CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

r_Bijlage 1 Inrichtingsplan.pdf

Gemeenteraad 21 september 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 13: Voorstel inzake ontwerp Provinciaal Inpassings Plan (PIP) “Springendal en Dal van de Mosbeek”39.204 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

4.5.5 Knelpunten per deelsysteem Hieronder zijn de knelpunten per deelsysteem omschreven. Het betreft hier de knelpunten verdroging, vermesting en veenafbraak. Voor de knelpunten verdroging en veenafbraak is op kaart aangegeven waar het knelpunt binnen het deelgebied zich afspeelt. Het knelpunt vermesting is bij de maatregelen verder uitgewerkt op kaart en direct vertaald in een maatregel. Brongebied Binnen het brongebied van de Mosbeek spelen een drietal knelpunten die van invloed zijn op de N2000-doelstellingen in het deelgebied: Vermesting, verdroging en veenoxidatie

Figuur 53: Brongebied: Knelpunten verdroging en vermesting Verdroging

30-7-2020

69

Inrichtingsplan Natura 2000 Springendal - Dal van de Mosbeek Het Fieldlab constateert op basis van veldwaarnemingen dat er in de habitattypen sprake is van verruiging met Gewone braam, Grote Brandnetel en Ridderzuring. De verruiging wordt veroorzaakt door verdroging (mineralisatie) van de bodem als gevolg van te diepe insnijding van de beek (K2). Deze insnijding van de beek is veroorzaakt door erosie van de beekbodem, ten gevolge van piekafvoeren vanuit het omliggen natuur- en landbouwgebied. Deze piekafvoeren vanuit het omliggende gebied moeten dan ook worden voorkomen, zodat de beek na beekbodemverhoging (Maatregel M3) niet meer opnieuw insnijdt. Wat specifiek voor de Mosbeek geldt dat een deel van deze afvoer afkomstig is van paden, wegen en erven. Ook hier dienen maatregelen voor worden genomen om dit water op een geleidelijke wijze richting de beek af te voeren. Vermesting Het Brongebied kent 2 invloeden als gevolg van vermesting: • Invloed van vermesting via het (diepere) grondwater van de morene zandgronden; • Invloed van vermest water via runoff (op de locaties waar gestuwde formaties van tertiaire klei en keileem dicht aan het oppervlak komen). De oostelijke helft van dit deelgebied, maakt onderdeel uit van de grondmorene. Bekend is dat een deel van het nitraatrijk grondwater tot diep onder het oppervlak wegzakt.

Op welke wijze de stroombanen onder deze gronden liggen is niet bekend. Het is dan ook onduidelijk of (vermest) grondwater via het diepere grondwater terecht komt in het beekdal. Hiervoor verwijzen we ook naar Tabel 5. Het westelijk deel van het deelgebied bevindt zich op gestuwde afzettingen. Hier stroomt water via runoff of ondiep over tertiaire kleilagen af richting het beekdal. Hiermee wordt vermest water direct terecht in de habitattypen die op de flanken van het beekdal liggen. De hoge enkeerdgronden aan de zuidzijde van het gebied zijn door het humusrijke pakket van ca. 1100 cm veel minder gevoelig voor uitspoeling. Ook bevindt zich onder deze gronden tertiaire klei die zeer slecht doorlatend is. Het water dat daar infiltreert heeft een zeer lange reistijd. Probleem bij deze gronden is de ondiepe uitspoeling. Desondanks voldoet het water niet aan de kwaliteitsnormen die de habitats stellen aan de waterkwaliteit waarop zij kunnen voorkomen en leidt dit bij inundatie van de beek tot vermesting in de habitats (met name de alluviale bossen (H91E0C) en Blauwgraslanden (H6410A)). Aangezien het gaat om oppervlakkige afstroming van oppervlakte- en grondwater dient het vermeste water de omgeving afgevangen te worden voordat het water de aangrenzende habitattypen bereikt. Veenafbraak Veenoxidatie gaat hier gepaard met de andere 2 knelpunten (verdroging en vermesting).

Met name de invloed van sulfaat is groot waar het gaat om veenoxidatie. In Figuur 53Figuur 55 zijn deze knelpunten voor het deelgebied in kaart gebracht. Oerbekkedal Ook binnen het Oerbekkedal spelen de drietal knelpunten die van invloed zijn op de N2000-doelstellingen in het deelgebied: Vermesting, verdroging en veenoxidatie. Karakteristiek voor het Oerbekkedal zijn de verschillende bronniveaus die in het deelgebied voorkomen. Hierdoor kent het deelgebied relatief veel zijlopen die uiteindelijk uitmonden op de hoofdloop.

30-7-2020

70

Inrichtingsplan Natura 2000 Springendal - Dal van de Mosbeek

Figuur 54: Oerbekkedal: Knelpunten verdroging en vermesting Verdroging

Figuur 55: Oerbekkedal: Knelpunten verdroging en vermesting In het Oerbekkedal vormen de diepe insnijding van de hoofdloop en zijtakken van de Mosbeek het grootste knelpunt waar het gaat om verdroging. Deze diepe insnijding wordt hier voornamelijk veroorzaakt door hoge piekafvoeren die het gevolg zijn van de waterafvoer vanuit het bovenstroomse pand. Het water wordt via sloten, drainagesystemen, wegen en over maaiveld met korte reistijden en veelal via runoff afgevoerd op de beek. Hierdoor wordt water versneld afgevoerd op de hoofdloop van de Mosbeek en zorgt dit voor hoge stroomsnelheden in de midden- en benedenloop. Hierdoor snijdt de 30-7-2020

71

Inrichtingsplan Natura 2000 Springendal - Dal van de Mosbeek beek diep in, onttrekt als gevolg van de diepere ligging extra grondwater uit de flanken waardoor het gevolg is dat er verdroging optreedt in het beekdal en daarmee ook in de habitats. Het o.a. ophogen van de beekbodems, aanleg van drempels, verslenken en dempen van slenken en zelfs het aanbrengen van voorzieningen in lokale wegen moeten gaan bijdragen aan de bestrijding van deze knelpunten.

Vermesting Ook in de middenloop van de Mosbeek en in het Oerbekkedal komen plantsoorten voor die wijzen op voedselrijke omstandigheden waarbij nitraat de aanjager is. In het oppervlaktewater zijn zowel de nitraat- als de sulfaatwaarden hoog en in het grondwater zijn matig tot sterk verhoogde sulfaatwaarden gemeten. De waarden kunnen duiden op vermesting of een van de of een combinatie van de andere natuurlijke procesessen zoals verdroging of zuurstofrijk water een probleem vormt. Ingeval van pyrietoxidatie zorgt een verhoogde waarde van nitraat in het grondwater tot hoge sulfaatgehalten. Verhoogde sulfaatgehalten in het beekdal leiden tot veenafbraak op gronden langs de Mosbeek. Water dat inzijgt in agrarische percelen is veelal rijk aan nitraat. Via het grondwater komt het in contact met pyriet en treedt in het beekdal uit als sulfaat. Het water dat via runoff vanaf deze agrarische percelen richting de Mosbeek of de zijlopen afstroomt is een risico van fosfaatafspoeling aanwezig. Bij fosfaat gaat het om ondiepe uitspoeling waar concrete maatregelen uitgevoerd dienen te worden die voorkomen dat dit vermeste water direct in de habitats terecht kan komen. Waar dit niet het mogelijk is, en waar water direct wordt afgevoerd op de habitats, dient de bemesting te worden stopgezet. Veenafbraak Veenoxidatie gaat hier gepaard met de andere 2 knelpunten (verdroging en vermesting).

Met name de invloed van sulfaat is groot waar het gaat om veenoxidatie. In Figuur 54 en Figuur 55 zijn deze knelpunten voor het deelgebied in kaart gebracht. Vlasleuterij en Tussen de molens

Figuur 56: Vlasreuterij en Tussen de molens: Knelpunten verdroging en vermesting In dit deelgebied komt het habitattype Alluviale bossen, Vogelkers-Essenbos, matig ontwikkeld voor. Hoewel de omstandigheden nog voldoende nat zijn voor Alluviale bossen zijn er sporen van verdroging en vermesting in het gebied. Grote brandnetel en Gewone braam wijzen hier op verdroging en vermesting. Ook ligt er gestort organisch afval in dit habitattype. De habitattypen Blauwgrasland en Overgangs- en Trilvenen zijn goed ontwikkeld. Hiermee spelen er 2 knelpunten in dit deelgebied: Verdroging en vermesting. Veenafbraak vormt tot dusver geen knelpunt voor dit deelgebied.

30-7-2020

72

Inrichtingsplan Natura 2000 Springendal - Dal van de Mosbeek Verdroging In dit deelsysteem is verdroging een belangrijk knelpunt. De grondwaterstanden in het beekdal staan te ver onder maaiveld. Oorzaak van dit knelpunt is de diepe insnijding van de beek. Ook zijn in dit deelsysteem lokale watergangen en drainage die een verdrogend effect hebben op het habitattype. Dit betreffen enkele percelen aan de noordzijde van het beekdal. Vermesting In dit deelsysteem is vooral de verdroging zichtbaar op de hillshade kaart, zie Figuur 56. Vermesting is als aangegeven in de inleiding voor dit deelgebied terug te zien in de ontwikkeling van de vegetatie in het habitattype Alluviale bossen. Hier is verruiging met o.a. Gewone braam zichtbaar wat wijst op de uitspoeling van meststoffen uit de omgeving (veelal via geïnundeerd beekwater), slechte hydrologische omstandigheden. In de Vlasreuterij is sulfaat in het oppervlaktewater van de bron verhoogd. De bovenstrooms gelegen opslag van compost en natuurakker is een mogelijke oorzaak.

4.6 Maatregelen 4.6.1 Maatregelen uit het N2000-beheerplan In de uitwerking van de maatregelen is het N2000-beheerplan uitgangspunt geweest. Daaropvolgend heeft het fieldlab analyses op het systeem (hydrologisch, ecologisch, biochemisch) uitgevoerd waarbij in een nadere detaillering naar het gebied is gekeken. Hierin is onder andere gekeken naar de bodemopbouw, watersysteem (grond- en oppervlaktewater), de voorkomende habitattypen en de onderlinge samenhang. Vanuit deze analyse zijn de knelpunten nader beschouwd. Uit de systeemanalyse volgt dat er op sommige locaties meer maatregelen nodig zijn dan in het N2000-beheerplan staat. Zo dragen voormalige landbouwgronden (die nu een natuurfunctie hebben) en natuurterreinen ook bij aan de verliezen van nutriënten. Deels komt dit door onvoldoende verschraling en deels omdat deze gele percelen tot voor kort in landbouwkundig gebruik waren en daarom nog relatief veel nutriënten in de bodem bevatten. Daarom benoemt het inrichtingsplan ook voor deze percelen maatregelen om verliezen aan nutriënten te minimaliseren, o.a. het actief maaien en afvoeren van de vegetatie. Uit de systeemanalyse blijkt voor enkele van die percelen de noodzaak om het landgebruik te wijzigen. Met een ander landgebruik kan afstroming en uitspoeling van nutriënten tot een minimum worden beperkt.

Ook volgt uit de systeemanalyse dat een aantal percelen geen relatie hebben met de habitattypen. Op die percelen is geen aanleiding tot maatregelen om verliezen van nutriënten verder te beperken dan het wettelijk kader. Onderstaand maatregelpakket bevat dus een aantal verschillen ten opzichte van het N2000-beheerplan. Er is per deelsysteem een tabel opgenomen waarin de maatregelen vanuit het N2000-beheerplan zijn opgenomen en de uitgewerkte maatregelen met een onderbouwing. Deelgebieden Voor de beschrijving van maatregelen is gekozen het deelgebied onder te verdelen in 3 deelgebieden: Brongebied Oerbekkedal Vlasreuterij – Tussen de molens De bemestingsmaatregelen worden hierna, niet per deelgebied net als bij de overige maatregelen, maar voor het gehele gebied beschreven.

In het N2000-beheerplan zijn onderstaande maatregelen beschreven (zie Tabel 14).

Tabel 14: Maatregelen en knelpunten Mosbeek uit het N2000-beheerplan Maatregelen N2000 t.b.v. maatregel Inrichtingsmaatregelen Omvormen landbouwgronden: dempen sloten, opheffen buisdrainage, stoppen bemesting op - landbouwgronden rond het brongebied van de Mosbeek - gedeelte van landbouwgronden van erve De Witker-Weersink -> uitwerking op basis van vooronderzoek Aanleggen waterretenties op twee locaties zuidkant Mosbeek (er worden er meer aangelegd dan alleen in N2000 worden genoemd)

30-7-2020

M16 + M17

M18

Doelen

K1+K2+ • K8+K31+ K32+ K21+ • K22+ K23

• K2+K21+ • K22+ K23

Herstel kwel, grondwaterstanden en voedselarme omstandigheden van grondwatergevoede habitats. Voorkomen van vermesting van grondwaterafhankelijke Habitattypen door overgangszones met denitrificatie en gewasopname N om een belasting totdat verliezen aan nutriënten nihil zijn. Effectiviteit monitoren. Herstel hydrologie.

73

Inrichtingsplan Natura 2000 Springendal - Dal van de Mosbeek • Stoppen bemesting in landbouwperceel (t.b.v. Mosbeek)

M19

K8+K21+ • K22+ • K23

• • •

Aanleg/versterken van houtwallen om risico op run – off in- of direct naar habitats tegen te gaan.

•

(Referentie: Marit Hefting, 2003.Effectiviteit nitraatreductie in graslandbuffers 63% en bosbuffers 36%. Bosbuffers dus minder als grasbuffers. Proefschrift M.M. Hefting, 2003. Nitrogen transformation and retention in reparia buffer zones. Universiteit, Utrecht.)

Verhogen beekbedding Mosbeek

M20

Herstellen meanderend lengteprofiel: M21 rechtgetrokken trajecten Mosbeek, uitvoeren in combi met M20 Omvormen landbouwgronden: stoppen bemesting M22 op perceel

Bestaande duikers in beek verkleinen

M23

Takkenbossen/ stenen in beek leggen

M24

Knijpduikers aanbrengen

M25

Optimale inrichting van bestaande en reeds M57 verworven nieuwe natuur EHS. (Dit heeft Landschap Overijssel opgepakt als interne maatregel) Verwerven percelen nieuwe natuur EHS in benedenloop van Mosbeek i.v.m. verondiepen beek (zie M20) (herstel waterhuishouding) Overgangsbeheer 5 jaar Voor de gebruiksbeperking “Stoppen bemesting”: • Verschraling met als doel om(makkelijke) afbreekbare minerale N en/of P (vochtig) te verwijderen. Opties bemesting met mineralen (P, K etc. op basis bodemanalyse, GT), teelt/doorzaai klaver om N in te vangen/binden • Jaarlijks minimaal 2 keer maaien en afvoeren zodat in de winter weinig gewas meer aanwezig is • Geen beweiding toegestaan Beheer Verbinden en uitbreiden droge heide (herstel connectiviteit): - Paardenslenkte met Hugelgraberheide door omvormen van bos naar heide op Nederlands grondgebied

30-7-2020

M60

Stroomsnelheid verminderd tot 0,5 m /sec, zodat insnijding van de beek wordt verminderd. Herstel hydrologie Terugdringen uitspoeling van nitraat van landbouwperceel op grondwater gevoede habitats. Door Stoppen bemesting of verbod op akkerbouw Beperken risico op runoff. Effectiviteit monitoren. Direct belasting door runoff in het habitat voorkomen. Effectiviteit monitoren.

K2+K3+ K21+ K22+ K23 K2, K3, K4, K21, K22, K23 K8+K31+ K32+ K21+ K22+ K23

•

Herstel kwel en grondwaterstanden van grondwater gevoede habitats

•

K2+ K3+ K21+ K22+ K23 K2+ K3+ K21+ K22+ K23 K2+ K3+ K21+ K22+ K23 K1+K2+ K3+K4+ K21+ K22+ K23 K2+K3+ K21+ K22+ K23

•

M21 Herstel kwel en grondwaterstanden van grondwater gevoede habitats Herstel kwel, grondwaterstanden en voedselarme omstandigheden van grondwatergevoede habitats. Voorkomen van vermesting van grondwaterafhankelijke Habitattypen door overgangszones met denitrificatie en gewasopname N om een belasting totdat verliezen aan nutriënten nihil zijn. M23 wordt niet toegepast. Leidt tot ongewenste inundatie van habitats.

• •

•

•

M24 wordt niet toegepast. Alternatief van grof zand en grind zoals in brongebied lijkt duurzaam om erosie op te heffen M25 Leidt tot voldoende vermindering van de piekafvoer

•

Uitmijnen/verschralen tot gewenst voedingsstoffen niveau, totdat verliezen aan nutrieten nihil zijn.

•

Niet nodig, omdat Habitats ontbreken en daarom ook niet zijn aangewezen

M16 + M17 + M19

K1+K2+ Terugbrengen van N en P-vrachten om K8+K31+ belasting van habitats naar nihil te K32+ brengen K21+ K22+ K23

M9a

K31+K32 Instandhouding habitats +K21+ K22+K23

74

Inrichtingsplan Natura 2000 Springendal - Dal van de Mosbeek Laat in groeiseizoen maaien en afvoeren van voorkomens en potentiële voorkomens van habitattypen H6230, H6410, H7140A en H7230 Periodiek opslag verwijderen (ingrijpen in successie naar bos)

M26

K21

M52

K14+K21 Instandhouding habitats +K21+ K22+K23 K21+K22 Instandhouding habitats +K23

Periodiek kleinschalig plaggen en bekalken M53 (toevoegen basische stoffen) (of chopperen H4030) Inbreng diaspora van plantensoorten door M54 uitstrooien maaisel uit goed ontwikkelde terreinen en inbreng van specifieke soorten (herintroductie) Periodiek kleinschalig plaggen M55

Kleinschalig verwijderen van strooisel Extensieve begrazing

M58 M59

Hakhoutbeheer

M101

Inbrengen boomsoorten met gunstig strooisel

M102

K32

Instandhouding habitats

Instandhouding, uitbreiding en verbetering van habitats

K13

Door successie naar andere vegetatietypen neemt de oppervlakte van H7150 af. Door te plaggen krijgen de pioniersvegetatiesweer ruimte K21+K22 Instandhouding habitats K21+K22 Instandhouding habitats Instandhouding +K23 habitats K12+K21 Instandhouding habitats +K22+ K23 K21+K22 Instandhouding habitats +K23

Legenda Valt onder N2000-maatregelen Afwijkend van N2000-maatregelen

4.6.2 Maatregelen knelpunt vermesting In dit hoofdstuk worden de maatregelen beschreven die de knelpunten zoal vermesting (o.a. K8) binnen het deelgebied Mosbeek moeten opheffen.

Figuur 57: Maatregelen knelpunt vermesting Mosbeek (gele percelen zijn bestaande natuur percelen)

30-7-2020

75

Inrichtingsplan Natura 2000 Springendal - Dal van de Mosbeek

Brongebied Maatregel gebiedsanalyse

Maatregelnummer

Maatregel

Onderbouwing

M9a - Verbinden en uitbreiden droge heide (herstel connectiviteit): - Paardenslenkte met Hugelgraberheide door omvormen van bos naar heide op Nederlands grondgebied

34

Heideontwik keling door boskap en strooisel verwijderen

Ontsnippering van heide gebieden

M16 - Omvormen 106 landbouwgrond; dempen sloten, opheffen buisdrainage, stoppen bemesting en verwijderen fosfaatrijke toplaag.

Stoppen bemesting

Perceel is in gebruik als blijvend grasland. Uit

105

Stoppen bemesting

Dit perceel is in gebruik als blijvend grasland. Uit de beschikbare waterkwaliteitsgegevens blijkt dat he nitraat sterk verhoogd is (Claessens) De landbouw in het bovenliggende beïnvloedinggebied draagt bij aan deze overschrijding. Gezien de bodemopbouw, korte reistijd en de directe ligging in het brongebied is het advies hier stoppen met bemesting.

grondwaterkwaliteitsgegevens blijkt landbouwkundige beïnvloeding op het brongebied met kwetsbare habitattypen kalkmoerassen en blauwgraslanden. Dit komt door een goede doorlatendheid van de bodem en de grondsoort met als gevolg een korte reistijd. Perceel verschralen door uit te mijnen en om te vormen naar kruidenrijk grasland of schraalland. Fosfaatrijke toplaag niet verwijderen.

Dit perceel dat direct grenst aan het bronsysteem van de Mosbeek zal worden omgevormd naar natuur. Gericht op verschralen en uitmijnen. Fosfaatrijke toplaag niet verwijderen. Beginnend met N12.02 op termijn zelfs uitbreidingsdoelen blauwgrasland - veldrusschraalland Omvormen landbouwgro nd naar natuur 100

Stoppen bemesting

Dit perceel dat nagenoeg grenst aan de alluviale bossen is door de bodemopbouw (morene gronden) en de zeer korte reistijd via het grondwater direct van invloed op de habitats.

45, 46, 47, 48

Stoppen bemesting

Deze percelen die deels als bouwland in gebruik zijn kennen mogelijk een grondwaterstroming richting de kwetsbare habitattype. Het risico van uitspoeling van nitraat is op deze percelen (GT VII en GT VIII) aanwezig. Dit heeft als gevolg dat stoppen bemesting als maatregel is voorgesteld.

35, 42, 44

Verschralen/ uitmijnen en stoppen bemesting Verbod op akkerbouw

Deze percelen die veelal als natuur in gebruik zijn met in sommige gevallen beperkte landbouwkundige mogelijkheden. Deze percelen zijn mede van invloed op de ontwikkeling van de habitats. Voor al deze percelen wordt ook verschralen/uitmijnen voorgesteld. Door actief maaibeheer (2x per jaar) en afvoeren wordt uitspoeling te geminimaliseerd. Daarnaast is het aanleggen van drainage op deze percelen niet meer toegestaan. Hier staat in de gebiedsanalyse geen maatregel benoemd. Dit is een natuurakker waar verhoogde nitraat- en sulfaatgehaltes in het grondwater gevonden worden. Akkers spoelen meer nitraat

30-7-2020

76

Inrichtingsplan Natura 2000 Springendal - Dal van de Mosbeek Tevens voor 35 Aanpassen beheer/natu urdoeltype

M17 - Omvormen 40 landbouwgrond; dempen sloten, opheffen buisdrainage, stoppen bemesting en verwijderen fosfaatrijke toplaag. Landbouwgrond van Erve Witker uitwerken op basis van vooronderzoek 97

Verschralen/ uitmijnen en stoppen bemesting Verbod op akkerbouw

Deze percelen die veelal als natuur in gebruik zijn met in sommige gevallen beperkte landbouwkundige mogelijkheden. Deze percelen zijn mede van invloed op de ontwikkeling van de habitats. Voor al deze percelen wordt ook verschralen/uitmijnen voorgesteld. Door actief maaibeheer (2x per jaar) en afvoeren wordt uitspoeling te geminimaliseerd. Daarnaast is het aanleggen van drainage op deze percelen niet meer toegestaan.

Stoppen bemesting

Waterkwaliteitsgegevens laten een verhoogde waarde van nitraat in het grondwater zien. Dit wordt veroorzaakt door het landbouwkundig gebruik. Perceel grenst direct aan habitat en heeft nagenoeg geen overgangszone. Door de hoge GT is de uitspoeling van nitraat sterk verhoogd. Ook is het perceel gevoelig voor run off. Daarom moet hier worden gestopt met bemesting.

Verondiepen sloot 101

Stoppen bemesting

Verwijderen buisdrainage

M22 Omvormen landbouwgrond; stoppen bemesting

30-7-2020

uit dan grasland. Omzetting naar natuurgrasland en ander beheer is nodig om de uitspoeling verwaarloosbaar klein te maken.

Vanuit de N2000 is hier als maatregel dempen sloten voorgesteld. Om de afvoer van runoff gecontroleerd richting te beek te begeleiden en infiltratie te voorkomen wordt voorgesteld om de sloot niet te dempen maar verlaagd in het maaiveld aan te leggen. De drainage in het perceel heeft een drainerende werking op het habitatgebied. Verwijderen drainage. Door verwijderen van de drainage perceel nog gevoeliger voor runoff en is door de verhoging van de grondwaterstanden beperkt geschikt voor landbouwkundig gebruik. Om risico op afspoeling en ondiepe uitspoeling te beperken bemesting stoppen. Drainage heeft een drainerende werking en daarmee versterkt het verdroging van habitats. Drainage verwijderen en geen nieuwe drainage meer aanleggen

Verondiepen sloot Stoppen bemesting

In de gebiedsanalyse is hier als maatregel dempen sloten voorgesteld. Om de afvoer van runoff gecontroleerd richting te beek te begeleiden en infiltratie te voorkomen wordt voorgesteld om de sloot niet te dempen maar verlaagd in het maaiveld aan te leggen.

108

Opstellen inrichtingspl an en aanpassen afwatering erf

Op basis van een erfscan zullen maatregelen worden genomen om afspoeling van nutriënten en piekafvoer van regenwater vanaf het verharde erf naar het beekdal te voorkomen. De afwatering van het volledige erf moet worden omgelegd naar de waterberging ten noordoosten van het erfperceel 40.

36, 85, 86, 87

Stoppen bemesting

Conform gebiedsanalyse. Deze percelen zijn gelegen op de drogere zandgronden (GT VII/GTVIII). De reistijden en de stromingsrichting zijn hiervoor niet goed te bepalen. Om landbouwkundige beïnvloeding van deze percelen uit te sluiten wordt voorgesteld om de bemesting geheel te stoppen. Percelen worden omgezet in natuur.

77

Inrichtingsplan Natura 2000 Springendal - Dal van de Mosbeek 94

verwijderen drainage

Stoppen bemesting

Het perceel heeft een drainerende werking op het gebied. De drainage zal worden verwijderd waardoor de landbouwkundige mogelijkheden worden beperkt. Als gevolg van het verwijderen van de drainage komen de grondwaterstanden in het perceel zo hoog dat gangbaar landbouwkundig gebruik niet mogelijk is. Dus geldt hier ook maatregel stoppen bemesting.

*De nummering is gevormd als volgt: 0-200 zijn percelen, 300-500 zijn lijnelementen en 600-800 zijn puntelementen. Niet alle nummers komen voor op de kaarten en tabellen vanwege het organisch groeien en aanpassen van de maatregelen

Oerbekkedal Maatregel gebiedsanalyse

Maatregel

Onderbouwing

M16 - Omvormen 95 landbouwgronden: dempen sloten, opheffen buisdrainage, stoppen bemesting, 93 verwijderen fosfaatrijke toplaag (o.a. herstel waterhuishouding en ontgronden) - landbouwgronden rond het brongebied 92 van de Mosbeek (t.b.v. Mosbeek)

Stoppen bemesting

Dit perceel dat nog in gebruik is voor de teelt van gras en tarwe heeft een klein oppervlak en ligt ingeklemd tussen natuurpercelen. Ook is door de helling van het perceel richting het westen een beïnvloeding via het grondwater op de habitats die aangrenzend liggen.

Permanent grasland**

Dit perceel grenst aan de Mosbeek. Door het verhogen van de beekbodem zal de grondwaterstand tot een breedte van 60 meter in het perceel aan de orde zijn. Omdat dit de gebruiksmogelijkheden voor landbouw beperkt. Is in de eerste 50 meter een onbemeste overgangszone als maatregel voorgesteld. Daarnaast is als maatregel verbod op akkerbouw voorgesteld om risico op afspoeling van nutriënten te voorkomen.

M17 - Omvormen 37 landbouwgrond; dempen sloten, opheffen buisdrainage, stoppen bemesting en verwijderen fosfaatrijke toplaag. Landbouwgrond van Erve Witker uitwerken op basis van 59 vooronderzoek

Verbod op akkerbouw

Perceel heeft tertiaire klei ondiep in het profiel waardoor de ondergrond slecht doorlatend is. Hierdoor is geen beïnvloeding van het perceel via de grondwaterstroming op de habitat. Perceel is gevoelig voor run off. Om de runoff tegen te gaan is de maatregel verbod op akkerbouw. De huidige drainage heeft geen verdrogend effect op de habitats omdat alleen het bovenste water wordt afgevangen en daarmee ook indirect de runoff tegengaat. De run- off gaat via huidige ontwateringsstelstel naar de beek.

Verschralen/uit mijnen/geen bemesting

Stroombaan en helling is naar westelijk gelegen percelen en daar voorkomende habitattypes toe. Verbod op aanleg nieuwe ontwateringsmiddelen.

109

Opstellen inrichtingsplan en aanpassen afwatering erf

Op basis van een erfscan zullen maatregelen worden genomen om afspoeling van nutriënten en piekafvoer van regenwater vanaf het verharde erf naar het beekdal te voorkomen. De afwatering van het erf moet worden omgelegd en afwateren via de onbemeste overgangszone.

57

Onbemeste Overgangszone van 50 meter

58

Permanent grasland**

Deze hoge enk is zowel in gebruik als gras en bouwland voor de teelt van mais. De enk in zijn geheel beschouwd kent twee stromingsrichtingen richting de habitats. Een kort stroombaan van de kop van de enk naar het noorden richting de Mosbeek en een westelijke richting stroomafwaarts van de Mosbeek. Om nutriëntenbelasting op de aangrenzende habitats tot nihil terug te dringen is voorgesteld om een onbemeste overgangszone in te richten van 50 meter en een verbod op akkerbouw op het overige deel.

82

Permanent grasland**

55

Onbemeste overgangszone van 50 meter

54

Permanent grasland**

30-7-2020

Kaart nummer*

Onbemeste overgangszone van 50 meter

Deze hoge enk is zowel in gebruik als gras en bouwland voor de teelt van mais. De enk in zijn geheel beschouwd kent twee stromingsrichtingen richting de habitats. Een kort stroombaan van de kop van de enk naar het noorden richting de Mosbeek en een westelijke richting stroomafwaarts van de Mosbeek. Om nutriëntenbelasting op de aangrenzende habitats tot nihil terug te dringen is voorgesteld om een onbemeste overgangszone in te richten van 50 meter en een verbod op akkerbouw op het overige deel. Dit perceel is door de ligging in een kommetje geschikt voor waterberging. Omdat het perceel deels eens in de 10 inundeert is als maatregel verbod op akkerbouw voorgesteld. Ook is de aanleg van drainage niet toegestaan.

78

Inrichtingsplan Natura 2000 Springendal - Dal van de Mosbeek 56, 60

M18 - Aanleg 107 waterretentie voor opvangen piekafvoeren uit landbouwpercelen - twee locaties zuidkant Mosbeek (M18) M19 Stoppen bemesting in landbouwpercelen

49

M19 - Stoppen 50 bemesting in landbouwperceel (t.b.v. Mosbeek)

Verschralen/uit mijnen/geen bemesting

Deze percelen grenzen direct aan de habitats. Verschralen en uitmijnen is essentieel om de belasting van nitraat op het systeem te verminderen.

Afwatering erf omleggen

Het erf watert nu direct af op de zijtak van de Mosbeek. Om direct toestroom van erfwater richting de Mosbeek te beperken is als maatregel voorgesteld om het erfwater op te vangen en via het aangrenzende bos te infiltreren. In dit bos zijn geen habitattypen.

Stoppen bemesting

Dit perceel dat direct grenst aan de habitattype Alluviale bossen heeft een hoog risico op nitraat uitspoeling. Gezien de direct ligging is de maatregel stoppen bemesting voorgesteld.

Permanent** grasland

Het oostelijke deel met een oppervlak van 1,88 kent hoger gelegen een GT III die een laag risico heeft op uitspoeling van nutriënten. Het zuidelijke deel heeft een GT Vbo (de nattere variant) de grondwaterstroming van dit perceel is naar het oostelijke van het perceel gelegen dal. Uit bodemonderzoek blijkt dat de tussenliggende zone een GT II heeft. Deze functioneert als natte overgangszone tussen het habitat en het landbouwperceel. Hierdoor is het risico op uitspoeling van nutriënten naar de habitattypen laag.

Permanent** grasland

Versterken bestaande houtwal Plaatsen knijpduiker voor waterberging.

51

M22 - Omvormen 98 en 99 landbouwgronden: stoppen bemesting, verwijderen fosfaatrijke toplaag - perceel ten zuiden van Scholte Nieling 96 (t.b.v. brongebied Mosbeek)

86

Het westelijke deel van het perceel kent ondiepe tertiaire klei met een beperkte doorlatendheid en heeft daarmee aan lange reistijd van het grondwater. Dit perceel heeft een deel met GT VI en heeft een matig risico op uitspoeling van nutriënten naar de kwetsbare habitat. De tussenliggende zone met deels een GT III is van voldoende omvang om dit risico te reduceren tot laag. Zeker gezien de reistijd voor dit perceel is berekend op meer dan 10 jaar. Om runoff tegen te gaan is hier het versterken van de bestaande houtwal als maatregel voorgesteld. Als maatregel is hier het versterken van de bestaande houtwal voorgesteld. Ook is voor dit perceel waterberging aan de orde in zowel T-10 als T100, hiertoe zal een knijpduiker worden aangelegd.

Verschralen/uit Dit perceel is direct gelegen aan de kwetsbaar habitattype mijnen/stoppen blauwgrasland. Beheer gericht op afvoeren en verschralen draagt bij bemesting aan de afname van nutriënten belasting. Stoppen bemesting

Op deze percelen is door open structuur van het gras (door vooral maaien) runoff waargenomen, deze percelen zijn met de hoge GT VI uitspoelingsgevoelig. De direct nabijheid van habitattypen en de ligging tussen de natuurgronden (o.a. habitattype droge heide direct grenzend) de emissie op deze percelen is de aanleiding om op dit perceel de bemesting te stoppen.

Stoppen bemesting

De Mosbeek doorsnijdt dit perceel. Het perceel heeft door de aanwezigheid van drainage een verdrogend effect op het aangrenzende habitattype. Voor dit perceel is verwijderen van de drainage als maatregel voorgesteld. Ook zal hier de beekbodem worden verhoogd. Hierdoor wordt het perceel voor landbouw wordt te nat en is voorgesteld om ook hier de bemesting te stoppen.

Stoppen bemesting

Eigenaar heeft hier zelfgekozen om landbouwgronden om te zetten naar natuur. Maatregel conform het N2000-beheerplan.

*De nummering is gevormd als volgt: 0-200 zijn percelen, 300-500 zijn lijnelementen en 600-800 zijn puntelementen. Niet alle nummers komen voor op de kaarten en tabellen vanwege het organisch groeien en bijsnijden van de maatregelen **Voor permanent grasland wordt nog onderzocht of eens in de 10 of 3 jaar scheuren en eiwit/voerteelt (niet zijnde Mais) mogelijk is zonder dat habitats vermesten

30-7-2020

79

Inrichtingsplan Natura 2000 Springendal - Dal van de Mosbeek

Vlasreuterij en tussen de molens Maatregel gebiedsanalyse

Kaart nummer*

M16 - Omvormen landbouwgronden: dempen sloten, opheffen 103 buisdrainage, stoppen bemesting, verwijderen fosfaatrijke toplaag (o.a. herstel waterhuishouding en ontgronden) - landbouwgronden rond het brongebied van de Mosbeek (t.b.v. Mosbeek)

Stoppen bemesting

Conform het N2000-beheerplan. De huidige drainage heeft een drainerende werking op de habitattypen die ten oosten van dit perceel gelegen zijn en waar verdroging een knelpunt is. Maatregel is het verwijderen van de buisdrainage. Hierdoor wordt het perceel te nat en is gangbaar landbouwkundig gebruik niet meer mogelijk is. Als gevolg hiervan is als maatregel stoppen bemesting voorgesteld.

73

Verwijderen drainage

102

Stoppen bemesting

Conform gebiedsanalyse. Perceel is gevoelig door de helling en het ondiep voorkomen van tertiaire klei op minder dan 1 meter minus maaiveld.

104

Stoppen bemesting

Conform gebiedsanalyse. Perceel is gevoelig door de helling en het ondiep voorkomen van tertiaire klein op minder dan 1 meter minus maaiveld.

83

Stoppen bemesting

Permanent grasland

Onbemeste overgangszone van 50 meter

Dit deel perceel grenst direct aan de kleine habitatsnipper en aan de Mosbeek. Door het verhogen van de beekbodem zal de grondwaterstand tot een breedte van 60 meter in het perceel aan de orde zijn. Omdat dit de gebruiksmogelijkheden voor landbouw beperkt. Is in de eerste 50 meter een onbemeste overgangszone als maatregel voorgesteld. Daarnaast is als maatregel verbod op akkerbouw voorgesteld om risico op afspoeling van nutriënten te voorkomen.

Verschralen uitmijnen

Dit perceel ligt dicht bij gevoelige habitats. Als maatregel is hier verschralen en uitmijnen voorgesteld om de invloed van nutriënten te minimaliseren.

Wijzigingen bestemming woonerven met tuin

Dit erf en deel weiland hebben door de ligging nabij het habitat en binnen de Natura 2000begrenzing waar een agrarische bestemming ongewenst is. Voorstel om de agrarische bestemming die deels rust op de kavel te wijzigen in een woonfunctie. Zodat agrarisch gebruik en de bijbehorende rechten niet meer van toepassing kunnen zijn.

70

Verschralen uitmijnen

Dit perceel ligt dicht bij gevoelige habitats. Als maatregel is hier verschralen en uitmijnen voorgesteld om de invloed van nutriënten te minimaliseren.

71

Verschralen uitmijnen

Dit perceel ligt dicht bij gevoelige habitats en moet verschraald worden om de invloed van nutriënten te minimaliseren. Maaien van verruigde vegetatie en afschrapen bovenlaag (20cm à 50% van het opp.) is nodig om een teveel aan nutriënten te verwijderen

72

Verschralen uitmijnen

Dit perceel ligt dicht bij gevoelige habitats en moet verschraald worden om de invloed van nutriënten te minimaliseren.

Afwatering erf omleggen

Het erf watert nu direct af op de zijtak van de Mosbeek. Om direct toestroom van erfwater richting de Mosbeek te beperken is als maatregel voorgesteld om het erfwater op te vangen en via het aangrenzende bos te infiltreren. In dit bos zijn geen habitattypen.

64

30-7-2020

Onderbouwing

Dit perceel heeft een directe relatie via grond en oppervlaktewater op het ten oosten gelegen habitattype. Door het voorkomen van een aaneengesloten laag tertiaire klei op een diepte van ca. 70 cm minus maaiveld is het perceel door de tussenliggende bermsloot niet via grondwater van invloed op het ten westen van het perceel gelegen blauwgrasland. Om de beïnvloeding van het perceel via nutriënten en verdroging op het oostelijke deel te beperken is voorgesteld om daar de drainage te verwijderen en de bemesting te stoppen. Het overige deel kan door de komst van een nieuwe watergang, op de tertiaire klei, gangbaar landbouwkundig in gebruik blijven. De nieuwe watergang zorgt ervoor dat het nutriëntenrijk oppervlaktewater van het hoger op gelegen landbouwgebied direct kan afwateren op de Mosbeek en niet via het Vogelkers essenbos.

84

M18 - Aanleg waterretentie voor opvangen piekafvoeren uit landbouwpercelen - twee locaties zuidkant Mosbeek (M18)

Maatregel

110

80

Inrichtingsplan Natura 2000 Springendal - Dal van de Mosbeek M22 - Omvormen landbouwgronden: stoppen bemesting, verwijderen fosfaatrijke toplaag

61 en 52

Verschralen/uit mijnen/geen bemesting

Stroombaan en helling is naar westelijk gelegen toe. Geen nieuwe drainerende maatregelen toegestaan in de toekomst.

*De nummering is gevormd als volgt: 0-200 zijn percelen, 300-500 zijn lijnelementen en 600-800 zijn puntelementen. Niet alle nummers komen voor op de kaarten en tabellen vanwege het organisch groeien en bijsnijden van de maatregelen

Benedenloop Mosbeek In de benedenloop van de Mosbeek worden geen gebruiksbeperkingen opgelegd omdat hier geen habitattypen beschermd dienen te worden.

4.6.3 Inrichtingsmaatregelen per deelgebied Hieronder vindt per deelgebied een nadere uitwerking van de inrichtingsmaatregelen plaats met deelgebied met aan het einde van elk gebied een beschrijving van het verwachte effect van de maatregelen.

Brongebied Het Brongebied van de Mosbeek heeft te maken met verdroging en vermesting (Figuur 53). Om deze knelpunten tegen te gaan, wordt een aantal maatregelen uitgevoerd. In het N2000-beheerplan zijn maatregelen voorgesteld M16-M17 en M22 (Omvormen landbouwgronden: opheffen buisdrainage en stoppen bemesting en verwijderen fosfaatrijke toplaag) en M20 (verhogen beekbeding over het gehele Natura 2000 traject).

Figuur 58: Maatregelen Brongebied (Mosbeek) In Figuur 58 zijn de maatregelen uit zowel maatregelen uit het N2000-beheerplan als ook, maatregelen IP voor het Brongebied van de Mosbeek ruimtelijk weergeven. In onderstaande Tabel 15 staan de uitgewerkte maatregelen voor het Brongebied.

30-7-2020

81

Inrichtingsplan Natura 2000 Springendal - Dal van de Mosbeek

Tabel 15: Maatregelen Brongebied (Mosbeek) Maatregel gebiedsanalyse

Maatregelnummer

Maatregel

Onderbouwing

M16 - Omvormen landbouwgronden: dempen sloten, opheffen buisdrainage, stoppen bemesting, verwijderen fosfaatrijke toplaag (o.a. herstel waterhuishouding en ontgronden) - landbouwgronden rond het brongebied van de Mosbeek (t.b.v. Mosbeek)

311, 324 327, 328 329, 330 331, 332 333, 334 442, 446 447, 449 465, 601 607, 618 623, 642 647, 675 683, 684

Verondiepen beek tot 20cm -mv; Nieuwe duiker; Dempen sloot met leemhoudend zand; Houtwal versterken ter optimalisatie van waterberging; Verslenken; Aanleggen vaste drempel; Aanleggen/verbeteren knijpconstructie; Verwijderen afval; Vervangen voorde (landbouwverkeer, fietsers en wandelaars)

Het verondiepen van de beek en het dempen van een aantal sloten zorgen voor een verhoging van het grondwaterpeil in de vochtige habitats. Hierdoor wordt verdroging en veenoxidatie tegen gegaan. Het realiseren van de waterberging an sich is geen maatregel omdat hier niets gedaan hoeft te worden. Wel worden er hier dus een knijpduikers aangelegd in combinatie met houtwalversterkingen om piekafvoeren te dempen. Hiermee wordt erosie en beekinsnijding voorkomen. Dit is een tijdelijke berging, van korte duur in een extreme situatie. Daardoor heeft het geen negatief effect op het habitattype. Er is bewust gekozen voor berging op deze locaties, omdat het risico van landschapsaantasting in het dal als aanvaardbaar klein wordt ingeschat. De overige maatregelen (voordes, drempels, verwijderen van (groen)afval) zijn hier opgenomen om de bereikbaarheid en het watersysteem in goede staat te brengen.

M17 - Omvormen landbouwgronden: dempen sloten, opheffen buisdrainage, stoppen bemesting, verwijderen fosfaatrijke toplaag (o.a. herstel waterhuishouding en ontgronden) - gedeelte van landbouwgronden van erve De Witker-Weersink -> uitwerking op basis van vooronderzoek (t.b.v. Mosbeek)

311, 321 326, 336 337, 369 382, 410 421, 449 450, 451 476, 615 616, 617 619, 640

Verondiepen beek tot 20cm -mv; Verslenken; Verondiepen sloot; Verwijderen duiker; Verwijderen buisdrainage; Opknappen onverharde weg; Houtwal versterken ter optimalisatie waterberging; Afwatering erf omleggen; Bodemversteviging tegen bodemerosie; Aanleggen voorde; Verwijderen afval

Het verondiepen van de beek, het verwijderen van drainage en het dempen van een aantal sloten zorgen voor een verhoging van het grondwaterpeil in de vochtige habitats. Hierdoor wordt verdroging en veenoxidatie tegen gegaan. Het realiseren van de waterberging an sich is geen maatregel omdat hier niets gedaan hoeft te worden. Wel worden er hier dus een knijpduikers aangelegd in combinatie met houtwalversterkingen om piekafvoeren te dempen. Hiermee wordt erosie en beekinsnijding voorkomen. Dit is een tijdelijke berging, van korte duur in een extreme situatie. Daardoor heeft het geen negatief effect op het habitattype. Er is bewust gekozen voor berging op deze locaties, omdat het risico van landschapsaantasting in het dal als aanvaardbaar klein wordt ingeschat. Ook worden houtwallen, knijpduikers en de afwateringen van de erven zo aangelegd dat nutriëntrijkwater van percelen of erven niet in de habitats kunnen komen. De overige maatregelen (voordes, drempels, verwijderen van (groen)afval) zijn hier opgenomen om de bereikbaarheid en het watersysteem in goede staat te brengen.

M22 - Omvormen landbouwgronden: stoppen bemesting, verwijderen fosfaatrijke toplaag

30-7-2020

311, 322 323, 382 413, 422 438, 609 613, 614 619

Verondiepen beek tot 20cm -mv; Aanleggen afspoel/invangstrook; Verwijderen buisdrainage;

Het verondiepen van de beek en het dempen van een aantal sloten zorgen voor een verhoging van het grondwaterpeil in de vochtige habitats. Hierdoor wordt verdroging en veenoxidatie tegen gegaan.

82

Inrichtingsplan Natura 2000 Springendal - Dal van de Mosbeek - perceel ten zuiden van Scholte Nieling (t.b.v. brongebied Mosbeek)

Vertragen afwatering weg; Dempen sloot met leemhoudend zand; Aanleggen/verbeteren knijpconstructie; Verwijderen mesthoop en betonplaten

Het realiseren van de waterberging an sich is geen maatregel omdat hier niets gedaan hoeft te worden. Wel worden er hier dus een knijpduikers aangelegd in combinatie met houtwalversterkingen om piekafvoeren te dempen. Hiermee wordt erosie en beekinsnijding voorkomen. Dit is een tijdelijke berging, van korte duur in een extreme situatie. Daardoor heeft het geen negatief effect op het habitattype. Er is bewust gekozen voor berging op deze locaties, omdat het risico van landschapsaantasting in het dal als aanvaardbaar klein wordt ingeschat. Ook worden houtwallen, knijpduikers en de afwateringen van de erven zo aangelegd dat nutriëntrijkwater van percelen of erven niet in de habitats kunnen komen. De overige maatregelen (voordes, drempels, verwijderen van (groen)afval) zijn hier opgenomen om de bereikbaarheid en het watersysteem in goede staat te brengen.

*De nummering is gevormd als volgt: 0-200 zijn percelen, 300-500 zijn lijnelementen en 600-800 zijn puntelementen. Niet alle nummers komen voor op de kaarten en tabellen vanwege het organisch groeien en bijsnijden van de maatregelen

Maatregelen knelpunt verdroging Het knelpunt van verdroging in dit deelgebied wordt veroorzaakt door een te diepe ligging van de beek die is ontstaan door piekafvoeren vanuit omliggende landbouwpercelen. Om piekafvoeren te verminderen en daarmee de verdroging op te heffen wordt de beekbodem ter plekke van het habitattype tot circa 20 cm onder maaiveld verondiept (maatregel 311) en worden de bestaande duikers aangepast tot op het toekomstige bodemniveau van de beek. Het beektraject tussen de habitattypen wordt aangepast tot een nieuwe logische verhanglijn (Arcadis 2018, zie bijlage 4). In het N2000-beheerplan zijn maatregelen ook genoemd om het drainerende effect tegen te gaan en zullen de drainages in de percelen 36, 97 en 100 worden verwijderd (maatregel 382). Tenslotte zullen een aantal watergangen worden verondiept (maatregel 337) en worden gedempt (maatregel 334 t/m 422 en 442). Maatregelen knelpunt vermesting Het gehele oostelijke deel van het brongebied wordt gekenmerkt door droge zandgronden die ook het diepere grondwater voeden. Op alle percelen rondom het brongebied geldt als maatregel “stoppen bemesting’. Daarbij is dus ook specifiek naar het gebruik van de natuurgronden gekeken. Perceel 35 is in gebruik als natuurlijk akkerland. Hier vindt eens per 3 jaar bemesting met ruige stalmest plaats.

Door op alle percelen rondom het brongebied stoppen met bemesten te stellen wordt alles gedaan binnen handbereik om het risico op beïnvloeding van percelen via het grondwater tot een minimum te beperken. Ook het tijdelijk bergen van water en het voorkomen van run off in de habitats draagt bij aan het verminderen van de nutriënten bij de habitats. Opgemerkt moet worden dat een deel van het stroomgebied van de Mosbeek aan de Duitse zijde is gelegen. Hier zijn geen maatregelen voorzien. Om nutriëntrijk water als gevolg van runoff uit habitats te houden worden op drie plaatsen slenken (maatregelen 321, 421 en 447) en afspoel-inspoelstroken (322 tot en met 324) aangelegd. Voor percelen 45, 46, 47 en 48 is onvoldoende informatie voorhanden om de richting van de grondwaterstroming en de doorlatendheid van de ondergrond goed te kunnen inschatten. Voor deze percelen geldt dat het risico op uitspoeling van nitraat richting de habitats in de Mosbeek niet aan te tonen is, maar ook niet is uit te sluiten. Door deze onduidelijkheid wordt voor deze percelen voorgesteld om het N2000-beheerplan te volgen.

Om afspoeling van nutriëntrijk water richting de habitattypen tegen te gaan en de toestroom van water op de beek bij piekbuien te remmen is voorgesteld om bij het erf -maatregel 108- een erf inrichtingsplan te maken voor erfafspoeling en het water af te voeren via het naastgelegen perceel 40 (maatregel 451) op Figuur 58. Doelbereik De maatregelen om verdroging op te heffen en piekafvoeren te verminderen, zorgen ervoor dat de grondwaterstanden stijgen in het habitattype Alluviale bossen. De uitgevoerde beekbodemverhoging leidt tot een verhoging in GHG en GLG die overeenkomt met de verhoging van de beekbodem (tot circa 20 cm -mv). Door deze maatregelen zal er meer toevoer

30-7-2020

83

Inrichtingsplan Natura 2000 Springendal - Dal van de Mosbeek van kwel naar de habitattypen zijn in plaats van direct naar de beek. Dit zorgt voor betere omstandigheden voor de ontwikkeling van Alluviale bossen. Het stoppen van de bemesting van de percelen rondom de Bron van de Mosbeek en het beheer van de natuurgronden in het gebied, d.w.z. maaien en afvoeren en tijdelijk geen beweiding, zal op termijn moeten leiden tot een vermindering van de nutriëntenbelasting. Monitoring zal moeten uitwijzen of deze maatregelen ook daadwerkelijk bijdragen of dat het systeem mede gevoed wordt door ‘oud’ nutriënt rijk water of vanuit Duitsland. Voor her landbouwperceel ten zuiden gelegen van perceel het perceel 40 zijn geen maatregelen voorgesteld. De fysieke afstand tot een habitat is groot, de reistijd is door de slechte doorlatendheid zeer lang waardoor er een zeer beperkt risico is op uitspoeling van nitraat. Wel is kans op ondiepe uitspoeling via runoff. Het perceel voert het water af via het lokale ontwateringsstelsel direct naar de beek, hiermee is dit geen knelpunt. Waterberging Maatregelen in de waterberging zijn gericht op het vertragen van de afvoer vanaf de flanken en uit de zijwaterlopen. Hiervoor is verkend op welke plekken de afvoer vertraagd kan worden of vastgehouden kan worden in natuurlijke laagtes.

Bergingsgebieden zijn gekozen dat ze slechts periodiek inunderen en de tijd de huidige functie kunnen behouden, waarbij periodiek water op maaiveld geaccepteerd wordt. Door de afvoer te knijpen wordt dit verder versterkt. Knijpen van de afvoer kan door aanbrengen van knijpconstructies (601, 614, 615, 621, 623 en 625) of door het beperken van de afvoermogelijkheden om direct naar de beekloop te stromen. Door aanleg van houtwallen (446, 448, 449, 450 en 465). Hierdoor worden alle T= 10 buien zo opgevangen dat er nauwelijks nog knelpunten in stroomsnelheid overblijven in de beek. De restopgave in het oppervlaktewater, zoals gedefinieerd in Tabel 5, wordt hiermee ingevuld. Daarmee wordt met de maatregelen nagenoeg het volledige doel voor deelgebied Brongebied ingevuld. Het laatste resterende knelpunt waar de stroomsnelheidsnorm (0,5 m/s) wordt overschreden is een maatregel voorgesteld om de beekbodem te verstevigen (maatregel 476). Deze versteviging dient regelmatig geïnspecteerd te worden als beheermaatregel. Voor perceel 47 is in overleg met de eigenaar maatwerk geleverd om afwatering van de waterberging zonder overlast op de vakantiewoning te laten passeren. Dit gaat om een duiker (324) en een knijpconstructie grenzend aan de kavel op het laagste deel van de waterberging (625).

Oerbekkedal Ook in het Oerbekkedal heeft te maken met verdroging en vermesting. In Figuur 59 en Tabel 16 zijn de maatregelen uitgewerkte maatregelen voor de Oerbekkedal weergegeven.

30-7-2020

84

Inrichtingsplan Natura 2000 Springendal - Dal van de Mosbeek

Figuur 59: Maatregelen het Oerbekkedal Noord- en Zuidkant van de Mosbeek Tabel 16: Maatregelen het Oerbekkedal (Mosbeek) Maatregel gebiedsanalyse

Maatregelnummer

Maatregel

Onderbouwing

M16 - Omvormen landbouwgronden: dempen sloten, opheffen buisdrainage, stoppen bemesting, verwijderen fosfaatrijke toplaag (o.a. herstel waterhuishouding en ontgronden) - landbouwgronden rond het brongebied van de Mosbeek (t.b.v. Mosbeek)

311, 315 316, 317 382, 426 434, 455 467, 478 479

Verondiepen beek tot 20cm -mv; Verwijderen buisdrainage; Nieuwe duiker (426); Verondiepen sloot; Afwatering erf omleggen; Houtwal versterken ter voorkoming runoff; Herstellen drainage; Vertragen afwatering weg

Het verondiepen van de beek, het verwijderen van drainage en het dempen van een aantal sloten zorgen voor een verhoging van het grondwaterpeil in de vochtige habitats. Hierdoor wordt verdroging en veenoxidatie tegen gegaan.

M17 - Omvormen landbouwgronden: dempen sloten, opheffen buisdrainage, stoppen bemesting, verwijderen fosfaatrijke toplaag (o.a. herstel waterhuishouding en ontgronden) - gedeelte van landbouwgronden van erve De Witker-Weersink -> uitwerking op basis van vooronderzoek (t.b.v. Mosbeek)

311, 389 437, 456 467, 611 648, 676 685

Verondiepen beek tot 20cm -mv; Afwatering erf omleggen; Verwijderen asfalt; Houtwal versterken ter optimalisatie waterberging; Houtwal versterken ter voorkoming runoff; Verwijderen afval; Aanleggen/verbeteren knijpconstructie; Herstellen voorde

Het verondiepen van de beek, het verwijderen van drainage en het dempen van een aantal sloten zorgen voor een verhoging van het grondwaterpeil in de vochtige habitats. Hierdoor wordt verdroging en veenoxidatie tegen gegaan.

30-7-2020

Ook worden houtwallen, knijpduikers en de afwateringen van de erven zo aangelegd dat nutriëntrijkwater van percelen of erven niet in de habitats kunnen komen.

Het realiseren van de waterberging an sich is geen maatregel omdat hier niets gedaan hoeft te worden. Wel worden er hier dus een knijpduikers aangelegd in combinatie met houtwalversterkingen om piekafvoeren te dempen. Hiermee wordt erosie en beekinsnijding voorkomen. Dit is een tijdelijke berging, van korte duur in een extreme situatie. Daardoor heeft het geen negatief effect op het habitattype. Er is bewust gekozen voor berging op deze locaties, omdat het risico van

85

Inrichtingsplan Natura 2000 Springendal - Dal van de Mosbeek landschapsaantasting in het dal als aanvaardbaar klein wordt ingeschat. Ook worden houtwallen, knijpduikers en de afwateringen van de erven zo aangelegd dat nutriëntrijkwater van percelen of erven niet in de habitats kunnen komen. De overige maatregelen (voordes, drempels, verwijderen van (groen)afval) zijn hier opgenomen om de bereikbaarheid en het watersysteem in goede staat te brengen. M18 - Aanleg waterretentie voor 603, 608 opvangen piekafvoeren uit 610, 626 landbouwpercelen 635 - twee locaties zuidkant Mosbeek

Aanleggen/verbeteren knijpconstructie Verwijderen afval

444, 445 622, 641

Houtwal versterken ter optimalisatie waterberging; Aanleggen/verbeteren knijpconstructie

M19 - Stoppen bemesting in landbouwperceel (t.b.v. Mosbeek)

M22 - Omvormen 382 landbouwgronden: stoppen bemesting, verwijderen fosfaatrijke toplaag - perceel ten zuiden van Scholte Nieling (t.b.v. brongebied Mosbeek)

Verwijderen drainage

Het realiseren van de waterberging an sich is geen maatregel omdat hier niets gedaan hoeft te worden. Wel worden er hier dus een knijpduikers aangelegd om piekafvoeren te dempen. Hiermee wordt erosie en beekinsnijding voorkomen. Dit is een tijdelijke berging, van korte duur in een extreme situatie. Daardoor heeft het geen negatief effect op het habitattype. Er is bewust gekozen voor berging op deze locaties, omdat het risico van landschapsaantasting in het dal als aanvaardbaar klein wordt ingeschat. Het verwijderen van de drainage draagt bij aan een verhoging van het grondwaterpeil in de vochtige habitats. Hierdoor wordt verdroging en veenoxidatie tegen gegaan.

*De nummering is gevormd als volgt: 0-200 zijn percelen, 300-500 zijn lijnelementen en 600-800 zijn puntelementen. Niet alle nummers komen voor op de kaarten en tabellen vanwege het organisch groeien en bijsnijden van de maatregelen

Maatregelen knelpunt verdroging In de Mosbeek zijn de voorjaars- en zomergrondwaterstanden zijn op enkele plekken te laag voor een goede instandhouding van Alluviale bossen. Door de beek te verondiepen tot circa 20 cm onder maaiveld zal de grondwaterstand ter plaatse van de habitattypen stijgen (maatregel 311). De drainerende werking van de beek neemt hierdoor af. Als verdrogingsmaatregel is voorgesteld om op perceel 94 de drainage te verwijderen (382). Daarnaast zijn maatregelen nodig om piekafvoeren te voorkomen om nieuwe insnijding van de beek te voorkomen. De piekafvoeren leiden tot hoge stroomsnelheden en daardoor tot erosie en beekinsnijding, wat een grotere drainerende werking en lagere grondwaterstanden tot gevolg heeft. Voor de percelen die van invloed zijn op de kwaliteit van het watersysteem door run off is als maatregel opgenomen permanent grasland (percelen 50, 54, 58, 59 en 82). Dit houdt in dat op deze percelen een verbod is op akkerbouw. Om deze run off te leiden zijn er per perceel maatwerkmaatregel voorgesteld. Zo worden op de percelen 50, 54, 58 en 82 knijpduikers (626, 627, 638, 639, 645, 683) en houtwallen geoptimaliseerd om waterretentie te verbeteren of om oppervlakkige afstroming te voorkomen (467). Ook zal er aan de zuidkant van perceel 94 een afspoel/invangstroom worden gerealiseerd (322).

Op landbouwgronden die middels drainage een verdrogende werking hebben op het watersysteem wordt de drainage verwijderd. Het gaat hierbij om het fysiek verwijderen van de drainage op de percelen 94 en 96 (382). Ook komt hier een verbod op de aanleg van nieuwe drainage of de aanleg van andere drainerende elementen (sloten, greppels, infiltratiesystemen) op het perceel. Door het verwijderen van de drainage worden de percelen te nat voor landbouwkundig gebruik en wordt ook de bemesting stopgezet op deze percelen. Maatregelen knelpunt vermesting Nitraatuitspoeling is groter naarmate de bodem beter doorlaatbaar is, er een korte reistijd is naar de beek of habitattype en indien het een akkerbouwperceel betreft (in vergelijking met grasland). Vertaald naar dit deel van de Mosbeek is in vergelijking met de grondmorene bij het brongebied te zien dat de reistijden over het algemeen langer zijn. Er komen geen passage snelheden voor van meer dan 7,5 meter per dag. Percelen 37 en deels perceel 50 hebben tertiair klei ondiep in de ondergrond. Dit resulteert in een grote weerstand waardoor de reistijd hier aanzienlijk langer is met meer dan 5 of zelf 100 jaar. Op deze percelen worden dan ook geen maatregelen ten aanzien van de bemesting gesteld. Omdat de percelen wel gevoelig zijn voor ondiepe uitspoeling en oppervlakkige afspoeling (run off) is hier voorgesteld om deze percelen te 30-7-2020

86

Inrichtingsplan Natura 2000 Springendal - Dal van de Mosbeek gebruiken als permanent grasland en een het versterken van de houtwal (468). Voor het deel van perceel 50 dat een betere doorlatende onderlaag omvat en uitspoelingsgevoeliger is bepaald of de omliggende percelen tussen dit perceel en de habitats van voldoende omvang zijn om te functioneren als onbemeste overgangszone (inrichten als natuur en stoppen bemesting) om de uitspoelingsvracht in potentie tot minimaal nihil te reduceren. De omliggende percelen hebben een GT II/III en zijn van voldoende omvang. Percelen 58 en 82 zijn via de grondwaterstroming van invloed op de noordelijk van de percelen gelegen Alluviale bossen. Om de uitspoelingsvracht van nitraat en de infiltratie van ondiepe uitspoeling bij piekbuien tegen te gaan is voorgesteld om hier een onbemeste overgangszone te realiseren. Op deze strook van 50 meter vindt geen bemesting plaats. Voor de afvoer van ongewenste voedingsstoffen wordt de vegetatie 2 keer per jaar gemaaid en afgevoerd. Om de runoff van het oostelijke deel af te vangen wordt een slenk aangelegd (321) die direct het water afvoert richting de Mosbeek.

Om eventuele afspoeling van nutriëntrijk water van de erven 107 en 109 te voorkomen, en om de piekbelasting van de erfafvoer op het oppervlaktewater systeem tegen te gaan, is voorgesteld om het erfwater te laten infiltreren in het gebied dat niet van invloed is via grondwaterstroming op de habitats. Hiervoor wordt bij de nadere uitwerking per erf een inrichtingsplan opgesteld. Voor erf 107 betekent dit het afbuigen van de waterafvoer naar perceel 40 en voor erf 109 gaat het om afbuigen van de waterafvoer naar perceel 56. Om runoff over het oppervlak tegen te gaan is maatregel 467 versterken houtwal (tussen perceel 96 – 55). Op dit perceel dat niet van invloed is via grondwater op de omliggende habitats zijn geen andere bemesting beperkende maatregelen voorgesteld omdat de ondergrond zeer slecht doorlatend is en het water via de bestaande ontwateringsmiddelen direct naar de beek wordt geleid. Er is een oppervlaktewater meetpunt waar de maximale waarde voor nitraat wordt overschreden ten zuiden van perceel 50. Het gaat hier om de afvoer van water uit een bron gelegen op Duits grondgebied waar de kwaliteitsgegevens niet van bekend zijn. Deze bron omvat water dat door een veel groter beïnvloedingsgebied wordt gevoed. Het verhoogde nitraatgehalte bij dit meetpunt is dus niet alleen toe te schrijven aan het landbouwkundig gebruik van perceel 50.

Het water stroomt door de niet grondwatergevoede droge heide. In de vegetatie rondom het meanderende beekje neemt de vegetatie met Koninginnekruid en Grote lisdodde de voedingsstoffen op, die met verschralingsbeheer jaarlijks worden afgevoerd. Doelbereik De maatregelen om verdroging op te heffen en piekafvoeren te verminderen, zorgen ervoor dat de grondwaterstanden stijgen in het habitattype Alluviale bossen. De beekbodemverhoging zal leiden tot een verhoging in GHG en GLG die overeenkomt met de verhoging van de beekbodem (tot circa 20 cm -mv maatregel 311). Door deze maatregelen zal er meer toevoer van kwel naar de habitattypen zijn in plaats van direct naar de beek. Dit zorgt voor betere omstandigheden voor de ontwikkeling van Alluviale bossen. Wanneer de berekende afvoer voor T=10 en T=100 vanuit het Oerbekkedal volledig vastgehouden en vertraagt kan infiltreren, dan wordt een negatieve invloed vanuit dit deelgebied op de waterkwaliteit en afvoer (insnijding) voorkomen. Met de versterking van houtwallen (444, 445, 456, 465) en het aanleggen/verbeteren van knijpconstructies (627, 638, 639, 645 en 683), worden natuurlijke laagtes gebruikt als waterberging. Hierdoor worden alle T= 10 buien zo opgevangen dat er nauwelijks nog knelpunten in stroomsnelheid overblijven in de beek.

De restopgave in het oppervlaktewater, zoals gedefinieerd wordt hiermee ingevuld nagenoeg het volledige doel voor deelgebied Oerbekkedal ingevuld.

Vlasreuterij en Tussen de molens Ook dit deel van de Mosbeek heeft te maken met verdroging en vermesting (zie paragraaf 4.5). De waterkwaliteitsmetingen van het oppervlaktewater laten ook hier een overschrijding zien van zowel nitraat- als sulfaatgehalten. Het meest westelijke deel van de Mosbeek stroomafwaarts omvat nog enkele kleine delen met Alluviale bossen. Het grootste deel hiervan is gelegen aan de noordzijde van de Mosbeek. Aan de zuidzijde komt ter hoogte van perceel 83 een klein oppervlak van het habitattype voor. Bij de uitwerking van dit kleine oppervlak is indirect rekening gehouden bij de vormgeving van maatregelen. Door het verondiepen van de Mosbeek in het traject langs de percelen 96, 92 en 83 zal de grondwaterstand dusdanig toenemen dat de invloed vanuit landbouwkundig gebruik wordt beperkt. Om die reden is voorgesteld om een onbemeste overgangszone in te richten die tevens voor het afvangen van de nutriënten op het hoger op gelegen percelen zorgt en waar ook een verbod op akkerbouw geldt. De drainage in de percelen 93 en 84 kan behouden blijven, omdat deze geen invloed heeft op de grondwaterafhankelijke habitattypen. Bijzonder zijn de twee stukken Alluviale bossen aan het einde van het plangebied. Deze liggen in een laagte in het gebied. Deze valt binnen de Natura 2000 begrenzing.

In dit deel komt ook weer tertiaire klei ondiep voor; gemiddeld op een meter minus maaiveld.

30-7-2020

87

Inrichtingsplan Natura 2000 Springendal - Dal van de Mosbeek

Figuur 60: Maatregelen Vlasreuterij en Tussen de Molens (Noordkant en Zuidkant)

30-7-2020

88

Inrichtingsplan Natura 2000 Springendal - Dal van de Mosbeek

Tabel 17: Maatregelen Vlasreuterij en Tussen de Molens Maatregel gebiedsanalyse

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/490/documents/16013