CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Plan van aanpak Omgevingswet 2022-2029.pdf

Gemeenteraad 8 maart 2022, gemeente DinkellandBij agendapunt: 12: Voorstel inzake plan van aanpak transitie Omgevingswet6.343 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Werken MET de Omgevingswet Plan voor inbedding bij gemeenten Tubbergen en Dinkelland

25 januari 2022 Versie: Definitief

INHOUDSOPGAVE 1. Introductie........................................................................................................................................................... 3 1.1 Waarom een Omgevingswet? ....................................................................................................................... 3 1.2 impact en stand van zaken Noaberkracht Dinkelland Tubbergen ................................................................ 3 1.3 Status Plan en Planning ................................................................................................................................. 4 1.4 Leeswijzer ...................................................................................................................................................... 5 2. Werken aan de omgevingswet – 1-1-2022 tot 1-10-2022 .................................................................................. 6 2.1 Uitdaging en Doelen werken AAN de Omgevingswet ................................................................................... 6 2.2 Resultaten ..................................................................................................................................................... 6 3. Werken met de omgevingswet – na 1 -7-2022 ...................................................................................................

8 3.1 Uitdaging en Doelen Werken MET de Omgevingswet .................................................................................. 8 3.2 Resultaten ..................................................................................................................................................... 9 3.3 uitgangspunten implementatie Omgevingswet ............................................................................................ 9 3.4 Afbakening .................................................................................................................................................... 9 4. Toelichting op de inspanningen ........................................................................................................................ 10 4.1 Actualisatie & Borging van de Omgevingsvisie ........................................................................................... 10 4.2 Routekaart Omgevingsplan Nieuwe Stijl 2022-2029 ................................................................................... 11 4.3 Werken volgens de geest van de wet – samenlevingsgericht werken ........................................................ 12 4.4 Terugkoppeling en bijsturing van Organisatie en werkwijze ......................................................................

13 5 Organisatie ......................................................................................................................................................... 14 5.1 Interne organisatie ...................................................................................................................................... 14 5.2 Gemeenteraden en externe omgeving ....................................................................................................... 15 6. Sturing en monitoring ....................................................................................................................................... 17 6.1 Voortgangsbewaking ................................................................................................................................... 17 6.2 Rapportage .................................................................................................................................................. 17 6.3 Bijsturen ...................................................................................................................................................... 17 7. Begroting ...........................................................................................................................................................

18 7.1 uitgangspunten financiële consequenties .................................................................................................. 18 7.2 Invoeringskosten Noaberkracht Dinkelland Tubbergen.............................................................................. 18 Bijlagen ............................................................................................................. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

2

1. INTRODUCTIE Dit hoofdstuk geeft eerst een algemene introductie op de Omgevingswet en maakt dan een doorkijk naar de impact en aanpak bij Noaberkracht Dinkelland Tubbergen.

1.1 WAAROM EEN OMGEVINGSWET? Het huidige stelsel van relevante wet- en regelgeving voor de leefomgeving is complex, versnipperd en onoverzichtelijk. Het kan belemmerend werken voor duurzame ontwikkeling en maatschappelijke initiatieven. Modernisering van het omgevingsrecht is noodzakelijk. Op deelterreinen is de afgelopen jaren al gestart met het moderniseren van het omgevingsrecht, zoals met de Wabo, Wet ruimtelijke ordening, etc., maar hiermee ontstaat er volgens de wetgever nog niet een inzichtelijk, samenhangend en toekomstbestendig stelsel van het omgevingsrecht. Daarvoor is meer nodig en dat moet worden bereikt met de komst van de Omgevingswet. Circa 40 wetten, ongeveer 120 AMvB’s en 120 ministeriële regelingen zullen geheel of deels opgaan in het nieuwe stelsel onder de Omgevingswet. Op 1 juli 2022 treedt de Omgevingswet in werking.

DOEL VAN DE WET De landelijke doelstelling van de Omgevingswet is: Een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit bereiken en in stand houden; De fysieke leefomgeving doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen om maatschappelijke behoeften mee te vervullen. Verder beoogt de Rijksoverheid het complex aan wet- en regelgeving te stroomlijnen en de inzichtelijkheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht te vergroten. Dit moet leiden tot een snellere en doelmatiger besluitvorming.

1.2 IMPACT EN STAND VAN ZAKEN NOABERKRACHT DINKELLAND TUBBERGEN De Omgevingswet is een ingrijpende stelselherziening met landelijke eisen voor een digitaal stelsel. Het gaat om nieuwe producten (in ieder geval voor de gemeente om een omgevingsvisie en omgevingsplan), nieuwe processen, nieuwe werkwijzen, nieuwe ICT systemen, opleidingen en niet in de laatste plaats een doorontwikkeling van houding en gedrag. Tevens gaat de rol van de raad en college veranderen.

3

Vanaf 2017 is er vanuit een projectvorm gewerkt aan de voorbereiding op de Omgevingswet. In 2018 is er vanuit de samenleving allerlei input opgehaald om de omgevingsvisie vorm te geven, er is nagedacht over de ambities van de beide colleges en raden en gewerkt aan het in kaart brengen van de impact op de organisatie en werkprocessen. Inmiddels is MijnOmgevingsvisie in beide gemeenteraden vastgesteld, de aangepaste werkprocessen zijn klaar voor implementatie, we zijn aangesloten op de testomgeving van het Digitaal Stelsel Omgevingswet en hebben ervaring opgedaan met zowel het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) als het werken onder Omgevingswet. Tevens is en wordt er geïnvesteerd in scholing, opleiding, bewustwording en communicatie. De voorbereiding is afgerond en we gaan toe naar inwerkingtreding en implementatie. Dit betekent dat de structuur en bezetting gewijzigd moet worden. We werken toe naar een volgende fase en die valt uiteen in werken AAN de Omgevingswet waarin alle activiteiten zitten tot aan de inwerkingtreding en werken MET de Omgevingswet waarbij we daadwerkelijk aan de slag gaan met de Omgevingswet.

1.3 STATUS PLAN EN PLANNING Oorspronkelijk was de invoering van de Omgevingswet gepland voor 1 januari 2019. Dit is al een keer verschoven naar 1 januari 2021 en vervolgens uitgesteld naar 1 juli 2022. De Omgevingswet wordt landelijk 1 juli 2022 ingevoerd, de gemeenten Dinkelland en Tubbergen willen daarop voorbereid zijn. Na alle voorbereidingsactiviteiten werken we nu volgens twee sporen, namelijk focus op inwerkingtreding in het spoor van “werken AAN de Omgevingswet” en vervolgens in het spoor “werken MET de Omgevingswet”, de implementatie en inbedding van het juridisch stelsel, de doorontwikkeling van het DSO, en doorontwikkeling van het samenlevingsgericht werken.

4

Hieronder staan in twee figuren de belangrijkste resultaten/mijlpalen benoemd voor beide sporen.

WERKEN AAN DE OMGEVINGSWET

WERKEN MET DE OMGEVINGSWET

1.4 LEESWIJZER In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de aanpak voor de inwerkingtreding onder de kop “werken Aan de Omgevingswet”. In hoofdstuk 3 wordt stilgestaan bij de periode vanaf 1 juli 2022 tot 2029 waarin het werken MET de Omgevingswet uitgewerkt wordt. In hoofdstuk 4 worden de inspanningen die we hiervoor doen toegelicht. In hoofdstuk 5 is de organisatie beschreven. Hoofdstuk 6 gaat over sturing en in hoofdstuk 7 wordt stilgestaan bij de financiële impact.

5

2. WERKEN AAN DE OMGEVINGSWET – 1-1-2022 TOT 1-10-2022 Via het werken AAN de Omgevingswet wordt de soepele overgang op 1 juli 2022 geregeld. Hieronder valt de implementatie van de werkprocessen, de aansluiting op het DSO, de voorbereidende besluitvorming, de inhoudelijke input voor de communicatie, scholing en opleiding en het rekening houden met de transitie en de voorbereiding hierop. Hierin wordt ook gekeken naar de uiterste aanleverdatum van het oude regime en hoe we omgaan met het overgangsrecht. De doorlooptijd van dit project is tot en met oktober 2022 om te zorgen dat er goede overgang naar de volgende fase gerealiseerd wordt en de inwerkingtreding goed afgerond wordt, zodat inbedding en doorontwikkeling goed van start gaan.

2.1 UITDAGING EN DOELEN WERKEN AAN DE OMGEVINGSWET Doel voor dit project is:  De gemeenten Tubbergen en Dinkelland voldoen op 1 juli 2022 aan de wettelijke verplichtingen die de Omgevingswet ons op legt.

2.2 RESULTATEN

BESLUITVORMING VOORBEREIDEN Besluitvorming wordt voorbereid die nodig is voor de inwerkingtreding. Denk hierbij aan onder meer: – Instellen adviescommissies bijvoorbeeld Monumenten, stadsbouwmeester, kwaliteitsteam, regioarcheoloog – Legesverordening – Delegatiebesluit voor wijziging omgevingsplan – Mandatering van college aan teamcoaches en andere medewerkers. – Voor handhaving is van belang dat de toezichthouders opnieuw voor deze wet worden aangewezen. – Adviesrecht gemeenteraad (bindend adviesrecht) – Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (was verklaring van geen bedenkingen); reguliere procedure van toepassing ook in geval advies gemeenteraad

DEELPROJECT OMGEVINGSWET IN DE PRAKTIJK (VANAF 1-1-2022 TOT 1-10-2022) Dit deelproject loopt reeds maar hiervan ronden we komende periode een aantal resultaten af. Er lopen ook wat zaken door of die moeten ingebed worden in de nadere deelprojecten. In ieder geval de legesverordening en de pilots inzake de Wet Kwaliteitsborging Bouwen (WKB) blijven doordraaien tot aan 1-10-2022. Dezelfde mensen blijven betrokken maar veelal voor minder uren uitgezonderd leges en WKB zoals hierboven aangegeven.

VOORBEREIDING OMGEVINGSPLAN In dit deelproject zijn de belangrijkste resultaten opgeleverd. De software is aangeschaft en voor zover mogelijk ingericht en getest. Er is nagedacht over de uitgangspunten voor de inwerkingtreding en verder. Er is gewerkt aan het in kaart brengen van de bruidsschat. En er is een pilot gedaan en diverse ketentesten uitgevoerd met partners. Momenteel worden de keuzes in de lay-out van het Omgevingsplan in kaart gebracht. Vanuit dit deelproject blijven over de aansluiting op de productie-omgeving van het DSO, de toepasbare regels en de aanbesteding voor het Omgevingsplan dus een volgende fase in de stap naar inwerkingtreding.

BEWUSTWORDING, COMMUNICATIE EN ORGANISAT IE

6

Het Bewustwording, Communicatie en Organisatieplan (BCO-plan) kent twee delen. Enerzijds de praktische kennis en scholing en het oefenen over en met de Omgevingswet. Daarnaast zit hier een relatie met de ontwikkeling van de organisatie, zoals bijvoorbeeld digitalisering en het samenlevingsgericht werken. In de Omgevingswet heet dit de “ja, mits houding”. Hierin moet gekozen worden in hoeverre dit afhankelijk van elkaar gemaakt wordt. Er zit een duidelijke kans om onze eigen organisatie ontwikkeling te versnellen door alvast verwachtingen over houding en gedrag mee te geven. Anderzijds zien we dat deze beweging vooral van onderop gestimuleerd wordt en de vraag is of dit tijdig bij elkaar komt. Het is dus belangrijk hier duidelijk richting aan te geven als stuurgroep en bestuurlijke kopgroep, zodat er heldere resultaten af te spreken zijn. Aandachtspunt in het hele traject is de verbinding met alle geldingen van de organisatie. Los van de inhoudelijke wijzigingen is dit ook een traject dat veel tijd en energie kost, zoals destijds de transitie in het Sociaal Domein. Daarom is een goede betrokkenheid van zowel directie, management, programmaregisseurs als ook de diverse organisatieonderdelen en teams van belang. Specifiek aandachtspunt hierbij is de verbinding met Openbare ruimte, buurtmannen en vrouwen en het telefoonteam.

De link met de raden borgen we door intensief contact met de griffiers en via de raadsgroepen. Resultaat van dit traject is een goed voorbereide organisatie die klaar is om aan de slag te gaan met de Omgevingswet.

7

3. WERKEN MET DE OMGEVINGSWET – NA 1 -7-2022 Dit hoofdstuk beschrijft de kenmerkende elementen van het deel Werken MET de Omgevingswet bij Noaberkracht en voor de gemeenten Tubbergen en Dinkelland.

3.1 UITDAGING EN DOELEN WERKEN MET DE OMGEVINGSWET Het benutten van de inwerkingtreding van de Omgevingswet om vanuit een samenlevingsgerichte benadering integraal te werken aan het behouden en versterken van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Dat betekent dat we voor het werken MET de Omgevingswet de volgende doelen nastreven: - Integraal afwegen van nieuwe initiatieven en ontwikkelingen. - Vanuit de ja, mits houding in gesprek gaan met de aanvragers gebaseerd op het samenlevingsgericht werken - Makkelijker maken voor aanvragers en gebruikers door meer inzicht en samenhang in beleid - Dienstverlening sneller en beter te laten verlopen conform de 8 weken termijn voor de vergunningverlening

Dit zijn de doelen die we beogen met de Omgevingswet op zich. Daarnaast hebben we natuurlijk inmiddels de Omgevingsvisie opgeleverd voor beide gemeenten. Hierin vindt men de inhoudelijke doelen terug dus wat willen we als gemeenten behouden en versterken in onze fysieke leefomgeving. De strategie om de doelen voor dit programma te realiseren zal zich richten op de realisatie, inbedding en verbetering van werkende processen, regels en systemen, het hebben van heldere verwachtingen ten aanzien van rollen en het doorontwikkelen van het samenlevingsgericht werken door focus op kennis, houding en gedrag bij zowel collega’s, colleges als raadsleden.

8

3.2 RESULTATEN Uiteindelijk zal dit project de volgende resultaten opleveren tussen nu en 2029:  Het beheer, onderhoud en actualisatie van de Omgevingsvisie is geborgd in de organisatie;  De Routekaart 2022-2029 waarin de aanpak en ontwikkeling van het Omgevingsplan en de beleidscyclus voor de Omgevingswet opgepakt wordt en de basis vormt voor het Omgevingsplan, dat tot 2029 wordt uitgebouwd tot het Omgevingsplan nieuwe stijl;  Het samenlevingsgericht werken en denken vanuit de inwoner onder de Omgevingswet vertalen en toepassen;  Het verbeteren van het opgestelde werkproces om binnen de gevraagde termijnen in samenwerking met de ketenpartners de juiste dienstverlening te leveren;  Het realiseren en implementeren van een uitgewerkte en beproefde aanpak voor participatie. Deze resultaten zullen gerealiseerd worden via diverse projecten en inspanningen die worden in hoofdstuk 4 nader toegelicht.

3.3 UITGANGSPUNTEN IMPLEMENTATIE OMGEVINGSWET Op dit moment zijn er een aantal uitgangspunten voor de aanpak voor de implementatie voor de Omgevingswet. Dat zijn de volgende:  Het programma kent 1 aanpak en levert dezelfde resultaten op voor beide gemeenten;  In visie en beleid streven we naar eenzelfde omgevingsvisie en omgevingsplan voor beide gemeenten. Waarbij in de uitwerking in regels of voor een specifiek gebied differentiatie kan worden toegepast als daar zwaarwegende argumenten voor zijn;  Waar mogelijk bouwen we voort op projecten en werkvormen die al aansluiten bij de doelen van de Omgevingswet. Daarnaast zijn er in de notitie: “Het Omgevingshuis: de uitgangspunten voor de transitie van het huidige omgevingsrecht naar het omgevingshuis” ook al een aantal uitgangspunten voor de inwerkingtreding en de periode daarna geformuleerd.

De belangrijkste punten hierin zijn : - We kiezen voor een gefaseerde overgang van omgevingsplan van rechtswege naar omgevingsplan Nieuwe Stijl; - Hierbij wordt rekening gehouden met de participatievereisten van de Omgevingswet; - Het huidige vergunningsvrije stelsel wordt voortgezet onder de Omgevingswet; - Er worden alleen programma’s en beleidsregels opgesteld die een bijdrage leveren aan MijnOmgevingsvisie; - De huidige beleidsnota’s die hieraan een bijdrage leveren blijven bestaan en worden waar nodig geactualiseerd; - Nieuwe onverplichte programma’s worden zoveel mogelijk gestandaardiseerd; - Voor de drie bijzondere programma’s is het uitgangspunt dat we hier terughoudend mee wordt omgegaan; - We werken samen met de Omgevingsdienst Twente voor de transitie van de regels uit de Bruidsschat die betrekking hebben op milieubelastende activiteiten; - Aan de hand van de drie actiepunten van de VNG (schrap, stem af, specificeer) bepalen we zelf welke regels uit de bruidsschat overgenomen worden in het Omgevingsplan; - In de transitie van de bestemmingsplannen naar het Omgevingsplan gaan we uit van objectgerichte ordening en maken we de komende jaren keuzes welke activiteiten vergunningsvrij, meldingsplichtig of vergunningplichtig zijn.

3.4 AFBAKENING Dit plan richt zich in hoofdzaak op de veranderingen die nodig zijn voor de implementatie van de Omgevingswet. Veel van die veranderingen hebben een overlap met al lopende projecten of werkvormen. Bijvoorbeeld de implementatie van het OpenOverheid, deregulering in bestemmingsplannen, MijnDorp en MijnDinkelland en de organisatieontwikkeling. Dit programma sluit daarbij aan, zonder de verantwoordelijkheid over te nemen. Per project of werkvorm zal bepaald moeten worden op welke manier dit kan.

9

4. TOELICHTING OP DE INSPANNINGEN De Omgevingswet verplicht de overheid om met een aantal nieuwe instrumenten te werken. Dit zijn de:  Omgevingsvisie;  Programma;  Decentrale regelgeving – omgevingsplan  Omgevingsvergunning; en het  Projectbesluit voor het Rijk en de provincie. Voor de gemeente zijn de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning de belangrijkste instrumenten. Deze zijn natuurlijk niet in één keer af en vandaar dat er gekozen is voor een programmatische aanpak. Samen met natuurlijk ook de gedragsmatig kant: het werken en denken vanuit de inwoner. Dit realiseren wij door dit in te bedden in de beleidscyclus zoals we die al kennen. Dan ontstaan de volgende werklijnen die de komende periode nader vormgegeven worden: 1. 2. 3. 4.

Borgen van de omgevingsvisie & (bij)sturen van de beleidscyclus i.r.t. de Omgevingswet; Routekaart 2022-2029: realisatie van het Omgevingsplan Nieuwe stijl; Werken volgens de Geest van en conform de Omgevingswet; Terugkoppeling via toezicht en handhaving en door bijsturing van de reeds opgeleverde resultaten rondom organisatie & werkwijze.

Hieronder worden ze per stuk kort toegelicht. Daarnaast is er natuurlijk oog voor het doorzetten van de activiteiten voor bewustwording, communicatie en organisatie. Ook zal de Impactanalyse jaarlijks geactualiseerd worden en wordt de verbinding met de ambities en het programmabureau en de organisatieontwikkeling geborgd.

4.1 ACTUALISATIE & BORGING VAN DE OMGEVINGSVISIE Een omgevingsvisie is een strategisch document die een integrale visie omvat voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving op de lange termijn. De fysieke leefomgeving omvat in ieder geval bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed. In de omgevingsvisie wordt helder waar de gemeente haar prioriteiten legt. De omgevingsvisie

10

geeft een gewenste ontwikkelingsrichting en daagt burgers en bedrijven uit deze visie mede gestalte te geven. Het is daarmee een essentieel instrument in de overstap van toelatingsplanologie naar uitnodigingsplanologie. De omgevingsvisies voor Dinkelland en Tubbergen zijn als eerste variant vastgesteld, maar het onderhoud, actualisatie en monitoring moet nog geregeld worden, zoals het inbedden van de omgevingsvisie in het Programmabureau en de uitwerking van de monitoring en evaluatie. Het resultaat van dit deel is dat het beheer, onderhoud en actualisatie van de Omgevingsvisie is geborgd in de organisatie.  Visie geborgd in de aanpak van nieuw beleid via de beleidscyclus;  Beheer en onderhoud van de visies en de bijbehorende websites is geregeld en geborgd ;  Monitorings- en evaluatiesystematiek. Hieronder valt ook de toepassing van het afwegingskader en de actualisatie van de visie. Hierbij wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de afbouw en opbouw van de ambitietis in het programmabureau.

4.2 ROUTEKAART OMGEVINGSPLAN NIEUWE STIJL 2022-2029 De routekaart Omgevingsplan Nieuwe Stijl omvat het hele proces dat nodig is voor de realisatie van het Omgevingsplan Nieuwe Stijl. Decentrale regelgeving - omgevingsplan Een nieuw instrument onder de Omgevingswet is het omgevingsplan. Dit is een digitaal plan en omvat het gehele grondgebied van de gemeente. Dit plan kent een nauwe samenhang met de ontwikkeling van de omgevingsvisie. Ambities uit de visie kunnen waar nodig worden gestuurd door regels te stellen in het omgevingsplan. Belangrijk hierbij is wel het uitgangspunt dat regels alleen worden gesteld als dat nut en noodzaak heeft. Het omgevingsplan heeft een bredere reikwijdte dan het huidige bestemmingsplan, omdat alle locatie- en functie gebonden regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving erin worden opgenomen. Veel verordenende bepalingen over de fysieke leefomgeving zullen opgaan in het omgevingsplan. En een basis voor het Omgevingsplan, dat tot 2029 wordt uitgebouwd tot het Omgevingsplan nieuwe stijl. Het omgevingsplan is ook de plek waar concreet bestuurlijke afwegingsruimte juridisch kan worden vormgegeven, lokaal maatwerk kan worden geleverd, en vergunningsplichten kunnen worden gesteld.

Hierin is aandacht voor de volgende zaken: De lokale verordeningen en regels; De Bruidsschat dus de landelijke regels die de gemeenten naar zich toekrijgen; De doorontwikkeling van het DSO gekoppeld aan de lay-out en inrichting van het Omgevingsplan; De ontwikkeling van toepasbare regels; Het participatiebeleid rondom nieuwe initiatieven in de fysieke leefomgeving. Een eerste stap hierin wordt reeds gezet door een aanbesteding te starten voor een extern adviesbureau dat ons gaat helpen bij de realisatie van het omgevingsplan nieuwe stijl. De verwachting is dat dit een zelfde soort traject en inzet zal zijn als bij een bestemmingsplan buitengebied inclusief de bijbehorende MER-procedure. Dit besteden we gewoonlijk ook uit en zullen dat nu dus ook doen. De bedoeling is dat dit Q2 2022 aanbesteed en gegund wordt. Deze externe partner zal de ambtelijke organisatie verder helpt met het inrichten van het proces van de Routekaart en de keuzes en uitwerking in het Omgevingsplan nieuwe stijl. Digitaal Stelsel Omgevingswet Digitalisering is een belangrijk instrument om de Omgevingswet tot een succes te maken. Daarom wordt een landelijk digitaal stelsel voor de Omgevingswet (DSO) ontwikkeld. Alle digitale informatie is straks op één plek te vinden: in het nieuwe Omgevingsloket.

Via dit loket kunnen initiatiefnemers, overheden en belanghebbenden snel zien wat mag in de fysieke leefomgeving. Heel veel partijen werken samen om het loket

11

en het digitale stelsel erachter te ontwikkelen. Ook Noaberkracht heeft de uitdaging om aan te leveren aan het DSO en gebruik te maken van de gegevens in het DSO. Het loketprincipe is natuurlijk niet nieuw. Er zijn nu ook al loketten en portalen voor de fysieke leefomgeving. Maar het nieuwe Omgevingsloket bundelt alle relevante informatie van overheden en maakt het op een gebruiksvriendelijke manier zichtbaar voor gebruikers. Het nieuwe loket heeft verschillende doelen: • Het geeft gebruikers inzicht in hetgeen wel en niet kan binnen de fysieke leefomgeving; • Het zorgt ervoor dat (besluitvormings)processen sneller en beter voorspelbaar verlopen’; • Het biedt één loket voor burgers en bedrijven. Dit ondersteunt hen digitaal bij hun activiteiten, bijvoorbeeld bij het aanvragen van een vergunning; • Het ondersteunt gemeenten, provincies, waterschappen en het rijk bij de uitvoering van hun processen, bijvoorbeeld bij het maken van plannen en verlenen van vergunningen. Het nieuwe Omgevingsloket wordt in fasen ontwikkeld. De twee belangrijkste mijlpalen zijn de inwerkingtreding van de wet en daarna de doorontwikkeling van het nieuwe Omgevingsloket. In de jaren na de inwerkingtreding wordt in fasen verder gebouwd aan het nieuwe Omgevingsloket. Het streefbeeld is dat in 2029 alle oorspronkelijk beoogde digitale functies van het digitale loket volledig beschikbaar zijn.

Een belangrijk uitgangspunt in de Omgevingswet is dat alle informatie vanuit de digitale kaart moet kunnen worden ontsloten, dit vereist dat alle plannen en omgevingsdocumenten van een werkingsgebied moeten worden voorzien/objectgericht moeten zijn.

4.3 WERKEN VOLGENS DE GEEST VAN DE WET – SAMENLEVINGSGERICHT WERKEN De Omgevingswet is meer dan een technische juridische aanpassing. Naast de wettelijke stelselherziening beoogt de landelijke wetgever ook bepaalde manier van werken. De uitdrukkingen als ‘integrale benadering’, ‘ontwikkelingen mogelijk maken’ en ‘het vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte’ illustreren dat. De overheid dient samen met de gemeenschap initiatieven te ontwikkelen, ruimte te pakken en integrale oplossingen na te streven. Om de parallel te trekken met de decentralisaties in het sociale domein: het gaat om een transitie en een transformatie. De transitie is de wettelijke stelselherziening, de transformatie is de manier van werken. Deels zijn deze ontwikkelingen in de manier van werken al ingezet. De Omgevingswet is de volgende stap. De Omgevingswet wordt naar verwachting per 1 juli 2022 ingevoerd en betekent in ieder geval vanaf dan een andere manier van werken volgens de letter van de wet. Maar bij de veranderingen rondom de Omgevingswet is het belangrijk dat we al gaan werken in de geest van de wet. Het is belangrijk om na te denken en uit te werken en toe te passen welke manier van werken dit is en wat er voor nodig is om deze werkwijze te ontwikkelen / implementeren.

Voor Noaberkracht is in 2018 de volgende formulering vastgesteld voor de organisatieontwikkeling: “Noaberkracht doorontwikkelen naar een wendbare toekomstbestendige organisatie die van betekenis is voor de samenleving en meebeweegt met veranderingen in de samenleving. Een organisatie die flexibel is ingericht en inspeelt op de bestuursstijl van beide gemeenten.” Dit sluit aan bij de veranderde houding die gevraagd wordt van de overheid in het kader van de Omgevingswet. Bovendien heeft Noaberkracht Dinkelland Tubbergen al een aantal stappen in de juiste richting gezet. Denk hierbij bijvoorbeeld aan participatie rondom Mijndorp2030 en MijnDinkelland2030, de 1 loket gedachte met accountmanagers en het Ondernemerservice team. Allerlei manieren waarop wij op een gelijkwaardige manier met de samenleving werken aan de ontwikkeling van ons grondgebied. En waarin we denken in mogelijkheden en kansen. De landelijke voorschriften en bepalingen rondom houding en werkwijze betekenen voor Noaberkracht Dinkelland Tubbergen dus meer een doorontwikkeling dan een verandering. Tegelijk moeten we ook erkennen dat we er nog niet zijn. Daarom is dit deelproject noodzakelijk. In deze werklijn gaan we onderzoeken en nader invulling geven aan welke competenties we vragen van medewerkers, welke houding en gedrag wenselijk is en

12

welke werkprocessen wenselijk zijn om goed volgens de verbeterdoelen van de Omgevingswet te kunnen werken. Dus eerst inventariseren, beoordelen, toepassen en dan plannen maken ter verbetering.

4.4 TERUGKOPPELING EN BIJSTURING VAN ORGANISATIE EN WERKWIJZE In deze werklijn is er aandacht voor het werken met de Omgevingswet in de praktijk. Het gaat dan om vergunningverlening en toezicht en handhaving. In deze werklijn monitoren, evalueren en sturen de reeds opgeleverde resultaten uit het voormalige project Omgevingswet in de praktijk bij. Hieronder valt ook de pilot en doorvertaling van de resultaten van de pilot in de werkprocessen. Omgevingswet in de Praktijk Onder de Omgevingswet blijft de omgevingsvergunning het integrale instrument voor vergunningverlening bij concrete initiatieven. Ten opzichte van de huidige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) vindt er onder de Omgevingswet een uitbouw en verbreding plaats van de reikwijdte van de omgevingsvergunning. Veel overige vergunningen zullen verdwijnen en opgaan in een Omgevingsvergunning.

De verwachte inspanningen in deze werklijn zijn het monitoren evalueren en bijsturen van: - De werkprocessen rondom vergunningverlening en de vertaling daarvan ook in het DSO monitoren en bijsturen; - De samenwerkingsafspraken met de betrokken ketenpartners zoals waterschap, Provincie, Omgevingsdienst Twente (ODT), Veiligheidsregio Twente (VRT) en GGD maken, monitoren en evalueren; - De werking van de gemeentelijke adviescommissies binnen de nieuwe werkwijze van de Omgevingswet; - De aanlevering door professionele aanvragers zoals adviesbureaus en architecten; - Het participatieplan.

13

5 ORGANISATIE In dit hoofdstuk wordt de interne en externe organisatie geschetst en de werkwijze toegelicht. Ook wordt de omgang met de externe omgeving beschreven.

5.1 INTERNE ORGANISATIE

Bestuurlijke kopgroep Bestaat uit de bestuurlijk verantwoordelijken van beide gemeenten, de ambtelijk opdrachtgever en de projectmanager. Doel is het informeren van de bestuurlijk verantwoordelijken over de voortgang. En het bespreken van de voorbereiding op strategisch te maken keuzes door colleges en gemeenteraden. Vergadert eens in de 4 weken. Stuurgroep Bestaat uit ambtelijk opdrachtgever, projectleider en de lijn-/ programmamanagers van de afdelingen die het project het meest aangaan. Geeft onder leiding van de ambtelijk opdrachtgever sturing aan het project op een strategisch niveau. Het doel is om voortgang ten opzichte van planning, risico’s en middelen te bespreken. Op basis hiervan worden beslissingen genomen. Vergadert eens in de 4 weken. Kernteam werken MET de Omgevingswet Bestaat uit de coördinatoren en waar nodig adviseurs (bv. Communicatie, Financiën, etc.). Zorgt onder leiding van de projectleider voor de voortgang en afstemming van de deelsporen op tactisch niveau. Bespreekt afhankelijkheden, overlap en synergie tussen de diverse onderdelen. Bereidt besluitvorming voor de stuurgroep voor. Zorgt daarnaast ook voor afstemming over overkoepelende onderwerpen zoals communicatie en financiën. Vergadert eens in de 3 weken.

Werkgroepen Bestaat uit de trekker en werkgroepleden. Bespreekt de voortgang van de werkgroep zodat het resultaat conform het plan wordt opgeleverd. Koppelt de voortgang via de trekker terug aan de coördinatoren. Vergaderen afhankelijk van de planning, over het algemeen eens in de drie weken.

TAKEN, VERANTWOORDELIJKHEDEN EN BEVOEGDHEDEN Voor dit project sluiten we aan bij de beschrijving van de rollen die bij het Werken in Projecten gelden bij Noaberkracht. Afhankelijk van de rol weet de betreffende persoon wat van hem/haar wordt verwacht in termen van verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden. Hieronder de rollen en een samenvatting van de rol en verantwoordelijkheden. Bestuurlijk verantwoordelijke Stimuleert het maatschappelijk draagvlak voor het project. Hij verdedigt het project in de gemeenteraad. De bestuurlijk verantwoordelijke heeft een rol als voorportaal van het college en functioneert als ambassadeur van het plan. Schermt het project af tegen belemmerende invloeden. Ambtelijke opdrachtgever en projectleider zijn het eerste aanspreekpunt. Ambtelijk Opdrachtgever Is ambtelijk eindverantwoordelijk voor het project en is de intermediair tussen de bestuurlijk verantwoordelijke en de projectleider. Organiseert namens de bestuurlijk verantwoordelijke de projectuitvoering binnen de ambtelijke organisatie. Stelt de projectopdracht en het projectplan vast na de PSU, en committeert zich hieraan. Regelt de beschikbaarheid van voldoende mensen en middelen, waaronder een capabele projectleider die zich committeert aan het projectresultaat. Bewaakt de projectvoortgang op basis van (in)formeel overleg met de projectleider en formele voortgangrapportages.

Beoordeelt op welke momenten de bestuurlijk verantwoordelijke bij besluitvorming over het project moet worden betrokken. Beschermt het project tegen schadelijke invloeden vanuit de ambtelijke organisatie. Coördinator Is verantwoordelijk voor de voortgang van de deelopdracht conform het plan van aanpak. Geeft leiding aan het kernteam en vormt de schakel tussen lijn, programmabureau en stuurgroep.

5.2 GEMEENTERADEN EN EXTERNE OMGEVING Gemeenteraden De beide gemeenteraden zijn en worden actief betrokken in het geven van richting aan de implementatie van de Omgevingswet. Zo zullen zij zich bijvoorbeeld moeten uitspreken over de rol van de gemeenteraad ten opzichte van het college. Er zullen ook inhoudelijke keuzes worden voorgelegd. Hiervoor benutten we de bestaande raadsgroepen Omgevingswet themabijeenkomsten als het hele raad betreft en eventueel andere instrumenten als dat nodig blijkt te zijn. Afhankelijk van de wensen van de (nieuwe) gemeenteraden en bestuurlijk verantwoordelijken zullen er eventueel nieuwe of aanvullende afspraken worden gemaakt over het informeren en betrekken van de gemeenteraden. Voorstel is om in 2022 op twee momenten specifiek aandacht te schenken aan de Omgevingswet. Het eerste moment is tijdens het inwerkprogramma van de raden. Het tweede moment is in het najaar op een nader te bepalen moment. Voor het overige worden de standaard rapportages in het kader van de P&C cyclus gebruikt. Samenwerkingspartners De gemeente kent vele partners waarmee we te maken krijgen bij de implementatie van de Omgevingswet. Denk aan de Veiligheidsregio, Omgevingsdienst Twente, Provincie Overijssel en andere gemeenten. Met elk van deze partners is contact gelegd en zijn afgelopen periode afspraken gemaakt over hun betrokkenheid bij de implementatie.

Deze afspraken krijgen de komende periode in regionaal verband een nadere invulling. Eventueel leidt dit tot aanvullende besluitvorming door colleges en raden.

15

Samenleving Ook de samenleving zal betrokken worden bij de implementatie van de Omgevingswet. De bedoeling is om hiervoor de bestaande kanalen en contacten te gebruiken. Denk aan MijnDorp en MijnDinkelland, maar we betrekken ook de adviseurs en architecten die regelmatig inwoners en bedrijven begeleiden. Om samen met hen te bepalen wat we moeten verbeteren, behouden en (door)ontwikkelen. In de Routekaart en in de actualisatie van de omgevingsvisie zal dit ook verder uitgewerkt worden in een communicatieactieplan.

16

6. STURING EN MONITORING In dit hoofdstuk staat beschreven op welke manier de voortgang bewaakt wordt, wanneer gerapporteerd wordt en hoe er bijgestuurd kan worden.

6.1 VOORTGANGSBEWAKING Om het programma te kunnen beheersen is het aan te bevelen om de voortgang in de gaten te houden. Op activiteitenniveau gebeurt dit in de projectgroepen. Op het niveau van overkoepelende activiteiten en samenhang tussen projecten doet de programmagroep dit. De voortgang op resultaatniveau en mijlpalen wordt door de stuurgroep bewaakt. De bestuurlijke kopgroep en de stuurgroep worden door de programmamanager op de hoogte gehouden tijdens de periodieke overleggen.

6.2 RAPPORTAGE Tweemaal per jaar, in mei, en september wordt er een voortgangsrapportage gemaakt. Deze rapportage bevat inzicht in de voortgang van geld, tijd en kwaliteit ten opzichte van de planning. Deze planning wordt vastgesteld door de stuurgroep en ter kennisname gestuurd naar de bestuurlijke kopgroep. De inhoud van de rapportage is de basis voor de verantwoordingsmomenten in de P&C cyclus. Deze is gekoppeld aan de impactanalyse die in oktober 2021 opgeleverd is en actueel gehouden tijdens de looptijd van het programma.

6.3 BIJSTUREN Op basis van de voortgangsrapportages en de impactanalyse, maar ook tussentijds, kan de stuurgroep besluiten tot het bijsturen van het programma. Veranderingen ten opzichte van het oorspronkelijke plan, of projectplan zullen worden gemarkeerd door een stuurgroep besluit. Deze besluiten zullen worden verwerkt in het betreffende plan, waar nodig met een bijstelling op activiteit en inzet van middelen.

17

7. BEGROTING

7.1 UITGANGSPUNTEN FINANCIËLE CONSEQUENTIES Op dit moment is landelijk nog veel wet- en regelgeving rondom de Omgevingswet in ontwikkeling. Ook is het digitaal stelsel Omgevingswet nog niet gereed. Dat maakt dat het lastig inschatten is wat Noaberkracht precies moet voorbereiden, aanschaffen en realiseren voor de invoering van de Omgevingswet in 2022. Een inschatting van de invoeringskosten (implementatiekosten, transitiekosten en structurele effecten) is dus lastig te maken. Ook is er dus nog geen inzicht in de structurele kosten en opbrengsten vanaf de invoeringsdatum. Wel hebben het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging Nederlandse Gemeenten een financieel akkoord Omgevingswet gesloten. Hierin zijn de volgende afspraken gemaakt: • Rijk betaalt de eenmalige investeringskosten voor de bouw van het digitale stelsel, het informatiepunt en de invoeringsondersteuning; • Gemeenten gaan meebetalen aan de structurele uitvoeringskosten van het digitale stelsel en een centraal informatiepunt over de Omgevingswet voor overheden. De jaarlijkse onderhoudskosten worden als volgt verdeeld: 19% Rijk, 70% gemeenten, 6% provincies, 5% waterschappen; • De besparingen door de invoering van de Omgevingswet komen ten gunste van alle betrokken partijen.

• Alle partijen zijn verantwoordelijk voor de eigen invoeringskosten (transitiekosten), zoals het volgen van opleidingen, organisatie- en cultuurveranderingstrajecten en aansluiting van eigen digitale voorzieningen op het landelijke digitale stelsel.

7.2 INVOERINGSKOSTEN NOABERKRACHT DINKELLAND TUBBERGEN Aan de kostenkant wordt er onderscheid gemaakt in drie soorten kosten (deze worden verderop toegelicht):  De implementatiekosten zelf. Dus de voorbereiding op de Omgevingswet die vanaf 2018 al loopt;  De transitiekosten. Dit zijn de kosten die de gemeente maakt om te zorgen dat na de inwerkingtreding de Omgevingswet op de juiste manier vertaald gaat worden naar de praktijk. Bijvoorbeeld het omgevingsplan nieuwe stijl , een ingericht DSO met toepasbare regels en beleid dat hierbinnen past, maar ook in een ja mits houding vanuit de overheid, maar ook productieverlies door opleiding en werken in 2 stelsels;  De implementatie van de Omgevingswet leidt tot structurele effecten. Deze zullen echter pas op de middellange tot lange termijn zichtbaar worden en zijn afhankelijk van de keuzes die gemaakt worden. Dit leidt tot het volgende kostenplaatje voor de uitvoeringskosten 2022-2027 Totaal 2022 2023 2024 2025 Transitiekosten - Frictiekosten Productieverlies 350.000 50.000 100.000 80.000 60.000 Coördinatie t.b.v.

transitie 400.000 40.000 80.000 80.000 80.000 Transitiekosten - Realisatie omgevingsplannen Opstellen plan Dinkelland 500.000 100.000 250.000 150.000 en Tubbergen MER procedure Dinkelland 100.000 100.000 en Tubbergen Totaal transitiekosten 1.350.000 190.000 530.000 310.000 140.000 Totaal structurele kosten 400.000 100.000 100.000 100.000

2026

2027

40.000 80.000

20.000 40.000

120.000 100.000

60.000

Dit vertaalt zich in de volgende verdeling:  Aandeel gemeente Dinkelland: 760.000 euro incidenteel en 50.000 euro structureel per jaar in de periode 2023-2026  Aandeel gemeente Tubbergen: 590.000 euro incidenteel en 50.000 euro structureel per jaar in de periode 2023-2026

18

In de onderstaande tabellen is voor beide gemeenten aangegeven welke kosten er voor de komende jaren gemaakt moeten voor de Omgevingswet en op welke wijze dit gefinancierd wordt. Dit wordt vervolgens onder de tabellen nader toegelicht. gemeente Dinkelland

2022

2023

2024

2025

2026

Implementatiekosten Transitiekosten 760.000 Structurele kosten Totaal kosten Omgevingswet Dinkelland Gemeente Tubbergen

50.000

50.000

50.000

50.000

760.000

50.000

50.000

50.000

50.000

2022

2023

2024

2025

2026

Implementatiekosten Transitiekosten

590.000

Structurele kosten Totaal kosten Omgevingswet Tubbergen

590.000

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

opmerkingen reeds gedekt en opgenomen in Noaberkracht 440.000 euro Rijksvergoeding & 320.000 euro betrekken bij overdrachtsdocument op te nemen in meerjarenbegroting

opmerkingen reeds gedekt en opgenomen in Noaberkracht 410.000 euro Rijksvergoeding & overige kosten eenmalig dekken via reserve op te nemen in meerjarenbegroting

Deze tabel wordt vertaald in het overdrachtsdocument en daarover wordt zoals gebruikelijk gerapporteerd via de P&C cyclus.

IMPLEMENTATIEKOSTEN We verwachten in ieder geval voor het werken AAN de Omgevingswet (1-1-2022 t/m 1-10-2022) nog kosten te maken voor projectleiding, communicatie, juridische ondersteuning, scholing en opleiding, doorontwikkeling DSO en inzet van collega’s in de projecten. De dekking hiervoor is reeds geregeld.

TRANSITIEKOSTEN – WERKEN MET DE OMGEVINGSWET De verwachting is dat we daarnaast intern de komende jaren ook nog frictiekosten hebben voor de volgende onderdelen:    

Werken conform de nieuwe werkprocessen; Informatievoorziening dus inrichten en regelen van het DSO; Aan de slag met organisatie en personeel zoals bewustwording, scholing, opleiding en training on-the-job; Het verder doorvertalen van het samenlevingsgericht werken en het integraal werken.

Daarnaast zullen we moeten werken aan de vertaling van het Omgevingsplan van rechtswege naar het omgevingsplan nieuwe stijl en het inbedden van de Omgevingswet in de organisatie. Dit noemen we de Routekaart 2022-2029. Hiervoor zullen we een aanbesteding gaan doen om een partij aan ons te binden die ons de komende jaren adviseert en ondersteunt bij de realisatie van het omgevingsplan nieuwe stijl. De impact hiervan zijn we momenteel in beeld aan het brengen. De verwachting is dat een deel van deze zaken als regulier werk opgepakt kan worden, maar de Routekaart 2022-2029 vergt zeker een extra tijdsinvestering van de organisatie en onze partners. Onze aannames hierbij zijn de volgende: •

Er zal sprake zijn van frictiekosten bestaande : • Uit productieverlies doordat ambtenaren in twee juridische stelsels moeten werken en tijd nodig hebben om geschoold en opgeleid te worden. Tevens is er tijd nodig om het omgevingsplan Nieuwe Stijl vorm te geven.

19

•

•

Het project loopt na inwerkingtreding af en zal geborgd gaan worden in de lijn. Maar er zal nog steeds een stuk coördinatie nodig zijn om de transitie in goede banen te leiden, een aanspreekpunt te hebben voor het bureau dat het Omgevingsplan nieuwe stijl voor ons gaat opstellen en de samenhang tussen de verschillende elementen uit de Omgevingswet in te bedden en te borgen. De realisatie van omgevingsplan nieuwe stijl besteden wij uit aan een extern bureau. Dit doen we met de herziening van de bestemmingsplannen nu ook. Hierbij gaan we er voor nu vanuit dat het maken van een omgevingsplan nieuwe stijl net zoiets is als een bestemmingsplan buitengebied. • Gemiddelde herziening bestemmingsplan buitengebied kost 500.000 à 600.000 voor een vergelijkbare gemeente als Dinkelland en Tubbergen samen. Dit is exclusief eventuele MER – procedure van 100.000; • Er is hierbij sprake van een meerjarig traject met leereffect (2022-2027); • Door het als een opdracht weg te zetten is er een samenwerkingsvoordeel zowel in effectiviteit, efficiency, kennisborging als financiën.

STRUCTURELE EFFECTEN – WERKEN MET DE OMGEVINGSWET De landelijke verwachting vanuit de Rijksoverheid is dat de bovengenoemde kosten in 10 jaar terugverdiend worden door de effecten van de Omgevingswet. De aanname is dat wanneer het beter en sneller kan, het voor aanvragers eenvoudiger wordt doordat het DSO er is en er minder regels zijn. Uit de consultatie Financieel Integraal Beeld blijkt nu uit dat een terugverdientijd van 10 jaar voor de meeste gemeenten niet haalbaar lijkt te zijn. De werkgroep van de VNG is nu bezig met een advies over compensatie vanuit het rijk op twee momenten, namelijk 2023 en 2027. Een punt van aandacht is hierbij dat een aanzienlijk deel van de effecten terecht komt bij de aanvragers en niet bij de gemeente. We hebben voor onze eigen gemeenten de analyse gedaan welke effecten met welke impact we denken te zien gebeuren. Dit gaan we komende jaren monitoren om de daadwerkelijke impact vast te stellen. De uitwerking van hoe we gekomen zijn tot deze effecten en deze weging is terug te vinden in de Impactanalyse. Type kosten

Subtype

Verwachte impact

Decentrale beleidsruimte

Regels bruidsschat

Hoog

Overdracht taken bruidsschat

Hoog

Werkwijze en organisatie

Aanpak participatie Impact WKB formatie en taken

Middel Ntb obv pilots in 2022

Omgevingsplan nieuwe stijl

Soort en hoeveelheid regels

Ntb obv routekaart 2022-2029

Buitenplanse opa’s opnemen (elke 5 jaar)

Hoog

Vervallen bouwkundige toets eenvoudige bouwwerken (WKB)

Middel

Heffen van leges op milieuvergunningen

Ntb obv keuzes bruidsschat

Directe effecten op leges

Hoe gaan we hiermee om? • •

Zoveel mogelijk slim organiseren intern of in samenwerking met andere gemeenten; Het dempen van het risico door voor een aantal jaren een reservering in de begroting te maken. Dit betreft een bedrag van 50.000 euro per gemeente per jaar met een looptijd van 4 jaar zoals ook in de tabel terug te zien.

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/578/documents/17454