CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactienota Advies Verordeningen etc. Wmo en Jeugd 2021 Dinkelland .pdf

Commissie Sociaal Domein & Bestuur 8 juni 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 5: Voorstel inzake vaststellen Verordeningen maatschappelijke ondersteuning en jeugd Dinkelland 20214.645 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Adviesraad sociaal domein Dinkelland T.a.v. Mevrouw P. Droste

Inlichtingen bij Sociaal Domein M.J.I. van der Haar

Uw kenmerk

Onderwerp Reactienota verordeningen, beleidsregels en nadere regels Wmo en Jeugdhulp Dinkelland 2021

Zaaknummer 240648

Bijlagen: 2

Verzenddatum 23 juni 2021

Geachte mevrouw Droste In onze collegevergadering van 18 mei 2021 hebben wij uw adviezen over de Verordening en Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Dinkelland 2021, de Verordening en Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Dinkelland 2021 en de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Dinkelland 2021 aan de orde gesteld. Wij danken u voor uw positieve reactie op de verordeningen, nadere regels en beleidsregels Wmo en Jeugd. Onze reactie op de adviezen treft u in de bijlagen aan. U kunt de regelingen vanaf de inwerkingtreding op 1 juli 2021 vinden op www.overheid.nl.

Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Dinkelland, de plv. secretaris,

de burgemeester,

G. van Hofwegen

J.G.J. Joosten

Gemeente Dinkelland | Postbus 11, 7590 AA Denekamp | bezoekadres: Nicolaasplein 5, Denekamp e-mail: info@dinkelland.nl | internet: www.dinkelland.nl | tel: (0541) 854100 | fax: (0541) 854320 BNG 28.50.92.839 | BTW NL8092.45.206.B01 | IBAN NL82BNGH0285092839 | BIC BNGHNL2G

Bijlage I:

Reactienota verordeningen, nadere regels en beleidsregels Wmo Adviesraad sociaal domein Dinkelland

Algemeen Opmerking: De volledige aanlevering en duidelijke mondelinge uitleg maakten het voor ASDD mogelijk om tijdig een advies te kunnen geven. De oplegger adviesaanvraag is prettig om mee te werken. Dank daarvoor aan de betrokken ambtenaren. Wij adviseren positief. Antwoord: Wij danken u voor uw positieve reactie op de verordeningen, nadere regels en beleidsregels Wmo en de wijze waarop deze onder uw aandacht zijn gebracht. Opmerking: Maatwerk. De Adviesraad vindt het belangrijk om maatwerk te blijven leveren. We begrijpen dat het nodig is om kaders te stellen en uitgangspunten te benoemen, maar vragen het College ook om blijvend aandacht en zorg te hebben voor die mensen die niet binnen deze regels passen omdat hun problematiek te complex is. Bij uitstek de personen met complexe problematiek dienen de juiste hulp op de juiste plek te krijgen. In hoeverre blijft er voor de medewerkers in de uitvoering nog mogelijkheid om maatwerk te leveren aan de inwoners? We weten dat de problematiek van onze inwoners complexer wordt en de oplossing past niet altijd binnen de wettelijke kaders. Hoe gaat het College om met deze situaties? Antwoord: De verordening Wmo en met name de beleidsregels Wmo zijn zo opgesteld dat maatwerk wordt geboden. Dit is één van de centrale uitgangspunten uit de Wmo 2015.

Een cliënt met een ondersteuningsbehoefte moet die ondersteuning krijgen die hij nodig heeft. Het college doet onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte volgens het stappenplan uit paragraaf 2.2 van de beleidsregels, en dat is gestoeld op een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over waar het onderzoek van het college aan moet voldoen. Opmerking: Onafhankelijke cliëntondersteuning. De Adviesraad vraagt nadrukkelijk aandacht voor onafhankelijke cliëntondersteuning. Zeker nu in de beleidsregels het woord “onafhankelijke” is verdwenen, klemt dit des te meer. Met name is ook belangrijk dat mensen reeds bij de melding op deze mogelijkheid gewezen wordt. Daarnaast hebben we begrepen dat deze ondersteuning wordt uitgevoerd door een partner gelinkt aan de gemeente door middel van een subsidierelatie. Wij vragen ons af hoe onafhankelijk deze ondersteuning dan is. Hoe borgt het college de onafhankelijkheid wanneer tegengestelde belangen ontstaan? Daarom willen wij hier aandacht voor vragen en het College oproepen om echt onafhankelijke cliëntondersteuning voor de burgers van de gemeente Dinkelland te organiseren. Antwoord (in dit antwoord hebben we direct ook jeugd verwerkt, omdat u daar dezelfde vragen heeft gesteld): In de verordening Wmo staat in de toelichting een verwijzing naar Artikel 2.2.4 van de Wmo 2015. Dat artikel draagt het college op te zorgen voor cliëntondersteuning.

Cliëntondersteuning is domeinoverstijgend en heeft ook betrekking op de Jeugdwet. Het gaat in alle gevallen om onafhankelijke ondersteuning voor de cliënt (conform de begripsbepaling uit de Wmo 2015), waarbij zijn belang uitgangspunt is. Het woord onafhankelijk is niet verdwenen uit de beleidsregels; het zit al besloten in het wettelijke begrip waar we bij aansluiten, zie artikel 1.1.1 lid 1 Wmo 2015: ‘Cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen. Een onafhankelijk cliëntondersteuner verleent de ondersteuning vanuit een onafhankelijke positie: los van de belangen van zorgaanbieders of financiers. Deze onafhankelijkheid en het niet zelf verlenen van de ondersteuning of zorg onderscheiden de onafhankelijk cliëntondersteuner van andere ondersteuners en zorgverleners. Op grond van de Wmo 2015 moet de cliënt voor het onderzoek gewezen worden op de mogelijkheid om gebruik te maken van cliëntondersteuning (artikel 2.3.2. lid 3 Wmo 2015). De Jeugdwet ken een soortgelijke bepaling niet.

Echter, bij de uitvoering van beide wetten wordt de cliënt hierop bij de melding gewezen. Dit gebeurt daarnaast schriftelijk in de ontvangstbevestiging van de melding. Hoe de cliëntondersteuning is georganiseerd, heeft geen betrekking op de inhoud van de

2

verordening en de regelingen maar willen wij wel graag beantwoorden. We zijn bereid in een volgend overleg uw vragen/opmerkingen mondeling toe te lichten. Opmerking: Eén loket. De ASDD vindt het belangrijk dat mensen slechts een keer hun verhaal hoeven te doen, ook al betreft de vraag verschillende afdelingen binnen de gemeente. We willen graag dat deze vraag dan intern en achter de schermen door de ambtenaren met elkaar afgestemd wordt, zodat een eenduidig en eensluidend antwoord kan worden gegeven. Wij willen ook benadrukken dat wij het belangrijk vinden dat het verplichte onderzoek plaatsvindt door middel van een persoonlijk gesprek en niet telefonisch. Wij vragen het College om hier aandacht aan te schenken. Antwoord: Dank voor uw opmerking. Dit is een continu aandachtspunt. De Schakel is opgericht om de samenwerking met voorliggende partijen te verbeteren waardoor onze inwoners maar één keer hun verhaal hoeven te doen. In de frontoffice vragen social workers breed uit waar iemand tegenaan loopt en waar iemands vraag thuis hoort. Consulenten mogen zich alleen beperken tot het gebied van de wet die zij uitvoeren (AVG). De winst zit hem er dus in dat er op meerdere gebieden, ook op wonen, financiën enz. uitgevraagd kan worden aan de voorkant. De social worker adviseert of verwijst daarna gericht.

Is bijvoorbeeld helder dat iemand zijn huishouden niet gedaan krijgt, dan wordt verwezen naar de Wmo, want dit kan niet met een algemene voorziening. In het gesprek met de consulent worden de ondersteuningsbehoefte, én de oplossing dan verder in kaart gebracht (dat kan niet door de front office). Voorop staat dat deze gesprekken altijd persoonlijk plaatsvinden (aan de keukentafel). Vanwege corona vinden de meeste gesprekken nu tijdelijk wel telefonisch plaats, tenzij het echt noodzakelijk is een fysieke afspraak te maken. Overigens mogen verschillende gemeentelijke afdelingen niet zonder toestemming van de cliënt achter de schermen met elkaar afstemmen. Als die toestemming er wel is, zoeken wij waar nodig natuurlijk overleg. Opmerking: Ontschotting. Inwoners zouden geen hinder moeten ondervinden van schotten tussen de sociale wetten (Wmo, Zvw, Wlz en Participatiewet). Het is van belang dat professionals voldoende faciliteiten hebben om de benodigde zorg, kennis, of ondersteuning te kunnen geven. Wij verzoeken het College om, voor zover mogelijk, alles te doen om te zorgen dat onder andere gemeente, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en zorgkantoren over de domeinen heen met elkaar samenwerken. Antwoord: Deze opmerking heeft geen betrekking op de inhoud van de verordening en de regelingen maar willen wij wel graag beantwoorden.

We zijn bereid in een volgend overleg uw vragen/opmerkingen mondeling toe te lichten.

Nadere regels Advies: de nadere regels op te nemen in de verordening of de beleidsregels. Antwoord: Nadere regels zijn een verbijzondering van de verordening en worden vastgesteld door het college. Om die reden worden ze niet opgenomen in de verordening; de bevoegdheid om de verordening vast te stellen, ligt bij de gemeenteraad. Nadere regels kunnen niet worden opgenomen in beleidsregels. Beleidsregels gaan over hoe bepalingen uit de verordening en nadere regels door het college worden toegepast.

Verordening Wmo Artikel 2.7, lid 1: Vraag: Er wordt gesproken over de vaste adviseur van het College. Er wordt geïmpliceerd dat dit een externe deskundige betreft. Klopt deze veronderstelling en zo ja, wie is dit en is deze persoon op alle vlakken deskundig? Advies: in de verordening meer duidelijkheid te verschaffen over de vaste adviseur van het College

3

Antwoord: Ja, het gaat inderdaad om een externe deskundige. Dit is niet één persoon, maar een organisatie, met meerdere disciplines in dienst om te kunnen adviseren. Consulenten kunnen, wanneer dit van belang is bij het beoordelen van een aanvraag, hun vraag stellen aan deze organisatie. Aan de cliënt wordt in het gesprek altijd medegedeeld wanneer extern advies nodig is en wordt ingeschakeld. De melder wordt ook benaderd door de adviseur, waarna deze advies uitbrengt aan het college. Daarnaast is binnen de inkoop van Samen 14 consultatie en diagnostiek ingekocht zodat we bij onze zorgaanbieders ook advies kunnen vragen. Wij hebben een zin hierover toegevoegd aan de toelichting bij dit artikel. Artikel 5.6, lid 4b Vragen met betrekking tot gebruik Casadata:  Wordt er in voorkomend geval samengewerkt met de afdeling Bouwen?  Hoe/door wie worden offertes hiermee gecontroleerd en wie bepaalt of Casadata van toepassing is of meerdere offertes van aannemers (werkelijke kosten)?  Hoe wordt discrepantie en/of discussie voorkomen? Advies: in de verordening aan te geven wat er gebeurt bij verschil van inzicht in kosten tussen Casadata en de werkelijkheid Antwoord: Ja, er wordt bij woningaanpassingen altijd samengewerkt met de afdeling Bouwen, dus ook in bedoelde gevallen. Een ambtenaar van de gemeente met kennis van bouwen, en van Casadata legt offertes en Casadata naast elkaar.

Casadata is in principe leidend bij het bepalen van de kosten van de woningaanpassing. Ten aanzien van de derde vraag: het is niet de bedoeling discussie te voorkomen, het is juist de bedoeling om tot gesprek te komen over de woonaanpassing die nodig is en samen (consulent en pgb houder) tot conclusies te komen over de goedkoopst passende bijdrage. Inzet van Casadata versnelt het proces omdat geen bestekken hoeven te worden opgesteld bij elke woningaanpassing en geeft helderheid naar aannemers die benaderd worden voor een offerte. Wij passen de tekst in de verordening niet aan, omdat het daar niet hoort en e.e.a. voldoende is omschreven in de beleidsregels. Artikel 8.5, lid 1 Advies: Artikel 1.a en 1.b niet verwijderen, maar laten staan zodat misbruik en oneigenlijk gebruik benoemd blijven. Antwoord: deze artikelen hebben geen meerwaarde; in de beleidsregels is voldoende gelet op de rechtspraak. We nemen dit advies daarom niet over. Artikel 10.7, lid 1 Advies: de Adviesraad Sociaal Domein Dinkelland expliciet te noemen Antwoord: de verordening Wmo is kaderstellend. Voor de Adviesraad is apart de verordening Adviesraad Sociaal Domein Dinkelland opgesteld. Bij wijzigingen, bijvoorbeeld de recente naamswijziging van uw raad, zou dan de verordening Wmo opnieuw moeten worden vastgesteld. Dit willen wij voorkomen. We nemen daarom dit advies niet over.

Algemene vraag: Zijn de uitkomsten van het cliëntervaringsonderzoek meegenomen en gewogen? Antwoord: Ons is niet duidelijk wat met deze vraag is bedoeld. Maar wij zijn bereid in een volgend overleg uw vragen te bespreken. Daarnaast kunnen we vast aangeven dat onlangs het laatste cliëntervaringsonderzoek (over 2019) is aangeboden aan de gemeenteraad. Uw raad ontvangt ter informatie de uitkomsten ook. De uitkomsten worden niet in de verordening verwerkt maar wel gebruikt, daar waar er aanknopingspunten zijn, om de dagelijkse praktijk binnen het sociaal domein te verbeteren.

4

Beleidsregels Wmo Algemeen Advies: het document beknopter te beschrijven. Antwoord: De beleidsregels hebben als doel duidelijk te maken hoe bepalingen in de verordening door het college worden toegepast. Concreet betekent dit voor de uitvoeringspraktijk dat alle (min of meer) gelijke gevallen op een gelijke manier worden afgehandeld volgens het door het college vastgestelde beleid. De beleidsregels gelden als het ware als ‘werkinstructie’ voor de consulenten, omdat hierin het beleid wordt verduidelijkt en wordt aangegeven hoe met de regels om te gaan in concrete gevallen. Onze ervaring is dat consulenten in de praktijk veel terugvallen op de beleidsregels die in alle voorkomende en uiteenlopende gevallen van dienst moet zijn. Wij zijn het met u eens dat het een lijvig stuk is, maar indikking van de teksten gaat ten koste van bovenbeschreven functie. Om die reden nemen we dit advies niet over. Artikel 2.1 Advies: voor het woord cliëntondersteuning “onafhankelijke” toevoegen Antwoord: In de wet staat al omschreven dat cliëntondersteuning onafhankelijk moet zijn. Zie ook ons eerdere antwoord aan het begin van deze bijlage onder ‘Algemeen’. Artikel 2.5 Vraag: Er wordt gesproken over een Zelfredzaamheidsmatrix. Te verwachten valt dat hieraan “scores” zijn toe te kennen.

Waar zijn deze zelfredzaamheidsmatrix en de bijbehorende scores te vinden? Hoe wordt de melder hierin meegenomen? Advies: meer duidelijkheid omtrent de toepassing en scores met betrekking tot de ZRM in de beleidsregels toe te voegen. Antwoord: de ZRM is een gevalideerd instrument dat de vraag en mate van zelfredzaamheid van de cliënt in kaart brengt. Het helpt inzichtelijk te maken waar iemand staat en wat hij nodig heeft. De matrix wordt met de cliënt doorgenomen. Er wordt niet zozeer getalsmatig gescoord als wel op een range van bijv. een probleem is “niet voorkomend” of “acuut” op een bepaald levensdomein. Uw advies zet ons aan het denken. De ZRM zou mogelijk in de bijlagen van de beleidsregels kunnen worden opgenomen. Wij nemen dit ter overweging mee voor een volgende keer. Artikel 6.2 (in uw brief staat 2.6, maar gezien het onderwerp nemen wij aan dat u 6.2 bedoelt) Vraag: Hoe wordt de resultaatsverplichting in de praktijk uitgevoerd? Is dit het resultaat “leefbaar huishouden” zoals in 6.4.1 wordt genoemd? Dit kan tot discussie leiden. De tabellen in de beleidsregels zijn qua minuten minimaal en inwoners zullen in ieder geval een “schoon en leefbaar huishouden” verwachten.

Advies: het resultaat “leefbaar huishouden” te onderbouwen zodat er geen irreële verwachtingen over ontstaan, of als resultaatsverplichting een “schoon en leefbaar huishouden” op te nemen in de beleidsregels. Antwoord: Het resultaat ‘leefbaar huishouden’ staat omschreven in paragraaf 6.2 op pagina 27 en geldt als resultaatsverplichting. In de praktijk wordt de in te zetten hulp inderdaad bepaald aan de hand van de tabellen uit 6.4.1. Deze tabellen komen uit het in 2018 vastgestelde beleidskader Huishoudelijke Ondersteuning. Aanleiding voor het opstellen van dat beleidskader was een uitspraak van de CRvB uit 2016 dat normen als ‘leefbaar huishouden’ objectief en onafhankelijk onderbouwd moeten worden. Een extern bureau heeft voor de 14 Twentse gemeenten onderzoek gedaan en het kader opgesteld. De normen van de basismodule zijn door onafhankelijk onderzoek bepaald en stellen dat maximaal 105 uren op jaarbasis nodig zijn om het resultaat leefbaar huishouden te behalen. Op basis van individueel onderzoek (“het keukentafelgesprek”) wordt duidelijk wat de cliënt zelf kan en welke werkzaamheden worden overgenomen. En wordt maatwerk voor de cliënt geleverd. Wanneer sprake is van eigen kracht wordt op cliëntniveau afgeweken van de standaardnorm. Aan uw advies wordt dus reeds voldaan.

5

Bijlage II:

Reactienota verordeningen, nadere regels en beleidsregels Jeugd Adviesraad sociaal domein Dinkelland

Algemeen Opmerking: De volledige aanlevering en duidelijke mondelinge uitleg maakten het voor ASDD mogelijk om tijdig een advies te kunnen geven. De oplegger adviesaanvraag is prettig om mee te werken. Dank daarvoor aan de betrokken ambtenaren. Antwoord: Wij danken u voor uw positieve reactie op de wijze waarop de stukken onder uw aandacht zijn gebracht. Opmerking: Wij geven een negatief advies op artikel 3.3.4 van de verordening en op artikel 4.3 van de beleidsregels, wij verwijzen voor uitleg hierover naar onze opmerkingen. Wij geven op de rest van het beleidsstuk een positief advies. Antwoord: Wij danken u voor uw positieve reactie op de verordeningen, nadere regels en beleidsregels Jeugd. Wat betreft het onderdeel waarop u negatief adviseert, hebben wij besloten deze nu uit de documenten weg te laten. We bespreken in een volgend overleg graag de door u geplaatste vragen/opmerkingen en onze visie op de toegevoegde waarde van deze artikelen. Opmerking: De adviesraad vindt het belangrijk maatwerk te blijven leveren. De opmerkingen hierover zijn gelijk aan die in het advies op de Wmo stukken. Antwoord: Wat wij hebben geantwoord in bijlage I onder ‘Algemeen’ naar aanleiding van deze opmerking, geldt ook voor hoe we werken binnen jeugd. Ook in de Jeugdwet is maatwerk leidend principe. Juist dat maakt dat in bijzondere situaties wordt gekeken wat precies nodig is.

Opmerking: De adviesraad vraagt nadrukkelijk aandacht voor onafhankelijke cliëntondersteuning. De opmerkingen hierover zijn vrijwel gelijk aan die in het advies op de Wmo stukken. Antwoord: Zie het antwoord in bijlage I onder ‘Algemeen’ / Onafhankelijke cliëntondersteuning Opmerking: De adviesraad vindt het belangrijk dat mensen slechts een keer hun verhaal hoeven te doen. De opmerkingen hierover zijn vrijwel gelijk aan die in het advies op de Wmo stukken. Antwoord: Zie het antwoord in bijlage I onder ‘Algemeen’ / Eén loket. Opmerking: Inwoners zouden geen hinder moeten ondervinden van schotten tussen de sociale wetten (Wmo, Zvw, Wlz en Participatiewet). De opmerkingen hierover zijn gelijk aan die in het advies op de Wmo stukken. Antwoord: Zie het antwoord in bijlage I onder ‘Algemeen’ / Ontschotting

Nadere regels Vraag: Hoe ziet de periodieke heroverweging rondom het PGB er uit? Hoe vaak wordt dit gedaan? Hoe wordt erop toegezien dat dit ook daadwerkelijk plaatsvindt? Dit onderwerp staat niet in de nadere regels, wel in de verordening (art. 3.6) en de beleidsregels (paragraaf 7.2). Wij geven in het licht van die teksten ons antwoord. Antwoord: Bij de periodieke heroverweging staan vragen centraal als: Hoe is het gegaan de afgelopen periode? Past de pgb nog bij de problematiek? Zijn de doelen gehaald? Is er aanpassing van het pgb nodig, dan wordt deze aangepast. De wet en de verordening schrijven niet voor wanneer een herindicatie moet plaatsvinden. Het is aan de professional (consulent) om daar een inschatting van te maken. Bij het vaststellen van een indicatie voor een pgb wordt bepaald of en wanneer een herindicatie wordt overwogen. Hierin

6

speelt onder meer een rol: waarvoor een pgb is verstrekt en de duur waarvoor deze is verstrekt. Bij een indicatie voor één of twee maand ligt herindicatie bijvoorbeeld niet voor de hand. Ook hoe de situatie zich in de praktijk ontwikkelt kan aanleiding zijn tot het overwegen van een herindicatie.

Verordening Jeugdhulp Overwegingen Advies: de zin in de overweging m. b.t. noaberschap te verwijderen Antwoord: dit passen wij aan. Artikel 2, lid 2.1 Opmerking: De wet stelt dat ingezetenen een beroep kunnen doen op onafhankelijke (kosteloze) cliëntondersteuning. Dat is wat anders dan cliëntondersteuning waarbij het belang van de jeugdigen en ouders het uitgangspunt is. Advies: het bovenstaande correct, rechtgevend aan de wet, te formuleren. Antwoord: Zie het antwoord in bijlage I onder ‘Algemeen’ / Onafhankelijke cliëntondersteuning. Aanvullend kunnen we nog aangeven dat de toevoeging ‘waarbij het belang van de jeugdigen en ouders het uitgangspunt is’, volgt uit de eisen waar cliëntondersteuning aan moet voldoen (Zie TK 2013-2014, 33 841, nr 3 p. 15). Het woord onafhankelijk staat overigens ook letterlijk in de toelichting bij dit artikel in de verordening. Artikel 2.2 Vraag: In hoeverre moet de inwoner twee keer het verhaal doen als hij/zij zich aanmeldt bij de Schakel? Ervan uitgaande dat de sociaal werker een telefonische uitvraag doet en dat de casus (wanneer nodig) gelijk naar de jeugdconsulenten gaat als het geïndiceerde zorg betreft. Zie ook onze overwegingen bij de aanhef van deze brief.

Antwoord: Zie het antwoord in bijlage I onder ‘Algemeen’ / Eén loket Artikel 2.3 lid 3 Advies: het woord “onafhankelijke” toe te voegen voor het woord cliëntondersteuning Antwoord: In de wet staat al omschreven dat cliëntondersteuning onafhankelijk moet zijn. Zie ook het antwoord in bijlage I onder ‘Algemeen’ / Onafhankelijke cliëntondersteuning Artikel 2.3 lid 4 Vraag: Hoe wijst het college de jeugdige (en/of zijn ouders) na de melding op de mogelijkheid om binnen 7 dagen een persoonlijk plan op te stellen. Antwoord: In de ontvangstbevestiging van de melding wordt hierop gewezen. (Tekst ontvangstbevestiging: ‘Persoonlijk plan. Misschien heeft u zelf al gedacht aan mogelijke oplossingen. Als u wilt, kunt u een persoonlijk plan opstellen waarin u uw eigen ideeën beschrijft. Dit persoonlijk plan bespreekt de jeugdconsulent met u tijdens het gesprek. Wij proberen zo veel mogelijk bij uw persoonlijk plan aan te sluiten. Daarbij zijn wij wel verplicht om te kijken naar wat er vanuit de Jeugdwet mogelijk is.’) Van deze mogelijkheid is overigens nog nooit gebruik van gemaakt. Artikel 2.3 lid 4b Vraag: Hoe zorgt het College voor “bepaalde ondersteuning” bij het opstellen van het familiegroepsplan? Antwoord: Het gaat hierbij om ondersteuning door een cliëntondersteuner of een consulent om samen met de melder de hulpvraag te verhelderen.

De afgelopen jaren is hier overigens maar één keer om gevraagd. Er wordt altijd verwezen naar deze mogelijkheid, maar over het algemeen is de situatie van melders zodanig dat ze het juist even niet meer weten en het opstellen van een plan alleen maar een extra belasting zou zijn.

7

Artikel 2.3 lid 6 Vraag: Hoe kan gebruik gemaakt worden van de Jeugd Bescherming Tafel en in wiens belang is dat? Wat wordt precies besproken tijdens de Jeugd Beschermings Tafel. Hoe wordt de privacy van cliënt hierbij gewaarborgd? Antwoord: De JeugdBeschermingsTafel betreft een regionaal overleg (pilot) met: Raad voor de Kinderbescherming, ouders, jeugdconsulent, en voorzitter. De JBT wordt ingeschakeld als ingezette zorg niet toereikend blijkt en er veiligheidsvraagstukken spelen die niet kunnen worden opgelost in vrijwillig kader: bijv. complexe vragen, kindermishandeling en huiselijk geweld. Het is geen voorziening voor de inwoners zelf, maar een wettelijke verplichting van de consulent om in deze situaties dit overleg in te zetten. Het kan vanuit VTT ook worden ingezet zonder vraag van het gezin. Ouders en jeugdige worden in alles betrokken. Artikel 2.5 lid 3 Vraag: De gemeente bepaalt de aard van de zorg. Hoe gaat de gemeente keuzevrijheid in zorg faciliteren als inwoners daar behoefte aan hebben? Dit onderwerp staat niet in dit artikel. Wij geven onderstaand een algemeen antwoord. Antwoord: Ondersteuning kan via zorg-in-natura of via een persoonsgebonden budget (onder voorwaarden) worden geleverd. Voor de zorg-in-natura hebben we een breed scala aan gecontracteerde aanbieders waar een cliënt uit kan kiezen.

Daarnaast kunnen cliënten met een pgb zorg inkopen bij een derde als ze bekwaam zijn een pgb te beheren. Bij een pgb bepaalt de cliënt dus zelf bij wie hij de zorg of ondersteuning inkoopt. Hierbij geldt wel dat er kwaliteitseisen gesteld kunnen worden waar een zorgverlener die met een pgb ingekocht kan worden aan moet voldoen. Zeker daar waar het gaat om behandeling. Artikel 2.8 lid 1 Vraag: Wie is de vaste adviseur van het college? Het is denkbaar dat hier meerdere vaste adviseurs moeten zijn (bv medisch, gedragswetenschappelijk etc.). Vraag: Hoe worden ouders/jeugdigen hiervan op de hoogte gesteld? Antwoord: Zie het antwoord in bijlage I onder ‘Verordening Wmo’ / Artikel 2.7, lid 1 Ook in de verordening Jeugdhulp hebben we een zin hierover toegevoegd aan de toelichting bij dit artikel. Artikel 3.3.4 Opmerking: Toevoeging activiteitentabel ADL van het CIZ. In de verordening staat dat het college hier gebruik van kan maken. Het leveren van maatwerk is erg belangrijk. Bij het gebruik van deze tabel bestaat het gevaar dat daar te veel aan vast gehouden wordt waardoor maatwerk minder maatwerk wordt. Indien het alleen zou gaan om ADL handelingen is deze tabel een goed uitgangspunt. Maar zeker bij kinderen met autisme of een andere complexe hulpvraag liggen er bijna altijd factoren onder waardoor “simpele” handelingen erg lastig in minuten uitgedrukt kunnen worden.

Er volgt dan een discussie waarbij niet goed, of helemaal geen recht kan worden gedaan aan het begrip maatwerk. Advies: De ASDD adviseert het College geen gebruik te maken van deze tabel en/of deze te verwijderen uit de verordening. Antwoord: Wij hebben besloten de activiteitentabel nu uit de documenten weg te laten. We bespreken in een volgend overleg graag de door u geplaatste vragen/opmerkingen en onze visie op de toegevoegde waarde van deze artikelen. Daarop vooruitlopend hechten wij eraan op te merken dat maatwerk altijd vertrekpunt is, ook als het gaat om benodigde ondersteuning van kinderen met (of zonder) gedragsproblemen bij algemene dagelijkse verrichtingen. De tabel kan met name bij pgb’s helpend zijn in het bepalen hoeveel (extra) zorg ouders leveren aan hun kind. Om een beeld te krijgen van de zorg die aan een kind gegeven wordt, vragen wij ouders om een zorgmomentenoverzicht in te vullen zoals Per Saldo dat heeft opgesteld. Dit zorgmomentenoverzicht en de ADL tabel zijn een leidraad om met ouders in gesprek te gaan bij het bepalen van de omvang van de ADL-zorg. Zeker daar waar de tijd afwijkt van de tabel is het van belang om inzichtelijk te krijgen waar dit door veroorzaakt wordt.

8

Artikel 5.1 lid 4b Vraag: Hoe vaak en door wie wordt de besteding van PGB’s steekproefsgewijs gecontroleerd en hoe gaat dit in zijn werk? Antwoord: De besteding van het pgb wordt bij herindicaties meegenomen. Artikel 5.1 lid 4c Vraag: Indien blijkt dat het College en de budgethouder verschillend denken over de geboden ondersteuning van de aanbieder, wordt er dan een onafhankelijke cliëntondersteuner ingeschakeld en wordt dit de budgethouder aangeboden? Artikel 5.1 lid 4c heeft betrekking op zorg-in-natura. Wij gaan er vanuit dat u doelt op de bepalingen uit artikel 5.1 lid 4a en lid 4b omdat deze betrekking hebben op het pgb. Antwoord: deze vraag is ons niet duidelijk, maar we zijn bereid in een volgend overleg uw vragen mondeling te bespreken.

Beleidsregels Jeugdhulp Artikel 2.4 Opmerking: De zelfredzaamheidsmatrix komt niet voor in de beleidsregels Vraag: Wordt deze toegepast? Zo ja, waar staat deze uitgeschreven, hoe werkt het scoren hiervan en hoe worden cliënten/ouders hiervan op de hoogte gesteld? Antwoord: Er wordt in de praktijk nog niet mee gewerkt. Tijdens het onderzoek wordt wel per leefgebied, voor zover relevant voor de hulpvraag, vastgelegd wat de problemen zijn. Deze leefgebieden zijn gelijk aan de leefgebieden die zelfredzaamheidsmatrix hanteert. Er worden geen scores aan toegevoegd. Wellicht dat dit in de toekomst gebeurt, maar daar is eerst training van medewerkers in de methodiek voor nodig. Artikel 3.5 Opmerking: Het afwegingskader onderzoek kan, met name bij stap 5, per cliënt tot zeer grote verschillen in ondersteuning leiden vanuit de gemeente. Vooral de toevoeging “redelijkerwijs” is multi-interpretabel. Advies: met stap 5 zeer voorzichtig en duidelijk om te gaan om mogelijke rechtsongelijkheid en grond voor bezwaar te voorkomen Antwoord: Anders dan in de AWBZ gaat het bij de Jeugdwet er om dat gekeken wordt naar de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van ouders. Dat ligt per geval anders. Dat kan leiden tot een verschil in de geboden maatwerkvoorziening. Dat is geen rechtsongelijkheid omdat de situatie van het geval meegewogen wordt (maatwerk).

Hier is altijd zorgvuldig onderzoek voor nodig. Uw advies nemen wij ter harte. Artikel 4.3 Advies: geen gebruik te maken van de CIZ methodiek m.b.t. ADL assistentie Antwoord: zie het antwoord onder ‘Verordening Jeugdhulp’/ Artikel 3.3.4. Artikel 5.3 Opmerking: In de beleidsregels is geformuleerd dat bij het aanleren van activiteiten de kans dat dit lukt groter is als de ondersteuning wordt geboden door een professionele ondersteuner die juist niet in de directe relatie staat tot de jeugdige. Kijkend naar de diverse ontwikkelingsmodellen van ASS kan er gezegd worden dat bovenstaande niet juist is. Een voorbeeld dat hierbij genoemd kan worden is de methode voor gehechtheidsontwikkeling van Yvonne Loekemijer. Bovenstaande staat lijnrecht tegenover diverse methodieken. Vraag: soepel om te gaan met bovenstaande beleidsregels. Het is van belang dat er maatwerk geleverd kan worden.

9

Antwoord: Een pgb kan worden verstrekt als dit aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is. Als dat in die gevallen zo is, kan een pgb worden verstrekt.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/480/documents/15552