CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Perspectiefnota Dinkelland 2026.pdf

Gemeenteraad 8 juli 2025, gemeente DinkellandBij agendapunt: 15: Voorstel inzake vaststellen Perspectiefnota 202610.216 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2 alinea's met “raadsbijeenkomst”: 6 157

Perspectiefnota Gemeente Dinkelland

2026

Inhoud Inleiding ................................................................................................................................. 3 Financieel perspectief............................................................................................................ 4 Meerjarig saldo begroting 2025 .......................................................................................... 4 Mutaties bestaand beleid ................................................................................................... 4 Intensiveringen .................................................................................................................12 Stap 2 op weg naar een sluitende meerjarenbegroting .....................................................15 Herzien meerjarig saldo na maatregelen ..............................................................................19 Reserves ..............................................................................................................................20 Perspectief lokale lasten ……………………………………………………………………………24

2

Inleiding Voor u ligt de perspectiefnota 2026 van de gemeente Dinkelland. In deze perspectiefnota zien we voor het eerst af van tekstuele beschouwingen van programma’s en ambities. Deze beschouwingen blijven onderdeel van het jaarverslag en de begroting. De focus in deze perspectiefnota ligt volledig op het financiële perspectief en dan vooral op het toewerken naar een gezond financieel meerjarig perspectief. In de begroting 2025 hebben we daartoe een eerste aanzet (stap 1) gegeven en ook een doorkijk gegeven naar de volgende stappen. Stap 1 die is uitgewerkt en opgenomen in de begroting 2025 heeft ervoor gezorgd dat we een reëel en structureel sluitende meerjarenbegroting en een sluitende jaarschijf 2025 hebben. Stap 2 richt zich achtereenvolgens op het zoeken naar en creëren van (financiële) ruimte voor nieuwe ambities, nieuw beleid en intensiveringen van beleid. In de begroting 2025 is eveneens aangegeven dat de raad in het voortraject wordt betrokken bij de verdere uitwerking van deze beide stappen.

Om hier invulling aan te geven is op 11 maart 2025 een extra raadsbijeenkomst gehouden en is tijdens de reguliere commissie Sociaal Domein en Bestuur op 8 april 2025 een extra moment geagendeerd: • 11 maart 2025 -> informeren van de raadsleden over de meest recente financiële stand van zaken waarbij ook de lijnen van het college zijn weergegeven voor wat betreft: o De intensiveringen o Het sluitend maken van de meerjarenbegroting en ruimte creëren voor de intensiveringen (stap 2) o De (totstandkoming van de) notitie beïnvloedbare kosten o • 8 april 2025 -> Commissie Sociaal Domein: o Reageren op de lijnen die het college op 11 maart 2025 met de raadsleden heeft gedeeld Op deze manier hebben wij de raad de mogelijkheid gegeven input te leveren voordat de verschillende geschetste lijnen door het college worden omgezet in concrete voorstellen als onderdeel van de perspectiefnota Uit de reacties die op 8 april 2025 vanuit een aantal fracties zijn uitgesproken blijkt instemming met de lijnen die het college heeft gepresenteerd tijdens de raadsbijeenkomst van 11 maart. Zoals aangegeven ligt de focus in deze perspectiefnota volledig op het financiële perspectief en dan vooral op het toewerken naar een gezond financieel meerjarig perspectief met ruimte voor een aantal intensiveringen.

Een aantal intensiveringen zoals het beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029, toekomst Twenteboard, onderwijshuisvesting, enz. hebben een plek gekregen in deze perspectiefnota. Dat wil uiteraard niet zeggen dat er geen andere ontwikkelingen zijn waar het college graag mee aan de slag zou willen. Enerzijds biedt de financiële positie hier op dit moment geen dan wel onvoldoende ruimte voor en anderzijds is het college zich er ook van bewust dat deze perspectiefnota 2026 en later de begroting 2026 de laatste van de huidige raadsperiode is. Enige terughoudendheid voor wat betreft het opstarten van nieuwe projecten en inspanningen past daar volgens het college wel bij. In het overdrachtsdocument naar de nieuwe raadsperiode komt het college zoals gebruikelijk met een overzicht van trends en ontwikkelingen die spelen en die wellicht gevolgen hebben voor de gemeente Dinkelland.

3

Financieel perspectief In dit hoofdstuk geven we het verloop en de opbouw van het financieel perspectief weer. In samenvattende zin ziet het verloop en de opbouw van het financieel perspectief en daarmee ook de opbouw van dit hoofdstuk er als volgt uit: Herzien meerjarig saldo Dinkelland Herzien meerjarig saldo begroting 2025 Totaal mutaties bestaand beleid Totaal intensiveringen Totaal maatregelen Herzien meerjarig saldo na maatregelen

2025 0 1.100 -181 59 978

2026 -452 1.145 -260 258 691

2027 66 959 -535 496 986

2028 210 -190 -735 810 95

2029 376 -223 -785 810 178

In het vervolg van dit hoofdstuk worden de verschillende onderdelen die leiden tot het uiteindelijke herziene meerjarige saldo (na maatregelen) benoemd en toegelicht.

Meerjarig saldo begroting 2025 Voor deze perspectiefnota nemen we het herziene meerjarige saldo van het laatst vastgestelde document als vertrekpunt. Dat is in dit geval de begroting 2025. Herzien meerjarig saldo Dinkelland Herzien meerjarig saldo begroting 2025

2025 0

2026 -452

2027 66

2028 210

2029 376

In het herziene meerjarige saldo uit de begroting 2025 zijn de maatregelen vanuit stap 1 – sluitend maken van de meerjarenbegroting met een sluitende jaarschijf 2025 verwerkt. De uitwerking van stap 2 waartoe bij de begroting 2025 is besloten hebben we een plek gegeven in deze perspectiefnota in de paragraaf met de naam “stap 2 – op weg naar een sluitende meerjarenbegroting”.

Mutaties bestaand beleid In deze paragraaf treft u een overzicht aan van de verschillende mutaties op basis van bestaand beleid. Dit kunnen autonome ontwikkelingen zijn of zaken waarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden.

4

Mutaties bestaand beleid Septembercirculaire 2024 - hogere algemene uitkering - te ramen (stel)posten - te ramen taakmutaties Decembercirculaire 2024 - aanpassen volume acress Precariobelasting Toeristenbelasting Maatschappelijke opvang Starterslening Motie maatwerk minimabeleid - eenmalig budget - onttrekking aan reserve Sociaal Domein - WMO - WMO - bemoeizorg Voorjaarsnota 2025 Rijk - extra geld jeugd - correctie geld jeugd vanuit aanvullende post Dividenden - BNG - Twence - OLCT - Enexis - CSV Noaberkracht - doorwerking nieuwe CAO - regulier - doorwerking nieuwe CAO - overig - inzet stelpost looncompensatie en doorbelastingen - aanpassing prijsgevoelige budgetten aan indexering - inzet stelpost prijscompensatie - veilig en weerbaar tegen digitale dreigingen Migratie en Inburgering - uitbreiding formatie voor 2 jaar - inzet vanuit Noaberkracht - dekking vanuit rijksvergoeding en gereserveerde middelen Verbonden partijen - Samen Twente - kerntaken - Samen Twente - loon- en prijs - VRT - Recreatieschap - OmgevingsDienst Twente (ODT) - Stadsbank - Stelpost loon-en prijscompensatie verbonden partijen Overige kleine(re) verschillen Totaal mutaties bestaand beleid

2025

2026

2027

2028

2029

278 -239 -42

822 -956 -35

762 -1.148 -21

751 -1.282 -17

767 -1.420 -21

164 7 100 178

133 7 100 -45

205 7 100 -45

230 7 100 -45

301 7 100 -45

50 -25

50 -25

50 -25

50 -25

50 -25

454 0

1041 49

1031 46

0 43

0 72

20 40 19 32 5

20

20

20

20

-

-845 -19 864 -98 98 -23

-845 -19 864 -98 98 -51

-845 -19 864 -98 98 -51

-845 -19 864 -98 98 -51

-98 98

-167 167

-69 69

-32 -54 -6 -6 -79 10 175 -1 1.145

-52 -54 -6 -6 -40 10 175 1 959

-52 -54 -6 -6 -40 10 175 2 -190

-52 -54 -6 -6 -40 2 175 3 -223

-20 20

-425 425

50

16 -7 1.100

Septembercirculaire 2024 Meestal verschijnen jaarlijks drie circulaires. In mei, september en december. Mei geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, september van de vertaling van de Miljoenennota, december rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. De septembercirculaire bevat informatie over de actualisatie van het accres (de ontwikkeling) op basis van de Miljoenennota. De algemene uitkering zoals die blijkt uit september- en de decembercirculaire nemen we mee in de perspectiefnota en de algemene uitkering volgens de meicirculaire is de basis voor de begroting. Deze bestendige gedragslijn is afgestemd en akkoord bevonden door onze toezichthouder, de provincie Overijssel.

5

De hoogte en omvang van de algemene uitkering uit de septembercirculaire 2024 laat het volgende meerjarige verloop zien: gemeente Dinkelland stand mei circulaire 2024 stand september circulaire 2024 Saldo

2025 49.105 49.383 278

2026 47.388 48.210 822

2027 48.810 49.572 762

2028 50.172 50.923 751

2029 51.669 52.436 767

Uit de septembercirculaire 2024 blijkt een hogere algemene uitkering uit het gemeentefonds. Deze hogere algemene uitkering wordt naast een aantal positieve bijstellingen van de (hoeveelheids)maatstaven en het aanpassen van de loon- en prijscompensatie vooral veroorzaakt door het schrappen van de taakstelling op de jeugdzorg. Ook zijn de aangekondigde gelden ter dekking van de extra kosten voor demografie Wmo vanaf het jaar 2026 aan het gemeentefonds toegevoegd en is een specifieke uitkering ontvangen voor het versterken van het lokale bibliotheekstelsel. Daarnaast is in de meicirculaire 2024 ook de integratie uitkering participatie naar boven bijgesteld en zijn een aantal zogenaamde taakmutaties verwerkt. Deze hogere algemene uitkering is naast een aantal taakmutaties vooral een gevolg van compensatie voor loon- en prijsaanpassingen. Voor de jaren tot en met 2026 bepaalt de CPB raming van de loonvoet sector overheid, de index voor materiële overheidsconsumptie en overheidsinvesteringen de index voor loon- en prijsontwikkeling. Vanaf 2027 volgt de indexatie voor inflatie de prijs bbp van het lopend jaar. In de septembercirculaire 2024 zijn de LPO accressen voor de jaren 2025 tot en met 2029 bijgewerkt. Voor de gevolgen van loon- en prijsontwikkeling en een aantal aanpassingen ramen we stelposten.

Te ramen stelposten te ramen (stel)posten - indexatie WMO demografie - afboeken stelpost vergoeding jeugd - openbare bibliotheken - stelpost looncompensatie - stelpost prijscompensatie - participatie Totaal te ramen (stel)posten

2025

-100 -40 -80 -19 -239

2026 -92 -540 -100 -70 -135 -19 -956

2027 -188 -552

2028 -288 -552

2029 -392 -552

-220 -170 -18 -1.148

-220 -205 -17 -1.282

-220 -240 -16 -1.420

Indexatie Wmo demografie Met de VNG is afgesproken dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het Gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende geobjectiveerde indexering onderzocht die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Vooruitlopend op de uitwerking is bij Voorjaarsnota 2024 op de Rijksbegroting een jaarlijkse tranche van € 75 miljoen vanaf 2026 oplopend tot € 300 miljoen in 2029 gereserveerd voor een aanvullende indexering voor demografie. Hiervan is reeds melding gemaakt in de perspectiefnota 2025. Het kabinet heeft deze middelen inmiddels overgeheveld naar het gemeentefonds Voor Dinkelland gaat het om een bedrag van € 92.000 in 2026 oplopend naar en structureel bedrag van € 392.000 vanaf 2029. Voor deze bedragen ramen we vooralsnog en stelpost. De mogelijke inzet van deze stelposten betrekken we bij het opstellen van de komende jaarbegrotingen.

6

Besparingsverlies Jeugd Het kabinet Rutte IV had besloten om te besparen op de jeugdzorg, oplopend tot een besparing van € 511 miljoen in 2027. Het kabinet Schoof kiest ervoor om deze besparing te laten vervallen en het bedrag weer toe te voegen aan het gemeentefonds. Omdat hiervoor een stelpost was opgenomen kan deze nu vervallen. Openbare bibliotheken In de periode 2023-2024 konden gemeenten een specifieke uitkering ontvangen voor het versterken van het lokale bibliotheekstelsel. Daarna zal een wettelijke zorgplicht voor gemeenten worden ingevoerd ten aanzien van de openbare bibliotheek. Voor het uitvoeren van deze taak zullen gemeenten een structurele bijdrage via het gemeentefonds ontvangen. In de periode tussen de specifieke uitkering en de invoering van de wettelijke zorgplicht ontvangen de gemeenten een decentralisatie-uitkering, om zich op de periode van de zorgplicht te kunnen voorbereiden. Hiervoor is in 2025 en 2026 in totaal een bedrag van € 59,3 miljoen beschikbaar. Dit bedrag wordt over alle gemeenten verdeeld op basis van een bedrag van € 2,95 per inwoner. Voor kleinere gemeenten waar het bedrag per inwoner leidt tot een bedrag lager dan € 100.000 wordt de uitkering aangevuld tot € 100.000.

We ramen hiervoor een stelpost in afwachting van te ontwikkelen beleid Participatie Bij de Voorjaarsnota heeft het kabinet besloten om gemeenten te compenseren voor de bijzondere verhoging van het wettelijk minimumloon voor medewerkers in de Wet Sociale werkvoorziening (Wsw). Dit betreft een meerjarige reeks die toegevoegd wordt aan het Wswonderdeel in deze integratie-uitkering. De bedragen in de reeks lopen af met de afbouw van de Wsw tot 2048 en worden naar rato verdeeld via het verdeelmodel IU Participatie. Dit alles betekent voor de gemeente Dinkelland met ingang van het jaar 2024 een hogere uitkering participatie. Conform bestaand beleid voegen wij deze hogere uitkering met ingang van het jaar 2024 toe aan de raming voor participatie / sociale werkvoorziening. Taakmutaties De taakmutaties die in de septembercirculaire 2024 zijn benoemd en die van toepassing zijn op de gemeente Dinkelland zijn: te ramen taakmutaties

Kinderopvang SMI Wet op de lijkbezorging Wet betaalbare huur Bijstand jongerennorm Totaal te ramen taakmutaties

2025 -6 -36 -42

2026 -6 -5 -30 6 -35

2027 -6 -5 -17 7 -21

2028 -6 -5 -13 7 -17

2029 -11 -5 -12 7 -21

Kinderopvang Sociaal Medische Indicatie SMI De Sociaal Medische Indicatie (SMI) is een gemeentelijke regeling om gezinnen die geen recht hebben op Kinderopvangtoeslag, maar die ook niet in staat zijn de zorg voor hun kinderen volledig te dragen vanwege sociale of medische problematiek, een vergoeding te kunnen bieden voor het gebruik van kinderopvang. Door verschillende ontwikkelingen is de SMI budgettair steeds meer onder druk komen te staan. Om dit te kunnen ondervangen, wordt het SMI budget in een aantal stappen verhoogd. Dit komt neer op een bedrag van € 6.000 in 2025 oplopend naar een structureel bedrag van € 11.000 vanaf 2029. Dit bedrag is functioneel geraamd op het product Kinderopvang SMI.

7

Wet op de lijkbezorging De inwerkingtreding van het wetsvoorstel van de modernisering van de Wet op de lijkbezorging (Wlb) is voorzien op 1 januari 2026. Ten behoeve van de financiering van de beoogde wettelijke uitbreiding van de taken van de gemeentelijke lijkschouwer is voor de periode 2026-2031 jaarlijks € 3,2 miljoen naar de algemene uitkering overgeheveld. Dit betekent voor de gemeente Dinkelland een bedrag van € 5.000 per jaar. Dit bedrag is functioneel geraamd op het product Lijkschouwing en uitvaarten. Wet Betaalbare huur Met de Wet betaalbare huur wordt de op 1 juli 2023 in werking getreden Wet goed verhuurderschap gewijzigd. Daarmee krijgen gemeenten de bevoegdheid om toezicht te houden en handhavend op te treden met betrekking tot: • De maximale huurprijzen die gelden op grond van het woningwaarderingsstelsel (WWS). • De maximale huurverhogingen in de gereguleerde sector. • De informatieplicht op verhuurders om hun huurders een puntentelling te overleggen bij het afsluiten van een contract. Het Rijk stelt middelen ter beschikking om gemeenten financieel te ondersteunen bij de implementatie en uitvoering van het wetsvoorstel. De financiering bestaat uit een incidentele bijdrage van circa € 5,5 miljoen in 2024 voor de eenmalige kosten die gemeenten maken bij de implementatie van het wetsvoorstel.

Daarnaast ontvangen gemeenten een bijdrage voor het ontvangen en behandelen van meldingen en de handhaving op deze meldingen. Voor deze werkzaamheden ontvangen gemeenten vanaf 2024 een structurele bijdrage van circa € 6,5 miljoen per jaar. Vanwege de piekperiode in de eerste jaren na inwerkingtreding van de wet is er een aanvullende incidentele bijdrage beschikbaar. De incidentele middelen worden in de periode 2024-2028 uitgekeerd op basis van inschattingen van de piek. Daarmee wordt er zorg voor gedragen dat de gemeenten die naar verwachting veel meldingen zullen ontvangen, hiervoor ook gecompenseerd worden. De bedragen, die door de jaren heen fluctueren worden toegevoegd aan de begroting van Noaberkracht omdat de werkzaamheden in het kader van handhaving en toezicht van daaruit worden verricht voor de gemeente Dinkelland. Bijstand jongerennorm Gemeenten kunnen vanuit de bijzondere bijstand een aanvulling op de bijstand aan 21minners geven als hun ouders niet bij kunnen springen. Met het wetsvoorstel Participatiewet in balans wordt de bijzondere bijstand met ingang van 1 januari 2026 overgeheveld naar de algemene bijstand. De aanvulling op de bijstand is bedoeld voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en daarmee is de algemene bijstand het juiste instrument voor dit soort kosten.

Dit betekent voor de gemeente Dinkelland een korting op de algemene uitkering van structureel € 6.000 vanaf 2026 oplopend naar een structureel bedrag van € 7.000 vanaf 2027. Deze korting brengen wij in mindering op het budget bijzondere bijstand. Samenvatting septembercirculaire 2024 Septembercirculaire 2024 Hogere algemeen uitkering Totaal te ramen (stel)posten Totaal te ramen taakmutaties Totaal

8

2025 278 -239 -42 -3

2026 822 -956 -35 -169

2027 762 -1.148 -21 -407

2028 751 -1.282 -17 -548

2029 767 -1.420 -21 -674

Decembercirculaire In de decembercirculaire is voor het accres een gecorrigeerde raming op basis van de revisie van het CBS opgenomen. Dit betreft feitelijk een correctie op de septembercirculaire 2024. Precariobelasting Precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. De precariobelasting in Dinkelland is beperkt tot de horecaterrassen. In de verordening was er tot op heden een differentiatie tussen de tarieven van de vaste terrassen binnenstad van Ootmarsum, de overige vaste terrassen in de gemeente en tijdelijke terrassen in Ootmarsum. Bij raadsbesluit van december 2024 is besloten de bestaande differentiatie los te laten en vanaf 2025 te gaan werken met 1 tarief. Dit levert een structurele meeropbrengst op van € 7.000. Toeristenbelasting De werkelijke opbrengst vanuit de toeristenbelasting laat de afgelopen jaren een stijgende lijn zien. De verwachting is dat deze hogere opbrengst, die volledig wordt veroorzaakt door een hoger aantal overnachtingen, zich structureel zal doorzetten. Vandaar dat wij de raming vanaf 2025 structureel verhogen met een bedrag van € 100.000. Beschermd wonen en maatschappelijke opvang Wij hebben van de gemeente Enschede bericht ontvangen over de afrekening van de rijksvergoeding beschermd wonen en maatschappelijke opvang over het jaar 2024.

Hieruit blijkt een voordelige afrekening wat voor de gemeente Dinkelland neerkomt op een bedrag van € 178.000. Starterslening In de begroting van 2023 is een bedrag van € 1.000.000 gereserveerd voor toekennen van starterslening. Dit bedrag is gestald op een rekening van het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn), die de uitvoering van de starterslening voor haar rekening neemt. Het aantal aanvragen blijft toenemen wat het college heeft doen besluiten om een aanvullend bedrag van € 1,5 miljoen beschikbaar te stellen voor de starterleningen. Dit betekent voor de gemeente een rentelast van € 45.000. Motie maatwerk minimabeleid Tijdens de raadsvergadering van 26 november 2024 heeft de raad een motie aangenomen met als onderwerp maatwerk minimabeleid. In financiële zin roept de motie het college op om: Uiterlijk in het eerste kwartaal van 2025 voorstellen te doen aan de raad om een maatwerkbudget in te stellen voor huishoudens met een inkomen van 120 tot 130 procent van de bijstandsnorm, die een specifieke wens of behoefte hebben waarvoor geen of onvoldoende middelen beschikbaar zijn, en in dat maatwerkbudget een bedrag van vooralsnog € 20.000 te laste van de Reserve Incidenteel Beschikbaar Algemene Middelen (RIBAM) te storten. Het college heeft deze motie inmiddels uitgewerkt en hierover wordt u als raad geïnformeerd middels een raadsbrief.

De formele onttrekking aan de (RIBAM) doen we nu. Leefbaarheidsfonds Bij behandeling van de evaluatie van het Leefbaarheidsfonds bleek dat van het ingestelde budget al meer dan 70% was besteed. En dat binnen 9 maanden na instelling van het fonds. 9

Het fonds voorziet dus in een duidelijke maatschappelijke behoefte. Dit bleek ook uit de evaluatie. Om in de toekomst te kunnen blijven bijdragen aan het bevorderen van de gezondheid en daarmee de leefbaarheid in onze kernen en dorpen, stellen we voor het budget te verhogen met eenmalig € 150.000. Dit sluit aan bij de wens van de raad zoals verwoord bij de behandeling van de evaluatie van het Leefbaarheidsfonds. Hiermee kunnen we ook in de toekomst kleine en grote(re) initiatieven die bijdragen aan de leefbaarheid van onze kernen ondersteunen. Dekking van deze verhoging laten we lopen via de RIBAM. Sociaal Domein Uit de analyse bij de jaarverantwoording 2024 blijkt dat we een tweetal posten moeten bijstellen. De kosten voor de uitvoering van de Wmo kunnen we met € 50.000 verlagen terwijl we daartegenover een extra bedrag van € 25.000 voor de bemoeizorg moeten bijramen. Voorjaarsnota 2025 Rijk Op vrijdag 18 april jl. heeft het kabinet zijn Voorjaarsnota bekend gemaakt. De inhoud van de Voorjaarsnota is van groot belang voor de financiële positie van gemeenten vanwege het ravijnjaar 2026 waarin gemeenten € 2,4 miljard minder ontvangen uit het gemeentefonds dan in 2025. Daarnaast zorgen de gestegen kosten aan de Jeugdzorg voor grote gaten in de begrotingen van gemeenten.

De gemeenten hebben dan ook, voordat de Voorjaarsnota bekend werd, gedreigd om een juridische zaak aan te spannen tegen het Rijk vanwege de tekorten op de Jeugdzorg. Het positieve nieuws van de Voorjaarsnota is dat het Rijk budget heeft gevonden om de gemeenten enigszins tegemoet te komen. Het slechte nieuws is dat dit de gemeenten voorlopig alleen lijkt te helpen voor de jaren 2025, 2026 en 2027. Vanaf 2028 gaat het Rijk ervan uit dat gemeenten aanzienlijke besparingen op de Jeugdzorg kunnen realiseren en daarom worden gemeenten fors gekort vanaf 2028. Het zogenaamde “ravijnjaar” wordt dus niet opgelost maar verschoven van 2026 naar 2028. De exacte financiële gevolgen van de Voorjaarsnota van het Rijk worden door het Rijk verwerkt in de meicirculaire 2025 van het gemeentefonds. Zoals eerder verwoord nemen we vanuit een bestendige gedragslijn deze circulaire niet mee bij het opstellen van de perspectiefnota 2026 maar betrekken we deze bij het opstellen van de begroting 2026. Gezien de impact van de besluitvorming op het gebied van de jeugd kiezen we ervoor om het onderdeel uit de voorjaarsnota 2025 van het Rijk wat betrekking heeft op jeugd wel mee te nemen in de perspectiefnota 2026. Hiervoor nemen we de tabel uit de voorjaarsnota 2025 van het Rijk als uitgangspunt.

10

Zoals uit de tabel blijkt en hiervoor al is gesteld wordt het zogenaamde “ravijnjaar” niet opgelost maar verschoven van 2026 naar 2028. Het ravijn wordt zelfs nog een beetje dieper in 2028. Onder de mutaties bestaand beleid hebben we de extra bijdragen over de jaren 2025, 2026 en 2027 uit deze tabel meegenomen. Uiteraard hebben we daarbij rekening gehouden met de verschillende (stel)posten die we op grond van de hervormingsagenda jeugd al hadden opgenomen in onze meerjarenbegroting. Daarnaast nemen we ook de correctie op de rijksvergoeding voor jeugd via de aanvullende post (bij het Rijk) mee. Voor wat betreft de verdere doorwerking vanaf het jaar 2028 wachten we de meicirculaire 2025 af. Dividenden De Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) dan wel Algemene Leden Vergadering (ALV) van een aantal van de coöperaties, en vennootschappen waarin wij deelnemen hebben de jaarrekeningen 2024 vastgesteld. Hieruit blijkt een wat hoger dividend dan waarmee we in onze begroting 2025 rekening hadden gehouden. Het Openbaar Lichaam Crematoria Twente (OLCT) ziet zelfs kans het dividend in structurele zin naar boven bij te stellen naar een bedrag van € 20.000 per jaar. Noaberkracht Het bestuur van Noaberkracht heeft de begroting 2026 van Noaberkracht vastgesteld en aangeboden aan de gemeente.

Het college zal deze begroting 2026 doorgeleiden naar de raadsvergadering van juli 2025 waar de gemeenteraad de mogelijkheid heeft om eventuele zienswijzen in te dienen De financiële consequenties van deze begroting 2025 zijn doorvertaald in het meerjarige perspectief van de gemeente Dinkelland. Meest in het oog springend zijn de kosten van de nieuwe CAO voor het ambtelijk personeel en het aanpassen van een aantal reguliere kostenposten binnen Noaberkracht die hoger uitpakken als gevolg van de inflatie. Deze (doorbelaste) kosten dekken wij uit onze stelposten. Wel zijn er extra middelen benodigd vanuit de gemeenten om te voldoen aan de wettelijke plicht op het gebied van digitale dreigingen. In de begroting van 2024 van Noaberkracht is voor Digitale weerbaarheid een structurele post opgenomen die groeit van € 25.000 in 2024 tot € 60.000 in 2026 en de jaren daarna. Dit budget blijkt niet voldoende om te voldoen aan de wettelijke plicht om de veiligheid structureel te borgen. De inschatting is dat er uiteindelijk structureel zeker € 150.000 nodig is. Hiervoor doet het bestuur van Noaberkracht terecht een beroep op de beide deelnemende gemeenten. Voor de gemeente Dinkelland betreft het een bedrag van € 23.000 in 2026 oplopend naar een structureel bedrag van € 51.000 vanaf 2027.

Migratie en inburgering Gemeenten stonden en staan voor forse uitdagingen op het gebied van migratie en inburgering. Zowel beleidsmatig als uitvoerend en dan met name in de begeleiding. Beleidsmatig om te komen tot een eigen visie die uiteraard aansluit bij de wettelijke plicht maar ook om invulling te kunnen geven aan deze taak en te anticiperen op toekomstige ontwikkelingen. Hiervoor is 1 Fte aan extra beleidscapaciteit benodigd In uitvoerende en dan met name in begeleidende zin hebben we op dit moment te maken met aantallen inburgeraars en statushouders waarop onze capaciteit niet berekend is. Hiervoor is 2 Fte aan extra capaciteit consulenten nodig. Migratie en inburgering maakt een steeds groter onderdeel uit van de wettelijke taken van beide gemeenten. De omvang is evenwel op dit moment niet exact te duiden vandaar dat wordt voorgesteld om de geschetste formatie-uitbreiding in eerste instantie voor een periode 11

van 2 jaar door te voeren. Dit betekent een kosten post voor Noaberkracht van € 297.000 per jaar met een aandeel van Dinkelland daarin van € 167.000 per jaar. Dekking hiervoor kan gevonden worden in de verschillende budgetten voor migratie en inburgering waarover de gemeente beschikt. Verbonden partijen De begrotingen 2026 van de verschillende verbonden partijen zijn binnen en worden in gebundelde vorm voor zienswijze aangeboden aan de gemeente raad. Behandeling in de gemeenteraad staat gepland voor de raadsvergadering van juni 2025. De financiële effecten van deze begrotingen nemen we in meerjarig perspectief mee in deze perspectiefnota. Overige kleine(re) verschillen Het betreft hier meerdere kleine(re) verschillen Voorgesteld wordt in te stemmen met de benoemde en toegelichte mutaties bestaand beleid en deze te verwerken in het herziene meerjarige saldo Herzien meerjarig saldo na mutaties bestaand beleid Rekening houdend met de mutaties op basis van bestaand beleid uit de vorige paragraaf ontstaat het volgende herziene meerjarige saldo: Herzien meerjarig saldo Dinkelland Herzien meerjarig saldo begroting 2025 Totaal mutaties bestaand beleid Herzien meerjarig saldo na mutaties bestaand beleid

2025 0 1.100 1.100

2026 -452 1.145 693

2027 66 959 1.025

2028 210 -190 20

2029 376 -223 153

Uit het herziene meerjarige saldo na mutaties bestaand beleid blijkt over de jaren 2025,2026 en 2027 een verbetering van het financiële perspectief. Dit wordt zoals eerder al is toegelicht vooral veroorzaakt door de extra middelen jeugd die het rijk heeft opgenomen in de voorjaarsnota. Het totaal van de besluitvorming uit deze voorjaarsnota van het rijk heeft in financiële zin echter een incidenteel karakter. Het ravijnjaar wordt dus niet opgelost of verminderd maar vooral verschoven. Dat zien we duidelijk in 2028. Dat betekent dat we stap 2 waartoe we hebben besloten in de begroting 2025 onverkort moeten uitwerken en uitvoeren. Voordat we verder en dieper ingaan op de verdere uitwerking van deze stap willen wij u eerst meenemen in een aantal onderwerpen die niet meerjarig in onze meerjarenbegroting zijn opgenomen maar waarvan wij vinden dat dat wel zou moeten. Wij zijn ons er terdege van bewust dat dit consequenties heeft voor ons meerjarige saldo en dus ook betekent dat we op zoek moeten naar dekking. In de volgende paragrafen treft u onze voorstellen aan. Allereerst een paragraaf met daarin de intensiveringen waarvan wij denken dat we daar nu mee aan de slag moeten en dus een plek moeten krijgen in deze perspectiefnota.

En daarna een paragraaf met een uitwerking van zoekrichtingen naar concrete maatregelen die ervoor zorgen dat we blijven beschikken over een sluitende meerjarenbegroting.

Intensiveringen Zoals wij in de vorige paragraaf hebben aangegeven lopen wij tegen een aantal zaken die niet of niet volledig zijn opgenomen in de meerjarenbegroting maar waarvan wij denken dat dat wel zou moeten.

12

Het betreft hier de volgende zaken (intensiveringen) met het volgende (structurele) middelen beslag: Intensiveringen Twente Board Regeling fysieke investeringen platteland LEADER Verkeersveiligheid Verkeersveiligheid -2 jaar t.l.v. reserve) Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG) Wijk GGD Beleidsplan Civiele kunstwerken 2025-2029 Integraal HuisvestingsPlan (IHP) onderwijs Integraal veiligheidsplan Noord-Oost Twente Totaal intensiveringen

2025

2026

25 35 300 -300 36 60 0 25 181

2027 275

2028 275

2029 275

200 -200 36 60 164

36 60 164

36 60 164 200

36 60 164 250

260

535

735

785

Twente Board De Twentse gemeenten werken in de Twenteboard samen om te komen tot sociaaleconomische structuurversterking, samen met het onderwijs en het bedrijfsleven. Bij aanvang (in 2021) is de intentie afgesproken om langjarig hierin te investeren als Twentse gemeenten. De gemeente heeft de dekking van deze gemeentelijke bijdrage geregeld tot en met 2026. Vanaf het jaar 2027 is er dus geen dekking voor de gemeentelijke bijdrage aan Twenteboard. Gezien het belang dat wij hechten aan de Twente Board stellen wij voor om de dekking van deze bijdrage vanaf 2027 structureel te regelen en daarvoor een structureel bedrag van € 275.000 op te nemen in de meerjarenbegroting. Regeling fysieke investeringen platteland Recent heeft de Provincie Overijssel de regeling Fysieke investeringen leefbaar platteland opengesteld. Daarin hebben de gemeenten een co-financieringsverplichting. Er is een totaalbudget van €300.000 beschikbaar voor Noordoost-Twente. Hiervan wordt 25% (€75.000) door de gemeenten als cofinanciering ingezet. Voor de verdeling van deze middelen is besloten om het bedrag gelijkmatig te verdelen over de drie gemeenten Losser, Dinkelland en Tubbergen. Dit betekent €25.000 per gemeente. Oldenzaal valt namelijk buiten de scope van deze regeling. Met deze €25.000 kunnen wij als gemeente aanvragen honoreren. Voor de regeling geldt op=op.

Voor de beoordeling van de regeling is afgesproken aan te sluiten op het preadvies van de LAG (Lokale AktieGroep, de werkgroep vanuit Leader die aanvragen voor Leader goed- of afkeurt). De regeling van de Provincie stelt namelijk dat voor een positieve beschikking er minimaal ook een positief preadvies van de LAG moet zijn. Wij willen ons aan dit advies committeren om onnodige belasting van de aanvragers te voorkomen. Leader Voor de nieuwe periode (2023-2027) is er een relatief klein bedrag extra benodigd van afgerond €35.000. Voor de komende periode is er budget nodig voor circa 4 projecten. Uit de vorige periode is er een restantbedrag dat we, conform voorgaan de Leader periodes, laten staan. Op deze manier kunnen we namelijk contiuniteit bieden aan aanvragen en hoeven we niet te wachten op besluitvorming rondom eventuele extra benodigde middelen. Door het multiplier effect voor LEADER staat de benodigde € 35.000 gelijk aan een totale investering van zo’n € 140.000. Verkeersveiligheid De doelstellingen voor het verminderen van het aantal verkeersslachtoffers, zoals vastgelegd in het door de gemeenteraad vastgestelde Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan, worden niet 13

gehaald. Omdat deze trend zich landelijk voordoet, is landelijk een nieuwe aanpak ontwikkeld, die in het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 (het SPV2030) is vastgelegd. De nieuwe werkwijze gaat uit van een preventieve aanpak. Door het wegnemen van risico’s voor de weggebruikers, vinden er minder (ernstige) ongevallen plaats en vallen er minder slachtoffers in het verkeer (ziekenhuisgewonden en dodelijke slachtoffers). Besluitvorming over de implementatie van de nieuwe aanpak voor verkeersonveiligheid volgens de SPV2030werkwijze heeft plaatsgevonden in 2024. Ook is in 2024 een Uitvoeringsplan opgesteld en zijn analyses uitgevoerd van potentieel risicovolle wegen en kruisingen in de gemeente. Dit moet leiden tot een Jaarplan voor 2025 met concrete verkeersmaatregelen voor locaties, voor (delen van) wegen of voor specifieke maatregelen zoals een fietspad. De voor de uitvoering van de nieuwe preventieve aanpak van de verkeersonveiligheid benodigde financiële middelen zijn afhankelijk van de projecten of maatregelen die in het Jaarplan voor 2025 komen. De benodigde bedragen zullen naar verwachting ook per jaar verschillend zijn. Vooralsnog stellen we voor een bedrag van € 500.000 beschikbaar te stellen voor een periode van twee jaar. Met dat geld worden jaarlijks projecten of maatregelen uitgevoerd.

Ook bestaat de mogelijkheid om ”te sparen” zodat het jaar (of jaren) daarna een groter project kan worden uitgevoerd. Dekking hiervan laten we lopen via de Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen. Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG) We zien een forse opgave als het gaat om overgewicht. Vanaf 2022 werken we in de gemeente Dinkelland met de JOGG-aanpak, om samen met lokale partners te werken aan een gezonde leefomgeving voor kinderen in de leeftijd van 0 tot 12 jaar. Het programma ontwikkelt zich net als andere programma’s als OKO (IJslands Model) van een thematische focus op (overgewicht en alcoholgebruik) naar het realiseren van een gezonde(re) leefomgeving Per 2025 zijn er geen gelabelde middelen meer voor de JOGG. Om het project na 2024 door te kunnen zetten en de positieve ontwikkeling en energie vast te houden is er € 36.000 per jaar nodig. Wijk GGD De gemeente Dinkelland heeft momenteel geen structureel budget voor een wijk-GGD’er, maar zet in op structurele financiering vanaf 2025 om sneller verward gedrag te signaleren en passende zorg te bieden. Deze vorm van preventie vermindert overlast, versterkt de samenwerking tussen hulpinstanties en vergroot de grip op c.q. het voorkomen van complexe situaties. De stijging in meldingen in 2023 toont het draagvlak en effect van het netwerk; de kosten voor 16 uur inzet per week bedragen € 60.000 in 2025.

Beleidsplan Civiele Kunstwerken 2025-2029 In de raadsvergadering van 25 maart 2025 is het beleidsplan Civiele Kunstwerken 2025-2029 vastgesteld. Vooruitlopend hierop hadden we in eerdere P&C documenten al aanvullende ramingen opgenomen. Dit is zeer verstandig gebleken aangezien de meerjarig noodzakelijke lasten ten bedrage van € 375.000 nu grotendeels opgevangen kunnen worden binnen de beschikbare ramingen. De ontbrekende dekking van € 164.000 nemen we nu mee. Integraal HuisvestingsPlan (IHP) Onderwijs Op dit moment wordt gewerkt aan een nieuw Integraal HuisvestingsPlan (IHP) Onderwijs dat na de zomer beschikbaar zal komen. Vooruitlopend hierop achten wij het verstandig om vanaf het jaar 2028 al wel structurele ruimte te reserveren voor de mogelijke lasten die voortkomen uit dit IHP. Onderwijshuisvesting is immers een wettelijk verplichte taak voor gemeenten en we weten dat een aantal scholen in onze gemeente in 2028 60 jaar oud zijn. Investeringen in onderwijshuisvesting zijn derhalve onvermijdelijk vandaar dat we vanaf het jaar 2028 middelen 14

reserveren. We beginnen in 2028 met een bedrag van € 200.000 wat daarna oploopt naar een structureel bedrag van € 250.000 vanaf 2029. Integraal Veiligheidsplan NOT De gezagsdriehoek van het basisteam Noordoost Twente heeft de wens om te komen tot het gezamenlijk opstellen van één integraal veiligheidsplan (hierna IVP) voor Noordoost Twente ter vervanging van de lokale veiligheidsplannen. Wij willen hier aan meewerken en stellen daar de benodigde middelen (€ 25.000) voor beschikbaar. Voorgesteld wordt in te stemmen met de intensiveringen die hiervoor zijn benoemd en toegelicht de lasten hiervan op te nemen in het herziene meerjarige saldo en de lasten voor verkeersveiligheid voor een bedrag van € 500.000 te onttrekken aan de Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen. Herzien meerjarig saldo na intensiveringen Rekening houdend met het verwerken van de intensiveringen uit de vorige paragraaf ontstaat het volgende herziene meerjarige saldo: Herzien meerjarig saldo Dinkelland Herzien meerjarig saldo begroting 2025 Totaal mutaties bestaand beleid Totaal intensiveringen Herzien meerjarig saldo na intensiveringen

2025 1.100 -181 919

2026 -452 1.145 -260 433

2027 66 959 -535 490

2028 210 -190 -735 -715

2029 376 -223 -785 -632

Stap 2 op weg naar een sluitende meerjarenbegroting Om te komen tot een sluitende meerjarenbegroting (stap 2) hebben we in de begroting 2025 aangegeven zoekrichtingen te gaan uitwerken. Tevens hebben we in de begroting 2025 aangegeven dat we u als raad in het voortraject betrekken bij het uitwerken van deze zoekrichtingen naar concrete maatregelen. Dit hebben we middels de raadsbijeenkomst van 11 maart 2025 en de bespreking in de commissie Sociaal Domein en Bestuur op 8 april 2025 gedaan. In deze paragraaf treft u de uiteindelijke uitwerking van de zoekrichtingen naar concrete maatregelen en voorstellen aan. Maatregelen Toeristenbelasting - verhoging in NOT verband € 2 en € 1 - reeds meegenomen in stap 1 - 30% Leerlingenvervoer - PVP Compensatie ziektekosten minima Noaberkracht - versnelling organisatieontwikkeling - eenmalige investering in versnelling organisatieontwikkeling € 1 miljoen - dekking via RIBAM - opbrengst organisatieontwikkeling € 700.000 (totaal € 1,1 miljoen) Algemene taakstelling Wmo -> naar wettelijk minimum Twentebrede zienswijze verbonden partijen Totaal maatregelen

2025

2026

2027

2028

2029

59

124 -145 59

124 -145 59 75

274 -145 59 75

274 -145 59 75

170 50 0 258

283 100 0 496

397 150 0 810

397 150 0 810

-565 565 0 0 59

Toeristenbelasting De toeristenbelasting is een gemeentelijke belasting die wordt geheven op overnachtingen van toeristen in een gemeente. Net als veel andere gemeenten staat de gemeente Dinkelland vanaf 2026 voor een financiële opgave. In aanloop naar de begrotingsbehandeling voor dat jaar – met besluitvorming gepland in november 2025 – worden verschillende opties onderzocht om bij te dragen.. 15

Zo ook de toeristenbelasting. Dat doen we vanuit het gegeven dat we met de opbrengst ook voorzieningen op niveau willen houden en dan dienen we ook de kostenontwikkeling daarvan te blijven volgen. Sinds in ieder geval het jaar 2016 hebben wij geen tariefsaanpassing meer doorgevoerd en dat maakt dat we ook daarin het been wat moeten bijtrekken. De gemeente Dinkelland kent momenteel drie tarieven aan toeristenbelasting: • Het standaard tarief bedraagt per persoon, per overnachting € 1,60. • In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief per persoon, per overnachting, indien er wordt overnachting recreatiewoningen en niet- beroepsmatig verhuurde ruimten € 1,00. • In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief per persoon, per overnachting, indien er wordt overnachting mobiele kampeeronderkomens, stacaravans en in groepsaccommodaties (kampeerboerderij) € 0,60. Het voorstel is om de tarieven voor de toeristenbelasting in samenspraak met de sector de komende jaren als volgt aan te passen: 2026 en 2027 • Het standaard bedrag voor een overnachting bedraagt 1,75 per persoon per nacht.

Het tarief geldt voor alle vormen van accommodaties met uitzondering van: • Groepsaccommodaties, kampeerboerderijen, recreatiewoningen op een recreatieterrein en bungalows op een recreatieterrein: € 1,20 per persoon per nacht • Vaste en mobiele kampeermiddelen: € 0,90 per persoon per nacht 2028 en 2029 Het standaard bedrag voor een overnachting bedraagt 2,- per persoon per nacht. Het tarief geldt voor alle vormen van accommodaties met uitzondering van: • Groepsaccommodaties, kampeerboerderijen, recreatiewoningen op een recreatieterrein en bungalows op een recreatieterrein: € 1,50 per persoon per nacht • Vaste en mobiele kampeermiddelen: € 1,- per persoon per nacht 2030 (en verder) • Het standaard bedrag voor een overnachting bedraagt 2,- per persoon per nacht. Het tarief geldt voor alle vormen van accommodaties met uitzondering van: • Vaste en mobiele kampeermiddelen: € 1,- per persoon per nacht Dit levert een meeropbrengst op van € 124.000 voor de jaren 2026 en 2027, een meeropbrengst van € 274.000 voor de jaren 2028 en 2029 en vanaf het jaar 2030 een structurele meeropbrengst van € 284.000. De eerder overeengekomen inflatiecorrectie van 30% vanaf het jaar 2016 voor een bedrag van € 145.000 hadden we al ingeboekt en moeten we dus nu corrigeren.

Leerlingenvervoer – Persoonlijk VervoersPlan (PVP) Dit zijn plannen op maat om een leerling te leren zelfstandig naar school te gaan en niet afhankelijk te zijn van georganiseerd leerlingenvervoer. De belangrijkste reden is dat kinderen geleidelijk wordt geleerd om zelfstandig te reizen. Uiteraard alleen als dat in de ontwikkeling van het kind een passend alternatief is Deze zelfstandigheid vergroot hun eigenwaarde waardoor ze (mentaal) sterker worden en meer durven ondernemen. Daarnaast levert dit ook een kostenbesparing op omdat meerjarige financiële ondersteuning wegvalt tegen een lagere meerjarige of een eenmalige incidentele bijdrage. Om kinderen en ouders hierin te

16

ondersteunen kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van een openbaar vervoer pas of een E-bike. Project loopt inmiddels – eerste ervaringen zijn dermate positief dat een verlaging van het bedrag voor leerlingenvervoer realistisch is. Compensatie ziektekosten minima-EB CAK Niet langer uitsluiten van de minima voor het betalen van de eigen bijdrage (hierna EB) voor de jaren 2026 en verder. Net als alle andere cliënten met een Wmo-voorziening gaan zij ook de eigen bijdrage betalen voor een Wmo voorziening. In de verordening worden minima al niet langer uitgesloten. Het niet innen van de EB CAK voor de minima is dus eigenlijk onrechtmatig Indien de minima, die een vergoeding willen voor de EB, moeten zich verplicht verzekeren via de collectieve zorgverzekering van Menzis. Er zijn geen andere zorgverzekeraars die de EB van de Wmo vergoeden. De collectieve zorgverzekering van Menzis wordt als voorliggend gezien. De EB CAK wordt in alle pakketten van de collectieve zorgverzekering van Menzis vergoed. De inwoner heeft dus nog wel keuze in welk pakket hij/zij afneemt. De minima cliënten hebben een zogeheten ‘dubbel’ voordeel als zij naast de kwijtschelding, ook een garantpakket met aanvullende verzekering hebben. De gemeente ontvangt dan niet de EB van de cliënten en betaalt daarnaast ook nog mee aan het garantpakket waar de EB in vergoed wordt.

Maatregelen Noaberkracht / Versnelling organisatieontwikkeling Het bestuur en de directie van Noaberkracht wil extra inzetten op een versnelling van de organisatieontwikkeling. Deze extra inzet zal gaan lopen via de bestaande 4 ambitielijnen en de drie aangegeven bestuurlijke aandachtspunten met specifieke aandacht voor de volgende onderwerpen: • Data gedreven sturen • Verbeteren en vereenvoudigen Planning&Control cyclus • Artificial Intelligence (AI) • Procesoptimalisatie • Digitalisering en automatisering Deze versnelling en de daarmee gepaard gaande extra inzet vraagt een investering aan de voorkant van € 1 miljoen (voor Dinkelland een eenmalig bedrag van € 565.000) om op termijn een voordeel te kunnen inboeken van € 1,1 miljoen. Om de effecten en de efficiencyvoordelen van de aangegeven extra inzet op de benoemde onderwerpen te kunnen realiseren zal uiteraard gebruik worden gemaakt van de strategische personeelsplanning met als uitgangspunt dat op een zorgvuldige manier met het personeel wordt omgegaan. In de begroting 2025 was als onderdeel van stap 1 – het sluitend maken van de begroting 2025 – al een taakstelling betreffende Noaberkracht opgenomen van € 400.000 (voor Dinkelland € 225.000).

De aanvulling in deze perspectiefnota betreft dus de ophoging van € 700.000 (voor Dinkelland € 397.000) naar het structurele niveau van de taakstelling van € 1,1 miljoen (voor Dinkelland € 622.000).

17

Specificatie taakstelling Noaberkracht Verdeling over de jaren stap 1 ophoging voor de stappen 2 en 3 Totaal

2025 200 200

2026 300 300 600

2027 400 500 900

2028 400 700 1.100

Algemene Taakstelling Wmo Gezien de omvang van het budget van Wet maatschappelijke ondersteuning zijn wij van mening dat het mogelijk moet zijn een algemene taakstelling te realiseren die oploopt van € 50.000 in 2026 naar een structureel bedrag van € 150.000 vanaf 2028. Maatregelen waarbij we hier onder andere aan denken zijn: • Inzet huishoudcoach - op vrijwillige basis een huishoudcoach adviezen laten geven over het zelfstandig blijven uitvoeren van het huishouden. Als de huishoudcoach constateert dat huishoudelijke taken echt overgenomen moeten worden, kan er maatwerk ingezet worden. • Inzet ergogotherapie - voorliggend op de Wmo HO. Ergotherapeuten kunnen onderzoeken hoe inwoners zo veel mogelijk zelfstandig kunnen blijven doen. • Bewustwording van inwoners: Werk aan verwachtingenmanagement van inwoners over wat ze van de overheid kunnen verwachten en wat van inwoners zelf wordt verwacht aan eigen initiatief en het realiseren van eigen oplossingen, ook financieel. • Kwaliteitsverbetering: Door gedurende een korte periode (1/2 jaar) externe juridische toetsing toe te passen tijdens het indicatieproces, is er mogelijk winst te behalen. Consulenten worden bewust gemaakt van een scherpere indicatiestelling.

Twentebrede zienswijze verbonden partijen De uitwerking van deze zienswijze is door de verschillende verbonden partijen opgenomen in hun kaderbrieven en daarna verwerkt in de begrotingen 2026 van deze verbonden partijen. Deze begrotingen 2026 van de verbonden partijen zijn inmiddels in gebundelde vorm via het college aangeboden aan de gemeenteraad. Behandeling in de gemeenteraad staat gepland voor de raadsvergadering van juni 2025. De financiële effecten van deze begrotingen hebben we in deze perspectiefnota 2026 meegenomen onder de mutaties bestaand beleid. Van de verbonden partijen is het de VeiligheidsRegio Twente (VRT) gelukt om de gevolgen van de loon-en prijsontwikkeling op te vangen binnen hun eigen begroting en zodoende invulling te geven aan de Twentebrede zienswijze. Dit levert, uitgaande van onze beschikbare stelpost, een voordeel op van € 46.000. Voorgesteld wordt in te stemmen met de uitwerking van de maatregelen en de financiële effecten daarvan taakstellend te verwerken in het herziene meerjarige saldo. Voorgesteld wordt om een eenmalig bedrag van € 565.000 (aandeel Dinkelland in totaal van € 1 miljoen) beschikbaar te stellen om de versnelling van de organisatieontwikkeling binnen Noaberkracht mogelijk te maken en dit bedrag te dekken uit de Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen.

18

Herzien meerjarig saldo na maatregelen Rekening houdend met het doorvoeren van de maatregelen uit de vorige paragraaf ontstaat het volgende herziene meerjarige saldo: Herzien meerjarig saldo Dinkelland Herzien meerjarig saldo begroting 2025 Totaal mutaties bestaand beleid Totaal intensiveringen Totaal maatregelen Herzien meerjarig saldo na maatregelen

2025 0 1.100 -181 59 978

2026 -452 1.145 -260 258 691

2027 66 959 -535 496 986

2028 210 -190 -735 810 95

2029 376 -223 -785 810 178

Puur cijfermatig wijst een eerste blik op het herziene meerjarige saldo uit dat er sprake is van een sluitende meerjarenbegroting. Ook blijkt heel duidelijk dat het zogenaamde “ravijnjaar" door de extra incidentele middelen van het Rijk is verschoven van 2026 naar 2028. Ook kunnen we concluderen dat de opzet van de zogenaamde oplossing volgens stap 2 – sluitend maken van de meerjarenbegroting is gelukt. We hebben immers een op termijn sluitende meerjarenbegroting. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat de voorgestelde maatregelen volledig zijn ingeboekt en daarmee taakstellend zijn. Voor het jaar 2026 kennen we op basis van de huidige inzichten een mooi positief saldo. Het is zaak dit (mooi) positieve saldo vast te houden als opstap naar een reëel en materieel sluitende jaarschijf 2026 van de gemeentebegroting 2026. Belangrijk om te weten is dat de provincie als toezichthouder bij een sluitende begroting 2026 namelijk voor de beoordeling en vaststelling van het toezichtskader niet verder kijkt naar meerjarige saldi. Dat zou betekenen dat we met deze cijfers keurig binnen de gestelde kaders en regels blijven en dus naar verwachting onder het reguliere (repressieve) toezicht blijven vallen. Dit betekent echter ook dat er op basis van de huidige inzichten nog geen structurele (financiële) ruimte lijkt te ontstaan voor nieuwe ambities, nieuw beleid of intensiveringen van beleid.

Vanaf het jaar 2028 is het saldo weliswaar voordelig maar ook heel “dun”. Al met al komt het erop neer dat we de komende tijd scherp moeten blijven op het daadwerkelijk invullen en realiseren van de taakstellingen en zeer terughoudend moeten omgaan met het honoreren van nieuw beleid c.a. Dit is feitelijk alleen mogelijk als daar dekking via bestaand beleid tegenover staat (nieuw voor oud). Tot slot zien we ook een voordelig saldo over het jaar 2025. Feitelijk de uitkomst van de eerste financiële tussenrapportage over het jaar 2025. Dit voordeel heeft een incidenteel karakter want wordt grotendeels veroorzaakt door de extra middelen vanuit de voorjaarsnota van het Rijk, de hogere dividenden, een voordeel vanuit de jaarverantwoording 2024 van de VRT en een voordelige afrekening vanuit beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Conform de bestendige gedragslijn wordt dit, tot nu toe gerealiseerde, voordeel over het jaar 2025 van € 978.000 gestort in de algemene reserve. Voorgesteld wordt in te stemmen met het herziene meerjarige saldo na maatregelen en het voordelige saldo over de jaarschijf 2025 ten bedrage van € 978.000 te storten in de algemene reserve.

19

Reserves Incidenteel beschikbare algemene middelen waaronder de (belangrijkste) reserves In deze paragraaf zoeken we aansluiting bij de gepresenteerde cijfers uit de begroting 2025. Met deze cijfers als uitgangspunt gaan we daarna de mutaties benoemen en toelichten zodat het meest recente beeld van de incidenteel beschikbare algemene middelen waaronder de (belangrijkste) reserves ontstaat. Zoals aangegeven nemen we cijfers uit de begroting 2025 als vertrekpunt. Beschikbare algemene incidentele middelen Algemene reserve - weerstandscapaciteit 1,4 Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen Reserve collegeakkoord 2022-2026 Totaal Beschikbare algemene incidentele middelen begroting 2025

€ 5.320.000 7.195.500 4.856.000 17.371.500

Algemene reserve Rekening houdend met een aantal mutaties op grond van bestaand beleid en een aantal specifieke mutaties ontstaat het volgende beeld van de algemene reserve: Algemene reserve Stand Algemene reserve begroting 2025 Bij: saldo jaarverantwoording 2024 Bij: saldo resultaten grondexploitaties 2024 Bij: voordelig saldo jaarschijf 2025 Af: afwaardering grond toekomstige bedrijventerreinontwikkeling Denekamp Bij: surplus voorziening riool Af: aankoop pand Diepengoor Herziene stand Algemene reserve Norm o.b.v. ratio 1,4 Surplus algemene reserve

5.320.000 1.245.000 604.000 978.000 -1.660.000 350.000 -350.000 6.487.000 5.320.000 1.167.000

Het saldo uit de jaarverantwoording 2024 alsmede ook de voordelige resultaten grondexploitaties over het jaar 2024 maken onderdeel uit van de besluitvorming over de jaarverantwoording 2024 en worden op grond van bestaand beleid verrekend met de algemene reserve. Het voordelige saldo van de jaarschijf 2025 betreft de jaarschijf 2025 uit deze perspectiefnota. Ook dit soort saldi worden op grond van bestaand beleid toegevoegd aan de algemene reserve. Het college heeft op 20 mei 2025 besloten tot een strategische grondaankoop voor toekomstige bedrijventerreinontwikkeling in Denekamp. Het betreft hier een aankoop van 101.335 m2 die conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) afgewaardeerd moet worden van de werkelijke verwervingswaarde naar de voorlopige taxatiewaarde. Het betreft hier een afwaardering van € 1.660.000. die we ten laste brengen van de algemene reserve. De aankoop van pand Diepengoor en het surplus op de voorziening riool zijn met elkaar verbonden en hebben betrekking op het besluit van het college om te starten met een planontwikkeling Diepengoor.

20

Na de bodemsanering van het Diepengoor heeft de gemeente vanaf 2015 met maatregelen de wateroverlast op de lager gelegen kavel als gevolg van regenbuien en het saneren van het riooloverstort geprobeerd te beperken. De maatregelen hebben geen effect gehad. Integendeel de situatie is verergerd door schimmel en stank. Uiteindelijk heeft dit er toe geleid dat de woning in 2024 onbewoonbaar is verklaard. In de voorziening riolering is rekening gehouden met forse aanpassingen aan het riool om de problematiek op te lossen. Het blijkt echter dat het verder aanpassen van het riool geen oplossing gaat bieden. Hierdoor ontstaat een surplus binnen de voorziening riolering. De gemeente heeft de bewoonster een tijdelijke vervangende woonruimte aangeboden. Een definitieve oplossing voor de overlast is koop en sloop van de woning en het perceel op te hogen. De gemeente heeft het betreffende pand inmiddels gekocht en is bezig een grondexploitatie in te stellen om drie kavels te realiseren. Het surplus binnen de voorziening riool ten bedrage van € 350.000 romen we af en voegen we toe aan de algemene reserve. Vanuit de algemene reserve boeken we een deel van het aangekochte pand af om te kunnen starten met een gezonde en juist gewaardeerde grondexploitatie. De herziene stand van de algemene reserve van € 6.487.000 komt overeen met een ratio van 1,7 waar werken met een streefwaarde van 1,4.

Conform bestaand beleid wordt het meerdere (het zogenaamde surplus) “afgeroomd” en gestort in de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen. Voor dit jaar komt dat neer op een afroming van € 1.167.000. Voorgesteld wordt in te stemmen met het verloop en de opzet van de algemene reserve en het surplus op de algemene reserve ten bedrage van € 1.167.000 “af te romen” en te storten in de Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen.

Reserve collegeakkoord 2022-2026 In de begroting 2025 is ook de reserve collegeakkoord als zoekrichting benoemd. Dit betekent dat we deze reserve nog kritischer dan eerdere jaren “onder de loep hebben genomen” Dit heeft geleid tot een aantal aanpassingen van inspanningen en werkbudgetten waardoor een bedrag van € 150.000 kan worden vrijgespeeld en toegevoegd aan de Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen. Meest in het oog springende is het laten verlagen van het werkbudget buitengebied in balans met € 100.000 om de simpele reden dat we verwachten niet alle middelen nodig te hebben. Daarnaast hebben we een deel van de uitvoeringskosten voor duurzaamheid (jaarschijf 2023 die geparkeerd was binnen Noaberkracht) niet meer nodig. Hierdoor valt een bedrag van € 60.000 vrij. Daarnaast blijkt echter ook dat we een aantal inspanningen die worden betaald vanuit deze reserve moeten indexeren. Voorgesteld wordt in te stemmen met de uitwerking van de zoekrichting “reserve collegeakkoord” en een bedrag van € 150.000 vrij te laten vallen en te onttrekken aan de reserve coalitieakkoord en te storten in de Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene middelen. De reserve collegeakkoord 2022-2026 heeft feitelijk een looptijd tot aan het einde van de huidige coalitieperiode.

Middelen uit deze reserve die dan niet zijn besteed of van een bestemming zijn voorzien vallen dan in principe terug naar de algemene middelen. Deze

21

middelen zijn dan beschikbaar voor de nieuwe bestuursperiode en kunnen dan betrokken worden bij de integrale afweging van ambities, nieuw beleid en intensiveringen van beleid. Bij het opstellen van de komende begroting 2026 zullen we wederom zeer kritisch inzoomen op de niet bestede en niet bestemde middelen binnen deze reserve. Eventuele middelen die niet besteed maar al wel bestemd zijn tijdens deze coalitieperiode betrekken we bij het overdrachtsdocument waar we eind van dit jaar mee aan de slag gaan. Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen (RIBAM) In de begroting 2025 is weergegeven dat de vrije ruimte in deze reserve € 7.195.500 bedraagt. Inmiddels zijn een aantal besluiten genomen wat maakt dat de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen op dit moment het volgende beeld laat zien: RIBAM Stand begroting 2025 7.250.500 af: amendement begroting 2025 Twente FM -25.000 af: amendement begroting 2025 werk maken van betrekken van jongeren -30.000 Herziene stand RIBAM bij begroting 2025 7.195.500 Stand RiBAM begroting 2025 Tekort / Surplus algemeen reserve Bij: vrijval reserve coalitieakkoord Af: motie maatwerkbudget minimabeleid Af; Leefbaarheidsfonds Af: verkeersveiligheid 2025 en 2026 Af: versnelling organisatieontwikeling Noaberkracht Bij: correctie motie isolatiesubsidie Herziene stand RIBAM

7.195.500 1.167.000 150.000 -20.000 -150.000 -500.000 -565.000 70.000 7.347.500

Claims Af: Fietsverbinding Bornsestraat Af: uitwerken moties Legtenbergstraat en Motie Itterbergstraat Totaal verplichtingen

-3.000.000 -2.750.000 -5.750.000

Herziene stand RIBAM na claims

1.597.500

Het surplus op de algemene reserve en de vrijval vanuit de reserve coalitieakkoord zijn hiervoor benoemd en beschreven. De vier onttrekkingen hebben allen betrekking op voorstellen die eerder in deze perspectiefnota zijn benoemd en beschreven. Tot slot is er een correctie doorgevoerd op de motie isolatiesubsidie. Deze was abusievelijk voor een te hoog bedrag ten laste van de reserve gebracht. Hierdoor ontstaat een herziene stand van de RIBAM van ruim € 7,3 miljoen. Wij hechten er echter wel aan een aantal mogelijke investeringen in beeld te brengen zodat een zo reel mogelijk beeld ontstaat van de (werkelijke) vrije ruimte in de reserve.

22

Een mogelijke investeringen betreft de fietsverbinding Bornsestraat. Deze is afgeleid vanuit het raadsbesluit van april 2024 waar is besloten een voorbereidingskrediet beschikbaar te stellen van € 200.000. In dit raadsvoorstel is ook een doorkijk gemaakt van de daadwerkelijke kosten van de aanleg van een mogelijke fietsverbinding. Hier is uitgegaan van een investering van € 3 miljoen. Vooralsnog gaan we hierbij nog uit van dit bedrag. We zien de prijzen in de weg en waterbouw echter wel behoorlijk stijgen de afgelopen maanden. Een andere mogelijke investering betreft de verkeersveiligheid in Weerselo. Tijdens de behandeling van de begroting 2025 in de gemeenteraad zijn een tweetal moties aangenomen. Te weten een motie verkeersveiligheid Itterbergstraat Weerselo en een motie verkeersveiligheid Legtenbergstraat. Weerselo. In beide moties wordt het college opgeroepen om samen met de bewoners te komen met een plan en een kostenraming. De uitwerking van de beide moties houdt niet alleen verband met elkaar maar ook met het al dan niet doorgaan van de rondweg. Daarnaast zijn er meerdere opties om de moties uit voeren. Hier horen ook zeer uiteenlopende investeringen en kosten bij. Het college heeft nog wat extra tijd nodig om te komen tot een afgewogen voorstel waarbij ook de inwoners betrokken kunnen worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/944/documents/23847