Projectplan .pdf
Tekst van het document
PROJECTPLAN Regionaal Energiebedrijf Noordoost Twente
December 2021
1
Inhoud Samenvatting ..................................................................................................................................................... 3 1
Inleiding/aanleiding ................................................................................................................................... 4
2
Doel en resultaat en relatie met Klimaatakkoord en RES ......................................................................... 5 2.1
Hoofddoel .......................................................................................................................................... 5
2.2.
Eindresultaat...................................................................................................................................... 5
2.3
Nevenresultaten van een Regionaal Energiebedrijf .......................................................................... 5
2.4
Nevenactiviteiten .............................................................................................................................. 5
2.5
Relatie met Klimaatakkoord en RES .................................................................................................. 5
2.6
Schematische weergave van de keuze voor de mate van betrokkenheid ........................................ 7
3
Keuze rechtspersoon ................................................................................................................................. 8
4
Krachtenveld, randvoorwaarden, kansen en risico’s ................................................................................ 9
5
4.1
Krachtenveld ...................................................................................................................................... 9
4.2
Randvoorwaarden ........................................................................................................................... 10
4.3
Kansen en risico’s ............................................................................................................................ 10
Hoe profiteren de inwoners van duurzame energieopwekking.............................................................. 12 5.1
5.1.1
Projecten met behulp van de SCE ........................................................................................... 12
5.1.2
Grootschalige productie-installaties met behulp van de SDE++ ............................................. 12
5.2
Profijtmogelijkheden SCE-projecten (aangesloten coöperaties) ............................................ 12
5.2.2
Profijtmogelijkheden SDE++-projecten (REB-NOT) ................................................................. 13
5.2.3
Voordeel gemeenten voor het verstrekken van een garantstelling voor BNG-leningen ........ 13
Schematische weergave financiën REB-NOT ................................................................................... 13
Begroting REB-NOT .................................................................................................................................. 15 6.1
Uitgangspunten en potentie SCE-projecten .................................................................................... 15
6.1.1
Uitgangspunten ....................................................................................................................... 15
6.1.2
Potentie SCE-projecten............................................................................................................ 15
6.2
Meerjarenbegroting inclusief financiële bijdrage Oldenzaal .......................................................... 16
6.3
Meerjarenbegroting exclusief financiële bijdrage Oldenzaal .......................................................... 17
6.4.1
Toelichting op de begroting (per onderdeel) .......................................................................... 18
6.4.2
Verschillen tussen beide begrotingen ..................................................................................... 19
6.4.3
Tijdelijke bestemming positief resultaat over 2022 en 2023 .................................................. 19
6.5 7
Profijt inwoners bij de verschillende projecten en productie-installaties ...................................... 12
5.2.1
5.3 6
Soorten projecten en productie-installaties.................................................................................... 12
Relatie begroting met acquisitie en financiering met garantstelling .............................................. 19
Organisatie, personele bezetting en planning......................................................................................... 21 7.1
Organisatie....................................................................................................................................... 21
7.2
Personele bezetting ......................................................................................................................... 21
7.3
Invulling functie directeur/projectleider ......................................................................................... 21
7.4
Planning ........................................................................................................................................... 22 2
Samenvatting Directe aanleiding voor het onderzoek naar de mogelijkheden van een Regionaal Energiebedrijf Noordoost Twente (REB-NOT) waren de moties die in januari en februari 2020 zijn aangenomen in de gemeenteraden van respectievelijk Tubbergen en Losser. Het oprichten van een REB-NOT is het middel om de kwantitatieve doelstellingen van de vier gemeenten in Noordoost Twente te realiseren met tenminste 50 % Lokaal Eigendom. Om op die manier ervoor te zorgen dat inwoners van de vier gemeenten niet alleen de lasten ervaren van met name grootschalige productieinstallaties van duurzame energie, maar ook de lusten. De schaal van een Gemeentelijk Energiebedrijf wordt als te klein ervaren. Bovendien is in de statuten opgenomen dat de lusten van een grootschalige productie-installatie worden gestort in een gebiedsfonds per productie-installatie. Dit betreft niet alleen een bijdrage van € 1 per MWh per jaar, maar ook het exploitatieresultaat van die productie-installatie. Op die manier kan zowel geprofiteerd worden van de grotere schaal van het REB-NOT als het ten goede laten komen van de lusten aan de direct betrokkenen.
Door de keuze om het REB-NOT te realiseren samen met de Lokale Energie Initiatieven (LEI’s) in de vier gemeenten en de insteek dat de gemeenten in principe slechts voor een aantal jaren deelnemen in het REB-NOT, is er feitelijk slechts één rechtsvorm die hierbij goed past. Een coöperatie is van oudsher de rechtsvorm voor het vergroten van economische macht en het behalen van schaalvoordelen. In de moderne coöperatie is het belangrijk dat elk lid of een groep leden één stem heeft. Bovendien heeft de rechtsvorm coöperatie een aantal fiscale voordelen en is de coöperatie op een aantal punten flexibeler. Zoals gebruikelijk in de gemeenten Dinkelland en Tubbergen is er een analyse-sessie uitgevoerd, met daarbij een krachtenveldanalyse, een kansenanalyse en een risicoanalyse. De uitkomsten van deze analyses geven aan dat er voldoende drijvende krachten en kansen aanwezig zijn en dat de risico’s beheersbaar zijn. Door het oprichten van een REB-NOT en het verstrekken van een garantstelling voor een lening kunnen alle inwoners, ongeacht hun inkomen en vermogen, meedoen en meeprofiteren. Profijt is er zowel voor de leden van de coöperaties, de inwoners die deelnemen aan leningen, de dak- en locatie-eigenaren als de omwonenden rond een grootschalige productie-installatie.
Via de projecten die vanuit het gebiedsfonds worden gerealiseerd profiteren de inwoners van een bepaald gebied gezamenlijk. Tot slot ontvangt de gemeente voor het verstrekken van de garantstelling een garantstellingsprovisie. In de vijf-jarenbegroting van het REB-NOT is uitgegaan van de projecten die in ieder geval in de komende jaren gerealiseerd kunnen worden, namelijk de SCE-projecten die samen met de coöperaties uitgevoerd worden. Hiervoor zijn er in alle gemeenten mogelijkheden, hoewel die vanwege de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk in de gemeente Tubbergen beperkt zijn tot projecten met KV-aansluitingen en via Secundaire Aansluitingen op een bestaande GV-aansluiting. In deze begroting zijn nog geen kosten en inkomsten vanuit grootschalige productie-installaties begroot. Uitgangspunten voor het realiseren van deze projecten is dat deze als er sprake is van uitvoering altijd rendabel dienen te zijn. In het REB-NOT is er sprake van twee groepen leden (gemeenten en coöperaties). Beide leden hebben één stem in de Algemene Ledenvergadering en besluiten dienen op basis van consensus plaats te vinden. Voor wat betreft de personele bezetting wordt geadviseerd te kiezen voor een directeur/projectleider, die wordt geassisteerd door een administratieve kracht en door communicatieve ondersteuning op basis van activiteiten/producten.
Het besluit tot oprichting van een REB-NOT dient door de betrokken colleges te worden genomen, waarna door de gemeenteraden wensen en bedenkingen worden geuit, alvorens de colleges een definitief besluit nemen. Het verstrekken van de benodigde exploitatiesubsidie en het aanwijzen als publieke taak zijn voorbehouden aan de gemeenteraden. Indien besluitvorming in de gemeenteraden en de colleges in februari en maart 2022 kan plaatsvinden, kan het REB-NOT begin 2e kwartaal 2022 worden opgericht. 3
1
Inleiding/aanleiding
In januari en februari 2020 zijn in de gemeenteraden van Tubbergen en Losser moties aangenomen met de strekking om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om als gemeente zelf energie te gaan opwekken. Daarnaast vraagt de energietransitie steeds meer een faciliterende rol van de gemeente bijvoorbeeld op het gebied van stimulering, communicatie, participatie en ziet zij een mogelijke rol in de aanvulling op de Lokale Energie Initiatieven. Dit heeft geresulteerd in een opdracht van de vier colleges van de NOT-gemeenten om dit nader te onderzoeken. De opdracht was of een eigen, duurzaam energiebedrijf interessant is om met meer lokaal eigendom energie te produceren in Noordoost Twente. In 2020 heeft een projectgroep, bestaande uit leden van alle vier NOT-gemeenten diverse zaken onderzocht en in beeld gebracht. Vanaf april 2021 heeft CORF (Coöperatie Op Rozen Facilitair) in eerste instantie de opdracht ontvangen om dit verder te onderzoeken en een rapportage te maken voor de colleges van Burgemeester en Wethouders en als vervolgopdracht in tweede instantie een raadsvoorstel te maken voor de gemeenteraden in de vier gemeenten. Dit projectplan is een bijlage bij het raadsvoorstel voor de oprichting van een Regionaal Energiebedrijf.
Belangrijkste conclusies van de eerste rapportage aan de colleges en daarmee uitgangspunten voor het raadsvoorstel zijn dat: a) Een regionaal energiebedrijf een middel is om het doel (opwekking van het afgesproken aantal GWh en het realiseren van minimaal 50 % lokaal eigendom) te bereiken. b) Een regionaal energiebedrijf gezamenlijk met de bestaande en nieuw op te richten Coöperaties van inwoners ofwel de Lokale Energie Initiatieven (hierna te noemen LEI’s) uit de vier betrokken gemeenten dient te worden opgezet. c) Dat de gemeenten in principe voor een periode van vijf jaar deelnemen in het regionaal energiebedrijf. In oktober 2021 heeft de gemeente Oldenzaal aangegeven niet deel te willen nemen in de rechtspersoon Regionaal Energiebedrijf Noordoost Twente (hierna te noemen REB-NOT). De gemeente Oldenzaal heeft aangegeven wel financieel te willen participeren, mits coöperaties (Boeskoolstroom en Sunne Energie) die actief zijn in de gemeente Oldenzaal daarin participeren. Besluitvorming over een financiële bijdrage van Oldenzaal zal medio 2022 door de nieuwe raad plaatsvinden. In dit projectplan zijn daarom twee varianten voor de begroting opgenomen, één met financiële deelname van de gemeente Oldenzaal en één zonder financiële deelname van de gemeente Oldenzaal.
Werkgebied Noordoost Twente (gemeenten Dinkelland, Losser, Oldenzaal en Tubbergen)
4
2
Doel en resultaat en relatie met Klimaatakkoord en RES
2.1
Hoofddoel
Het hoofddoel van de oprichting van het REB-NOT is om uitvoering te geven aan de moties van de gemeenteraden van Tubbergen en Losser en om ervoor te zorgen dat enerzijds de kwantitatieve afspraken met betrekking tot het aantal op te wekken aantal GWh in Noordoost Twente voor 2030 (en in een later stadium 2050) worden gehaald en anderzijds dat de opgewekte duurzame energie voor minimaal 50 % in lokaal eigendom wordt gerealiseerd. De onderliggende doelstelling is daarbij dat zoveel mogelijk niet alleen de lasten, maar ook de lusten bij de inwoners van de deelnemende gemeenten terecht komen.
2.2.
Eindresultaat
Een professionele organisatie die samen met de leden (LEI’s en gemeenten) voor een belangrijk deel de taakstelling voor het aantal te realiseren GWh en de overige doelstellingen op het gebied van de opwekking van duurzame energie in Noordoost Twente gaat realiseren.
2.3
Nevenresultaten van een Regionaal Energiebedrijf
Behalve het hoofddoel en het bijbehorende eindresultaat, zijn er een aantal nevenresultaten van een Regionaal Energiebedrijf: 1. Een versnelling te geven aan de wens om meer duurzame energie op te wekken en om meer ruimte voor participatie mogelijk te maken. 2. Met een eigen Regionaal Energiebedrijf bestaat de mogelijkheid om als gemeente verschillende rollen te nemen zoals: ontwikkelaar/initiatiefnemer, grondeigenaar en exploitant. 3. Mogelijkheid tot ondersteuning en aanjagen van lokale initiatieven, vergroot de slagingskans, creëert breder draagvlak en de klimaatdoelen worden eerder bereikt. 4. Het exploitatieresultaat kan via een Gebiedsfonds ingezet worden in sociaal-maatschappelijke voorzieningen, natuurontwikkeling enz., naar keuze van de inwoners van het betrokken gebied.
2.4
Nevenactiviteiten
Behalve de kwantitatieve en kwalitatieve doelstelling voor het opwekken van duurzame energie is het mogelijk dat het REB-NOT zich ook bezig gaat houden met bijvoorbeeld het realiseren van projecten in het kader van besparen van energie en andere doelstellingen vanuit de gemeenten. Om dit mogelijk te maken is de doelstelling van de REB-NOT in de statuten ruim verwoord.
2.5
Relatie met Klimaatakkoord en RES
In 2015 heeft Nederland het Klimaatakkoord van Parijs ondertekend. Doel van dit akkoord is om de klimaatopwarming te beperken tot 1,5 à 2 graden Celsius. Dit is nodig om nadelige gevolgen van de opwarming van de aarde, zoals droogte, heftige regenval, overstromingen en zeespiegelstijging, te beperken. Een grotere stijging van de temperatuur zou bovendien behalve klimatologische ook grote sociale gevolgen met zich meebrengen, zoals bijvoorbeeld een grote stijging van het aantal klimaatvluchtelingen. In het Nederlandse Klimaatakkoord van 2019 zijn concrete afspraken gemaakt zodat elke sector zijn steentje bijdraagt om de COշ-uitstoot terug te dringen. Het belangrijkste doel van het Klimaatakkoord is de CO2-uitstoot met 49% te verminderen vergeleken met 1990. In het klimaatakkoord is ook het streven naar 50 % Lokaal Eigendom van alle opweklocaties voor duurzame energie op land opgenomen. In 2050 moet de uitstoot van de broeikasgassen met 95% afgenomen zijn. In november 2021 heeft Nederland het akkoord van Glasgow ondertekent. Daarbij is afgesproken dat op diverse punten de plannen en taakstellingen zullen worden aangescherpt. De vertaling hiervan zal de komende tijd plaatsvinden in het regeerakkoord voor het nieuw te vormen kabinet. Vervolgens zullen deze aangescherpte doelen en de realisatie daarvan hun doorwerking hebben in de RES Twente.
In dit projectplan is hiermee vanzelfsprekend nog geen rekening gehouden. 5
Nederland is opgedeeld in dertig ‘energieregio’s’. Deze dertig regio’s moeten gezamenlijk de doelstellingen voor het Klimaatakkoord invullen. In de strategie staat beschreven hoeveel windturbines, zonneparken, kleine windmolens en Zon op Dak gerealiseerd kan worden. En ook welke warmtebronnen te gebruiken zijn zodat wijken en gebouwen van het aardgas af kunnen. De Regio Twente is één van deze regio’s. Voor de RES Twente hebben de vier gemeenten Dinkelland, Losser, Oldenzaal en Tubbergen een gezamenlijk bod van 225 GWh uitgebracht als hoeveelheid duurzame elektriciteit die ze willen opwekken in 2030. Zomer 2021 is besloten dat de RES landelijk zal worden aangeboden als een koersdocument met uitsluitend de totale doelstelling voor Twente: 1,5 TW in 2030 als aanbod. Naast deze kwantitatieve doelstelling is er in de RES ook een “kwalitatieve” doelstelling geformuleerd, namelijk het streven naar 50 % lokaal eigendom en zeggenschap van de productie van duurzame energie. De NOT-gemeenten onderschrijven deze tweede doelstelling. Voor wat betreft dit projectplan voor een REB-NOT zijn met name de concrete afspraken voor de sector Elektriciteit van belang. Afspraak sector Elektriciteit In 2030 komt 70 procent van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. Dat gebeurt met windturbines op zee, op land en met zonnepanelen op daken en in zonneparken.
Tegelijk groeit de vraag naar elektriciteit. Auto’s worden elektrisch, de industrie vervangt olie en gas door schone stroom. Gebouwen gaan van het gas af en zullen meer stroom nodig hebben voor verwarmen en koken. Omdat de stroomvoorziening meer afhankelijk wordt van het grillige weer zijn veel maatregelen nodig om de levering betrouwbaar te houden.
Grafische weergave
6
2.6
Schematische weergave van de keuze voor de mate van betrokkenheid
Vanuit het Nationaal Programma RES is onderstaand schema gemaakt voor het maken van keuzes in een aantal achtereenvolgende stappen. De vier gemeenten in Noordoost Twente hebben bij stap 1 ervoor gekozen om een gezamenlijk aanbod te doen richting RES Twente. Bij stap 2 wordt er bij de keuze voor de oprichting van een REB-NOT samen met de LEI’s voor gekozen om een combinatie te maken van de rollen stimuleren/faciliteren en zelf ontwikkelen. Bij stap 3 wordt gekozen voor een energiebedrijf en een gezamenlijk gemeentelijk beleidskader. Bij stap 4 voor de uitvoeringsstrategie van het gezamenlijk ontwikkelen, samen met de LEI’s. Bij stap 5 voor het realiseren van grootschalige productie-installaties door het REB-NOT.
7
3
Keuze rechtspersoon
In 2020 heeft een projectgroep, bestaande uit leden van alle vier NOT-gemeenten diverse zaken onderzocht en in beeld gebracht. Dit betrof onder meer de mogelijke rechtsvormen van een REB-NOT. Vanaf april 2021 heeft CORF (Coöperatie Op Rozen Facilitair) in eerste instantie de opdracht ontvangen om dit verder te onderzoeken en een rapportage te maken voor de Colleges van Burgemeester en Wethouders en als vervolgopdracht in tweede instantie een raadsvoorstel te maken voor de gemeenteraden in de vier gemeenten. Door CORF is ook een onderzoek verricht naar voorbeelden van samenwerking tussen een aantal gemeenten en coöperaties. Voor wat betreft de voorgestane samenwerking in REB-NOT zijn er helaas geen voorbeelden. Er zijn wel samenwerkingen op projectniveau en in Agem werken acht Achterhoekse gemeenten in een coöperatie samen met 15 lokale energiecoöperaties. Deze samenwerking is echter begonnen vanuit alleen de gemeenten en richt zich op een veel breder terrein dan REB-NOT. Wel zijn er in het hele land ontwikkelingen gaande op dit terrein, zo onderzoekt de gemeente Dalfsen momenteel de samenwerking met een vijftal LEI’s op het gebied van verdere grootschalige projecten. Zoals bekend zijn er in Dalfsen vanuit coöperaties al een aantal windturbines geplaatst.
Uit onderzoek is gebleken dat bij een samenwerking tussen gemeenten en Lokale Energie Initiatieven er feitelijk maar twee rechtspersonen in aanmerking komen, namelijk de BV en de Coöperatie. Voor het REB-NOT is de conclusie dat de Coöperatie de rechtsvorm is die het beste past op de samenwerking tussen de vier gemeenten en de Lokale Energie Initiatieven, zoals die nu wordt ontwikkeld en voorgesteld. Hiervoor zijn drie hoofdredenen met een aantal argumenten: 1. Stemrecht op maat: a. Bij een coöperatie geldt dat je een stemverhouding op maat kunt maken, die past bij de afspraken die je wilt maken. Bij een BV volgt het stemrecht de aandelenverdeling. b. Bij een coöperatie kun je alles rond het stemmen vastleggen in de statuten. Bij een BV ligt dit vast in een aandeelhoudersovereenkomst, die alleen met instemming van alle aandeelhouders te wijzigen is. 2. Fiscale voordelen: a. Een coöperatie betaalt in tegenstelling tot een BV geen dividendbelasting. b. Er is altijd sprake van deelnemingsvrijstelling. Bij een coöperatie is er altijd sprake van een deelneming, ook al heeft het lid minder dan 5 % van de zeggenschapsrechten of de winstrechten. c. Voor coöperaties die leden hebben die natuurlijke personen zijn is er sprake van verlengstukwinstregeling. Geldt dus niet voor REB-NOT, wel voor de coöperatieve leden. 3. Praktische voordelen: a. Je hoeft maar één keer naar de notaris.
Een BV heeft aandeelhouders, een coöperatie heeft leden. Leden kun je zelf aannemen en ze kunnen ook zelf opzeggen. Hiervoor hoef je niet naar de notaris. Bij een BV moet je voor elke wijziging van de aandeelhouders of van het aantal aandelen terug naar de notaris, met de daarbij behorende kosten. N.B.: als er voor grootschalige productie-installaties aparte BV’s worden opgericht, is dit geen beletsel, omdat het REB-NOT dan altijd de enige aandeelhouder is, dus daarbij vinden geen wijzigingen van het aantal aandeelhouders of het aantal aandelen plaats. b. Bij een coöperatie kan de winst (bedrijfsresultaat) op elke manier verdeeld worden, mits het maar vastgelegd wordt. Bij een BV gebeurt de winstverdeling altijd naar rato van ieders aandelen.
8
4
Krachtenveld, randvoorwaarden, kansen en risico’s
4.1
Krachtenveld
Als onderdeel van de totstandkoming van het projectplan behorende bij het raadsvoorstel voor de oprichting van het REB-NOT is door gemeenten en LEI’s een krachtenveldanalyse uitgevoerd. Onderstaand het resultaat van deze analyse. De lijst met drijvende en remmende krachten zijn gezamenlijk tot stand gekomen en spreken voor zich. De waardering van de verschillende krachten is eveneens gezamenlijk tot stand gekomen.
We gaan hieronder kort in op de mogelijkheden om de remmende krachten te beheersen: 1. Capaciteitsgebrek: door het beschikbaar stellen van voldoende financiële middelen door de gemeenten voor de eerste twee jaar kan er voldoende capaciteit worden ingehuurd voor het realiseren van de eerste projecten. Door de opzet van de begroting kunnen LEI’s zonder voldoende capaciteit ervoor kiezen om de ontwikkeling van projecten vrijwel in zijn geheel door het REB-NOT te laten uitvoeren. 2. Achterblijven landelijke financiering: kan alleen opgelost worden door gezamenlijke druk van alle partijen richting het kabinet en Tweede Kamer. Is wel een voortdurend punt van zorg. 3. Nog een taak gemeente en 4. Politieke weerstand tegen nieuwe samenwerkingsvormen: de gekozen opzet (keuze tussen deelname in de rechtspersoon of alleen financiële participatie) en de termijn van vijf jaar, zorgen er samen voor dat het voor de gemeente geen “molensteen” wordt, waarvan de gevolgen bij voorbaat niet te overzien zijn. Het uitgangspunt is een professionele organisatie die vanuit de samenleving verder uitgebouwd wordt. 5. Samenwerking kost geld: in eerste instantie kost het geld, maar het doel is natuurlijk dat de projecten ook geld opleveren, om er daarmee voor te zorgen dat de inwoners van de gemeenten ook profiteren van de resultaten (niet alleen de lasten, maar ook de lusten). 6.
Taak van Rijk of markt: alle partijen hebben een taak in de energietransitie, voor de gemeenten is dat onder andere de regierol. Samenwerking met marktpartijen vanuit REB-NOT is een reële optie, maar dan wel op basis van gelijkwaardigheid en het maken van goede afspraken. 7. NIMBY of NIVEA: landelijk onderzoek wijst uit dat als inwoners niet alleen de lasten ervaren, maar ook profiteren van de lusten van projecten op het gebied van duurzame energie, de acceptatie en het draagvlak worden vergroot. Dit is ook één van de belangrijke voordelen van het gezamenlijk oprichten van REB-NOT. 8. Natuurorganisaties: bij deze organisaties botsen regelmatig de gevolgen van de klimaatverandering met de veranderingen in natuur en landschap door het uitvoeren van projecten. Bij deze organisaties speelt meer en meer mee dat er juist door het realiseren van projecten op lokaal niveau er kansen ontstaan voor multipliereffecten, waarbij opbrengsten ten goede komen aan de instandhouding en ontwikkeling van natuur en landschap. 9
9. Lokale Politiek: met een positief advies vanuit de gemeenteraad voor het oprichten van een REB-NOT met bijbehorende financiering en garantstelling is er feitelijk geen sprake meer van een remmende kracht vanuit de politiek. 10. Samenwerking LEI’s/gemeenten: zoals uit het overzicht blijkt wordt dit punt zowel als een drijvende als een remmende kracht gezien. Zoals de situatie nu is, is het duidelijk een grotere drijvende kracht dan een remmende kracht.
4.2
Randvoorwaarden
Het oprichten van het REB-NOT en het deelnemen in deze rechtspersoon is een besluit van de colleges van burgemeester en wethouders. Artikel 160 lid 2 Gemeentewet zegt namelijk: “Het college besluit slechts tot de opricht van en de deelneming in coöperaties indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raad een ontwerp besluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen”. In het raadsvoorstel inzake de REB-NOT wordt hierin voorzien. Door aansluitend aan het uiten van wensen en bedenkingen als gemeenteraad een besluit te nemen over de financiering van de eerste twee jaar, het verstrekken van garantstellingen en het vaststellen van een beleidsregel inzake lokaal eigendom wordt bereikt dat alle randvoorwaarden dan zijn gecreëerd voor een definitief besluit van de colleges over de oprichting van het REB-NOT en kan vervolgens dit besluit snel worden geëffectueerd.
4.3
Kansen en risico’s
Gelijktijdig met de krachtenveldanalyse zijn er ook een kansen- en een risicoanalyse uitgevoerd. Eveneens gezamenlijk door de LEI’s en de gemeenten. Vanuit de gemeenten hebben verschillende sectoren een bijdrage geleverd aan deze analyse (o.a. duurzaamheid, projecten, communicatie, financiën, controller). De kansen zijn benoemd, waarbij de effecten en de frequentie zijn voorzien van een waarde. De grootste kansen liggen in de financiële voordelen voor de samenleving (na de aanloopperiode), de professionalisering van de LEI’s en de samenwerking van alle betrokkenen binnen het REB-NOT waardoor samen met de externe inhuur van deskundigen waar dat gewenst is grotere projecten uitgevoerd kunnen worden. Hierna volgen twee grafieken waarin de resultaten worden weergegeven.
10
De risico’s zijn benoemd en gewaardeerd en weergegeven in de grafieken op de volgende pagina's. Daaruit blijkt dat de risico’s beheersbaar en controleerbaar zijn. Met één uitzondering: het risico van onvoldoende teruglevercapaciteit is een landelijk probleem dat ook landelijk opgelost zal dienen te worden. Het REB-NOT en de deelnemende gemeenten en LEI’s kunnen hier wel een bijdrage aan leveren door projecten uit te voeren met een goede mix van energiebronnen. Per risico zijn er beheersmaatregelen geformuleerd. Het bewaken van de risico’s en het uitvoeren van deze beheersmaatregelen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle betrokkenen bij het REB-NOT, waarbij de directeur/projectleider een centrale rol speelt.
Conclusie vanuit de uitgevoerde analyses is dat er goede kansen aanwezig zijn voor het oprichten van een REB-NOT, de risico’s en de remmende krachten beheersbaar zijn en er voldoende drijvende krachten zijn om een en ander te realiseren.
11
5
Hoe profiteren de inwoners van duurzame energieopwekking
5.1
Soorten projecten en productie-installaties
Met medewerking van of door het REB-NOT worden er twee verschillende projecten en productieinstallaties gerealiseerd, op basis van twee verschillende subsidieregelingen, namelijk de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) en de Subsidieregeling Duurzame Energieopwekking (SDE++). 5.1.1 Projecten met behulp van de SCE Deze projecten worden aangevraagd en gerealiseerd door leden van het REB-NOT die een coöperatie zijn. Dit is namelijk een wettelijke vereiste. Projecten kunnen gerealiseerd worden zowel met een KV-aansluiting (t/m 3 x 80 ampère) als een GV-aansluiting. Op één locatie kunnen meerdere coöperaties een project realiseren van maximaal 500.000 Wp. Combinatie SCE en SDE++ op één locatie is eveneens mogelijk. Het REB-NOT adviseert, ondersteunt en faciliteert deze coöperaties bij de realisatie van deze projecten. De mate van advies, ondersteuning en facilitering wordt bepaald door de betreffende coöperatie. Verrekening van de werkzaamheden vindt plaats op basis van afgesproken tarieven. 5.1.2 Grootschalige productie-installaties met behulp van de SDE++ Deze projecten worden aangevraagd en gerealiseerd door het REB-NOT. Waar dit noodzakelijk is wordt in de ontwikkelings- en realisatiefase gebruik gemaakt van externe deskundigen op een specifiek terrein.
De leden van het REB-NOT worden hier actief bij betrokken als het gaat om participatie en het door hen te doorlopen opleidingstraject. Projecten kunnen alleen met een GV-aansluiting gerealiseerd worden.
5.2
Profijt inwoners bij de verschillende projecten en productie-installaties
Belangrijk uitgangspunt voor het REB-NOT is dat alle inwoners van de gemeenten in het werkgebied kunnen profiteren van de duurzame opwekking van energie, ongeacht hun inkomen en vermogen. Het belangrijkste middel om dit te bereiken is het realiseren van projecten met 80 % Vreemd Vermogen. Door deze 80 % Vreemd Vermogen te realiseren via een lening bij de BNG met garantstelling van de gemeenten, wordt bereikt dat de rente zo laag mogelijk is en het resultaat en daarmee het profijt van de inwoners zo groot mogelijk is. 5.2.1 Profijtmogelijkheden SCE-projecten (aangesloten coöperaties) Inwoners van de gemeenten in het werkgebied kunnen op verschillende manier profiteren van de realisatie van deze projecten. Dit betreft zogenaamde postcoderoosprojecten. 1.
2.
3.
Lid worden van een coöperatie die deze postcoderoosprojecten uitvoert. Bij de maximale deelname van 5.000 Wp per project is dit per project Inleg: éénmalig € 10 per project en 15 jaar voordeel
€ 750 - € 1.500 over 15 jaar
Als lid deelnemen aan de annuïtaire Achtergestelde Geldlening (AGL) van 20 %. Voordeel afhankelijk van leenbedrag en hoogte rentevergoeding, Leenbedrag minimaal € 500 en maximaal: € 10.000, tegen een rente van 4-5 %
€ 175 over 15 jaar € 3.490 over 15 jaar
Dak- en locatie-eigenaren ontvangen een vergoedingsbedrag per paneel of per opgewekte kWh als zij hun locatie beschikbaar stellen. Bij 250 panelen van 370 Wp en een vergoeding van € 3 per paneel is dit Bij 500 panelen van 370 Wp en een vergoeding van € 3,50 per paneel is dit Bij 800 panelen van 370 Wp en een vergoeding van € 0,0125 per kWh is dit
€ 11.250 over 15 jaar € 26.250 over 15 jaar € 48.239 over 15 jaar
N.B.:
Een bijkomend voordeel van het realiseren van projecten met een lening van de BNG met garantstelling van de gemeenten is dat de dakvergoeding gekapitaliseerd kan worden. Met deze gekapitaliseerde vergoeding kan de locatie-eigenaar de eigen energiebehoefte ook verduurzamen. Of een asbest dak saneren. Dit multipliereffect heeft bijvoorbeeld in Hof van Twente succes.
12
4.
Bij een coöperatie wordt de bestemming van het bedrijfsresultaat bepaald door de leden. Na aftrek van alle kosten, resteert vaak een bedrag dat ofwel verdeeld kan worden over de leden, ofwel gebruikt kan worden voor gezamenlijke projecten enz.
5.2.2 1.
2.
3.
4.
5.
Profijtmogelijkheden SDE++-projecten (REB-NOT)
Direct omwonenden van grootschalige productie-installatie ontvangen een vergoeding. In het algemeen wordt er gewerkt met schillen, waarbij omwonenden in de eerste schil meer ontvangen, dan mensen in de tweede en derde schil. De vergoedingen zijn sterk afhankelijk van het soort project en de omvang daarvan.
nog niet te begroten
Als lid deelnemen aan de annuïtaire Achtergestelde Geldlening (AGL) van 20 % of aan het deelnemen aan een obligatielening. Voordeel afhankelijk van leenbedrag en hoogte rentevergoeding, Leenbedrag minimaal € 500 en maximaal: € 25.000, tegen een rente van 4-5 %
€ 175 over 15 jaar € 9.920 over 15 jaar
Dak- en locatie-eigenaren ontvangen een vergoedingsbedrag per paneel of per opgewekte kWh als zij hun locatie beschikbaar stellen. Bij 1.000 panelen van 370 Wp en een vergoeding van € 3 per paneel is dit Bij 2.000 panelen van 450 Wp en een vergoeding van € 0,0125 kWh is dit Bij 10.000 panelen van 450 Wp en een vergoeding van € 5.000 per ha is dit
€ 45.000 over 15 jaar € 151.875 over 15 jaar € 300.000 over 15 jaar
Op basis van de gedragscode duurzame energie wordt als onderdeel van de projectkosten een bedrag van € 1 per jaar per MWh meegenomen als storting in een gebiedsfonds. Bij 10.000 MWh vindt er een jaarlijkse storting van € 10.000 plaats en is dit Bij 25.000 MWh vindt er een jaarlijkse storting van € 25.000 plaats en is dit
€ 150.000 over 15 jaar € 375.000 over 15 jaar
Op basis van de statuten van het REB-NOT wordt het jaarlijkse exploitatieresultaat van een grootschalig project, na aftrek van de kosten, de voorzieningen (bijvoorbeeld voor vereffening van een jaar minder zon), reserveringen (bijvoorbeeld voor vervanging omvormers) en verrekeningen (bijvoorbeeld ontwikkelingskosten) gestort in het gebiedsfonds
nog niet te begroten
N.B.: De hier genoemde bedragen zijn voorbeelden van de afgelopen jaren, afkomstig uit andere gemeenten en andere projecten. Gezien de gestegen grondstofprijzen en de dalende subsidies, zullen ook de vergoedingen opnieuw bekeken moeten worden. 5.2.3 Voordeel gemeenten voor het verstrekken van een garantstelling voor BNG-leningen Om iedereen mee te kunnen laten doen en mee te kunnen laten profiteren (ongeacht inkomen of vermogen) is het verstrekken van een garantstelling voor leningen bij de BNG een goed middel. Het bijkomende voordeel voor gemeenten is dat er voor deze garantstellingen een garantstellingsprovisie van 0,5 % betaald wordt. Bij een gezamenlijke lening van 5 miljoen betekent dit een bedrag van € 200.000 voor de gemeenten over een periode van 15 jaar. De besteding van deze middelen kan zich bijvoorbeeld richten op duurzaamheidsprojecten.
5.3 Schematische weergave financiën REB-NOT In het schema op de volgende bladzijde wordt schematische weergegeven hoe de financiën van het REBNOT geregeld zijn. 13
14
6
Begroting REB-NOT
6.1
Uitgangspunten en potentie SCE-projecten
6.1.1 Uitgangspunten In deze eerste vijfjarenbegroting is ervoor gekozen om uitsluitend SCE-projecten mee te nemen. De grootschalige projecten die vanuit het REB-NOT worden gerealiseerd zijn momenteel lastig in te schatten, enerzijds omdat er in een aantal gemeenten nog geen beleid is vastgesteld of is besloten voorlopig geen grootschalige projecten uit te voeren, anderzijds omdat zowel de SDE++-subsidies onzeker zijn, evenals de stijging van de grondstoffen. Naar verhouding worden grootschalige projecten hier meer door getroffen dan kleinschalige projecten. Bovendien is het uitgangspunt dat de ontwikkelingskosten van grootschalige projecten met risicokapitaal worden gefinancierd, bijvoorbeeld via het ontwikkelingsfonds van de provincie en daardoor de begroting niet belasten. De realisatie van grootschalige projecten dient altijd rendabel te zijn en daardoor bij te dragen aan het uiteindelijke resultaat van REB-NOT. DE SCE-projecten kunnen niet door REB-NOT worden aangevraagd en vallen daardoor qua kosten, opbrengsten en exploitatie onder de betreffende LEI en maken dus geen onderdeel uit van de begroting van REB-NOT. In deze begroting zijn uitsluitend de afdrachten meegenomen voor het werk wat vanuit REBNOT voor die projecten wordt gedaan.
Doordat meerdere LEI-coöperaties gezamenlijk een SCE-project op dezelfde locatie kunnen uitvoeren is het theoretisch mogelijk, dat als alle huidige LEI-coöperaties meedoen in het REB-NOT voor het maximum aantal Wp per project, er projecten tot maximaal 3.000.000 Wp gerealiseerd kunnen worden. 6.1.2 Potentie SCE-projecten In potentie is het aantal SCE-projecten onbegrensd. Als er voldoende dakeigenaren zijn die willen meewerken, kunnen er elk jaar totdat het budget van RVO op is onbeperkt projecten aangevraagd worden. Zie voor het beter benutten van deze potentie 4.5. De enige begrenzing is zoals aangegeven dat per coöperatie per jaar voor een project slechts 500.000 Wp aangevraagd kan worden. Voor de SCE-aanvragen voor 2022 (in te dienen vanaf maart 2022) gaan we uit van de lijst 29 daken van Gemeente zoekt Dak-projecten zoals die voor de SDE waren aangevraagd. Qua aantal Wp ging het in de SDE-aanvraag om 12.000.000 Wp. Een deel van de daken is inmiddels afgevallen, bijvoorbeeld omdat de dakeigenaar het dak zelf vol gelegd heeft. Bij een ander deel is er sprake van slechts gedeeltelijke benutting vanwege de constructie. Op dit moment gaan we voor de aanvraag 2022, met realisatie in 2022 en 2023 uit van ¼ deel van het aantal Wp, ofwel 3.000.000 Wp. In 2022 zal dan door de directeur/projectleider samen met de LEI’s de verdere acquisitie ter hand worden genomen.
We gaan ervan uit dat in de loop van 2023 nog nieuwe projecten kunnen worden aangevraagd, die uitgevoerd worden in 2024 enz. Dit leidt tot de volgende onderverdeling van projecten, waarbij het aantal Wp is aangegeven in het jaar waarin we de projecten verwachten te realiseren: 2022 250.000 Wp 2023 3.750.000 Wp 2024 2.500.000 Wp 2025 3.000.000 Wp 2026 3.000.000 Wp N.B.: het hoge aantal Wp over 2023 wordt dus veroorzaakt door de combinatie van Gemeente zoekt Dakprojecten samen met een aantal nieuwe projecten. 15
6.2
Meerjarenbegroting inclusief financiële bijdrage Oldenzaal
Meerjarenbegroting Coöperatie Regionaal Energiebedrijf Noordoost Twente U.A. (vanaf 1 april 2022) Versie 6.a Omschrijving/Opmerking
Eenheid
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026
A. BEDRIJFSOPBRENGSTEN Startsubsidie coöperatie Exploitatiesubsidie 1e 2 jaar Exploitatiesubsidie 1e 2 jaar Exploitatiesubsidie 1e 2 jaar Exploitatiesubsidie 1e 2 jaar 1. Totaal subsidies Bijdrage realisatie SCE-projecten Bijdrage exploitatie SCE-projecten Grootschalige projecten 2. Totaal projecten
Overijssel of gemeenten Dinkelland Losser Oldenzaal Tubbergen Kosten in investeringsbegroting Kosten in exploitatiebegroting Verkoop stroom/SDE++-subsidie
50.000 26.606 22.888 31.701 21.315
40.000 26.606 22.888 31.701 21.315
10.000 19.955 17.166 23.776 15.986
0 6.652 5.722 7.925 5.329
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
€ 0,025/Wp € 0,005/Wp
6.250
93.750 1.250
62.500 20.000
75.000 32.500
75.000 47.500
nnb
3. Totaal bedrijfsopbrengsten
148.760
Kosten onderhoud installaties Vanaf 1 jaar na realisatie Groot onderhoud/omvormers Jaarlijkse reservering Voorziening voor minder opbrengsten Jaarlijkse storting/onttrekking Kosten aansluiting Kosten per jaar grootschalig Kosten verzekering Kosten per jaar grootschalig Kosten WOZ-belasting Kosten per jaar grootschalig Jaarlijkse dakvergoeding Indien niet gekapitaliseerd Storting in Gebiedsfondsen Per productie-installatie in een gebied min. € 1,00/MWh/jaar Onvoorzien 4. Inkoopwaarde (kosten)
5. Totaal opbrengsten na aftrek inkoopwaarde
181.883
nnb
108.128 nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb
0
0
nnb
107.500 nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb
0
122.500 nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb
0
0
148.760 181.883 108.128 107.500 122.500
B. BEDRIJFSKOSTEN Directeur/projectleider Administratieve ondersteuning Communicatie enz. Bestuursdeelname 6. Personeelskosten (inhuur) Bankkosten Kantoorkosten Accountantskosten Verzekeringen Bestuurskosten Overige algemene kosten 7. Algemene en overige kosten Reclame- en foldermateriaal Kosten website Representatie enz. Ëénmalige Opstartkosten 8. Verkoopkosten
16 uur per week, € 80 per uur 8 uur per week, € 40 per uur 4 uur per week, € 50 per uur 3 personen, 1e 2 jaar 10 x 2 uur
Afschrijvingen dakvergoeding Afschrijvingen locaties 9. Afschrijvingen
Grootschalige projecten Grootschalige projecten
gem.: € 94 per uur gem: € 56 per uur gem: € 77 per uur gem: € 94 per uur
Kosten bankrekening Materialen Afronding jaarrekening/VPB Bestuurdersaansprakelijkheid Vergaderingen, voorzieningen enz. Onvoorzien
Notaris, juristen, hardware, software, logo, huisstijl
57.600 14.400 9.000 5.640 86.640 375 2.000 3.000 1.000 4.000 4.000 14.375 4.000 5.000 2.000 10.000 21.000
58.752 14.688 9.180 5.753 88.806 510 2.040 3.060 1.020 4.080 4.080 14.790 1.020 1.020 1.020 10.000 13.060
59.927 14.982 9.364 3.745 91.026 520 1.040 3.121 1.040 2.081 2.081 9.884 1.040 1.040 1.040
61.126 15.281 9.551 3.820 93.302 531 1.061 3.184 1.061 2.122 2.122 10.081 1.061 1.061 1.061
62.348 15.587 9.742 3.897 95.634 541 1.082 3.247 1.082 2.165 2.165 10.283 1.082 1.082 1.082
3.121
3.184
3.247
bij kapitalisatie
nnb nnb
nnb nnb
0
0
0
0
0
10. Totaal operationele kosten
122.015
116.656
104.031
106.567
109.165
C. BEDRIJFSRESULTAAT VOOR AFTREK FINANCIERINGSKOSTEN (EBIT)
26.745
65.227
4.096
933
13.335
Provisiekosten gemeenten, 0,5 % Betaalde rente BNG Betaalde rente AGL 11. Financieringskosten
Grootschalige projecten Grootschalige projecten Grootschalige projecten
nnb nnb nnb
D. BEDRIJFSRESULTAAT NA AFTREK FINANCIERINGSKOSTEN
16
nnb nnb nnb
0
0
0
0
0
26.745
65.227
4.096
933
13.335
6.3
Meerjarenbegroting exclusief financiële bijdrage Oldenzaal
Meerjarenbegroting Coöperatie Regionaal Energiebedrijf Noordoost Twente U.A. (vanaf 1 april 2022) Versie 6.b Omschrijving/Opmerking
Eenheid
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026
A. BEDRIJFSOPBRENGSTEN Startsubsidie coöperatie Exploitatiesubsidie 1e 2 jaar Exploitatiesubsidie 1e 2 jaar Exploitatiesubsidie 1e 2 jaar Exploitatiesubsidie 1e 2 jaar 1. Totaal subsidies Bijdrage realisatie SCE-projecten Bijdrage exploitatie SCE-projecten Grootschalige projecten 2. Totaal projecten
Overijssel of gemeenten Dinkelland Losser Oldenzaal Tubbergen
50.000 26.606 22.888 21.315
Kosten in investeringsbegroting Kosten in exploitatiebegroting Verkoop stroom/SDE++-subsidie
€ 0,025/Wp € 0,005/Wp
40.000 26.606 22.888 0 21.315
10.000 19.955 17.166 0 15.986
0 6.652 5.722 0 5.329
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
6.250
93.750 1.250
62.500 20.000
75.000 32.500
75.000 47.500
nnb
3. Totaal bedrijfsopbrengsten
117.059
Kosten onderhoud installaties Vanaf 1 jaar na realisatie Groot onderhoud/omvormers Jaarlijkse reservering Voorziening voor minder opbrengsten Jaarlijkse storting/onttrekking Kosten aansluiting Kosten per jaar grootschalig Kosten verzekering Kosten per jaar grootschalig Kosten WOZ-belasting Kosten per jaar grootschalig Jaarlijkse dakvergoeding Indien niet gekapitaliseerd Storting in Gebiedsfondsen Per productie-installatie in een gebied min. € 1,00/MWh/jaar Onvoorzien 4. Inkoopwaarde (kosten)
5. Totaal opbrengsten na aftrek inkoopwaarde
158.107
nnb
100.202 nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb
0
0
nnb
107.500 nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb
0
122.500 nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb
0
0
117.059 158.107 100.202 107.500 122.500
B. BEDRIJFSKOSTEN Directeur/projectleider Administratieve ondersteuning Communicatie enz. Bestuursdeelname 6. Personeelskosten (inhuur) Bankkosten Kantoorkosten Accountantskosten Verzekeringen Bestuurskosten Overige algemene kosten 7. Algemene en overige kosten Reclame- en foldermateriaal Kosten website Representatie enz. Ëénmalige Opstartkosten 8. Verkoopkosten
16 uur per week, € 80 per uur 8 uur per week, € 40 per uur 4 uur per week, € 50 per uur 3 personen, 1e 2 jaar 10 x 2 uur
Afschrijvingen dakvergoeding Afschrijvingen locaties 9. Afschrijvingen
Grootschalige projecten Grootschalige projecten
gem.: € 94 per uur gem: € 56 per uur gem: € 77 per uur gem: € 94 per uur
Kosten bankrekening Materialen Afronding jaarrekening/VPB Bestuurdersaansprakelijkheid Vergaderingen, voorzieningen enz. Onvoorzien
Notaris, juristen, hardware, software, logo, huisstijl
50.400 12.600 9.000 5.640 77.640 375 2.000 3.000 1.000 4.000 4.000 14.375 4.000 5.000 2.000 10.000 21.000
51.408 12.852 9.180 5.753 79.581 510 2.040 3.060 1.020 4.080 4.080 14.790 1.020 1.020 1.020 10.000 13.060
52.436 13.109 9.364 3.745 81.571 520 1.040 3.121 1.040 2.081 2.081 9.884 1.040 1.040 1.040
53.485 13.371 9.551 3.820 83.610 531 1.061 3.184 1.061 2.122 2.122 10.081 1.061 1.061 1.061
54.555 13.639 9.742 3.897 85.700 541 1.082 3.247 1.082 2.165 2.165 10.283 1.082 1.082 1.082
3.121
3.184
3.247
bij kapitalisatie
nnb nnb
nnb nnb
0
0
0
0
0
10. Totaal operationele kosten
113.015
107.431
94.576
96.875
99.230
C. BEDRIJFSRESULTAAT VOOR AFTREK FINANCIERINGSKOSTEN (EBIT)
4.044
50.676
5.627
10.625
23.270
Provisiekosten gemeenten, 0,5 % Betaalde rente BNG Betaalde rente AGL 11. Financieringskosten
Grootschalige projecten Grootschalige projecten Grootschalige projecten
nnb nnb nnb
D. BEDRIJFSRESULTAAT NA AFTREK FINANCIERINGSKOSTEN
17
nnb nnb nnb
0
0
0
0
0
4.044
50.676
5.627
10.625
23.270
6.4
Toelichting op de begroting en op de verschillen tussen beide begrotingen
Zoals aangegeven is in deze begroting vooralsnog uitsluitend uitgegaan van SCE-projecten die in de komende jaren door de deelnemende coöperaties kunnen worden uitgevoerd. In de begroting zijn al wel de posten vermeld die van toepassing zijn als er door het REB-NOT zelf grote projecten zullen worden uitgevoerd. Kenmerk van deze projecten zal zijn dat ze uitsluitend uitgevoerd worden als ze een positief resultaat opleveren. Omdat deze projecten op dit moment lastig te begroten zijn, is in de begroting de term “nnb” gebruikt, ofwel “nog niet begroot”. 6.4.1 Toelichting op de begroting (per onderdeel) A. Onder bedrijfsopbrengsten staan zowel de subsidies als de inkomsten vanuit projecten voor het REBNOT vermeld. 1. We gaan op dit moment uit van een subsidie van € 1 per inwoner per gemeente voor een periode van 2 jaar voor het opstarten van REB-NOT. Uitgaande van oprichting per 1 april 2022, loopt de subsidie over de jaren 2022, 2023 en een kwartaal in 2024. Tevens is rekening gehouden met een startsubsidie van de provincie Overijssel. 2. Bij de SCE-projecten gaan we uit van € 0,05 per Wp aan ontwikkelingskosten. Aangezien het uitgangspunt is dat de LEI’s een deel van de werkzaamheden uitvoeren, is in de begroting rekening gehouden met een gemiddelde bijdrage aan het REB-NOT van € 0,025 per Wp.
Voor wat betreft de jaarlijkse beheerskosten is rekening gehouden met € 0,01 per gerealiseerde Wp, waarvan de helft, dus € 0,005 aan REB-NOT wordt afgedragen. Aangezien er nog geen projecten van REB-NOT zijn meegenomen, zijn de inkomsten uit stroom op nnb gezet in deze begroting. 3. Totaal bedrijfsopbrengsten is de optelsom van 1 en 2. 4. Van het totaal van de opbrengsten dient nog de inkoopwaarde afgetrokken te worden. In deze begroting is nog geen rekening gehouden met eigen projecten van REB-NOT, daar is nnb vermeld. 5. Aangezien er onder 4 nog geen kosten staan vermeld is in deze begroting 5 gelijk aan 3. B. Onder bedrijfskosten staan alle kosten vermeld die in de begroting zijn opgenomen. Deze posten zijn tevens uitgangspunt voor de besteding van de uitgaven en daarmee de activiteiten die worden uitgevoerd. En dienen vanzelfsprekend in evenwicht te blijven met de inkomsten. Voor alle bedrijfskosten is een indexering van 2 % toegepast. 6. Voor de bemensing wordt uitgegaan van inhuur van personeel, zodat er geen loonadministratie van toepassing is. De uren die hier staan vermeld worden als reëel gezien voor wat betreft het aantal Wp wat aan projecten wordt uitgevoerd. Een substantieel deel van de uren van de directeur/projectleider zal worden besteed aan de gezamenlijke acquisitie (met de LEI’s) en het afsluiten van contracten met dakeigenaren.
Uitgangspunt is dat de LEI’s hierin een actieve rol vervullen en verder opgeleid worden. In verband met de geldende systematiek bij de gemeenten is ervoor gekozen om ook de uren van de bestuursleden op te nemen in de begroting. Er kan vanzelfsprekend voor gekozen worden (mede afhankelijk van wie de bestuursfunctie vanuit de gemeenten gaan vervullen) om deze kosten niet in rekening te brengen bij het REB-NOT. 7. Onder deze post zijn alle algemene en overige kosten vermeld. De bedragen voor de eerste twee jaar zijn in een aantal gevallen wat hoger meegenomen dan de jaren daarna, zodat ze samen met de opstartkosten bij 8 voldoende zijn om de extra kosten in de startfase af te dekken. 8. Onder deze post zijn de verkoopkosten opgenomen, inclusief de extra kosten voor de opstartfase. 9. Als er grootschalige projecten worden uitgevoerd door het REB-NOT worden hier de afschrijvingen vermeld. Op dit moment zijn er in de begroting zoals aangegeven geen grootschalige projecten meegenomen. De afschrijvingen betreffen de gekapitaliseerde dakvergoeding en de afschrijving op de investering. Indien er geen sprake is van een gekapitaliseerde dakvergoeding maar van een jaarlijkse vergoeding, worden deze kosten niet bij de investering meegenomen, maar bij de kosten. 18
C.
D.
10. Onder totale kosten zijn alle kosten van 6 t/m 9 meegenomen. Hier staat het bedrijfsresultaat voor aftrek financieringskosten vermeld, ofwel 5 – 10. In deze begroting wordt uitgegaan van een positief resultaat over alle jaren. de jaren 2022, 2023 en 2026, ofwel de 1e 2 jaar en het laatste jaar. De tussenliggende jaren zijn negatief, maar dit negatieve resultaat kan worden afgedekt met het positieve resultaat over met name 2023. Op die manier is er bovendien een buffer aanwezig om eventuele tegenvallers op te vangen en daarnaast de kosten van de netbeheerders voor te financieren. 11. Indien er projecten door het REB-NOT worden gerealiseerd zullen de financieringslasten hier vermeld worden. Financieringslasten bestaan dan uit de provisiekosten voor de gemeente en de rente voor de lening van de BNG en de rente voor de Achtergestelde Geldleningen van inwoners en ondernemers. Het uiteindelijke bedrijfsresultaat na aftrek van ook de financieringskosten staat hier vermeld.
6.4.2 Verschillen tussen beide begrotingen De gemeente Oldenzaal heeft aangegeven niet te willen deelnemen in de rechtspersoon REB-NOT, maar wel financieel bij te willen dragen, mits LEI’s in haar gemeente ook deelnemen. Bovendien heeft de gemeente Oldenzaal aangegeven dat een besluit over financiële deelname in de loop van 2022 door de nieuwe raad genomen zal worden. Aangezien de besluitvorming in de andere 3 gemeenten is voorzien in februari en maart 2022 is ervoor gekozen om twee versies van de meerjarenbegroting te maken. De verschillen zijn:
Inzet directeur/projectleider verlaagd van 16 uur naar 14 uur per week. Inzet administratieve ondersteuning verlaagd van 8 naar 7 uur per week. Verdeling gemeentelijke subsidie van ¾ in 2022, 1 in 2023 en ¼ in 2024 in de begroting inclusief Oldenzaal naar 1 in 2022, ¾ in 2023 en ¼ in 2024 in de begroting exclusief Oldenzaal.
6.4.3 Tijdelijke bestemming positief resultaat over 2022 en 2023 Zoals blijkt uit de begroting wordt over 2022 en 2023 een behoorlijk financieel resultaat voorzien. Dit wordt veroorzaakt door de subsidies van de Provincie Overijssel en de deelnemende gemeenten. Verwacht wordt dat dit resultaat volledig nodig zal zijn voor de voorfinanciering van de aansluitkosten van projecten. De aansluitkosten van GV-aansluitingen (GV-aansluitingen groter dan 3 x 80 ampère) variëren sterk en zijn voor een groot deel afhankelijk van het aantal meters dat de aansluiting verwijderd is van het aansluitpunt van de netbeheerder (Enexis en Coteq). Om een nieuwe GV-aansluiting ingepland te krijgen bij de netbeheerder, dient er opdracht te worden gegeven voor het realiseren van de aansluiting. Dit gebeurt in het algemeen direct nà het verkrijgen van de SCE-subsidie, maar soms ook daarvoor. Na opdrachtverlening dient er een voorschot van 50 % van de aansluitkosten te worden betaald als het totaalbedrag van de aansluiting groter is dan € 10.000. De daadwerkelijke uitvoering van deze werkzaamheden is voor een dergelijke aansluiting 14-18 maanden. De coöperaties financieren de helft van de aansluitkosten gedurende deze periode voor. Het resultaat is dus noodzakelijk om te gebruiken voor deze voorfinanciering.
Te zijner tijd vallen deze voorschotbedragen weer vrij en kunnen ze besteed worden aan de gezamenlijk vast te stellen doelen op het gebied van een duurzame samenleving.
6.5
Relatie begroting met acquisitie en financiering met garantstelling
In potentie zijn er nog veel daken die gebruikt kunnen worden voor het realiseren van SCE-projecten. In de praktijk blijkt het echter toch vaak lastig om deze potentie te benutten. Financiering van SCE-projecten kan globaal op 2 manieren, allereerst door inleg van leden (inwoners en ondernemers met een KV-aansluiting), anderzijds door financiering met 80 % Vreemd Vermogen. Deze laatste vorm heeft als bijkomende voordelen dat iedereen mee kan doen (ongeacht het inkomen) én dat er meer SCE-projecten gerealiseerd worden met een multipliereffect.
19
De verwachting is dat met een dergelijk gerichte aanpak richting agrariërs en andere ondernemers in de NOT-gemeenten (net zoals in Hof van Twente) er meer Zon op Dak projecten gerealiseerd kunnen worden. Hierbij wordt optimaal gebruik gemaakt van de mogelijkheid die een lening van de BNG biedt voor kapitalisatie van de huuropbrengst van een dak, waarmee bijvoorbeeld eigen zonnepanelen voor een groot deel gefinancierd kunnen worden. Door deze kapitalisatie van de huurwaarde waarbij deze voor een groot deel direct na realisatie van het SCE-project wordt uitgekeerd is er geld beschikbaar voor het plaatsen van zonnepanelen voor eigen verbruik en daarmee een aanzienlijk multipliereffect. Deze mogelijkheid bestaat niet bij een lening door een bank of door financiering door de leden.
20
7
Organisatie, personele bezetting en planning
In dit laatste onderdeel van het projectplan een beknopt overzicht van de organisatie, de mogelijkheden voor de personele bezetting en de planning.
7.1
Organisatie
De organisatie van de coöperatie REB-NOT bestaat uit een Algemene Ledenvergadering (maximaal vier gemeenten) en LEI’s die actief zijn in het werkgebied van de REB-NOT. Het bestuur van de Coöperatie REB-NOT bestaat uit maximaal drie leden die worden afgevaardigd vanuit de deelnemende gemeenten en maximaal drie leden vanuit de aangesloten coöperaties. Het aantal bestuursleden vanuit beide deelnemende groeperingen is altijd gelijk en het bestuur bestaat daarmee uit twee, vier of zes leden. Besluitvorming vindt plaats op basis van consensus. De werkzaamheden worden uitgevoerd door een team van medewerkers, onder leiding van de directeur/projectleider. Een deel van de werkzaamheden wordt betaald (de directeur/projectleider, de administratieve ondersteuning en communicatie), een deel gebeurt vrijwillig vanuit de deelnemende coöperaties als onderdeel van hun deelname in de REB-NOT. Doelstelling is om nà maximaal vijf jaar de organisatie (bestuurlijk en qua medewerkers) volledig te laten bemensen door medewerkers vanuit de deelnemende coöperaties en in de jaren daaraan voorafgaand ervoor te zorgen dat er kennis wordt overgedragen en opgebouwd.
7.2
Personele bezetting
De leden van de ALV van Coöperatie REB-NOT worden voor wat betreft de deelnemende coöperaties afgevaardigd vanuit de besturen van die deelnemende coöperaties. Voor wat betreft de deelnemende gemeenten zou het vanwege de continuïteit de voorkeur kunnen verdienen om de afvaardiging naar ALV en Bestuur te laten invullen door ofwel de Algemeen Directeur/Secretaris of een lid van het Managementteam. Besluitvorming hierover is voorbehouden aan de afzonderlijke gemeenten. Het beleid van de Coöperatie REB-NOT wordt op hoofdlijnen vastgesteld door de leden van de ALV. Het bestuur van de Coöperatie REB-NOT is verantwoordelijk voor het laten uitvoeren van dit beleid door de directeur/projectleider en de overige medewerkers, waarbij de voorzitter van het bestuur fungeert als eerste aanspreekpunt voor de directeur/projectleider. Medewerkers zijn niet in loondienst, maar worden ingehuurd, hetzij op basis van een gemiddeld aantal uren per week (directeur/projectleider en administratieve ondersteuning), hetzij op basis van een activiteit, product enz. (communicatie). Op dit moment ligt het niet voor de hand om deze mensen in te huren via de gemeenten, dit in verband met de specifieke kennis die gevraagd wordt of het tarief dat in dat geval gehanteerd dient te worden.
De verwachting is wel dat een deel van de werkzaamheden uitgevoerd zal kunnen worden vanuit de kring van de aangesloten coöperaties. Naast deze betaalde medewerkers zijn vrijwilligers vanuit de aangesloten coöperaties actief.
7.3
Invulling functie directeur/projectleider
Voor wat betreft de invulling van de functie directeur/projectleider zijn er grofweg twee mogelijkheden: 1. Het openstellen van een vacature voor deze functie (na oprichting REB-NOT), waarna er een selectie- en sollicitatieprocedure van kandidaten en benoeming volgt door het bestuur. 2. Voortzetting van de huidige regeling voor het realiseren van de projecten Gemeente zoekt dak door het benoemen van de huidige functionaris als interim directeur/projectleider voor de duur van maximaal twee jaar. Voordelen van optie 1 zijn een blanco start in een nieuwe organisatie met de mogelijkheid voor iedereen om te solliciteren.
21
Voordelen van optie 2 zijn continuïteit en automatische voortgang van de huidige werkzaamheden en betere mogelijkheden voor de opleiding van de mensen van de coöperaties en overgang na maximaal twee jaar naar een kandidaat vanuit de coöperaties.
7.4
Planning
Op dit moment is de planning qua besluitvorming en realisatie van de 1e reeks projecten als volgt: Januari 2022 Januari 2022 1-2-2022 15-02-2022
8-3-2022 Maart 2022 Maart 2022 Maart 2022 April 2022 April 2022
Mei-Juni 2022 Juni-Juli 2022 Juli-Sept 2022 Juli-Sept 2022
Sept 2022Dec 2023
Voorgenomen besluit in colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Dinkelland, Losser en Tubbergen Besluit aanwijzing publieke taak t.b.v. garantstelling in de gemeente Oldenzaal Uiterste datum waarop de LEI’s aangegeven dienen te hebben of zij vanaf de start gaan deelnemen in het REB-NOT Kenbaar maken wensen en bedenkingen gemeenteraad t.a.v. oprichting REB-NOT in de gemeenten Dinkelland en Tubbergen en besluitvorming over verstrekken subsidie aan REB-NOT, aanwijzen als publieke taak en beleidsregel lokaal eigendom Idem in gemeenteraad Losser Definitief besluit in colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Dinkelland, Losser en Tubbergen Besluitvorming rond afvaardiging naar ALV en Bestuur van Coöperatie REB-NOT vanuit de deelnemende gemeenten Indienen aanvragen SCE-projecten door de verschillende coöperaties bij RVO Passeren van oprichtingsakte REB-NOT bij notaris Indienen aanvragen garantstelling financiering BNG voor de SCE-projecten bij de verschillende gemeenten Afhandeling aanvragen garantstelling door colleges Toekenning SCE-subsidies door RVO Afhandeling aanvragen leningen door BNG Opstellen informatiememoranda ten behoeve van Achtergestelde Geldleningen bij leden coöperaties (inwoners en ondernemers) Realisatie projecten, termijnen afhankelijk van realisatie aansluitingen door Enexis en Coteq
22