t_Bijlage 3 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling.pdf
Tekst van het document
Vraag 5: Waarom zijn steekmuggen en knutten vaak talrijk in moerasgebieden? Moerassen kenmerken zich door een sterke afwisseling tussen droog en nat in ruimte en tijd. Deze afwisselingen zijn een gevolg van een rond maaiveld wisselende waterstand in een reliëfrijk terrein. Met het reliëf van het terrein wordt een afwisseling van hogere en lagere delen van het maaiveld bedoeld. Deze afwisseling kan van nature aanwezig zijn (zoals langs beken en rivieren, in duinvalleien en moerasgebieden) of het gevolg zijn van inrichtingsmaatregelen (zoals plaggen of onregelmatig afgraven). Langs grotere beken en rivieren kan door erosie en sedimentatie tijdens inundaties ook een bepaald reliëf ontstaan. In vernattings- en moerasgebieden ontstaat reliëf als gevolg van bultvorming door de aanwezige (ruigte)vegetatie. Tijdens perioden met veel neerslag of na inundatie kan water achterblijven in laagten, putjes en kuilen in dergelijk reliëfrijk terrein. De verblijftijd van het water is afhankelijk van de doorlaatbaarheid van de bodem en de terreinhelling (deze laatste factor vooral in vlakke gebieden). Wanneer veel kleiafzettingen in de bodem aanwezig zijn, kan water lange tijd blijven staan. Bestaat de bodem voornamelijk uit zand, dan zal het water sneller inzijgen, behalve wanneer sprake is van een hoge grondwaterstand (bijvoorbeeld zo hoog als het maaiveld).
Wanneer in het voorjaar plassen en poelen langer water bevatten, is dit in het voordeel van steekmuggen in het ondiepe water en voor knutten in de natte drogere delen. In combinatie met de ontwikkeling van hogere vegetatie (hogere luchtvochtigheid en windluwte) is dit een gunstige uitgangssituatie voor hoge(re) aantallen steekmuggen en knutten.
Vraag 6: Komen er ook steekmuggen voor in een vijver met permanent water?
In open water houden predatoren (zoals vissen, amfibieën, roofkevers, libellenlarven, enz.) de populaties van steekmuggen klein. Echter als er een verlandingszone of breed en dicht begroeide oeverzone in een water aanwezig is kunnen stekende insecten wel talrijker optreden. Verlanding van ondiepe oppervlaktewateren en oeverzones bevorderen de ontwikkeling van de habitat voor steekmuggen en knutten. Tussen de dichte submerse en emergente watervegetaties hebben larven van steekmuggen namelijk meer schuil- en ontsnappingsmogelijkheden voor predatoren. Ondiepe delen warmen daarnaast ook sneller op, hetgeen de groeisnelheid van larven van steekmuggen sterk bevordert. In de droog-nat overgangen van oeverzones gedijen knuttenlarven uitstekend, vooral als er veel organisch materiaal aanwezig is.
Vraag 7: Op welke plaatsen gedijen steekmuggen goed? Een sterke wisseling van milieuomstandigheden, bijvoorbeeld een afwisseling van zout (brak) naar zoet water of van neutraal naar een lage zuurgraad, heeft tot gevolg dat de meeste waterdieren sterven. Met een wisseling naar brak of zoet wordt een nieuw watermilieu gecreëerd waar, als gevolg van afwezigheid van predatoren, steekmuggen
10
zich goed in kunnen ontwikkelen. Extreme milieus zoals regentonnen en natte kruipgaten leveren een voor veel aquatische organismen onleefbaar milieu op, maar een habitat dat echter wel weer zeer geschikt is voor steekmuggen. Een ander type extreem milieu zijn plaatsen waar het tijdelijk nat en tijdelijk droog is, zoals oversstromingsgebieden enerzijds tot aan containermilieus anderzijds. Het moment in de tijd, de frequentie en de duur van inundatie (in feite het water bevatten) in samenhang met het terreinreliëf of vorm van het waterhoudend bekken/object zijn sterk bepalend voor de permanentie van het achterblijvende water. Overstroming van rivieruiterwaarden en beekbegeleidende gronden treedt vooral op in de winter en het voorjaar (beek- of rivierinundatie) maar kan bij extreem nat weer in de zomer ook voorkomen. In onregelmatige terreinen met een slecht doorlatende bodem (veen- en kleigebieden, zoals veel aanwezig in de laagveenregio in het westen van Nederland) of terreinen met een hoge grondwaterstand (bijvoorbeeld duinvalleien, laagten en veenweidepolders) treden als gevolg van intense neerslag in de zomer ook (regen)inundaties op. Water zal in vlakke gebieden na (regen)inundatie langer aanwezig blijven, zeker in onregelmatig terrein.
Wanneer gedurende langere tijd water in een terrein achterblijft, biedt dit een semipermanent milieu dat geschikt is voor de ontwikkeling van steekmuggen. Dit geldt ook voor alle containermilieus, zoals bekertjes, boomholten, emmers, kruipgaten, regenwatergoten, enz.
Vraag 8: Wat is de rol van droogval bij optreden van steekmuggen en knutten? De permanentie of omgekeerd de mate van droogval van een oppervlaktewater wordt bepaald door de neerslag, de grondwaterstand, en de mate en frequentie van inundatie. Op basis van waterdiepte en hydrologische isolatie van een al dan niet tijdelijk oppervlaktewater zijn verschillende watertypen te onderscheiden. In permanente oppervlaktewateren, zoals plassen, boezems, nooit droogvallende sloten, kanalen, beken of rivieren, kunnen populaties van predatoren van steekmuggen hun levenscyclus voltooien en door predatie zorgen dat steekmuggen zich niet massaal kunnen ontwikkelen. Steekmuglarven zijn uiterst kwetsbaar voor predatie, mede omdat ze zich vaak aan het wateroppervlak bevinden. Ook in tijdelijk onder water staande terreinen die met permanente wateren verbonden zijn, kunnen steekmuglarven zich moeilijk ontwikkelen, omdat deze toegankelijk zijn voor predatoren uit het permanente water. Een permanent nat moeras kan dus ook arm zijn aan larven van steekmuggen doordat predatoren kunnen overleven en grazen. Geïsoleerde semipermanente en temporaire oppervlaktewateren hebben een geringe waterdiepte en zijn niet verbonden met permanente oppervlaktewateren. Dergelijke oppervlaktewateren hebben een grote kans om jaarlijks droog te vallen.
Droogvalling is bij uitstek een gunstige uitgangspositie voor de ontwikkeling van grote aantallen steekmuggen. Als gevolg van droogval delen de steekmuggen het water met weinig andere organismen, dit is gunstig voor steekmuggen, omdat de larven een uiterst geringe concurrentiekracht hebben. Ook kunnen de meeste predatoren van steekmuglarven hun levenscyclus niet voltooien in droogvallende wateren en ontbreken dan ook. Lage concurrentie en predatie leiden tot het massaal optreden van steekmuggen in dit type wateren. Knutten leven vaak in de oeverzone van permanente wateren of in natte gronden waar het water bijna het gehele jaar, en vooral in de winter en het voorjaar, aan maaiveld staat. In dit habitat leven weinig predatoren en kunnen knuttenlarven gedijen.
11