Risicoprofiel Brandweerzorg 2026-2029.pdf
Tekst van het document
met zich mee die invloed kunnen hebben op het werk van de brandweer. Hierdoor ontstaan er nieuwe risico’s of nemen bestaande risico’s toe.
Binnen de industrie worden steeds vaker autonome robots ingezet, met name in grootschalige
magazijnen. Ook andere sectoren maken steeds vaker gebruik van robotisering ter bevordering van de efficiëntie en effectiviteit. Bestaande brandveiligheidsmaatregelen en inzetmogelijkheden passen vaak niet bij de toepassing van dit soort systemen. Hierdoor kunnen er bijzondere of moeilijk bestrijdbare branden ontstaan.
Door de opkomst van nieuwe industriële ketens neemt de omvang van grondstofstromen toe. Dit
zorgt zeer waarschijnlijk voor een toename van transport en opslag van grondstoffen via spoor- en
waterwegen. Hierdoor ontstaat een hogere belasting van rangeerterreinen en op- en overslaglocaties.
Subthema Toename grondstofstromen
Focusthema Industrie & innovatie
WO Risico Toename van de kans op incidenten op het water en spoor door vervoersstromen van o.a. gevaarlijke stoffen
Overkoepelend risico Kans op falen van informatie- en communicatie voorzieningen die van belang zijn tijdens incidentbestrijding
Subthema Informatiegestuurde samenleving
Subthema Onvoorzienbare en/of nieuwe risico’s
BR IBGS
BR Risico Kans op ontstaan brand, branduitbreiding of moeilijk bestrijdbare branden bij (autonome) gerobotiseerde bedrijfstoepassingen
Afbeelding 11 Relatieschema thema industrie & innovatie met omvattende risico’s.
29
De ontwikkeling naar een data- en informatiegestuurde samenleving vergroot de afhankelijk-
heid van digitale verbindingen, gegevensstromen en toepassingen van kunstmatige intelligentie
(AI-toepassingen). Onvoorziene storingen of opzettelijke aanvallen vergroten de kwetsbaarheid van systemen en installaties. Dit kan leiden tot fysieke veiligheidsrisico’s. Maar het kan ook zorgen voor
het falen van systemen die van belang zijn tijdens incidentbestrijding. Het overkoepelend risico is het
falen van informatie- en communicatie voorzieningen (ICT) die van belang zijn tijdens incidentbestrijding. Zie afbeelding 11 voor een schematische weergave van de risico’s die samenhangen met dit focusthema.
Vervoerstromen
Toename van de kans op incidenten op het water en spoor door vervoersstromen van o.a. gevaarlijke stoffen
De vervoersstromen over water en spoor vormen een essentieel onderdeel van de logistieke infrastructuur in Twente. Er is toegenomen behoefte aan grondstoffen door nieuwe industriële ketens en
onderlinge afhankelijkheid. Hierdoor neemt het vervoer van (gevaarlijke) stoffen toe. Deze worden vervoerd over weg, spoor, water en door buizen. Voor Twente betekent het een toename van
vervoer over het water en een toename van op- en overslag in de havens. Daarnaast verandert het
spoorvervoer: er komen steeds langere treinen, er worden andere stoffen vervoerd en routes worden
aangepast. Dit zorgt voor een toename van de kans op incidenten op het water en het spoor door het vervoer van onder andere (gevaarlijke) stoffen.
Zoals beschreven in paragraaf 3.2.2 valt het Twentse waternetwerk buiten het basisnet. De zes
aanwezige havens worden gemonitord door Port of Twente. Er is tot nu toe een regelmatig verloop te zien in het aantal TEU wat wordt vervoerd (Port of Twente).
Twente kent drie spoortrajecten waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Jaarlijks worden
de cijfers in KWE (ketelwagen equivalent: standaardeenheid om capaciteit van treincontainers en
terminals uit te drukken) gepubliceerd. In de afgelopen jaren is te zien dat het vervoer van de meeste
stoffen is toegenomen. Alleen toxische vloeistoffen en zeer toxische vloeistoffen zijn minder vervoerd. Incidentgegevens met betrekking tot het spoor tonen aan dat het merendeel van de meldingen
verband houdt met aanrijdingen met personen. Incidenten die gerelateerd zijn aan goederenvervoer komen beperkt voor. Ook op het water betreft het slechts enkele meldingen, voornamelijk van de typen ‘persoon te water’ of ‘lek/zinken woonboot’.
Robotisering
Kans op ontstaan brand, branduitbreiding of moeilijk bestrijdbare branden bij (autonome) gerobotiseerde bedrijfstoepassingen
Bij bedrijven komen steeds meer toepassingen van robotisering en autonome systemen voor. Denk
aan self-storage magazijnen, zelfrijdende rolstoelen en automatische parkeergarages. Deze innovaties brengen nieuwe brandrisico’s met zich mee. Deze systemen kunnen niet alleen brand veroorzaken,
maar ook bijdragen aan brandverspreiding doordat robots vuur verplaatsen binnen een gebouw. Een voorbeeld hiervan is een self-storage magazijn waarin een pakket met batterijen tot ontbranding komt. Dit pakket kan al brandend door het gebouw worden verplaatst. Ook kan een evacuatie bemoeilijkt worden wanneer robotsystemen nog in werking zijn.
De bestaande brandveiligheidsmaatregelen en inzetmogelijkheden passen vaak niet bij deze nieuwe toepassingen. Ook brengen deze systemen brandrisico’s met zich mee. Bestaande brandveilig-
heidsconcepten van gebouwen sluiten niet per definitie aan op de locaties waar gerobotiseerde
30
Risicoprofiel Brandweerzorg 2026 - 2029
oplossingen worden toegepast. Sprinklersystemen zijn vaak gericht op stationaire installaties. Ook
wordt incidentbestrijding gehinderd wanneer de robots zich achter fysieke barrières bevinden en nog mobiel zijn. Daarnaast bevatten robots vaak batterijen die brandbestrijding bemoeilijken. Hierdoor
ontstaat er een grotere kans op het ontstaan van brand, branduitbreiding en/of moeilijk bestrijdbare branden bij (autonome) gerobotiseerde bedrijfstoepassingen.
Er zijn op dit moment enkele plaatsen in Twente waar er sprake is van self-storage magazijnen. De
verwachting is dat deze toepassingen de komende jaren gaan toenemen, gezien het aantal en soort
bedrijven nabij transportassen in onze regio. Ook wordt verwacht dat gerobotiseerde bedrijfstoepas-
singen vaker te zien zullen zijn op plekken waar deze tijdens incidentbestrijding niet verwacht worden. Dit vraagt van de brandweer om aangepaste handelingsperspectieven bij bedrijven waar deze toepassingen aanwezig zijn.
2.6 Zwarte zwanen Dit risicoprofiel richt zich op het in kaart brengen van huidige en toekomstige risico’s die naar verwachting invloed uitoefenen op de organisatie en uitvoering van brandweerzorg binnen
de regio. Naast identificeerbare en voorspelbare risico’s, moet ook rekening worden gehouden met onvoorziene en ingrijpende gebeurtenissen. Deze worden aangeduid als ‘zwarte zwanen’, conform de benadering van Taleb (2007). Een ‘zwarte zwaan’ wordt gedefinieerd als een
onvoorspelbare gebeurtenis die een grote impact heeft en pas achteraf als verklaarbaar en
voorspelbaar wordt beschouwd. Voorbeelden van dergelijke gebeurtenissen zijn de vuurwer-
kramp in Enschede in 2000, de aanslag op de Twin Towers in 2001 en de COVID-19 pandemie in
2020. De toename en de onvoorspelbaarheid van nieuwe risico’s, incidenten en crises vragen een voorbereiding op dergelijke ontwikkelingen. Het is noodzakelijk om flexibiliteit en veerkracht te integreren in de toekomstige brandweerorganisatie en de samenleving (NIPV, 2022).
Onder omstandigheden waarin zich een ‘zwarte zwaan’ voordoet, wordt verwacht dat brandweer-
zorg zowel kwalitatief als kwantitatief goed functioneert. Een eenzijdige benadering die uitsluitend is gebaseerd op risico-inventarisatie en -calculatie blijkt daarbij niet voldoende. In de toekomstverkenning brandweerzorg (NIPV, 2022) wordt benadrukt dat brandweerzorg zodanig moet zijn ingericht dat deze beschikt over voldoende flexibiliteit, leervermogen en improvisatiekracht om te allen tijde effectief te kunnen opereren. Dit geldt zowel voor preventieve als repressieve brandweerzorg. Dit
inzicht is waardevol bij het beschouwen en nader onderzoeken van de risico’s binnen de focusthema’s, maar ook richting het dekkings- en beleidsplan.
Het is belangrijk om te realiseren dat niet alle risico-ontwikkelingen inzichtelijk zijn. Mede doordat
scenario’s als onmogelijk of zeer onwaarschijnlijk worden beschouwd. Daarom blijft het de komende jaren van belang om alert te blijven op ‘zwarte zwanen’ en de potentiële invloed hiervan op brandweerzorg.
31
3
Taakgebieden (risicomatrixen) BINNEN DE VIJF FOCUSTHEMA’S ZIJN DIVERSE RISICO’S GEÏDENTIFICEERD. PER RISICO IS AANGEGEVEN WELKE TAAKGEBIEDEN VAN BRANDWEERZORG HIERDOOR BEÏNVLOED WORDEN. HIERDOOR IS HET MOGELIJK OM PER TAAKGEBIED TE KIJKEN IN WELKE MATE ER SPRAKE IS VAN KANSEN EN EFFECTEN EN HOE DEZE ZICH TOT ELKAAR VERHOUDEN. IN DIT HOOFDSTUK IS PER TAAKGEBIED EEN RISICOMATRIX OPGENOMEN MET EEN BIJBEHORENDE BESCHRIJVING. DEZE RISICOMATRIXEN ZIJN HET RESULTAAT VAN EEN UITVRAAG PER RISICO OP BASIS VAN DE VOLGENDE VARIABELEN: WAARSCHIJNLIJKHEID, BLOOTSTELLING, VEILIGHEID EN IMPACT.
32
Risicoprofiel Brandweerzorg 2026 - 2029
Variabelen
• Waarschijnlijkheid: de waarschijnlijkheid van het optreden van een risico.
• Blootstelling: hoe vaak en lang wordt de organisatie, het personeel en/of de bevolking aan dit risico blootgesteld.
• Veiligheid: de mate waarin de veiligheid van mensen wordt beïnvloed wanneer dit risico optreedt.
• Impact: de impact op de brandweerzorg wanneer dit risico optreedt (verstoring van brandweerzorg en/of aandacht vanuit pers, publiek en politiek).
De volledige scoringscriteria staan in bijlage 2. Binnen de organisatie is per themagroep of team de respons van twee personen verzameld. In totaal
hebben twintig collega’s de risico’s beoordeeld. Bij de verwerking van de resultaten is geanalyseerd in
welke mate sprake was van spreiding in de antwoorden. Waar mogelijk is het gemiddelde gehanteerd. Bij een te hoge spreiding (>1 punt) is de mediaan gebruikt.
De variabelen waarschijnlijkheid en blootstelling vormen cumulatief de kans. De variabelen veiligheid en impact vormen het effect. De totale risicoscore is bepaald op basis van de formule kans × effect. In
de laatste paragraaf van dit hoofdstuk worden de vijf risico’s met de hoogste scores op de risicomatrix beschreven, evenals de prioritering van de focusthema’s op basis van de scores. De toegekende scores zijn opgenomen in bijlage 3.
3.1 Brand De risicomatrix voor het taakgebied brand bevat de meeste risico’s binnen dit risicoprofiel (zie Figuur 6). Er zijn vier risico’s met een relatief hoge score. Het eerste risico betreft een verhoogde kans op brand en fatale slachtoffers bij woningen/woongebouwen waar veel senioren wonen (risico 9), binnen het thema vergrijzing. Het tweede risico betreft branden in complexe woonomgevingen met rookver-
spreiding naar vluchtwegen (risico 12), binnen het thema verdichting & huisvesting. Het derde risico betreft branden in gezondheidszorgfuncties die meer slagkracht en capaciteit vragen (risico 11),
binnen het thema vergrijzing. Het vierde risico betreft de toename van het aantal en de intensiteit van natuurbranden (risico 1), binnen het thema verandering weer & klimaat. Deze vier risico’s binnen het
taakgebied brand worden door collega’s beschouwd als ontwikkelingen met een zodanige kans en/of effect dat deze de komende tijd prioriteit verdienen.
Opvallend is dat twee van de genoemde risico’s in de relatieschema’s een directe link met elkaar
hebben. Namelijk branden in woningen/woongebouwen waar veel senioren wonen in combinatie
met rookverspreiding naar vluchtwegen (risico’s 9 en 12). Zowel in de literatuur als in de focusgroepen en relatieschema’s wordt benadrukt dat langer zelfstandig wonen in levensloopbestendige woningen met zorg aan huis vaak plaatsvindt in woongebouwen. Het risico op rookverspreiding naar vluchtwegen in complexe woonomgevingen vormt een extra verhoogd risico wanneer de bewoners voornamelijk
bestaan uit senioren. Dit sluit aan bij het overkoepelende risico uit het thema verdichting & huisvesting; dat gedeelde veiligheidsvoorzieningen invloed hebben op de mate van risico voor gebruikers.
De risico’s die volgen op de vier bovenstaande risico’s zijn voornamelijk afkomstig uit de thema’s
verduurzaming en verdichting & huisvesting. Daarbij valt op dat meerdere van deze risico’s onderling verbonden zijn. Een voorbeeld hiervan is de toename van brandrisico’s door energieopwekking en -opslag, wat vaker voorkomt in gebouwen waarin verduurzaming plaatsvindt tijdens nieuwbouw,
33
herbestemming of renovatie. Hierbij is vaak sprake van risico’s met betrekking tot veranderend
brandgedrag, brandbare constructiematerialen en een verhoogde kans op branduitbreiding/rookverspreiding. Dit sluit aan bij het overkoepelende risico dat regelgeving achterloopt, waardoor nieuwe risico’s niet altijd adequaat worden ondervangen. Ook komt dit overeen met de constatering dat
verduurzaming vraagt om veel expertise en aandacht van alle betrokken partijen om brandveiligheid te kunnen waarborgen. In tabel 1 is de prioritering weergegeven van de verschillende risico’s binnen het taakgebied brand.
Veranderingen in weer & klimaat Verduurzaming Vergrijzing
Verdichting & huisvesting Industrie & innovatie
Figuur 6 Risicomatrix - taakgebied brand.
Risico
Risico
Thema
Kans
Effect
1
Toename aantal & intensiteit
Veranderingen in weer &
10,5
6,3
2
Beperkte waterwinning door lage
Veranderingen in weer &
7,6
5,2
4
Komst van windturbines & nieuwe
Verduurzaming
6,5
6,3
6
Toename brandrisico’s door toename
Verduurzaming
10,2
5,6
8
Verduurzaming in de bouw zorgt voor
Verduurzaming
9,6
6,4
9
Toename kans op brand en fatale slachtof-
Vergrijzing
10,2
8,2
11
Branden in gezondheidszorgfuncties
Vergrijzing
9,1
7,5
12
Branden in complexe woonomgevingen
Verdichting & huisvesting
9,5
7,8
nr.
34
natuurbranden
grondwaterstanden
energiecentrales in de regio
energieopwekking- en opslag
veranderd brandgedrag met risico’s voor IB fers onder doelgroep senioren
vragen meer slagkracht en capciteit
met rookverspreiding naar vluchtwegen
Risicoprofiel Brandweerzorg 2026 - 2029
klimaat klimaat
14
Bijzonder brandgedrag- en vermogen door
Verdichting & huisvesting
8,5
6,1
15
Toegenomen kans op branduitbreiding
Verdichting & huisvesting
7,6
6,4
Verdichting & huisvesting
8,7
4,8
Industrie & innovatie
5,8
4,8
gebruik brandbare constructiematerialen
en rookverspreiding bij tijdelijke bouw en herbestemming
17
Toename van aanrijtijden in
stedelijk gebied door drukte en snelheidsbeperkingen
18
Branden bij (autonome) gerobotiseerde bedrijfstoepassingen
Tabel 1 Prioritering van risico’s onder brand.
3.2 Hulpverlening Binnen de risicomatrix voor het taakgebied hulpverlening zijn drie risico’s met een relatief hoge score. Het risico met de hoogste score is de toename van het aantal (gelijktijdige) meldingen als gevolg van
extreem weer (risico 3), binnen het thema veranderingen in weer & klimaat (zie figuur 7). Hierop volgt
de toegenomen kans op verkeersongevallen (risico 16), binnen het thema verdichting. Het derde risico is de toename van incidenten door aanleg en werkzaamheden aan de energie-infrastructuur (risico 7), binnen het thema verduurzaming. Deze drie risico’s binnen het taakgebied hulpverlening worden door
collega’s beschouwd als ontwikkelingen met een zodanige kans en/of effect dat deze prioriteit verdienen. Binnen dit taakgebied beïnvloeden een aantal risico’s elkaar. Zo heeft de toename van verkeersdrukte in combinatie met de invoering van snelheidsbeperkende maatregelen invloed op de aanrijtijden bij
incidenten. Dit is met name relevant voor risico’s waarbij snelle inzet vereist is. Zoals bij het risico toename van tilassistenties en afhijsingen. In tabel 2 staan de risico’s weergegeven, gesorteerd op prioriteit.
Veranderingen in weer & klimaat Verduurzaming Vergrijzing
Verdichting & huisvesting
Figuur 7 Risicomatrix - taakgebied hulpverlening.
35
Risico
Risico
Thema
Kans
Effect
3
Toename aantal (gelijktijdige) meldingen
Veranderingen in weer &
10,4
7,1
4
Komst van windturbines & nieuwe
Verduurzaming
6,5
6,3
7
Toename incidenten door aanleg en
Verduurzaming
9,2
5,3
10
Toename aantal tilassistenties en
Vergrijzing
11,5
3,8
Verdichting & huisvesting
9,8
6,0
Verdichting & huisvesting
8,7
4,8
nr.
door extreem weer
energiecentrales in de regio
werkzaamheden energie infrastructuur afhijsingen onder zelfstandig wonende
klimaat
senioren 16
Toename van verkeerddrukte en
transport zorgt voor grotere kans op verkeersongevallen
17
Toename van aanrijtijden in
stedelijk gebied door drukte en snelheidsbeperkingen
Tabel 2 Prioritering van risico’s onder hulpverlening.
3.3 Incidentbestrijding gevaarlijke stoffen De risicomatrix voor het taakgebied incidentbestrijding gevaarlijke stoffen (IBGS), weergegeven
in figuur 8, laat zien dat er binnen dit taakgebied geen risico’s met een hoge risicoscore worden beoordeeld. Wel zijn er risico’s met een hogere effectscore ten opzichte van overige risico’s. Dit is verklaarbaar bij externe veiligheidsrisico’s, gezien de potentieel grote gevolgen van dit soort incidenten.
Opvallend binnen dit taakgebied is dat de toename van transportstromen meerdere keren voorkomt. Dit sluit aan bij de risico’s over de toename van drukte op transportassen binnen het taakgebied
hulpverlening. De kans op een ongeval met (gevaarlijke) stoffen neemt hierdoor toe. Daarnaast wordt benoemd dat gebouwen steeds vaker binnen aandachts- of effectgebieden komen te liggen, met name in stedelijke gebieden. De toename van goederenstromen, waaronder de toename van het
transport van gevaarlijke stoffen over verschillende modaliteiten, kan invloed hebben op kansen en
effectafstanden. Ondanks de lagere risicoscores mogen de risico’s binnen dit taakgebied dan ook niet worden onderschat. Deze constatering sluit aan bij het overkoepelende risico dat onze leefomgeving steeds vaker in contact komt met externe veiligheidsrisico’s. In tabel 3 is de prioritering van de risico’s binnen dit taakgebied weergegeven.
36
Risicoprofiel Brandweerzorg 2026 - 2029
Verduurzaming
Verdichting & huisvesting Industrie & innovatie
Figuur 8 Risicomatrix - taakgebied IBGS.
Risico
Risico
Thema
Kans
Effect
4
Komst van windturbines & nieuwe
Verduurzaming
6,5
6,3
5
Toename van externe veiligheidsrisico's
Verduurzaming
5,0
8,2
7
Toename incidenten door aanleg en
Verduurzaming
9,2
5,3
13
Gebouwen liggen steeds vaker binnen
Verdichting & huisvesting
5,0
9,3
Verdichting & huisvesting
8,7
4,8
Industrie & innovatie
5,6
7,5
nr.
energiecentrales in de regio
door transport van H2 en NH3
werkzaamheden energie infrastructuur aandachtsgebieden voor brand, explosie en gifwolken
17
Toename van aanrijtijden in
stedelijk gebied door drukte en snelheidsbeperkingen
19
Grotere kans op water- en spooronge-
vallen door toename van vervoersstromen
Tabel 3 Prioritering van risico’s onder IBGS.
3.4 Waterongevallen De risico’s binnen het taakgebied waterongevallen zijn beperkt. Dit past binnen het geografisch profiel van onze regio. In Figuur 9 is de bijbehorende risicomatrix opgenomen. Desondanks is het van belang te benadrukken dat de intensivering van het gebruik van waterwegen invloed kan hebben op het
voorkomen van ongevallen op of rondom het water. In tabel 4 is de prioritering van de risico’s binnen dit taakgebied weergegeven.
37
Verdichting & huisvesting Industrie & innovatie
Figuur 9 Risicomatrix - taakgebied waterongevallen.
Risico nr. 17
Risico
Thema
Kans
Effect
Toename van aanrijtijden in
Verdichting & huisvesting
8,7
4,8
Industrie & innovatie
5,6
7,5
stedelijk gebied door drukte en snelheidsbeperkingen
19
Grotere kans op water- en spooronge-
vallen door toename van vervoersstromen
Tabel 4 Prioritering van risico’s onder waterongevallen.
3.5 Top vijf risico’s en thema’s Op basis van de toegekende scores is gekeken welke risico’s het hoogst worden beoordeeld. De top
vijf van risico’s is weergegeven in Tabel 5. Binnen deze top vijf komen zowel het thema vergrijzing als
het thema veranderingen in weer & klimaat tweemaal voor. Ook zijn vier van de vijf risico’s afkomstig uit het taakgebied brand.
Zoals eerder in dit hoofdstuk is benadrukt, is het van belang deze risico’s niet los van elkaar te
beschouwen. Meerdere risico’s binnen de top vijf hebben een sterke verbinding met elkaar, zoals
bijvoorbeeld branden in woningen/woongebouwen waar veel senioren wonen in combinatie met rookverspreiding naar vluchtwegen.
De top vijf risico’s kan worden gebruikt voor het prioriteren van thema’s. Daarbij is het van belang om niet uitsluitend de lijst met hoogst toegekende risicoscores te hanteren bij het vaststellen van
prioriteiten voor de komende periode. Ook andere factoren, zoals belangen, verwachte innovaties of verbindingen met andere risicoprofielen, kunnen meewegen bij het bepalen welke risico’s de komende periode als eerst worden uitgediept.
38
Risicoprofiel Brandweerzorg 2026 - 2029
Positie
Risico
Nr.
Thema
1
Toename kans op brand en fatale slachtoffers onder
9
Vergrijzing
2
Branden in complexe woonomgevingen met rookver-
12
Verdichting &
3
Toename aantal (gelijktijdige) meldingen door extreem
3
Verandering in
4
Branden in gezondheidszorgfuncties vragen meer
11
Vergrijzing
5
Toename aantal & intensiteit natuurbranden
1
Verandering in
doelgroep senioren
spreiding naar vluchtwegen weer
slagkracht en capaciteit
huisvesting
weer & klimaat
weer & klimaat
Tabel 5 Hoogst geprioriteerde risico’s op basis van de scores. De risicoscores per thema zijn bepaald door de scores op te tellen en te delen door het aantal risico’s per thema. Hieruit blijkt dat aan het thema vergrijzing de hoogste gemiddelde risicoscore krijgt
toegekend. Deze constatering kan worden gebruikt voor de prioritering in thema’s. De prioritering is
te vinden in tabel 6. De hierboven gemaakte kanttekening, over het laten meewegen van aanvullende factoren bij het bepalen van prioriteiten, is ook hier van toepassing. Positie
Thema
1
Vergrijzing
2
Veranderingen in weer & klimaat
3
Verdichting & huisvesting
4
Verduurzaming
5
Industrie & innovatie
Tabel 6 Prioritering van de focusthema’s op basis van de scores.
39
4
Conclusies en aanbevelingen HET RISICOPROFIEL BRANDWEERZORG GEEFT INZICHT IN DE ACTUELE EN TOEKOMSTIGE RISICO’S BINNEN DE BRANDWEERZORG VOOR DE KOMENDE JAREN. OP BASIS VAN DE HUIDIGE SITUATIE IN TWENTE EN DE VERWACHTE ONTWIKKELINGEN IS EEN OVERZICHT OPGESTELD VAN RELEVANTE RISICO’S EN OVERKOEPELENDE ONTWIKKELINGEN DIE MOGELIJK VAN INVLOED KUNNEN ZIJN OP DE BRANDWEERZORG. DIT PROFIEL LEVERT HIERMEE GERICHTE INPUT VOOR HET VIERJAARLIJKSE DEKKINGSPLAN EN BELEIDSPLAN VAN VEILIGHEIDSREGIO TWENTE. AAN DE HAND VAN VIJF THEMA’S ZIJN DE RISICO’S ONDERVERDEELD, WAARBIJ PER RISICO IS VASTGESTELD WELKE TAAKGEBIEDEN VAN TOEPASSING ZIJN.
40
Risicoprofiel Brandweerzorg 2026 - 2029
4.1 Conclusies Per taakgebied is een risicomatrix beschikbaar die inzicht geeft in de mate van kans en effect per risico. Dit is gebruikt om de risico’s te prioriteren. Op basis van deze prioriteitenlijst kunnen thema’s organi-
satiebreed worden opgepakt, waarbij de bijbehorende aanbevelingen richting geven aan de verdere
uitwerking. In tabel 7 is een overzicht opgenomen van de thema’s en risico’s op volgorde van prioriteit. Bij een aantal geïdentificeerde risico’s is het mogelijk om iets te zeggen over de mate waarin deze zich
in de regio voordoen, en in sommige gevallen zelfs waar in de regio het risico groter is dan elders. Voor veel risico’s geldt echter dat hierover nog onvoldoende bekend is. Een belangrijke conclusie is dan ook dat de identificatie van risico’s slechts een eerste stap is. Meer inzicht verkrijgen in de geïdentificeerde ontwikkelingen is een volgende stap voor de komende jaren. Door het verzamelen en analyseren van relevante data ontstaat beter inzicht in de mate waarin deze risico’s zich in Twente ontwikkelen.
Naast de geïdentificeerde risico’s en ontwikkelingen blijft het noodzakelijk om aandacht te houden voor zogenoemde ‘zwarte zwanen’: onvoorspelbare gebeurtenissen met potentieel grote impact. Dergelijke gebeurtenissen kunnen aanzienlijke gevolgen hebben voor de brandweerzorg. Thema
Risico
Overkoepelende
Vergrijzing
In woningen/woongebouwen waar veel senioren
Kans op fatale slachtof-
groter dan bij een algemene doelgroep.
neemt toe.
wonen is de kans op brand en fatale slachtoffers
Het brandveiligheidsni-
Het aantal hulpverleningen voor zelfstandig
is lager dan bij gezond-
afhijsingen.
effecten en impact van
Toename van het aantal en de intensiteit
Grotere kans op gelijk-
Toename van (gelijktijdige) meldingen zoals
grote capaciteitsvraag.
wonende senioren neemt toe: meer tilassistenties en
weer & klimaat
fers bij woningbranden
Bij brand in een gezondheidszorgfunctie wordt een zwaarder beroep gedaan op brandweerzorg.
Verandering in
risico’s
natuurbranden.
veau bij woonfuncties heidszorgfuncties:
brand worden groter.
tijdige incidenten met
stormschade en wateroverlast door weerproblemen. Problemen waterwinning door lagere grondwaterstanden. Verdichting & huisvesting
Toename van branden in complexe woonomgevingen met rookverspreiding naar vluchtwegen.
Externe veiligheidsrisi-
co’s komen steeds vaker in contact met onze leefomgeving.
Een toename van verkeersdrukte en transport geeft
Transitiebouw vraagt
Meer brandvermogen en bijzonder brandgedrag
aandacht van alle
herbestemmen.
heid te kunnen borgen.
meer kans op verkeersongevallen.
door gebruik brandbare constructies bij optoppen en
om veel expertise en
partijen om brandveilig-
41
Thema
Risico
Overkoepelende
Verdichting &
Tijdelijke bouw en herbestemming hebben vaker
Veiligheids- voorzie-
technische ruimten en gedeelde ruimten.
worden gedeeld
huisvesting
branduitbreiding en rookverspreiding via schachten, Objecten liggen steeds vaker binnen de aandachtsgebieden voor brand, explosies en gifwolken. Toename van aanrijtijden in stedelijk gebied.
Verduurzaming
waardoor andere
grotere risico’s voor
gebruikers ontstaan. Meer kans op incidenten
Toename brandrisico’s in gebouwde en natuurlijke
omgeving met grotere
omgeving door energieopwekking en -opslag.
effectgebieden.
Meer kans op incidenten door toename van
Grote(re) kans op
energieopslagen.
gevolgen voor
risico’s tijdens incidentbestrijding.
nabij bebouwde
stroomuitval: negatieve brandweerzorg.
Externe veiligheidsrisico’s nemen toe door
Regelgeving loopt
waterstof(dragers).
ontwikkelingen
meer transport, productie en opslag van
Nieuwe risico’s in de regio: windturbines en
Innovatie
ningen van objecten
Veranderend brandgedrag: nieuwe en aanvullende
werkzaamheden, meer infrastructuur en extra
Industrie &
risico’s
achter op de nieuwe waardoor bepaalde
energiecentrales.
risico’s (nog) niet goed
Toename van de kans op incidenten op het water
Kans op falen van
stoffen.
communicatie
en spoor door vervoersstromen van o.a. gevaarlijke
zijn ondervangen. informatie- en
Kans op ontstaan brand, branduitbreiding of moeilijk
voorzieningen binnen
bedrijfstoepassingen.
van belang zijn tijdens
bestrijdbare branden bij (autonome) gerobotiseerde
brandweerzorg die
incidentbestrijding.
Tabel 7 onderverdeling van thema’s, risico’s en overkoepelende risico’s.
4.2 Aanbevelingen Op basis van dit risicoprofiel zijn algemene aanbevelingen opgesteld. Naast deze aanbevelingen is het advies om per focusthema gerichte maatregelen te treffen die bijdragen aan risicogerichte
brandweerzorg en beleidsontwikkeling. De aanbevelingen per thema zijn opgenomen in bijlage 4.
Jaarlijks een thema uitwerken met behulp van risicogericht werken
Het is aan te bevelen om ieder jaar een thema uit dit risicoprofiel op te pakken. Daarbij is het wenselijk om te werken met behulp van het model risicogericht werken. Door sectorbreed, thematisch te werken met dit model, is het mogelijk om specifieke ontwikkelingen in kaart te brengen aan de hand van
concrete doelstellingen. Na een gedegen risicoanalyse per thema kan samen met partners worden
nagedacht over risicobeïnvloeding, restrisico’s en communicatie. Door focus aan te brengen met een afgebakende doorlooptijd van één jaar, kan er worden gewerkt aan concrete producten per thema.
Op basis van de risicomatrix is de aanbeveling om in 2026 te starten met het thema vergrijzing. Uiteraard is het mogelijk om op basis van andere belangen en ontwikkelingen te kiezen voor een ander thema.
42
Risicoprofiel Brandweerzorg 2026 - 2029
Het jaarlijks thematisch werken kent meerdere voordelen. De gekozen thema’s uit het risicoprofiel
worden gekoppeld aan het meerjarenbeleidsplan van de sector. Daarnaast kan bij andere sectoren aandacht worden gevraagd voor het lopende thema. Zo kan bijvoorbeeld aan brandonderzoek
worden gevraagd om incidenten te analyseren die betrekking hebben op het jaarthema, of om vaker
evaluaties uit te voeren binnen dat thema. Ook kunnen na afloop van het jaar de uitkomsten worden gebruikt als input voor andere sectoren, bijvoorbeeld voor vakbekwaamheidsprogramma’s.
Een keerzijde van een jaarlijks thema is dat overige thema’s mogelijk onvoldoende aandacht krijgen. Het is daarom van belang om actuele ontwikkelingen binnen de geïdentificeerde risico’s te blijven volgen. Nieuwe inzichten kunnen aanleiding zijn om een ander thema naar voren te halen of de gekozen werkwijze aan te passen.
Dataverzameling opstarten
Zoals benoemd in de conclusie, is bij veel risico’s nog onvoldoende informatie beschikbaar om een
goede duiding te kunnen geven. Daarom is bij een groot deel van de risico’s geen specifieke duiding
opgenomen in dit rapport. Om in de toekomst risico’s beter te kunnen duiden, is het van belang om zo snel mogelijk te starten met de dataverzameling over alle thema’s.
Een belangrijk onderdeel van deze aanbeveling is het zoeken naar bruikbare data bij de verschillende netwerkpartners. Uit recente projecten is gebleken dat publieke en private partijen al veel
data verzamelen die bruikbaar is voor nadere analyses. Door samenwerking en het waar mogelijk
ontsluiten van externe databronnen naar het eigen datawarehouse, wordt de capaciteit vergroot om ontwikkelingen te duiden zonder dat eigen dataverzameling noodzakelijk is.
In bijlage 4 zijn per thema specifieke aanbevelingen opgenomen. De regie op het verzamelen van
relevante data voor de risico’s ligt bij het Informatie Operationeel Centrum (IOC). Het team risico- en objectinformatie geeft aan welke data bij voorkeur verzameld moet worden.
Dynamisch risicoprofiel brandweerzorg
Het ontwikkelen, versterken en onderhouden van risicoprofielen binnen Brandweer Twente is een taak van het team risico- en objectinformatie. Sinds 2023 werkt het team aan het ontwerp en de ontwikkeling van een overkoepelend dynamisch risicoprofiel brandweerzorg. Het doel hiervan is om alle
beschikbare risico-informatie en prioritering te baseren op de meest recente data. Alle ontwikkelde en beschikbare risicoanalyses en -profielen worden in de toekomst opgenomen in dit dynamisch risicoprofiel brandweerzorg.
Het is aan te bevelen om de te ontwikkelen risicoproducten op basis van de geïdentificeerde risico’s uit dit rapport, onderdeel te laten worden van het dynamisch risicoprofiel brandweerzorg. Om te kunnen spreken over dynamische risico-informatie moeten deze risicoproducten zoveel mogelijk worden gebaseerd op actuele data en datakoppelingen. Daardoor is op ieder moment risico-informatie actueel beschikbaar.
Bij toekomstige beleidscycli kan door deze werkwijze iedere vier tot vijf jaar het beeld worden opgehaald uit het dynamische risicoprofiel brandweerzorg. Hiermee komen alle beschikbare
risicobeoordelingen per thema en taakgebied beschikbaar, en kan er worden gekeken naar risico-ontwikkeling in de voorgaande jaren. Deze manier van werken zorgt ervoor dat het maken van een risicoprofiel in de toekomst minder tijdrovend is en meer duiding geeft aan de geïdentificeerde
risico’s. Ook kan hiermee specifiekere input worden geleverd aan dekkings- en beleidsplannen. Een belangrijke randvoorwaarde voor deze manier van werken is een betrouwbare datakwaliteit.
43
4.3 Discussie De gekozen onderzoeksmethode kent naast sterke kanten ook beperkingen. Ondanks het
gedegen onderzoek is het mogelijk dat er ontwikkelingen worden beschreven die niet voor gaan komen. Ook kan niet worden uitgesloten dat in de beleidsperiode nieuwe risico’s aan het licht
komen die nog niet geïdentificeerd zijn. Het is daarom van belang gedurende de beleidsperiode nieuwe ontwikkelingen te blijven monitoren en, wanneer nodig, de risicolijst aan te passen.
De gehanteerde methode kent twee subjectieve componenten: de focusgroepen en de risicobeoordeling. Hoewel geprobeerd is subjectiviteit uit te middelen door zoveel mogelijk mensen mee te nemen in het onderzoek, is het mogelijk dat variatie of bias onderdeel is van de uitkomsten. Een alternatieve
methode was niet mogelijk binnen de beschikbare projectkaders. Bij sterke spreiding of uitschieters in de beantwoording zijn deze zoveel mogelijk buiten beschouwing gelaten.
De datakwaliteit is bepalend voor de mate waarin betrouwbare uitspraken kunnen worden gedaan over de kans en de impact van risico’s. Tijdens dit onderzoek is gebleken dat de datakwaliteit
beperkingen opleverde bij het uitvoeren van trendanalyses. Een voorbeeld hiervan zijn meldingsclassificaties. Gaslekkages kunnen bijvoorbeeld op twee manieren worden geregistreerd: als ‘Leefmilieu
– stank/hinder lucht’ of als ‘Ongeval – gevaarlijke stof’. Beide classificaties omvatten echter ook andere type meldingen (Veiligheidsregio Twente), waardoor het lastig is om specifiek inzicht te verkrijgen
in het aantal gaslekkages. Dit beperkt de mogelijkheid om trends en risico’s effectief te analyseren.
Ondanks diverse inspanningen om de datakwaliteit te verbeteren, moet worden geconstateerd dat deze nog niet in alle gevallen toereikend is.
44
Risicoprofiel Brandweerzorg 2026 - 2029
45
5
Literatuur
46
Risicoprofiel Brandweerzorg 2026 - 2029
• Analistennetwerk Nationale Veiligheid. (2022). Rijksbrede risicoanalyse natuinale veiligheid. Bilthoven: RIVM.
• Atlas Leefomgeving. (2025). Kaarten. Opgehaald van Atlas Leefomgeving: https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten
• Brandweer Nederland. (2018). Handreiking Risico Index Natuurbranden. Samen werken aan grootschalig en specialistisch optreden Brandweer Nederland, Arnhem.
• Brandweer Nederland. (2024). Visie natuurbrandbeheersing Brandweer Nederland: Voorbereid op
natuurbranden. NIPV. Opgehaald van https://www.brandweernederland.nl/wp-content/uploads/ sites/2/2024/01/2023-09-25-Visie-Natuurbrandbeheersing.pdf
• Brandweer Twente. (2020). Brandweer Risicoprofiel. Hengelo: Brandweer Twente.
• Brandweer Twente. (2022). Verkeersincidenten met brandweerinzet in Twente. Hengelo. • Brandweer Twente. (2023). Risicoprofiel Senioren. Onderzoeksrapport, Hengelo.
• Brandweer Twente. (2024). (Brand) Veiligheid in Beeld. Infographic bouwstenen brandveiligheid. Hengelo, Overijssel.
• Brandweer Twente. (2025). Dashboard vervoer gevaarlijke stoffen over spoor. Hengelo.
• Brandweer Twente. (sd). Natuurgebieden Twente. Kaartlagen Brand Risico Profiel. (IOC, Samensteller) Opgeroepen op 2025, van
https://vrtwente.webgis.nl/nl/workspace/veiligheidsregio-twente/map/operationeel-beeld-3857-1
• Brandweeracademie. (2022). Rookverspreiding in woongebouwen: Hoofdrapport van de praktijkexperimenten in een woongebouw met inpandige gangen. Arnhem: NIPV.
• CBS. (2025). Prognose bevolking: kerncijfers 2024-2070. Opgehaald van https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/86040NED/table
• CBS. (2025). Regionale Kerncijfers Nederland. Opgeroepen op juli 2025, van CBS Statline: https://opendata.cbs.nl/statline/?dl=16D63#/CBS/nl/dataset/70072ned/table
• Elzenga, H., & Strengers, B. (2024). Productie, import, transport en opslag van waterstof in
Nederland. Achtergrondstudie binnen het project Trajectverkenning Klimaatneutraal 2050.
Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag. Opgehaald van https://www.pbl.nl/system/files/ document/2024-04/pbl-2024-productie-import-transport-en-opslag-van-waterstof-in-nederland_5206.pdf
• Enexis Netbeheer. (2025). Buurtaanpak: wanneer komen we in uw buurt. Opgehaald van Enexis: https://www.enexis.nl/energietransitie/buurtaanpak/planning-buurtaanpak
• Karemaker, M., ten Hoor, G., Hagen, R., van Schie, C., Boersma, K., & Ruiter, R. (2021, September).
Elderly about home fire safety: A qualitative study into home fire safety knowledge and behaviour. Fire Safety Journal. doi:https://doi.org/10.1016/j.firesaf.2021.103391
• Kennispunt Twente. (2024). Blik op bevolkingsgroei in Twente. Enschede.
• Klimaateffectatlas. (sd). Kaartverhalen - Laagste grondwaterstanden. Opgehaald van
Klimaateffectatlas: https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/laagste-grondwaterstanden
• Klimaateffectatlas. (sd). Waterdiepte bij kortdurende hevige neerslag. Opgehaald van Kaartverhalen: https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/waterdiepte-bij-kortdurende-hevige-neerslag
• KNMI. (2023). KNMI ‘23 Klimaatscenario’s voor Nederland. De Bilt.
• KNMI. (sd). Kennis- & Datacentrum - archief codes rood en oranje. Opgehaald van
https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/archief-codes-rood-en-oranje
• KNMI. (sd). Klimatologie - Neerslagtekort/droogte. Opgehaald van KNMI.nl:
https://www.knmi.nl/nederland-nu/klimatologie/geografische-overzichten/neerslagtekort_droogte
• Kobes, M., Van der Graaf, P., Leene, M., & De Witte, L. (2024). Brandveiligheid van verduurzaamde en
snel gerealiseerde woningen. NIPV, Arnhem. Opgehaald van https://nipv.nl/wp-content/uploads/20 25/04/20240418-NIPV-Brandveiligheid-van-verduurzaamde-en-snel-gerealiseerde-woningen.pdf
• Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. (2022). Beleidsprogramma Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving. Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
47
• Netbeheer Nederland. (sd). Capaciteitskaart elektriciteitsnet. Opgehaald van
https://data.partnersinenergie.nl/capaciteitskaart/rnb/afname?serviceAreaId=HGLW
• NIPV. (2022). De invloed van duurzaam, energiezuinig en circulair bouwen op brandveiligheid van gebouwen. Arnhem.
• NIPV. (2022). Toekomstverkenning Brandweer 2022-2030: Risico’s, kansen en strategische vraagstukken per samenleving. Arnhem: NIPV.
• Platform IVZ. (2025). Veilligheidsbeeld. Hengelo.
• Port of Twente. (sd). Havenmonitor Port of Twente. Opgehaald van Havenbedrijf: https://www.portoftwente.com/
• Port of Twente. (sd). Monitor Port of Twente. Opgehaald van https://app.powerbi.com/
view?r=eyJrIjoiNTdhOGRmOWQtYzQyNy00YTRlLWEzYmItNGM0ZTEzNmI5ZmVkIiwidCI6IjViZjg3ZDJmLTVhY2ItNDI1OC1iMzFjLTJkNWMwYWZmMjhlYiIsImMiOjl9
• Provincie Overijssel. (2025). Energievisie Overijssel 2050. Opgehaald van
https://www.nieuweenergieoverijssel.nl/site-content/uploads/2025/01/Energievisie-Overijssel-2050.pdf
• Provincie Overijssel. (2025). Wat gebeurt er in mijn omgeving? Opgehaald van Windenergie:
https://www.overijssel.nl/onderwerpen/energie/windenergie/wat-gebeurt-er-in-mijn-omgeving
• Register Externe Veiligheid. (sd). Kaarten, Plaatsgebonden risico en Aandachtsgebieden. Opgeroepen op 2025, van Atlas Leefomgeving: https://www.atlasleefomgeving.nl/
kaarten?config=3ef897de-127f-471a-959b-93b7597de188&inactiveTools=koeltorens&activateOnStart=info,layermanager&show-xy-marker=true&gm-x=177983&gm-y=495869&gm-z=10&gm-b=1544180834512,true,1;1673599662811 true,1
• Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. (2025, augustus 11). Wat is netcongestie. Opgeroepen op 2025, van Klimaat en energie - Loket Netcongestie:
https://www.rvo.nl/onderwerpen/netcongestie/wat-is-netcongestie
• Rijksoverheid. (2025). Maatregelen tegen vol elektriciteitsnet (netcongestie). Opgehaald van
Rijksoverheid Duurzame energie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/duurzame-energie/ kabinet-neemt-maatregelen-tegen-vol-elektriciteitsnet-netcongestie
• Rijkswaterstaat. (2025). Rapport toetsing realisatiecijfers vervoer gevaarlijke stoffen over de weg aan de risicoplafonds Basisnet 2024. Monitoringsrapportage weg, Informatie.
• Spoelstra, M. (2024). Kennisbundel Duurzaam Bouwen. NIPV, Arnhem. Opgehaald van
https://nipv.nl/wp-content/uploads/2024/11/20241104-NIPV-Kennisbundel-Duurzaam-bouwen.pdf
• Spoelstra, M. (2024). Kennisbundel Transport van waterstofdragers. NIPV, Arnhem.
• Taleb, N. (2007). De Zwarte Zwaan: De impact van het hoogst onwaarschijnlijke . Random House. • Twents Waternet. (sd). Klimaatatlas. Opgehaald van https://twn.klimaatmonitor.net
• Van Loon, C. (2025, september 16). Waterstofdragers: van belofte naar verantwoorde opschaling. Opgeroepen op 2025, van Oostkracht 10:
https://oostkracht10.nl/waterstofdragers-van-belofte-naar-verantwoorde-opschaling/
• Van Rede, P., & Riemersma, B. (2024). Thuisbatterijen en brandveiligheid. NIPV, Arnhem. Opgehaald van
https://nipv.nl/wp-content/uploads/2025/02/20241210-NIPV-Thuisbatterijen-en-brandveiligheid.pdf
• Van Zoonen, E., & Hagen, R. (2015). De invloed van vergrijzing op brandveiligheid. NIPV, Brandwondenstichting. Arnhem: NIPV. Opgehaald van https://nipv.nl/wp-content/
uploads/2022/02/20150430-ba-nebrst-invloed-vergrijzing-op-brandveiligheid-deelrapport-1.pdf
• Veiligheidsregio Twente. (sd). GMS Incidenthistorie.
• Verhoeven, B., van Marle, M., Hazebroek, H., Siegmund, P., Stoof, C., Brouwer, N., . . . Sluijter, R. (2023). Natuurbrandsignaal ‘23. Arnhem: NIPV. Opgehaald van
https://nipv.nl/wp-content/uploads/2023/04/20230123-NIPV-Natuurbrandsignaal-23.pdf
• Verhoeven, B., Van Marle, M., Hazebroek, H., SToof, C., Siegmund, P., Brouwer, N., . . . Sluijter, R. (2023). Natuurbrandsignaal ‘23. NIPV, Arnhem. Opgehaald van
https://nipv.nl/wp-content/uploads/2023/04/20230123-NIPV-Natuurbrandsignaal-23.pdf
48
Risicoprofiel Brandweerzorg 2026 - 2029
• Vitens. (sd). Over water - Klimaatverandering. Opgehaald van Vitens: https://www.vitens.nl/Over-water/Klimaatverandering
• Vitens. (sd). Over water - Waterkwantiteit. Opgeroepen op juli 2025, van Vitens: https://www.vitens.nl/Over-water/Waterkwantiteit
• Wet veiligheidsregio’s. (2025). Opgehaald van
https://wetten.overheid.nl/BWBR0027466/2025-07-01
• Zandt, C., Giraldo Chavarriaga, J., & Scheepers, M. (2024). Small Modular Reactors in the Dutch energy system. TNO, Amsterdam. Opgehaald van
https://publications.tno.nl/publication/34643320/eXPuDLgv/TNO-2024-P11768.pdf
49
Bijlage 1 Relatieschema’s Veranderingen in weer & klimaat
Verduurzaming
50
Risicoprofiel Brandweerzorg 2026 - 2029
Vergrijzing
51
Verdichting & huisvesting
52
Risicoprofiel Brandweerzorg 2026 - 2029
Industrie & innovatie en zwarte zwanen
53
Bijlage 2 Scorecriteria risicomatrix Waarschijnlijkheid
De waarschijnlijkheid
van optreden van een
KANS
risico
Blootstelling
Hoe vaak en lang wordt organisatie, personeel
en/of bevolking aan dit risico blootgesteld
Veiligheid
De mate waarin de
veiligheid van mensen wordt beinvloed
wanneer dit risico
EFFECT
optreed
Impact
De impact op
brandweerzorg
1
Praktisch onmogelijk
2
Denkbaar, maar onwaarschijnlijk
3
Onwaarschijnlijk, maar wel mogelijk
4
Ongewoon, is wel eens gebeurd
5
Zeer wel mogelijk, enkele keren gebeurd
6
Te verwachten, komt vaker voor
1
<0,001 p/j
2
0,001-0,01 p/j
3
0,01-0,1 p/j
4
0,1-1 p/j
5
1-10 p/j
6
>10 p/j
1
Gering, geen gewonden te verwachten
2
Beperkt, alleen lichte verwondingen
3
Ernstig, zwaar gewonden
4
Zeer ernstig, kans op dodelijk slachtoffer
5
Ramp, enkele doden
6
Catastrofe, >10 doden
1
Geen effecten
2
Minimaal, amper verstoring of aandacht vanuit 3P
3
Weinig, beperkte of kortdurende verstoring BZ, beperkte
4
Aanwezig, merkbare invloed op continuïteit BZ,
wanneer dit risico
kortdurende verstoring continuïteit, aandacht vanuit 3P Groot, ernstige verstoring continuïteit BZ met gevolgen
optreed
voor de regio, 3P vraagt actie 6
BZ: brandweerzorg | 3P: Pers, publiek, politiek
54
aandacht 3P
Risicoprofiel Brandweerzorg 2026 - 2029
Zeer groot, deels of volledige platlegging van BZ, ernstige gevolgen voor de regio, 3P eist onmiddelijke actie
Bijlage 3 Toegekende scores Nr
Risico
Thema
Kans
Effect
Risico
9
Toename kans op brand en fatale slachtoffers
Vergrijzing
10,2
8,2
83,6
12
Branden in complexe woonomgevingen met
Verdichting &
9,5
7,8
74,1
3
Toename aantal (gelijktijdige) meldingen door
Veranderingen in
10,4
7,1
73,0
11
Branden in gezondheidszorgfuncties vragen
Vergrijzing
9,1
7,5
67,4
1
Toename aantal & intensiteit natuurbranden
Veranderingen in
10,5
6,3
65,8
8
Verduurzaming in de bouw zorgt voor
Verduurzaming
9,6
6,4
61,3
16
Toename van verkeersdrukte en transport
Verdichting &
9,8
6,0
58,8
6
Toename brandrisico's door toename energie-
Verduurzaming
10,2
5,6
57,1
14
Bijzonder brandgedrag en -vermogen door
Verdichting &
8,5
6,1
51,9
15
Toegenomen kans op branduitbreiding
Verdichting &
7,6
6,4
48,6
onder doelgroep senioren
rookverspreiding naar vluchtwegen extreem weer
meer slagkracht en capaciteit
veranderd brandgedrag met risico's voor IB zorgt voor grotere kans op verkeersongevallen opwekking- en opslag
gebruik brandbare constructiematerialen
en rookverspreiding bij tijdelijke bouw en herbestemming
huisvesting
weer & klimaat
weer & klimaat
huisvesting
huisvesting
huisvesting
7
Toename incidenten door aanleg en
Verduurzaming
9,2
5,3
48,6
13
Gebouwen liggen steeds vaker binnen
Verdichting &
5,0
9,3
46,5
werkzaamheden energie infrastructuur aandachtsgebieden voor brand, explosie en gifwolken
huisvesting
10
Toename aantal tilassistenties en afhijsingen
Vergrijzing
11,5
3,8
43,5
19
Grotere kans op water- en spoorongevallen
Industrie &
5,6
7,5
42,0
17
Toename van aanrijtijden in stedelijk gebied
Verdichting &
8,7
4,8
41,8
5
Toename van externe veiligheidsrisico's door
Verduurzaming
5,0
8,2
41,0
4
Komst van windturbines & nieuwe energiecen-
Verduurzaming
6,5
6,3
41,0
2
Beperkte waterwinning door lage
Veranderingen in
7,6
5,2
39,5
18
Branden bij (autonome) gerobotiseerde
Industrie &
5,8
4,8
27,8
onder zelfstandig wonende senioren door toename van vervoersstromen
door drukte en snelheidsbeperkingen transport van H2 en NH3 trales in de regio
grondwaterstanden
bedrijfstoepassingen
innovatie
huisvesting
weer & klimaat innovatie
55
Toegekende scores totaal per thema
56
Thema
Kans
Effect
Risico
Vergrijzing
10,2
6,5
66,4
Veranderingen in weer & klimaat
9,5
6,2
58,5
Verdichting & huisvesting
8,2
6,7
55,1
Verduurzaming
8,1
6,4
51,5
Industrie & innovatie
5,7
6,2
35,1
Risicoprofiel Brandweerzorg 2026 - 2029
Bijlage 4 Uitgewerkte aanbevelingen Thema
Risico
Aanbeveling
Vergrijzing
In woningen/woongebouwen waar
De aanbeveling is om het risicopro-
brand en fatale slachtoffers groter
vernieuwen en borgen in de organisatie.
veel senioren wonen is de kans op dan bij de algemene doelgroep.
fiel zelfstandig wonende senioren te Eventueel kan deze nog gekoppeld
worden aan risicoprofiel woongebouwen.
Bij brand in een gezondheidszorg-
Gelijk aan de aanbevelingen van het
gedaan op brandweerzorg.
is het van belang de gezondheidszorg-
functie wordt een zwaarder beroep
onderzoeksrapport ‘Krönnenzommer’
functies te classificeren. Dit kan op basis
van data. Het project Actueel Risicobeeld kan inzicht bieden in objecten met
verhoogde kwetsbaarheid. Deze inzichten ondersteunen zowel risicogerichte
advisering in het kader van preventie als doelgerichte inzet tijdens repressieve incidentbestrijding. Het aantal hulpverleningen voor
Zorg dat registratie van dit soort inzetten
neemt toe: meer tilassistenties en
iets te kunnen zeggen over trends en
zelfstandig wonende senioren afhijsingen. Verandering in
weer & klimaat
Toename van het aantal en de intensiteit natuurbranden.
de benodigde data oplevert om op termijn ontwikkelingen.
Het is van belang om het project Actueel
Risicobeeld voort te zetten en inhoudelijk
te verdiepen, met specifieke aandacht voor
risicobronnen en risicodragers in natuurgebieden. Het advies is om, in samenwerking met provinciale en lokale partners, de RIN (Risico Index Natuurbranden) te actualiseren. En om aan te sluiten bij het Early Warning project van het KNMI. Toename van (gelijktijdige)
Extreme buien zijn moeilijk te voorspellen,
wateroverlast door weerproblemen.
voorkomen. Daarom is het advies om dit
meldingen zoals stormschade en
omdat ze lokaal en onregelmatig
risico voortdurend te blijven volgen en
mee te nemen in risicobeoordelingen. En
om invloed op paraatheid, continuïteit en
benodigde slagkracht bij extreem weer te
registreren. Door hierbij de eigenschappen van het extreme weer ook te monitoren zou het potentieel mogelijk zijn om iets te kunnen zeggen over de benodigde
slagkracht bij bepaalde typen stormen en neerslag
57
Thema
Risico
Aanbeveling
Verandering in
Problemen waterwinning door
De aanbeveling is om vanuit de
weer & klimaat
lagere grondwaterstanden.
Bluswatervisie in kaart te brengen onder welke omstandigheden sprake is van een watertekort voor de brandweer.
Gesprekken voeren met Waterschappen en Vitens over concrete locaties en data
van waterstanden. Sluit aan bij de reeds ontplooide initiatieven vanuit IB en VK. Verdichting & huisvesting
Toename van branden in complexe
Maak gebruik van het risicoprofiel
spreiding naar vluchtwegen.
buurtgerichte aanpak mogelijk te maken.
woonomgevingen met rookver-
woongebouwen om een object- en
Sluit aan bij de verbinding tussen woningbouwcoöperaties en de veiligheidsregio.
Een toename van verkeersdrukte
Er kan een verdiepende analyse worden
verkeersongevallen.
Zoals betrokken voertuigen, aard van
en transport geeft meer kans op
uitgevoerd naar incidenten op de weg.
incidenten en inzetduur. Dit kan een basis vormen voor een overleg met relevante partners zoals Rijkswaterstaat en de provincie.
Meer brandvermogen en
Het is onbekend waar brandbare construc-
gebruik brandbare constructies bij
van gebouwen worden toegepast. Een
bijzonder brandgedrag door
optoppen en herbestemmen.
ties bij het optoppen en herbestemmen
aanbeveling is dan ook om dit in kaart te brengen.
Tijdelijke bouw en herbestemming
Leg dit onderwerp neer bij brandonder-
rookverspreiding via schachten,
komende tijd. Uitvraag via de vakgroep
hebben vaker branduitbreiding en technische ruimten en gedeelde ruimten.
zoek om te monitoren in onze regio de
brandonderzoek naar incidenten in andere regio’s om kritieke factoren in kaart te brengen.
Objecten liggen steeds vaker
Het in kaart brengen van dit risico zoals
brand, explosies en gifwolken.
type aandachtsgebied liggen.
binnen de aandachtsgebieden voor Toename van aanrijtijden in stedelijk gebied.
welke en hoeveel objecten er binnen welk Er wordt gesproken over aanpassingen van snelheden op wegen. Er moet
onderzocht worden wat dit betekent voor de opkomsttijden van de brandweer en
welke maatregelen daar eventueel voor getroffen kunnen worden.
58
Risicoprofiel Brandweerzorg 2026 - 2029
Thema
Risico
Aanbeveling
Verduurzaming
Veranderend brandgedrag: nieuwe
Het opbouwen van een netwerk rond
incidentbestrijding.
verzamelen, zowel voor incidentbestrijding
en aanvullende risico’s tijdens
dit thema. Informatie over dit risico
(technieken en tactieken) als locaties waar deze gebouwen staan.
Toename brandrisico’s in
Aanvullende informatie is nodig met
door energieopwekking en -opslag.
kenmerken van installaties voor energie-
gebouwde en natuurlijke omgeving
betrekking tot de locaties en technische opwekking en energieopslag, alsmede
over incidenten waarbij deze systemen betrokken zijn geweest. Meer kans op incidenten door
Een uniforme registratie van meldingen
meer infrastructuur en extra
behoeve van eenduidige gegevensverza-
toename van werkzaamheden, energieopslagen.
Externe veiligheidsrisico’s nemen
toe door meer transport, productie en opslag van waterstof(dragers).
Nieuwe risico’s in de regio: windturbines en energiecentrales.
van gaslekkages is noodzakelijk ten meling en analyse.
Transportcijfers van goederenvervoer blijven monitoren.
Nieuwe ontwikkelingen, zoals windtur-
bines en energiecentrales, dienen actief te worden gevolgd, waarbij monitoring
van het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat als
essentieel instrument wordt ingezet. Het
onderwerp meenemen in gesprekken met
initiatiefnemers en bevoegd gezag, wijzen op risico’s en veiligheidsafstanden. Kennis over deze nieuwe risico’s ophalen bij
regio’s die ervaring hier mee hebben. Industrie & Innovatie
Toename van de kans op
Het is wenselijk om het vervoer van
door vervoersstromen van o.a.
structureel te monitoren.
incidenten op het water en spoor gevaarlijke stoffen.
gevaarlijke stoffen via spoor en water
Kans op ontstaan brand, branduit-
Het is van belang om ontwikkelingen op
branden bij (autonome) geroboti-
actief te blijven volgen en hier op tijdig
breiding of moeilijk bestrijdbare seerde bedrijfstoepassingen.
het gebied van innovatie en industrie
te anticiperen, zodat risico’s en veranderingen beter kunnen worden beheerd.
59