CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactienota zienswijzen Kapverordening 2021 Gemeente Dinkelland.pdf

Gemeenteraad 5 juli 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 9: Voorstel inzake vaststellen Kapverordening 2021 en bebouwde komgrenzen Wet natuurbescherming onder-deel houopstanden7.221 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

REACTIENOTA ZIENSWIJZEN Kapverordening 2021 en Bebouwde Komgrenzen Wnb-houtopstanden

Behorende bij raadsbesluit nr. .. dd. ..-..-….

1

1.

INLEIDING

De ontwerp Kapverordening 2021 en de herziene Bebouwde kom grenzen volgens de Wet Natuurbescherming (Wnb), onderdeel houtopstanden hebben vanaf 17 maart 2021 gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen. Dit is op 18 maart 2021 gepubliceerd in huis-aan-huisblad Dinkelland Visie en in het gemeenteblad. Zienswijzen konden worden ingediend tot en met woensdag 28 april 2021. Er zijn drie zienswijzen ontvangen, allemaal binnen de termijn. De inbrengers van de zienswijzen worden reclamanten genoemd. Er is gekozen om de zienswijzen integraal weer te geven. In verband met de privacywetgeving zijn persoonsgegevens onleesbaar gemaakt of vervangen door ‘reclamant’. Opzet reactienota In hoofdstuk 2 staan de zienswijzen van de reclamanten weergegeven en zijn ze voorzien van een gemeentelijk standpunt. In hoofdstuk 3 staan de wijzigingen die ambtshalve hebben plaatsgevonden. In hoofdstuk 4 worden de wijzigingen ten opzichte van de ter inzage gelegde ontwerpen weergegeven. 2.

BEHANDELING ZIENSWIJZEN

Er zijn drie zienswijzen ontvangen. Deze zienswijzen zijn van: A. Stichting Behoud Twents Landschap en Stichting Natuur & Milieu Ootmarsum, ontvangen per email op 22 april 2021; B. bct architecten, ingenieurs en adviseurs bv uit Enschede, ontvangen per e-mail op 26 april 2021. C. Reclamant C. te Vasse, ontvangen per e-mail op 28 april 2021. De integrale tekst van de zienswijzen geven wij hieronder weer. Wij hebben de tekstopmaak van de zienswijzen waar nodig in het kader van leesbaarheid van deze nota aangepast, zonder de inhoud te wijzigen. Onze inhoudelijke reactie op de ingebrachte zienswijzen staat per tekstgedeelte onder elk tekstgedeelte vermeld (cursief en met een inspringing). A. Zienswijze Stichting Behoud Twents Landschap en Stichting Natuur & Milieu Ootmarsum Hierbij ontvangt u de zienswijze van de natuurorganisaties Stichting Behoud Twents Landschap en Stichting Natuur & Milieu Ootmarsum op het voorstel kapverordening 2021 Dinkelland/Tubbergen. Allereerst willen wij de ambtenarenorganisatie (Stefan Jonas en Sandra Lohuis) van de gemeenten Dinkelland/Tubbergen danken voor het constructieve vooroverleg over dit voorstel voor een nieuwe kapverordening 2021. Ook zijn we verheugd dat er in de nieuwe kapverordening 2021 meer boomsoorten worden beschermd dan voorheen. Dat is winst voor ons Twentse landschap.

Graag willen wij de volgende punten onder uw aandacht brengen: Algemene opmerkingen: a. Meldingsplicht: Wij zien graag een meldingsplicht met motivatie voor dunning van houtopstanden en het afzetten van hakhout. Daarna kan een ambtenaar van handhaving door middel van een ‘Quickscan’ van het landschapselement bepalen of deze dunning/velling verantwoord is volgens de punten a tot en met f van artikel 3.4. Daarna wordt de omgevingsvergunning afgegeven. Dit voorkomt illegale praktijken en daardoor zal er minder handhaving achteraf noodzakelijk zijn en is er minder publiekelijke verontrusting. Reactie gemeente: Voor het buitengebied geldt voor het merendeel van de houtopstanden een meldplicht bij dunning en/of onderhoudswerkzaamheden aan houtopstanden op basis van de Wnbhoutopstanden. Van dergelijke meldingen ontvangt de gemeente een afschrift. Wij zien, gelet op deze reeds bestaande meldplicht, geen reden om in de gemeentelijke regelgeving eveneens een meldplicht op te nemen voor uitvoering van werkzaamheden waarop geen vergunningplicht rust. b. Handhaving: We missen in het voorstel kapverordening 2021 de strafbepaling en de aanwijzing van ambtenaren belast met toezicht en ambtenaren belast met de opsporing van strafbare

2

feiten. Is dat voldoende geregeld? Misschien via de Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht en/of de Wet op de economische delicten. Wij vinden het belangrijk dat voor de handhaving van de kapverordening extra capaciteit beschikbaar wordt gesteld en dat er bestuurs- en strafrechtelijk gehandhaafd kan worden. Reactie gemeente: De strafrechtelijke handhaving van de kapverordening is voldoende geregeld, zowel voor wat betreft de aanwijzing van ambtenaren, als met betrekking tot de strafbaarstelling. Het handelen zonder omgevingsvergunning, of in strijd met een omgevingsvergunning, is een economisch delict op grond van artikel 1a van de Wet op de economische delicten. Wij onderschrijven het belang van handhaving van de kapverordening. De omvang van de handhavingscapaciteit wordt niet geregeld via de kapverordening en maakt daarom geen onderdeel uit van het raadsvoorstel. c. Herplantplicht: volgens ons dient de herplantplicht in alle gevallen te worden opgelegd waar sprake is van het al dan niet illegaal rooien van landschapselementen. Ook dient door middel van bestuursdwang duidelijk te zijn welke boete er staat op illegale kap en verwijderen van landschapselementen. Indien de compenserende beplanting elders plaatsvindt dan dient dat controleerbaar en inzichtelijk te zijn.

Ook dient in de herplant verplichting te worden omschreven: welke beplanting en maat er waar moet worden aangeplant. Wij vinden dat er moet worden ingeplant binnen 1 jaar na het opleggen van de herplant plicht. Tevens dient de hoogte van de boete duidelijk zijn bij het niet nakomen van de herplant verplichting. Ook is het van belang dat de herplant een duidelijke versterking is van het Twentse coulisselandschap, dus geen beplanting bij een bestaand bos ‘aanplakken’. Reactie gemeente: De invulling van de herplantplicht is een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders en zal in het kapbeleid verder worden vormgegeven. d. Casco-regeling: Diverse keren wordt er gerefereerd aan de Casco- regeling voor NO-Twente waarbij is vergeten te vermelden dat naast de gemeente ook de Provincie Overijssel verantwoordelijk is voor de Casco-regeling. Dit graag aanpassen. Reactie gemeente: De gemeenten van Noordoost Twente zijn zelfstandig bevoegd tot het vaststellen van beleidsstukken, zo ook het cascobeleid. Daarnaast biedt het cascobeleid aan het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten de mogelijkheid tot herziening van de cascokaart, zoals opgenomen in artikel 3.2 van de ‘Cascobenadering in NoordoostTwente’. Het cascobeleid biedt deze mogelijkheid niet aan de Provincie Overijssel.

Wij zien daarom geen reden tot aanpassing van de voorliggende regelgeving. Specifieke opmerkingen: Artikel 1: graag omschrijving geven van instandhoudingsplicht van landschapselementen. Instandhoudingsplicht houdt volgens ons in dat de volgende zaken strafbaar worden gesteld: wortelbeschadigingen aan beplantingen grondophoging in het landschapselement prikkeldraad aan bomen bevestigen het laten lopen of grazen van vee in de landschapselementen Het zou goed zijn indien er een positief signaal uitgaat vanuit de gemeente en de burgers naar alle grondeigenaren die hun landschapselementen goed beheren. De langjarige vergoeding die is voorgesteld door de deelnemers aan de Landschapsdeal is hiervan een goed voorbeeld. Reactie gemeente: De door reclamant aangegeven toevoegingen m.b.t. de instandhoudingsplicht zoals beschreven in artikel 7.1 uit de concept kapverordening richten zich voornamelijk op het gebruik van een landschapselement. De kapverordening is geen regelgeving m.b.t. het gebruik van landschapselementen, maar ziet toe op verlies of voortbestaan van landschapselementen. Het gebruik daarvan is daarom niet geregeld binnen deze verordening.

3

Artikel 7.1 biedt het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid een verplichting op te leggen tot het wegnemen van bedreigingen voor het voortbestaan van houtopstanden. Daarmee is de instandhoudingsplicht voldoende beschreven. Wij zien daarom geen reden om een aanpassing in voorliggende regelgeving te verwerken. Artikel 1: onder punt aa vellen: onder vellen wordt in de professionele groensector niet verstaan rooien maar het 10 tot 20 cm boven de grond afzagen van bomen of struiken zodat de stobbe opnieuw kan uitlopen. Dit graag aanpassen aan professionele omschrijvingen. Reactie gemeente: In de begripsomschrijving en verwoording zoals in deze verordening opgenomen is aansluiting gezocht bij de terminologie zoals in aansluitende regelgeving wordt gebruikt. De Wet Natuurbescherming omschrijft vellen als: rooien of verrichten van andere handelingen die de dood of ernstige beschadiging van een houtopstand tot gevolg kunnen hebben. Wij zien daarom geen reden om een aanpassing in voorliggende regelgeving te verwerken. Artikel 2-3: graag naast omtrek van bomen van 1,25 cm ook doorsnede vermelden van 40 cm Reactie gemeente: In de kapverordening 2015 werd uitgegaan van een stamdikte van 40cm. In de nieuwe kapverordening wordt als uitgangspunt 125cm omtrek genomen, omdat daarin nagenoeg geen interpretatieverschil mogelijk is.

De oude maat, 40cm, gaf reden tot discussie bij bomen met een niet-ronde stam. Het alsnog opnemen van de 40cm maat geeft onduidelijkheid in de regelgeving omdat 125cm omtrek en 40cm dikte niet altijd overeenkomt. Wij zien daarom geen reden om een aanpassing in voorliggende regelgeving te verwerken. Artikel 3: Graag onder artikel 3.4 toevoegen als punt g: waarden van een Casco-element volgens de Casco-benadering NO-Twente. Reactie gemeente: Het cascobeleid (Cascobenadering Noordoost Twente) is een toetsinstrument wat gebruikt wordt om onder andere de landschappelijke waarden van houtopstanden te bepalen. Aangezien in artikel 3.4 reeds is opgenomen dat een vergunningaanvraag getoetst wordt op landschappelijke waarden van de betreffende houtopstanden is hetgeen indiener vraagt reeds verwerkt in de regelgeving. Wij zien daarmee geen reden tot aanpassing van de regelgeving. Graag gaan onze natuurorganisaties het gesprek aan met de opstellers van deze kapverordening 2021 Dinkelland/Tubbergen zodat er een regeling tot stand komt die het Twentse Landschap optimaal kan beschermen en recht doet aan de beheerders van dat prachtige coulisselandschap. Reactie gemeente: Uiteraard staan wij open voor een gesprek over dit onderwerp en delen wij de mening dat bescherming en beheer de nodige waardering verdient.

Dit is echter geen onderdeel van de kapverordening en maakt daarom geen onderdeel uit van het raadsvoorstel.

Conclusie reactie reclamant 1: De ingebrachte zienswijze leidt niet tot wijzigingen in het raadsvoorstel.

B. Zienswijze van bct architecten, ingenieurs en adviseurs bv uit Enschede Graag willen wij onze zienswijze naar voren brengen voor de herziening van de bebouwde kom grenzen. Voor het perceel kadastraal bekend Gemeente Weerselo, Sectie V, Perceel 678, is met goedkeuring van het Kwaliteitsteam van de gemeente in het kader van rood voor rood bebouwing van dit kavel goedgekeurd (breedte perceel ca 30m). Dit kavel is gelegen tussen de grens van de bebouwde kom en Koninksweg 18, waarop een woning is gebouwd. Graag zien wij dat dit perceel Gemeente Weerselo, Sectie V, Perceel 678, waarvoor al een woonbestemming is toegekend, als inbreidingslocatie bij de bebouwde kom wordt getrokken. Immers, de verplaatsing van de westelijke

4

dorpsrand naar de westelijke zijde is in het Kwaliteitsteam van de gemeente al goedgekeurd evenals zoals hierboven genoemd de bebouwing van dit kavel. Wij verzoeken daarom de westelijke dorpsrand in westelijke richting uit te breiden ter hoogte van de vrij liggende kavel aan de Koninksweg, een en ander zoals reeds in het Kwaliteitsteam is geaccordeerd. Reactie gemeente: Naar aanleiding van hetgeen gesteld wordt in deze zienswijze zijn wij van mening dat het betreffend kavel als een locatie binnen de bebouwde kom gezien kan worden. Daarom zien wij deze aanpassing als wenselijk en wordt deze in de regelgeving verwerkt. Conclusie reactie reclamant 2: De voorgestelde aanpassing van de komgrens wordt overgenomen.

C. Zienswijze van reclamant 3 Geachte College, In Dinkelland Visie is bekend gemaakt dat de kapverordening 2021 en de herziene bebouwde kom grenzen volgens de wet Natuurbescherming ter inzage ligt en dat daar een zienswijze op ingediend kan worden. Ik wil hier graag als Noaberkracht inwoner en in het kader van noaberplicht gebruik van maken. Eigenlijk zou er gezien de ernst van de situatie in deze stikstof crises tijd , een algeheel kap- en rooiverbod moeten komen , om ons Twentse Landschap en de Natuur te beschermen, een kapverordening waarin alleen het onderhoud van houtopstanden wordt geregeld. Daarnaast is voor het behoud van het Twentse Landschap, ook de aanpassing van de komgrenzen op bepaalde plekken een bedreiging. Dat dit via de Wnb gebeurt, vind ik zeer bedenkelijk en vraag me af of dit wettelijk wel juist is. Uitgangspunt van de zienswijze is dat het gaat om bescherming van Natuur en het behoud van het Twentse Landschap ! Ik maak me hierover ernstig zorgen, daarom onderstaande opmerkingen en verzoeken tot verbetering van de ter inzage liggende Kapverordening 2021 van de NOT gemeenten en de herziene bebouwde kom grenzen volgens de Wet Natuurbescherming. Zienswijze, opmerkingen en vragen t.a.v.

de kapverordening 2021 Algemene opmerkingen en vragen; • Is er geen artikelsgewijze toelichting bij deze kapverordening? Reactie gemeente: Een artikelsgewijze toelichting is benodigd als de verordening zelf onvoldoende duidelijkheid biedt. Naar aanleiding van de verwerking van zienswijzen wordt nader bekeken of een artikelsgewijze toelichting noodzakelijk wordt geacht. • Zijn er nieuwe beleidsregels bij de Kapverordening Tubbergen 2021 opgesteld (ter vervanging van de beleidsregels kapbeleid 2015)? Reactie gemeente: De beleidsregels kapbeleid worden herzien na vaststelling van de nieuwe kapverordening 2021. Het college van burgemeester en wethouders zal dan in haar vergadering het nieuwe kapbeleid vaststellen. • Opvallend dat er nu onderscheid wordt gemaakt tussen binnen de bebouwde kom (art. 2) en buiten de bebouwde kom (art. 3). Wat is de reden, waarom wordt dit onderscheid gemaakt? Reactie gemeente: Een kapverordening is een middel om waardevolle houtopstanden te beschermen. Omdat de waarden en verschijningsvormen van houtopstanden verschillen tussen binnen- en buiten de 5

bebouwde kom, is een onderscheid met daarbij passende regelgeving opgenomen in het concept kapverordening 2021. • In de huidige kapverordening worden houtopstanden binnen de bebouwde kom beter beschermd dan in de voorgestelde kapverordening. Reactie gemeente: In de huidige kapverordening is de regelgeving voor binnen de bebouwde kom anders dan in de concept kapverordening 2021, in hoeverre het waardeoordeel ‘beter beschermd’ van toepassing is zal afhankelijk zijn van specifieke situaties. • In de conceptkapverordening mist de strafbepaling en de aanwijzing van ambtenaren belast met toezicht en ambtenaren belast met de opsporing van strafbare feiten. Is dat voldoende geregeld? (misschien via de Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht en/of de Wet op de economische delicten?) Reactie gemeente: De strafrechtelijke handhaving van de kapverordening is voldoende geregeld, zowel voor wat betreft de aanwijzing van ambtenaren, als met betrekking tot de strafbaarstelling. Het handelen zonder omgevingsvergunning, of in strijd met een omgevingsvergunning, is een economisch delict op grond van artikel 1a van de Wet op de economische delicten. • Waarborgen toezicht en handhaving. (Hoe wordt/is dit geregeld)? Het is belangrijk dat voor de handhaving van de kapverordening extra capaciteit beschikbaar wordt gesteld en dat er bestuurs-en strafrechtelijk gehandhaafd kan worden.

Reactie gemeente: Wij onderschrijven het belang van handhaving van de kapverordening. De omvang van de handhavingscapaciteit wordt niet geregeld via de kapverordening en maakt daarom geen onderdeel uit van het raadsvoorstel. • Na het in werking treden van de kapverordening, is het van groot belang dat de nieuwe spelregels goed worden uitgevoerd en worden nageleefd. Daarom zou het goed zijn om vooral in de beginperiode (zeg de eerste 2 jaar) extra handhavingscapaciteit in te zetten. Reactie gemeente: Wij onderschrijven het belang van handhaving van de kapverordening. De omvang van de handhavingscapaciteit wordt niet geregeld via de kapverordening en maakt daarom geen onderdeel uit van het raadsvoorstel. • De in deze verordening gedefinieerde en gebruikte terminologie graag ook hanteren in de publicaties van de gemeente, zodat dat geen verwarring kan ontstaan tussen met name kappen en rooien. Het gaat immers in de aanvraag bijna altijd om rooien ! Reactie gemeente: Voor zowel publicaties als benaming van de verordening (Kapverordening) wordt gebruik gemaakt van de terminologie die het meest herkenbaar is voor onze inwoners. Met de terminologie ‘het kappen van ….’ is immers voor iedereen duidelijk dat het gaat om verwijderen van een boom of houtopstand.

Daarnaast sluit de term ‘kappen’ aan op het landelijke omgevingsloket, het landelijk digitaal systeem voor het aanvragen van vergunningen waarin eveneens ‘kappen’ gebruikt wordt. • Graag een meldingsplicht toevoegen voor dunning van houtopstanden. Motivatie; verbeterde controle en eventuele bewijslast voor handhavers en burgers. Reactie gemeente:

6

Voor het buitengebied geldt voor het merendeel van de houtopstanden een meldplicht bij dunning en/of onderhoudswerkzaamheden aan houtopstanden op basis van de WNB houtopstanden. Van dergelijke meldingen ontvangt de gemeente een afschrift. Wij zien, gelet op deze reeds bestaande meldplicht, geen reden om in de gemeentelijke regelgeving eveneens een meldplicht op te nemen voor uitvoering van werkzaamheden waarop geen vergunningplicht rust. • Met de komst van zonnepanelen op daken en zonnevelden zien wij een bedreiging voor de in de nabijheidgelegen houtopstanden. De houtopstanden kunnen immers de energieopbrengst door schaduwwerking verminderen. Dit mag echter nooit een argument zijn om een houtopstand te doen kappen of te rooien. Daarom graag zou het goed zijn dat de aanvrager de reden moet aangeven van de gewenste kap en rooi houtopstand en op grond van bovenstaande de kap of rooi houtopstand kan worden geweigerd. Reactie gemeente: Bij het indienen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning dient een aanvrager altijd een motivering/onderbouwing aan te geven. Dit is reeds binnen de geldende regelgeving van kracht. Deze motivering wordt door de gemeente bij de inhoudelijke beoordeling gebruikt om toetsing aan de in art. 2.3 en 3.4 genoemde waarden uit te voeren.

Het college van B&W kan in de beleidsregels nadere voorwaarden, regels of eisen stellen voor specifieke situaties, onder andere voor vellen of rooien vanwege schaduwwerking op zonnepanelen. • Door klimaatverandering blijft de temperatuur in de bebouwde kom hoger dan in het omringende gebied. De stad, het dorp verandert in een hitte-eiland, wat kan leiden tot hitte-stress bij bewoners. Meer groen in de stad helpt, dus is het noodzaak om groen in de steden te behouden. Door het kappen en rooien van sommige soorten houtopstanden binnen de bebouwde kom te vergemakkelijken (vergunningsvrij maken), voorzie ik (toekomstige) problemen voor mens en dier. Vraag; de conceptkapverordening lijkt hier averechts te gaan werken. Hoe denk de gemeente hierover? Reactie gemeente: De gemeente heeft diverse beleidsplannen op gebied van groen, water, biodiversiteit, bijvoorbeeld het Kwaliteitsplan openbaar groen. Deze beleidsplannen geven de visie van de gemeente weer op de genoemde onderwerpen. • Ter verduidelijking van de kapverordening, zou het goed zijn de matrix van de keuzemogelijkheden, voor het vellen of vellen van één of twee bomen cq het vellen of vellen van een landschapselement of een (onder)deel daarvan, van gemeente (Dhr. Jonas) wordt toegevoegd of een verwijzing daarnaar. N.b. De matrix moet wellicht nog aangepast/verduidelijkt worden aan de nieuwe kapverordening.

Reactie gemeente: De genoemde matrix, een stroomschema ter verduidelijking van vergunningplicht, is een communicatiemiddel. Na het vaststellen van de kapverordening door de gemeenteraad zal beoordeeld worden of het wenselijk en nodig is een nieuw stroomschema op te stellen en te publiceren. Opmerkingen en vragen tav de kapverordening; Artikel 1. Begripsomschrijvingen Artikel 1 vraag ; is er een verschil tussen een bomenrij (c) en een singel (zie z) ? - Voorstel verduidelijking bomenrij (c) ; drie of meer bomen zonder onderbegroeiing, al dan niet langs een bestaande of voormalige weg, waterloop en/of perceel, visueel als samenhangend element. Is deze verduidelijking wenselijk? Reactie gemeente: Wij zien door het toevoegen van de zinsnede ‘zonder onderbegroeiing’ een vernauwing van het werkingsgebied van dit artikel. Derhalve zien wij de voorgestelde wijziging als niet wenselijk. Bij dit artikel 1.1 onder m. zouden wij graag de volgende punten aangepast zien; 7

• m. houtopstand: één of meer bomen en/of een of meer boomvormers en/of één of meer landschapselementen incl. onderbegroeiing. Reactie gemeente: Wij zien geen noodzaak in het toevoegen van de zinsnede ‘incl. onderbegroeiing’ omdat bij de definitie van houtopstanden waar bescherming van onderbegroeiing wenselijk is, hakhout en singels, reeds vermelding is opgenomen van struiken. • u. landschapswaarden; waarom de waarde van landschapselementen… en niet de waarde van één of meer houtopstanden….? Dit omvat namelijk alle mogelijkheden; bomen; boomvormers; landschapselementen (te weten) hakhout; een houtwal; een singel; een boomgroep; een (erf)bos; een bomenrij; Reactie gemeente: Het aanpassen van de definitie van landschapswaarden naar ‘de waarde van houtopstanden…’ doet recht aan de mogelijke landschapswaarde van houtopstanden, geen landschapselement zijnde. Daarom zien wij deze aanpassing als wenselijk en wordt deze in de regelgeving verwerkt. In art. 1 aanhef en onder u. wordt een definitie gegeven van landschapswaarden, terwijl in art. 2 lid 3 en 3 lid 4 wordt gesproken over landschappelijke waarden. Wat is het verschil of wordt hetzelfde bedoeld? Zo ja, dan graag aanpassen. Reactie gemeente: Reclamant merkt terecht op dat hier door verschil in terminologie onduidelijkheid kan ontstaan. Wij zullen deze opmerking in de regelgeving verwerken. Artikel 2.

Bomen binnen de bebouwde kom In artikel 2 zouden wij graag de volgende punten aangepast zien; • Artikel 2 ; verbod om landschapselement binnen de bebouwde kom geheel of gedeeltelijk te vellen ontbreekt, graag toevoegen in lid 1, 2 en 3 Reactie gemeente: Bij het opstellen van de concept kapverordening 2021 is de keus gemaakt het landschapselement binnen de bebouwde kom niet langer als samenhangend element op te nemen in de regelgeving, omdat daarmee vele niet of slechts beperkt waardevolle elementen met vergunningplicht belast werden. Vanuit de doelstelling van de kapverordening, het beschermen van waardevolle houtopstanden, is een bescherming van bomen of boomvormers op basis van afmeting opgenomen. Dit biedt voor het overgrote deel van waardevolle houtopstanden binnen de bebouwde kom voldoende bescherming, terwijl er geen belasting met vergunningplicht ligt op minder of niet waardevolle houtopstanden. Wij zullen daarom geen aanpassing van de regelgeving uitvoeren. • Artikel 2 lid 2 graag aan “boom, boomvormer toevoegen. Reactie gemeente: Indiener merkt terecht op dat hier de term boomvormer ontbreekt, waar dit in het kader van eenduidige regelgeving wel wenselijk is. Wij zullen deze opmerking in de regelgeving verwerken. • Artikel 2 lid 2 na vellen toevoegen “of te doen vellen” Reactie gemeente: Indiener merkt terecht op dat hier de toevoeging ‘of te doen vellen’ ontbreekt.

Wij zullen deze opmerking in de regelgeving verwerken. Artikel 2 lid 3 anders omschrijven? kan worden verleend of onder voorschriften of beperkingen worden verleend als het belang van het behoud van:….. niet opweegt tegen het belang bij het vellen van… 8

Wij zien kiezen liever voor het uitgangspunt weigeren, tenzij…. zie oude kapverordening art. 3 en vanuit de gedachte Wet Natuurbescherming, zien wij graag de verordening veranderd in : wordt geweigerd, indien… Zie ook modelverordening van de bomenstichting artikel 6 –Bomenverordening algemeen Reactie gemeente: In de concept kapverordening 2021 is in artikel 2.3 vermeldt; ‘kan worden geweigerd, of onder voorschriften of beperkingen worden verleend…’ Hetgeen reclamant opmerkt is daarmee reeds in de regelgeving opgenomen. Artikel 3. Bomen en landschapselementen buiten de bebouwde kom In artikel 3 zouden wij graag de volgende punten aangepast zien; Bij artikel 3 zouden wij graag toegevoegd zien; • Het is verboden om solitaire bomen in een landbouwperceel met een stamomtrek van kleiner 1,25 m zonder omgevingsvergunning van burgermeester en wethouders te vellen of te doen vellen. Reactie gemeente: Vanuit de doelstelling van de kapverordening, het beschermen van waardevolle houtopstanden, is een bescherming van solitaire bomen of boomvormers op basis van afmeting opgenomen. Dit biedt voor het overgrote deel van waardevolle solitaire bomen of boomvormers voldoende bescherming, terwijl er geen belasting met vergunningplicht ligt op minder of niet waardevolle solitaire bomen of boomvormers.

Daarnaast sluit de gekozen omtrekmaat aan op de onder de kapverordening 2015 geldende stamdiktemaat van 40cm. Wij zullen daarom geen aanpassing van de regelgeving uitvoeren. Artikel 3 lid 2 na vellen toevoegen “of te doen vellen” Reactie gemeente: Reclamant merkt terecht op dat hier de toevoeging ‘of te doen vellen’ ontbreekt. Wij zullen deze opmerking in de regelgeving verwerken. Artikel 3 lid 3 na vellen toevoegen “of te doen vellen” Reactie gemeente: Reclamant merkt terecht op dat hier de toevoeging ‘of te doen vellen’ ontbreekt. Wij zullen deze opmerking in de regelgeving verwerken. Artikel 3 lid 4 anders omschrijven? kan worden verleend of onder voorschriften of beperkingen worden verleend als het belang van het behoud van:….. niet opweegt tegen het belang bij het vellen van… Wij zien kiezen liever voor het uitgangspunt weigeren, tenzij…. zie oude kapverordening art. 3 en vanuit de gedachte wet Natuurbescherming zien wij graag de verordening veranderd in : wordt geweigerd, indien… Zie ook modelverordening van de bomenstichting artikel 6 –Bomenverordening algemeen Reactie gemeente: In de concept kapverordening 2021 is in artikel 3.4 vermeldt; ‘kan worden geweigerd, of onder voorschriften of beperkingen worden verleend…’ Hetgeen reclamant hier opmerkt is daarmee reeds in de regelgeving opgenomen. Artikel 3 lid 4 Bij dit artikel zouden wij graag toegevoegd zien; • g.

waarde van casco-elementen volgens de Cascobenadering in Noord Oost Twente.(motivatie; op deze manier wordt de aanvrager gedwongen om na te gaan of de houtopstand een casco element betreft.) Reactie gemeente: Het cascobeleid (Cascobenadering Noordoost Twente) is een toetsinstrument wat gebruikt wordt om onder andere de landschappelijke waarden van houtopstanden te bepalen. Aangezien in artikel 3.4 reeds is opgenomen dat een vergunningaanvraag getoetst wordt op landschappelijke waarden van de betreffende houtopstanden is hetgeen reclamant vraagt

9

reeds verwerkt in de regelgeving. Wij zien daarmee geen reden tot aanpassing van de regelgeving. Wij zien graag in artikel 3 een lid toegevoegd over snoeiafval ; indien snoeiafval niet wordt afgevoerd en ter plekke wordt verbrand, is een vergunning nodig voor ontheffing stookverbod. Reactie gemeente: Het verbranden van snoeiafval en eventueel benodigde vergunning is geregeld in de Algemene plaatselijke verordening. Wij zien daarom geen reden tot een aanpassing van de voorliggende regelgeving. Artikel 4. Geen vergunning vereist Bij artikel 4 hebben wij de volgende vragen of zouden wij graag de punten aangepast zien; Artikel 4.7 Bij dit artikel zouden wij de volgende opmerkingen/bedenkingen; Motivatie ; Is de uitzondering van de vergunningsplicht als bedoeld in artikel 4 lid 7 wel wenselijk of is dit een uitzondering opgenomen in hogere wetgeving? Zijn de belangen van het behoud van het landschap, door inspraak/bezwaarmogelijkheden door burgers en organisaties zo wel voldoende geborgd? Wij hebben twijfels en zien dit graag getoetst. Opm.

In artikel 4 lid 7 van de Kapverordening Tubbergen 2015 staat vermeld dat er een omgevingsvergunning volgens de WABO is vereist, is dit in de nieuwe verordening nog steeds zo? Reactie gemeente: De in artikel 4.7 opgenomen vrijstelling van vergunningplicht is van toepassing op projecten of ontwikkelingen waarin reeds een wettelijk vereiste procedure doorlopen is, zoals bijvoorbeeld een bestemmingsplanwijziging. In deze doorlopen procedure zijn de betreffende landschappelijke plannen inhoudelijk getoetst en waar nodig aangepast t.b.v. onder andere landschappelijke waarden. Eveneens is bij dergelijke procedures reeds een inspraak- of bezwaarmogelijkheid geweest, waarmee de belangen van derden gehoord zijn. Het is daarom niet redelijk na afronding van dergelijke procedure een verplichting tot aanvragen van een kapvergunning, met bijbehorende procedure, te stellen als er reeds een kwalitatieve toets heeft plaatsgevonden in de eerder doorlopen procedure. Wij zien daarom geen reden tot aanpassing van de voorliggende regelgeving.

Artikel 4.8 Is hier vergunningsplicht niet wenselijk voor het vellen of doen vellen of is deze uitzondering verplicht op grond van hogere wet-/regelgeving? Ligt er beslissing bevoegdheid bij de gemeente, zodat er een inspraakmogelijkheid is voor burgers en organisaties ? Reactie gemeente: De in artikel 4.8 opgenomen vrijstelling van vergunningplicht is van toepassing op projecten binnen de vastgestelde begrenzing van Natura2000 en Natuur Netwerk Nederland, waarin reeds een wettelijk vereiste procedure doorlopen is ter vaststelling van de natuurdoelstellingen, zoals bijvoorbeeld een Provinciaal inpassingsplan (PIP). Eveneens is bij dergelijke procedures reeds een inspraak- of bezwaarmogelijkheid geweest, waarmee de belangen van derden gehoord zijn. Daarnaast gelden voor vele werkzaamheden in natuurterreinen op basis van de WNB-houtopstanden vrijstellingen van melding- of ontheffingplicht, waarmee het vrijstellen van gemeentelijke vergunningplicht zoals opgenomen in art. 4.8 in lijn ligt met de landelijke en provinciale regelgeving. Wij zien daarom geen reden tot aanpassing van de voorliggende regelgeving.

Artikel 5 compensatie en herplant Bij artikel 5 hebben wij de volgende vragen of zouden wij graag de punten aangepast zien; Artikel 5 lid 1 (tekstueel ; bedoelt moet zijn bedoeld) • Bij artikel 5.2 hebben wij de volgende algemene vragen; • Hoe wordt dit gecontroleerd en vindt er overdracht plaats? Reactie gemeente: Toezicht en handhaving binnen het grondgebied van de gemeenten Dinkelland en Tubbergen vindt plaats door Noaberkracht zodat er geen noodzaak is voor overdracht. Het toestaan van 10

compenserende beplanting buiten het grondgebied van de gemeenten Dinkelland en Tubbergen komt in de praktijk niet vaak voor. Overdracht vindt plaats door persoonlijk contact tussen betrokken ambtenaren. - Hoe en door wie wordt de gecompenseerde beplanting in stand gehouden? Reactie gemeente: Degene aan wie de verplichting is opgelegd is verantwoordelijk voor het in stand houden van de aanplant zoals in vergunningvoorschriften opgenomen wordt. • In artikel 5 compensatie en herplant zouden wij aangepast zien dat; Alvorens het vellen van landschapselementen plaatsvindt, volgens een verleende omgevingsvergunning, allereerst aan de herplantplicht (indien die op een andere locatie plaats vindt) wordt voldaan. Motivatie ; gemeente kan vooraf controleren en bespaart de handhavers veel tijd en juridisch gedoe. Maar bovenal weten we zeker dat er geen natuur verloren is gegaan. Reactie gemeente: Het verlenen van een kapvergunning houdt niet automatische in dat er ook gekapt gaat worden. Pas als er daadwerkelijk gebruik wordt gemaakt van de kaptoestemming ontstaat de noodzaak van herplant. • Bij artikel 5.3 hebben wij de volgende kanttekening; De NOT gemeenten en de provincie Overijssel zijn eigenaar van de cascobenadering. In artikel 1.2 van de cascobenadering wordt dit beschreven.

De gemeente kan dus, volgens ons, niet zelfstandig, zonder de toestemming en expertise van de provincie Overijssel en andere belanghebbende, de cascokaart aanpassen. Zie ook art. 8 lid 5 Motivatie ; de provincie Overijssel moet er op toezien dat de cascobenadering uniform in de NOT gemeenten wordt toegepast en dat het Twentse landschap behouden blijft volgens de ambities en de doelen van het Nationaal Landschap Noord Oost Twente. Reactie gemeente: De gemeenten van Noordoost Twente zijn zelfstandig bevoegd tot het vaststellen van beleidsstukken, zo ook het cascobeleid. Daarnaast biedt het cascobeleid aan het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten de mogelijkheid tot herziening van de cascokaart, zoals opgenomen in artikel 3.2 van de ‘Cascobenadering in NoordoostTwente’. Wij zien daarom geen reden tot aanpassing van de voorliggende regelgeving. Artikel 6bijzondere voorschriften en beperkingen. Artikel 6 lid 2 ; hier staat ; ………………als bedoeld onder a. , moet dit niet onder 1. zijn ? Reactie gemeente: Reclamant merkt terecht op dat de verwijzing incorrect is. Wij zullen deze opmerking in de regelgeving verwerken.

Artikel 6 lid 3 ; als nader in die vergunning (toevoegen?) aangeduide omstandigheden zijn ingetreden of nader in die vergunning (toevoegen?) aangeduide voorwaarden zijn vervuld Reactie gemeente: In de inleidende zin voor artikel 6 is reeds benoemt dat het gaat om voorschriften of beperkingen die aan een omgevingsvergunning verboden kunnen worden. De voorgestelde toevoeging is daarmee niet benodigd. Wij zien daarom geen reden tot aanpassing van de voorliggende regelgeving. Artikel 7 instandhoudingsplicht en herplantplicht Bij artikel 7 hebben wij de volgende vragen of zouden wij graag de punten aangepast zien; Artikel 7 lid 2 lijkt niet logisch verwoord.. ...”waarop dit verbod niet van toepassing is op grond van artikel 4, onder 4. en 5. zonder vergunning is geveld” Er is helemaal geen vergunning vereist voor het

11

vellen of doen vellen als bedoeld in artikel 4, onder 4. en 5. Tekst kan volgens ons wel gewoon blijven staan. Geen nadeel voor het behoud van houtopstanden. Reactie gemeente: Op basis van de ingediende opmerking zien wij in dat de zinsnede onduidelijkheid kan bieden. Wij zullen daarom in de regelgeving een aangepaste zinsnede opnemen ter verbetering van de leesbaarheid van de regelgeving. Artikel 7 lid 2 laatste zin ; Daarbij kan tevens worden bepaald ……………………. Graag veranderen in; Daarbij wordt tevens bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen. We nemen aan dat dit niet straffeloos gebeuren kan en hier missen wij de boete/strafbepaling. Reactie gemeente: Op de naleving van de herplantplicht kan zowel bestuursrechtelijk (dwangsommen, bestuursdwang) als strafrechtelijk worden gehandhaafd. Beide soorten van handhaving zijn voldoende geregeld. Het handelen zonder omgevingsvergunning, of in strijd met een omgevingsvergunning, is een economisch delict op grond van artikel 1a van de Wet op de economische delicten. Artikel 7 lid 3. • Graag toevoegen: incl. strafbepaling Reactie gemeente: Een toevoeging heeft geen meerwaarde. De strafrechtelijke handhaving van de kapverordening is voldoende geregeld, zowel voor wat betreft de aanwijzing van ambtenaren, als met betrekking tot de strafbaarstelling.

Het handelen zonder omgevingsvergunning, of in strijd met een omgevingsvergunning, is een economisch delict op grond van artikel 1a van de Wet op de economische delicten. Artikel 8 Slot- en overgangsbepaling Bij artikel 8 hebben wij de volgende opmerking; Artikel 8 lid 5. De laatste zinsnede, tot zij door burgemeester en wethouders is vervangen of gewijzigd geeft volgens ons ruimte om af te wijken van het huidige cascoregeling. De NOT gemeenten en de provincie Overijssel zijn eigenaar van de cascobenadering. In artikel 1.2 van de cascobenadering wordt dit beschreven. De gemeente kan dus, volgens ons, niet zelfstandig, zonder de toestemming en expertise van de provincie Overijssel en andere belanghebbende, de cascokaart aanpassen. Zie ook hierboven art. 5 lid 3 Reactie gemeente: De gemeenten van Noordoost Twente zijn zelfstandig bevoegd tot het vaststellen van beleidsstukken, zo ook het cascobeleid. Daarnaast biedt het cascobeleid aan het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten de mogelijkheid tot herziening van de cascokaart, zoals opgenomen in artikel 3.2 van de ‘Cascobenadering in NoordoostTwente’. Wij zien daarom geen reden tot aanpassing van de voorliggende regelgeving. Zienswijze, opmerkingen en vragen t.a.v.

herziening bebouwde kom grenzen volgens de Wet Natuurbescherming; Algemene opmerkingen; • Er is geen toelichting waarin is uitgelegd/vastgelegd hoe de komgrenzen tot stand zijn gekomen. Dit maakt het toetsen onmogelijk en het roept veel vragen op. Reactie gemeente: Binnen de Wet Natuurbescherming wordt aan gemeenten de mogelijkheid geboden komgrenzen vast te stellen waarmee het werkingsgebied van de WNB-houtopstanden bepaalt wordt. Voor het vaststellen van deze grenzen gelden geen vaste richtlijnen. Het doel van het vaststellen van de bebouwde komgrenzen volgens de WNB-houtopstanden is het werkingsgebied van de provinciale en gemeentelijke regelgeving aan te geven, ten einde toetsing daaraan mogelijk te maken. 12

• Door de bebouwde komgrenzen op plekken uit te breiden ten koste van het buitengebied, komen er op plekken landschapselementen binnen de bebouwde kom te vallen. Deze landschapselementen worden niet meer beschermd door de Wnb (art.4.1 lid a) en komen te vallen onder de art. 2 van de kapverordening. Dit betekent dat alle bomen met een omtrek kleiner dan 1,25 mtr. zonder omgevingsvergunning geveld en gerooid mogen worden. Dit kan toch niet bedoeling zijn van de Wet Natuur Bescherming! De natuur vraagt er in ieder geval niet om! Reactie gemeente: De Wet Natuurbescherming is voor een belangrijk deel gebiedsdekkend van toepassing voor bescherming van flora en fauna, slechts het onderdeel houtopstanden heeft binnen de bebouwde kom geen werking. Daar is artikel 2 van de gemeentelijke kapverordening van toepassing. Door de voorgestelde wijzigingen van de kapverordening en komgrenzen volgens de WNB-houtopstanden kan op specifieke locaties verandering van geldende regelgeving ontstaan. Op sommige locaties ontstaat daarmee een vergroting van mogelijkheden tot vergunningvrij vellen, op andere locaties een vermindering van deze mogelijkheden. Vanuit de doelstelling van de kapverordening, het beschermen van waardevolle houtopstanden, is een bescherming van solitaire bomen of boomvormers op basis van afmeting opgenomen.

Dit biedt voor het overgrote deel van waardevolle solitaire bomen of boomvormers voldoende bescherming, terwijl er geen belasting met vergunningplicht ligt op minder of niet waardevolle solitaire bomen of boomvormers. Daarnaast sluit de gekozen omtrekmaat van 125cm aan op de onder de kapverordening 2015 geldende stamdiktemaat van 40cm. Wij zullen daarom geen aanpassing van de regelgeving uitvoeren. • Als het doel van de aanpassing is om waardevolle houtopstanden te beschermen, dan is het (wellicht juridisch) onjuist om (zonder gegronde reden) de komgrens ten nadele van houtopstanden/waardevolle landschapselementen te verleggen. Reactie gemeente: Binnen de Wet Natuurbescherming wordt aan gemeenten de mogelijkheid geboden komgrenzen vast te stellen waarmee het werkingsgebied van de WNB-houtopstanden bepaald wordt. Het doel van het vaststellen van de bebouwde komgrenzen volgens de WNBhoutopstanden is het werkingsgebied van de provinciale en gemeentelijke regelgeving aan te geven, ten einde toetsing daaraan mogelijk te maken. • Als verduidelijking van de komgrenzen nodig is, is het veel simpeler -voor zowel gemeente (ambtenaren) als voor de burgers-om de vastgestelde R.O. bestemmingsgrens als grens te hanteren.

Reactie gemeente: De grens die gehanteerd wordt vanuit het bestemmingsplan heeft een andere functie en doelstelling dan de grens die het werkingsgebied van de kapverordening en Wnbhoutopstanden bepaalt. Daarmee biedt het een op een overnemen van deze grenzen geen gemeente-breed toepasbare geschikte oplossing. Vragen en opmerkingenherziening komgrenzen; • Volgens welke richtlijnen zijn de voorgestelde komgrenzen bepaald en door wie zijn die richtlijnen bepaald? Reactie gemeente: De Wnb geeft geen vaste richtlijnen voor het vaststellen van de bebouwde komgrenzen. Het college van burgemeester en wethouders heeft de vrijheid naar eigen inzicht een voorstel voor de ligging van de komgrens aan de gemeenteraad voor te leggen, waarna de gemeenteraad de bevoegdheid heeft deze vast te stellen. Het voorliggend voorstel is gemaakt op basis van de aanwezigheid van fysieke bebouwing, (herkenbaarheid als bebouwde kom), gecombineerd met de algemeen bekende komgrens zoals de wegenverkeerswet (blauwe komborden) kent. • Op wie zijn verzoek worden de komgrenzen aangepast ? Is dit wetgeving, politiek of gebeurt dit op verzoek van belanghebbende grondeigenaren?

13

Reactie gemeente: Een nieuwe kapverordening geeft aanleiding om het werkingsgebied, wat gedeeltelijk bepaald wordt door de komgrenzen Wnb-houtopstanden, te actualiseren. En het lijkt erop dat de komgrensaanpassing niet op alle plekken in de kerkdorpen, eenduidig is toegepast. • Gesteld wordt dat; De herziening van de grenzen voor de bebouwde kom in het kader van de Wet Natuurbescherming voorziet in een actualisatie en verduidelijking van de komgrenzen die gelden voor delen van de Wet Natuurbescherming. De vragen hierbij zijn; voor welke delen van de Wet Natuurbescherming ? en wat is de noodzaak vanuit de Wnb ? is deze evt. noodzaak onderbouwd met een onderzoek/advies ? Reactie gemeente: Een nieuwe kapverordening geeft aanleiding om het werkingsgebied, wat gedeeltelijk bepaald wordt door de komgrenzen Wnb-houtopstanden, te actualiseren. Deze komgrens heeft voor de Wet Natuurbescherming alléén werking op het onderdeel WNB-houtopstanden. De overige onderdelen van de Wnb kennen geen verschil in werkingsgebied tussen binnen- en buiten de bebouwde kom.

• Is de herziening van de kom grenzen afgestemd op de provinciale natuurvisie? Zo ja, is er bij de provincie demogelijkheid geweest om een zienswijze of bezwaar in te dienen? Is dit onderbouwd met een landschappelijk of ecologisch onderzoek/advies vanuit provincie of gemeente? Reactie gemeente: Binnen de Wet Natuurbescherming wordt aan gemeenten de mogelijkheid geboden komgrenzen vast te stellen waarmee het werkingsgebied van de Wnb-houtopstanden bepaald wordt. Het doel van het vaststellen van de bebouwde komgrenzen volgens de Wnbhoutopstanden is het werkingsgebied van de provinciale en gemeentelijke regelgeving aan te geven, ten einde toetsing daaraan mogelijk te maken. De herziening is besproken met de provinciale medewerkers die hiermee van doen hebben. Daarnaast heeft ook de Provincie gelegenheid gehad een zienswijze in te dienen n.a.v. het ter inzage gelegde voorstel. Een nader landschappelijk of ecologisch onderzoek ter onderbouwing voor de vaststelling van de komgrenzen Wnb door de gemeenteraad is niet benodigd, aangezien er sprake is van vaststelling van regelgeving. De uitvoering van deze regelgeving kan, bij het indienen van een vergunningaanvraag, wel aanleiding geven tot bijvoorbeeld een onderzoek naar aanwezige beschermde flora of fauna als er kans op overtreding van de Wet Natuurbescherming, onderdeel soortenbescherming bestaat.

• Waarom worden erop bepaalde plekken agrarische gronden binnen de bebouwde kom gesitueerd? Reactie gemeente: Voor een antwoord op deze vraag is een nadere aanduiding van de betreffende locaties benodigd, waarbij in het algemeen gesteld kan worden dat het grondgebruik niet bepalend is voor ligging binnen of buiten de bebouwde kom. . • Als het doel van de aanpassing is om waardevolle houtopstanden te beschermen, dan is het (juridisch) onjuist om (zonder gegronde reden) de komgrens ten nadele van houtopstanden/waardevolle landschapselementen te verleggen. Is er een ecologisch rapport en/of onderzoek waarin nieuwe komgrenzen worden gerechtvaardigd? Reactie gemeente: Het doel van de kapverordening is het beschermen van waardevolle houtopstanden. Het doel van de herziening komgrenzen betreft het actualiseren van de komgrenzen die het werkingsgebied bepalen van de kapverordening en Wnb-houtopstanden. • De landschapselementen op ons perceel en andere betrokken percelen zijn bestempeld als onderdelen van het buitengebied, zowel binnen de casco regeling ,als in de groen blauwe diensten regeling. De landschapselementen zijn in het buitengebied beschermd door de wet natuurbescherming, binnen de bebouwde kom grens niet. 14

Deze landschapselementen worden straks niet meer beschermd door de Wnb (art.4.1 lid a) en komen te vallen onder de art. 2 van de kapverordening. Dit betekent dat alle bomen met een omtrek kleiner dan 1,25 mtr. zonder omgevingsvergunning geveld en gerooid mogen worden. Reactie gemeente: De constatering met betrekking tot het vergunningvrij kappen, vellen of rooien klopt. Het feit dat het rooien toegestaan is volgens art. 2 betekent uiteraard niet dat er een verplichting op rooien ligt, waarmee een eigenaar zelf het behoud van houtopstanden in de hand heeft. Er is hierin sprake van zekere mate van deregulering waarmee verantwoordelijkheid meer bij eigenaren komt te liggen. Voorbeeld ; Op ons perceel bijvoorbeeld kan ik straks zonder omgevingsvergunning 239bomen rooien en blijven er links en rechts uiteindelijk nog 19 bomen staan. Dit kan toch niet bedoeling zijn van de gemeente en Wet Natuur Bescherming! De natuur vraagt er in ieder geval niet om! Reactie gemeente: Het betreffend perceel van reclamant is gelegen in de gemeente Tubbergen. Daarom kan op dit specifieke voorbeeld niet nader ingegaan worden. Graag zie ik bovenstaande opmerkingen verwerkt in de kapverordening en de komgrens aanpassing. Daarnaast verneem ik graag van u, of deze zienswijze bijgevoegd wordt bij stukken naar de raad. Indien nodig ben ik bereid, om bovenstaande toe te lichten. Hoogachtend, …

Conclusie reactie reclamant 3: De volgende onderdelen worden aangepast naar aanleiding van de ingebrachte zienswijze: - In de begripsomschrijving (art. 1.) wordt lid u. tekstueel aangepast naar: ‘de waarde van houtopstanden en … ‘; - In de begripsomschrijving (art. 1.) wordt lid u. aangepast van ‘landschapswaarden’ naar ‘landschappelijke waarden’; - Aan art. 2 lid 2 wordt na ‘boom’, het woord ‘boomvormer’ toegevoegd; - Aan art. 2 lid 2 wordt na ‘vellen’ de zinsnede ‘of te doen vellen’ toegevoegd; - Aan art. 3 lid 2 wordt na ‘vellen’ de zinsnede ‘of te doen vellen’ toegevoegd; - Aan art. 3 lid 3 wordt na ‘vellen’ de zinsnede ‘of te doen vellen’ toegevoegd; - In art. 6 lid 2 wordt de verwijzing ‘als bedoeld onder a.’ aangepast naar ‘als bedoelt onder 1.’; - In art. 7 lid 2 wordt de zinsopbouw aangepast ter verduidelijking van het artikel; Voor het overige leidt de zienswijze niet tot wijzigingen.

3.

AMBTSHALVE WIJZIGINGEN

Naar aanleiding van diverse gesprekken over de ter inzage liggende stukken werden wij erop gewezen dat de titel van de kaarten met komgrenzen volgens Wnb-houtopstanden als onvolledig werd ervaren omdat daarin alleen ‘Komgrenzen Wet Natuurbescherming’ benoemd staat. Wij delen de mening dat daarin enige verduidelijking wenselijk is, daarom wordt op de betreffende kaarten een aanpassing in de titel gedaan naar ‘Komgrenzen Wet Natuurbescherming, onderdeel houtopstanden’. Ter verduidelijking van de regelgeving is het wenselijk om in artikel 4 lid 3 een meer specifieke verwoording van de genoemde onderdelen uit de Wet Natuurbescherming op te nemen. Er zal een toevoeging aan de regelgeving onder artikel 4.3 gedaan worden.

4.

CONCLUSIE

Naar aanleiding van de ingebracht zienswijzen en ambtshalve worden ten opzichte van het ter inzage gelegde ontwerp de volgende wijzigingen in de doorgevoerd: Kaarten bebouwde kom volgende de Wet Natuurbescherming, onderdeel houtopstanden:

15

-

Aanpassing van de komgrens WNB-houtopstanden voor de westzijde van het dorp Saasveld; Aanpassing van de titel voor de alle kaarten met de komgrenzen naar Komgrenzen Wet Natuurbescherming – onderdeel houtopstanden.

Kapverordening 2021: - In de begripsomschrijving (art. 1.) wordt lid u. tekstueel aangepast naar: ‘de waarde van houtopstanden en … ‘; - In de begripsomschrijving (art. 1.) wordt lid u. aangepast van ‘landschapswaarden’ naar ‘landschappelijke waarden’; - Aan art. 2 lid 2 wordt na ‘boom’, het woord ‘boomvormer’ toegevoegd; - Aan art. 2 lid 2 wordt na ‘vellen’ de zinsnede ‘of te doen vellen’ toegevoegd; - Aan art. 3 lid 2 wordt na ‘vellen’ de zinsnede ‘of te doen vellen’ toegevoegd; - Aan art. 3 lid 3 wordt na ‘vellen’ de zinsnede ‘of te doen vellen’ toegevoegd; - In art. 6 lid 2 wordt de verwijzing ‘als bedoeld onder a.’ aangepast naar ‘als bedoelt onder 1.’; - In art. 7 lid 2 wordt de zinsopbouw aangepast ter verduidelijking van het artikel; - Toevoeging van de in de Wet Natuurbescherming opgenomen teksten aan artikel 4 lid 3.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/485/documents/15773