CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijk kwaliteitsplan Havezatheweg 5 Rossum

Commissie Omgeving & Economie 6 oktober 2026, gemeente DinkellandBij agendapunt: 7: Voorstel inzake bindend advies bouwen machine- en voeropslagberging en legaliseren kuilvoerplaten Havezatheweg 5 Rossum4.043 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2 alinea's met “bopa”: 14 22

RUIMTELIJK KWALITEITSPLAN •Havezatheweg 5 - Rossum • Tubbergen, 17 juli 2026 - Definitief 2 Ruimtelijk kwaliteitsplan Havezatheweg 5 Datum: 27 juni 2025, Tubbergen Gewijzigd: 17 juli 2026, Tubbergen Status: Definitief Opgesteld: N+L Landschapsontwerpers nl-landschap.nl info@nl-landschap.nl Auteur: LK Getekend: DA Gecontroleerd: NH Inhoudsopgave: 1 . Aanleiding 03 2. Huidige situatie 04 3. Beleid 06 4. KGO-berekening 12 5. Nieuwe situatie 14 3 1 . Aanleiding 1.1 Korte historie planlocatie Aan de Havezatheweg 5 ten oosten van Rossum, gelegen in de gemeente Dinkelland, bevindt zich het erf van de initiatiefnemer. Het erf is al op historische kaarten van voor 1900 te zien. Door de jaren heen is het uitgebreid met enkele bouwwerken tot uiteindelijk een erf met twee bedrijfswoningen en meerdere opstallen ten behoeve van de melkveehouderij. Het erf bevindt zich op de overgang van de hoger gelegen dekzandruggen naar de lager gelegen beekdalgebieden. De overgang van het essen- en kampenlandschap naar het ontginningslandschap is door de hoogteverschillen duidelijk te zien. De landschappen waren functioneel met elkaar verbonden. Erven in het essen- en kampenlandschap kennen een verstrooide opzet. Dat is hier niet het geval, aangezien het erf een rechtlijnige opzet kent, waarschijnlijk vanwege functionaliteit. Het heeft daardoor meer de kenmerken van een erf in de ontginning.

Rondom het erf zijn meerdere groenstructuren en wegenstructuren behouden gebleven. Het zijn belangrijke landschappelijke dragers in het gebied. 1.2 Wens initiatiefnemer De initiatiefnemer heeft de wens om het agrarische bedrijf uit te breiden. Het gaat om de uitbreiding van oppervlakte aan bebouwing, niet om de uitbreiding van dieraantallen voor de melkveehouderij. Er wordt een nieuwe machineberging gebouwd van ca. 1370 vierkante meter. Daarnaast wordt de voormalige boerderij gesloopt voor het uitbreiden van een bestaande schuur. Bij de nieuwe ontwikkeling worden de huidige structuren van het landschap en erfopzet gerespecteerd. De nieuwe machineberging overschrijdt het bouwblok. Met een vergunning wordt een ontheffing aangevraagd om buiten het bouwvlak te kunnen bouwen. Een uitbreiding binnen het bouwvlak is niet mogelijk vanwege ruimtegebrek. Plaatsing elders op het erf doet afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit. De situering van de werktuigenberging is logisch. 1.3 Ruimtelijk kwaliteitsplan De gemeente Dinkelland stelt voor deze ontwikkeling een landschappelijke inpassing als belangrijke voorwaarde. In deze onderbouwing wordt daarom de landschappelijke inpassing uiteengezet. Er wordt een beschrijving van het plangebied gegeven, het omliggende landschap en het vigerende beleid. Dat resulteert in een beschrijving van de nieuwe situatie die aan het gestelde beleid voldoet.

4 2.1 Natuurlijk landschap Het plangebied ligt ten oosten van Rossum in het grootschalige dekzandgebied dat hier en daar door beekdalen wordt doorsneden. De beekdalen voeren het water van de hogere delen af. De overgangsgebieden van hoog naar laag bleken zeer geschikt als landbouwgronden en om erven te stichten. De grond was vruchtbaar en mensen konden hier veilig en droog wonen. Het beekdal was essentieel om het vee, het grasland en de akkers van water te voorzien. Het perceel ligt op de overgang van de dekzandruggen naar de lager gelegen gebieden. 2.2 Ligging planlocatie in het overgangsgebied Het natuurlijke landschap is door de mens in gebruik genomen, waardoor een ingericht landschap ontstond. De planlocatie is gelegen in het overgangsgebied van de hoger gelegen dekzandruggen (essen- en kampenlandschap) naar het lager gelegen ontginningslandschap (zie hoogtekaart, pag. 5). Boeren kozen de locatie voor hun boerderij strategisch. Het liefst een plek waar meerdere landschappen samen kwamen. Plaggen van de heide werden in de stallen met mest vermengd en uitgereden op de essen en kampen, waardoor deze vruchtbaar genoeg werden voor het verbouwen van gewassen. Door dichtbij het beekdal te vestigen kon het water gebruikt worden voor de gewassen en het vee.

Het maten- en flierenlandschap is een kleinschalig, laaggelegen landschap langs de beken en werd vaak gebruikt voor hakhout en beweiding. Het essen- en kampenlandschap kent voornamelijk organische structuren, Planlocatie uitzoom (Bron: geo.overijssel.nl). Planlocatie inzoom (Bron: geo.overijssel.nl). 2. Huidige situatie 5 Omstreeks 1900 (Bron: topotijdreis.nl). Omstreeks 1950 (Bron: topotijdreis.nl). Hoogtekaart (Bron: viewer.ahn.nl).Omstreeks 1990 (Bron: topotijdreis.nl). verspreide en verstrooide erven, ‘zware’ beplanting en open ‘kamers’. De essen werden gebruikt door meerdere boeren en is dus grootschaliger dan het kampenlandschap. Het ontginningslandschap kent juist rechtlijnige structuren en robuuste beplanting met verspreide erven. De kenmerken van de genoemde landschappen zijn in de huidige situatie te herkennen. Veel groen- en wegenstructuren zijn door de jaren heen behouden gebleven. Erven liggen verspreid door het landschap en hoogteverschillen zijn nog duidelijk te herkennen. 2.3 Huidige indeling Het erf is al op historische kaartbeelden van voor 1900 terug te zien. Door de jaren heen is het erf uitgebreid met meerdere opstallen die aanvankelijk verstrooid, maar door de tijd een steeds meer orthogonale opzet kennen (zie historische kaartbeelden). De planlocatie kent twee bedrijfswoningen met meerdere opstallen ten behoeve van de melkveehouderij.

De huidige erfopzet past niet direct in het essen- en kampenlandschap, echter gelet op de overgang richting het ontginningslandschap is er sprake van een passende situatie. 2.4 Nieuwe elementen Bij nieuwe ontwikkelingen moet de hiërarchie van het erf behouden blijven en gerespecteerd worden. Beplanting kan worden toegevoegd mits passend in de landschapsstructuur. De openheid van de essen en kampen dient gerespecteerd te worden. Anderzijds is er sprake van invloeden van het ontginningslandschap: daarom moet ingezet worden op behoud van een robuust en rechtlijnig karakter.

6 3.1 Omgevingsvisie Overijssel Het provinciaal beleid van Overijssel is verwoord en vastgelegd in meerdere beleidsdocumenten. De belangrijkste is de Omgevingsvisie en - verordening Overijssel. In de visie bakent de provincie af wat zij voor de fysieke leefomgeving in Overijssel van provinciaal belang vinden. De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In de visie worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur bekeken in samenhang met een duurzame ontwikkeling van onze leefomgeving. Het beleid staat primair in dienst van de sociaaleconomische ontwikkeling van Overijssel om het toekomstbestendig te houden. De doelstellingen uit de visie zijn doorvertaald in de omgevingsverordening, waarbij regels zijn gesteld onder welke voorwaarden ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. 3.1.1 Rode draden en beleidsambities De opgaven en kansen zijn vertaald in centrale beleidsambities en negen beleidsthema’s. Deze worden benaderd vanuit de rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit waarvoor thema overstijgende kwaliteitsambities zijn geformuleerd. Vanuit het uitvoeringsmodel (of, waar en hoe) worden generieke beleidskeuzes, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken beschreven.

3.1.2 Generieke beleidskeuzes Deze keuzes vloeien voort uit keuzes van EU, Rijk of Provincie. Het zijn keuzes die bepalend zijn of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. Vooral reserveringen voor integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, ruimtegebruik, waterveiligheid, externe veiligheid, LOG-gebieden en begrenzingen als Nationale Landschappen en NNN- gebieden zijn voorbeelden van generieke beleidskeuzes. Daarnaast zijn er gebied specifieke beleidskeuzes. De beleidskeuzes hebben geen invloed op de voorgenomen ontwikkeling. 3.1.3 Ontwikkelingsperspectieven In de visie zijn drie ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en drie voor de stedelijke omgeving. Deze perspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De planlocatie is aangemerkt als “wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap” . Dat betekent dat diverse functies verweven moeten worden. Het belangrijkste landgebruik blijft agrarisch, maar aan de andere kant is er ruimte voor landschap, natuur, milieubescherming, cultuurhistorie, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. In elk geval staat de ambitie, “voortbouwen op kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen” , voorop.

De voorgenomen ontwikkeling past bij de gestelde ambitie indien de kenmerken waar mogelijk behouden blijven. 3.1.4 Gebiedskenmerken Tenslotte wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de 3. Beleid 7 gebiedskenmerken. Er zijn vier lagen te onderscheiden (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving). Er gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Er staat omschreven in een catalogus gebiedskenmerken welke kenmerken diverse gebieden en hoe een ontwikkeling invulling dient te krijgen. De gebiedskenmerken zijn richtinggevend op aspecten als landschap, infrastructuur, milieu, bodem en cultuurhistorie. De stedelijke laag is niet opgenomen; deze is niet relevant wat betreft de voorgenomen ontwikkeling. 3.1.5 Natuurlijke laag De natuurlijke laag is aanvankelijk ontstaan zonder toedoen van de mens door onder andere invloeden van abiotische processen als de ijstijden, de wind en water. De planlocatie ligt in het overgangsgebied van het dekzandgebied naar de lager gelegen beekdalen. Door de jaren heen zijn hoogteverschillen lichtelijk geërodeerd door de wind, weer versterkt door de wijze van agrarisch gebruik en weer verminderd door de schaalvergroting in de landbouw. De hoogteverschillen op en rondom de planlocatie zijn nog waar te nemen.

3.1.6 Laag van cultuurlandschap Door menselijk ingrijpen in de natuurlijke omstandigheden ontstaat er een (agrarisch) cultuurlandschap. Het landschap werd functioneel ingericht waarbij men nooit heeft nagedacht over de schoonheid van het landschap. Nu waarderen wij juist de ingrepen van destijds. Ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ (Bron: overijssel.tercera-ro.nl). Natuurlijke laag, ‘Dekzandruggen en -vlakten’ en ‘Beekdalen’ (Bron: overijssel.tercera-ro.nl).

8 De eerste nederzettingen werden gesticht op de overgang van de stuwwallen en dekzandruggen naar de lagere gronden. Het plangebied ligt in het essenlandschap (licht bruine kleur). Het essenlandschap is een hoger gelegen landschap dat door opbrengen van plaggen van het ontginningslandschap, vermengd met mest uit de potstallen nog hoger is geworden. De dorpen en erven lagen veelal op de flanken van de essen. Het landschap kent veel organische structuren, in zowel wegen en groenelementen, maar ook rechtlijnige structuren vanwege de invloedsfeer van het ontginningslandschap. Vaak bestaat de beplanting uit zware en grote volumes. Er is een overgang te herkennen naar het kleinschaliger kampenlandschap (licht groene kleur) en het grootschalige ontginningslandschap (licht gele kleur). 3.1.7 Laag van de beleving De planlocatie is omschreven als ‘donkerte’. De donkere gebieden zijn veelal de buitengebieden van onder andere Overijssel. Waar elders dorpen, autowegen, kassengebieden en attractieparken zorgen voor licht, is het buitengebied een plek waar men nog de sterrenhemel kan waarnemen. De ambitie is om donkere plekken te behouden en waar mogelijk nog donkerder te maken. De ontwikkeling houdt rekening met deze ambitie, omdat er geen onnodig licht wordt toegevoegd.

3.2 Planologisch kader Volgens het omgevingsplan van rechtswege (bestemmingsplan Buitengebied 2010) kent de planlocatie de functie ‘ Agrarisch - 2’ Laag van het cultuurlandschap ‘Essenlandschap’ (Bron: overijssel.tercera-ro.nl). Laag van de beleving ‘Donkerte’ (Bron: overijssel.tercera-ro.nl).

9 Omgevingsplan (Bron: ruimtelijkeplannen.nl). Omgevingsplan (Bron: ruimtelijkeplannen.nl). met een bouwvlak en twee functieaanduidingen: ‘Specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel grondgebonden agrarisch bedrijf’ en ‘Specifieke vorm van wonen - tweede bedrijfswoning’. In de nieuwe situatie blijft de functie ‘ Agrarisch - 2” behouden. Binnen het bouwvlak wordt de voormalige boerderij gesloopt om een bestaande schuur te verlengen. Daartoe zijn geen beperkingen. Daarnaast wordt een nieuwe machineberging (1 .370 m2) gebouwd. De uitbreiding van de schuur is groter dan 2.000 m3, wat betekent dat het bouwplan vergezeld moet gaan met een landschappelijke inpassingsplan. De schuur wordt in het geheel buiten het bouwvlak gebouwd. Het inpassingsplan is daarom ook noodzakelijk voor de overschrijding van het bouwblok. De nieuwe schuur overschrijdt het bouwvlak met 43 meter. Onder voorwaarden mag er buiten het bouwvlak worden gebouwd: 1. Deze ontheffing niet wordt toegepast op gronden die zijn voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde - Ecologie’ en/of ‘Waarde - Essen’; 2. De overschrijding van de bouwgrens ten hoogste 25,00 m zal bedragen en het bebouwde oppervlak niet meer dan 1,5 hectare zal bedragen; 3. Het verzoek om ontheffing vergezeld gaat van een landschappelijk inpassingsplan; 4.

Geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het bebouwingsbeeld, de natuurlijke en archeologische waarden,

10 de waarden van de historische buitenplaatsen en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; De overschrijding bedraagt 43 meter. Omdat niet voldaan kan worden aan de voorwaarden moet er een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) worden aangevraagd om buiten het bouwvlak te mogen bouwen. Binnen het huidige bouwvlak is geen ruimte voor een machineberging. Hoewel er buiten het bouwvlak wordt gebouwd zorgt de nieuwe situatie voor een behoud van het compacte erfensemble, waardoor zowel landschappelijke kenmerken als de ruimtelijke kwaliteit gerespecteerd wordt. Bij de uitbreiding wordt de bestaande orthogonale opzet aangehouden. Landschappelijk wordt de nieuwe stal ingepast door de aanleg van een nieuwe houtopstand. De houtopstand zorgt voor inpassing van de schuur, maar ook voor de versterking van de herkenbaarheid van het onderhavige landschap. 3.3 Casco benadering Noordoost T wente De gemeente Dinkelland hanteert, vooral ter bescherming van het bestaande landschap, het casco beleid. Door het casco beleid is het mogelijk om via een kaart te achterhalen of een ontwikkeling wel of niet in strijd is met elementen welke tot de casco behoren. Elementen als onderdeel uitmakend van de casco zijn in principe niet te verwijderen (groene lijnen/vlakken op de kaart). Op het erf zijn enkele casco elementen te vinden.

Echter blijven deze elementen en die van de omgeving behouden en worden ze niet aangetast. Ter plaatse van de kuilvoerplaten is een rood element weergegeven. Deze is echter niet aanwezig en daarom niet van toepassing. De voorgenomen ontwikkeling heeft dus geen gevolgen voor bestaande casco elementen en vice versa. 3.4 Omgevingsvisie Dinkelland 2021 In 2021 is de omgevingsvisie “Mijn Omgevingsvisie Dinkelland” vastgesteld. De visie geeft de hoofdlijnen voor het lange termijn beleid. De visie kent een waardenkaart en aan de hand van deze kaart wordt de locatie beschreven. In de omgevingsvisie zijn vier kernprincipes opgenomen: - We doen het samen, de gemeente met inwoners, instellingen en ondernemers; - We geven het goede voorbeeld; wat we belangrijk vinden laten we zien in de praktijk; - We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt; - We wentelen geen problemen af op volgende generaties. Volgens de waardenkaart valt de planlocatie in de middelgroene categorie ‘gericht op beperkte ontwikkeling door gemiddelde waarde en dynamiek’. Volgens de waardenkaart zijn de volgende waarden van belang:

11 Omgevingsvisie, “Middelgroen landschap” (Bron: omgevingswet.overheid.nl). - Afwisseling van openheid en beslotenheid; - Landschap met historische herkenbare vormen van percelen, wegen en paden en een verspreid bebouwingspatroon; - Veel variatie in beplanting en grondgebruik; - Recreatieve belevingswaarde. Hierbij dient ingespeeld te worden op: - De schaal van het landschap en het afwisselende karakter; - Behoud van natuurwaarden en cultuurhistorie; - Versterken van de biodiversiteit; - Vasthouden van water; - Bouwwijze en inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is; - Belevingswaarde gericht op recreatie. Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt hiermee rekening gehouden met de gestelde waarden. Daardoor blijven schaal, de natuurwaarden en/of de cultuurhistorie behouden waarmee ook de belevingswaarde vanuit recreatie gewaarborgd is.

12 4.1 Provinciale Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) In de Omgevingsvisie Overijssel staat de provinciale visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in Overijssel weergegeven. In deze visie is het instrument ‘Kwaliteitsimpuls groene omgeving’ gepresenteerd als onderdeel van een totaalbenadering die gericht is op een duurzame ontwikkeling. De kwaliteitsimpuls is een ontwikkelingsgerichte aanpak die voortkomt uit de ambitie om ontwikkelingen in het buitengebied samen te laten gaan met een impuls in de ruimtelijke kwaliteit. Met het instrument wordt ruimte geboden voor sociaaleconomische ontwikkeling als deze vanuit zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik verantwoord is, past in het ontwikkelingsperspectief ter plekke en volgens de Catalogus Gebiedskenmerken wordt uitgevoerd. Aan de geboden ontwikkelingsruimte worden dus voorwaarden gesteld om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te kunnen realiseren. In alle gevallen gaat het daarbij minimaal om een basisinspanning. Bij grootschalige ontwikkelingen (nieuw of uitbreiding van het bestaande) wordt naast een investering in de ontwikkeling zelf, ook een aanvullende inspanning gevraagd. Dit vanuit de gedachte dat een aantasting van de omgevingskwaliteit daarmee wordt voorkomen, of gecompenseerd.

Het is mogelijk dat gemeenten een eigen beleidskader vaststellen, waarmee beoordeeld kan worden of en wanneer het evenwicht bereikt is. 4.2 Gemeentelijke Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) De gemeenten Tubbergen en Dinkelland hebben gezamenlijk de uitwerking van de omgevingsvisie opgepakt. Bij elke ontwikkeling dient de aantasting van de landschappelijke en ecologische waarden gecompenseerd te worden. Bij een grootschalige ontwikkeling dient men naast een basisinspanning een extra investering aan te bieden. De kwaliteitsimpuls moet een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. Dit kan o.a. door de verdwenen kenmerken van het landschap terug te brengen of het onderhouden van een landschappelijke structuur. Het volgende uit het KGO is van toepassing: “Uitbreiden bedrijfsperceel” . Het is, vanwege de ruimtelijke kwaliteit, niet mogelijk om de uitbreiding binnen de kaders te realiseren. Voor het uitbreiden van een bestaand bedrijfsperceel met de functie “ Agrarisch bedrijf” , is een aanvullende kwaliteitsimpuls vereist. De hoogte van deze kwaliteitsimpuls wordt bepaald door een berekening van de waardevermeerdering uit te voeren op basis van de tabel met basisbedragen. Bij het bepalen van de hoogte van de kwaliteitsimpuls voor de Groene Omgeving wordt uitgegaan van de waardevermeerdering van de gronden die door de planologische verandering zal ontstaan.

4.2.1 KGO-berekening Om de bijdrage KGO te bepalen moet er een berekening worden opgesteld. In dit geval is de absolute meerwaarde bepaald door de uitvoering van een berekening (zie tabel op de volgende pagina). Op basis hiervan blijkt de meerwaarde € 7 4.624,00. Omdat het voorliggend plan betrekking heeft op een buitgebied gebonden activiteit dient 25% van de waardevermeerdering te worden geïnvesteerd. Dat heeft 4. KGO-berekening tot gevolg dat de hoogte van de bruto KGO-investering € 18.656,00 bedraagt. De kosten voor het opstellen van het plan mogen afgetrokken | KGO Berekening Netto, voor aftrekposten: worden (met een maximum van 10%). Tevens wordt er geïnvesteerd in | Uitbreiding bedrijventerrein agrarisch: | Waarde bosonderhoud aan de Linderdijk en Goor weg , € 5.089,0 0, zie offerte. | Huidige afmeting specifieke vorm van agrarisch-bouwperceel | 20450 | m2 Fictieve vergroting | 4664 | m2 | 16 | 74.624,00€ Hiermee wordt de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving verbeterd | Functioneel gebonden buitengebied | -75% | -55.968,00€ waarmee er een extra inspanning wordt geleverd. Er blijft een tot aal te | Totaal | 18.656,00€ investeren bedrag over van € 11.701,40.

| Totaal | 18.656,00€ Kosten landschapsontwerp max 10% van KGO na afwaardering | 1.865,60€ In de meeste gevallen zal de KGO-investering worden gerealiseerd in het | Bosonderhoud Linderdijk en Goorweg | 5.089,00€ plangebied. In de gevallen waar op het moment van de planont wikkeling | Totaal te investeren: | 11.701,40€ geen concrete, fysieke investeringsmogelijkheden of projecten voor handen zijn, kan de keus worden gemaakt de verplichte investering KGO-berekening (Bron: N+L Landschapsontwerpers). in het KGO-fonds te storten. Vanuit dit fonds kan de gemeente als beheerder van het fonds, financiële bijdragen verstrekken voor concrete fysieke projecten in het buitengebied waarmee meer waarde voor natuur, landschap en/of maatschappelijke doelstellingen behaald wordt. Dit kan zowel voor eigen projecten als voor projecten van derden. Deze | Offerte voor bosonderhoud aan de Linderdijk en Goorweg Offerte voor: | Mts. C. Hassink bijdragen kunnen dan als eenmalige subsidie verstrekt worden. Het | Havezatheweg 5 volledige nog tot aal te investeren bedrag van € 11.701,40 wordt gestort | 7596MT Rossum Ov Nederland in het KGO-fonds. Offerte nummer: | 2026 OLG 3004- | 4 | Rossum, 30- | 04-2026 Geconcludeerd kan worden dat met voorgenoemde wordt voldaan aan | Met dank voor uw aanvraag kunnen wij u geheel vrijblijvend een offerte aanbieden door u gevraagd voor het onderstaande | werk.

het KGO beleid. | • | Uitdunnen, snoeien en uitrijden van het vrijkomende materiaal. Bovengenoemde werkzaamheden zijn door ons te verzorgen voor: Totaal offerte bedrag | € 5089, | - Genoemde prijzen zijn excl. BTW Offerte bosonderhoud (Bron: Oude Lashof Groen BV). Vertrouwende erop u een passende aanbieding te hebben verstrekt. Met vriendelijke groet, | 13 C. Stege Oude Lashof groen BV 14 5.1 Samenvatting huidige situatie Het plangebied ligt ten oosten van Rossum in het overgangsgebied van het hoger gelegen essen- en kampenlandschap naar het lager gelegen ontginningslandschap. Het erf is al op historische kaartbeelden van voor 1900 terug te zien. Door de jaren heen is het uitgebreid tot de huidige situatie. De planlocatie kent twee bedrijfswoningen met meerdere opstallen ten behoeve van de melkveehouderij. Gelet op de woningen in relatie tot de positie van de opstallen is er sprake van een goede hiërarchie. De huidige erfopzet past niet direct in het essen- en kampenlandschap. Erven zijn van oorsprong meer verstrooid, hier is sprake van een orthogonale opzet dat meer past bij een ontginningslandschap. De kenmerken van de genoemde landschappen zijn in de huidige situatie goed te herkennen. Veel groen- en wegenstructuren zijn behouden gebleven, ook de hoogteverschillen zijn duidelijk te herkennen in het landschap.

5.2 Nieuwe situatie In de nieuwe situatie blijven de bestaande bouwwerken behouden (A en B op tekening). Ten behoeve van de uitbreiding van de agrarische activiteiten wordt een nieuwe machineberging gebouwd van 1.370 m2 (E). Het bouwvlak (D) wordt hiermee overschreden, waardoor een BOPA moet worden aangevraagd. De voormalige boerderij wordt gesloopt (Q) vanwege de verminderde bouwtechnische staat. De bestaande schuur (B) wordt daarna verlengd. Er worden twee eiken geveld (S) en gecompenseerd (P). Om de bestaande ruimtelijke kwaliteit te behouden en verder te versterken worden er nieuwe groenstructuren aangeplant (K, O, en T) en blijven de bestaande groenstructuren behouden (F, I en J). Het nieuw te planten struweel zorgt ervoor dat de machineberging niet volledig in een open landschap staat, maar dat het zicht op de machineberging deels wordt gebroken. De huidige toegangsweg zorgt nu voor een direct zicht op het erf. Daardoor ontstaat er een grootschalige indruk. Daarom wordt de toegangsweg deels verlegd. Er worden nieuwe groenstructuren aangeplant langs de inrit (O en P) om het zicht te breken. Van een deel van de erfverharding en de nieuw te bouwen berging wordt het hemelwater opgevangen in een bassin. Dit ten behoeve van waterberging en het hemelwater wordt hergebruikt voor het voeren om de opname van mineralen te stimuleren.

5.3 Maatregelen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit De volgende maatregelen worden genomen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit: - Behoud bestaande groenstructuren (F , I en J); - Aan te planten struweel (K en P); - Aan te planten bomen langs de toegangswegen (O); - Aan te leggen afwateringssysteem t.b.v. opvang hemelwater (V); De nieuwe ontwikkeling houdt rekening met het landschap waarin de planlocatie is gelegen door een zorgvuldige landschappelijke inpassing en doet geen afbreuk op het bestaande open landschap en de bestaande ruimtelijke kwaliteit. Met deze landschappelijke inpassing wordt voldaan aan het gestelde beleid. 5. Nieuwe situatie

A: | Bestaande woningen. B: | Bestaande schuur. C: | Bestaande te behouden erfverharding. D: | Specifieke vorm van agrarisch bouwperceel grondgebonden agrarisch bedrijf (oranje stippellijn), fictieve uitbreiding (gele stippellijn). E: | Nieuw te bouwen machineberging. F: | Bestaande houtopstanden voornamelijk eiken. G: | Sleufsilo’s. H: | Te verleggen toegangsweg, huidige routing weergegeven met rode stippellijn. Beoogde routing weergegeven met Fragment uit 1910 (bron: topotijdreis.nl) | blauwe stippellijn. Reeds ingeplant (I) | I: | Reeds aangeplant struweel (zie inzet). J: | Bomenrij met eiken. K: | Nieuw te planten struweel. Aanplanten in de maat 80-100 (hoogte in centimeters) met de soorten: meidoorn, lijsterbes, vuilboom, hazelaar en Gelderse roos in gelijke verhouding. Plantafstand 1,5 x 1,5 meter, totaal: 170 stuks op een opper vlakte van 380 m2 met een breedte van 4 meter. Aanplanten in 3 rijen op een lengte van 66 meter. L: | Landschappelijke lijn. M: | Hoger gelegen es. N: | Agrarisch weiland. O: | Nieuw te planten bomen naast toegangsweg. Aanplanten in de maat 12-14 (stamomtrek in centimeters) met de Te ver wijderen beplanting (X) | soort: Spaanse aak. Totaal 5 stuks en elk voorzien van twee boompalen. P: | Nieuw te planten struweel.

Aanplanten in de maat 80-100 (hoogte in centimeters) met de soorten: meidoorn, lijsterbes, vuilboom, hazelaar en Gelderse roos in gelijke verhouding. Plantafstand 1,5 x 1,5 meter, totaal: 102 stuks op een opper vlakte van 228 m2. Q: | Slopen van voormalige boerderij. Boerderij in verminderde bouwtechnische staat. R: | Te verlengen huidige schuur aangegeven met groene stippellijn. S: | Te vellen eiken DBH 60-80 centimeter. Compensatie volgens (O) en (T). T: | Nieuw te planten walnoot, aanplanten in de maat 12-14 (stamomtrek in centimeters) en voorzien van twee boompalen. U: | Bestaande sloot (oranje lijn). V: | Afwatering wordt opgevangen en hergebruikt voor het voeren met kuilvoer, tevens functioneert dit als waterberging. W: | Aan te planten strook met bosplantsoen. Aanplanten in de maat 80-100 (hoogte in centimeters) met de soorten: hazelaar, lijsterbes, meidoorn, sleedoorn en krent in gelijke verhouding. Plantafstand 1,5 x 1,5 meter met 190 stuks op een opper vlakte van 420 m2 (gele lijn). X: | Te ver wijderen laurierbeplanting (rode lijn) (zie inzet). Nieuwe situatie, niet op schaal (Bron: N+L).

Project: | Landschappelijke inpassing | Getekend: | DAStatus: | DO | Noord: | ^ Adres: | Havezatheweg 5 | gecontroleerd: | NHFormaat: A3Schaal: | 1:150015 Plaats: | Rossum | Datum: | 17-07-2026 16 Kupersweg 14 • 7651 LA Tubbergen • info@nl-landschap.nl • www.nl-landschap.nl landschapsontwerpers

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/1054/documents/25700