Rekenkamerrapport Beleidsindicatoren (raadsvoorstel-raadsbesluit).pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaaknummer: Datum vergadering: Datum voorstel: Nummer: Onderwerp:
303070 21 december 2021 1 december 2021 16 A Rekenkamerrapport "Sturen met beleidsindicatoren"
Voorgesteld raadsbesluit 1. Kennis te nemen van het Rekenkamerrapport “Sturen met beleidsindicatoren” en de daarin vastgelegde bevindingen, conclusies en aanbevelingen 2. De aanbevelingen in het rapport over te nemen en in uitvoering te nemen, zoals beschreven in het voorstel Samenvatting van het voorstel Het rekenkamerrapport “Sturen met beleidsindicatoren” dat op 23 november 2021 aan de raad is aangeboden levert een palet op aan bevindingen, conclusies en aanbevelingen met betrekking tot het onderwerp ‘sturen met beleidsindicatoren’. Deze zijn hoofdzakelijk geadresseerd aan de raad. De bevindingen, conclusies en aanbevelingen zijn waardevol voor de raad. De uitvoering ervan zal de kwaliteit van de invulling van de vertegenwoordigende rol, de kaderstellende rol en de controlerende rol van de raad kunnen versterken. Daarom wordt voorgesteld de uitvoering langs verschillende sporen ter hand te nemen. Daarbij is nauwe samenspraak en samen optrekken met het college essentieel. Aanleiding voor dit voorstel De aanbieding aan de raad van het rekenkamerrapport “Sturen met beleidsindicatoren”. Beoogd resultaat van te nemen voorstel Kennisneming van de bevindingen, conclusies en aanbevelingen en adequate uitvoering van de aanbevelingen, in samenspraak met het college en Noaberkracht.
Argumentatie Zoals bekend is beschikt onze gemeente over een externe rekenkamercommissie die werkt voor de gemeenten Losser, Oldenzaal en Dinkelland. De rekenkamercommissie heeft – met instemming vanuit de betrokken raden - in de drie gemeenten onderzoek gedaan naar het onderwerp ‘sturen met beleidsindicatoren’. Onderdeel van het onderzoekstraject was een leeratelier (maart 2021) voor de raadsleden en commissieleden, waarin vanuit de praktijk is gereflecteerd op het onderzoeksonderwerp. Het eindrapport van dit onderzoek is op 23 november aan de raad aangeboden en in de raadscommissie sociaal domein en bestuur toegelicht. Het vertrekpunt van het onderzoek werd gevormd door drie vragen: 1.Op welke wijze maken de gemeenten gebruik van prestatie-indicatoren in de beleidscyclus? 2.Dragen deze in de huidige werkwijze bij aan de invulling van de kaderstellende en controlerende rol van de raden en op welke wijze kan dit worden versterkt? 3.Hoe kunnen de raden zelf leren het gebruik van prestatie-indicatoren door te ontwikkelen? Het onderzoek heeft tot een aantal relevante bevindingen geleid. Deze hebben vervolgens de volgende kernconclusie opgeleverd: 1.de raad blijkt nu nog onvoldoende in staat zijn kaderstellende en controlerende rol met prestatieindicatoren in te vullen.
Prestatie-indicatoren zijn nu nog vooral een hulpmiddel voor het ‘goede’ gesprek over maatschappelijke vraagstukken. 2.de raad en het college hebben wel de ambitie deze prestatie-indicatoren zo door te ontwikkelen dat ze te gebruiken zijn voor oordeelsvorming en besluitvorming. De conclusies hebben zich vertaald in de volgende aanbevelingen: 1.Investeer in een gezamenlijk leertraject (raad-college-ambtenaren). 2.Draag er zorg voor dat prestatie-indicatoren de raad helpen bij zijn volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol. Stuur via prestatie-indicatoren op drie te realiseren ambities: a.Verbeteren kwaliteit communicatie tussen gemeente en lokale samenleving (volksvertegenwoordigende rol)
b.Inzicht krijgen in maatschappelijke opgaven en vanuit dat inzicht doelen stellen (kaderstellende rol) c.In staat zijn om gemeentelijk beleid en uitvoering te evalueren (controlerende rol) 3.Maak voor het ontwikkelen van prestatie-indicatoren onderscheid tussen drie niveaus waarop door college en raad kan worden gestuurd: Sturen op maatschappelijke doelen Sturen op uitvoeringsdoelen Sturen op middelendoelen Het college heeft een bestuurlijke reactie gegeven op het rapport. Het college heeft te kennen gegeven, met toevoeging van enige noten en nuanceringen, de conclusies en aanbevelingen in essentie te onderschrijven. Zie daarvoor de brief van het college. Het is van belang uit te spreken dat bij de uitvoering van de aanbevelingen een goede samenspraak tussen raad en college essentieel is. Vastgesteld kan worden dat de bevindingen, conclusies en aanbevelingen in het rekenkamerrapport hoofdzakelijk zijn geadresseerd aan de raad. Tevens kan worden vastgesteld dat ze van grote waarde zijn. De raad toont voortdurend de ambitie zijn vertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol kwalitatief te willen verbeteren. Tevens blijkt dit in de praktijk een weerbarstig proces te zijn. Dit rapport nu geeft antwoorden op deze ambitie en kan meehelpen bij de verdere concretisering daarvan.
Kortom: de raad moet hier iets mee! Hoe dan? Er wordt gekozen voor een concrete en op uitvoering gerichte aanpak. Voorgesteld wordt deze uitvoering – onder de aansturing en regie van het presidium - als volgt concreet ter hand te nemen: -het aanbevolen leertraject op te pakken en vorm te geven in het inwerkprogramma van de nieuwe raad in 2022 en vandaaruit samen met college en Noaberkracht verder uit te bouwen en te continueren als een doorlopend leertraject; -de bevindingen, conclusies en aanbevelingen voor verdere uitwerking en uitvoering onder te brengen bij het door de auditcommissie in gang gezette verbetertraject P&C-cyclus en ervoor zorg te dragen dat de auditcommissie 2022-2026 dit als aandachtsgebied meeneemt; -de bevindingen, conclusies en aanbevelingen door te vertalen in het estafettedocument voor de nieuwe raad om daarmee relevantie, urgentie en continuïteit vast te leggen en te borgen; -bij het vormgeven van de strategische raadsagenda 2022-2026 en het coalitieakkoord 2022-2026 extra aandacht te geven aan de meetbaarheid en de evalueerbaarheid van de te beschrijven doelen en beoogde maatschappelijke effecten; -de rekenkamercommissie te vragen om begin 2024 een scan uit te voeren om de dan actuele situatie met betrekking tot het onderwerp ‘sturen met beleidsindicatoren’ te meten.
Externe communicatie Op de gebruikelijke wijze, door publicatie in Dinkelland Visie en op het Raadsinformatiesysteem van de raad. Financiele paragraaf Er zijn vooralsnog geen financiële consequenties. Bij de uitvoering zal nader worden bepaald welke financiële middelen nodig zijn. Uitvoering Als in het voorstel aangegeven. Evaluatie Evaluatie zal een vast onderdeel zijn van de planning&controlcyclus. Harmonisatie Dinkelland-Tubbergen
Burgemeester en wethouders van Dinkelland, de plv. secretaris
de burgemeester
G. van Hofwegen
J.G.J. Joosten
Raadsbesluit Datum: Nummer: Onderwerp:
21 december 2021 16 B Rekenkamerrapport "Sturen met beleidsindicatoren"
De raad van de gemeente Dinkelland, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 december 2021, nr. 16 A; gelet op het advies van de commissie Sociaal Domein en Bestuur van 14 december 2021; gelet op de Verordening op de rekenkamercommissie gemeente Dinkelland 2019; 1. Kennis te nemen van het Rekenkamerrapport “Sturen met beleidsindicatoren” en de daarin vastgelegde bevindingen, conclusies en aanbevelingen 2. De aanbevelingen in het rapport over te nemen en in uitvoering te nemen, zoals beschreven in het voorstel Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 21 december 2021
de raadsgriffier,
de voorzitter,
mr. O.J.R.J. Huitema MPM
J.G.J. Joosten