Ootmarsum, Eerste Stegge 8_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Ootmarsum, Eerste Stegge 8
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld NL.IMRO.1774.OOTBPEERSTESTEGGE8VG01
Ootmarsum, Eerste Stegge 8
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer
5 5 5 6 6 8
Hoofdstuk 2 Huidigesituatie 2.1 Huidige situatie plangebied
9 9
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Gewenste ontwikkeling 3.2 Verkeer en parkeren
11 11 12
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid
13 13 15 24 24
Hoofdstuk 5
31
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8
Milieu-en omgevingsaspecten
Geluid Bodemkwaliteit Luchtkwaliteit Externe veiligheid Milieuzonering Ecologie Archeologie & cultuurhistorie Besluit milieueffectrapportage
31 31 32 32 34 35 36 38
Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf
41 41 41
Hoofdstuk 7 Juridischeaspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels
43 43 43 44
Hoofdstuk 8
45
Economischeuitvoerbaarheid
Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 9.1 Vooroverleg 9.2 Inspraak 9.3 Zienswijzen
2
bestemmingsplan Ootmarsum, Eerste Stegge 8
47 47 47 47
Toelichting
bestemmingsplan Ootmarsum, Eerste Stegge 8
3
4
bestemmingsplan Ootmarsum, Eerste Stegge 8
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op een bedrijfsperceel en een onbebouwd agrarisch perceel aan de Eerste Stegge te Ootmarsum, in de gemeente Dinkelland. Kadastraal staan de percelen bekend als gemeente Ootmarsum, sectie C, perceelnummers 2005, 2059 (deels) 2217 en 2794 (hierna: plangebied). Ter plaatse van de percelen 2005 en 2794 bevindt zich Autobedrijf Heisterkamp. Het autobedrijf is gevestigd aan de Eerste Stegge 8. Het autobedrijf biedt momenteel werkgelegenheid aan ruim 30 personen. Jaarlijks worden er meer dan 2.000 auto's verhandeld die de weg vinden naar klanten in heel Nederland. Vanwege de forse groei van de bedrijfsactiviteiten is er dringende behoefte aan ruimte om de te verkopen auto's te stallen. Daarom heeft holdingsmaatschappij Wiefferink Auto's, waar Autobedrijf Heisterkamp onderdeel van uitmaakt, de agrarische gronden binnen het plangebied aangekocht met het voornemen om hier auto's te stallen. Voorliggende ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan "Buitengebied 2010", aangezien de gronden ten behoeve van de uitbreiding een agrarische bestemming hebben. Voor het realiseren van het parkeerterrein is een uitbreiding van de bedrijfsbestemming gewenst. De gemeente Dinkelland heeft op 9 november 2021 aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan de voorliggende ontwikkeling.
Hieraan zijn wel een aantal voorwaarden verbonden. Aangezien er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient ten eerste de ontwikkeling te worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking, waarin wordt aangetoond dat er behoefte is aan de ontwikkeling en dat er niet in deze behoefte kan worden voorzien in bestaand stedelijk gebied. Ten tweede dient de uitbreiding te worden bestemd zonder bouwvlak zodat er geen extra bebouwingsmogelijkheden worden geboden. Ten slotte dient de ontsluiting plaats te vinden via de bestaande ontsluiting op de Eerste Stegge. Voorliggend bestemmingsplan toont aan dat de ontwikkeling in overeenstemming is met bovenstaande voorwaarden. Dit bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch-planologisch kader om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, waarbij wordt aangetoond dat de ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is en in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied ligt in deels op het bedrijventerrein Ootmarsum en deels in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Ootmarsum weergegeven. Het plangebied is aangeduid met de rode ster en rode contour.
bestemmingsplan Ootmarsum, Eerste Stegge 8
5
Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied t.o.v. de kern Ootmarsum (Bron: PDOK)
1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Ootmarsum, Eerste Stegge 8" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (NL.IMRO.1774.OOTBPEERSTESTEGGE8-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen); deze toelichting (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4 Huidig planologisch regime 1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen "Bedrijventerrein Ootmarsum" en "Bestemmingsplan Buitengebied 2010". Deze bestemmingsplannen zijn op respectievelijk 24 april 2014 en 18 februari 2010 vastgesteld door de gemeenteraad van Dinkelland. Daarnaast zijn het "Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland" (vastgesteld op 29 mei 2018) en het "Paraplubestemmingsplan kernen gemeente Dinkelland" (vastgesteld op 5 juli 2021) van toepassing. 1.4.2
Bestemmingen
Op basis van het vigerende planologische regime is het plangebied voorzien van de enkelbestemmingen 'Agrarisch - 1', 'Bedrijventerrein' en 'Groen'. De gronden die zijn voorzien van de enkelbestemming 'Bedrijventerrein' zijn voorzien van een bouwvlak met maatvoering. Binnen dit bouwvlak mag worden gebouwd tot een maximum bouwhoogte van 10 meter. Daarnaast geldt ter plaatse van deze enkelbestemming de functieaanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2'. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende planologisch regime opgenomen. Het plangebied is hierin indicatief aangeduid met de rode contour. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar dit bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding. Hierna wordt nader op de geldende bestemmingen ingegaan.
6
bestemmingsplan Ootmarsum, Eerste Stegge 8
Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding geldend planologisch regime (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) 'Agrarisch - 1' Een deel van het plangebied is op basis van het "Bestemmingsplan Buitengebied 2010" voorzien van de enkelbestemming 'Agrarisch - 1'. Deze gronden zijn bestemd voor agrarisch gebruik. 'Bedrijventerrein' De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven genoemd in Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2' uitsluitend een bedrijf tot en met categorie 3.2 is toegestaan, met daaraan ondergeschikte parkeervoorzieningen. 'Groen' De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor groenvoorzieningen, in- en uitritten en parkeervoorzieningen. Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen het bedrijfsmatig gebruiken van de gronden. 1.4.3
Strijdigheid
De voorliggende ontwikkeling voorziet in het uitbreiden van de bedrijfsbestemming behorende bij het autobedrijf aan de Eerste Stegge 8 ten behoeve van een parkeerterrein. De uitbreiding vindt formeel plaats binnen het buitengebied van de gemeente Dinkelland, op gronden die zijn voorzien van de enkelbestemming 'Agrarisch - 1'. Deze gronden mogen niet worden aangewend ten behoeve van bedrijfsmatig gebruik, waardoor een herziening van het bestemmingsplan is benodigd. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste planologische kaders waarmee de gewenste ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt.
bestemmingsplan Ootmarsum, Eerste Stegge 8
7
1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een omschrijving van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Dinkelland beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue en hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 9 in op het vooroverleg.
8
bestemmingsplan Ootmarsum, Eerste Stegge 8
Hoofdstuk 2
Huidige situatie
2.1 Huidige situatie plangebied Het plangebied ligt in het noordoosten van de kern Ootmarsum. Het noordelijke deel van het plangebied bestaat uit de gronden behorende bij Autobedrijf Heisterkamp, welke is gelegen op het bedrijventerrein Ootmarsum. Het zuidelijke deel van het plangebied betreft een onbebouwd agrarisch perceel welke zich in het buitengebied van de gemeente Dinkelland bevindt. De directe omgeving van het plangebied bestaat ten noorden uit bedrijven die op het bedrijventerrein zijn gevestigd. Ten westen/zuidwesten bevindt zich de woonkern van Ootmarsum. Hier bevinden zich dan ook voornamelijk woonpercelen. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich een hotel. Ten oosten bevinden zich voornamelijk agrarische (bedrijfs)percelen. In afbeelding 2.1 is middels twee luchtfoto's de huidige situatie van het plangebied en de directe omgeving aangegeven. Autobedrijf Heisterkamp is indicatief aangeduid met de gele contour, de beoogde uitbreiding van het autobedrijf is aangegeven met de rode contour.
Afbeelding 2.1: Luchtfoto huidige situatie plangebied en de directe omgeving (Bron: PDOK, bewerkt) Het plangebied zelf bestaat uit een bedrijfsgebouw en een verhard terrein waar de te verkopen auto's worden gestald. Het onbebouwd perceel ten zuiden van dit autobedrijf heeft een oppervlakte van circa 6.850 m². Dit stuk grond is recentelijk aangekocht door de holdingsmaatschappij Wiefferink Auto's, waartoe het Autobedrijf Heisterkamp toebehoort. In afbeelding 2.2 is een straatbeeldfoto van het onbebouwde perceel opgenomen.
bestemmingsplan Ootmarsum, Eerste Stegge 8
9
Afbeelding 2.2: Straatbeeldfoto beoogde uitbreiding Autobedrijf Heisterkamp (Bron: Google Streetview)
10
bestemmingsplan Ootmarsum, Eerste Stegge 8
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving
3.1 Gewenste ontwikkeling Autobedrijf Heisterkamp is een onderdeel van Wiefferink Auto's. Wiefferink Auto's heeft 3 werkmaatschappijen in de gemeente Dinkelland, waaronder Autobedrijf Heisterkamp, en biedt werkgelegenheid aan ruim 30 personen. Via de drie werkmaatschappijen worden er jaarlijks meer dan 2.000 auto's verhandeld. Zoals in de aanleiding reeds is benoemd, heeft Autobedrijf Heisterkamp dringend behoefte aan stallingsruimte voor de verkoop van auto's. Het huidige bedrijventerrein biedt vanwege groeiende activiteiten niet voldoende ruimte om de bedrijfsactiviteiten optimaal uit te kunnen voeren. Vanwege het gebrek aan ruimte heeft holdingsmaatschappij Wiefferink Auto's recentelijk een stuk grond ten zuiden van het autobedrijf aangekocht, met het voornemen om er auto's te stallen. In afbeelding 3.1 is de inrichtingstekening van het perceel opgenomen. De originele inrichtingstekening is tevens als Bijlage 1 opgenomen bij dit bestemmingsplan.
Afbeelding 3.1: Inrichtingstekening parkeerterrein (Bron: Borgerink groendesign) Het parkeerterrein wordt landschappelijk ingepast middels de aanplant van een 50 meter lange struweelhaag ten zuiden van het parkeerterrein. Aan de oostzijde van het parkeerterrein wordt verder een haag van 80 meter aangeplant. In combinatie met de bestaande houtsingel ten westen van het parkeerterrein wordt het terrein daarmee volledig afgeschermd van de omgeving. Ten behoeve van de waterberging die benodigd is als gevolg van de extra verharding wordt ten slotte een natuurlijke laagte met een overloop naar een te ontgraven ontwateringssloot gerealiseerd. Deze twee elementen komen ten zuiden en ten zuidoosten van het parkeerterrein. bestemmingsplan Ootmarsum, Eerste Stegge 8
11
3.2 Verkeer en parkeren De voorliggende ontwikkeling voorziet in de aanleg van een parkeerterrein ter plaatse van een onbebouwd agrarisch perceel, waarmee ruimte wordt gemaakt voor 163 auto's. De ontwikkeling brengt op zichzelf geen extra parkeerbehoefte met zich mee, maar voorziet juist in een reeds aanwezige parkeerbehoefte vanwege de groei van Autobedrijf Heisterkamp. Verder wordt opgemerkt dat de ontwikkeling met name is bedoeld voor de stalling van auto's en daarmee geen verkeersaantrekkende werking heeft. Het grootste deel van de verkeersbewegingen zal met name in het plangebied zelf plaatsvinden. Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt dan ook geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.
12
bestemmingsplan Ootmarsum, Eerste Stegge 8
Hoofdstuk 4
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald in de verbeelding en in de regels.
4.1 Rijksbeleid 4.1.1
NationaleOmgevingsvisie(NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte;
bestemmingsplan Ootmarsum, Eerste Stegge 8
13
2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Toetsing van het initiatiefaan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 4.1.2.2 Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op de realisatie van een parkeerterrein is onder meer de overzichtsuitspraak ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in een stedelijke voorziening met een ruimtebeslag van meer dan 500 m², er in beginstel sprake is van een stedelijke ontwikkeling en er getoetst moet worden aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van een parkeerterrein met een oppervlakte van circa 4.600 m², waarmee zondermeer sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Hierna wordt de ontwikkeling dan ook getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking, waarin wordt ingegaan op de behoefte (trede 1) en waarom deze behoefte niet in bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen (trede 2).
Behoefte In voorliggend geval is sprake van een uitbreiding van een bestaand bedrijfsperceel met circa 4.600 m². Deze uitbreiding is noodzakelijk voor het Autobedrijf Heisterkamp om de werkzaamheden te kunnen continueren. Het bestaande bedrijfsperceel is door de groei van het bedrijf namelijk te klein voor de beoogde activiteiten en het bedrijf is dringend op zoek naar ruimte om de te verkopen auto's te kunnen stallen. Er is in voorliggend geval dan ook sprake van concrete behoefte aan de uitbreiding van bouwmogelijkheden. Binnenof buiten bestaand stedelijk gebied De uitbreiding wordt gerealiseerd ten behoeve van de behoefte van een bestaand autobedrijf, welke is gelegen binnen het stedelijk gebied. De uitbreiding is echter gelegen in het buitengebied van de gemeente Dinkelland en vindt daarmee plaats buiten het stedelijk gebied. Het is echter niet wenselijk en realistisch de uitbreiding elders 14
bestemmingsplan Ootmarsum, Eerste Stegge 8
te realiseren. Het bedrijf bevindt zich namelijk op de rand van het bedrijventerrein en is ingeklemd tussen de Eerste Stegge ten noorden en ten westen en ten oosten door andere bedrijven. De enige mogelijke en logische uitbreidingsrichting is zuidelijk gericht, op gronden die tot het buitengebied behoren. Volledige verplaatsing naar een locatie elders (bijv. een ander bedrijventerrein) is eveneens niet realistisch, dit vanwege de goede staat van de bedrijfsbebouwing en de forse investeringen die de afgelopen jaren op de locatie zijn gedaan. Verplaatsing van het bedrijf betekent gelet hierop kapitaalvernietiging en brengt onevenredige bedrijfseconomische gevolgen met zich mee. Bovendien is er op het bedrijventerrein van Ootmarsum ook geen ruimte om het bedrijf te huisvesten, gezien het bedrijventerrein nagenoeg volledig in gebruik is. Verplaatsing naar een andere kern is ook geen optie, gezien het bedrijf lokaal geworteld is en fors bijdraagt aan de plaatselijke economie en werkgelegenheid. Gezien de opzet van het bedrijf in relatie tot het beoogde doel van de uitbreiding is het realiseren van het parkeerterrein ten zuiden van het bestaande bedrijf het meest voor de hand liggend. Het plan voldoet hiermee aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 4.1.3
Conclusietoetsing aan het rijksbeleid
Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.
4.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.1
OmgevingsvisieOverijssel
De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. 4.2.2
OmgevingsverordeningOverijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3
UitvoeringsmodelOmgevingsvisieOverijssel
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving.
bestemmingsplan Ootmarsum, Eerste Stegge 8
15
Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. generieke beleidskeuzes; 2. ontwikkelingsperspectieven; 3. gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hierna nader toegelicht. 4.2.3.1 Of - Generiekebeleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zgn. Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking.
Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.3.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.
4.2.3.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.
16
bestemmingsplan Ootmarsum, Eerste Stegge 8
Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.4
Toetsing van het initiatiefaan het UitvoeringsmodelOmgevingsvisieOverijssel
Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of- Generiekebeleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'generieke beleidskeuzes' blijkt dat met name de artikelen 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) en artikel 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Leefomgeving) van de Omgevingsverordening Overijssel van belang is. Artikel 2.1.3, lid 1 Principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied.
In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel In voorliggend geval wordt een bedrijf uitgebreid op gronden die momenteel in gebruik zijn voor agrarische doeleinden. Er is echter redelijkerwijs geen ruimte geschikt voor de uitbreiding van het bedrijf binnen bestaand bebouwd gebied. In paragraaf 4.1.2 bij de toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is dit uitgebreid uitgewerkt. Daarnaast is het meervoudig ruimtegebruik op het bestaand terrein volledig benut, aangezien het bebouwd terrein wordt gebruikt voor het bedrijfspand en het buitenterrein reeds in gebruik is als parkeerterrein. Gelet het vorenstaande wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het principe van
bestemmingsplan Ootmarsum, Eerste Stegge 8
17
zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.4 Toekomstbestendigheid In de toelichting op bestemmingsplannen waarin provinciale belangen in geding zijn wordt aannemelijk gemaakt dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt en die niet bedoeld zijn voor tijdelijk gebruik, toekomstbestendig zijn en dus: de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen; duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden; ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben. Artikel 2.1.5 Ruimtelijkekwaliteit(leden 1, 2, 3 en 5) In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. In het kader van toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd.
In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.4 en 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel De voorliggende uitbreiding voorziet in de permanente realisatie van een parkeerterrein ten zuiden van het autobedrijf aan de Eerste Stegge 8 te Ootmarsum. De uitbreiding is benodigd voor het bedrijf om haar bedrijfsactiviteiten voort te kunnen zetten. Hiermee wordt bijgedragen aan de toekomstbestendigheid van het bedrijf en waarmee het bedrijf nu en in de toekomst economisch kan blijven renderen. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met artikel 2.1.4 van de Omgevingsverordening Overijssel. In deze en volgende paragrafen is uitgebreid gemotiveerd dat de ontwikkeling voldoet aan het uitvoeringsmodel en dat het passend is binnen het ontwikkelingsperspectief ter plaatse. Ook is inzicht gegeven in de vier-lagen benadering van de Catalogus Gebiedskenmerken. De uitbreiding van het bedrijf wordt landschappelijk ingepast door een groene zoom aan de zuid- en westzijde, waar tevens ruimte is voor waterberging.
De totale oppervlakte van deze groene zoom bedraagt circa 922 m2 en wordt tevens als zodanig bestemd. Daarmee is het initiatief in overeenstemming met Artikel 2.1.5 van de omgevingsverordening. Artikel 2.1.6 KwaliteitsimpulsGroene Omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening In de voorgaande paragrafen is aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 2.1.3, 2.1.4 en 2.1.5. De ontwikkeling is benodigd vanwege de sociaaleconomische reden dat de uitbreiding nodig is voor de continuering van de bedrijfsvoering van het autobedrijf aan de Eerste Stegge 8. Het autobedrijf is gevestigd op bedrijventerrein Ootmarsum en de uitbreiding vindt plaats richting het buitengebied.
Middels de uitvoering van het in Bijlage 1 opgenomen inrichtingsplan wordt voorzien in de compensatie van het verlies aan de landschappelijke waarden van het agrarische perceel. De uitvoering van de maatregelen zoals opgenomen in dit ruimtelijk kwaliteitsplan wordt in de regels van dit bestemmingsplan geborgd middels een voorwaardelijke verplichting. Er wordt gesteld dat het initiatief in overeenstemming is met artikel 2.1.6 van de omgevingsverordening. Artikel 2.3.2 Realisatie nieuw bedrijventerrein 1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuw bedrijventerrein als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek bedrijventerreinen. 18
bestemmingsplan Ootmarsum, Eerste Stegge 8
2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen, zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek bedrijventerreinen, voorzien. 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor afspraken bedrijventerreinen van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de afspraken bedrijventerreinen. 4. De behoefte aan nieuw bedrijventerrein zoals bedoeld in lid 1 wordt geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende afspraken bedrijventerrein zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. 5. Wanneer de realisatie van nieuw bedrijventerrein niet past binnen geldende afspraken bedrijventerreinen of wanneer er voor de gemeente geen afspraken bedrijventerreinen gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek bedrijventerreinen waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. 6. In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden.
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.3.2 van de Omgevingsverordening In dit geval gaat het niet om de uitbreiding van bedrijventerreinen in zijn algemeen, maar om de uitbreiding van één bedrijfsperceel, waardoor het bedrijventerrein wordt vergroot. Er is sprake van een actuele behoefte aan deze uitbreiding. Dit is in paragraaf 4.1.2 (toets aan de ladder van duurzame verstedelijking) uitgebreid aan de orde gekomen. Het gaat om de uitbreiding van één reeds gevestigd en lokaal geworteld bedrijf. Het bedrijf is sinds de oprichting in de jaren 90' ter plaatse aanwezig en is lokaal gebonden door de werknemers en de wortels. Een verplaatsing naar elders is zowel sociaal als financieel gezien niet realistisch. Er is geen sprake van invloed op bedrijventerreinen elders in de regio, waardoor afstemming met buurgemeenten niet nodig wordt geacht. In de regio Twente zijn daarnaast afspraken gemaakt onder welke voorwaarden het mogelijk is voor bedrijven die gevestigd zijn op een bedrijventerrein om uit te breiden. Dit wordt in paragraaf 4.3 nader behandeld. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.3.2 van de Omgevingsverordening Overijssel.
4.2.4.2 Waar- Ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot twee verschillende ontwikkelingsperspectieven, te weten: Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken; Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap; In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen. Het plangebied is aangegeven met de rode contour. Hierna op de geldende ontwikkelingsperspectieven ingegaan.
bestemmingsplan Ootmarsum, Eerste Stegge 8
19
Afbeelding 4.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken" De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). 'Wonen en werken in het kleinschaligemixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied.
Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie Overijssel in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. Toetsing van het initiatief aan de 'Ontwikkelingsperspectieven' Allereerst wordt opgemerkt dat het plangebied na de ontwikkeling deel uitmaakt van het bedrijventerrein Ootmarsum, waarbij het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' het meest passend is. Echter zowel binnen de ontwikkelingsperspectieven 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' als 'woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' is er ruimte voor een verscheidenheid aan functies, waaronder (lokaal gewortelde) bedrijvigheid. Door de bedrijfsuitbreiding wordt aan een lokaal geworteld bedrijf een toekomstbestendig perspectief gegeven, wat bijdraagt aan de vitaliteit van de gehele kern Ootmarsum.
Concluderend wordt gesteld dat het initiatief in overeenstemming is met de geldende ontwikkelingsperspectieven.
20
bestemmingsplan Ootmarsum, Eerste Stegge 8
4.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en – opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. In voorliggend geval kan de 'laag van de beleving' buiten beschouwing worden gelaten, aangezien voor het plangebied hier geen specifieke kwaliteitsvoorwaarden voor gelden. 1.
De "Natuurlijkelaag"
De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier ‘van nature’ op vestigt. Deze natuurlijke laag is het resultaat van de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen. Zo zorgden ijs-, wind- en waterstromen in Overijssel voor het ontstaan van een afwisselend landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen en natte laagtes en bepaalden de stroomsnelheden van IJssel, Vecht, Regge of Dinkel waar het fijne (komgronden) en waar het grovere sediment (oeverwallen) werd afgezet. En ontwikkelde veen zich daar, waar het water maar moeilijk weg kon. Het plangebied is op basis van de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met de gebiedstypen 'Dekzandvlakte en ruggen' en 'Beekdalen en natte laagtes'. In afbeelding 4.3 is dit weergegeven.
Afbeelding 4.3: Uitsnede natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) Dekzandvlakteen ruggen De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Beekdalenen natte laagtes Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en bestemmingsplan Ootmarsum, Eerste Stegge 8
21
beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting. Toetsing van het initiatief aan de natuurlijke laag Ten eerste wordt opgemerkt dat het parkeerterrein vrijwel volledig in het landschapstype 'Beekdalen en natte laagtes' wordt gerealiseerd. De provincie Overijssel stuurt in deze gebieden op een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van het watersysteem, de waterkwaliteit en voldoende ruimte voor water. Ter plaatse van het te realiseren parkeerterrein zijn deze waarden niet waarneembaar. Er is dan ook geen sprake van een behoefte aan een beschermende bestemmingsregeling. Opgemerkt wordt dat als onderdeel van het landschapsplan zoals opgenomen in Bijlage 1 ten behoeve van de afwatering van hemelwater een natuurlijke laagte met een overloop naar een te ontgraven ontwateringssloot gerealiseerd. Hiermee wordt een versterking van het watersysteem gerealiseerd. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten uit de 'natuurlijke laag'. 2.
De "Laag van het agrarisch cultuurlandschap"
Het agrarisch cultuurlandschap is bij uitstek een gebruikslandschap. Bij de ontwikkeling ervan hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we het agrarisch cultuurlandschap in de loop van de tijd gaan waarderen. Het heeft als 'consumptielandschap' voor bewoners, recreanten en toeristen nieuwe betekenis gekregen. De landschappelijke structuren zijn belangrijke dragers van de biodiversiteit. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' aangeduid met het gebiedstype 'Maten en flierenlandschap'. In afbeelding 4.4 wordt dit weergegeven.
Afbeelding 4.4: Uitsnede laag van het agrarisch cultuurlandschap' (Bron: Provincie Overijssel) Maten en flierenlandschap Laaggelegen kleinschalig landschap dat zich langs de beken, in de natuurlijke laagten heeft ontwikkeld. Langs de ontwateringssloten haaks op de beek werd vaak hakhout aangeplant. Dit diende tevens als perceelsafscheiding – daar, waar de ontwateringssloot niet altijd watervoerend – was in geval van beweiding. Rond de beek ontstond een lineair landschap, met daaromheen in de natte laagtes een matenlandschap. Kleinschalig landschap langs beken en in laagten met veel variatie in ruimtelijke opbouw: de open ruimte van de watergang, de coulissen van hakhoutstruweel, de open kamers van de hooien weilanden, met hier en daar een broekbos op de nattere plekken. Vloeivelden maakten onderdeel uit van het bemestingssysteem. Het Maten- en Flierenlandschap is veelal de contramal van het essenlandschap en het oude hoevenlandschap en was daar functioneel aan verbonden.
22
bestemmingsplan Ootmarsum, Eerste Stegge 8
Als ontwikkelingen plaats vinden in of nabij het Maten en Flierenlandschap, dan dragen deze bij aan versterking van het historische lineaire landschap met open 'kamers' en coulissen, aan accentuering van de overgang naar hogere gronden, de toegankelijkheid, de beleefbaarheid en het vasthouden van water. Inrichting van nog gave delen richt zich op het behouden van de cultuurhistorische waarden. Toetsing van het initiatief aan de laag van het agrarisch cultuurlandschap De sturing van de provincie in het maten- en flierenlandschap richt zich op de instandhouding van het onbebouwde karakter, de continuïteit van de beekloop, voldoende ruimte voor water en het lineaire landschap met open ‘kamers’ en coulissen. Met de voorliggende ontwikkeling wordt een agrarisch perceel in gebruik genomen ten behoeve van een parkeerterrein. De genoemde waarden van het maten- en flierenlandschap zijn nauwelijks aanwezig, waarmee een beschermende regeling niet nodig is in dit bestemmingsplan. Bij de landschappelijke inpassing conform de in Bijlage 1 opgenomen landschapsmaatregelen is nadrukkelijk rekening gehouden met de ligging van het plangebied in het maten- en flierenlandschap.
Met de keuze van de soorten beplanting die worden ingeplant in de te realiseren struweelhaag is aangesloten bij dit landschapstype, waarmee wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de 'laag van het agrarisch cultuurlandschap'. 3.
De "Stedelijkelaag"
In de stedelijke laag ontstaat de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen. Elke stad of dorp bezit zijn eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteiten. Het plangebied is voor een deel (betreffende het bestaande bedrijf) gelegen in het gebiedstype 'bedrijventerreinen'. In afbeelding 4.5 is dat aangegeven.
Afbeelding 4.5: Uitsnede stedelijke laag (Bron: Provincie Overijssel) Bedrijventerreinen De bedrijventerreinen zijn georganiseerd op basis van uitgegeven kavels aan bedrijven. Het zijn meestal monofunctionele werkgebieden met een 'no nonsense' karakter en vaak krappe openbare ruimtes. De gebieden zijn ingericht en bebouwd op basis van een beperkte set aan kwaliteitsregels. De terreinen zijn veelal volledig gericht op autobereikbaarheid en hermetisch van karakter en liggen los van de woonwijken en het buitengebied. Er zijn veel verschillen in uitstraling en ambitieniveau per terrein. De bebouwing is functioneel, vaak eenvoudig en eenvormig, soms karakteristiek en historisch. Toetsing van het initiatief aan de stedelijke laag De provincie stuurt bij ontwikkeling die plaats vinden op of rond bedrijventerreinen op de versterking van het vitale karakter en de kwaliteit van bedrijventerreinen, aan het verbinden van het terrein met de omgeving en aan versterking van de profilering gericht op onderlinge differentiatie, met respect voor het verstedelijkingspatroon.
bestemmingsplan Ootmarsum, Eerste Stegge 8
23
Voorliggende ontwikkeling voorziet in uitbreidingsmogelijkheden voor een bestaand en lokaal geworteld bedrijf. Door deze uitbreiding wordt enerzijds de vitaliteit van het bedrijventerrein en de kern Ootmarsum in zijn geheel versterkt, aangezien het bedrijf zorgt voor veel werkgelegenheid. Anderzijds wordt de uitstraling van het bedrijventerrein Ootmarsum verbeterd. De ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast, passend bij de gebiedskenmerken en het verstedelijkingspatroon. De ontwikkeling is hiermee in overeenstemming met de stedelijke laag. 4.2.5
Conclusietoetsing aan het provinciaalbeleid
Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.
4.3 Regionaal beleid 4.3.1
RegionaleBedrijventerreinenProgrammeringTwente 2019-2022
4.3.1.1 Algemeen De RBP Twente (Regionale Bedrijventerreinen Programmering) is gebaseerd op het concept en afwegingskader van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het RBP betreft een afsprakendocument met als uitgangspunt om de economie in Twente te versterken. Om juridisch-planologische problemen met de Ladder voor Duurzame verstedelijking, wordt zuinig omgegaan met het toevoegen van hectares met de bestemming bedrijventerrein. Het toevoegen van hectares met de bestemming bedrijventerrein is mogelijk wanneer dit economisch noodzakelijk is. Hiervoor zijn in de RBP Twente 2019-2022 procesafspraken gemaakt. In voorliggend geval wordt een reeds gevestigd bedrijf op een bestaand bedrijventerrein uitgebreid met circa 4.600 m². Hiermee is artikel 4.2.3 uit de RBP Twente 2019-2022 van toepassing. Hieronder wordt dit artikel nader toegelicht. 4.3.1.2 Artikel 4.2.3: Kruimelregelingvoor ondergeschikte uitbreidingvan reeds gevestigde bedrijven Bij ondergeschikte uitbreiding van reeds gevestigde bedrijven geldt een kruimelregeling. De Ladder voor duurzame verstedelijking verzet zich er namelijk niet altijd tegen dat een plan met een goede kwalitatieve onderbouwing toch mogelijk wordt gemaakt in een situatie dat er meer aanbod is dan vraag.
Uitbreiding van bedrijventerreinen is hiervoor toegestaan wanneer: De uitbreiding het gevolg is van een actuele marktvraag; Deze onderbouwd is conform de vereisten vanuit de Ladder voor Duurzame Verstedelijking; Financieel en economisch is aangetoond dat uitbreiding in overig bestaand planaanbod financieel en economisch geen reële optie is; Dat realisatie van de uitbreiding binnen twee jaar na start tervisielegging van het ontwerp bestemmingsplan zal plaatsvinden; en De gemeente aan de overige afspraken omtrent bestaande locaties en plannen voldoet. 4.3.1.3 Toetsing van de ontwikkelingaan de RBP Twente 2019-2022 In paragraaf 4.1.2.2 is de voorliggende ontwikkeling getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Hierin is aangetoond dat de voorgenomen uitbreiding van het reeds gevestigde autobedrijf aan de Eerste Stegge 8 het gevolg is van een actuele marktvraag en dat de uitbreiding niet gerealiseerd kan worden op bestaande gronden binnen het bedrijventerrein Ootmarsum. Uitbreiding op de agrarische gronden is hierin de enige logische optie, temeer ook omdat het bedrijf een lokaal geworteld bedrijf is en fors bijdraagt aan de lokale werkgelegenheid. De realisatie van de uitbreiding zal plaatsvinden binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan.
Gelet op bovenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen uitgangspunten zoals gesteld in het afsprakendocument RBP Twente 2019-2022.
4.4 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de voorgenomen ontwikkeling worden hieronder in willekeurige volgorde behandeld.
24
bestemmingsplan Ootmarsum, Eerste Stegge 8
4.4.1
MijnOmgevingsvisieDinkelland
4.4.1.1 Algemeen De gemeente Dinkelland beschikt over een omgevingsvisie. MijnOmgevingsvisie Dinkelland gaat over de toekomst van de leefomgeving; de visie van samenleving én gemeente. Hierin bouwt men verder op de basis die al in proces van MijnDorp gelegd is. De visie gaat namelijk over leefbaarheid van de kernen én over het buitengebied , gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. De visie geeft aan hoe de gemeente, samenleving en gemeenteraad, willen sturen; wat men wil behouden, versterken en ontwikkelen. Door inbreng van de samenleving is MijnOmgevingsvisie van ons allemaal! MijnOmgevingsvisie gaat in op: 1. 2. 3. 4.
de uitdagingen die op de gemeente afkomen (het verhaal achter de speerpunten); hoe men daarop kan inspelen (speerpunten); hoe plannen die bewoners of ondernemers inbrengen worden afgewogen (stappenplan); welke waarden daarbij belangrijk zijn (waardenkaart).
Mijn Omgevingsvisie gaat uit van vier kernprincipes. Kernprincipes zijn manieren van werken; werkwijzen die altijd gelden. Als keuzes worden gemaakt, als plannen worden gemaakt en gewoon als we wonen, leven, ondernemen of verblijven past men de kernprincipes toe. De vier kernprincipes zijn: We doen het samen; We geven het goed voorbeeld; We wentelen niet af op volgende generaties; We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. 4.4.1.2 Speerpunten In de omgevingsvisie zijn speerpunten opgenomen op verschillende thema's. In voorliggend geval is gezien de ontwikkeling met name het thema 'Ruimte voor ondernemen' van belang. Ruimte voor ondernemen Als gemeente zorgt men voor voldoende ontwikkelruimte voor bedrijven en voor plekken waar bedrijven zich kunnen vestigen. Zo draagt de gemeente bij aan de werkgelegenheid en kunnen verschillende soorten bedrijvigheid ontstaan. De gemeente streeft naar levendige compacte kernwinkelgebieden. Voor duurzame, kansrijke initiatieven wordt maatwerk geleverd. Daarbij ligt de nadruk op het behouden en versterken van het lokale bedrijfsleven. Samenvattend gaat de gemeente voor: goede vestigings- en ontwikkelingsmogelijkheden voor het bedrijfsleven; het faciliteren van ondernemers met als principe “ja- tenzij”.
Goede vestigings- en ontwikkelingsmogelijkheden Goede vestigingsmogelijkheden voor het bedrijfsleven betekent dat wordt ingezet op voldoende en passende bedrijventerreinen. En op een goede bereikbaarheid. Leegstand wil men daarbij zoveel mogelijk voorkomen. Meer uitgebreid gaat het om het volgende: Het doel is om het aanbod aan bedrijfsgrond aan te laten sluiten bij de vraag. In principe moeten ondernemers en/of bedrijven met een ruimtebehoefte binnen de gemeente een plek kunnen vinden. Of dit lukt is mede afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf. Als er veel vraag is wordt gekeken of uitbreiding van bedrijfsterreinen nodig is. Hierbij kijkt men ook naar vraag en aanbod in de regio. Ook buiten de bedrijventerreinen zet de gemeente zich in voor voldoende, duurzame en passende ruimte (huisvesting) voor ontwikkelingen. Dit is maatwerk. De gemeente weegt de specifieke behoefte van ondernemers en bedrijven af en adviseert over de haalbaarheid van initiatieven. Streven naar kwalitatieve verbeteringen. Dit gaat bijvoorbeeld over het voorkomen van leegstand, een goede ontsluiting en een goede fysieke en digitale bereikbaarheid. Het faciliteren van ondernemerschap De gemeente geeft ondernemers de ruimte door in te zetten op maatwerk en door flexibiliteit te bieden. De gemeente vindt het belangrijk dat de juiste functies op de juiste plek terecht komen.
Het slim combineren van functies vanuit een duidelijke visie biedt kansen. De ondernemers, de bedrijfsconsulent en het OndernemerServiceTeam (OST) zijn hierbij de spil. Zij verbinden partijen aan elkaar en helpen met de juiste routes.
bestemmingsplan Ootmarsum, Eerste Stegge 8
25
4.4.1.3 Waarden Op de Waardenkaart heeft de gemeente Dinkelland aangegeven welke waarden voor welke gebieden van belang zijn. De waardenkaart in de Omgevingsvisie heeft voor het buitengebied als basis de combinatie van landschapstype en landschapsdynamiek. Het plangebied is op de waardenkaart gelegen binnen het gebiedstype 'Kernen met een woon- en centrumfunctie en beschermd dorpsgezicht'. Op afbeelding 4.6 is dit weergegeven.
Afbeelding 4.6: Ligging plangebied binnen de Waardenkaart (Bron: Gemeente Dinkelland) 4.4.1.4 Toetsing van het initiatiefaan MijnOmgevingsvisieDinkelland Dit bestemmingsplan voorziet in uitbreiding van een lokaal geworteld bedrijf. Door deze uitbreiding krijgt het bedrijf ruimte voor een toekomstbestendige voortzetting. Het bieden van ruimte aan ondernemingen past binnen het streven van de gemeente om goede vestigingsmogelijkheden en ontwikkelingsmogelijkheden voor het bedrijfsleven te realiseren. Het past ook bij het streven om bedrijfsgrond voor ondernemers binnen de eigen gemeente te vinden. Het plangebied is op de Waardenkaart niet gelegen in een van belang zijnde landschapsstructuur. Er gaan daarmee geen belangrijke (landschaps)structuren verloren als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat dit bestemmingsplan in overeenstemming is met de beleidsuitgangspunten zoals opgenomen in de Omgevingsvisie. 4.4.2
Landschapsontwikkelingsplan
4.4.2.1 Algemeen Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) van de gemeente Dinkelland is vastgesteld op 2 september 2008 en is een gemeentelijke uitwerking van het LOP Noordoost Twente en Twenterand. In het plan worden richtlijnen geformuleerd voor de inrichting van het landschap. Het plan mag daarmee geen belemmeringen voor de landbouw opleveren. Het landschapsontwikkelingsplan kan worden gezien als handreiking voor landschappelijke inpassing. Het plan is mede richtinggevend om te beoordelen of ontwikkelingen landschappelijk aanvaardbaar zijn. De ontwikkelingsrichting in het LOP wordt bepaald door: de verschillen tussen de landschapstypen; de gaafheid, kenmerkendheid of potenties van de landschapstypen; het reconstructiebeleid Noordoost Twente (streefbeeld 2015) en de zoneringen; 26