CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

SON AB-voorstel Primitieve begroting 2022-2025.pdf

Commissie Sociaal Domein & Bestuur 18 mei 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 8: Voorstel inzake wensen en bedenkingen begrotingen verbonden partijen1.605 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel

Aan

Algemeen Bestuur

Van

Dagelijks Bestuur

Datum

30-6-2021

Betreft

Primitieve begroting 2022 en meerjarenraming 2023 t/m 2025

Te besluiten 1. In te stemmen met de uitgangspunten van de Stadsbank Oost Nederland voor het opstellen van de begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025. 2. De Primitieve begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 vast te stellen.

Toelichting Algemeen Er zijn veel nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de schuldhulpverlening, waaronder collectief schuldregelen, intensivering van de inzet van saneringskredieten (al dan niet in combinatie met een op te richten landelijk waarborgfonds), Schuldenknooppunt, nieuwe digitale ontwikkelingen als een Buddy-app en automatische incasso en de introductie van een nieuw kwaliteitskader van de branchevereniging NVVK. De Stadsbank kijkt steeds hoe deze ontwikkelingen binnen het dienstverleningsmodel van de Stadsbank verder vorm en inhoud kunnen krijgen, gericht op een sterke dienstverleningslijn met meer begeleiding, ondersteund door (digitale) innovaties. Hierbij staat de klant voorop en wordt resultaatgericht gewerkt. Daarbij wil de Stadsbank het partnerschap met gemeenten en het accountmanagement verder ontwikkelen. De Corona-crisis heeft in 2020 geleid tot een terugval in de dienstverlening en minder inkomsten van de deelnemende gemeenten. Waarschijnlijk zal zich dit ook in (een groot deel van 2021) voordoen. Het is op het moment van de opstelling van deze Primitieve 1

begroting 2022 nog onzeker wanneer de dienstverlening weer gaat aantrekken. Het risico van Corona ligt vooralsnog bij de Stadsbank. In dit kader wordt met de deelnemende gemeenten overlegd of het wenselijk is om in een scenario waarbij de financiële positie van de SON door Corona substantieel is verslechterd, eventuele extra Corona-kosten van de SON te compenseren en te overwegen om een teruggave van de gemeentelijke bijdragen achterwege te laten. Vanaf 2021 (mogelijk vanaf 2022) geeft niet meer de accountant, maar het Dagelijks Bestuur de verklaring af over de rechtmatigheid van de (interne) organisatie. Naast de uitvoering van de interne controle wordt vanaf deze wijziging in het BBV ook een rapportage opgesteld aan het Dagelijks Bestuur met een (genormeerd) oordeel over de interne controle. Deze rapportage vervangt de kwaliteitstoets van de accountant. In samenwerking met de accountant zal - bij de start van de accountantsfunctie voor het verslagjaar 2021 - een visie over de rechtmatigheidsverantwoording worden voorbereid. Het gaat dan om bijvoorbeeld de ambitieniveaus die in de notitie Rechtmatigheidsverantwoording van de commissie Bado zijn aangegeven en het te kiezen grensbedrag (tussen 1% en 3%). Daarbij worden uiteraard de adviezen meegenomen die de accountant in het accountantsverslag 2020 heeft opgenomen.

Voorafgaand aan de accountantscontrole van het verslagjaar 2021 wordt aan het Algemeen Bestuur een voorstel gedaan om het ambitieniveau en de tolerantiegrenzen van de interne controle te bepalen. Hierbij worden de nu geldende controleverordening en controleprotocol betrokken. Vanuit de ervaringen die de Stadsbank in 2021 met de rechtmatigheidsverantwoording opdoet, worden voor de latere jaren zo nodig aangepaste grensbedragen gedefinieerd en wordt interne regelgeving aan het normenen toetsingskader toegevoegd. Uitgangspunten Jaarlijks wordt er door de Stadsbank Oost Nederland conform de spelregels in de gemeenschappelijke regeling en het BBV een (meerjaren)begroting opgesteld. Daarbij is het van belang om voor de start van de begroting een aantal uitgangspunten en richtlijnen vast te leggen. Als Gemeenschappelijke Regeling (GR) is de Stadsbank Oost Nederland een verbonden partij van 14 Twentse en 8 Achterhoekse gemeenten. Dit houdt in dat bij de opstelling van de uitgangspunten en richtlijnen rekening wordt gehouden met de voorwaarden van de deelnemende gemeenten. 2

De begrotingsrichtlijnen gaan met name over de uniformiteit in de loon- en prijsmutaties. Voor de loon- en prijsmutaties hanteert de Stadsbank – conform de richtlijnen van de deelnemende gemeenten - de prijs netto materiële overheidsconsumptie (imoc) en de loonvoet sector overheid van de Macro Economische Verkenning (MEV), opgesteld door van het Centraal Plan Bureau (CPB). Deze cijfers worden hieronder bij de uitgangspunten nader toegelicht. Er is geen rekening gehouden met een mogelijke substantiële toename van het aantal deelnemers aan de schuldhulpverlening van de Stadsbank in 2021 en 2022 als gevolg van de Corona-crisis. Deze autonome volumestijging kan leiden tot een hogere benodigde gemeentelijke bijdrage (aantal x tarief) aan de dienstverlening van de Stadsbank in 2022. Over de ontwikkelingen van de aantallen wordt in de rapportages van de P&C cyclus 2021 en in de Voorjaarsnota en Najaarsnota 2022 nader gerapporteerd. Basis voor het opstellen van de begroting 2022-2025 De primaire diensten betreffen directe kosten die worden doorberekend als kostprijs per dienst. De materiele kosten en ondersteunde diensten worden als indirecte kosten middels de jaarlijkse bestaansbijdrage (bestaanskosten) voldaan. De totale bijdrage van de gemeenten is in feite een optelsom van een bijdrage in de bestaanskosten (statisch deel) en een bijdrage per dienstafname (dynamisch deel).

Elke deelnemende gemeente heeft de mogelijkheid om jaarlijks 10% en binnen 4 jaar maximaal 20% minder diensten (= aantallen) af te nemen binnen het basispakket en de intake1. Dit vertaalt zich direct in een evenredige mutatie in de direct beïnvloedbare personeelskosten (aantal x tarief) (budgettair betekent dit dat een gemeente grofweg en indicatief in 10-15 % van het gemeentelijke budget voor de SON kan variëren). De primaire begroting 2021, de jaarcijfers uit de jaarrekening 2020 en de richtlijnen en voorwaarden van de deelnemende gemeenten vormen gezamenlijk de leidraad voor de begroting 2022-2025. Hierin is immers het meeste recente beleid opgenomen (bestaand beleid). Eventuele Corona-effecten zijn in deze cijfers meegenomen. Loon- en prijsmutaties Prijsmutaties De prijs netto materiële overheidsconsumptie (imoc) van de Macro Economische Verkenning (MEV), opgesteld door het Centraal Plan Bureau (CPB), dient als prijsindex voor de prijscompensatie (MEV 2021, bijlage_02_MEV_2021, ‘prijs materiële

1

Nota ‘Vormgeving gemeenschappelijke basis & solidariteit binnen GR SON’, juni 2015

3

overheidsconsumptie (imoc)’, september 2020). Op basis van de verwachtingen van het CPB bedraagt deze imoc-index 1,5% voor 2022. Voor de begroting 2022 wordt deze index met +0,8% gecorrigeerd, betreffende de correcties ten opzichte van de prognoses in de MEV 2020 voor 2019 (+1,0%), 2020 (-0,1%) en 2021 (-0,1%). Voor 2022 wordt dan rekening gehouden met een prijsindexatie van 2,3%. Voor de jaren 2023-2025 wordt de imoc-index van 1,5% doorgetrokken. Loonmutaties Uitgangspunt is de actuele salarisstaat inclusief sociale lasten (personele formatie tegen actueel salaris op 31-12-2020). De laatste CAO voor gemeenteambtenaren had een looptijd tot 31-12-2020. Deze CAO is in de actuele salarisstaat per 31-12-2020 verwerkt. De onderhandelingen voor een nieuwe CAO vanaf 2021 lopen nog. Volgens de publicatie van het CPB in de MEV 2021 (bijlage_02_MEV_2021, ‘loonvoet sector overheid’, september 2020) wordt een loonstijging verwacht van 1,8% in 2021 en 1,5% in 2022. Voor de jaren 2023-2025 wordt een loonstijging verwacht van respectievelijk 1,9%, 1,9% en 2,2%. Voorgesteld wordt om deze percentages toe te passen op de actuele salarisstaat per 31-12-2020 voor de periode 2022-2025. Voor het jaar 2022 betekent dit een loonstijging van 3,3% (= 1,8% (2021) + 1,5% (2022)) ten opzichte van de actuele salarisstaat per 31-12-2020.

Voor de vacatures wordt er van de salariskosten van de functieschaal op het maximum min twee periodieken uitgegaan. Formatie-ontwikkelingen worden afzonderlijk zichtbaar gemaakt. Indexering tarieven en bestaanskosten op basis van de loon- en prijsmutaties De tarieven in de primaire begroting 2021 zijn volledig berekend op basis van de dienstenbeschrijving en bijbehorend werkproces. Uitgaande van een bestaand dienstenaanbod stelt de Stadsbank voor om de tarieven van de diensten in 2022 met 3,3% (= 1,8% (2021) en 1,5% (2022)) te indexeren ten opzichte van de actuele salarisstaat per 31-12-2020; dit aangezien de kostprijs van de diensten volledig uit de personeelscomponent bestaat. In de begrotingsperiode 2023-2025 wordt de tariefindexering doorgetrokken met respectievelijk 1,9% (2023), 1,9% (2024) en 2,2 (2025). De bestaanskosten betreffen zowel een loon- als een materiële component. De indexering voor het jaar 2022 en voor de periode 2023-2025 wordt in de onderstaande tabel weergegeven. 4

Indexering bestaanskosten loonkostencomponent materiële kosten Indexering

aandeel 45% 55% 100%

2022 3,3% 2,3% 2,8%

2023 1,9% 1,5% 1,7%

2024 1,9% 1,5% 1,7%

2025 2,2% 1,5% 1,8%

Kwantitatieve omvang dienstverlening De werkelijke omvang van de dienstverlening in 2020, zoals deze later in de jaarrekening 2020 zal worden gepresenteerd, vormt in principe de basis voor de omvang van de dienstverlening in de begroting 2022, waarbij Corona-effecten zijn meegenomen. Dat volumeaantal wordt vooralsnog stabiel gehouden in de meerjarenraming 2023-2025. Er is nog geen rekening gehouden met een hogere benodigde gemeentelijke bijdrage voor de verwachte autonome stijging van het aantal deelnemers in 2021 en 2022 als gevolg van de Corona-crisis. In de voortgangsrapportages in de P&C cyclus 2021 en in de Voorjaarsnota 2022 en Najaarsnota 2022 worden de effecten van deze volumestijging op de gemeentelijke bijdragen gemonitord. Additionele afspraken worden vooralsnog niet opgenomen in de begroting 2022-2025, tenzij er nu al afspraken zijn gemaakt voor deze periode. Vervangingsinvesteringen De vrijval als gevolg van de kapitaaluitgaven die in de begroting zijn afgeschreven, wordt als dekking ingezet voor toekomstige vervangingsinvesteringen. De vervangingsinvesteringen op installaties en gebouwen binnen de Stadsbank Oost Nederland geschieden conform het Meerjaren Onderhoudsbeheersplan. Voorstel tot vaststelling van de begroting De begroting 2022-2025 toont het volgende gerealiseerde resultaat van de baten en lasten: Begrotingsjaar 2022:

€ 0,-

Jaarschijf 2023:

€ 0,-

Jaarschijf 2024:

€ 0,-

Jaarschijf 2025:

€ 0,-

5

Er zijn op basis van de bestaande bestuursbesluiten en beleidsuitgangspunten geen mutaties in de Algemene Reserve doorgevoerd of een extra bijdrage gevraagd van de deelnemende gemeenten. Derhalve heeft de begroting 2022-2025 voor het jaar 2022, evenals voor de jaren 2023-2025, een sluitende begroting. Begrotingsjaar 2022:

€ 0,-

Jaarschijf 2023:

€ 0,-

Jaarschijf 2024:

€ 0,-

Jaarschijf 2025:

€ 0,-

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/475/documents/15396