CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactienota zienswijzen Bestemmingsplan Hoek Parallelweg en Hanzeweg Denekamp def.pdf

Gemeenteraad 8 juli 2025, gemeente DinkellandBij agendapunt: 9: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan 'Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp'4.032 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 alinea's met “omgevingsplan”: 62

REACTIENOTA ZIENSWIJZEN ONTWERPBESTEMMINGSPLAN ‘Hoek Parallelweg en Hanzeweg Denekamp’.

Inhoudsopgave

1.

Inleiding

2

2.

Behandeling zienswijzen Reclamant 1 Reclamant 2

3 3 8

WIJZIGINGEN

10

2.1 2.2

3.

1

1.

INLEIDING

In dit document worden de binnengekomen zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan ‘Hoek Parallelweg en Hanzeweg Denekamp’ behandeld. Na voorafgaande publicatie op 28 december 2023 is in overeenstemming met artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening met ingang van 29 december 2023 het ontwerpbestemmingsplan ‘Hoek Parallelweg en Hanzeweg Denekamp’ voor een ieder ter inzage gelegd. Het ontwerpbestemmingsplan met de hierbij behorende stukken kon tijdens de openingsuren in het gemeentehuis worden ingezien. Ook was het ontwerp te raadplegen op de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Plan Het plan is opgesteld voor de realisatie van een bedrijfsperceel ten behoeve van een metaalbedrijf op de hoek van de Parallelweg met de Hanzeweg aan de rand van het bedrijventerrein Kloppendijk. De locatie betreft een huidig bosperceel. Ter compensatie van de te vellen bomen zal er aan de Kampstieweg te Denekamp bos worden aangeplant. Zienswijzen Gedurende de hiervoor genoemde termijn kon een ieder mondeling dan wel schriftelijk zienswijzen kenbaar maken. Er zijn 2 reclamanten die gebruik hebben gemaakt van het recht om een zienswijze in te dienen.

Belangenafweging wel of niet vaststellen bestemmingsplan De raad heeft bij het bepalen van de keuze om wel of geen medewerking te verlenen aan een herziening van het bestemmingsplan beleidsruimte om te bepalen of een bepaalde ontwikkeling met de daarbij behorende maatvoeringen uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening acceptabel is. Een dergelijk besluit is immers in belangrijke mate afhankelijk van de inzichten die bij ons bestaan over de wenselijk geachte planologische ontwikkelingen in het betrokken gebied. Bepaalde beoordelingsmarges mogen echter niet worden overschreden en het recht mag ook niet onjuist worden toegepast. Tevens dienen de in het geding zijnde (individuele) belangen op een zorgvuldige wijze te zijn afgewogen en mogen nadelige gevolgen niet onevenredig zijn tot de met het plan te dienen doelen. De gevolgen van het vast te stellen bestemmingsplan zijn niet alleen beoordeeld aan de hand van het vast te stellen bestemmingsplan, maar alle relevante belangen zijn in de afweging betrokken. Het vast te stellen bestemmingsplan levert in onze optiek een planologisch wenselijke situatie op, welke wij vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar achten. De herziening van het bestemmingsplan is geschikt om het doel van het plan, als beschreven in de plantoelichting, te bereiken. Zoals blijkt uit de plantoelichting is ook de noodzakelijkheid van het plan gemotiveerd.

Gelet op de aspecten die in de plantoelichting zijn opgenomen en de relevante belangen, levert het vast te stellen bestemmingsplan geen onaanvaardbare aantasting van deze belangen op. De nadelige gevolgen van de voorziene ontwikkelingen zijn niet onevenredig in verhouding tot de met het plan te dienen doelen. De wijziging van het bestemmingsplan is evenwichtig.

2

Opzet reactienota In hoofdstuk 2 worden de ingekomen zienswijzen tegen het bestemmingsplan samengevat en vervolgens van een gemeentelijk standpunt voorzien. Tenslotte wordt elke zienswijze afgesloten met een conclusie. In hoofdstuk 3 worden de wijzigingen aan het bestemmingsplan op een rij gezet.

2.

BEHANDELING ZIENSWIJZEN

2.1 Reclamant 1 Datum brief: 29 januari 2024 Datum ontvangst: 1 februari 2024

1 Opoffering leefgebied diverse fauna Er wordt voorgenomen een leefgebied op te offeren met daarin o.a. een broedkolonie kraaien (zijn beschermd), de groene specht, de bonte specht, uil, ekster, Vlaamse gaai en vleermuis. Gemeentelijk standpunt Op 21 juli 2022 is door Natuurbank Overijssel de Quickscan natuurwaardenonderzoek Hanzeweg ongenummerd Denekamp opgesteld. Hieruit blijkt dat door uitvoering van de voorgenomen activiteiten de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor verschillende foeragerende diersoorten afneemt. Dit leid echter niet tot wettelijke consequenties die de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg staan. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is op 26 juni 2024 en 4 juli 2024 nader veldonderzoek uitgevoerd en een addendum natuurwaardenonderzoek (rapportdatum 3-102024) geschreven op het natuurwaardenonderzoek uit 2022. Uit het addendum natuurwaardenonderzoek komt naar voren dat, met uitzondering van de roek, de voorgenomen activiteiten tot dezelfde wettelijke consequenties leiden, zoals verwoord in het rapport uit 2022. Uitgezonderd de roek, is van de in het plangebied nestelende soorten uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest. De beplanting dient verwijderd te worden buiten de broedtijd van vogels. Tijdens het veldbezoek in juli 2022 zijn geen nesten van roeken aangetroffen in het plangebied.

Een in juli 2024 uitgevoerde telling heeft aangetoond dat 15 paartjes roeken in het bos nestelen. Bomen met meerdere nesten zijn met name in de noordoosthoek aangetroffen. De nesten in het plangebied vormen een deel van een roekenkolonie die zich vermoedelijk in 2020 heeft gevestigd. In dat jaar werden 5 nesten geteld in de bomenrij langs het kanaal (buiten het plangebied). De kolonie groeide in 2021 naar 19 nesten en in 2022 werden 72 nesten geteld. In het jaar daarop groeide de kolonie naar 78 nesten, om in 2024 sterk af te nemen naar 30 nesten, waarvan de helft in het plangebied nestelde (bron: NDFF). De nesten van de roek zijn jaarrond beschermd en mogen niet zonder omgevingsvergunning verstoord, beschadigd of vernield worden. De in het plangebied gevonden roekennesten

3

bevinden zich in de bomen die conform het inrichtingsplan behouden blijven. In de te kappen bomen zijn geen roekennesten gevonden. In het addendum natuurwaardenonderzoek is een effectbeoordeling opgenomen. Beoordeeld is dat, als er conform inrichtingsplan gekapt wordt, er geen roekennest beschadigd of vernield wordt. Eveneens is beoordeeld dat door de voorgenomen ontwikkeling de gezondheid van de overblijvende bomen niet negatief beïnvloedt wordt. Vervolgens is op basis van expert-judgement door Natuurbank Overijssel beoordeeld dat er geen sprake is van het beschadigen van de kolonie, waardoor deze geheel of gedeeltelijk verlaten wordt. Door de kap blijft 50% van het bos behouden. Dat oppervlakte bos is voldoende voor de huidige kolonie om zich te handhaven. Voor wat het verstoren betreft dient er wel rekening gehouden te worden met nestelende roeken tijdens de bouwfase. Er mag geen sprake zijn van langdurige verstorende werkzaamheden. Het uiteindelijke gebruik van het bedrijfsterrein zal geen dusdanig verstorend effect hebben dat de kolonie verlaten wordt. Mogelijk schuift de kolonie enkele meters op in noordelijke en/of oostelijke richting. Roeken zijn prima in staat nieuwe nesten te maken. De aanwezige beplanting is ten noorden en oosten van de huidige kolonie is zeer geschikt als nestplaats voor roeken.

De conclusie van de effenbeoordeling is dat, mits voldaan wordt aan voorgenoemde voorwaarden (bomen kappen buiten broedtijd, geen langdurige verstoring in de broedtijd gedurende de bouwfase), overtreding van een verbodsbepaling voorkomen kan worden. Deze genoemde voorwaarden volgen ook uit de in artikel 11.27 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) opgenomen specifieke zorgplicht voor flora- en fauna-activiteiten. Die zorgplicht geldt rechtstreeks voor de uitvoerder van de werkzaamheden. Er hoeven daarom geen specifieke regels in het bestemmingsplan opgenomen te worden. Ook hoeft er geen omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden. Geconcludeerd wordt dat door uitvoering van de voorgenomen activiteiten de functie van het plangebied als foerageergebied voor verschillende diersoorten afneemt. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties die de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg staan. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot het niet vaststellen van het bestemmingsplan.

2 Door hoogte bebouwing verlies van natuur Er wordt voorgenomen een vergunning af te geven voor het bouwen van een hoge fabriekshal aan een voor Denekamp prachtige toeristische route: traject kanaal Almelo-Nordhorn, tevens een prachtig stukje natuur, onbegrijpelijk! Gemeentelijk standpunt Het plangebied is op de waardenkaart van de Omgevingsvisie gemeente Dinkelland gelegen in het gebied ‘Kernen met woon- en centrumfunctie’. Voor de leefbare kernen zijn in de omgevingsvisie de volgende vier speerpunten opgenomen: voldoende voorzieningen, aantrekkelijk wonen, ruimte voor ondernemen en leefbare openbare ruimte. opgenomen. Voor de leefbare kernen wordt samengevat ingezet op goede vestigingsen ontwikkelingsmogelijkheden voor het bedrijfsleven en op het faciliteren van ondernemers met

4

als principe ‘ja-tenzij’. Voorliggende ontwikkeling waarbij een uitbreiding van het bedrijventerrein Kloppendijk mogelijk wordt gemaakt ten behoeve van een ondernemer, die op de huidige locatie op hetzelfde bedrijventerrein onvoldoende uitbreidingsmogelijkheden heeft, past binnen de in de omgevingsvisie Dinkelland aangeduide richtingen voor bedrijventerreinen. Voor wat de maximaal toegestane hoogte van de bebouwing betreft is gekozen voor 10 meter en hierbij is aangesloten bij de hoogte die ook voor de andere bedrijven op het bedrijventerrein geldt. Deze stedenbouwkundige opzet voor deze locatie is vanuit planologisch oogpunt aanvaardbaar geacht. De uitbreiding van het bedrijventerrein gaat ten koste van ca. 3.615 m² bos. Het bos maakt geen onderdeel uit van het provinciaal aangewezen Natuurnetwerk Nederland (NNN). De te verwijderen houtopstanden worden op een locatie elders gecompenseerd. De locatie voor deze compensatie is gevonden aan de Kampstieweg te Denekamp, ongeveer ter hoogte van nummer 11. De herplantlocatie sluit aan op een bestaand casco element en maakt onderdeel uit van het NNN, deelgebied Dinkeldal boven- en middenloop. Ter plaatse zullen de bestaande structuren versterkt worden door aanplant van bos met een oppervlakte van ongeveer 3.800 m².

Hoewel er natuur verdwijnt door voorliggende ontwikkeling wordt dit op een passende locatie zowel kwantitatief als kwalitatief gecompenseerd. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot het niet vaststellen van het bestemmingsplan.

3 Gevaar in- en uitritten Reclamant 1 ziet gevaren bij in- en uitritten op deze korte stroken weg. Het is nu al gevaarlijk en vooral onoverzichtelijk. Gemeentelijk standpunt Voorliggende locatie ligt in het verlengde van het huidige bedrijventerrein Kloppendijk. Op bedrijventerreinen is een ruime aansluiting van verharding (die rond een bedrijf ligt) op de openbare ruimte gebruikelijk. Van een risico voor de verkeersveiligheid is geen sprake. Naar aanleiding van de zienswijze is de inrichtingsschets voor wat het aanleggen van parkeerplaatsen wel opnieuw bekeken. Geconcludeerd is dat er minder parkeerplaatsen aangelegd hoeven te worden. Hierdoor is de hoeveelheid inritten verminderd. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot het niet vaststellen van het bestemmingsplan.

4 Overschrijding geluidsemissie Reclamant 1 vreest voor overschrijding van geluidsemissie, aan de richtafstand voor geluid tussen huis en bedrijf wordt niet voldaan. Gemeentelijk standpunt Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt door milieuzonering voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds aangehouden. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uit 2009 gehanteerd.

5

Hierin wordt een metaalbewerkingsbedrijf ingedeeld in de milieucategorie 3.2. Voor dit type bedrijven geldt in omgevingen die als ‘gemengd’ gebied aangemerkt worden een richtafstand tot gevoelige bestemmingen van 50 meter voor het aspect ‘geluid’. De richtafstand wordt gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningsvrij bouwen mogelijk is. In Figuur 1 is rondom de bestemming ‘Bedrijventerrein’ met een rode lijn een zone van 50 meter weergegeven. Hieruit blijkt dat voor een drietal bedrijfswoningen, waaronder de bedrijfswoningen van reclamanten, geldt dat deze (deels) binnen de richtafstand van 50 meter liggen. De richtafstanden in de VNGbrochure zijn indicatief en afwijking hiervan in verband met de specifieke omstandigheden van het betrokken gebied is mogelijk. Voor het aspect ‘geluid’ is daarom een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd voor de bestaande bedrijfswoningen om de ruimtelijke inpassing te kunnen toetsen.

Figuur 1: buffer van 50 meter, rondom de bestemming ‘Bedrijventerrein’ op de planlocatie.

Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ter plaatse van de nabijgelegen bedrijfswoningen van derden maximaal 40 dB(A) in de dagperiode bedraagt. De richtwaarden uit stap 2 van de in de VNG opgenomen norm van 50 dB(A) en de ambitiewaarde van 55 dB(A) voor bedrijfswoningen op het bedrijventerrein uit het gemeentelijk geluidsbeleid worden niet overschreden. Uit de berekeningsresultaten blijkt dat het maximale geluidniveau ter plaatse van de nabijgelegen bedrijfswoningen van derden maximaal 66 dB(A) bedraagt in de dagperiode. De richtwaarden uit stap 2 van de in de VNG opgenomen norm van 70 dB(A) worden niet overschreden. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot het niet vaststellen van het bestemmingsplan. 5 Milieucategorie en aan te houden afstanden Er wordt niet voldaan aan de voorgeschreven milieucategorie (1 of 2), afstand gevel woningen tot grens plangebied.

6

Gemeentelijk standpunt Zoals bij de beantwoording van de zienswijze van reclamant onder punt 4 reeds aangegeven wordt voor het bepalen van de aan te houden afstand tussen milieubelastende bedrijven en woningen de VNG-brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uit 2009 gehanteerd. Deze brochure bevat een lijst met richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. In Tabel 1 zijn de richtafstanden uit de VNG-brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ tot en met de milieucategorie 3.2 weergegeven. Milieucategorie

1 2 3.1 3.2

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buiten gebied 10 m 30 m 50 m 100 m

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m

Tabel 1: Richtafstanden VNG-brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ voor bedrijven tot en met milieucategorie 3.2

De afstand van het plangebied tot de maximaal toegestane gevel van de bedrijfswoningen van reclamanten bedraagt respectievelijk circa 16 en 17 meter. Dit betreffen bedrijfswoningen bij andere bedrijven op het bedrijventerrein Kloppendijk. Reclamanten stellen, dat uitgaande van deze afstanden maximaal bedrijven in de milieucategorie 2 zijn toegestaan. Uitgaande van de VNG-brochure is dit een terechte stelling. De richtafstanden in de VNG-brochure zijn indicatief en afwijking hiervan in verband met de specifieke omstandigheden van het betrokken gebied is mogelijk. Hiertoe is het voorgenomen metaalbewerkingsbedrijf nader onderzocht op de hiervoor genoemde milieuaspecten. Voorgenomen metaalbewerkingsbedrijf valt in de milieucategorie 3.2 en hiervoor geldt in gemengd gebied een richtafstand van 10 meter voor de aspecten ‘geur’ en ‘stof’, een richtafstand van 50 meter voor het aspect ‘geluid’ en een richtafstand van 30 meter voor het aspect ‘gevaar’. Aan de richtafstanden voor ‘geur’ en ‘stof’ wordt voldaan. Voor wat het aspect ‘gevaar’ betreft zijn in hoofdstuk 4.6 (Externe veiligheid) van de toelichting op het bestemmingsplan de activiteiten van het te vestigen metaalbewerkingsbedrijf nader uitgewerkt en is onderbouwd dat er geen activiteiten zullen plaatsvinden die mogelijk risico’s voor de omgeving met zich meebrengen.

In de gemeentelijke reactie op punt van 4 van de zienswijze van reclamant is voor het aspect ‘geluid’ aangegeven dat uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt dat aan de normen voor zowel het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau als het maximale geluidniveau ter plaatse van de bedrijfswoningen van reclamant wordt voldaan. In het vast te stellen bestemmingsplan worden daarom bedrijven tot en met categorie 2 en tevens het voorgenomen metaalbewerkingsbedrijf mogelijk gemaakt. Conclusie Aan deze zienswijze van reclamant wordt tegemoetgekomen door de toegestane categorieën bedrijven tot en met milieucategorie 2 mogelijk te maken. Tevens wordt het voorgenomen metaalbewerkingsbedrijf mogelijk gemaakt. In de begripsbepalingen wordt het metaalbewerkings-

7

bedrijf gedefinieerd en zijn de toegestane metaalwerkzaamheden aangegeven. Echter, deze zienswijze leidt niet tot het niet vaststellen van het bestemmingsplan. 2.2 Reclamant 2 Datum mondelinge zienswijze: 1 februari 2024 1 Roekenkolonie en natuur Binnen het plangebied waar de nieuwbouw is voorzien, is een roeken kolonie aanwezig. Deze zijn beschermd en volgens de wet is dat een probleem om hier te bouwen. Voor natuur is het een interessant gebied. Het is een verwilderd terrein, grenzend aan het kanaal AlmeloNordhorn waar veel mensen wandelen. Gemeentelijk standpunt Langs het kanaal Almelo-Nordhorn loopt een wandelroute die onderdeel is van het Wandelnetwerk Twente. Deze route ligt op een afstand van ongeveer 32 meter tot aan de voorgenomen bestemming ‘Bedrijventerrein’ (zie Figuur 2). De ruimte tussen het wandelpad en het bedrijfsperceel is ingericht als bos (zie Figuur 3). Deze strook is dermate breed dat de beleving van het wandelpad langs het kanaal niet onevenredig wordt aangetast.

Figuur 2: afstand tussen bouwvlak bedrijfsbestemming en wandelroute Bron: Atlas van Overijssel, kaartlagen: Routes wandelnetwerk; bestemmingsplannen

Figuur 3: bestemmingsplan ‘Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp’ geprojecteerd op de luchtfoto 2024 waarop de wandelroute langs het kanaal Almelo-Nordhorn zichtbaar is. Bron: KaartViewer gemeente Dinkelland

Voor het overige wordt verwezen naar de gemeentelijke reactie op punt 1 van Reclamant 1. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot het niet vaststellen van het bestemmingsplan.

8

2 Overlast van blaffende honden Overlast wordt verwacht van blaffende honden. Het vermoeden is dat op het perceel honden gefokt en gehouden zullen worden. Wellicht is dit een reden waarom men op het huidige perceel verhuist, omdat daar wellicht overlast is. Gemeentelijk standpunt Het voorliggende plan maakt de uitoefening van een bedrijf tot en met categorie 3.2 mogelijk zoals genoemd in Bijlage 1 (Staat van Bedrijfsactiviteiten) bij de regels. Het fokken en houden van honden is hierin niet opgenomen. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot het niet vaststellen van het bestemmingsplan. 3 Verlies vrij uitzicht Het huidige uitzicht vanaf de woning van reclamant 3 is een vrij uitzicht op de groenstrook langs het kanaal, met opslag van vliegden en eik. Door de voorgenomen bebouwing verdwijnt dit vrije uitzicht. Gemeentelijk standpunt De afstand tussen het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ tot het woonbestemmingsvlak van reclamant 2 bedraagt circa 235 meter. Tussen beide bestemmingen bevindt zich een andere woonbestemming, de Hanzeweg en een te behouden houtwal binnen de strook met de bestemming ‘Bos’. Het is vaste jurisprudentie dat er geen sprake is van een recht op een blijvend vrij uitzicht. Zoals blijkt uit hoofdstuk 1 worden de belangen van reclamant 2 door voorliggend bestemmingsplan niet onevenredig aangetast.

Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot het niet vaststellen van het bestemmingsplan. 4 Uitbreiding bebouwing niet wenselijk Als je langs het kanaal loopt, dan is het minder prettig als daar een gebouw staat. Er is nu al veel bebouwing en dit wordt dan uitgebreid richting het horecabedrijf aan de Nordhornsestraat 137 en dit is niet wenselijk langs het kanaal Almelo-Nordhorn. Als de noodzaak daar niet is, dan moet hier niet gebouwd worden. Gemeentelijk standpunt Zoals bij de gemeentelijke reactie onder punt 1 reeds aangegeven ligt op een afstand van ongeveer 32 meter tot aan de voorgenomen bestemming ‘Bedrijventerrein’ een wandelroute die onderdeel is van het Wandelnetwerk Twente. Doordat de ruimte tussen het wandelpad en het bedrijfsperceel is ingericht als bosstrook wordt de beleving van het wandelpad langs het kanaal niet onevenredig wordt aangetast. Het plan is ruimtelijke aanvaardbaar geacht en draagt bij aan de realisatie van behoefte aan uitbreiding van het bedrijventerrein. Zowel de kwalitatieve als de kwantitatieve behoefte aan de uitbreiding van het bedrijventerrein is in de toelichting op het bestemmingsplan bij de toetsing aan de Ladder van Duurzame Verstedelijking (Hoofdstuk 3.1.2) onderbouwd. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot het niet vaststellen van het bestemmingsplan.

9

3.

WIJZIGINGEN

Mede naar aanleiding van de zienswijzen worden de volgende wijzigingen doorgevoerd. Toelichting In Hoofdstuk 4.2 (Milieuzonering) wordt de onderbouwing zodanig aangepast dat bedrijven toegestaan worden tot en met milieucategorie 2 en tevens het onderzochte metaalbewerkingsbedrijf. In Hoofdstuk 4.3 (Bodem) wordt toegevoegd dat er vanaf het moment dat het bodemonderzoek is uitgevoerd niet in de bodem geroerd is of er anderszins activiteiten hebben plaatsgevonden en dat daarom het betreffende bodemonderzoek nog voldoende actueel is. In Hoofdstuk 4.6 (Externe veiligheid) is nader onderbouwd dat er geen activiteiten zullen plaatsvinden die mogelijk risico’s voor de omgeving met zich meebrengen. In Hoofdstuk 4.7 (Water) wordt verwezen naar de actuele digitale watertoets. In Hoofdstuk 4.8 (Ecologie) wordt naar aanleiding van de ingediende zienswijzen ingegaan op een nader uitgevoerd veldonderzoek en een toegevoegd addendum op de eerder uitgevoerde quickscan Natuurwaarden. In Hoofdstuk 4.10 (Verkeer / parkeren) wordt het onderdeel ‘verkeer’ nader onderbouwd met cijfers over de toename aan verkeersbewegingen en dat deze toename via de huidige weg kan worden afgewikkeld. In de onderbouwing voor het onderdeel ‘parkeren’ is daadwerkelijke aantal benodigde parkeerplaatsen aangepast en nader gemotiveerd. Bijlage 6 bij de toelichting (Akoestisch onderzoek) wordt geactualiseerd.

In hoofdstuk 4.1 (Bronnen) is bij het onderdeel ‘mobiele bronnen’ 2 personenauto’s in de avondperiode toegevoegd en in de modellen is hier vervolgens mee gerekend. Bijlage 7 bij de toelichting (Watertoets) wordt geactualiseerd, omdat het in het ontwerp bestemmingsplan gebruikte onderzoek inmiddels ouder dan 1 jaar is. Bijlage 9 bij de toelichting (Addendum Natuurwaardenonderzoek) wordt toegevoegd en de huidige bijlage 9 wordt vernummerd naar Bijlage 10. Bijlage 10 bij de toelichting (Stikstofdepositieberekening) wordt geactualiseerd door gebruik te maken van de actuele AERIUS calculator. Bijlage 11 bij de toelichting (Zienswijzenota) wordt toegevoegd. Regels In de regels worden de volgende wijzigingen aangebracht:

10

Aan artikel 1 (Begrippen) wordt een nieuw begrip 1.26 toegevoegd en de daarop volgende begrippen worden vernummerd: 1.26 Metaalbewerkingsbedrijf Een bedrijf dat van metalen onderdelen vervaardigd waarbij de metaalwerkzaamheden bestaan uit het verspanen, zoals frezen, tappen, draaien, boren, zagen en daarnaast lassen en waarbij geen sprake is van walsen, dieptrekken, persen, ponsen, smeden en gieten. Artikel 3.1 (Bestemmingsomschrijving) wordt als volgt gewijzigd: a. bedrijven tot en met milieucategorie 2 zijn toegestaan; Aan artikel 3.1 (Bestemmingsomschrijving) wordt een nieuw lid b toegevoegd en de daarop volgende begrippen worden vernummerd: b. ter plaatse van de aanduiding 'metaalbewerkingsbedrijf' tevens een metaalbewerkingsbedrijf is toegestaan; Artikel 3.5.2 wordt toegevoegd om de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen te borgen: 3.5.2 Voorwaardelijke verplichting landschapsmaatregelen a. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming “Bedrijventerrein’ 1. zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen in de bestemmingen “Bedrijventerrein” en “Bos” conform de in Bijlage 2 en Bijlage 3 opgenomen landschapsplannen, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing en kwalitatieve natuurverbetering, en 2.

en instandhouding van inheemse onderbeplanting ter plaatse van de gronden die zijn gelegen in de bestemming “Bos” en langs de Hanzeweg. De inheemse onderplanting dient te worden samengesteld uit de volgende soorten: - meidoorn; - sleedoorn; - hazelaar; - hondsroos; - eglantier; - gewone vogelkers; - gelderse roos; - wilde lijsterbes. b. In afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 24 maanden na het tijdstip van onherroepelijk worden van het omgevingsplan geheel uitvoering is gegeven aan het bepaalde onder 1 en 2 van sub a van dit artikel. Artikel 3.5.3 wordt toegevoegd om de aanleg en instandhouding van de wadi te borgen: 3.5.3 Voorwaardelijke verplichting waterberging Het gebruik van de gronden en bouwwerken met deze bestemming voor bedrijventerrein is slechts toegestaan indien binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein’ waterbergingsvoorzieningen zijn aangelegd en nadien in stand gehouden worden. De bergingseis bedraagt 55 mm per m² verhard oppervlak dat wordt toegevoegd aan het plangebied.

11

Artikel 3.6.4. wordt toegevoegd: 3.6.4 Landschappelijke inpassing Met een omgevingsvergunningen kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.5.2 indien in plaats van de landschapsmaatregelen zoals opgenomen in Bijlage 2 of Bijlage 3 andere landschapsmaatregelen worden getroffen, met dien verstande dat: a. de landschapsmaatregelen minimaal gelijk zijn aan de in Bijlage 2 of Bijlage 3 opgenomen landschapsmaatregelen en voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden waarvoor de in Bijlage 2 of Bijlage 3 genoemde landschapsmaatregelen zijn bepaald; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden. Artikel 8.3 (Strafbepaling) wordt verwijderd. Deze bepaling wordt afzonderlijk geregeld in de Wet op de economische delicten Artikel 10.1 wordt zodanig gewijzigd dat deze aansluit bij de redactie van de algemene parkeerregeling die in alle bestemmingsplannen wordt toegepast: Artikel 10.1 (Parkeren): 10.1.1 Parkeerruimte op eigen erf Een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of gebruik van gronden, wordt niet eerder verleend dan nadat op eigen erf in voldoende mate is voorzien in de benodigde parkeerruimte. 10.1.2 Gemeentelijk beleid a. Voor lid 1 geldt dat voldoende betekent dat wordt voldaan aan de normen die zijn neergelegd in de 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018'. b.

Er kan worden afgeweken van de eis dat parkeren op eigen erf plaatsvindt, mits wordt voldaan aan regels en voorwaarden die zijn neergelegd in de 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018'. c. Als de 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018' wordt gewijzigd, wordt met die wijziging rekening gehouden. Bijlage 3 bij de regels (Landschappelijk inrichtingsplan locatie hoek Parallelweg en Hanzeweg) wordt toegevoegd. Hierdoor wordt de huidige Bijlage 3 vernummerd naar Bijlage 4. Bijlage 4 bij de regels (Bomen effect analyse) wordt geactualiseerd, omdat de in het ontwerp bestemmingsplan gebruikte analyse inmiddels ouder dan 2 jaar is.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/944/documents/23886