Reactienota zienswijzen Ootmarsumsedijk 29-31 Rossum.pdf
Tekst van het document
REACTIENOTA ZIENSWIJZEN WIJZIGING OMGEVINGSPLAN ‘TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22j Ootmarsumsedijk 29-31 Rossum’
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2
2. Behandeling zienswijzen 2.1 Reclamant 1
4 4
3. Wijzigingen
5
1
1. INLEIDING
In dit document worden de binnengekomen zienswijzen behandeld, die zijn ingediend tegen het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan ‘TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22j Ootmarsumsedijk 29-31 Rossum’. Na voorafgaande publicatie op 27 februari 2025 is in overeenstemming met artikel 16.29 en artikel 16.30 Omgevingswet met ingang van 28 februari 2025 het ontwerpbesluit voor een ieder ter inzage gelegd. Het ontwerpbesluit met de hierbij behorende stukken kon tijdens de openingsuren in het gemeentehuis worden ingezien. Ook was het ontwerpbesluit te raadplegen op de website www.ruimtelijkeplannen.nl en in het Omgevingsloket, viewer Regels op de Kaart. Plan Het plan is opgesteld voor het toekennen van de status ‘plattelandswoning’ aan de tweede agrarische bedrijfswoning. Dit maakt het mogelijk om de woning Ootmarsumsedijk 31 te laten bewonen door een derde die geen binding heeft met de agrarische bedrijfsvoering aan de Ootmarsumsedijk 29. Zienswijzen Gedurende de hiervoor genoemde termijn kon een ieder mondeling dan wel schriftelijk zienswijzen kenbaar maken. Er is een reclamant die gebruik heeft gemaakt van het recht om een zienswijze in te dienen. Beoordelingskader wijziging omgevingsplan De taak om te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties ligt op grond van artikel 4.2 lid 1 Omgevingswet primair bij de gemeenteraad.
De beleidsruimte van de gemeente wordt op verschillende manieren ingekaderd. De belangrijkste zijn de instructieregels van het Rijk en de provincie: - de instructieregels van hoofdstuk 5 van het Bkl; - de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening; - eventuele andere instructies van het Rijk en provincie. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn niet alleen de in het Bkl geregelde milieu aspecten beoordeeld, maar zijn alle relevante aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu beoordeeld, zoals bijvoorbeeld het effect van cumulatie. Bij de beoordeling van het initiatief is rekening gehouden met deze regels dan wel zijn deze betrokken of in acht genomen. Daarnaast heeft de raad haar beleidsruimte ingevuld met beleidsregels voor de fysieke leefomgeving, zodat het initiatief ook hieraan is getoetst. Het gaat hier om de omgevingsvisie en de andere beleidsdocumenten voor de verschillende specifieke onderdelen. De toetsing aan deze aspecten heeft plaatsgevonden in de toelichting. De evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit initiatief aan de orde zijn op een zorgvuldige wijzen zijn afgewogen. Initiatiefnemer wenst de gevraagde activiteiten te realiseren. De gemeente wenst de doelen uit haar beleid te verwezenlijken.
De belangen van de omwonenden zijn gelegen in een goed woon- en leefklimaat. De omliggende bedrijven hebben belang bij een ongehinderde bedrijfsvoering en een goed werkklimaat.
2
Belangenafweging De raad heeft bij het bepalen om wel of niet af te wijken van het omgevingsplan beleidsruimte om te bepalen of een bepaalde ontwikkeling met de daarbij behorende functies en maatvoeringen vanuit het oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar is. Een dergelijk besluit is immers in belangrijke mate afhankelijk van de inzichten die bij de gemeente bestaan over de wenselijk geachte ontwikkelingen in het projectgebied. Verder mag het besluit niet in strijd zijn met de instructie(regels)s van het Rijk en de provincie. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit besluit aan de orde zijn op een zorgvuldige wijzen worden afgewogen. Zoals uit de toelichting blijkt draagt het initiatief bij aan de visie en beleid die de gemeente hiervoor heeft en blijkt dat wordt voldaan de instructieregels van het Rijk en provincie. In de voorbereidingsfase heeft bestuurlijke afstemming plaatsgevonden. Provincie en het waterschap zijn akkoord met het initiatief. Verder is het initiatief afgestemd met omwonenden en heeft initiatiefnemer daarvan een verslag overgelegd. Voorts zijn in de toelichting de ruimtelijk relevante aspecten voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit afgewogen.
Gelet op alle aspecten die zijn afgewogen en de relevante (individuele) belangen, levert het besluit geen onaanvaardbare aantasting van deze belangen op. Het besluit is evenwichtig en geschikt om het initiatief te realiseren. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Opzet reactienota In hoofdstuk 2 worden de ingekomen zienswijzen tegen het ontwerpbesluit samengevat en vervolgens van een gemeentelijk standpunt voorzien. Tenslotte wordt elke zienswijze afgesloten met een conclusie. In hoofdstuk 3 worden de wijzigingen aan het omgevingsplan op een rij gezet.
3
2. BEHANDELING ZIENSWIJZEN
2.1 Reclamant 1 Datum brief: 27 maart 2025 Datum ontvangst: 28 maart 2025
1 Belemmeringenstrook van twee gastransportleidingen niet correct opgenomen Buiten het plangebied liggen twee gastransportleidingen waarvan de invloedsfeer tot binnen het plangebied reikt. De belemmeringenstrook van de leidingen is niet correct opgenomen binnen het vlak van de gebiedsaanwijzing ‘Leiding – Gas’. Verzocht wordt om het vlak van de gebiedsaanwijzing ‘Leiding -Gas’ te wijzigingen aan de hand van de juiste leidinggegevens. Daarnaast wordt verzocht de voorbeeldregels voor het landelijke gasnet te hanteren die zijn opgesteld door Netbeheer Nederland in de Staalkaart ‘Elektriciteit en gas in het omgevingsplan’. Indien de voorbeeldregels niet één op één overgenomen worden en de vigerende planregels aangehouden worden, dan wordt verzocht een aantal wijzigingen door te voeren in de planregels. Gemeentelijk standpunt Het vlak van de gebiedsaanwijzing ‘Leiding – Gas’ blijkt niet correct opgenomen te zijn in het ontwerp TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22j Ootmarsumsedijk 29-31 Rossum. In het voorliggende vast te stellen omgevingsplan wordt de hiervoor genoemde gebiedsaanwijziging verschoven aan de hand van de juiste leidinggegevens van de twee transportleidingen. Voor de aanpassing van de planregels wordt ervoor gekozen om nog zoveel mogelijk aan te sluiten op het tijdelijke deel van het omgevingsplan, het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2010’.
In de planregels worden de door reclamant voorgestelde wijzigingen hierop overgenomen. Grotendeels gaat het daarbij om 1 op 1 overname van de wijzigingen. Alleen de voorgestelde voorrangsregel is niet overgenomen, omdat deze door een gewijzigde omschrijving van de bouwbepaling in artikel 5.2.2. niet meer nodig is. Conclusie Aan deze zienswijze van reclamant wordt tegemoetgekomen door het vlak van de gebiedsaanwijzing ‘Leiding -Gas’ te wijzigingen aan de hand van de juiste leidinggegevens. Tevens worden de planregels zo veel mogelijk aangepast aan de door reclamant voorgestelde wijzigingen. Echter, deze zienswijze leidt niet tot het niet vaststellen van het besluit tot wijziging van het omgevingsplan.
4
3. WIJZIGINGEN
Mede naar aanleiding van de zienswijzen worden de volgende wijzigingen doorgevoerd. Toelichting In hoofdstukken 3.2.1 (Strijdigheden met bestemmingsplan ‘Buitengebied 2010’) en hoofdstuk 5.8 (Omgevingsveiligheid) wordt de informatie over de situering van de gasleiding aangepast aan de hand van de juiste leidinggegevens. Regels - In artikel 5.1 (Functieomschrijving) wordt in de aanhef het woord ‘functie’ aangepast naar ‘gebiedsaanwijzing’; - Artikel 5.2.2 (Bouwen) wordt als volgt aangepast: In afwijking van het bepaalde bij de andere ter plaatse aangewezen functies zijn op of in deze gronden geen kwetsbare gebouwen en geen zeer kwetsbare gebouwen toegelaten, tenzij die een functionele binding hebben met de gasleiding. - Artikel 5.3.1 lid a. en lid b. (Verboden gebruik) worden als volgt aangepast: a. “het opslaan van goederen anders dan het opslaan van goederen ten behoeve van inspectie en onderhoud aan de gastransportleiding b. “het gebruik van gronden en bouwwerken als kwetsbaar gebouw anders dan bestaand gebruik binnen gronden met de gebiedsaanwijzing “Leiding – Gas” - Artikel 5.4.1 (Bouwactiviteiten) aanhef, lid b. en lid c. worden als volgt gewijzigd: Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bouwwerken, geen gebouw zijnde te realiseren. Hierbij gelden de volgende beoordelingsregels: b.
er geen afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid van personen en goederen; c. er geen afbreuk wordt gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leidingen. - Artikel 5.4.2 (Risicogevoelige objecten) wordt verwijderd. Het verbod om kwetsbare gebouwen (tenzij die een functionele binding hebben met de buisleiding) en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten wordt afzonderlijk geregeld in artikel 5.19 van het Besluit kwaliteit leefomgeving; - Artikel 5.5.1 (Vergunningplicht) aanhef, lid a. en lid d. worden als volgt gewijzigd: Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren. Hierbij gelden de volgende beoordelingsregels: a. het egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins wijzigen van de bodemstructuur; d. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; - In artikel 5.5.3 (Beoordelingscriteria) wordt het woord ‘onevenredig’ verwijderd. Verbeelding Op de verbeelding is het vlak van de gebiedsaanwijzing ‘Leiding - Gas’ verschoven aan de hand van de juiste leidinggegevens van de gastransportleidingen.
5