CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing Nordhornsestraat Denekamp met bijlagen.pdf

Gemeenteraad 5 juli 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 10: Voorstel inzake verklaring van geen bedenkingen realisatie zonneveldje18.625 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke Onderbouwing

Zonnepanelenveld Nordhornsestraat 142 Denekamp

Status: Definitief Datum: 18 mei 2021

Plangegevens Naam: Plantype:

Nordhornsestraat 142 Denekamp Ruimtelijke Onderbouwing

Datum:

18 mei 2021

Projectnummer:

21AF056

Opdrachtgever:

Opsteller:

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) 074 – 255 7020 E) info@ad-fontem.nl

Contactpersoon:

Y. Yildirim

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV | Stationsstraat 43 | 7622 LW Borne | T 074-2557020 | E info@ad-fontem.nl

Ruimtelijke onderbouwing – Nordhornsestraat Denekamp

Inhoud

1

2

Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding en doelstelling ....................................................................................................... 5

1.2

Projectgebied .......................................................................................................................... 5

1.3

Huidige situatie........................................................................................................................ 6

1.4

Vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied 2010’ ................................................................... 6

1.5

Opzet van de ruimtelijke onderbouwing................................................................................. 7

Projectomschrijving ......................................................................................................................... 8 2.1

3

De toekomstige situatie .......................................................................................................... 8

Beleid ............................................................................................................................................... 9 3.1

Rijksbeleid................................................................................................................................ 9

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ................................................................................... 9

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) .................................................... 9

3.2

Provinciaal beleid .................................................................................................................... 9

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel ............................................................................................... 9

3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel ................................................................................. 10

3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel................................................................ 12

3.3

Gemeentelijk beleid .............................................................................................................. 17

3.3.1 Mijnomgevingsvisie Dinkelland ............................................................................................ 17

4

3.3.2

Zonneveldenbeleid ........................................................................................................ 18

3.3.3

Nota ‘De casco benadering in Noordoost-Twente’ ....................................................... 19

Omgevingsaspecten ...................................................................................................................... 21 4.1

Vormvrije mer-beoordeling ................................................................................................... 21

4.2

Bedrijven en Milieuzonering................................................................................................. 21

4.3

Geluid .................................................................................................................................... 24

4.4

Bodem ................................................................................................................................... 24

4.5

Externe veiligheid .................................................................................................................. 24

4.6

Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 25

4.7

Natuurwaarden ..................................................................................................................... 25

4.8

Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 27

4.9

Water ..................................................................................................................................... 28

4.10

Verkeer en parkeren.............................................................................................................. 30

5

Economische uitvoerbaarheid ....................................................................................................... 31

6.

Bijlagen .......................................................................................................................................... 32 3

Ruimtelijke onderbouwing – Nordhornsestraat Denekamp

4

Ruimtelijke onderbouwing – Nordhornsestraat Denekamp

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doelstelling

Voor u ligt de ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de ontwikkeling aan de Nordhornsestraat in Denekamp. De ontwikkeling heeft concreet betrekking op de aanleg van een zonnepanelenveld nabij de woning van dhr. L. Roeleveld (hierna initiatiefnemer). De ontwikkeling is momenteel in strijd met het geldend bestemmingsplan. De gemeente Dinkelland heeft op 10 augustus 2020 in haar principebesluit aangegeven dat de voorgenomen ontwikkeling middels een aanvraag van een omgevingsvergunning met buitenplanse afwijking (art. 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo) mogelijk kan worden gemaakt. Daarbij heeft de gemeente aangegeven dat de aanvraag voor omgevingsvergunning vergezeld moet zijn van een ruimtelijke onderbouwing. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

1.2

Projectgebied

Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Dinkelland, nabij de woning aan de Nordhornsestraat 142 en de provinciale weg N342. Het betreffend perceel ligt ten oosten van het bedrijventerrein Denekamp. Ook bevinden zich woningen in de nabije omgeving van het perceel waar het zonnepanelenveld gerealiseerd wordt. Het perceel waarop het zonnepanelenveld gerealiseerd wordt, staat kadastraal bekend als gemeente Denekamp, sectie P en perceelnummer 1956. Het perceel heeft een perceeloppervlakte van 5.000 m² en een omtrek van 461 m. In figuur 1.1 is de ligging van de planlocatie weergegeven (rood gemarkeerd).

Figuur 1.1: ligging van de planlocatie (Bron: Atlasvanoverijssel.nl).

Het stuk grond waarop het zonnepanelenveld ontwikkeld zal worden heeft een oppervlakte van circa 3.000 m². Het zonneveld heeft volgens het landschappelijk inrichtingsplan een omvang van circa 1.125 m². Het perceel wordt aan de zuidzijde begrenst door bomen en een tankstation. Aangrenzend aan het perceel bevindt zich de woning van de initiatiefnemer. In figuur 1.2 wordt het betreffend perceel weergegeven, waarbij het plangebied rood is omkaderd.

5

Ruimtelijke onderbouwing – Nordhornsestraat Denekamp

Figuur 1.2: luchtfoto van het betreffend perceel (Bron: Ruimtelijke plannen).

1.3

Huidige situatie

Op de gronden waarop het zonnepanelenveld wordt gerealiseerd bevindt zich geen bebouwing. Het betreft een stuk agrarische cultuurgrond (weiland). De gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer. In figuur 1.3 is een vooraanzicht opgenomen van de betreffende gronden.

Figuur 1.3: vooraanzicht van het perceel waarop het zonnepanelenveld wordt gerealiseerd (Bron: Google Maps, Streetview).

1.4

Vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied 2010’

Het plangebied maakt deel uit van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2010’. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van de gemeente Dinkelland vastgesteld op 18 september 2010. In figuur 1.4 wordt een fragment weergegeven van de verbeelding van het geldend bestemmingsplan, waarbij het plangebied rood is omkaderd.

6

Ruimtelijke onderbouwing – Nordhornsestraat Denekamp

Figuur 1.4: Fragment van de verbeelding van het geldend bestemmingsplan (bron: Ruimtelijke plannen).

Het geldend bestemmingsplan kent aan het plangebied de enkelbestemming ‘Agrarisch – 1’ toe, evenals de gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone – lpg’. De voor ‘Agrarisch – 1’ aangewezen gronden zijn in eerste instantie bestemd voor het agrarisch gebruik. Er mogen op de agrarische gronden – indien een bouwvlak aanwezig is - enkel bedrijfsgebouwen en overkappingen ten behoeve van agrarische bedrijven worden gebouwd. Dit bouwvlak ontbreekt in voorliggend geval. Ten aanzien van de gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone – lpg’ geldt dat op de gronden ter plaatse van deze aanduiding geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten gebouwd mogen worden. Het voornemen bestaat om op de voor ‘Agrarisch – 1 ‘ aangewezen gronden een zonnepanelenveld te realiseren. Dit is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Het geldende bestemmingsplan bevat geen relevante afwijkingsmogelijkheden en/of wijzigingsbevoegdheden. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een herziening van het geldende bestemmingsplan noodzakelijk. Het college van burgemeester en wethouders heeft echter de bevoegdheid om op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo van het geldende bestemmingsplan af te wijken. Hiervoor dient er een omgevingsvergunning te worden aangevraagd en dient de aanvraag een goede ruimtelijke onderbouwing te bevatten. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

1.5

Opzet van de ruimtelijke onderbouwing

In de volgende hoofdstukken is het project nader toegelicht. In eerste instantie wordt ingegaan op het project zelf (hoofdstuk 2). Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 stilgestaan bij het van belang zijnde overheidsbeleid (rijks/provinciaal en gemeentelijk beleid). In hoofdstuk 4 wordt aandacht besteed aan diverse omgevingsaspecten zoals geluid, archeologie, externe veiligheid, parkeren etc. Hoofdstuk 5 gaat in op de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de conclusie beschreven.

7

Ruimtelijke onderbouwing – Nordhornsestraat Denekamp

2

Projectomschrijving

2.1

De toekomstige situatie

De initiatiefnemer is voornemens nabij zijn woning een zonnepanelenveld met circa 500 PVpanelen aan te leggen. Het betreft een zonnepanelenveld die hoofdzakelijk gaat fungeren ten behoeve van een te realiseren elektrische laadstation bij het tankstation Roeleveld Rolink aan de Nordhornsestraat 138 te Denekamp. De hoogte van de opstelling van zonnepanelen bedraagt 1 m en het betreft een oost-west opstelling. Ten behoeve van de ontwikkeling is er een landschappelijk inrichtingsplan gemaakt door Borgerink Groendesign waarbij de aanleg van het zonnepanelenveld landschappelijk is ingepast. Als gevolg van de ontwikkeling wordt er een boerenhaag geplaatst met een lengte van 41 meter en 150 cm hoog. De boerenhaag bestaat uit de volgende beplanting:  Veldesdoorn – Acer campestre – 210 stuks;  Liguster – Ligustrum ovalifolium – 210 stuks;  Groene beuk – Fagus sylvatica – 210 stuks;  Plantmaat 80-100, 9stuks/m1, dubbele plantrij. Ook wordt als gevolg van de ontwikkeling een houtsingel van 40 x 4 meter zonder overstaanders geplaatst. De houtsingel bestaat uit:  Veldesdoorn – Acer campestre – 20 stuks;  Gewone hulst – Ilex aquifolium – 10 stuks;  Kardinaalmuts – Euonymus europaeus – 20 stuks;  Meidoorn – Crataeagus monogyna – 20 stuks;  Gele kornoelje – Cornus mas – 20 stuks;  Sleedorn – Prunus spinosa – 20 stuks;  Plantmaat 80-100, 1st/m2, 3 plantrijen.

In figuur 2.1 wordt een fragment weergegeven van het inrichtingsplan. Het plan is als bijlage 1 bijgevoegd opgenomen bij deze ruimtelijke onderbouwing.

2.1: Situatie ontwerptekening van de beoogde ontwikkeling (bron: Borgerink Groendesign)

8

Ruimtelijke onderbouwing – Nordhornsestraat Denekamp

3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Vooropgesteld wordt dat het Rijksbeleid geen concrete relevantie heeft voor voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Wel kan in het algemeen gesteld worden, dat het voornemen in overeenstemming is met de door het Rijk vastgestelde Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Aangezien de Ladder van duurzame verstedelijking hierin een bijzondere positie inneemt, wordt hieraan concreet aandacht besteed. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die met een omgevingsvergunning ex art. 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo (buitenplanse afwijking) wordt mogelijk gemaakt, moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. Deze ruimtelijke onderbouwing bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dan dient tevens gemotiveerd te worden motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De ladder van duurzame verstedelijking is alleen van toepassing bij een stedelijke ontwikkeling (artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Een stedelijke ontwikkeling is in het Bro gedefinieerd als 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Onder andere stedelijke voorzieningen is er sprake van een stedelijke ontwikkeling, indien het gaat om:  accommodaties voor maatschappelijke functies zoals een school, zorgcomplex, sportfaciliteiten of een crematorium;  accommodaties voor religie zoals een kerk of moskee;  accommodaties voor cultuur zoals bijvoorbeeld een museum;  accommodaties voor leisure zoals een hotel of bioscoop;  accommodaties voor recreatie. Uit vaste jurisprudentie blijkt dat functies zoals een zonnepark (zonnepanelenveld) onder de (oude) ladder, niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt beschouwd.1 Gelet op het feit dat het in de voorliggende ruimtelijke onderbouwing gaat om een zonnepanelenveld, is de onderhavige ontwikkeling niet aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking kan achterwege blijven. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met zowel het Rijksbeleid als de ladder van duurzame verstedelijking.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid, het realiseren van een duurzame energiehuishouding, het sluiten van kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van 1

ECLI:NL:RVS:2019:178

9

Ruimtelijke onderbouwing – Nordhornsestraat Denekamp

ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is daarbij van belang, waarbij een vitaal en samenhangend stelsel van gebieden met een hoge natuur- en waterkwaliteit wordt ontwikkeld. Ook de ontwikkeling van een continu en beleefbaar watersysteem, het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen en het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken, zijn ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan. Een zichtbaar en beleefbaar landschap en het behouden en waar mogelijk verbreden van het bestaande aanbod aan woon-, werk- en mixmilieu's betreffen ruimtelijke kwaliteitsambities. De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten. De Catalogus Gebiedskenmerken, die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden, is daarbij een instrument om te sturen op ruimtelijke kwaliteit.

Ten aanzien van sociale kwaliteit is het koesteren en het gebruik maken van 'noaberschap' de ambitie, evenals het stimuleren van culturele identiteit van de provincie Overijssel, zowel lokaal als regionaal. Duurzame ontwikkeling van cultureel erfgoed (bijv. herbestemmen/hergebruik monumenten en karakteristieke bebouwing) hoort hierbij. Het realiseren van sociale kwaliteit wordt gedaan door het actief betrekken van bewoners bij projecten en het bieden van ruimte aan initiatieven van onderop. 3.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Op 21 april 2020 is de ‘handreiking zonnevelden’ vastgesteld door de Gedeputeerde Staten van Overijssel. De provinciale verordening (artikel 2.1.8) is het vertrekpunt voor deze handleiding.

De handreiking is een hulpmiddel voor initiatiefnemers, omwonenden van een zonneveld en voor gemeenten om hen te ondersteunen bij de ruimtelijke afweging voor zonnevelden, bij het ontwerp van een kwalitatief goed zonneveld en bij het gesprek over het realiseren van voldoende en passende kwaliteit. In de handreiking staan drie vragen centraal: 1. OF: Zijn zonnevelden nodig? 2. Waar: Waar moeten zonnevelden worden gerealiseerd? 3. Hoe: Hoe moeten zonnevelden in de groene omgeving worden gerealiseerd? Artikel 2.1.8 van de provinciale Omgevingsverordening verplicht de toepassing van de Kwaliteitsimpuls zonnevelden, waaronder de zonneladder. De zonneladder geeft de voorkeursvolgorde aan bij de verdeling van de opwekopgave voor zonne-energie. Naar aanleiding van ervaringen in de afgelopen jaren en het coalitieakkoord is de zonneladder scherper en specifieker gemaakt, wat een striktere toepassing mogelijk maakt. De Overijsselse zonneladder en aanpak kent drie treden: 1. Stimuleren; 2. Combineren; 3. Limiteren. Een multifunctionele invulling van een zonneveld in de groene ruimte is uitgangspunt (trede 1 en 2). De derde trede is pas aan de orde wanneer trede 1 en 2 niet mogelijk zijn, wat uit een deugdelijke motivering naar voren moet komen. Onderhavige ontwikkeling kan worden aangemerkt als een kleine, goed ingepaste zonneveld met een omvang van circa 1.125 m² (0,1 ha) en de plek

10

Ruimtelijke onderbouwing – Nordhornsestraat Denekamp

waar het gerealiseerd wordt is op de dorpsrand van Denekamp. De ontwikkeling past daarom in trede 1. Zonnevelden die in trede 1 vallen worden door de zonneladder gestimuleerd. Verder is in de omgevingsverordening, voor de groene omgeving, de Kwaliteitsimpuls Zonnevelden opgenomen. Dit beleid geeft ruimte om zonnevelden te ontwikkelen op daarvoor geschikte locaties. Onder de voorwaarde dat daarmee tevens kwaliteit wordt gerealiseerd. Toepassing is aan de orde als projecten in het landelijk gebied worden gerealiseerd. De Kwaliteitsimpuls Zonnevelden is gebaseerd op vier principes uit het provinciaal ruimtelijk beleid: 1. Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (Zonneladder); 2. Passendheid in of bijdragend aan het landschap; 3. Beperken en compenseren van de effecten op landschap en ecologie; 4. Evenwichtige verdeling van lusten en lasten door realisatie van maatschappelijke meerwaarde. Meerwaarde kan worden aangetoond vanuit de volgende criteria: a. De mate waarin sprake is van meervoudig ruimtegebruik (combinaties met andere functies) b. Maatregelen die getroffen worden om de impact te beperken en/of te compenseren c. De mate waarin wordt aangesloten op de karakteristieken van het gebied (gebiedseigen/gebiedsvreemd) d.

Bijdrage aan maatschappelijke doelen (in ieder geval aan de provinciale doelen ten aanzien van duurzaamheid, maar ook aan draagvlak in de omgeving, bijdrage aan maatschappelijke cohesie, (financiële) bijdragen aan maatschappelijke opgaven, enz.) De extra investering in ruimtelijke kwaliteit is geformuleerd als een bijzondere vorm van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving zoals die is opgenomen in artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening. In de balans tussen ontwikkeling en kwaliteitsinvestering mag rekening gehouden worden met feit dat een zelfstandige opstelling voor zonnepanelen alleen als tijdelijk gebruik kan worden toegestaan. Aan de andere kant geldt dat er wel degelijk sprake is van langdurige impact op de omgeving omdat het tijdelijke gebruik een periode van niet meer dan 25 jaar kan beslaan. Deze regeling voor zonnevelden in de Omgevingsverordening wordt begeleid met een handreiking aan gemeenten en initiatiefnemers, een voorbeeldenboek en informatieve bijeenkomsten. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is er een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld waarin de aanleg van het zonneveld landschappelijk goed en zorgvuldig wordt ingepast. In het inrichtingsplan is te zien dat naast het zonneveld er geïnvesteerd wordt in de omgeving om de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse te versterken.

Dit wordt gedaan door middel van het toevoegen van gebiedseigen landschapsmaatregelen. Hierdoor wordt geacht dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de eisen van de Kwaliteitsimpuls Zonnevelden. Uitvoeringsprogramma Nieuwe Energie Overijssel Ook de Provincie Overijssel streeft naar verduurzaming en de hiervoor benodigde (grootschalige) productie van duurzame energie om aan de nationale energie-transitie te kunnen bijdragen. Om deze doelstelling te behalen heeft de provincie Overijssel, een Programma Nieuwe Energie Overijssel, evenals een kwaliteitsimpuls zonne-energie opgesteld, waarin zowel gehoor aan de noodzaak tot het opwekken van zonne-energie, alsmede structurerende richtlijnen voor het opwekken van deze energievorm in veldopstelling gegeven worden. Deze worden in het onderstaande nader toegelicht. In 2016 is de provincie Overijssel samen met kernpartners van start gegaan met de ontwikkeling van het Programma Nieuwe Energie Overijssel. Dit programma heeft als doel om in 2023 20% hernieuwbare energie te realiseren en besparings- en efficiencymaatregelen in verschillende sectoren te stimuleren. Het tussenresultaat bestaat uit vijf thematische contouren (hernieuwbare energie, gebouwde omgeving, industrie en bedrijven, duurzame mobiliteit, lokale initiatieven) met

11

Ruimtelijke onderbouwing – Nordhornsestraat Denekamp

daarin een eerste inventarisatie van ideeën en projecten. Deze vijf contouren vormen nog geen gezamenlijk programma maar geven inzicht in de eerste ideeën en beoogde projecten per thema. Met betrekking tot zonne-energie is de doelstelling 2-3 petajoule (PJ) in 2023. Dit betekent maximaal 1.000 hectare aan oppervlak. Dat is minder dan 1% van het oppervlak van Overijssel. Als indicatieve verdeling is 40% op daken aangehouden en 60% in veldopstellingen. De doelstelling van 600 hectare aan veldopstellingen in 2023 lijkt realiseerbaar met een 100-200 hectare momenteel in de pijplijn, maar de eerste projecten moeten nog wel gerealiseerd worden. Van groot belang is om hiervoor een sterk maatschappelijk en politiek draagvlak (juist ook in de gemeenteraden) te verkrijgen. Het tijdig betrekken van stakeholders en een transparante, open communicatie zijn hierbij essentieel om vertragingen te voorkomen. Het zonnepanelenveld aan de Nordhornsestraat in Denekamp levert via de opwekking van duurzame energie een bijdrage aan duurzaamheidsdoelstelling die de Provincie Overijssel voor 2023 heeft gesteld. Het levert daarnaast actief een bijdrage aan de bewustwording van het maatschappelijk belang voor duurzame opwek van energie, waardoor onomkeerbare duurzaamheidsmaatregelen getroffen kunnen worden.

Het zonnepanelenveld is daarnaast bedoeld voor een elektrische laadstation bij het bestaande tankstation aan de Nordhornsestraat 138 te Denekamp, waardoor gesproken kan worden van een combinatie met andere functies. 3.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Op grond van het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel kan worden bepaald of een initiatief mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. Dit is ook van toepassing op initiatieven voor zonnevelden. De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten:  generieke beleidskeuzes;  ontwikkelingsperspectieven;  gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd.

Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities.

12

Ruimtelijke onderbouwing – Nordhornsestraat Denekamp

De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en – opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel)

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief aan de Nordhornsestraat, wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling nodig of mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Hierbij is onder andere het uitgangspunt van zorgvuldig en zuinig gebruiken van ruimte van belang die ervoor staat dat in eerste instantie bestaande bebouwing en bebouwde percelen wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt. Het plangebied is gelegen net buiten de bebouwde kom van Denekamp. Er wordt een zonnepanelenveld gerealiseerd op een onbebouwd perceel (weiland) dat hoort bij de woning aan de Nordhornsestraat 142 in Denekamp. De locatie heeft een agrarische functie, echter worden er op het perceel geen agrarische activiteiten verricht. Hierdoor is de agrarische functie niet langer primair. Met de realisering van het zonnepanelenveld wordt het perceel optimaal benut ten behoeve van het naastgelegen tank- en laadstation, wat in overeenstemming is met het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik dat is opgenomen in de provinciale omgevingsvisie. Het geeft invulling aan de verduurzaming van het bedrijf en het transport. Gelet op de zonneladder

13

Ruimtelijke onderbouwing – Nordhornsestraat Denekamp

gaat zon op dak voor ten opzichte van de inzet van agrarische gronden. Het aanwezige dakoppervlak van het tankstation is grotendeels ongeschikt voor het aanbrengen van zonnepanelen vanwege de licht constructie, schaduwwerking van een groenwal en aanwezigheid van bestaande apparatuur op het dakoppervlak. Hierdoor wordt er gebruikgemaakt van de naastgelegen agrarische gronden. De beoogde ontwikkeling voldoet daarmee aan het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik uit de provinciale omgevingsvisie. Tot slot maakt het plangebied deel uit van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente. De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente zijn de grote mate van kleinschaligheid, het groene karakter en het samenhangend complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen. Voorliggende ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente, omdat de zonnepanelen nog altijd eenvoudig te verwijderen zijn. Het landschap wordt niet aangetast. Bovendien wordt er naast de aanleg van de zonnepanelen geïnvesteerd in het landschap ter plaatse door gebiedseigen landschapselementen toe te voegen. Verder zijn er in het kader van de "generieke beleidskeuzes" geen aspecten die nadere onderbouwing behoeven. Het plan voldoet aan de gestelde generieke beleidskeuzes.

Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven. Het plangebied is met een rode markering aangegeven.

Figuur 3.2: Ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ (Bron: provincie Overijssel).

Voor het plangebied geldt het ontwikkelperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’. Dit ontwikkelingsperspectief richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De provincie wil in dit ontwikkelingsperspectief dat de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren nadrukkelijk worden verbonden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Schaalvergroting in de landbouw en opwekking van hernieuwbare energie krijgen ruimte in het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en

14

Ruimtelijke onderbouwing – Nordhornsestraat Denekamp

werken in het kleinschalige mixlandschap’, onder de voorwaarde van zorgvuldige inpassing in het kleinschalige landschap. Ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Met name de verschuiving van eenzijdige volumeproductie en kostprijsreductie naar specialisatie en omgevingsgericht ondernemen in de landbouw is hier kansrijk voor het behouden van een sterke concurrentiepositie. Waardevermeerdering ontstaat door het benutten van de specifieke gebiedskwaliteiten, en van het maatschappelijk draagvlak voor kwaliteitsproductie en -producten. Ook verbreding van economische activiteiten op het erf, bijvoorbeeld met zorg, recreatie of landwinkels, krijgt de ruimte. Door directe verkoop bij de boer ontstaan korte ketens en meer waardering voor het agrarisch product. In dit ontwikkelingsperspectief zijn ook plekken waar, door de ruimtelijke structuur van het landschap, de beschikbare milieuruimte of reeds aanwezige bebouwing, de ontwikkelruimte van agrarische bedrijven beperkt is. Hier liggen ontwikkelkansen voor andere vormen van bedrijvigheid (denk aan dienstverlenende zelfstandigen zonder personeel) die de ruimtelijke structuur versterken.

Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. Voorliggende ontwikkeling heeft betrekking op het aanleggen van een zonnepanelenveld op een perceel dat bestemd is voor agrarische doeleinden (weiland). De ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast, zoals beschreven in hoofdstuk 2 van deze ruimtelijke onderbouwing. Door de toevoeging van landschapselementen, o.a. boerenhaag en houtsingel, wordt het landschap ter plaatse versterkt. De opwekking van hernieuwbare energie is ook concreet benoemd binnen het ontwikkelingsperspectief, onderhavig plan geeft hier invulling aan. Geconcludeerd kan worden dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met de opgaven van het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalig landschap’. Gebiedskenmerken Voor het plangebied gelden de volgende gebiedskenmerken:  natuurlijke laag: Dekzandvlakte en ruggen;  laag van het agrarisch cultuurlandschap: Oude hoevenlandschap;  lust- en leisurelaag: Donkerte. Het plangebied is gelegen buiten de bebouwde kom van Denekamp.

De natuurlijke laag, de laag van het agrarische cultuurlandschap en de lust- en leisurelaag zijn zichtbaar in het plangebied. De stedelijke laag is niet zichtbaar, omdat het plangebied in het buitengebied is gelegen en in of op de gronden er geen bebouwing aanwezig is. Met voorliggende ontwikkeling is een inrichtingsplan opgesteld, waarmee de aanleg van het zonnepanelenveld landschappelijk wordt ingepast. Er wordt rekening gehouden met de natuurlijke laag en met de laag van het agrarisch cultuurlandschap. Daarnaast wordt door de toevoeging van landschapselementen de laag van het agrarisch cultuurlandschap versterkt, wat in overeenstemming is met de ambities van deze laag. Ten aanzien van de lust- en leisurelaag en het bijbehorend gebiedskenmerk ‘Donkerte’ blijft het gebied donker en geschikt om in de nacht naar de sterrenhemel te kijken. In de figuren 3.3, 3.4 en 3.5 wordt een fragment gegeven van de gebiedskenmerkenkaart met de betreffende lagen. Het plangebied wordt met een rode markering aangegeven.

15

Ruimtelijke onderbouwing – Nordhornsestraat Denekamp

Figuur 3.3: natuurlijke laag ‘Dekzandvlakte en ruggen’ (Bron: provincie Overijssel).

Figuur 3.2: laag van het agrarisch cultuurlandschap ‘Oude hoevenlandschap’ (Bron: provincie Overijssel).

16

Ruimtelijke onderbouwing – Nordhornsestraat Denekamp

Figuur 3.3: lust- en leisurelaag ‘Donkerte’ (Bron: provincie Overijssel).

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de voorliggende ontwikkeling volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Mijnomgevingsvisie Dinkelland De gemeenteraad van de gemeente Dinkelland heeft op 31 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1.

We doen het samen;

2.

We geven het goed voorbeeld;

3.

We wentelen niet af op volgende generaties;

4.

We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt.

De gemeente Dinkelland wil een economische sterk buitengebied met veel verschillende functies, waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap van Dinkelland is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis. Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied van Dinkelland komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Zoals landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Dinkelland streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid.

Dit wordt gedaan samen met de inwoners, partners en de gebruikers.

17

Ruimtelijke onderbouwing – Nordhornsestraat Denekamp

De speerpunten voor het buitengebied zijn: 

toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd;

goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij we samenwerking zoeken met de landbouw;

kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur.

Naast de speerpunten wordt er in de omgevingsvisie gesproken over de waardenkaart die het buitengebied van de gemeente Dinkelland verdeeld in verschillende types landschappen. Onderscheid wordt gemaakt tussen: -

donkergroen gekleurd landschap; middelgroen landschap; lichtgroen gekleurd landschap; groen gearceerde gebieden.

Het plangebied is gelegen in het lichtgroen gekleurd landschap. Dit zijn landschappen waar in de afgelopen 80 tot 100 jaar veel is veranderd en waar de lagere landschapswaarde ruimte voor ontwikkeling biedt. Dit zijn bijvoorbeeld de heide-of veen-ontginningen met een hoge dynamiek. Hier moet worden ingespeeld op de schaal van het landschap, het agrarische karakter, gemengde functies, bouwwijze en inrichting die in de omgeving gebruikelijk is, opgeruimd landschap, geclusterde bebouwing, heldere structuren, verbeteren van de biodiversiteit en op het vasthouden van water. Toets en conclusie Voorliggende ruimtelijke onderbouwing is opgesteld om de aanleg van een zonnepanelenveld op agrarische gronden mogelijk te maken. Zoals reeds beschreven zijn de daken van het elektrische laadstation niet toereikend om in voldoende zonnepanelen te voorzien. Hierdoor wordt gebruik gemaakt van de agrarische gronden. Deze gronden bevinden zich in een lichtgroen gekleurd landschap waar ruimte is voor ontwikkelingen, omdat er een lagere landschapswaarde geldt. Door de aanleg van het zonnepanelenveld kan er duurzame energie worden opgewekt, waarmee elektrische voertuigen opgeladen kunnen worden. Het zonnepanelenveld wordt landschappelijk goed en zorgvuldig ingepast en er wordt geïnvesteerd in het landschap waardoor de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving wordt versterkt.

Dit wordt gedaan door het toevoegen van gebiedseigen landschapselementen. Het landschap wordt hierdoor versterkt en er wordt bijgedragen aan het meer duurzaam maken van het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Geconcludeerd kan worden dat de voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met de omgevingsvisie van de gemeente Dinkelland.

3.3.2 Zonneveldenbeleid In april 2019 heeft de gemeente Dinkelland het zonneveldenbeleid vastgesteld. Kleinschalige initiatieven voor een veldopstelling, die alleen voorzien in de eigen energiebehoefte van de initiatiefnemer, kan worden besloten om medewerking te verlenen, wanneer er geen mogelijkheden zijn om de aanwezige daken te beleggen met zonnevelden. Daarvoor zijn de richtlijnen die in deze notitie staan beschreven niet direct van toepassing. In dat geval is het reguliere gemeentelijke ruimtelijke toetsingskader van toepassing. Het initiatief (500 panelen voor eigen energiebehoefte) valt onder de omschrijving van een kleinschalig initiatief waarop het gemeentelijke zonnevelden beleid niet van toepassing is. De genoemde uitgangspunten in het gemeentelijke beleid over participatie van de omgeving en kwaliteitsinvestering investering gelden derhalve niet voor het kleinschalige initiatief. Uiteraard zal er wel sprake moeten zijn van een goede ruimtelijke/landschappelijke inpassing. Daarnaast wordt het uitgangspunt gehanteerd dat zonnevelden tijdelijk bestaan. Dit uitgangspunt wordt gehanteerd, omdat men op langere termijn verwacht geen veldopstelling meer nodig te hebben vanwege

18

Ruimtelijke onderbouwing – Nordhornsestraat Denekamp

innovatie en prijsdaling, waardoor andere voordelige vormen van energieopwekking gaan ontstaan. In navolging van het provinciale beleid geldt er derhalve een maximale tijdsduur van 25 jaar. Toets en conclusie Voorliggende ontwikkeling heeft betrekking op de aanleg van een zonnepanelenveld op een perceel aan de Nordhornsestraat te Denekamp in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Het plangebied kent een oppervlakte van circa 3.000 m². Het zonnepanelenveld zal een omvang hebben van circa 1.125 m², waardoor dit te omschrijven is als een kleinschalig initiatief waarop het gemeentelijke zonnevelden beleid niet van toepassing is. De zonnepanelen worden zo aangelegd dat deze na 25 jaar – indien nodig – eenvoudig te verwijderen zijn. Daarnaast wordt de aanleg van het zonnepanelenveld landschappelijk goed en zorgvuldig ingepast en wordt het landschap ter plaatse versterkt door het toevoegen van gebiedseigen landschapselementen. Geconcludeerd kan worden dat de aanleg van een zonnepanelenveld aan de Nordhornsestraat in Denekamp voldoet aan het gestelde beleid voor zonnepanelen vanuit de gemeente Dinkelland.

3.3.3 Nota ‘De casco benadering in Noordoost-Twente’ De gemeente Dinkelland heeft de beleidsnota 'De casco-benadering in Noordoost-Twente' vastgesteld. Het Nationaal Landschap Noordoost Twente is een gebied met zeldzame en unieke landschapskwaliteiten. Het is een gebied met stuwwallen, bronnen, beken en fraaie cultuurlandschappen. Kernkwaliteit is het waardevolle cultuurlandschap met een variatie in open en een kleinschalig besloten landschap. Schaalvergroting in de grondgebonden landbouw staat op gespannen voet met deze kleinschaligheid. Het verdwijnen van landschapselementen op perceelsgrenzen tast het kleinschalige groene karakter aan en leidt tot een afname van landschapsdiversiteit. De gemeente Dinkelland heeft samen met de provincie Overijssel en de gemeenten Tubbergen, Losser en Oldenzaal de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Om vorm en inhoud te geven aan deze ambitie is een generieke methode ontwikkeld: de casco benadering. Voor de gemeente is de casco-benadering te gebruiken als beoordelingskader voor ingrepen in het landschap. Aan de hand van de casco-kaart (figuur 3.4) kan bezien worden of landschappelijke structuren deel uitmaken van het casco. Het plangebied is globaal zwart omlijnd.

Figuur 3.4: Fragment casco-kaart (bron: www.overijssel.nl/cascokaart)

Op basis van de casco-kaart kan vastgesteld worden of het landschapselement tot het casco behoort of niet; daaruit volgen drie mogelijk aanvragen op basis van het casco, dit zijn:

19

Ruimtelijke onderbouwing – Nordhornsestraat Denekamp

1. 2. 3.

Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de cascokaart. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de cascokaart. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de cascokaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie).

Toets en conclusie Volgens de casco-kaart in figuur 3.4 behoort het plangebied zich deels toe tot de Casco en deels niet. Bij delen van het plangebied die zich tot de Casco toebehoren mogen de elementen ter plaatse hiervan niet verplaatst worden. Bij delen van het plangebied die zich niet tot de Casco toebehoren mogen de elementen wel verplaatst worden. Middels voorliggende ontwikkeling worden er echter geen elementen verplaatst of verwijderd, sterker nog: er worden elementen toegevoegd in de vorm van een houtsingel en een boerenhaag. Geconcludeerd kan worden dat voorliggende ontwikkeling volledig in overeenstemming is met het bepaalde in de Nota ‘De casco benadering in Noordoost-Twente.

20

Ruimtelijke onderbouwing – Nordhornsestraat Denekamp

4

Omgevingsaspecten

4.1

Vormvrije mer-beoordeling

Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets en conclusie Er wordt middels deze ruimtelijke onderbouwing de aanleg van een zonepanelenveld mogelijk gemaakt. De ontwikkeling is concreet beschreven in hoofdstuk 2. Het huidige gebruik van het plangebied is agrarisch. Het aanleggen van een zonnepanelenveld wordt niet expliciet benoemd in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage.

Het was lang onduidelijk of een zonnepark (zonnepanelenveld) valt onder het Besluit milieueffectrapportage. Uit de uitspraak van de Raad van State (ABRvS 14 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2770) blijkt dat dit niet het geval is. Deze uitspraak gaat over een zonnepark waarvoor via de kruimelgevallenregeling een omgevingsvergunning is verleend. Het park bevat ongeveer 22.500 zonnepanelen en enkele trafostations. De Raad van State geeft aan dat een zonnepark niet onder de reikwijdte van het Besluit milieueffectrapportage valt. Een zonnepark is volgens de Raad geen:

  

landinrichtingsproject, geen stedelijk ontwikkelingsproject en ook geen industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water.

Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als in de zin van het Besluit m.e.r. Het Besluit milieueffectrapportage vormt geen belemmering voor voorliggende ruimtelijke onderbouwing.

4.2

Bedrijven en Milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen:  het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;  het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante

21

Ruimtelijke onderbouwing – Nordhornsestraat Denekamp

milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering (bron: VNG).

Toets en conclusie Voorliggende ontwikkeling heeft betrekking op de aanleg van een zonnepanelenveld. Het plangebied bevindt zich in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Hierdoor wordt uitgegaan van het omgevingstype ‘rustige woonwijk/buitengebied’. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functie(s) binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving en andersom of de nieuwe functie(s) de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantasten. Een zonnepanelenveld is geen milieugevoelig object. Geacht wordt dat het zonnepanelenveld geen hinder ondervindt van de bestaande functies in de omgeving. Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. Een zonnepanelenveld is geen milieubelastend object. Ten aanzien van de transformatieomvormer die enigszins geluid produceert geldt dat er een geluidshinder kan ontstaan voor geluidsgevoelige functies in de omgeving van het zonnepanelenveld.

Volgens het zonneveldenbeleid dient er voor grootschalige zonnepanelenvelden een afstand van 100 meter tussen een zonneveld en een gevoelige functie te bestaan om een goed woon- en leefklimaat te garanderen voor de gevoelige functie. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing heeft niet betrekking op een grootschalig zonneveld waarop het zonneveldenbeleid van toepassing is, maar op een kleinschalig zonneveld ten behoeve van eigen voorziening. Dit betekent dat er in plaats van de geadviseerde afstand van 100 meter in het zonneveldenbeleid gekeken moet worden naar de VNG uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’. Een transformatieomvormer wordt niet expliciet benoemd in de VNG uitgave. Er kan echter aansluiting worden gezocht bij ‘elektriciteitsdistributiebedrijf’, aangezien de opgewekte elektra middels het laadstation doorverkocht zal worden naar gebruikers van elektrische voertuigen. Op basis van de VNG uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geldt voor een elektriciteitsdistributiebedrijf met een transformatievermogen van minder dan 10 MVA (10.000

22

Ruimtelijke onderbouwing – Nordhornsestraat Denekamp

kilowatt) een grootste richtafstand van 30 meter voor het aspect ‘Geluid’. Voor een elektriciteitsdistributiebedrijf met een transformatievermogen tussen 10 en 100 MVA (10.000 kilowatt en 100.000 kilowatt) geldt een grootste richtafstand van 50 meter voor het aspect ‘Geluid’. De transformatieomvormer van de zonnepanelenveld in onderhavig geval kan vergeleken worden met de laatste categorie, waardoor een afstand geldt van 50 meter tussen de transformatieomvormer en bestemmingsplangrens van omliggende woningen. De transformatieomvormer in voorliggende ontwikkeling wordt geplaatst tussen het elektrische laadstation en de zonnepanelen. In figuur 4.2 wordt de ligging van de transformatieomvormer weergegeven.

Figuur 4.2: locatie transformatieomvormer (bron: Google Maps). De beoogde locatie voor het transformatieomvormer is gelegen op een afstand van minimaal 100 meter vanaf de dichtstbijzijnde gevoelige functies (woningen) in de omgeving van het plangebied. Dit betekent dat er voldaan wordt aan de richtafstand van 50 meter en geacht wordt dat het woonen leefklimaat van omliggende woonfuncties niet wordt aangetast. Geconcludeerd kan worden dat het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ geen belemmering vormt voor voorliggende ruimtelijke onderbouwing.

23

Ruimtelijke onderbouwing – Nordhornsestraat Denekamp

4.3

Geluid

In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies.   

Toets en conclusie Een zonnepanelenveld is geen geluidsgevoelig object in de zin van de Wet geluidhinder. Geconcludeerd kan worden dat het aspect ‘Geluid’ geen belemmering vormt voor voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Voor wat betreft geluidsproductie is reeds in paragraaf 4.2 een toelichting verschaft.

4.4

Bodem

Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Bij een ruimtelijk plan moet worden bepaald of de bodemkwaliteit van het betreffende gebied geschikt is voor het beoogde gebruik. Hiervoor is er sprake van een wettelijke verplichting om informatie over de bodemkwaliteit te inzichtelijk te maken. Hierbij is het van belang te weten of er mogelijk sprake is van een bodemverontreiniging, of er gezondheidsrisico's of ecologische risico's zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Op basis van de Woningwet, de Wabo en bijbehorende regelgeving gelden de volgende uitzonderingen voor de bodemonderzoekplicht: • als het gaat om bouwwerken die de grond niet raken of het bestaande, niet wederrechtelijke gebruik wordt gehandhaafd; • het bouwwerk een te verwezenlijken bebouwingsoppervlakte heeft van ten hoogste 50 m²; • als het gaat om het bouwen van bouwwerken waarin niet (nagenoeg) voortdurend mensen zullen verblijven (Woningwet, artikel 8, derde lid). Hierbij wordt een verblijftijd van minder dan 2 uur gehanteerd; • als B&W vrijstelling verlenen omdat er al voldoende gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit bekend zijn, bijvoorbeeld op basis van een reeds eerder uitgevoerd bodemonderzoek (maximaal 5 jaar oud en waarbij het gebruik sindsdien niet is gewijzigd).

Toets en conclusie Het plangebied bestaat uit een weiland waarbij geen indicaties zijn dat er sprake is van bodem en/of grondwatervervuiling. Het gebruik van het plangebied als zonnepanelenveld heeft geen milieu hygiënische invloed op de bodemkwaliteit van de betreffende gronden. Een bodemonderzoek kan derhalve achterwege blijven.

4.5

Externe veiligheid

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Toets en conclusie Een zonnepanelenveld is niet een gevoelige bestemming. Een toetsing naar externe veiligheid kan in principe achterwege blijven. Het toekomstige zonnepanelenveld wordt echter voor een deel gerealiseerd in een veiligheidszone die op basis van het geldende bestemmingsplan geldt voor het naastgelegen tankstation. Volgens de regels van het geldende bestemmingsplan mogen er in deze

24

Ruimtelijke onderbouwing – Nordhornsestraat Denekamp

veiligheidszone geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten gebouwd worden. Een zonnepanelenveld is niet aan te merken als een kwetsbare of beperkt kwetsbare object. Geconcludeerd kan worden dat het aspect ‘Externe veiligheid’ geen belemmering vormt voor voorliggende ruimtelijke onderbouwing.

4.6

Luchtkwaliteit

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen:  

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn:   

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/485/documents/15775