderen grondwaterstand omdat de grondwaterstand een sterk dynamisch karakter heeft). Tabel 3. 1: Gewenste ontwateringsdiepte Gebruiksfunctie

per

gebruiksfunctie Gewenste ontwateringsdiepte (m)*

Woningen/gebouwen met kruipruimte 1,0 m t. o. v. vloerpeil Woningen/gebouwen zonder kruipruimte 0,5 m t. o. v. vloerpeil Wegen 0,7 m t. o. v. maaiveld Openbaar groen 0,5 m t. o. v. maaiveld *Op basis van overleg met gemeente Dinkelland op 30-4-2021 te Tubbergen.

Bouwperiode Bij de aanleg en het onderhoud van het gebouw en bestrating mag geen gebruik gemaakt worden van uitloogbare bouwmaterialen, chemische bestrijdingsmiddelen en dient het gebruik van strooizout te worden beperkt. Indien er toch uitlogende materialen worden toegepast, dient het desbetreffende materiaal jaarlijks gecoat te worden om diffuse verontreinigingen te voorkomen. Inrichting De straatpeilen dienen bij de straatpeilen in de omgeving van het plangebied aan te sluiten. Rondom de bouwkavels is voldoende ruimte om hoogteverschillen met de omgeving op te vangen. Het vloerpeil van de bebouwing dient normaal 0,2 m boven de kruin van de weg gelegen te zijn, echter is dit eveneens afhankelijk van de inrichting van het straat tracé (drempels, type wegprofiel, afstand tot straat etc). In hoofdstuk 6. 1 zal verder worden ingegaan op de vloerhoogten. Deze vloerpeilen zijn gebaseerd op de minimale drooglegging en benodigde straatpeilen.

4 De

maaiveldhoogte zelf heeft vrijwel geen directe invloed op de grondwaterstand (afhankelijk van een bepaalde drooglegging werkt de maaiveldhoogte, via het oppervlaktewaterpeil, wel door in de grondwaterstand). De maaiveldhoogte is wel van belang voor de ontwateringsdiepte.

projectnummer 20240575/NASC

datum oktober 2024

9 / 28

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

4

Geohydrologisch

4. 1

Maaiveldhoogte

onderzoek

De omgeving van Tilligte wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van dekzandruggen en lager gelegen beekdalen. Tilligte zelf is gesitueerd op hoger gelegen dekzandrug. Ook de onderzoekslocatie is gelegen op (de flanken van) deze dekzandrug. Binnen de onderzoekslocatie varieert de maaiveldhoogte van 22,7 tot 20,9 m + NAP, waarbij het noordwesten van de locatie het laagst gelegen is. Buiten de onderzoekslocatie loopt het maaiveld verder af in noordelijke en westelijke richting. 20,9

21,1 22,2 22,0 22,7

21,7

21,8 Positie foto figuur 4. 1b

22,7

21,9

22,4

Figuur 4. 1a: Globale maaiveldhoogte in m+NAP

onderzoekslocatie (AHN4)

Figuur 4. 1b: overzichtsfoto van het hoger gelegen gedeelte

projectnummer 20240575/NASC

datum oktober 2024

van

de locatie

10 / 28

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

4. 2

Bodemopbouw

Regionale bodemopbouw De opeenvolging van slecht doorlatende lagen en goed doorlatende watervoerende pakketten bepaalt de grondwaterstroming in een gebied. De opeenvolging wordt de geohydrologische opbouw genoemd. In figuur 4. 2 is de geohydrologische opbouw weergegeven (gebaseerd op het geohydrologische model van de DINOloket, REGIS v2. 2). Ter plaatse van het plangebied is een deklaag aanwezig van bijna 30 m dik, die overwegend bestaat uit zandige afzettingen van de Boxtel Formatie. Binnen deze afzettingen zijn twee slecht doorlatende kleilagen aanwezig. Onder de Boxtel Formatie zijn grof zandige, goed doorlatende afzettingen aanwezig van de Drente Formatie.

Figuur 4. 2: Regionale bodemopbouw (REGIS V2. 2, DINOloket)

Tabel 4. 1: Regionale bodemopbouw (REGRIS V2. 2, DINOloket) Diepte (m-mv) 0-28

Formatie

Samenstelling

Boxtel

28-32

Drente

32-39

Drente, Laagpakket van Gieten

39-41

Drente

Zeer tot matig fijn zand, siltig. Enkele kleilagen Matig grof tot uiterst grof zand, grindig. Diamict: grijsbruine tot bruingrijze klei en leem, sterk zandig en siltig, grindig Matig grof tot uiterst grof zand, grindig.

Geohydrologische eenheid Deklaag 1 e watervoerend pakket Scheidende laag 2 e watervoerend pakket

k-waarde (m/dag) 5-10 (kleilagen < 0,01) 10-25 < 0,01

10-25

Lokale bodemopbouw In het kader van de herontwikkeling is door Geofoxx een geohydrologisch onderzoek op de locatie uitgevoerd. De boorprofielen zijn opgenomen in bijlage 2. Uit de profielbeschrijvingen van de grondboringen volgt dat de grond tot 3,6 m-mv uit matig fijn, matig tot sterk siltig zand bestaat (tabel 4. 2). Er is een relatief dikke bouwvoor aanwezig van lokaal 1 m dik. Er zijn roestverschijnselen aangetroffen van tot een diepte van maximaal 2,4 m-mv. Er zijn geen kleilagen aangetroffen. Wel is de bodem lokaal zeer fijn van structuur en sterk siltig. Dit kan leiden o. a. tot een lage doorlatendheid van de bodem.

projectnummer 20240575/NASC

datum oktober 2024

11 / 28

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

Tabel 4. 2: Lokale bodemopbouw Diepte (m-mv) 0-3,6

4. 3

Bodemsamenstelling Zand, matig fijn, matig tot sterk siltig

Opmerking Bovenste 1,0-1,5 m-mv matig humeus

Doorlatendheid

Onverzadigde zone: Om een indruk te krijgen van de doorlatendheid (k-waarde) van de onverzadigde zone is in vijf boringen een doorlatendheidsproef uitgevoerd. De proeven zijn verricht verspreid uitgevoerd over het terrein op verschillende dieptes in de aanwezige zandlaag. De doorlatendheid van de onverzadigde bodemlagen is bepaald met behulp van de Falling headmethode, ook wel omgekeerde Hooghoudmethode genoemd. Bij de Falling head-methode wordt de grondwaterspiegel eenmalig verhoogd waarna de daling van de grondwaterspiegel wordt gemeten. De metingen worden uitgevoerd om een indicatie te verkrijgen van de mogelijkheden voor de infiltratie van hemelwater in de bodem. De doorlatendheidsproeven zijn uitgevoerd in de onverzadigde (boven de grondwaterstand) in de zandlagen. Tabel 4. 3: Gemeten doorlatendheid onverzadigde Boorpunt

Filtertraject (m-mv)

7 1,25-1,75 8 1,30-1,80 9 1,50-2,00 11 0,70-1,20 12 1,00-1,50 Gemiddelde doorlatendheid

zone

zone

Figuur 4. 3: Falling-Head

(m/dag)

Samenstelling bodem Zand, matig fijn, matig siltig Zand, matig fijn, matig siltig Zand, matig fijn, matig siltig Zand, uiterst tot matig fijn, matig siltig Zand, matig fijn, sterk siltig

K-waarde (m/dag) 9,3 1,1 0,7 7,5 > 10 5,7

Verzadigde zone: In de drie peilbuizen op het terrein zijn doorlatendheidsmetingen (constant flow-head test volgens module C2510 uit leidraad Riolering 2011) uitgevoerd voor het vaststellen van de doorlatendheid in de verzadigde zone. De resultaten zijn weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 4. 4: Gemeten doorlatendheid verzadigde Peilbuis

Filtertraject (m-mv)

1 1,76 - 2,76 2 2,72 - 3,72 3 2,55 - 3,55 Gemiddelde doorlatendheid

projectnummer 20240575/NASC

zone

(m/dag)

Samenstelling bodem Zand, zeer tot matig fijn, sterk siltig Zand, zeer tot matig fijn, matig siltig Zand, matig fijn, matig siltig

datum oktober 2024

K-waarde (m/dag) 1,0 2,6 1,9 1,8

12 / 28

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

4. 4

Grondwater

Om een volledig beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden zijn diverse bronnen geraadpleegd.

op

het plangebied,

Regionale grondwaterstroming De grondwaterstroming in de deklaag vindt overwegend in verticale richting plaats (infiltratie). De grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket is globaal westelijk gericht.

Figuur 4. 4: Grondwaterstroming m NAP (Grondwatertools; pakket). Grondwaterstroming van rood naar blauw.

isohypsen

1 e watervoerend

Grondwaterstanden Bij het Dino-loket van TNO en het grondwatermeetnet Twentezijn langdurige meetgegevens bekend van grondwaterstanden in de omgeving van het plangebied. In de onderstaande tabel zijn de berekende statistieken van de meetwaarden weergegeven. Tabel 4. 5: Grondwatergegevens DINOloket Meetpunt (naam)

Z-hoogte (m+NAP)

Meetperiode

GHG (m+NAP)

(m-mv)

GG (m+NAP)

(m-mv)

GLG (m+NAP)

(m-mv)

20,13

0,88

19,52

1,49

19,06

1,95

Waterschap Vechtstromen GMW29A127704

21,01

2015-2024

Grondwatermeetnet Twente TIL101

22,53

2016-2024

20,33

2,20

19,75

2,78

19,16

3,37

TIL102

21,35

2016-2024

20,60

0,75

19,86

1,49

19,11

2,24

projectnummer 20240575/NASC

datum oktober 2024

13 / 28

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

GMW29A127704

TIL101

TIL102

Figuur 4. 5: Ligging relevante peilbuizen van waterschap Vechtstromen en grondwatermeetnet Twente nabij de onderzoekslocatie (bron: DINO loket). Peilbuis TIL101 bevindt zich op circa 50 m afstand van de onderzoekslocatie. De meetgegevens van deze peilbuis worden het meest relevant geacht voor het huidige onderzoek. De gemiddelde jaarlijkse fluctuatie is circa 1,2 m. Lokale grondwatermetingen Door Geofoxx zijn in het kader van onderhavig onderzoek drie peilbuizen op het terrein geplaatst. De waterstanden zijn bij uitvoering van de pompproeven op 11 juli 2024 aangetroffen op respectievelijk 1,3 m-mv (PB01) en 2. 2 m-mv (PB02 en PB03). Tabel 4. 6: Grondwatergegevens (11 juli 2024) Peilbuis 01 02 03

Filterdiepte (m -mv) 1,80-2,80 2,60-3,60 2,50-3,50

Grondwaterstand (m -mv) 1,3 2,2 2,2

Maaiveld (m+NAP) 20,7 21,9 22,3

GW stand (m+NAP) 19,4 19,7 20,1

De aangetroffen grondwaterstanden liggen vermoedelijk tussen de GG en GHG situatie in, wat overeenkomt met de zeer natte zomer waarin de grondwaterstanden gemeten zijn. Bij het verkennend bodem- en asbestonderzoek (Geofoxx, 2022, 20211436_a1RAP) zijn vier peilbuizen geplaatst. Op 16 en 24 december 2021 is de grondwaterstand in deze peilbuizen aangetroffen op een diepte variërend van 1,8 tot 2,4 m-mv, ofwel een diepte van circa 19,820,0 m + NAP. Tabel 4. 7: Grondwatergegevens verkennend bodemonderzoek (Geofoxx, december 2022) Peilbuis 01 06 16 28

Filterdiepte (m -mv) 3,00 - 4,00 2,70 - 3,70 2,50 - 3,50 2,50 - 3,50

projectnummer 20240575/NASC

Grondwaterstand (m -mv) 2,44/2,40 2,07/2,03 2,05 1,76

datum oktober 2024

Maaiveld (m+NAP) 22,44 22,05 21,87 21,60

GW stand (m+NAP) 20,02 20,00 19,82 19,84

14 / 28

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

Maatgevende grondwaterstanden Op basis van de maatgevende grondwaterstanden van TNO en grondwatermeetnet Twente, het verwachtte stromingspatroon en de metingen op de onderzoekslocatie zijn de volgende maatgevende grondwaterstanden bepaald:

1,0 m-mv

2,2 m-mv 2,2 m-mv

2,2 m-mv

Figuur 4. 6: Verloop

van

de GHG (m-mv) binnen de onderzoekslocatie.

Uit de verkregen informatie kan worden geconcludeerd at op de hoger gelegen terreindelen het GHG-grondwaterniveau evenwijdig aan het maaiveldniveau gelegen is op een diepte van 2,2 m-mv. Richting het noordwesten, daar waar het maaiveld het laagste gelegen is, wordt het grondwater ook ondieper aangetroffen op een diepte van 1 m-mv. Gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG): 2,2 m-mv, oplopend tot circa 1,0 m-mv in het noordwesten van de onderzoekslocatie; Gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG): 3,3 m-mv, oplopend tot circa 1,9 m-mv in het noordwesten van de onderzoekslocatie.

4. 5

Oppervlaktewater

Op circa 170 m ten noorden van de onderzoekslocatie bevindt zich een watergang, waarvan het onderhoud onder beheer van waterschap Vechtstromen valt. Zie hiervoor de groene lijnen in figuur 4. 7. de watergang aan de noordzijde betreft de Dinkel.

Figuur 4. 7: Legger oppervlaktewateren nabij plangebied

projectnummer 20240575/NASC

datum oktober 2024

15 / 28

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

Ten westen van de planlocatie is een sloot gelegen, parallel aan de Frensdorferweg. De sloot mond richting het noorden (stroomafwaarts) uit in watergang AV02818 van waterschap Vechtstromen en is in beheer en onderhoud bij de gemeente Dinkelland. Op basis van de locatie inspectie op 11 juli 2024 is vastgesteld dat de sloot is voorzien van duikers (rond 300 beton) en gericht op de afvoer van overtollig hemelwater. Zie hiervoor tevens onderstaande foto’s.

Figuur 4. 8: Sloot in de oostelijke berm van de Frensdorferweg. Gezien richting het noorden (foto links, stroomafwaarts) en zuiden (foto rechts, stroomopwaarts). Het profiel van de sloot bestaat uit een bodem van circa 0,5 m breed en taluds van circa 1:1,5 tot 1:1. De duikers zijn relatief klein uitgevoerd voor de functie van de sloot, namelijk afvoer van overtollig (hemel) water vanuit Tilligte, inclusief overstorten. Tevens bevat de duiker nabij de inrit van het toekomstig plangebied (nabij Frensdorferweg) schade. De diameters zijn uitgevoerd als 300 mm tot aan de watergang AV02818. 4. 6

Riolering

De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling en afvoer van afvalwater en daarmee de aanleg, het onderhoud en het beheer van het hoofdrioolstelsel. Het vuilwaterriool dient te worden aangesloten op het bestaande stelstel. Dit kan gebeuren aan de oostzijde van het plangebied, aan de Kerkweg, of aan de zuidwestzijde van het plangebied, aan de Frensdorferweg. Aan de Frensdorforweg heeft het bestaande vuilwaterriool een b. o. b. hoogte van 18,2 m + NAP. Het betreft een betonnen Ø1000 riool. Aan de Kerkweg heeft het bestaande gemengd riool een b. o. b. hoogte van 20,6 m + NAP. Het betreft een betonnen Ø300 riool.

4. 7

Natuurgebieden

en

grondwaterbeschermingsgebied

Nabij het plangebied (1 < km) zijn geen beschermde natuurgebieden behorend tot Natura2000 gelegen. Wel bevinden zich binnen 1 km afstand ten oosten van de locatie enkele

projectnummer 20240575/NASC

datum oktober 2024

16 / 28

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

beschermde gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. De locatie is niet gelegen in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied dan wel een intrekgebied.

Figuur 4. 9: Beschermde gebieden onderzoekslocatie. 4. 8

Klimaatatlas

het Natuurnetwerk Nederland nabij de

van

Twente

Op basis van de klimaatatlas Twente blijkt dat bij extreme neerslag (70 mm, T=100) ter plaatse van een groot deel van het huidig plangebied geen water aan de oppervlakte aanwezig is. Lokaal is tot max. 10 cm water aan de oppervlakte aanwezig. Opgemerkt dient te worden dat ondanks “water op maaiveld aanwezig is”, het plangebied geen waterbergende functie heeft ten tijde van extreme neerslag. In figuur 4. 10 is de situatie weergegeven welke ontstaat bij 70 mm neerslag.

Figuur 4. 10: Waterdiepte bij 70

projectnummer 20240575/NASC

mm

neerslag in 1

datum oktober 2024

uur

(Bron: Klimaatatlas Twente)

17 / 28

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

4. 9

Vastgestelde

geohydrologische

situatie

Bodemopbouw De grond bestaat tot ten minste 3,6 m-mv uit matig fijn, matig tot sterk siltig zand. Er is een relatief dikke bouwvoor aanwezig van lokaal 1 m dik. Er zijn roestverschijnselen aangetroffen van tot een diepte van maximaal 2,4 m-mv. Er zijn geen kleilagen aangetroffen. Wel is de bodem lokaal zeer fijn van structuur en sterk siltig. Dit kan leiden o. a. tot een lage doorlatendheid van de bodem. Hoogteligging De maaiveldhoogte laagst gelegen is.

22,7 tot 20,9

van

m +

NAP, waarbij het noordwesten

van

de locatie het

Grondwaterniveau Uit de verkregen informatie kan worden geconcludeerd at op de hoger gelegen terreindelen het GHG-grondwaterniveau evenwijdig aan het maaiveldniveau gelegen is op een diepte van 2,2 m-mv. Richting het noordwesten, daar waar het maaiveld het laagste gelegen is, wordt het grondwater ook ondieper aangetroffen op een diepte van 1 m-mv.

1,0 m-mv

2,2 m-mv 2,2 m-mv

2,2 m-mv

Figuur 4. 11: Verloop

van

de GHG (m-mv) binnen de onderzoekslocatie.

Doorlatendheid De doorlatendheid van de zandlagen is “matig tot goed”. De gemeten k-waardes op basis van doorlatendheidsproeven zijn gemiddeld 5,7 m/dag in de onverzadigde zone en 1,8 m/dag in de verzadigde zone. Waterhuishoudkundige inrichting Ten westen van de planlocatie is een sloot gelegen, parallel aan de Frensdorferweg. De sloot mond richting het noorden (stroomafwaarts) uit in watergang AV02818 (onderdeel van waterschap Vechtstromen) en is in beheer en onderhoud bij de gemeente Dinkelland. Op basis van de locatie inspectie op 11 juli 2024 is vastgesteld dat de sloot is voorzien kleine van duikers (300 mm). De dimensionering van de sloot is gericht op een beperkte waterafvoer.

projectnummer 20240575/NASC

datum oktober 2024

18 / 28

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

5

Toekomstige

5. 1

Algemeen

situatie

In dit hoofdstuk worden de mogelijkheden plangrenzen bekeken. 5. 2

Infiltratiemogelijkheden

voor

waterhuishouding

het verwerken

van

hemelwater binnen de

algemeen

De mogelijkheid voor het infiltreren van hemelwater in de bodem is onder ander afhankelijk van de bodemopbouw, de doorlatendheid van de bodem en de heersende grondwaterstanden. In figuur 5. 1 is schematisch de afweging tussen het wel of niet infiltreren van hemelwater in de bodem en de keuze voor een bepaalde infiltratietechniek weergegeven. Het betreft een algemene beslismethodiek. Infiltratiesysteem

-

-

Doorbreken van eventuele aanwezige slecht doorlatende lagen verlagen gws ophogen terrein

GHG

nee

> 0,7 m-mv t. p. v.

ja

voorziening

k > 9 m/dag

ja

open verharding

nee nee

Afvoer naar oppervlaktewater infiltratie niet zonder meer mogelijk k > 2 m/dag -

diepploegen grondverbetering grondvervanging ophogen terrein

ja

Infiltratie: - veld - put * - koffer / - krat - riool - greppel

nee

k > 0,4 m/dag

ja

wadi

nee

Afvoer naar oppervlaktewater gws:

GHG: m-mv:

k: *

grondwaterstand gemiddeld hoogste grondwaterstand meter beneden het maaiveld doorlatendheid van de bodem voor een infiltratieput moet de grondwaterstand lager zijn dan 1,5 m-mv

Figuur 5. 1: Mogelijkheden voor infiltratie van hemelwater (bron: Hemelwater binnen perceelgrens, SBR/ISSO, publicatie 70_1, 2011). Gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) De GHG is als eerste criterium toegepast bij de afweging tussen het infiltreren in de bodem, het bergen van het hemelwater, óf het afvoeren van hemelwater naar elders. Indien de GHG op de locatie hoger is dan 0,7 meter beneden maaiveld is infiltratie niet zonder meer mogelijk en blijven de volgende mogelijkheden over: bufferen en hergebruik van het hemelwater op de locatie; het nemen van maatregelen ter verbetering van de geohydrologische omstandigheden; het ophogen van de locatie;

projectnummer 20240575/NASC

datum oktober 2024

19 / 28

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

het afvoeren

hemelwater

van

naar

oppervlaktewater.

Doorlatendheid (k-waarde) Indien de doorlatendheid van de bodem groter is dan 9 m/dag kunnen in principe alle typen infiltratievoorzieningen worden toegepast. Indien de doorlatendheid van de onverzadigde zone kleiner is dan 9 m/dag, maar groter dan 2 m/dag, kunnen infiltratietechnieken als een infiltratieveld, -koffer, -riool en –greppel goed worden toegepast. Indien de doorlatendheid van de bodem tussen de 2 en 0,4 m/dag ligt, kan het hemelwater met behulp van een wadi in de bodem worden geïnfiltreerd. In geval van een doorlatendheid van minder dan 0,4 m/dag is het infiltreren van hemelwater niet goed mogelijk. 5. 3

Infiltratiepotentie

en

geschiktheid

hemelwaterinfiltratie

Op basis van de onderzoeksresultaten kan voor de locatie worden uitgegaan zoals opgenomen in onderstaande tabel.

van

de situatie

Tabel 5. 1: Infiltratiepotentie Plangebied

GHG

GLG

m-mv

m-mv

2,2 tot 1,0

3,3 tot 1,9

k-waarde m/dag 5,7 (onverzadigde zone) 1,8 (verzadigde zone)

Op basis van de GHG en de doorlatendheid is infiltratie op de locatie middels danwel IT-riool goed mogelijk.

5. 4

Berging

een

wadi

hemelwater

Op basis van het Gemeentelijk Riool Plan (GRP) kan worden uitgegaan van een minimale berging van 40 mm (uitbreidingslocatie), minus 3 mm inloopverlies (= 37 mm). Het te bergen hemelwater zal in de openbare ruimte geborgen moeten worden en waar mogelijk ook infiltreren. Aangezien op dit moment onbekend is hoe de particuliere terreinen worden ingedeeld, wordt enkel bergingscapaciteit gerealiseerd voor het openbaar terrein. Tabel 5. 2: Berging Verharding Bebouwing Totaal:

projectnummer 20240575/NASC

Verhard oppervlak afgerond (m)2 3. 325 6. 300 9. 625

datum oktober 2024

Bergingseis (mm) 37 37

Berging afgerond (m)3 125 235 360

20 / 28

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

5. 5

Ontwerp

watersysteem

De planontwikkeling heeft een toename van verhard oppervlak met 9. 625 m 2 tot gevolg. 2 Compenserende maatregelen zijn derhalve noodzakelijk (verhard oppervlak > 1.500 m). Het hemelwatersysteem is ingericht op de het afstormen van hemelwater over maaiveld, door gebruik te maken van het hoogteverschil op de locatie. Middels de molgoot wordt water naar de grote wadi aan de westzijde geleid, of de kleinere wadi’s aan de oostzijde. De wadi’s zijn met elkaar verbonden middels een hemelwaterriool. Het vuilwaterriool wordt aangesloten op het stelsel in de Ootmarsumsestraat, een klein deel van het plan stoomt af naar het riool in de Kerkweg. De totale inhoud van de wadi’s is ruim voldoende

om

het hemelwater te kunnen bergen.

Overstort op sloot, peil 21,5 m NAP

Molgoot, 8%0 afschot; 22,65 – 21,6 m NAP

Wadi op 21,1 m NAP (bodem) 1600 m 3 inhoud

`` HWA (blauw) met overstort richting wadi westzijde b. o. b. 20,4m NAP Aansluiting DWA ø315 op bestaand stelsel

Wadi op 21,5 m NAP (bodem) 150 m 3 inhoud

Wadi op 21,5 m NAP (bodem) 40 m 3 inhoud

Aansluiting DWA ø315 op bestaand stelsel

Figuur 5. 2: Watersysteem planlocatie Navolgend wordt per watersysteemonderdeel een korte uitwerking gegeven. Door de opdrachtgever is tevens een technische ontwerptekening ter beschikking gesteld (bijlage 1).

5. 5. 1

Verhard oppervlak en afstroming

Hemelwater dat afstroomt op openbaar terrein kan naar de wadi worden geleid over het verhard oppervlak. In het gehele plangebied worden de wegen “op één oor” aangelegd. Er zal gebruik worden gemaakt van het natuurlijke afschot op locatie. In het uiterst oostelijke deel zal het water oppervlakkig naar de greppel worden geleid, op het overig deel zal het water middels molgoten naar de wadi’s worden geleid. Eventuele overstorten vanuit particulier terrein worden op de erfgrens – bovengronds aangeboden, al dan niet middels een uitstroomput. Aanbevolen wordt om een bladscheider aan te brengen in de regenpijp teneinde ten allen tijde een afvoermogelijkheid te behouden bij verstopping.

projectnummer 20240575/NASC

datum oktober 2024

21 / 28

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

Dimensionering goten: Om de goten in de richting van de wadi te dimensioneren wordt de capaciteit berekend ter plaatse de laagst gelegen kavels aan de westzijde, nabij de instroom van de wadi. Hierbij wordt de straat op “een oor” gelegd, met aan de noordzijde een gestrate molgoot. Voor het afschot van de weg wordt 2% gehanteerd (dwarsafschot / verkanting). Een gestrate molgoot dient minimaal 0,8% afschot te hebben (lengteafschot). Er is voldoende afschot in het plan aanwezig om te voldoen aan deze norm. Het vrijkomend hemelwater van circa 3. 500 m 2 verhard oppervlak zal afstromen naar deze zijde van de goot. Uit berekeningen blijkt dat de molgoot minimaal 0,9 meter (9 klinkers) breed en 0,06 meter diep moet zijn bij een verhang van 0,7% (als opgenomen in planontwerp) om aan de afwateringseisen te voldoen. De berekeningen zijn opgenomen in bijlage 3. Opgemerkt dient te worden dat indien de goot kleiner wordt uitgevoerd, het water tijdig buiten de goot zal treden bij piekafvoeren. Dit zal niet meteen tot wateroverlast leiden.

5. 5. 2

Wadi en hemelwaterriool

Wadi: Bij de dimensionering

van de wadi dienen de volgende uitgangspunten van kracht te zijn: De wadi mag een maximale waterstand van 30 cm bevatten met een minimale wake van het waterpeil van 10 cm; De wadi moet in 24 uur weer leeg zijn doormiddel van infiltreren danwel vertraagd afvoeren; Het talud mag een maximaal verhang bevatten van 1:3; Wadi’s dienen ten allen tijde voorzien te zijn van een overstort en eventueel drainage om de infiltratiecapaciteit te bevorderen.

De wadi’s zijn onderling met elkaar verbonden doormiddel van een hemelwaterriool. Heirdoor kan een overschot aan water aan de oostzijde van het plan, richting de grote wadi aan de westzijde worden geleid. Op moment dat water richting de westzijde wordt afgevoerd, zijn de wadi’s aan de oostzijde reeds volledig gevuld. De langgerekte wadi aan de noordoostzijde heeft een beperkte bergingsfunctie, maar vervuld een belangrijke functie in het verzamelen van afstromend hemelwater. Waterscheiding afstromend water (m)3 155 > < 205

Wadi op 21,1 m NAP (bodem) 1600 m 3 inhoud

`` Overstortput richting westelijke wadi

Wadi op 21,5 m NAP (bodem) 30 m 3 inhoud

Wadi op 21,5 m NAP (bodem) 150 m 3 inhoud

Figuur 5. 3: Wadistructuur

projectnummer 20240575/NASC

datum oktober 2024

22 / 28

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

Tabel 5. 3: Wadistructuur Wadi Wadi oost I Wadi oost II Wadi west Totaal

Capaciteit (m)3 30 150 1600 1780

Instromend hemelwater (m)3 155 (125) 205 360

Overstort (m)3 125 -

Overstorthoogte (m NAP) 21,8 21,8 21,5

Bodemhoogte (m NAP) 21,5 21,5 21,1

-

HWA riool: Het HWA riool zorgt voor de overstort van water vanuit het oostelijke terreindeel naar de westelijke wadi. Tussen de greppel en de oostelijke wadi dient het water zonder drempels verdeeld te kunnen worden. Vanaf een waterhoogte van 21,8 m NAP (bij een waterhoogte van 0,3 m) dient water te worden overgestort naar de westelijke wadi. Dit kan door een drempel aan te brengen in de put.

Wadi oost I: In-/uitstroomput: 21,8 m NAP Bodem wadi: 21,5 m NAP

Ø400 mm, 20,4 m NAP

Wadi oost II: In-/uitstroomput: 21,8 m NAP Bodem wadi: 21,5 m NAP Drempel: Overstorthoogte 21,9 m NAP

Figuur 5. 4 hemelwaterriool Het hemelwaterriool kan op basis van de grondwaterstanden uitgevoerd worden als IT-riool. Op basis van de aangetroffen grondwaterstanden heeft het riool in zowel de zomer als winterperiode een infiltrerende werking. 5. 5. 3

DWA riool

Het DWA riool wordt uitgevoerd met een diameter van 315 mm en start met een b. o. b. hoogte van 19,9 m+NAP aan de zuidwestzijde van het plangebied. Het riool wordt aangesloten op het stamriool nabij de kruising Ootmarsumsestraat/ Frensdorferweg. Binnen het plangebied worden naar schatting 50 woningen gerealiseerd. Toetsing buisvulling De toetsing van het stelsel vindt derhalve geheel benedenstrooms plaats. Totaal stroomt het water van 50 huishoudens door het laatst gelegen riool.

projectnummer 20240575/NASC

datum oktober 2024

23 / 28

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

Uitgaande van een gemiddelde van 3 inwoners per woning komt het aantal gebruikers van dit riool op 150. De afvalwaterproductie per inwoner op 135 l/dag gesteld, met een maximale afvoer van 13,5 l/inw/uur. De totale hoeveelheid huishoudelijk afvalwater komt 3 3 daarmee op 20 m/dag, met een maximum van 2 m/uur. De buisvulling van een leiding met een diameter van Ø 315 mm en een bodemverhang van 3 1:315 bij een verhouding debiet van circa 2 m/uur bedraagt de waterdiepte circa 7% van de buisdiameter. Dit is ruim acceptabel.

Figuur 5:5: Buisvulling bij 2

projectnummer 20240575/NASC

m 3 / uur

afvoer

datum oktober 2024

24 / 28

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

6

Bouw-

6. 1

Voorstel

en

woonrijp

maken

vloerpeilen

Op basis van de (toekomstige) maaiveldhoogtes, gemeten grondwaterstanden en vloerpeilen van omliggende bebouwing is een voorstel gedaan voor de te hanteren vloerpeilen voor de nieuwe vloer. Het voorstel is opgenomen in de onderstaande figuur. Hierbij zijn in rood de bestaande maaiveldhoogten opgenomen. In zwart zijn de toekomstige peilen weergegeven. De vegedrukte hoogten betreffen het voorstel voor de vloerpeilen, overige betreffen de toekomstige maaiveldhoogten.

21,3

22,6 22,6

22,35

22,1

22,2

22,3

22,2

22,2

22,25

22,4

22,2

22,2

21,7 Bestaande maaiveld (m NAP)

Figuur 6. 1: Voorstel bouwpeilen/

vloerpeilen

In bijlage 1 is een tekening opgenomen met maaiveldhoogtes en voorgestelde vloerpeilen voor de bebouwing. Op basis van de bovenstaande vloerpeilen en toekomstige inrichting van het plangebied is voldoende ruimte aanwezig om aan te sluiten op de bestaande peilen op aangrenzende percelen. 6. 2

Aandachtspunten

bouwrijp

maken

Tuinen In de tuinen moet grond worden verwerkt die geschikt is om vegetatie te laten groeien en voldoende doorlatend is om regenwater voldoende snel te laten wegzakken. De bestaande bodem wordt voldoende doorlatend geacht. Als gevolg van de bouwwerkzaamheden kan het voorkomen dat verslemping van de bodem optreedt met wateroverlast (plasvorming) in de nieuwe situatie. Het is ter overweging van de bewoners de tuinen te spitten na uitvoering van de (bouw)werkzaamheden. Ophoging Door de ophoging van het maaiveld wordt de grondwaterstand (beperkt) beïnvloed. De zandlagen in het gebied fungeren als buffer voor het vallende regenwater. Door de ophoging zal de capaciteit van de tijdelijke buffer toenemen en de grondwaterstand in theorie enigszins

projectnummer 20240575/NASC

datum oktober 2024

25 / 28

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

hoger worden (capillaire opstijging). Gezien de lage GHG en de beperkte ophoging/ afgraving door bouwrijp maken in het projectgebied geworden aanvullende maatregelen niet noodzakelijk geacht. Bebouwing: Indien onder de te realiseren woningen kruipruimten aanwezig zijn, dienen deze bij voorkeur ondiep te zijn ( < 1 m t. o. v. vloerpeil). Op deze manier wordt (grond)wateroverlast zoveel mogelijk voorkomen. Bij diepere kruipruimten dient de bodem voorzien te zijn van goed doorlatend zand. Op deze manier kan water ten tijde van de bouw en ontwikkeling van de woonwijk infiltreren in de bodem en kan in later stadium eventueel water in de kruipruimte in de bodem kan infiltreren. Infiltratievoorzieningen: De bodem van de wadi’s moet een zodanige samenstelling hebben dat hierop vegetatie kan groeien en het water voldoende snel kan wegzakken. De samenstelling van de wadibodem moet daarom voldoen aan: Doorlatendheid bodem > 0,5 m/dag; 3-5% ; Humusgehalte Lutumgehalte < 1% ; M50-getal 200-300 µm. Omdat de doorlatendheid van de bodem overwegend goed is, is drainage in de wadi’s niet direct noodzakelijk. Wel wordt aanbevolen de wadi’s te voorzien van een slokop met overstort in geval de waterstanden > 0,3 m hoog zijn.

Extreme situaties: Wanneer de intensiteit van de regenval de ontwerpintensiteit overschrijdt, of de totale neerslaghoeveelheid groter is dan de te bergen inhoud van de bergingsvoorzieningen (bergingseis 40 mm), dan raakt het hemelwatersysteem overbelast. Het water zal via de overstort afgevoerd worden uit het plangebied. Hiervoor is een voorziening aangebracht in de westelijke wadi, die bij waterstanden > 0,4 m het water de aanliggende sloot in leidt. Het hemelwater stroomt in geval van piekafvoeren af naar het laagste punt, gelegen aan weerszijden van het plangebied. De ontwerphoogtes in het plan zijn zo gekozen dat het laagste punt op de randen van het plangebied ligt.

Wadi op 21,1 m NAP (bodem) 1600 m 3 inhoud

`` Overstortput richting westelijke wadi

Wadi op 21,5 m NAP (bodem) 30 m 3 inhoud

Wadi op 21,5 m NAP (bodem) 150 m 3 inhoud

Figuur 6. 2: Posities met overstortmogelijkheid

projectnummer 20240575/NASC

datum oktober 2024

op

omliggend watersysteem (rood)

26 / 28

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

7

Samenvatting

en

conclusie

In opdracht van Proviel BV heeft Geofoxx, als onafhankelijk adviesbureau, een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd en waterhuishoudkundig plan opgesteld voor de planlocatie “Tilligte noord”. De aanleiding

het laten uitvoeren van het onderzoek wordt gevormd door de nieuwbouw op de locatie en de daarvoor benodigde omgevingsvergunning. In verband met de geplande woningbouw is het nodig om de lokale waterhuishouding en de gevolgen van de herontwikkeling op de huidige waterhuishoudkundige situatie in kaart te brengen. voor

voorgenomen

Resultaten Binnen het plangebied zal het hemelwater en vuilwater (droogweerafvoer) gescheiden worden afgevoerd. Hierbij is gekozen om het hemelwater over het maaiveld en via natuurlijk afschot te laten afstromen naar een wadi’s aan de weerszijden van het plangebied. De wadi’s in het oostelijk terreindeel hebben echter onvoldoende capaciteit om het instromende water te bergen, er dient een hemelwaterriool aangebracht te worden om het overtollig water richting de grotere wadi in het westen te leiden. Door de ontwikkeling is in het openbaar gebied straks circa 9. 625 m 2 verharding aanwezig. In lijn met de beringseis (37 mm) is binnen het plangebied 360 m 3 bergingscapaciteit benodigd. Binnen het plangebied is ruim voldoende ruimte gereserveerd om deze hoeveelheid water te kunnen bergen middels wadi’s. (nood-) Overstort op sloot Frensdorferweg

Voorstel bouwpeilen

Wadi op 21,1 m NAP (bodem) 1. 600 m 3 inhoud

Molgoot, 7%0 afschot; 22,6 – 21,8 m NAP

21,9

`` HWA (blauw) met overstort richting wadi westzijde b. o. b. 20,4m NAP Aansluiting DWA ø315 op bestaand stelsel

Wadi op 21,5 m NAP (bodem) 400 m 3 inhoud

Wadi op 21,5 m NAP (bodem) 150 m 3 inhoud

Figuur 7. 1: Watersysteem planlocatie Op basis van de toekomstige inrichting van het plangebied zijn er voldoende ruimte aanwezig om deze te sluiten op de bestaande peilen op aangrenzende percelen, echter wordt aanbevolen om bij de verdere (civiele) uitwerking van het plan aandacht te hebben voor de hoogteverschillen welke ontstaan tussen de percelen.

Disclaimer Het onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd met behulp van de voor het onderzoek gangbare technieken, inzichten en methodes. Bij het uitvoeren van onderzoek streven wij optimale representativiteit na. Het blijft mogelijk dat er plaatselijk afwijkingen voorkomen. Deze afwijkingen komen door het steekproefsgewijze karakter van het onderzoek niet aan het licht. Geofoxx is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit bovengenoemde aspecten.

projectnummer 20240575/NASC

datum oktober 2024

27 / 28

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

Advies -

-

-

Geadviseerd wordt om in overleg met ‘beheer’ de positionering van drainage onder de wadi’s te bepalen tezamen met toegang voor algeheel maaionderhoud. Het toepassen van een drainage in de wadi om de leeglooptijd te bevorderen, is op basis van de aangetoonde doorlatendheid van de bodem niet noodzakelijk maar, wordt wel aanbevolen gezien de positionering van de wadi’s direct tussen de woonblokken (oostzijde); Het hemelwaterriool kan op basis van de grondwaterstanden uitgevoerd worden als IT-riool. Op basis van de aangetroffen grondwaterstanden heeft het riool in zowel de zomer als winterperiode een infiltrerende werking; De sloot langs de Frensdorferweg is uitgevoerd met relatief kleine duikers (300 mm) welke ter plaatse van de toekomstige toegangsweg tot onderhavig plangebied ook beschadigd zijn. Aanbevolen wordt in combinatie met het bouwrijp maken van het plangebied deze duikers ook te reconstrueren tot een diameter van minimaal 400 mm. Daarnaast dient gezien de belangrijke afvoerfunctie van de sloot (vanuit onderhavig plangebied en als overstort van het plaatselijke DWA-gemaal) het onderhoud van de sloot geborgd zijn in een beheer en onderhoudsplan. Met name in de zomer, bij piekafvoeren en veel begroeiing in de sloot (gras), kan het ontbreken van onderhoud tot wateroverlast leiden.

Watertoets Om vast te stellen welke waterbelangen spelen bij de planontwikkeling en welke procedure in het kader van de watertoets moet worden gevolgd, is de digitale watertoets uitgevoerd op de website www. dewatertoets. nl in augustus ’24. Op 1 oktober 2024 is het concept plan voorgelegd aan de gemeente Tubbergen en hebben enkele wijzigingen plaatsgevonden. Deze zijn verwerkt in onderhavige definitieve rapportage (versie a2). De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de normale procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben invloed op de waterhuishouding. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. De aanvraag is bijgevoegd in bijlage 4.

projectnummer 20240575/NASC

datum oktober 2024

28 / 28

Waterhuishoudkundig plan Tilligte Noord

Bijlage 1: Situatietekeningen

projectnummer 20240575

datum oktober ’24

Bijlagen

Naam: Paraaf: Datum: □ □

Ingemeten met GPS (inclusief vast punt) Vast punt op tekening aangeduid

Legenda projectgebied BoorplanTilligte Boring tot 2 m-mv Fallinghead test Boring met peilbuis

Overzichtskaart:

Omschrijving: Boorplan Project: Tilligte Noord

- Tilligte

Projectnummer: 20240575 Opdrachtgever: Proviel BV Bijlage: Schaal: Formaat:A3

Datum: 4-7-2024 Tekenaar:JLAM

F:\GL_Proj\2024\0xxx\05xx\057x\0575\TEK\20240575. qgz

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

15

A

A SR E P egw f err o nsde Fr

M 15

LEGENDA DWA01

40

xx. xx+

ER P

VK800 beton

S M 1 06

M 15

1

79

M 15

62 M 10

80

M 1 06

3

M 15

81

xx. xx+

xx. xx+

DWA

PVCø315 12. 5m

DWA

Nieuw te leggen droogweerriool incl. inspectieput, putnummer, putdekselhoogte, afmeting, materiaal, diameter en b. o. b.

xx. xx+

M

B

M 15

34

o nb

IT01

nd ek e nd ek e nb d enk eb on

ø800 PP

24

ME G 21 4,

3 2 1 0,

3 20 9,

2 1 8,

8

7

5 21 6,

2 22 0,

9 0 59, 91 9,5 2 5 2, 191,7 202 06 ,

2 2 4,

9 22 1 ,

7 21 9,

P

22 ,2

P

P

2 1 8,

0

P

P

8

2

P

P

P

P

1 9 5,

2 1 0, 5

0 8, 1 ,92 62 0 2502 0 88, 2 0 8,1 9198,94,8 43 19 , 212 01 , 0,

9 2 1 1,

2

5 87 2 1 0, 2211 1 0,00,, 6 07 2 821 , , 1, 1 02 21 2

21 1 ,0

9

1 2, 5

4 7 1 9 , 20 ,

0 7, 9 7, 4 8 21 7 6

1

P

P

4 2 1 ,2

21 7,

19 , 9 22 2 0 5200 0, 2 0221 ,78,2

0 9 2 0 9, 2 02 10, 1 ,520 7, 5

1 2, 9

2

P

21

21 6,

6

40 20 .

7 38, 49 0 64 20 ,9 2022 00 2, 0 8, ,

4 2 51 6 3 2 2 85 1 9 81 ,9 ,820 4, 22 0 , 0 , 21 2,

F

21 6,

2 1. 10 +

9

M 13

C PV

26 8 0. ‰

21 3,

1 20 8,2 1 2,6 P VC ø1 2 5 14 m

3

2 0. 40 +

I n-/uitstroom : 21. 50+

21 7,

8

PV +

60 21 .

21. 10+

4. 0

20

0 25, 5,1 1 1 ,,2 01 4 2 1 6, 20 1 2 22 0152, 5: 2 1 4,

1 0 78, 1 0, 721 6, 7 2 1 0, 1 91 9,39280,1 ,27 2 0 4, 9 22

D

IT04 2 1. 82+ ø80 0 PP

1 2 1 2, 2 0 79,20244,0282,021 1 , 1 3,

ø

C

17 m

I T+

DW

ø

+

M 13 2

2

7

2

6 0.

+

A 195 2. W D

+

0. 121

DW

0 91 29 1 ,47 2 0 8, 20 , 2 1 2,

21 8,

2

5 31

1 7, 2

PV

2 2 2,

P

+

1 :4

2 2 1 5, 4 21 7, 21 4, 620 80, 08, 51 4, 1 2 2

m 52

A DW

1: 4

21 9,

4

7 21 7,

D 2

3

2 1 ,9

19

DW

21. 60+

vb

8 9,59, 81 5, 6 1 5,2802 0 2 6 0 21 8, 2 21 ,

00

4 C ø

PV

A A HW DW

4 1 43 3

41,57, 26 7 1 52,1 4112 , ,2 2 742

1 8, 8

DW

2 1 ,7 ri ri

vw hb ir

vw hb

2 1 3,

vb

18.20 k kl

DWA10 21. 50+ V K2000 v b beton

kl

19

D W Abv

k kl

lb en e at l ant 60 S kl mk 1 Ø

k lk

M

ui

20.

C PV

5

HW

2 21 9,

2

7A T I L9 3. 7 + 21

1 ir , 224

D W A b e to n

7

ad kep K re

6 21 8,

HW

35 M 14 1

21 7,

H

9 2 1 3,

r

DW

kl k

1

2

b

or

ri

W

H

DW

0

A H WV PW C øA D

200

P

2 0 1. 8 +

+

2 0 .1 7

A

DW

00 ø4

D W 1A8 . 2 5 +

vb

20

vb

2 .8

26 TI L 1 2. 4 + 22

1

ri

ri

ri

20

A

P

2

P

P

5 2 2 5,

2 0 .8 7 +

2 0 3. 7 +

2 0.32 +

DW A

10 TI L1 1 9. + 22

C

PV

A

M90

M

6

b e t o n ø300

GEM

A

21. 12+

b e t o n ø300

GEM

GEM

08

a rsu

m se st

31

M 96

2

M 1 01

3

M 10

3

M 10

54

M 10

M 11

30 M 1 33

55

M 10

14

M 96

2 0.

P

P

45 22 ,

22 4,

7 22 5,

P

4 22 5,

54

M

M81

3

2

4

M 81

1 1 35

M 113

6

M 12

3

M

HW A

1 33 5

n ø

300 b eto

2 0 . 62+

DWA

P0

P

2 6,

2 0. 8

04 T I L1 2. 0 + 22

5

M 81

2 2P3,

2 2 2 4,

PV C

ø 200

DW

M 13

M 14

M 14

15 M 14

14

n

00 ø3

G

betonø300

GEM

GEM

Langepad

GEM 20.67+

ep ad

50 T I L1 3. 0 + 22 1 47 4

HW

A

D W 2 0. 6 0 + A on bek

e nd

14 P V C M0 ø2 0

66

DWA IT

2 0 6. 5 +

M

16

M 13 7

75

IT

DW A

D PWV C Aø4 0 0

GEM

6

M 11

TIøC V

2 0 .7 3 +

Nieuw nutstracé

3

4

2 2 2,

5

b e t on ø 3 00

3

5

DWA

DWA

L ang ep ad

2 0 7. 3 +

IT

IT

2 0 5. 5 +

DW A

+ 560 . 2

3 T I L5 2. 2 + 22

GEM

2

M56

4

5

2

TI +45 . 0 2 0.54 +

M 89

21

23

63 M 13

2

M 14

M 13

45 M 13

M 8 18

07

1. 80

07

M 14

08

06 M 14

1

20 M93

3

ME+ G

T I L9 0 6 + 22 .

060 . 2

11

1

ME G

M93

4

K

M43

41

1

39

21

ME G

M 15

95

M40

M45

8 M93

9 M 46

0

5

L

3 47

46

42 3

22.M 1 12+

22. 10+

M

22. 00+

r st o 6 0 P a -Ø 1

2. 00

1. 00

B

2. 00

0. 59 M 13

M40

7

22. 44+

22. 50+ 22. 35+

0. 90

. e st

D01 Versie

5. 50

ME G

1. 80

43

8

aa ve

21. 50+ 0. 90

60

g 5 k&l tracé i n2 Ø l u i t1 n sl r .

02 . 1

1 :4

1: 4

24

ø1

eg rke w K

ie

22. 00+

op

-

2. 0%

1 51 0

22. 10+

rl o

ø

1 25

22. 60+

22. 42+

5 M 41 2

5. 50

eerste uitgave

K. Rikhof

J. ter Brugge

10-10-2024

wijzigingsomschrijving

getekend

gecontroleerd

datum

M

4 M45

Assetmanagement

adviseurs & ingenieurs openbare ruimte

138

Ontwerp

Klimaat

IT GWS 2,2m-mv

Opdrachtgever

. . OS VWA

ME G

1 34 2

PVC ø315mm b. o. b. 19. 97+

PVC ø300mm b. o. b. 20. 40+

Omschrijving

t

M 16 M 16

11

J M41

1 34 4

1

10

34

10

VWA

H of v an Ew w er

4

ME G

3

M

M41

36

ME G

M 16

M

H

3

004 ø n t oe b

5

2. 0%

94

2 M41

18

51 T I L1 2.0 + 22

k&l tracé

1 5 92

M 41

38

22. 64+

M 15

3

+

9

11

1 5 93

M 56

420 . 2

15

M

22. 20+

ø

10

54 T IL 1 ek e nd o nb

25

G

7 042 .

1 05 9

00 P VC ø 4

Dwarsprofiel A-A' 9

M56

55 T I L1 ek end onb

2 0 4. 8 +

schaal 1:50

8

d e A a r n ni k

1

M

M 13 3

2 0 .6 7 +

DWA

b eto n ø 3 00

F

0

43

15 2 T IL 2 2. 0 + 2

59 M 13

ri

M 68

7 TI L 5 .48 + 22

E+ M 620 G.

tone b

14

29

02 . 1

1 62

Verhardingsafschot

00 4

17

22. 24+

22. 22+

30

8. 0‰

4

61 5

ME G

0 M 90

M 14

M 10 2

12

06

2 0. 2 7 +

7 A WD

22 ,2

77 2 2 3, 3 222222, ,2 0 5. 6 +

1 05 8

Ve M 15

9

Bouwpeil t. o. v. N. A. P.

1

2

2

M

09 M 14

00 4

M1

5

raa t

lk k

2 2 3,

2 0. 6 7 +

PVC ø315mm b. o. b. 20. 58+

ri

22 ,2

M

12. 45

4

86 M 13

IT

31

M 11

m se st

5 22 3,

14

6

M 14

4

91

k kl

a rsu

ME G

M 61

6

Hoogte nieuwe situatie t. o. v. N. A. P.

ME G

M 10

2 0.55 +

27

Oo t m

11 22 22 1 ,1, M61

12. 45+

+

P

1 41 7

15 T IL 1 1 9. 2 + 2

1 1 04

D

5

3

1

M 81 7

0

11

20

31 M 12

HW A DW A

,33

22 0 30 ø ont 2

52 2224 2 ,,5 5 4 8 T I L 23. 20 +3, P 22 6 2 2 2 4, 22 2,

6

Perceelsgrens nieuw

P

+

19 M 10

18

1 31 T IL 1 8. 5 + 2

Taludlijnen

11 22 ,

22eb,2

5 22 2, 1 2 2 2,

G E M 20. 5 7 +

7

M 1 01

3

16

53 T IL 1 9. 5 + 21

A

3

6 2 2 0, 2, 5 22

9 M67

90 TI L 0 1 8. + 2

61 4

ri

k lk

ME 9

1 22 4,

2

GWS 2,2m-mv

A

6

22 G,1

1 2 2 1,1 ,2 22

8

P

P

4

6

8

6+ 20 8.

6+

37

0 PV C ø2 0

H W A P VC k lk D W A ø4 0 0 D AW

22 ,1

2 2222 10,,9

9

22 ,2

6 2 2 6,

GEM

M 93

57

M

5 M 13 5

1 66

HW

76

eg k rw Ke

9 2 2 5,

EM

M

1 336

M

DW A

A4 0 0

M 74

1 M 67

16

20.83+

M 10

32

27

raa t

20

92 9 10/ TRAF

99+

49

DW A

end

Aanbrengen overstortput

60 . 2

22. 40+

0 22 ,4 22 5, 7

2 ,41

C

Aanbrengen 9 streks molgoot

8 2212 9,,01

2 220, 0,

7 22 1 ,1, 9 22

01 T I L1 21. + 22

56 M 10

4

27

vb

5

20.98+

2 0 8. 6 +

M 12

Oo t m

2

P 2

1

9

M 110

Aanbrengen straatkolk incl. HWA-aansluiting ∅125mm tenzij anders aangegeven, kleur groen

71

ME G

GEM

3

k kl

G EM

P

2 ,39

10

5

7

22

16 8

k kl

2

GE

M 11

Ke r k

A

22. 4 0+

6 22 2339, ,

Nieuw te leggen HWA-stelsel

HWA

Perceelsgrens

22. 24+

2

4

20.4 0+

1 9. 3 1

M 12 2

k lk

22. 0 0+

M 81

71 0

GEM

2 ,45

9 01

M 15

28 M 12

DAW

22. 20+

FASE 1

3 2 2 3, P 2 2 4, 8

05 T I L1 2.5 + 22

21. 14+ Kerkepad

GEM

25

33

M

DW A

8 2 2 3,

P

+ 670 . 2

DW A 01 22.3, 019+2 2 1 9, V2 2K800 beton 22 ,1 0

22. 00+

0 22 4,

22. 40+

18 22 ,

9+ 207.

9

30 T I L1 9. 0 + 21

DW2 0. 40 + A

M 110

HW

1:4

08 T I L1 4. 4 + 22

M 11

H W P VC ø

A

ø 3 15

50m

1 22 3,

8 22 2,

2

M 90

3

9

A

7+

2

P

7 2 2 5,

11

23

HW

03

: 14 22 2 2 . 1202 +,

22. 24+

DWA02 22. 1 5+ V K8 00 be ton

A

Opp: 463m2 Inhoud: 156m3 21. 50+

be t o

A

on be k

2ø0 0

2 5, 4

4

63 M 14

A

22. 24+

00

2 1 .5 0 +

P

06 T I L1 4. 0 + 22

ø2 0 0

HW

M 10

14

09 22 ,

1 0 2 2 1 2,12 , 22 04, 3 0 22 ,

17

35

A

ir

4

P

2

4 2 2 6,

8

29

ri

kl

P

21

A

7D T ILl9 k k5.1 + 21

2 0. 2

2

2 73,

PVC

DW A

2 2 .0 0 +

: 14

. 5

22 . 00 +

22. 20+

2 2 2 2,

1:4

2 ,25

22. 20+

In-/ uitstroom: 21. 8 0 + P

21. 50+

8 2 2 2,

2 2 . 10+

20. 462 +

21. 50+

P

10

10A

M 1 23

DW

50 m

2 1 .5 0 +

20. 46 +

DWA

22 . 24 +

4, 3

31

M 12

ø 40 0

22 0,

DW A

21. 50+ 22. 00+

22. 10+

22. 00+

FASE 1

2 71,

xx. xx+

36

M 1 33

PV C

PVCø3 15

DWA 7

2 2 .0 0 +

9

+

5+ 95.

P

2 7, 0

2 2 2 1,

3 2 2 2,

22. 30+

22. 50+

6

2 2 4,

22 .20+

26 . 20

A

M 11

2 0. 30+

+

HW DWA A

kkl

3

d

WA

2 0 .8 6 +

A

k kl

i ng

ø4 0

14 T LI 1 8. 9 + 21

A HW

7C T I L9 1 5. 1 + 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/931/documents/23174