CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

t-Bijlage 4 Reactienota.pdf

Commissie Omgeving & Economie 7 september 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 5: Voorstel inzake ontwerp Provinciaal Inpassings Plan (PIP) “Springendal en Dal van de Mosbeek (incl. een presentatie)12.151 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Reactienota inspraak en vooroverleg Provinciaal Inpassingsplan

Status:

Ontwerp

IMRO-idn:

NL.IMRO.9923.ipSdalDvdM-on01

De Reactienota heeft betrekking op de inspraak- en vooroverlegreacties die zijn ingediend op het voorontwerp Provinciaal InpassingsPlan (PIP). De Reactienota is opgesteld door de provincie Overijssel (als zijnde het bevoegd gezag) en LTO Noord (bestuurlijk trekker). Inhoudelijk heeft ook afstemming plaatsgevonden met de gemeenten Dinkelland en Tubbergen.

Daarbij vindt in het gebiedsproces afstemming plaats met de partners Landschap Overijssel, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en Waterschap Vechtstromen.

Samen economisch sterker, met de kracht van de natuur Overijssel is prachtig om te wonen, werken en recreëren. De komende jaren werken we samen aan het behoud en herstel van kwetsbare natuur en realiseren we nieuwe kansen voor de economie. De natuur heeft te lijden onder effecten van industrie, verkeer en landbouw, terwijl nieuwe economische ontwikkelingen worden beperkt om de natuur niet verder te belasten. Bewoners, belangenorganisaties en overheid hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de kwaliteit van het leefgebied van dieren en planten te verbeteren, voor nu en in de toekomst. Met maatwerk maken we de natuur veerkrachtig en weerbaar tegen invloeden van buiten, waardoor er op termijn weer nieuwe economische kansen ontstaan. Waar nodig wordt de bestemming en/of het gebruik gewijzigd en planologisch vastgelegd in een ruimtelijk plan. De maatregelen kunnen effect hebben op de gronden in de directe omgeving van de Natura 2000gebieden. Samen met de grondeigenaren zorgen we voor een passende oplossing voor hun toekomst.

Meer informatie over de besluiten Natura 2000? Kijk ook op: www.overijssel.nl/natura2000procedures Of neem contact op via natura2000pip@overijssel.nl onder vermelding van het betreffende Natura 2000-gebied.

Reactienota NL.IMRO.9923.ipSdalDvdM-on01

3

Inhoudsopgave 1

Terinzagelegging voorontwerp Provinciaal Inpassingsplan (PIP) Springendal en Dal van de Mosbeek ...................................................................................................................... 5 1.1

Inleiding ............................................................................................................. 5

1.2

Terinzagelegging.................................................................................................. 5

1.3

Wijzigingen in het plan ......................................................................................... 5

1.3.1

Algemeen ...................................................................................................... 5

1.3.2

Naar aanleiding van inspraakreacties en vooroverleg ........................................... 5

1.4

Leeswijzer en vervolgprocedure ............................................................................. 6

1.5

Algemene informatie ............................................................................................ 6

1.5.1 2

Over planschade ............................................................................................. 6

Beantwoording inspraak- en vooroverlegreacties .............................................................. 7 Nr. .............................................................................................................................. 7 Inspraakreactie 1.......................................................................................................... 7 Inspraakreactie 2.......................................................................................................... 7 Inspraakreactie 3.......................................................................................................... 8 Inspraakreactie 4......................................................................................................... 12 Inspraakreactie 5......................................................................................................... 14 Inspraakreactie 6......................................................................................................... 16 Inspraakreactie 7......................................................................................................... 21 Inspraakreactie 8......................................................................................................... 25 Inspraakreactie 9.........................................................................................................

28 Vooroverlegreactie 1 Brandweer .................................................................................... 30 Vooroverlegreactie 2 Rijkswaterstaat ............................................................................. 30 Vooroverlegreactie 3 TenneT ......................................................................................... 30 Vooroverlegreactie 4 Oversticht ..................................................................................... 30

3

Ambtshalve wijzigingen ................................................................................................ 32 Wijzigingen Toelichting/Regels (T/R) .............................................................................. 32 Wijzigingen Verbeelding (V) .......................................................................................... 32

4

Wijzigingen naar aanleiding van inspraakreacties en vooroverleg ....................................... 33 Wijzigingen ................................................................................................................. 33

5

Colofon....................................................................................................................... 34

Reactienota NL.IMRO.9923.ipSdalDvdM-on01

4

1 Terinzagelegging voorontwerp Provinciaal Inpassingsplan (PIP) Springendal en Dal van de Mosbeek 1.1 Inleiding Springendal en Dal van de Mosbeek is op 4 juli 2013 aangewezen als Natura 2000-gebied. De natuurdoelen en maatregelen ten behoeve van behoud en herstel van de aangewezen te beschermen habitattypen zijn vastgelegd en beschreven in het Natura 2000-beheerplan. De maatregelen voor Springendal en Dal van de Mosbeek zijn vervolgens nader geconcretiseerd in een inrichtingsplan. De natuurherstelmaatregelen in Springendal en Dal van de Mosbeek richten zich vooral op het terugdringen van verdroging en het tegengaan van verrijking door meststoffen. Het doel is om de kwetsbare natuur te beschermen en te versterken. Dit betreft de habitattypen Vochtige alluviale bossen, Eiken-haagbeukenbos en het Beuken-eikenbos met hulst. Daarbij moet de oppervlakte van het Eiken-haagbeukenbos worden uitgebreid. Deze maatregelen hebben gevolgen voor de bestemming van gronden en/of het gebruik ervan. Op dit moment hebben veel gronden nog een Agrarische bestemming met natuur- en landschapswaarden, waarbij het agrarisch gebruik de hoofdzaak is.

Als de functie of het gebruik van de grond moet wijzigen om de natuurdoelen te halen, als er bijvoorbeeld vernatting nodig is of als de bemesting moet stoppen, dan moet de bestemming of het gebruik ook worden gewijzigd naar een bestemming die de maatregelen mogelijk maakt. Deze nieuwe bestemmingen zijn vastgelegd in het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) Springendal en Dal van de Mosbeek. Het PIP en het inrichtingsplan zijn opgesteld door de bestuurlijk trekker LTO Noord samen met de gemeenten Dinkelland en Tubbergen en de Provincie Overijssel.

1.2 Terinzagelegging Het voorontwerp-PIP en de aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling voor Springendal en Dal van de Mosbeek hebben digitaal van 4 juni 2019 tot en met 15 juli 2019 ter inzage gelegen via www.overijssel.nl/springendal en via www.ruimtelijkeplannen.nl. Tevens was een inkijkexemplaar beschikbaar op de volgende locaties: - Gemeentehuis Dinkelland, Nicolaasplein 5,

7591 MA

DENEKAMP

- Gemeentehuis Tubbergen, Raadhuisplein 1,

7551 CV

TUBBERGEN

- Provinciehuis Overijssel,

Luttenbergstraat 2, 8012 EE

ZWOLLE

Gedurende deze termijn zijn er 9 inspraakreacties en 4 vooroverlegreacties ontvangen waarvan er 3 (respectievelijk 2 en 1) hebben geleid tot aanpassing van het voorontwerp PIP. Op 12 juni 2019 heeft een inloopbijeenkomst plaatsgevonden voor alle geïnteresseerden.

1.3 Wijzigingen in het plan 1.3.1

Algemeen

Ten opzicht van het voorontwerp PIP (incl. bijlagen) is dit ontwerp op een aanzienlijk aantal punten gewijzigd. Het gaat dan zowel om wijzigingen in de verbeelding (Brunninkhuizerbeek en Roezebeek) als om wijzigingen in de onderliggende stukken, met name het inrichtingsplan. Zie voor een uitgebreidere beschrijving Hoofdstuk 1, paragraaf 3 (§1.3) van de toelichting. 1.3.2

Naar aanleiding van inspraakreacties en vooroverleg

Er zijn drie wijzigingen doorgevoerd. Deze zijn in Hoodfstuk 4 weergegeven.

Reactienota NL.IMRO.9923.ipSdalDvdM-on01

5

1.4 Leeswijzer en vervolgprocedure In hoofdstuk 2 van deze Reactienota zijn de ontvangen inspraak- en vooroverlegreacties samengevat en van een antwoord voorzien. Hier is ook aangegeven of deze reacties aanleiding hebben gegeven tot wijzigingen. De reacties zijn geanonimiseerd en hebben deels geleid tot aanpassing van het inrichtingsplan en/of het PIP. De nummers die gebruikt worden in hoofdstuk 2 zijn als volgt opgebouwd. Het eerste cijfer betreft nummer van de betreffende indiener. Het tweede cijfer is een onderdeel uit de reactie/grond van de indiener. Het volgende voorbeeld verduidelijkt dit: 5.4 → is indiener 5 en reactie/grond 4. Met de verwerking van de inspraakreacties in de Reactienota wordt het voorontwerp-PIP omgezet naar een ontwerp-PIP. Het ontwerp-PIP wordt door Gedeputeerde Staten van Overijssel (naar aanleiding van de reacties of ambtelijk al dan niet) vastgesteld en gedurende zes weken ter inzage gelegd. De Reactienota wordt dan als bijlage aan het ontwerp-PIP gekoppeld. Tijdens de periode van ter inzage legging van het ontwerp kan een ieder een zienswijze indienen. In het vervolgtraject kunnen alleen diegenen die tijdig een zienswijze hebben ingediend tegen de vastgestelde versie beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Wanneer het plan gewijzigd wordt vastgesteld kan eenieder tegen die wijziging beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. In hoofdstuk 3 zijn de ambtshalve aanpassingen opgenomen. In hoofdstuk 4 zijn de aanpassingen naar aanleiding van de vooroverleg- en inspraakreactie samengevat.

1.5 Algemene informatie 1.5.1

Over planschade

Diverse indieners gaan in op economische schade en waardedaling. We proberen die zoveel mogelijk te voorkomen, maar we kunnen het niet uitsluiten. Onze taxateurs doen er alles aan / hebben er alles aan gedaan om tot een minnelijke schikking te komen. In alle gevallen staat de weg voor een planschadeverzoek nog steeds open. Die kan echter pas ingediend worden nadat het PIP onherroepelijk is geworden. Dat is nadat Provinciale Staten (PS) het plan hebben vastgesteld en er geen beroep is ingesteld bij de Raad van State (RvS), of nadat de RvS daar een uitspraak over heeft gedaan. Het wettelijk vastgelegd normaal maatschappelijk risico bedraagt 2% van de waardedaling en/of economische schade, die blijft voor eigen rekening. Of iemand voor planschade in aanmerking komt hangt van het volgende af: Bepaald moet worden in hoeverre eventuele planschade binnen het normaal maatschappelijk risico valt en op grond van artikel 6.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), geheel of gedeeltelijk voor eigen rekening behoort te blijven. Bij het bepalen daarvan moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden van het geval en wordt getoetst aan 3 criteria: 1. of de planologische ontwikkeling als een “normale maatschappelijke ontwikkeling” kan worden beschouwd; 2. of de ontwikkeling in de ruimtelijke structuur van de omgeving past; 3.

of de ontwikkeling past binnen het door de overheid gevoerde planologische beleid. Als blijkt dat aan één van de drie hiervoor genoemde criteria is voldaan dan is de ontwikkeling aan te merken als een “normale maatschappelijke ontwikkeling” die in de lijn der verwachtingen lag en blijft eventuele planschade voor eigen rekening.

Reactienota NL.IMRO.9923.ipSdalDvdM-on01

6

2 Beantwoording inspraak- en vooroverlegreacties Nr.

Inspraakreactie 1

Reactie

Aanpassing PIP nodig

1.1

U vermoedt dat het verontdiepen van de Brunninkhuizerbeek op enkele plaatsen van het beekdal problemen gaat veroorzaken. U wilt daar graag over mee denken en de plannen zo als ze nu zijn graag aangepast zien.

Wij willen graag van uw aanbod gebruik maken. Inmiddels heeft er al een gesprek plaatsgevonden. Aanpassingen van onze plannen anders dan onder 1.2 beneoemd, zijn daaruit niet nodig gebleken.

Nee

1.2

U concludeert dat op de percelen 132-135Bij een heroverweging van de situatie is de conclusie getrokken dat 138 volgens de nieuwe plannen straks geen binnen het gebied Brunninkhuizerbeek de maatregelen kunnen begrazing mag plaats vinden. U wilt hier vervallen. graag de mogelijkheid houden voor begrazing. Conclusie

De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het PIP

Nr.

Inspraakreactie 2

Reactie

2.1

Uw stichtingen geven 4 adviezen over het omvormen van bos naar heide.

Wij concluderen dat deze reactie alleen over het gebied Manderheide gaat en dat maakt geen onderdeel uit van dit Inpassingsplan. Uit overleg met de projectleider is gebleken dat de projectleider van 1. Voer de plannen gefaseerd uit: Landschap Overijssel (aan wie de inspraakreactie ook was gericht) al a. om het risico te spreiden van verdroging op 5 juli 2019 contact met u hierover heeft opgenomen. en mislukking van het kiemen van de heide. b. om het publiek beter te laten wennen aan een nieuwe situatie zodat er meer draagvlak ontstaat. c. zodat er meer tijd ontstaat de gekapte hectares elders te compenseren.

Nee

Aanpassing PIP nodig

Nee

2. Compenseer de te verdwijnen hectares bos op door de provincie aangekochte landbouwgronden zodat het dilemma tussen verbeteren van de biodiversiteit en de opvang van CO2 en fijnstof kan worden opgelost. Reactienota NL.IMRO.9923.ipSdalDvdM-on01

7

Nr.

Inspraakreactie 2

Reactie

Aanpassing PIP nodig

3. Verminder het aantal te kappen hectares bos door de verbindingszones (corridors) tussen de heidevelden te versmallen en laat meer vitale boomgroepen en solitaire bomen staan. Hierdoor kan er wel een gebied van 50 hectares worden omgevormd maar blijven er veel meer bomen staan. 4. Plant in dit Natura 2000 gebied meer houtwallen aan die van oorsprong passen in dit landschap. Daarbij valt te denken aan de inplant van alle wallichamen van de oude ‘raatakkers’ en het verbreden van bestaande singels langs weiden of heidevelden. Conclusie

De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het PIP.

Nr.

Inspraakreactie 3

Reactie

Aanpassing PIP nodig

3.1

Op perceel nr. 131 mag niet meer bemest worden. U stelt dat dit perceel jaarlijks eind juni wordt gemaaid, waarbij het gras wordt afgevoerd. In het najaar is dit perceel onmogelijk te maaien, omdat het te nat is. Om het juiste natuurbeheer te realiseren past u beweiding door enkele zoogkoeien toe (3 stuks op 1,5 ha). U wilt graag de mogelijkheid behouden om natuurrunderen in te zetten als beheermogelijkheid.

Op dit moment is het (beperkt) voortzetten van begrazing niet mogelijk. Met de huidige beweiding blijft de nutriëntenbelasting te hoog en dat is niet de bedoeling. Pas als de effecten van het stoppen met begrazing/bemesting bereikt zijn (c.q. de nutriëntenhuishouding op orde gebracht is) kan beperkte beweiding heroverwogen worden.

Nee

3.2

Er staat een verontdiepingsmaatregel op de Rietbeek, de beek gelegen boven de Brunninkhuizerbeek. Deze eeuwenoude authentieke beek meandert op geheel natuurlijke wijze door het landschap en is volgens u totaal ongerept en nog nooit door mensenhanden aangeraakt. U stelt dat deze op de meeste plaatsen zeker minder dan 20

Wij hebben uiteraard volledige aandacht voor de kwetsbaarheid van de Nee beek en het beekdal. Alleen waar die dieper is dan 20 cm wordt die verondiept. Dit is een maatregel die noodzakelijk is voor het totale beeksysteem en om de waterhuishouding in het beekdal te herstellen.

Reactienota NL.IMRO.9923.ipSdalDvdM-on01

De door inspreker beschreven werkwijze is verre van de werkelijke uitvoering van de werkzaamheden. Er wordt niet met (grote) machines, maar met licht materieel gewerkt. Ook in andere kwetsbare 8

Nr.

Inspraakreactie 3

Reactie

Aanpassing PIP nodig

cm diep is. U zou het zeer kwalijk vinden, dat gebieden zijn dergelijke werkzaamheden zonder noemenswaardige deze zeer ondiepe en natuurlijk meanderende schade uitgevoerd. Elders zijn daar goede ervaringen mee opgedaan. beek, gelegen in een natuurlijk beekdal omgeven door ongerepte natuur nu “geruïneerd” zal moeten worden door mensen. U gaat er daarbij vanuit dat er vooral groot materieel over uw natschraalland zal moeten rijden, wat voor verdichting en insporing zal zorgen op deze gronden en problemen zal geven voor de toekomst. Het beekdal naast de Rietbeek is erg glooiend en diep; begroeid met erg dikke Beuken, Eiken en Hulst. Het is hierdoor volgens u niet toegankelijk voor groot materieel, zoals grote trekkers en kranen, tenzij de bomen eerst verwijderd worden. U acht dat geen wenselijke uitgangspunt is voor een Natura 2000 biotoop, dat beschermd dient te worden. Verzocht wordt de Rietbeek niet te verontdiepen, aangezien daarmee veel schade wordt toegebracht aan de beek en het gebied er om heen. 3.3

De gronden rondom de Schabosweg 4 zijn in Gezien de ligging en de aanwezige kwaliteiten is het een logisch 2007 (of eerder) begrensd als nieuwe natuur. voorstel om het perceel te begrenzen als ‘natuur’ en willen we daaraan Tot uw grote verbazing is deze begrenzing meewerken. van de percelen gehaald. Dit zou geschied zijn Omdat het om netto ongeveer 2,5 ha grasland en niet alle zonder dat de provincie u hiervan in kennis ontwikkelingsgebieden in dit PIP opgenomen gaan worden, kan met zou hebben gesteld. ontwikkelingsgebieden geschoven worden, ondanks dat dat niet Contact met de adviseur van provincie Overijssel maakte u bekend, dat het in een Natura 2000 gebied niet mogelijk is om van cultuurgrond natuurgrond te maken (buiten een Natura 2000 gebied is dat wel mogelijk). U vindt dit een zeer kwalijke zaak aangezien volgens u dit perceel in potentie veel diverse natuurwaarden in zich heeft:

letterlijk zo benoemd is. Op grond van artikel 2.7.2. lid 3 en lid 5 van de omgevingsverordening passen PS de begrenzing van het NNN aan op basis van aanpassing van het Natuurbeheerplan en andere provinciale besluiten. Dit PIP is zo’n ‘ander provinciaal besluit’.

Ja, de graslanden binnen perceel D 1936 worden tot ‘Natuur’ bestemd (zie bijlage 1). Het Inrichtingsplan wordt aangepast, gevolgd door (na onherroepelijk PIP) een aanpassing van de NNN en het Natuurbeheerplan.

• In de meest Noordwestelijke hoek bevindt zich aan de bosrand een “kwelplek” natte grond, waarvan het water door de weide Reactienota NL.IMRO.9923.ipSdalDvdM-on01

9

Nr.

Inspraakreactie 3

Reactie

Aanpassing PIP nodig

loopt en uitmondt in de Duitse grenssloot. (Potentieel natschraalland.) • Een bronvijver met bronbeek omgeven door natte gronden (potentieel natschaalland). De bron met bronbeek is een onderdeel van de Rietbeek en daarmee ook van de Brunninkhuizerbeek! U stelt dat dit het enige perceel natte weide in het gebied van de Brunninkhuizerbeek is dat geen natuur is. Ondanks de potentiële natuurwaarden voelt u zich verplicht de grond volledig te bemesten, omdat: • anders deze grond niet economisch rendabel is; • als deze grond te weinig bemest wordt niet meer afgewaardeerd kan worden naar natuur, omdat wij dan aangeven dat het al natuur is. U verzoekt ons om op de cultuurweiden gelegen op het perceel kadastraal genoemd: Gemeente Tubbergen D 1935 (u bedoeld waarschijnlijk D 1936) natuur mogelijk te maken met afwaardering van cultuurgrond naar natuurgrond, zodat dit perceel aansluit bij de andere natte natuur in de omgeving. 3.4

Tijdens het project “Terug naar de bron” mocht de grond van de Moat (waarvan in 2007/2008 SNL “natschraalland” is gemaakt) niet afgevoerd worden naar de depotlocatie op de Schabos-es. Dat was naar uw zeggen, volgens het waterschap, te duur voor rijplaten terwijl dat volgens u wel de afspraak was. U stelt dat u verplicht was zelf oplossingen te zoeken op uw eigen terrein voor de afgegraven grond. Uiteindelijk heeft u besloten om een deel van de grond op een weide te brengen en een deel van de grond in wallen te leggen (door het laatste werd u volgens u gekort in de afwaardering naar

Reactienota NL.IMRO.9923.ipSdalDvdM-on01

Voor wat betreft het afgraven en omzetten van het opgehoogde deel is Ja, zie 3.3. advies gevraagd aan onze ecoloog. Die geeft het volgende advies: “Het beekdalgrasland is laag gelegen ten opzichte van het beekje wat uit Duitsland komt. Het beekdalgrasland is matig soortenrijk en met een beheer van maaien en afvoeren van het gewas verder te verschralen tot een soortenrijker vochtige hooiweide. Afplaggen kan de verschraling versnellen, maar door de lage ligging af te raden met als risico stagnatie regenwater (leidt tot verzuring – relatief weinig kwel) of overstroming (bij piekafvoeren) met voedselrijk oppervlaktewater vanuit het Duitse beekje.” U stelt dat er niet gemaaid kan worden omdat dit tot diepe spoorvorming zal leiden. Onze ecoloog deelt die mening niet.

10

Nr.

Inspraakreactie 3

Reactie

natuur, omdat een wal is geen natuur). De weide werd ongeveer 40 cm opgehoogd met grond.

Voorgaande betekent dat er geen bezwaar bestaat om ook dit deel om te zetten naar natuur, maar dat het afgraven geen wenselijke optie (meer) is.

Aanpassing PIP nodig

Volgens u is dit deel van de weide sinds het opbrengen van de grond: - altijd nat en de grond dol - niet meer toegankelijk om te maaien, dit geeft hele diepe spoorvorming en - willen de koeien het gras niet vreten (alleen in de winter als het gevroren heeft) en - voor de koeien niet te belopen. Hierdoor ontstaan vele plekken met Brandnetels en Ridderzuring, wat ook niet gewenst is. De enige oplossing om deze grond weer te herstellen is volgens u spitten of diepploegen. Echter dit is verboden in een Natura 2000 gebied. In een Natura 2000 gebied mag de grond wel afgegraven worden, echter dat is volges u te kostbaar en niet haalbaar. De huidige schade is naar uw mening door toedoen van een project gedaan en niet door bedrijfsvoering. U verzoekt ons het mogelijk te maken om in het kader van Natura 2000 deze grond alsnog door ons te laten afgraven, zodat deze grond weer toegankelijk wordt en natuurwaarden krijgt. 3.5

Het perceel D 1935 (inspreker bedoeld ook hier D Ook over dit verzoek is advies gevraagd aan onze ecoloog. Die geeft 1936, red.) omvat ook deel dat in 1906 bekend hel volgende advies: was als een heideveld genaamd Galgenveld; “Een groot deel van de gronden rondom de beekdalen bestond eerder groot: 1.500 m2 (zie bijlage 2). uit heide en is nu met bos begroeid. De Natura2000 opgaven voor Deze heide is verwaarloosd en in 1997 en 2009 is hier veel Berk-opslag gekapt in de vorm van hakhout (een enkele grote Berk en Grove Dennen zijn gespaard). Echter de gekapte Berken zijn nooit opnieuw uitgelopen. Op dit moment wordt het terrein overwoekerd

Reactienota NL.IMRO.9923.ipSdalDvdM-on01

Nee

behoud van het habitat Droge heide ligt op de bestaande heiden. Voor de opgave uitbreiding van het areaal wordt gedaan door Manderheide te verbinden met de Paardeslenkte en de Paardeslenkte te verbinden met de Strengen en het Onland. Daarmee wordt in voldoende omvang invulling gegeven aan de uitbreidingsdoelen. Vanuit het project is er geen ambitie om opnieuw kleine heitjes, zoals voorgesteld te 11

Nr.

Inspraakreactie 3

Reactie

door Amerikaanse vogelkers en Bramen en het beheer hier is ondoenlijk geworden.

ontwikkelen die geïsoleerd t.o.v. de huidige heidevelden en de verbindingen komen te liggen.”

In het kader van de diversiteit in het landschap en uitbreiding van natuurwaarden en meer soorten fauna en flora in het gebied, zou inspreker dit gebied graag herstelt willen zien naar de cultuurhistorische oorsprong heide.

Wij zullen dan ook geen financiële middelen beschikbaar stellen voor het vrijmaken van dit stukje voormalige heide, mede omdat het zoals u zelf zegt begroeid is door verwaarlozing. Het staat u uiteraard vrij dit op eigen kosten uit te voeren, waarbij u uiteraard aan alle wet- en regelgeving dient te voldoen.

Aanpassing PIP nodig

Uw verzoek: Zijn er financiële middelen mogelijk vanuit Natura 2000 om hier heide te creëren door de huidige ongewenste houtopstand te verwijderen en door de bovenste toplaag te verwijderen, waardoor de zaadbank van heide weer bloot komt te liggen? De heide kan dan twee jaarlijks begraasd worden met schapen. 3.6

Naar aanleiding van al het bovenstaande Voor een deel kunnen we aan de genoemde punten tegemoet komen, verzoekt u om u en vooral de natuur in maar niet is alles. Zie daarvoor onze voorgaande reacties. bovenstaande punten tegemoet te komen. Dit alles in het belang van uitbreiding van natuurwaarden en schoon houden van bronwater (met beperkte bemesting).

Ja

Conclusie

De inspraakreactie leidt tot aanpassing van het PIP en wel van de Verbeelding, het Inrichtingsplan en de maatregelenkaart.

Nr.

Inspraakreactie 4

Reactie

Aanpassing PIP nodig

4.1

Met deze brief wilt u, namens alle ondertekenaars, 'jonge leu op oale groond': jonge ondernemende gezinsbedrijven, die geraakt worden met maatregelen op hun gronden en die nog vele jaren (voorbij de 3 beheerplanperioden Natura2000) willen boeren in dit gebied, een reactie geven op het Provinciaal Inpassingsplan. In het vervolg bedoelen we met u alle ondertekenaars.

Deze reactie bevat zoals u zegt geen inhoudelijke reactie op het PIP, maar uit de zorgen van u als bewoners en gebruikers over de ontwikkelingen in zijn algemeen. Wij kunnen volledig begrip op brengen voor de geuitte zorgen, maar kunnen er in het kader van dit PIP geen gevolg aan geven.

Nee

Reactienota NL.IMRO.9923.ipSdalDvdM-on01

Uw reactie is daarom doorgezet naar de afdelingen die hier wel wat mee kunnen (voor zover dat in hun macht ligt) en dat heeft er toe geleid dat er via de LTO een afspraak met u is gemaakt om hierover van gedachten te wisselen. 12

Nr.

Inspraakreactie 4

Reactie

Aanpassing PIP nodig

Op dit moment wordt binnen heel Overijssel door de terreinbeherende organisaties de bomenkap heroverwogen, zodat de kap voor de beoogde natuurontwikkeling tot het noodzakelijke wordt beperkt. Binnen het PIP ligt geen opgave voor compensatieherplant.

Nee

U geeft aan dat deze reactie niet de individuele zienswijze op de technische maatregelen van het uitgewerkte inrichtingsplan dat voorligt betreft, maar wel het economisch en sociaal perspectief dat het gebiedsproces en daarmee het Provinciaal Inpassingsplan met zich mee zou moeten brengen en waar u allen nu, na de Raad van State uitspraak op de PAS, veel zorgen over hebben. De reactie betreft naast punt 4.2. de volgende algemene onderwerpen: • Ontwikkelruimte behouden • Extra zorgen voor het bedrijfsperspectief naar aanleiding van de Raad van State uitspraak op de PAS • Boerenfamilies zijn nodig voor Natura2000 Samenvattend: Natura2000 en het gebied hebben u als boeren nodig. U heeft daarvoor de inzet van de provincie nodig om u en uw jeugdige opvolgers meer zekerheden te bieden voor een gezond bedrijfsperspectief parallel aan de uitvoering van het Provinciaal Inpassingsplan. Toekomstperspectief moet er voor u als boeren blijven, anders wordt de BOER de volgende beschermde habitat en zullen uw jeugdige opvolgers en daarmee het gebied met lege handen staan. 4.2

U maakt zich ernstig zorgen over uitspraken van diverse partijen over de rigoureuze bomenkap als interne Natura2000 maatregel. Deze maatregel roept (te) veel emotie op bij de Nederlandse burger. De terreinbeherende organisaties geven aan te willen kijken naar wat er aan kap echt minimaal nodig is, en ze geven aan dat ze voornemens zijn voor iedere gekapte boom een nieuwe terug te poten.

Herstel en ontwikkeling van habitats waarvoor bomen moeten verdwijnen (Europese regelgeving) staat op gespannen voet en soms haaks op de klimaatdoelstellingen t.a.v. CO2. In dit geval is gekozen voor biodiversiteit.

Uw zorg: op wiens grond gaat dit gebeuren? Met het strakke systeem van bestaande Reactienota NL.IMRO.9923.ipSdalDvdM-on01

13

Nr.

Inspraakreactie 4

Reactie

Aanpassing PIP nodig

natuurdoeltypen etc. zal het voor de terreinbeherende organisaties niet gemakkelijk zijn dit op eigen grond te doen. U bent als boeren in de directe omgeving van de natuurterreinen angstig dat er vanuit herplant en de daarmee samenhangende klimaat/CO2opgave opnieuw ruimte geclaimd gaat worden op uw grond. Ruimte die, na de aderlating die voorliggend PIP nu al voor u betekent, werkelijk onmogelijk is! Conclusie

De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het PIP.

Nr.

Inspraakreactie 5

Reactie

Aanpassing PIP nodig

5.1

U stelt dat de goede vruchtbare grond vanaf nu wordt aangemerkt als schraal grasland. Het baart u grote zorgen dat goede vruchtbare cultuurgrond word omgezet in ruige natuur. Binnen uw bedrijf wordt volgens uw informatie bijna 20 jaar gebruik van grasland dat niet bemest mag worden (van eigenaar Natuurmonumenten). U ziet in uw beleving deze grond langzaam achteruit gaan. U stelt dat er geen gras meer groeit waar koeien op leven kunnen, dat het bodemleven verdwijnt en dus ook de weidevogels en het wild. Uw conclusie: dood gebied. U stelt dat een gedeelte van deze grond is ontdaan van 20 cm toplaag om natte- en droge heide te realiseren en dat er na 15 jaar nog geen resultaat is.

Uw reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. Het betreft perceel 111 op de maatregelenkaart van het gebied Springendal gelegen tussen de Hollweg en de Brandtorenweg. Het perceel kent als maatregel: “verschralen / uitmijnen / geen bemesting”. Dat is niet het doel dat u beschrijft. De door u beschreven situatie is dus door de beweiding nog niet in overeenstemming met de doelstelling.

Nee

5.2

U stelt dat de veehouders die zijn vertrokken honderden weidende koeien mee hebben genomen, waar de burger en toerist zo graag van geniet. Daarvoor in plaats zouden dan misschien de kamsalamander, beekprik en het vliegend hert in aantal toenemen. U stelt ook

Wij begrijpen uw reactie, het is vervelend dat de toeristen het beeld van grazende koeien helaas deels gaat missen in dit gebied. We werken op deze specifieke locatie(s) aan natuurontwikkeling, aan het behoud en verbeteren van de biodiversiteit. De genoemde diersoorten zijn voor hun voortbestaan afhankelijk van een specifieke leefomgeving, die in balans moet worden gebracht en blijft.

Nee

Reactienota NL.IMRO.9923.ipSdalDvdM-on01

14

Nr.

Inspraakreactie 5

Reactie

Aanpassing PIP nodig

dat deze diertjes door geen mens zullen Gelukkig kunnen toeristen op veel andere plekken in de provincie worden gezien, omdat de eerste borden met volop blijven genieten van weidende koeien. “verboden toegang – kwetsbaar gebied” reeds geplaatst zijn. 5.3

U neemt de volgende stelling in: In Nederland leven we in een klimaat waar voldoende en goed voedsel geproduceerd kan worden op onze goede vruchtbare grond. Met het onttrekken van vruchtbare cultuurgrond en het toenemen van de wereldbevolking, lopen we risico’s op een voedsel te kort met alle gevolgen van dien. Primaire levensbehoefte is toch immers basisvoedsel? Het kan toch niet zo zijn dat we over een tijd ons voedsel uit het buitenland moeten halen? Daar waar de productie- en milieu- eisen soepeler zijn dan in Nederland.

Het is een begrijpelijk argument dat u aanvoert en één dat met regelmaat ingebracht wordt in algemene maatschappelijke discussies. Het argument en uw standpunt heeft betrekking op ‘het grote geheel’ en hoort thuis is een maatschappelijk debat.

Nee

De argumentatie heeft niet direct betrekking op de inhoud van dit Inpassingsplan, daarom nemen we de opmerking voor kennisgeving aan.

U wilt er niet aan denken, een “heerlijke” biefstuk, uit Brazilië, duizenden kilometers getransporteerd. Hoezo CO2-neutraal? 5.4

U stelt dat in het grensgebied het pijn doet Grensoverschrijdend wordt zoveel mogelijk samengewerkt, omdat Nee om aan te zien dat enkele kilometers wederzijds van de rijksgrens het besef leeft dat de effecten van verderop, in Duitsland, nog steeds ontwikkelingen zich niet aan grenzen houden. Er vindt betreffende de pluimveestallen van grote omvang worden genoemde ontwikkeling overleg plaats, maar in formele zin hebben wij gebouwd. Uit onderzoek is gebleken dat de net als ieder ander niet meer mogelijkheden dan de wetten en de uitstoot van deze stallen bij oostenwind over u rechtsgang van Duitsland ons biedt. heen komt. Uitstoot houd zich niet aan landsgrenzen.

5.5

U vindt het samenvattend betreurenswaardig dat er zo ontzettend veel geld wordt gestoken in het onttrekken van cultuurgrond ten behoeve van natuurontwikkeling. U bent van mening dat de agrarische sector al grote stappen heeft gemaakt, en ook geneigd is om mee te werken. Echter de huidige plannen vindt u te ver gaan. U concludeert dat het vragen om terugdraaien van de plannen wel teveel gevraagd zal zijn, maar hoopt dat er een eind komt aan het alsmaar groter

Reactienota NL.IMRO.9923.ipSdalDvdM-on01

U geeft aan dat het terugdraaien van de plannen teveel gevraagd is. Dit beamen wij, daar de uitvoering van dit Inpassingsplan een Europese verplichting is.

Nee

Wij erkennen dat er binnen de agrarische sector al grote stappen zijn gezet, maar op lokaal niveau nog niet overal voldoende. We proberen binnen de marges die de verplichting ons oplegt toch zoveel mogelijk rekening te houden met de agrarische belangen. Voor wat betreft de uitbreiding van de natuur kan het volgende gesteld worden. De basis voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is al in de jaren ‘90 gelegd bij het invoeren van het beleid voor, en het in 15

Nr.

Inspraakreactie 5

Reactie

Aanpassing PIP nodig

wordende natuurgebied, zodat niet heel hoofdlijnen vastleggen ván de begrenzing van de Ecologische Twente over een aantal jaren natuurgebied is. hoofdstructuur (EHS, nu NNN). Daarbinnen hebben de Natura 2000gebieden door de Europese richtlijnen een speciale status gekregen. Veel natuurontwikkeling is nog steeds de uitwerking van dat beleid. Het eind is dus in zicht als de NNN is gerealiseerd. Het vaststellen van de Inpassingsplannen is daar een belangrijke stap in. Conclusie

De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het PIP.

Nr.

Inspraakreactie 6

Reactie

6.1

U kunt zich in het geheel niet met dit voorontwerp-PIP verenigen. Uw inspraakreactie keert zich derhalve tegen alle onderdelen van dit voorontwerp-PIP.

Dit standpunt wordt voor kennisgeving aangenomen. Het is immers, Nee via de volgende argumenten, de opmaat voor hetgeen onder 6.8 en 6.10 wordt gevraagd. Aangezien wij bij 6.8 gehoor geven aan hetgeen insprekers wensen (uitkoop), zal op de volgende argumenten slechts beperkt ingegaan worden.

U bent van mening dat door het beoogde PIP de belangen van de landbouw in het plangebied - in het algemeen en ten aanzien van hun bedrijven in het bijzonder onevenredig worden geschaad, en de balans tussen de belangen van natuur en landbouw/ ondernemen hiermee onevenredig wordt aangetast.

De verhouding tussen de belangen van de landbouw en de natuur zijn Nee afhankelijk van de locatie. Op de ene plaats prevaleert de landbouw op ander plaatsen de natuur. Naar aanleiding van Europese wetgeving is voor dit gebied bepaald waar welke belangen prevaleren. Uw huisperceel is het enige dat is begrensd als Ontwikkelingsgebied en daaruit blijkt dat de belangen van de natuur prevaleren.

Gelet op alle regels, verplichtingen en beperkingen die middels het PIP op landbouwbedrijven in het plangebied komen te rusten, wordt het volgens u onmogelijk om nog op behoorlijke wijze het landbouwbedrijf uit te oefenen. U stelt zich op het standpunt dat dit in strijd is met de goede ruimtelijke ordening.

De afweging of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening gaat verder dan alleen de situatie van de in dit plan betrokken percelen en/of belanghebbenden en kijkt naar de wijdere omgeving, zo niet op de schaal van heel Nederland of zelfs Europa. Goede ruimtelijke ordening is de juiste functie op de juiste plaats situeren en daar moet de geest van de plek (genius loci) zoveel mogelijk leidend zijn.

U bent van mening dat het plan op een zeer onduidelijke wijze is vormgegeven (c.q. zeer slechts leesbaar is, in de zin van begrijpelijkheid). Uit de documenten behorende bij het voorontwerp-PIP is volgens

Wij delen uw mening niet dat het plan onduidelijk is vormgegeven en dat daarmee niet eenduidig is op te maken welkE activiteiten wel of niet toegestaan zijn. Dat de juridische opbouw en het taalgebruik niet voor iedereen begrijpelijk is moeten wij beamen. Bij vragen/ onduidelijkheden zijn wij graag bereid u te ondersteunen.

6.2

Reactienota NL.IMRO.9923.ipSdalDvdM-on01

Aanpassing PIP nodig

Nee

16

Nr.

Inspraakreactie 6

Reactie

Aanpassing PIP nodig

u niet (laat staan eenduidig) opmaken welke activiteiten nu wel en niet toegestaan.

6.3

6.4

Onder andere en met name bijlage 1 bij de planregels is dermate ingewikkeld, dat onduidelijk is welke maatregelen nu op welke delen van het plangebied betrekking hebben (dit is niet duidelijk aan de hand van de kaarten).

De maatregelenkaarten geven aan welke maatregelen er op de percelen worden voorzien. Voor zover mogelijk zijn kadastrale en topografische (dus voor u herkenbare) grenzen aangehouden. Helaas is dat niet in alle gevallen mogelijk, omdat de natuur zich niet altijd aan dergelijke grenzen laat binden. Door de digitale techniek is op de kaarten prima in te zoomen op de locatie waar het om gaat en dan is in (bijna) alle gevallen op de onderliggende luchtfoto prima te zien waar (en om welke locatie) het om gaat en welke maatregel het betreft. Wij zijn graag bereid u daarbij te ondersteunen. Op papier zijn de kaarten inderdaad klein.

U bent van mening dat u in die situatie dus niet op basis van enige rechtszekerheid het boerenbedrijf kunt uitoefenen. Dit zal in de praktijk funest zijn voor een behoorlijke bedrijfsvoering.

Wij zijn van mening dat met betrekking tot het voorgaande de rechtszekerheid niet in het geding is.

U heeft begrepen dat er later dit jaar een (voorontwerp)plan zal worden gepresenteerd voor het aangrenzende gebied van de Roezebeek. Volgens u is het niet doelmatig en geeft het geen blijk van een goede ruimtelijke ordening - dat ten aanzien van het Springendal, het dal van de Mosbeek en het gebied van de Roezebeek, geen integraal plan wordt opgesteld. U bent van mening dat hiermee ook de rechtszekerheid niet is gediend. Het traject rond het onderhavige (voorontwerp-) PIP dient volgens u dus te worden gestaakt, teneinde te komen tot een integraal (voorontwerp) plan voor het gehele gebied van genoemde beken en dalen.

Het is inderdaad zo dat het plandeel Roezebeek nog ontbreekt en dat dat zal in de ontwerpfase toegevoegd worden. Het wordt dus geen apart plan zoals inspreker begrepen heeft.

Volgens hetgeen u vanuit de Provincie Overijssel aan u is medegedeeld, zal het PIP voor hen in ieder geval het volgende met zich meebrengen:

Voor wat betreft het erf zijn de constateringen ten aanzien van de beperkingen juist, maar bij nader inzien constateren wij dat met de erfmaatregelen niet alles toekomstbestendig zal zijn opgelost. Het noordelijke gedeelte van het erf blijft immers in het beekdal liggen. Dit heeft tot een heroverweging van ons standpunt geleid, zie ook onze reactie bij 6.8 en 6.10.

Reactienota NL.IMRO.9923.ipSdalDvdM-on01

Nee

Het later in het ontwerp-PIP toevoegen van dit gebied doet niets af aan de rechtszekerheid, omdat er geen functionele en/of ruimtelijke relatie bestaat tussen de nu opgenomen gebieden en de Roezebeek; het betreft zelfstandige beeksystemen. Wij hebben het wenselijker geacht om voor alle andere betrokkenen niet langer te wachten met het publiceren van een voorontwerp. Daarmee konden wij zo snel mogelijk aan het overgrote deel van de eigenaren (en dus ook aan insprekers) duidelijkheid te geven over de plannen.

Ja, voor wat betreft het erf en dat heeft effect op het hele bedrijf. Zie 6.8 en 6.10

17

Nr.

Inspraakreactie 6

Reactie

• het erf zou grootschalig moeten worden heringericht, en de afwatering zou moeten worden omgelegd; • de omliggende gronden mogen grotendeels niet meer of zeer beperkt worden gescheurd; • er zou geen akkerbouw meer toegestaan zijn, uitsluitend gebruik als grasland (dit terwijl het bedrijf van insprekers al vele jaren een gemengd bedrijf is van veeteelt en akkerbouw, met name voor het telen van voedergewassen voor het eigen vee waarmee de kringloop van voedingstoffen binnen het eigen bedrijfsareaal blijft en de aanvoer van voedingsstoffen van elders wordt beperkt); • er worden grote beperkingen opgelegd aan de mogelijkheden tot bemesting of zelfs te beweiden, waardoor de landbouwkundige bruikbaarheid van de percelen van insprekers sterk ondermijnd worden; • er zal verder sprake zijn van diverse hydrologische maatregelen zoals het verwijderen van buisdrainage (en het dempen van sloten en dergelijke), welke het (multifunctionele) agrarische gebruik (eveneens) sterk zullen beperken.

De overige constateringen zijn niet juist voorzover ze het eigendom van inspreker betreffen. De beperkingen op zijn gronden betreffen alleen het scheuren van grasland en niet bemesting. De beperking ligt op ±11% van de gronden. De rest van de gronden blijft buiten het Inpassingplan en krijgt dus geen nieuwe beperkingen.

Aanpassing PIP nodig

Op deze wijze wordt volgens u (anders dan De situatie voor het erf is heroverwogen en daarmee voor het hele Gedeputeerde Staten zich blijkens het bedrijf. Zie daarvoor onze reactie bij 6.8 en 6.10. voorontwerp-PIP mogelijk voorstellen c.q. in gevoerd overleg namens hen is gesteld) het onmogelijk om ter plaatse nog op een normale manier het landbouwbedrijf uit te oefenen. Ook een normale bedrijfsontwikkeling is volgens u bij een dergelijke stand van zaken niet mogelijk. Naar uw mening zal het dus niet meer mogelijk zijn om ter plaatse op economisch verantwoorde wijze een landbouwbedrijf te exploiteren.

Reactienota NL.IMRO.9923.ipSdalDvdM-on01

18

Nr.

Inspraakreactie 6

Reactie

Aanpassing PIP nodig

6.5

U betwist dat u middels het PIP verplichtingen en/of beperkingen kunnen worden opgelegd in weerwil van het (al jarenlang) bestaande gebruik en de bestaande bedrijfsmatige activiteiten krachtens (voor zover nodig) door de jaren heen verstrekte vergunningen die formele rechtskracht hebben verkregen. Het PIP kan volgens u dus niet aan verworven rechten afdoen. Niettemin zal naar uw mening het PIP uw bedrijf "op slot" zetten, omdat feitelijk geen enkele (nieuwe) ontwikkeling mogelijk zou zijn.

Voor wat betreft het niet met de Natura 2000-doelstellingen strijdig gebruik (voor zover daar sprake van zou zijn) heeft inspreker gelijk, dat gebruik kan niet beperkt worden zolang het voortgezet wordt.

Nee

Voor het wel met de Natura 2000-doelstellingen strijdig gebruik ligt dat anders. Volgens de wetgeving zou dat gelijk na van kracht worden van het Inpassingsplan komen te vervallen. In eerdere plannen was een overgangstermijn van 1 jaar opgenomen, maar door Provinciale Staten besloten dat dat overgangsrecht pas na 2 jaar vervalt. Daarna wordt het gebruik dus strijdig en kan er op gehandhaafd worden.

6.6

U vreest dat het PIP de opmaat zal vormen tot Er zijn op dit moment geen signalen dat er nieuwe beperkende verdere voor u beperkende maatregelen, maatregelen nodig zouden zijn, maar daarvoor kan geen garantie zodat het voor u geen haalbare kaart is uw worden afgeven. Daarvoor zullen de resultaten van de eerste 6 jaar bedrijf uit te blijven oefenen. U beschrijft dit van het Beheerplan afgewacht moeten worden. als een situatie waarin u langzaam maar zeker De situatie is heroverwogen, zie daarvoor onze reactie bij 6.4, 6.8 en worden "uitgerookt", en mogelijk niet eens 6.10. langzaam.

6.7

Wat verder voor u bijzonder belastend en onbegrijpelijk is, is de keuze voor de begrenzing. Een deel van het bedrijf (het erf) wordt niet meer ingetekend als landbouwbedrijf.

Ja, zie 6.8

Agrarische bouwvlakken/erven zijn in beginsel niet begrensd als Ja, zie 6.8 Ontwikkelingsgebied en worden daarom niet opgenomen in het Inpassingsplan. Dit bedrijf is echter vanwege de bijzondere ligging van het erf (grotendeels in het beekdal) een uitzondering op die regel en is wel als Ontwikkelingsgebied begrensd. De erven blijven planologisch geregeld in het geldende bestemmingsplan Buitengebied. Er verandert dus in die zin niets aan de planologische status van de bedrijven. In dit geval is er wel een klein deel van het ‘bouwvlak’ (het landbouwbedrijf zoals u het noemt) wegbestemd, omdat dat voor het bereiken van de doelstellingen noodzakelijk is. De situatie is heroverwogen, zie daarvoor onze reactie bij 6.4, 6.8 en 6.10.

Een groot deel van de gronden (huiskavel) is wel aldus ingetekend, maar het erf niet, terwijl het geheel in/tegen bijzondere natuurgronden/waterlopen aanligt, getuige de maatregelen om het erf.

Reactienota NL.IMRO.9923.ipSdalDvdM-on01

De begrensde percelen omvatten ±3,23 ha van de 30 ha. Dat is dus ±11% van de gronden. Zie voor het erf de reaties hiervoor. De situatie is heroverwogen, zie daarvoor onze reactie bij 6.4, 6.8 en 6.10.

19

Nr.

Inspraakreactie 6

6.8

U heeft zich bereid getoond zich door de Gezien: Provincie Overijssel te doen "uitkopen", mits 1. de ingrepen die uitgevoerd moeten worden t.a.v. de ontwatering tegen reële prijs, opdat u elders een van het erf; landbouwbedrijf tot ontwikkeling kunt brengen 2. het gegeven dat het grootste deel van het erf is gelegen in het (zie bijlage 6 en 7). Dit heeft echter niet tot beekdal/samenkomstpunt van 2 beken; overeenstemming/een oplossing geleid. U 3. het feit dat dit erf het enige agrarische erf is dat begrensd is als vindt dat u in staat moeten worden gesteld Ontwikkelingsgebied; uw bestaande onderneming op de bestaande wordt alsnog ingestemd met het uitkopen van het bedrijf (zie ook 6.4 wijze te kunnen blijven exploiteren zonder en 6.10). Daarvoor zal het gehele erf worden opgenomen in het door nieuwe planologische inzichten te worden Inpassingsplan en alle bijlagen. Daarbij wordt het oorspronkelijk erf belemmerd. Voor zover noodzakelijk verzoekt met historische bebouwing bestemd tot Wonen. u terug te vallen op de gebiedsanalyse als in het bijgevoegde gespreksverslag (bijlage 7) wordt bedoeld en het erf evenals de percelen te begrenzen.

Ja, het gehele erf wordt opgenomen in het PIP.

6.9

U vindt het bijzonder vervelend om met Ook wij streven naar een spoedige oplossing, maar moeten wel het onderhavige situatie geconfronteerd te zorgvuldigheidsbeginsel in acht nemen. worden en hoopt op een spoedige oplossing Zie verder onze reacties bij 6.4, 6.8 en 6.10. van de in het leven geroepen problemen. Ten gevolge van de (voorontwerp) plannen komen nodige ontwikkelingen om uw bedrijf toekomstbestendig te houden namelijk zo goed als stil te liggen, terwijl juist nu bedrijfsopvolging actueel is. Hierdoor ondervindt u ernstige nadelen en dreigt u forse schade te lijden. U maant GS om die reden tot een spoedige oplossing te komen, onder voorbehoud van alle rechten.

Ja, zie 6.8

6.10

Om voorgaande redenen verzoekt u om (bij gebreke van overeenstemming over uitkoop) de inspraakreactie gegrond te verklaren en af te zien van het verder in procedure brengen van het (voor)ontwerp-PIP, en de bestaande planologische situatie te handhaven.

Nu wij bij punt 6.8 hebben geconstateerd dat uitkoop aan de orde kan Ja, zie 6.8 zijn en uw inspraakreactie dus gegrond is, gaan we er vanuit dat we ook tot overeenstemming kunnen komen over uitkoop. De rest van uw reactie is daardoor niet meer relevant.

Conclusie

De inspraakreactie leidt tot aanpassing van het PIP en wel door het wegbestemmen van het bedrijf met behoud van het oorspronkelijk erf met bebouwing voor Wonen.

Reactienota NL.IMRO.9923.ipSdalDvdM-on01

Reactie

Aanpassing PIP nodig

Ook alle overige relevante documenten zullen worden aangepast.

20

Nr.

Inspraakreactie 7

Reactie

7.1

Uw inspraakreactie begint met een historisch relaas over de ontwikkeling van het gebied en het gebruik daarvan. Hij eindigt met de conclusie dat u in een prachtig gebied met heuvels en afwisseling tussen, landbouw en natuur wonen en dat deze natuur mede door uw voorouders tot stand is gekomen. U heeft echter wel eens het gevoel, dat de invulling hoe u het nu ter plaatse moet doen vooral bepaald wordt door mensen die meer dan 5 km van de kern van het gebied af leven en niet door de mensen die 24/7 in en met het gebied leven.

Wij zijn ons er zeer van bewust dat de agrariërs door de eeuwen heen Nee van groot belang zijn geweest voor de inrichting, ontwikkeling en beheer van het landschap en hopen dat dat ook nog eeuwen lang het geval zal zijn. Het natuurlijk evenwicht is in het gebied helaas de afgelopen eeuw verstoort en met ons allen werken we er aan dat te herstellen. Het intensieve gebiedsproces is daar getuige van. Wij gaan er vanuit dat agrariërs met ‘natuurinclusieve landbouw’ het beheer van het landschap nog lang kunnen en willen voortzetten.

7.2

U stelt dat u, zoals al in eerder door u is We nemen uw aanbod graag aan om met u in gesprek te gaan om zo aangegeven (meermaals vanaf 2011), graag van uw kennis betreffende het perceel gebruik te maken. Inmiddels bereid om met de provincie in gesprek te heeft dit gesprek al plaatsgevonden. gaan over het perceel in het Nutterveld (A4567), maar dit herhaaldelijk aanbod wordt tot op heden niet opgepakt. Volgens u is van dit perceel geen gebruikershandleiding te schrijven. Dit komt door invloeden van de seizoenen en de aanwezigheden van alle grondlagen. De gebruikershandleiding van dit perceel wordt volgens u van vader op zoon doorgegeven en door voortschrijdend inzicht en ervaring ook aangepast. U kunt dan ook geen 100 % garantie geven over door u ingebrachte kennis voor de gebiedsanalyse, omdat u vaak ook put uit informatie over aanwezigheid van bepaalde zaken van generaties voor u. U vindt het wel merkwaardig dat er met ENKELE boringen een heel gebied geanalyseerd kan worden en dat alles in een tijdsbestek van een jaar.

Nee

7.3

Op de percelen ten noorden van de Bovenesweg is de maatregel ‘Blijvend grasland’ , met de toevoeging dat hier onderzoek zal zijn voor teelt van eiwitrijke gewassen om uitspoeling tegen te gaan.

Ja, waar mogelijk wordt de bestemming Agrarisch 2 met een functieaanduiding ‘grasland’ opgenomen.

Reactienota NL.IMRO.9923.ipSdalDvdM-on01

We zijn over de teelt van eiwitrijke gewassen al met de LTO in gesprek geweest. We gaan dit meenemen in het definitieve Inrichtingsplan en in het PIP. Dit heeft geleid tot een aanpassing van de verbeelding en de regels. De bestemming is gewijzigd in Agrarisch 2 met een functieaanduiding ‘grasland’. In de bijbehorende regels is een

Aanpassing PIP nodig

21

Nr.

Inspraakreactie 7

Reactie

Aanpassing PIP nodig

U geeft aan met klem te willen benadrukken afwijkingsbevoegdheid opgenomen waardoor het relatief snel mogelijk dat vruchtwisseling bij goed gebruik bij uitstek wordt om de teelt van eiwitrijke gewassen toe te staan. Een goed is om mineralen uitspoeling tegen te afwijkingsbevoegdheid is noodzakelijk om te toetsen of het gewenste gaan en om reductie van gebruik van gebruik ook passend is binnen de natuurdoelstellingen voor het Natura gewasbeschermingsmiddelen te realiseren. 2000-gebied. Ook in droge zomers, zoals die er nu waarschijnlijk vaker gaan komen, is volgens u juist op deze vruchtbare esgronden een jonge graszode heel belangrijk. Het is volgens u namelijk algemeen bekend dat een jonge graszode diep wortelt en daarmee zich beter kan houden in droge periodes. Oude graszodes zijn lui en wortelen niet meer zo diep. De oude zodes zijn bij droogte het eerste aan de beurt waardoor onkruiden eerder de kop opsteken. U stelt dat bij een vruchtwisseling gronden eerder worden getriggerd om diep te wortelen. Bij een streven van de melkveehouderij om circa 65 % van de eiwitbehoefte zelf te telen bent u erg gebaad bij goede eiwitproducenten zoals gras, klaver, luzerne, veldbonen en andere hoogwaardige eiwitteelten.

Het voordeel van een deel van deze gewassen is dat ze vlinderbloemig zijn, en daarmee de gave bezitten dat de stikstof uit de lucht kunnen binden en om kunnen zetten in voeding voor de plant. Hierdoor is minder kunstmest nodig, wat ook weer een positief effect heeft op de uitspoeling. U stelt dat aangezien het eiwitvraagstuk een mondiaal vraagstuk is, er ook voldoende innovatiekracht is om hier verder op te ontwikkelen. Het blokkeren van de gronden met titel blijvend grasland, zal niet bijdragen aan een goede kringloop van een melkveebedrijf. Een gemiddeld melkveebedrijf heeft maar 20% akkerland (derogatie) dus continuteelt van akkergewassen is niet aan de orde. Reactienota NL.IMRO.9923.ipSdalDvdM-on01

22

Nr.

Inspraakreactie 7

Reactie

Het bevreemd u dat de provincie het toestaat dat zij op de door haar verworven gronden de teelt van aardappelen toelaat, terwijl de wens is om hier blijvend grasland op te ontwikkelen. Het duurt nog jaren voordat die milieuramp is opgelost. Inspreker vindt dit heel vreemd.

Hier is sprake van een interne miscommunicatie. Wij gaan ervoor Nee zorgen dat er voorwaarden worden opgenomen voor gebruik bij verhuur van gronden, zodat het gebruik afgestemd wordt op de beoogde doelstellingen. Het is uitaard niet de bedoeling om ongewenst gebruik toe te staan.

7.4

U stelt dat er in de plannen nergens wordt er De bedoelde interne maatregelen betreffen beheermaatregelen en die gesproken over interne maatregelen. U stelt worden uitgevoerd. De zorgen over het beheer zijn gedeeld met de dat er een groot aantal omissies zijn m.b.t. Bestuurlijke Advies Commissie (BAC). tot het grondgebruik in het gebied die eerst De interne maatregelen vallen buiten het Inpassingsplan, omdat opgelost kunnen worden door de hiervoor geen bestemmingswijzigingen nodig zijn. Ze staan wel in het terreinbeherende organisaties, alvorens er Beheerplan beschreven. Veelal ook in relatie tot de externe buiten het gebied acties moeten worden maatregelen. Het uitvoeren van de interne en externe maatregelen is ondernomen om intern de boel op orde te een kwestie van afstemming. Beide zijn nodig om de krijgen. U stelt dat dit zal resulteren in een natuurdoelstellingen te halen. lagere milieudruk rondom het gebied en dat er in de voorbije jaren veel achterstallig onderhoud is opgelopen, welke nu veelal ingehaald moet worden. U vraagt zich af hoe je nu een externe maatregelen kunt opstellen als de interne maatregelen nog niet eens klaar zijn. Volgens u is dat onmogelijk.

7.5

Op diverse bijeenkomsten is gesproken dat de akkers van SBB ook omgezet worden in een stikstofminnend gewas, zoals gras. U stelt dat iedereen weet dat als er niet bemest en geoogst wordt de uitspoeling het grootst is.

Aanpassing PIP nodig

Nee

Uiteraard zijn de regels voor iedereen gelijk. Het ontwerpNee inrichtingsplan ging er om die reden dan ook vanuit dat de akkers van de TBO’s uiteindelijk grasland zouden worden. Bij nader onderzoek blijkt dat deze akkers op een wijze worden beheerd die passend is binnen de doelstellingen van het Beheerplan. Wel zullen zijn voorafgaand aan de teelt aantoonbaar moeten maken dat uitspoeling U bent van mening dat als het uitgangspunt het beschermen van de natuur is, het dan ook tot minimum wordt gereduceerd. Zij dienen hiervoor bodemonderzoeken te overhandigen die dit inzichtelijk maken. Bij te inhoudt dat de akkers in het natuurgebied hoge gehalten aan nitraat in de bodem ter hoogte van de akkers zal de worden omgezet in grasland of een teelt van akkergewassen moeten worden omgezet in stikstofminnend gewas. De teelt op kleine graslandvegetaties. Dit is overeengekomen en bekrachtigd in de akkers die niet of doodrijp geoogst worden, zal leiden tot een enorme uitspoeling. Volgens vergadering van de Bestuurlijke Adviescommissie Springendal – Dal u oogt het misschien wel leuk, maar het levert van de Mosbeek. Tenslotten zullen we dit ook gaan monitoren tijdens de minitoringsfase. Zie verder ook onze reactie bij 7.3. naar uw mening een averechte bijdrage aan het milieudoelen die er in het gebied zijn. Het kan volgens u niet zo zijn dat een boer geen

Reactienota NL.IMRO.9923.ipSdalDvdM-on01

23

Nr.

Inspraakreactie 7

Reactie

Aanpassing PIP nodig

akkers mag hebben en een terrein beherende organisatie wel. 7.6

De Wnb-vergunning van uw bedrijf is volgens Voor onze reactie verwijzen wij naar inspraakreactie 4. u nu toereikend, maar voor ontwikkeling van toekomstige generaties moeten er ook kansen blijven. Volgens u lijkt het er nu op dat er een afvloeirichting vanaf de N2000-gebieden zal komen. U sluit zich dan ook aan bij de inspraakreactie van de 30 Boeren uit het gebied (reactie 4).

7.7

U vraagt zicht of waarom er in diverse rapporten nog steeds gesproken wordt over uitspoelingsfactor 0,44 inzake Nitraat. Dit is volgens hem een factor die opgesteld is in 1991/1992 toen er nog ruimer bemest mocht worden. Volgens u liggen de huidige aanwendingsnormen lager en daarom is volgens inspreker de uitspoelingsfactor ongeveer de helft (±0,22).

Nee

Wij hebben dit punt van uw inspraakreactie t.a.v. de in de Handreiking Nee bemesting gehanteerde nitraatuitspoelingsfracties voorgelegd aan de hoofdopsteller van de Handreiking. Deze is in dienst van de Wageningen University & Research (WUR). Dit verzoek heeft geleid tot een notitie hierover. Deze notitie is nu integraal opgenomen (als bijlage 9) in het (aangepaste) Achtergronddocument van de Handreiking. Belangrijke opmerking t.a.v. gras op zand GTVII (dus droge zandgrond) in de notitie is de volgende: “Gebaseerd op figuur 6 in Fraters et al (2012) zou een grove inschatting van een eventuele bijstelling van de uitspoelfractie voor gras een vermindering van 20% kunnen bedragen.” Deze vermindering leidt wel tot een matig i.p.v. een hoog risico op nitraatuitspoeling. De mogelijke impact van de waarschijnlijke overschatting is voor de risico-inschatting via de BMW (BeMestingsWijzer: red) dus veel lager dan inspreker aanneemt en is daarmee geen reden het PIP aan te passen.

7.8

Er heeft volgens u veel kap van bos Boskap is slechts beperkt aan de orde voor heideontwikkeling (in plaatsgevonden in het gebied. U verzoekt met deelgebied Mosbeek). Boscompensatie is geen onderdeel van dit PIP klem de herplant van deze bomen niet op en er wordt dan ook geen compensatieherplant voorzien op landbouwgrond in of rondom het gebied te landbouwgronden binnen dit plan. laten plaatsvinden. In de PIP staat dat er geen We begrijpen de zorgen om bomenkap in Natura-2000 gebieden. We herplantplicht is, echter er is veel hebben nog eens kritisch gekeken hoe we de leefgebieden van maatschappelijke discussie omtrent de kap, beschermde planten en dieren die in open terrein leven kunnen waarbij er signalen worden afgegeven dat er versterken met minder bomenkap. In totaal blijft provinciebreed 173 eventueel opnieuw wordt ingepland. Ook hectare meer bos behouden ten opzichte van de oorspronkelijke draagt volgens u de kap niet bij aan het plannen. Ook is er een bomenstrategie vastgesteld waarbij gezorgd behalen van de CO2-doelstellingen die er wordt dat alle kap gecompenseerd wordt. liggen.

Reactienota NL.IMRO.9923.ipSdalDvdM-on01

Nee

24

Nr.

Inspraakreactie 7

Reactie

U gaat er vanuit dat er de komende jaren een Er wordt een monitoringsplan opgesteld onder verantwoordelijkheid goede monitoring komt zowel in als buiten het van het Fieldlab, waarin aandacht is voor invloed van maatregelen op gebied door een extern en onafhankelijke hydrologie en nutriënten. partij (bv. RIVM), door wie er volgens u ook een zogenoemde nulmeting zal moeten worden uitgevoerd.

Aanpassing PIP nodig

Nee

Conclusie

De inspraakreactie leidt tot aanpassing van het PIP door het deels aanpassen van de bestemming Agrarisch met waarden - Grasland.

Nr.

Inspraakreactie 8

Reactie

Aanpassing PIP nodig

8.1

Uw inspraakreactie begint met een inleidende tekst over de wijze waarop uw bedrijf omgaat met natuur, landschap en burgers. Aansluitend wordt door u aangegeven dat, door de draai in het proces, het vertrouwen een flinke deuk heeft opgelopen. Afsluitend is uw conclusie dat u wel kunt zeggen u het er niet mee eens bent, maar dat dan het proces alleen maar vertraagd en dat u uiteindelijk alsnog zal worden onteigend op gronden die voor u te bizar voor woorden zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/488/documents/15975