Perspectiefnota 2022-2026 gemeente Dinkelland.pdf
Tekst van het document
Perspectiefnota 2022-2026 GEMEENTE DINKELLAND Vernieuwen, verbinden en versterken
1
Inleiding
1.1 Totstandkoming perspectiefnota 2022-2026 Voor u ligt de perspectiefnota 2022-2026 van de gemeente Dinkelland wat door het college van Dinkelland aan u als raad aangeboden wordt. Deze perspectiefnota heeft als basis het overdrachtsdocument Dinkelland (opgesteld door het “vorige” college en aangeboden aan alle huidige raadsleden), het Raadsakkoord Dinkelland 2022-2026 met de naam Vernieuwend van start en het collegeakkoord gemeente Dinkelland 2022-2026 met de naam Vernieuwen, Verbinden en Versterken.
De perspectiefnota bepaalt op hoofdlijnen de richting voor de komende vier jaren, zoals wij die hebben afgeleid uit het raadsakkoord Dinkelland 2022 -2026 en met inachtneming van de trends en ontwikkelingen uit het overdrachtsdocument hebben vertaald in het collegeakkoord gemeente Dinkelland 2022-2026. In het collegeakkoord 2022-2026 geven wij aan de hand van de volgende 5 speerpunten de ambities van het college weer, waarbij het raadsakkoord het vertrekpunt is geweest: De speerpunten zijn gebaseerd op de rubricering en indeling zoals die ook in de omgevingsvisie wordt gebruikt (4 onderdelen) met daaraan toegevoegd een extra speerpunt:
Speerpunt Buitengebied in Balans, Speerpunt Leefbare kernen, Speerpunt Leefomgeving van de toekomst, Speerpunt Positieve gezondheid. Speerpunt De gemeente en de samenleving
Met deze speerpunten geven wij ruimte voor de inbreng van inwoners, organisaties, bedrijven en de gemeenteraad om samen de goede dingen te doen voor Dinkelland. Deze 5 speerpunten zijn de basis en bepalen de koers voor de komende 4 jaar. In het overdrachtsdocument Dinkelland heeft het vorige college een overzicht gegeven van (en inzicht in) de feitelijke situatie op basis van bestaand (en dus vastgesteld) beleid en de meest recente informatie om daarmee de uitgangspositie voor de nieuwe raadsperiode scherp te maken. Dit zowel inhoudelijk als financieel. Veel gegevens uit het overdrachtsdocument komt u ook weer tegen in deze perspectiefnota. Simpelweg omdat veel onderwerpen uit het overdrachtsdocument doorlopen in de nieuwe coalitieperiode. Om een goed beeld te geven van wat wij de komende jaren willen doen, hebben we ook de doorlopende onderwerpen een plek gegeven in het collegeakkoord en dus ook in deze perspectiefnota.
2
Naast de speerpunten gaan we in deze perspectiefnota ook kort in op een aantal onderdelen uit de basisbegroting. 1.2 Status perspectiefnota Zoals we hiervoor al hebben aangegeven, bepaalt de perspectiefnota op hoofdlijnen de richting voor de komende vier jaren. De richtinggevende en kaderstellende uitspraken uit de perspectiefnota (zowel inhoudelijk als financieel) zijn een opdracht van de gemeenteraad aan ons om zaken nader uit te werken. Ze zijn uitgangspunt bij de begroting 2023 die later dit jaar wordt opgesteld en waarover ook verdere besluitvorming plaatsvindt. De perspectiefnota bevat ook een financieel hoofdstuk waarin een richtinggevende doorkijk wordt gegeven van het herziene meerjarige saldo en de belangrijkste reserves. De belangrijkste ingrediënten van dit financiële hoofdstuk zijn de uitkomsten van de jaarverantwoording 2021 (en de eerste 4 maanden van 2022), de gevolgen van de gemeentefondscirculaires, een eerste doorrekening van het regeerakkoord Rutte IV) en de doorrekening van het collegeakkoord. Dit financiële hoofdstuk geeft de financiële kaders weer voor de start van deze nieuwe coalitieperiode en voor het opstellen van de begroting 2023.
2. De speerpunten en ambities uit het raadsakkoord 2022-2026 – Vernieuwend van start De gemeenteraad van Dinkelland heeft op 19 april 2022 unaniem het raadsakkoord “Vernieuwend van start” vastgesteld. Dit raadsakkoord bevat de bestuurlijke ambities en doelen voor de komende 4 jaar Dit raadsakkoord heeft een globaal karakter. Het is de basis voor verdere verdieping, uitwerking, het maken van verdere keuzes en het stellen van prioriteiten. Daarbij zullen ook expliciet afwegingen moeten worden gemaakt op de aspecten financiële ruimte en personele capaciteit. De rode draad wordt telkens gevormd door de trits: Speerpunt > ambitie > wat willen wij > wat gaan wij doen om dit te bereiken De speerpunten zijn gebaseerd op de rubricering en indeling zoals die ook in de omgevingsvisie wordt gebruikt met daaraan toegevoegd een extra speerpunt: Speerpunt Buitengebied in Balans, Speerpunt Leefbare kernen, Speerpunt Leefomgeving van de toekomst, Speerpunt Positieve gezondheid. Speerpunt De gemeente en de samenleving De algemene beschrijving van deze speerpunten en vertaling naar ambities is opgenomen in het raadsakkoord. Dit raadsakkoord is als bijlage bij deze perspectiefnota opgenomen.
3. Van raadsakkoord naar collegeakkoord gemeente Dinkelland 2022-2026 “Vernieuwen, verbinden en versterken” Zoals in het raadsakkoord is aangegeven heeft het een globaal karakter. Het is de basis voor verdere verdieping, uitwerking, het maken van verdere keuzes en het stellen van prioriteiten. Daarbij zullen ook expliciet afwegingen moeten worden gemaakt op de aspecten financiële ruimte en personele capaciteit. De verdere vertaling in termen van inzet en acties is door het college opgenomen in het collegeakkoord gemeente Dinkelland 2022-2026 met de naam vernieuwen, verbinden en versterken. Hierbij is ook rekening gehouden met een aantal (doorlopende) uitdagingen die zijn benoemd en beschreven in het overdrachtsdocument dat door het vorige college aan u en ons is aangeboden. Hier hebben we als nieuw college uiteraard dankbaar gebruik van gemaakt. De financiële vertaling van de inzet en de acties uit het collegeakkoord zijn opgenomen in de financiële paragraaf van dit collegeakkoord. Aangezien het college graag wil beginnen met de uitvoering vragen we in deze perspectiefnota 2022-2026 instemming van de gemeenteraad over deze financiële paragraaf. Bij het opstellen van de begroting 2023 komen we met een nadere duiding en toelichting van onze inzet en acties. Dit samen met een aangepaste opzet van onze 3
(programma)begroting waarbij de door de raad in het raadsakkoord 2022-2026 aangegeven speerpunten en ambities leidend zijn. Het collegeakkoord gemeente Dinkelland 2022-2026 “Vernieuwen, verbinden en versterken” is als bijlage bij deze perspectiefnota opgenomen.
4. Van perspectiefnota 2022-2026 naar uitvoering en Begroting 2023 Met het vaststellen van de perspectiefnota 2022-2026 geeft de raad het college kaders en richting mee die betrokken moeten worden bij het opstellen van de begroting 2023. Zoals hiervoor gesteld inhoudelijk daar waar het gaat om de ombouw van de (programma) begroting waarbij de door de raad in het raadsakkoord 2022-2026 aangegeven speerpunten en ambities leidend zijn. Maar ook in financiële zin stelt de raad met het vaststellen van de perspectiefnota 2022-2026 de financiële kaders die nader uitgewerkt moeten worden en betrokken dienen te worden bij het opstellen van de begroting 2023. Het college vraagt met deze perspectiefnota 2022-2026 in financiële zin om -
Instemming met het aanpassen van de lopende (meerjaren)begroting als gevolg van de mutaties bestaand beleid. De benodigde additionele middelen beschikbaar te stellen verbonden aan het collegeakkoord en als zodanig opgenomen in de financiële paragraaf van het collegeakkoord.
Deze voorstellen hebben we opgenomen in het hoofdstuk financiën dat hierna aan de orde komt. In beide gevallen staat het de raad uiteraard vrij om tijdens de behandeling van de perspectiefnota te komen met nadere wensen en aanvullende ambities. Zowel inhoudelijk als financieel.
5. Financiën 5.1 Inleiding Dit financiële hoofdstuk geeft een richtinggevend beeld van de financiële positie van de gemeente Dinkelland Dit doen we door eerst te kijken naar het herziene meerjarige saldo om daarna stil te staan bij de stand van onze belangrijkste reserves. De belangrijkste ingrediënten van deze financiële tussenrapportage zijn: 1. 2. 3. 4.
Doorwerkingen vanuit de jaarverantwoording 2021. September- en decembercirculaire 2021. Eerste financiële doorvertaling regeerakkoord Kabinet Rutte IV. De financiële vertaling van het collegeakkoord gemeente Dinkelland 2022-2026.
Daarnaast wordt in dit financiële hoofdstuk, onder de noemer van de zogenaamde specifieke mutaties, de stand van zaken van de stelpost Corona weergegeven. Dit financiële hoofdstuk geeft een richtinggevend beeld van de financiële positie van de gemeente Dinkelland. Feitelijk kan de (financiële) eindstand van dit hoofdstuk worden gezien als de beginstand van de financiële paragraaf uit het collegeakkoord. Dit zowel in structurele zin (het herziene meerjarige saldo) als in incidentele zin (de stand van zaken van de belangrijkste reserves). 5.2 Herzien meerjarig saldo Voor wat betreft het meerjarig beeld van de begroting wordt aangesloten bij het laatst vastgestelde meerjarig saldo en dat is in dit geval de begroting 2022. Van daaruit wordt langs een aantal lijnen een beeld gegeven van de verschillende mutaties die leiden tot een herzien meerjarig saldo. Vertrekpunt is dus het herzien meerjarige saldo uit de begroting 2022: Herzien merjarig saldo Dinkelland Herzien meerjarig saldo begroting 2022 Storten in Algemene reserve Herzien meerjarig saldo begroting 2022
4
2022 1.497 -1.497 -
2023 443 0 443
2024 282 0 282
2025 675 0 675
2026 1.317 0 1.317
5.3 Mutaties bestaand beleid In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de verschillende mutaties op basis van bestaand beleid. Dit kunnen autonome ontwikkelingen zijn of zaken waarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden. Mutaties bestaand beleid 2022 2023 2024 2025 2026 Septembercirculaire 2021 - hogere algemene uitkering 2.521 1.033 1.019 1.124 1.199 - reeds verwerkt: opschalingskorting -320 0 0 0 0 - reeds verwerkt: extra middelen jeugd -1.198 0 0 0 0 - op te nemen stelposten / taakmutaties -209 -317 -535 -748 -913 Decembercirculaire 2021 - hogere algemene uitkering 183 96 89 91 98 - op te nemen stelposten / taakmutaties -223 -172 -173 -177 -187 Cogas - halvering structureel dividend 0 0 0 -463 Sociaal Domein -621 -419 -422 -370 -341 Stelpost Corona structureel 158 158 158 158 158 Taakstelling uitvoeringsplan Sociaal Domein 160 159 142 138 174 Bijdrage Hoge Vonder 116 116 116 116 116 Startersleningen - rente -10 -10 -10 -10 -10 Omgevingswet - incidentele kosten -320 Omgevingswet - incidentele kosten t.l.v.
reserve 320 Regeerakoord - jeugd 0 - schrappen oploop opschalingskorting 485 650 820 0 - acress p.m p.m p.m p.m p.m - vergoeding uitvoeringskosten omgevingswet 168 114 74 84 0 - herverdeeleffecten herijking - op 0 390 390 390 390 Verbonden partijen - begrotingen 2023 en doorwerking 2022 23 -26 -27 -28 -29 - addendum OZJT 0 -50 -50 -50 -50 - Omgevingsdienst Twente (ODT) - stelpost meerkosten -197 -170 -170 -170 -170 Noaberkracht - jaarverantwoording 2021 - teruggave reserve 194 - begroting 2023 en doorwerking 2022 -73 0 0 0 0 - huur en verhuur locaties buitendienst 28 28 28 28 28 - werken bij Noaberkracht - uitbreiding helpdesk -31 -31 -31 -31 -31 - werken bij Noaberkracht - thuiswerkvergoeding cao -38 -38 -38 -38 -38 - uitbreiding gemeentewerf 3 3 3 3 Overige kleine verschillen -63 -8 -7 -7 -6 Totaal mutaties bestaand beleid 568 1.341 1.206 1.323 -72 September circulaire 2021 Het verschil in de Algemene Uitkering (AU) laat voornamelijk positieve effecten zien. Het belangrijkste zijn de extra middelen voor jeugdzorg en het schrappen van de oploop van de opschalingskorting. Met deze beide mutaties is in de begroting 2022 reeds rekening gehouden , vandaar de correctie op de hogere algemene uitkering.
Daarnaast is de algemene uitkering toegenomen als gevolg van een aanvullend Corona steunpakket, een aantal aanvullende taakmutaties en een hogere accres als gevolg van de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Ook zien we voordelige mutaties in eenheden en gewichten (aantal inwoners, aantal lage inkomens, etc.). De verhoging van de accrestranches komt door een hogere geraamde loon- en prijsontwikkeling (raming MEV) en door een positieve volumeontwikkeling. Hiervoor zijn echter ook stelposten 5
opgenomen. Daarnaast heeft het kabinet vanaf 2022 aanvullende middelen uitgetrokken voor een aantal beleidsterreinen, waaronder klimaatmaatregelen. Al met al laat de septembercirculaire 2021 een mooie meerjarige verbetering van de algemene uitkering en de algemene middelen zien. Decembercirculaire 2021 De algemene uitkering laat op grond van de decembercirculaire 2021 een lichte meerjarige stijging zien. Het saldo van de hogere algemene uitkering is geen pure “winst”. Er dient rekening te worden gehouden met de taakmutaties die benoemd zijn door het Rijk. Taakmutaties zijn middelen die met een bepaald oogmerk aan het gemeentefonds zijn toegevoegd of onttrokken, maar waar geen bestedingsverplichting aan ten grondslag ligt. Wanneer ze nieuw zijn worden ze eenmalig afzonderlijk benoemd om inzicht te creëren waaraan het Rijk meer of minder geld gaat besteden. Maar het uitgangspunt van de gehele algemene uitkering is en blijft dat de middelen vrij aanwendbaar zijn. Binnen de gemeente Dinkelland bestaat de beleidslijn dat voor deze taakmutaties een stelpost wordt opgenomen in afwachting van te ontwikkelen beleid. Zodra door college en raad wordt ingestemd met het ontwikkelde beleid kan een beroep worden gedaan op deze stelpost(en). Het volgen van deze lijn betekent dat het totaal van de op te nemen stelpost en een last oplevert die hoger is dan de gestegen algemene uitkering.
Per saldo is er dus sprake van een verslechtering voor de algemene middelen. Dit is vooral een gevolg van een wijziging van een aantal maatstaven die het Rijk heeft vastgesteld. Dividend Cogas Tijdens de aandeelhoudervergadering (AvA) van 16 december 2020 hebben de aandeelhouders van Cogas ingestemd met de verkoop van het 50% belang in Cogas Kabel Infra B.V. Tevens is besloten dat een dividendafbouwfonds ter grootte van € 25 miljoen wordt ingesteld: 5 jaar lang wordt jaarlijks € 5 miljoen uitgekeerd aan de aandeelhouders zodat de dividenduitkering van Cogas aan de aandeelhoudende gemeenten met het wegvallen van het CKI-dividend voor een periode van vijf jaar op peil gehouden kan worden. Dit betekende concreet dat het dividend dat we al jaren gewend zijn te ontvangen van Cogas nog vijf jaar op niveau blijft en daarna, dus vanaf het jaar 2026, terugvalt naar de helft. Sociaal domein
Dinkelland SD Leerlingenvervoer Abonnementen en software Wet inburgering BUIG uitkering Bijstand Bbz afrekening 2020 Bbz uitvoeringskosten Minimabeleid Arbeidsmarkcoaches Hulpmiddelen Regiotaxi Extra kosten OZJT Wmo abonnementstarief Wmo begeleiding en dabesteding Wmo dakje Wmo vervoer dagbesteding Kleine verschillen Totaal sociaal domein
6
2022 42 -32 -14 -407 -39 -34 17 -32 -18 -43 28 -47 -50 -2 -22 31 1 -621
2023 42 -11 -11 -407 -39 0 17 -32 0 15 28 -4 -50 -2 4 31 1 -419
2024 42 -11 -14 -407 -39 0 17 -32 0 15 28 -4 -50 -2 4 31 1 -422
2025 42 -11 38 -407 -39 0 17 -32 0 15 28 -4 -50 -2 4 31 1 -370
2026 42 -11 38 -382 -39 0 17 -32 0 15 28 -4 -50 -2 4 31 5 -341
Leerlingenvervoer (€ 42.000 voordeel) Het voordeel op leerlingenvervoer betreft een structurele doorwerking uit de jaarstukken 2021. Er is een lichte afname van het aantal leerlingen dat individueel vervoerd wordt. Daarnaast zijn de verwachte uitgaven voor groepsvervoer lager dan begroot. Abonnementen en software (€ 32.000 nadeel 2022; € 11.000 nadeel structureel) Dit betreft de aanschaf en implementatie van een document intake systeem (incidenteel 2022) en daarnaast een bijstelling van het begrote bedrag m.b.t. de abonnementen binnen het Sociaal domein. Wet Inburgering De nieuwe Wet Inburgering is ingegaan op 1 januari 2022. Om uitvoering te geven aan deze wet heeft de gemeente Dinkelland zowel een incidentele als structurele bijdrage uit het gemeentefonds ontvangen ter dekking van de uitvoeringskosten in de vorm van een algemene uitkering. Daarnaast wordt jaarlijks een specifieke uitkering ontvangen voor het bekostigen van de inburgeringsvoorzieningen (o.a. de leerroutes). Nu (grotendeels) bekend is hoe invulling wordt gegeven aan de uitvoering van de wet, wordt de structurele bijdrage ingezet ter dekking van de uitvoeringskosten. Dit leidt in de eerste drie jaren tot een klein nadeel, gezien we in deze jaren nog te maken hebben met inburgeraars via de “oude systematiek”. Inburgeraars hebben namelijk drie jaar de tijd om aan hun inburgeringsplicht te voldoen.
Na deze drie jaar geldt voor alle inburgeraars de “nieuwe systematiek” en kan het oude budget dus vervallen. Bijstandsuitkeringen Gebundelde uitkering (BUIG-uitkering) De gebundelde uitkering in de begroting 2022 is gebaseerd op de gegevens uit de meicirculaire 2021. Inmiddels zijn deze budgetten twee keer bijgesteld. De meest actuele stand van zaken betreft de nader voorlopige budgetten 2022 (bekendmaking mei 2022). Dit budget is gebaseerd op de nieuwe werkloosheidsramingen van het CPB en de realisaties in 2021. Hierop wordt de begroting van de gemeente Dinkelland nu aangepast. Ten opzichte van de stand in de meicirculaire betekent dit een structureel nadeel vanaf 2022 van € 407.000. Dit nadeel wordt vooral veroorzaakt door een bijstelling van het macrobudget. De werkloosheidsramingen en het aantal bijstandsuitkeringen in 2021 vallen namelijk gunstiger uit, de instroom die verwacht werd als gevolg van de coronacrisis is uitgebleven. Definitieve vaststelling van de BUIG-uitkeringen vindt plaats in oktober 2022. Bijstandsuitgaven De reeds eerder gesignaleerde en gemelde stijging in de loonkostensubsidies voor garantiebanen blijft zich voortzetten. Dit zorgt voor een structureel nadeel van € 39.000. Bijstand: uitgaven vs. inkomsten De vangnetuitkering biedt gemeenten financiële compensatie voor grote(re) tekorten op het BUIGbudget.
Het begrip “grote(re) tekorten” wordt bezien in meerjarig perspectief. Het verwachte tekort bedraagt op basis van de huidige prognose ca. 4% van de BUIG-uitkering. De eigen risicodrempel van de gemeenten ligt op 7,5%. Dit zou betekenen dat de gemeente Dinkelland niet in aanmerking komt voor een vangnetuitkering. Bbz afrekening 2020 (€ 34.000 nadeel 2022) Op basis van de SiSa verantwoording moet jaarlijks een gedeelte van de ontvangen aflossing van bedrijfskredieten die zijn verstrekt vóór 2020 terugbetaald worden aan het Rijk. Over het jaar 2020 is een afrekening ontvangen van € 34.000. Deze systematiek is per 2020 gewijzigd, waarbij gemeenten de verstrekte kredieten voorfinancieren, dit een jaar later 100% terug ontvangen van het Rijk en daarna 75% terugbetalen (verspreid over vijf jaren). Indien van een debiteur meer dan 75% wordt terugontvangen, blijft de ontvangst dus bij de gemeente Dinkelland. Minimabeleid (€ 32.000 nadeel) Dit nadeel betreft hoofdzakelijk hogere verwachte uitgaven op bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag en minima. Daarnaast zijn er lagere verwachte uitgaven m.b.t. de collectieve ziektekostenverzekering. 7
Hulpmiddelen (€ 43.000 nadeel 2022, € 15.000 voordeel 2023 en verder) Het incidentele nadeel in 2022 wordt veroorzaakt door een verstrekking in eigendom van een vervoersvoorziening en daarnaast hogere verwachte uitgaven m.b.t. trapliften. Het voordeel vanaf 2023 en verder betreft een doorwerking vanuit de jaarstukken 2021. Regiotaxi (€ 28.000 voordeel) Het voordeel op regiotaxi betreft een bijstelling van het begrote bedrag op basis van de verwachte kosten 2022 en verder, waarbij rekening is gehouden met de invloed van corona op het aantal reisbewegingen. Extra kosten OZJT (€ 43.000 nadeel 2022, € 4.000 nadeel 2023 en verder) Op basis van het jaarplan 2022 OZJT blijkt dat er onvoldoende capaciteit geleverd kan worden door gemeenten, hierdoor zal het OZJT extra formatie moeten inhuren. De rekening wordt verdeeld over de 14 Twentse gemeenten. Voor 2023 en verder is deze ontwikkeling meegenomen in de begroting 2023 SamenTwente en het bijgevoegde addendum. Abonnementstarief Wmo (€ 50.000 nadeel) De laatste jaren komen minder opbrengsten vanuit het abonnementstarief binnen dan begroot. Gezien de systematiek in 2019 is gewijzigd (van inkomensafhankelijk naar vaste bijdrage per maand ongeacht inkomen) en dit nu drie jaar is gesignaleerd, blijkt de inkomstenraming niet reëel. Om deze reden wordt dit nu bijgesteld.
Vervoer dagbesteding (€ 31.000 voordeel) Het voordeel op dagbesteding vervoer betreft een bijstelling van het begrote bedrag op basis van de gemaakte kosten in Q1 2022 en de verwachte kosten over geheel 2022. Stelpost Corona structureel In de perspectiefnota 2021 en daarna in de begroting 2021 is op basis van de zogenaamde basisraming van het CPB een inschatting gemaakt van de mogelijke gevolgen van corona op onze begroting in structurele zin. Hierbij is vooral rekening gehouden met mogelijke hogere bijstandslasten en lagere vergoedingen van het Rijk. In afwachting van meer duidelijkheid is hiervoor een structurele stelpost opgenomen van € 200.000. In de begroting 2021 is een deel van deze stelpost gebruikt om de hogere bijstandslasten (als gevolg van corona) voor een bedrag van € 42.000 te kunnen opvangen. Gezien de hogere lasten binnen het Sociaal domein en vooral de lagere inkomsten op het gebied van de bijstandsverlening (BUIG) stelt het college voor om de nog resterende stelpost Corona in te zetten als dekking voor deze hogere uitgaven en lagere inkomsten. (Resterende) taakstelling uitvoeringspan Sociaal domein In de vastgestelde begroting 2022 is een (resterende) taakstelling op het Sociaal domein opgenomen voor een structureel bedrage van € 138.000.
Er hebben zich na het vaststellen van de begroting 2022 echter een aantal ontwikkelingen voorgedaan die hebben geleid tot informatie waarmee de nog openstaande taakstelling meer dan volledig kan worden ingevuld. Als eerste blijkt het woonplaatsbeginsel dat per 1 januari 2022 is ingegaan voordeliger uitpakt dan in de begroting 2022 werd aangenomen. Het nieuwe woonplaatsbeginsel beoogt een einde te maken aan de onduidelijkheid met betrekking tot welke gemeente financieel verantwoordelijk is voor de benodigde ondersteuning. Het zal voor gemeenten duidelijk worden welke gemeente straks volgens het nieuwe woonplaatsbeginsel verantwoordelijk is voor de jeugdzorg. .Daar waar in de begroting 2022 nog werd uitgegaan van een budgettair neutrale operatie blijkt nu dat de invoering van het woonplaatsbeginsel een voordeel oplevert van € 282.000. De link met de taakstelling is te leggen doordat het “oude” woonplaatsbeginsel voor de gemeente Dinkelland heel nadelig heeft uitgepakt en dus (mede)verantwoordelijk was voor de tekorten op de jeugdzorg en daarmee voor de (omvang van de) taakstelling. Nu het “nieuwe” woonplaatsbeginsel heeft geleid tot een meer juiste en rechtvaardigere toerekening van kosten en vergoeding kan ook de (omvang van de) taakstelling opnieuw worden bezien.
8
Het tweede voordeel heeft betrekking op de Sociale Werkvoorziening. De gemeente Dinkelland voert zelfstandig de Wet sociale werkvoorziening uit. Hierdoor is de gemeente de formele werkgever van de inwoners van Dinkelland met een Wsw-indicatie en worden de hierbij behorende werkgeverstaken (het zgn. materieel werkgeverschap) uitgevoerd door Stichting Participatie Noaberkracht (SPN). Een aantal van deze werkgeverstaken (uitvoering beschut werk en de salarisadministratie) waren door SPN uitbesteed aan Soweco NV. Per 1 oktober 2021 heeft Soweco NV haar activiteiten gestaakt en door de gemeente Almelo is voor de uitvoering van de Wsw, Stichting NUO, handelend onder de naam Ontplooj, opgericht. Het college heeft voor de uitvoering van deze taken een dienstverleningsovereenkomst afgesloten met Stichting NUO, handelend onder de naam Ontplooj, voor een periode van vijf jaar per 1 oktober 2021. Daarnaast heeft het college door middel van een aanwijzingsbesluit Stichting NUO per 1 oktober 2021 aangewezen als uitvoerder van deze taken. Deze constructie levert naast een aantal kleine financiële nadelen, vooral voordelen op die betrokken kunnen worden bij de taakstelling.
Indien deze nieuwe informatie over het “nieuwe” woonplaatsbeginsel en de Sociale Werkvoorziening betrokken wordt bij de resterende taakstelling op het uitvoeringsplan Sociaal domein dan ontstaat het volgende beeld: Taakstelling uitvoeringsplan Resterende beoogde besparing 2022 e.v. - uit begroting 2022 Totaal suggesties ter invulling - voordeel woonplaatsbeginsel - saldo sociale werkvoorziening Stand taakstelling uitvoeringsplan
2022 -138
2023 -138
2024 -138
2025 -138
2026 -138
282 16 160
282 15 159
282 -2 142
282 -6 138
282 30 174
Bijdrage Hoge Vonder Begin 2022 is ingestemd met de volledige verzelfstandiging van sporthal ’t Hoge Vonder in Deurningen. Als onderdeel van deze verzelfstandiging wordt onder andere een eenmalige subsidie aan Stichting 't Hoge Vonder verstrekt, welke wordt aangewend voor de verbouwing van de sporthal te Deurningen en wordt een deel van de bestaande lening afgeboekt. Tegenover deze eenmalige kostenpost van ruim € 700.000 staat een jaarlijkse vrijval van de subsidie van € 116.000 per jaar. Startersleningen De Starterslening is een lening waarmee je nét een beetje extra kunt lenen voor het kopen of bouwen van een eerste woning. Het mooie van deze lening is dat je de eerste drie jaar geen kosten hebt zoals rente en aflossing. Startersleningen zijn bedoeld voor mensen die nog niet eerder een huis hebben gekocht en zelf in de woning gaan wonen. Er lopen nu nog tien aanvragen voor een starterslening. Als deze aanvragen zijn afgehandeld is het budget voor de starterslening op. Vandaar dat wordt voorgesteld een aanvullend bedrag beschikbaar te stellen aan het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVN) van € 1.000.000. De jaarlijkse rentelasten drukken op de begroting van de gemeente Dinkelland.
Omgevingswet - transitiekosten De transitiekosten zijn de kosten die de gemeente maakt om te zorgen dat na de inwerkingtreding de Omgevingswet op de juiste manier vertaald gaat worden naar de praktijk. Bijvoorbeeld het omgevingsplan nieuwe stijl , een ingericht Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) met toepasbare regels en beleid dat hierbinnen past, maar ook productieverlies door het volgen van een opleiding en het werken in twee stelsels. Dit betreft € 760.000 verdeelt over meerdere jaren. Dit zijn incidentele kosten die ook incidenteel gedekt worden. In het regeerakkoord heeft het Rijk een vergoeding opgenomen voor de Omgevingswet. Dit komt voor de gemeente Dinkelland neer op een totale incidentele vergoeding van € 440.000. Eveneens verdeelt over meerdere jaren. De hierna nog ontbrekende € 320.000 wordt ten laste van de algemene reserve gebracht. Regeerakkoord De volgende belangrijkste (financiële) contouren worden beschreven en toegelicht in deze paragraaf over het regeerakkoord: Extra middelen jeugdhulp. Schrappen oploop opschalingskorting. Overige dossiers mede overheden.
9
Herverdeeleffecten herijking gemeentefonds (niet specifiek regeerakkoord maar wel voor nieuw kabinet).
Extra middelen jeugdhulp In de vastgestelde begroting 2022 van de gemeente Dinkelland zijn de extra middelen die het Rijk in overleg met de VNG op basis van de uitspraak van de Commissie van Wijzen inzake het jeugddossier opgenomen. Niet alleen de extra toegezegde middelen voor het jaar 2022 zijn opgenomen, maar ook in structurele meerjarige zin zijn extra rijksmiddelen op basis van de uitspraak van de commissie opgenomen. Het Rijk, de VNG en het IPO hebben namelijk gezamenlijk afgesproken dat alle gemeenten in de jaarschijven 2023 tot en met 2025 van de meerjarenraming 75% van de bedragen onder de Hervormingsagenda van de Commissie van Wijzen als stelpost te mogen opnemen in de begroting. In het regeerakkoord volgt het nieuwe kabinet echter niet de volledige uitspraak van de Commissie van Wijzen. Zo komt er vanaf 2024 € 100 miljoen minder van het Rijk en vanaf 2025 zelfs € 500 miljoen structureel minder. Het kabinet heeft inmiddels aangegeven dat deze korting voor rekening en risico komt van het Rijk en dat het Rijk ook komt met maatregelen waarmee deze korting kan worden ingevuld. Hierbij wordt gedacht aan het verkorten van de behandelduur en het invoeren van een eigen bijdrage. Gezien alle onduidelijkheden en onzekerheden kiest het college ervoor om de lijn uit de begroting 2022 vast te houden. Dat betekent een structurele raming van 75% van de toegezegde middelen.
Voor de beeldvorming: het gaat dan over de volgende meerjarige raming die verwerkt is in onze meerjarenbegroting:
Extra middelen jeugdzorg Dinkelland - volgens commissie van wijzen 0,0947 van totaal
2022 1.538
2023 950
2024 900
2025 850
2026 850
Schrappen oploop opschalingskorting In eerste instantie leek deze aankondiging structureel de nodige (financiële) ruimte voor gemeenten op te leveren. Nadere bestudering van het regeerakkoord wijst echter uit dat het gaat om het schrappen van de oploop en niet om het daadwerkelijk afschaffen van deze korting. Voor de gemeente Dinkelland betekent dit in financiële zin het volgende:
2022 schrappen oploop opschalingskorting
2023 485
2024 650
2025 820
2026 0
Het schrappen van de oploop voor het jaar 2022 is reeds opgenomen in de vastgestelde begroting 2022. De moeilijkheid voor gemeenten zit in het feit dat op grond van de huidige informatie de opschalingskorting niet structureel is afgeschaft en gemeenten er dus vanuit moeten gaan dat de reeds geraamde korting in 2026 weer volledig moet worden opgevangen. Accres In het regeerakkoord wordt een indicatie gegeven van (de omvang van) het accres. Er wordt echter ook aangegeven dat er tal van ontwikkelingen zijn die maken dat (de omvang van) het accres nog alle kanten op kan. Het college kiest ervoor om de mei/junicirculaire 2022 af te wachten en het accres voorlopig nog p.m. te ramen. Overige dossiers medeoverheden In het regeerakkoord is een meerjarige reeks met middelen opgenomen onder de noemer “overige dossiers medeoverheden”. Inmiddels is bekend geworden dat het deel dat bedoeld is voor gemeenten betrekking heeft op de invoeringskosten Omgevingswet. We hebben deze incidentele uitvoeringskosten inmiddels via een separaat raadsvoorstel beschikbaar gesteld via de algemene reserve wat betekent dat de vergoeding via het regeerakkoord voor vier jaar lang als meevaller op de meerjarenbegroting kan worden aangemerkt.
Herverdeling effecten herijking gemeentefonds Eind december 2021 (dus na vaststelling van de begroting 2022) zijn de laatste cijfers over de herverdeeleffecten van de herijking gemeentefonds gepubliceerd. In deze publicatie heeft het Rijk een aantal onvolkomenheden, waar ze door een groep gemeenten uit het noorden van het land op werd gewezen, aangepast. Dit leverde een verschuiving op van de eerder gepubliceerde
10
herverdeeleffecten. In de vastgestelde begroting 2022 van Dinkelland is uitgegaan van een herverdeel nadeel van € 15 per inwoner. Aan de hand van de laatste publicatie blijkt dat de gemeente Dinkelland niet langer een nadeelgemeente is maar zelf een gemeente met een klein voordeel van € 5 per inwoner. Aangezien de besluitvorming over dit onderwerp (met als ingangsdatum 1 januari 2023) nog moet plaatsvinden door het nieuwe kabinet, lijkt het voorsorteren op een voordeel niet verstandig. Wel kan overwogen worden niet langer rekening te houden met een nadeel van € 15 maar uit te gaan van een budgettair neutraal verloop. Dit geeft voor de gemeenten Dinkelland het volgende beeld: Herverdeeleffect herijking gemeentefonds verwerkt in begroting 2022 - € 15 per inwoner Aanpassen naar geen voordeel of nadeel Voordeel
2022 0 0 0
2023 -390 390
2024 -390 390
2025 -390 390
2026 -390 390
Verbonden partijen In de raadsvergadering van 31 mei 2022 zijn de begrotingen van de verschillende verbonden partijen behandeld. De financiële effecten hiervan nemen we in meerjarig perspectief mee in deze financiële tussenrapportage. Noaberkracht – teruggave reserve De jaarrekening 2021 van Noaberkracht is vastgesteld door het bestuur en behandeld in de raadsvergadering van 31 mei 2022. Belangrijk punt uit deze jaarverantwoording 2021 van Noaberkracht is het terugbetalen van het surplus op de reservepositie binnen Noaberkracht aan de beide gemeenten. Het aandeel van de gemeente Dinkelland hierin bedraagt € 194.000. Noaberkracht – begroting 2023 en doorwerking 2023 De begroting 2023 van Noaberkracht is vastgesteld door het bestuur en behandeld in de raadsvergadering van 31 mei 2022. Aangezien het een beleidsarme begroting betreft worden de deelnemende gemeenten conform afspraak alleen geconfronteerd met hogere kosten als gevolg van loon- en prijsaanpassingen. Hiervoor kennen we binnen de gemeentebegroting van Dinkelland stelposten die kunnen worden ingezet. De nog resterende stelpost voor het jaar 2022 bleek niet voldoende om de doorwerking vanuit Noaberkracht op te kunnen vangen wat een tegenvaller in het jaar 2022 betekent van € 73.000. Noaberkracht – huur en verhuur buitendienst.
Met ingang van 2022 wordt de gemeentewerf in Ootmarsum en de drie dislocaties (Weerselo, Denekamp en Tubbergen) niet langer om niet gebruikt door Noaberkracht maar zal Noaberkracht ook hier een marktconforme huur voor betalen welke conform de vaste verdeelsleutel, vastgelegd in het Verrekenmodel Tubbergen Dinkelland, in rekening wordt gebracht door beide gemeenten. Deze verrekening worden in de loop van het jaar 2022 verwerkt in de begrotingen van de drie bedrijven en dus ook die van Dinkelland. Noaberkracht – werken bij Noaberkracht, uitbreiding helpdesk en thuiswerkvergoeding In december 2021 heeft het bestuur van Noaberkracht het besluit genomen om het werken bij Noaberkracht verder uit te rollen en te faciliteren. Hierbij moet gedacht worden aan het verstrekken van laptops en mobiele telefoons, de ondersteuning daarvan via de helpdesk, het faciliteren en optimaliseren van thuiswerkplekken, het verder digitaliseren van de vergadertechnieken, en het verstrekken van thuiswerkvergoedingen. Een deel van deze kosten werden opgevangen binnen Noaberkracht (bestaande budgetten en herschikking) maar voor een deel wordt een beroep gedaan op de beide deelnemende gemeenten. Hierbij moet worden opgemerkt dat het verstrekken van de thuiswerkvergoeding een cao afspraak is waarvoor gemeenten naar verwachting ook (deels) worden gecompenseerd.
Noaberkracht – uitbreiding gemeentewerf Door de toevoeging van de SPD vijf jaar geleden en de toevoeging van Soweco NV dit jaar ontstaat ruimte te kort op de gemeentewerf in Ootmarsum. Er is met name te weinig ruimte voor het materieel (de voertuigen). Hierdoor ontstaat het risico van een te volle gemeentewerf, te weinig ruimte om voertuigen te stallen en om te manoeuvreren. Door ruimtegebrek kunnen tevens onveilige situaties voor medewerkers ontstaat (te weinig vrije loopruimte en/of gescheiden routes lopen en groot materieel). Daarnaast is er te weinig ruimte voor voorraad en opslag van bijvoorbeeld plantmateriaal zoals bomen. De afgelopen jaren is hiervoor als nood een stuk industrieterrein achter de werf gebruikt. 11
Dit is wegens bebouwing niet meer mogelijk en maakt het een urgent probleem. De noodzaak voor uitbreiding was er met de komst van de SPD vijf jaar geleden al, maar wordt nu met de komst van Soweco NV nog urgenter. Een oplossing zou zijn het aankopen van een terrein achter de gemeentewerf. Dit terrein is ongeveer 1500 m2 groot en zou voldoende zijn. Een deel kan dan gebruikt worden voor het inkuilen van plantmateriaal en een deel voor de stalling van voertuigen. Voor de stalling van voertuigen zal er een overkapping gebouwd moeten worden. De kosten hiervan (aankoop grond, aanleg verharding en een aanbouw overkapping worden ingeschat op € 212.500. De huurprijs (die in rekening wordt gebracht bij Noaberkracht) bedraagt naar verwachting € 28.000 per jaar. Overige kleine verschillen Het betreft hier meerdere kleine(re) verschillen. 1. Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven en toegelichte mutaties bestaand beleid en deze te verwerken in het herziene meerjarige saldo. 5.4 Herzien meerjarig saldo Rekening houdend met de verschillende mutaties bestaand beleid zoals hiervoor beschreven en toegelicht ontstaat het volgende beeld van het herziene meerjarige saldo: Herzien meerjarig saldo Dinkelland Herzien meerjarig saldo begroting 2022 Totaal mutaties bestaand beleid Herzien meerjarig saldo na mutaties bestaand beleid
2022 568 568
2023 443 1.341 1.784
2024 282 1.206 1.488
2025 675 1.323 1.998
2026 1.317 -72 1.245
Voor de duidelijkheid en om in samenvattende zin wat inzicht te krijgen volgt hierna in beknopte zin een overzicht van zaken die wel en niet zijn verwerkt in dit herziene meerjarige saldo: De (resterende) taakstelling uitvoeringsplan Sociaal domein is volledig ingevuld. Het dividend Cogas halveert met ingang van het jaar 2026. De (resterende) structurele stelpost Corona is volledig ingezet. Een eerste doorrekening van de (financiële) gevolgen van het regeerakkoord is verwerkt waaronder: o Het schrappen van de oploop van de opschalingskorting. Zoals in de toelichting is te lezen en zoals ook valt af te leiden uit de tabel betreft het hier geen volledige afschaffing zodat gemeenten met ingang van het jaar 2026 worden geconfronteerd met een forse tegenvaller. o De extra middelen voor de jeugdzorg nemen we voor 75% mee in onze meerjarenbegroting. o Uitvoeringskosten Omgevingswet. o Het acress is (nog) niet meegenomen. Dit vooral omdat er nog tal van onzekerheden spelen die een effect kunnen hebben op de rijksbegroting en dus ook op de hoogte van het gemeentefonds (samen de trap op / samen de trap af).
Als voorbeelden noemen we: De (gevolgen van de) oorlog in Oekraïne De hoge inflatie en dan met name de kosten van energie De (oplopende) rente We zijn samen met andere gemeenten en onder leiding van de VNG bezig het Rijk te bewegen tot meer meerjarige financiële duidelijkheid De herverdeeleffecten van de herijking van het gemeentefonds lijken aan de hand van de laatste informatie wat minder nadelig uit te pakken dan eerder werd verwacht en in de begroting 2022 is verwerkt. In dit herziene meerjarige saldo wordt uitgegaan van een budgettair neutraal verloop waar in de begroting 2022 nog werd uitgegaan van een nadeel van € 15 per inwoner. Het voordeel van € 390.000 is verwerkt. 2. Voorgesteld wordt in te stemmen met het herziene meerjarige saldo en het voordelige saldo van de jaarschijf 2022 ten bedrage van € 568.000 te storten in de algemene reserve.
12
De aangegeven meerjarige bedragen vormen de basis (het beginpunt) voor de financiële paragraaf van het collegeakkoord.
5.5 Specifieke mutaties In deze paragraaf staan we stil bij ontwikkelingen die verder gaan dan het bestaande (dus vastgestelde) beleid maar wel degelijk omvangrijke financiële consequenties (kunnen) hebben en ook zeker gezien de politiek bestuurlijke impact de nodige toelichting behoeven. In deze perspectiefnota betreft het de stelpost Corona. Corona Zoals we hebben toegezegd komen we in elk van onze P&C-documenten met een voortgang en actualisatie van de stelpost Corona. Dit doen we dus ook in deze perspectiefnota. Hierbij nemen we de eindstand van de stelpost Corona uit de jaarverantwoording 2021 als vertrekpunt. Daarnaast is er in de eerste maanden van het jaar 2022 een beroep gedaan op deze stelpost. Deze mutaties brengen we nu in beeld zodat het meest recente beeld van de stelpost Corona ontstaat.
Stand stelpost Corona uit jaarverantwoording 2021 Bij: Coronasteunpakket Bijzondere Bijstand (sept. 2021) Bij: Coronasteunpakket verkiezingen (dec. 2021) Af: extra kosten verkiezingen Af: huurkorting Podium Af; huurkorting Educatorium Herziene stand
551.000 44.000 55.000 -36.000 -18.000 -3.000 593.000
Zowel in de septembercirculaire 2021 en in de decembercirculaire 2021 heeft het Rijk extra compensatie beschikbaar gesteld voor de gevolgen van corona voor het jaar 2022. Deze extra middelen voegen we zoals met de raad is afgesproken in eerste instantie toe aan de stelpost. Vanuit deze stelpost kan daarna een beroep worden gedaan op deze stelpost om de opgetreden gevolgen van corona het hoofd te bieden. Als gevolg van corona zijn de kosten voor het organiseren van de verkiezingen in 2022 fors hoger geweest. Het college heeft begin 2022 besloten deze meerkosten ten laste te brengen van de stelpost Corona omdat we als gemeente ook gecompenseerd zijn voor deze hogere kosten. De compensatie van het Rijk is zelfs wat hoger dan de gemaakte hogere kosten. Daarnaast heeft het college besloten om huurders van gemeentelijk eigendom een huurkorting te verlenen omdat de betreffende gebruikers als gevolg van de coronamaatregelen van het Rijk hun deuren gesloten moesten houden en omzetverlies hebben geleden. De hierna resterende stelpost Corona bedraagt € 593.000. Het college zou deze stelpost graag reserveren in afwachting van meer duidelijkheid over de gevolgen van corona. Zeker tot dit najaar wil het college deze stelpost reserveren omdat er ook alweer geluiden rondgaan over een mogelijke opleving van het coronavirus.
In het programmajournaal 2022 dat in het najaar 2022 zal verschijnen komt de stelpost Corona opnieuw aan de orde. 3. Voorgesteld wordt om in te stemmen met de aangegeven en toegelichte mutaties op de stelpost Corona en het restant van de stelpost ten bedrage van € 593.000 voorlopig nog te reserveren in afwachting van meer duidelijkheid.
13
5.6 Incidenteel beschikbare middelen waaronder de (belangrijkste) reserves In deze paragraaf zoeken we aansluiting bij de gepresenteerde cijfers uit de begroting 2022. Met deze cijfers als uitgangspunt gaan we daarna de mutaties benoemen en toelichten zodat het meest recente beeld van de incidenteel beschikbare algemene middelen waaronder de (belangrijkste) reserves ontstaat. Zoals aangegeven nemen we cijfers uit de begroting 2022 als vertrekpunt.
Beschikbare algemene incidentele middelen - stand begroting 2022 - Weerstandcapaciteit ratio 1,4 (algemene reserve en reserve grondbedrijf) - Extra weerstandsvermogen Sociaal Domein - Prrogrammagelden duurzaamheid (inclusief energietransitie) - Project- en procesgelden maatschappelijk vastgoed in relatie tot demografie - Project- en procesgelden inbreiding voor uitbreiding - Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen Totaal Beschikbare algemene incidentele middelen
miljoen € 5,46 0,34 1,39 0,06 0,58 14,38 22,21
Algemene reserve Rekening houdend met een aantal mutaties op grond van bestaand beleid (grondexploitaties) en een aantal specifieke raadsbesluiten ontstaat het volgende beeld van de algemeen reserve:
Stand algemene reserve volgens begroting 2022 Bij: resultaten grondexploitaties 2021 Bij: voordelig resultaat septembercirculaire 2021 Bij: voordelig resultaat jaarverantwoording 2021 Bij: voordelig resultaat jaar 2022 uit perspectiefnota 2022-2026 Herziene stand algemene reserve Benodigd weerstandsvermogen ratio 1,4 (€ 3.900.000) surplus
5.460.000 62.000 276.000 1.333.000 568.000 7.699.000 5.460.000 2.239.000
De mutaties op de algemene reserve spreken voor zich, waardoor geen nadere toelichting hoeft te worden gegeven. Rekening houdend met het benodigde weerstandsvermogen gebaseerd op de, door de gemeenteraad vastgestelde, ratio van 1,4 moet de algemene reserve minimaal € 5.460.000 bedragen. Het meerdere (het zogenaamde surplus) kan worden onttrokken aan de algemene reserve en worden gestort in de reserve Incidenteel beschikbare algemene middelen.
4. Voorgesteld wordt in te stemmen met de mutaties op de algemene reserve en het hierdoor ontstane surplus ten bedrage van € 2.239.000 te onttrekken aan de algemene reserve en te storten in de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.
Extra weerstandsvermogen Sociaal domein In de begroting 2022 hadden we nog de beschikking over een bedrag aan extra weerstandsvermogen Sociaal domein van € 340.000. In de onlangs vastgestelde jaarverantwoording hebben we voor een bedrag van € 35.000 een beroep moeten doen op dit extra weerstandsvermogen. Dit had te maken met het feit dat in 2021 niet de gehele taakstelling op het Uitvoeringsplan Sociaal domein was ingevuld. Op zichzelf niet vreemd omdat deze reserve ook bedoeld is om eventuele faseringsverschillen in de realisatie van het Uitvoeringsplan Sociaal domein en de daaraan gekoppelde taakstelling te kunnen opvangen. Nu de taakstelling uitvoeringsplan Sociaal domein meerjarig en structureel kan worden ingevuld (zie mutaties bestaand beleid) komt ook de noodzaak voor dit stuk extra weerstandsvermogen te vervallen. Voor de reguliere risico’s binnen het Sociaal domein beschikken we immers over het weerstandsvermogen in de algemene reserve. Dit betekent
14
dat dit extra weerstandsvermogen ten bedrage van € 305.000 (€ 340.000 -/- € 35.000) kan komen te vervallen en kan worden toegevoegd aan de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen. 5. Voorgesteld het extra stuk weerstandsvermogen Sociaal domein ten bedrage van € 305.000 te laten vervallen en toe te voegen aan de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.
Programma- en projectgelden Deze waren bedoelt voor de ambities uit de vorige coalitieperiode. Feitelijk zouden deze nu moeten vrijvallen zodat het geld beschikbaar komt voor de (werkbudgetten van de) nieuwe ambities. Een aantal van deze budgetten laten we nu vrijvallen (zie reserve incidenteel beschikbare algemene middelen). De resterende programma- en projectgelden alsmede enkele resterende werkbudgetten betrekken we bij het opstellen van het programmajournaal 2022. Reserve Incidenteel beschikbare algemene middelen (RIBAM)
Stand Ribam volgens begroting 2022 Af: Ijslands preventiemodel Af: verzelfstandiging Hoge Vonder Bij: vrijval budget cultuur corona Bij: overige vrijval van kleinere budgetten Bij: surplus algemene reserve Af: plan van aanpak omgevingswet Herziene stand Aanvullende mutaties Bij: "oude"reserve Agenda voor Twente Bij"budget grensoverschrijdende samenwerkingen Bij: restant budget inbreiding voor uitbreiding Bij: project en procesgelden maatschappelijk vastgoed i.r.t. demografie Bij: extra weerstandsvermogen Sociaal Domein Bij: restant budget programmagelden duurzaamheid en energietransitie Af: incidentele kosten omgevingswet t.l.v. reserve Af: Openlucht Museum Ootmarsum Herziene stand
14.380.000 -37.000 -712.000 54.000 102.000 2.239.000 -440.000 15.586.000 600.000 90.000 500.000 59.000 305.000 1.300.000 -320.000 -1.300.000 16.820.000
Toelichting op mutaties RIBAM Zoals hiervoor onder het “kopje” Programma en projectgelden is aangegeven vallen enkele bestaande budgetten vrij en worden met de nieuwe ambities uit het raadsakkoord en collegeakkoord nieuwe programma gelden en werkbudgetten beschikbaar gesteld. Met de gewijzigde financiering en dekking van Twente Board Development kan ook de nog bestaande reserve Agenda voor Twente komen te vervallen. Het betreft hier een eerste grofmazige scan en aframing van bestaande programmagelden en werkbudgetten. In het programmajournaal 2022 komt het college met een volledig beeld van de resterende programmagelden en werkbudgetten.
6. Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven (en toegelichte) mutaties op de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.
15
6. Financiële paragraaf collegeakkoord gemeente Dinkelland 2022-2026 De financiële vertaling van de inzet en acties uit het collegeakkoord levert het volgende beeld op: omschrijving nieuw beleid / intesiveringen van beleid Buitengebied in balans - naar een toekomstbestendige agrarische sector: werkbudget (4 jaar € 100.000) - ons unieke landschap + onze natuur worden geborgd: werkbudget (4 jaar € 25.000) Gezondheid - werkbudget (4 jaar € 50.000) - kernondersteuner - eenmalige subsidie mantelzorg (50K via rijksvergoeding)) - sportconsulent - leefbaarheidsfonds Leefomgeving v.d. toekomst - duurzaamheid - Duurzaamheid - programmagelden - werkbudget (4 jaar € 50.000) - programma duurzaamheid (geprioriteerd nieuw beleid uit de begroting 2022) - capaciteit - uitvoeringskosten Leefomgeving v.d.
toekomst - leefbare kernen - werkbudget (4 jaar € 100.000) - versterking Toerisme (4 jaar € 70.000) - samenwerking centrumondernemers - werkbudget mogelijkheden bedrijfsuitbreiding - projecten ontplooing grensregio's Organisatieontwikkeling - Democratische vernieuwing en SLGW - communicatie en SLGW - bestendigen - Digitalisering - betrouwbare, transparante en open overheid (informatieveiligheid) - Digitalisering - digitale dienstverlening - Strategische capaciteit en arbeidsmarkt Bestuur en Middelen - Communicatie - inzet gemeentepagina - opstellen sociaal media strategie - geen extra OZB verhoging - OZB maatschappelijke instellingen (geprioriteerd nieuw beleid uit de begroting 22) - stelpost gevolgen omgevingswet - Mijn Dinkelland 2030 - Twenteboard development (5 jaar) Veiligheid - werkbudget integraal veiligheidsbeleid - uitbreiding handhaving met 1 FTE Noaberkracht - € 65.000 via rijksvergoeding Openbare Ruimte - biodiversiteit (geprioriteerd nieuw beleid uit de begroting 2022) - gebiedsgerichte aanpak verhoging onderhoud (4 jaar exra investeren Hotspots) - faciliteren samenlevingsinitiatieven OPRU - financiele gevolgen opheffen SW op de middellange termijn - Visual Tree Assesment (VTE) / Boomveiliheidscontrole (BVC) - risicoinventarisatie Sociaal Domein - areaalaanpassing en ontwikkelingen sociaal domein - POH GGZ (geprioriteerd nieuw beleid uit begroting 2022) -
Transitiebudget visie sociale zaken - coordinator externe verwijzer Totaal collegeprogramma
inc.
2022
2023
2024
2025
2026
120
210
300
300
45
45
45
45
132
132
132
132
136 63
136 63
136 63
136 63
100
100
100
100
15
15
15
15
70 50
70 50
70 50
70 50
90
90
90
90
12
25
50
75
225 115
225 115
225 115
225 115
52 1.225
52 1.328
52 1.443
52 1.468
400 100 200 50
150 1500 200
800 400 280 30 20 50
63 28 200 15
200 1.240 25
320 100 100 225 100 6.493
303
De onderbouwingen van de verschillende posten zijn gebaseerd op de inzet en de acties zoals opgenomen in het collegeakkoord 2022-2026 met daaronder op onderdelen het overdrachtsdocument. 7. Voorgesteld wordt in te stemmen met de financiële vertaling van de inzet en acties uit het collegeakkoord 2022-2026 en deze te verwerken in het herziene meerjarige saldo en het totaal bedrag aan incidentele investeringen en intensiveringen van € 6.796.000 (€ 6.493.000 +/+ 303.000) te onttrekken aan de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen. 16
6.1 herzien meerjarig saldo na verwerking collegeakkoord Rekening houdend met de financiële vertaling van de inzet en acties uit het collegeakkoord ontstaat het volgende beeld van het herziene meerjarige saldo: 2022 Herzien meerjarig saldo Dinkelland bestaand beleid financiele vertaling collegeakkoord - te onttrekken aan reserve (Ribam) Herzien meerjarig saldo na vertaling collegeakkoord
-0 -303 303 -0
2023 1.784 -1.225 559
2024 1.488 -1.328 160
2025 1.998 -1.443 555
2026 1.245 -1.468 -223
Het nadelige saldo over het jaar 2022 ten bedrage van € 303.000 wordt aangemerkt als incidenteel en wordt onttrokken aan de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen. Dat het meerjarige perspectief in 2026 een nadelig saldo laat zien acht het college verantwoord omdat de financiële vertaling van het regeerakkoord van Rutte IV nog een aantal nader uit te werken punten bevat. In het financiële hoofdstuk is het college behoedzaam omgegaan met deze, door het kabinet, uit te werken punten zoals de opschalingskorting, herverdeeleffecten herijking gemeentefonds en de groei van de algemene uitkering (het accres). Het college verwacht in de loop van het jaar 2022 meer duidelijkheid over deze, nog uit te werken, punten zodat deze kunnen worden meegenomen bij het opstellen van de begroting 2023 (inclusief de meerjarenbegroting 2024-2026). Uitgangspunt van het college is dat deze begroting 2023 een sluitende meerjarenbegroting kent. Het totaal van de incidentele kosten ten bedrage van € 6.796.000 (€ 6.493.000 +/+ € 303.000) kan gedekt worden door een beroep te doen op de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen (RIBAM). Hierna resteert nog een bedrag van ruim € 10 miljoen in deze reserve.
Naast de middelen in de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen (RIBAM) die vrij besteedbaar zijn beschikt de gemeente Dinkelland over een algemene reserve (het weerstandsvermogen). Deze reserve is bedoeld om risico’s op te vangen en bedraagt op dit moment € 5,46 miljoen wat overeenkomt met een ratio van 1,4 (ruim voldoende). Eerder in dit financiële hoofdstuk is de meest recente stand en het verloop van deze reserves opgenomen.
17