Omgevingsplan Wiekerstraat 7 Hoofdstuk 22e, motivering.pdf
Tekst van het document
Hoofdstuk 22e, Buitengebied Wiekerstraat 7 Rossum
Status: vastgesteld
Status: vastgesteld
IMRO-Code: NL.IMRO.1774.TAMBUIWIEKRSTRAAT7-VG01
2
Hoofdstuk 22e, Buitengebied Wiekerstraat 7 Rossum
Inhoudsopgave Motivering Hoofdstuk 1
5 Inleiding
7
1.1
Inleiding en aanduiding plangebied
7
1.2
Beoordelingskader en belangenafweging
9
1.3
Leeswijzer
10
Hoofdstuk 2
Toekomstige situatie
11
2.1
Gewenste ontwikkeling
11
2.2
Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving
12
Hoofdstuk 3
Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege
13
3.1
Omschrijving gevraagde activiteiten
13
3.2
Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege
13
3.3
Omschrijving gevraagde activiteiten
14
Hoofdstuk 4
Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg, participatie
15
4.1
Visie en beleid voor het plangebied
15
4.2
Voorbereidingsfase / Verkenningsfase met stakeholders
23
Hoofdstuk 5
Aspecten fysieke leefomgeving en milieu
25
5.1
Ladder voor duurzame verstedelijking
25
5.2
mer-beoordeling
26
5.3
Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren
27
5.4
Soortenbescherming en gebiedsbescherming
27
5.5
Luchtkwaliteit
29
5.6
Geluid
30
5.7
Geur
31
5.8
Omgevingsveiligheid
32
5.9
Trilling
33
5.10
Archeologie
34
5.11
Bodem
35
5.12
Waterbelang
35
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid van het plan
37
6.1
Financiële uitvoerbaarheid
37
6.2
Zienswijzen
37
Hoofdstuk 7
Toelichting planregels
39
7.1
Inleiding
39
7.2
Opzet van de regels
39
Bijlagen bij de motivering
41
Bijlage 1
Landschappelijke inpassingsplan
42
Bijlage 2
Natuuronderzoek
43
Bijlage 3
Digitale watertoets
44
Bijlage 4
Participatieverslag
45 Hoofdstuk 22e, Buitengebied Wiekerstraat 7 Rossum
3
4
Hoofdstuk 22e, Buitengebied Wiekerstraat 7 Rossum
Motivering
Hoofdstuk 22e, Buitengebied Wiekerstraat 7 Rossum
5
6
Hoofdstuk 22e, Buitengebied Wiekerstraat 7 Rossum
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Inleiding en aanduiding plangebied Voorliggend TAM-omgevingsplan heeft betrekking op een planlocatie gelegen binnen de gemeente Dinkelland. Het gaat om de Wiekerstraat 7 te Rossum. Er is sprake van een Schuur voor Schuur ontwikkeling. In voorliggende situatie is sprake van een bijzondere situatie gelet op het feit de slooplocatie waar sloopmeters worden vergaard in de gemeente Tubbergen is gesitueerd. De slooplocatie betreft Wieschertsweg 6 te Tubbergen. Hier worden landschapontsierende bouwwerken gesloopt. Een deel van de verkregen sloopmeters worden ingezet ten behoeve van de ontwikkeling van Wiekerstraat 7. Voor de locatie Wiechertsweg is een apart TAM-omgevingsplan opgesteld. Naast de locatie Wiescherstweg zijn er nog 4 locaties in de gemeente Tubbergen bij de ontwikkeling betrokken. Hierbij vinden binnen verschillende plandelen sloop- en bouwwerkzaamheden plaats om extra m2 aan bijbehorende bouwwerken toe te staan dan wel het legaliseren van reeds gebouwde bebouwing. Tevens zullen er enkele wijzigingen plaatsvinden wat betreft de functiegrenzen. Dit zodat er mogelijkheden worden verkregen om bijbehorende bouwwerken toe te staan binnen een desbetreffende functie dan wel het planologisch vastleggen van de nieuwe situatie. Hierbij zal eveneens een landschappelijke inpassing plaatsvinden.
In de volgende paragrafen worden uitsluitend de locaties Wieschertsweg 6 en Wiekerstraat 7 aangehaald. Wieschertsweg 6 te Tubbergen Voorliggend TAM-omgevingsplan heeft een relatie met een locatie in de gemeente Tubbergen. Dit plandeel betreft de Wieschertsweg 6 te Tubbergen. Het plandeel aan de Wieschertsweg 6 ligt ten zuidoosten van de kern Tubbergen en ten noorden van de kern Fleringen. Het plandeel staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie L met perceelnummers 5385, 9641 en 9787. In figuur 1 is een uitsnede weergegeven ten opzichte van de nabije omgeving. Binnen dit plandeel wordt in totaal 776 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Binnen dit plandeel blijft 373 m2 aan opstallen behouden en wordt een nieuwe schuur van 60 m2 bijbehorend bouwwerk. Het maximale oppervlak aan bijbehorend bouwwerken bedraagt 433 m2. In de berekening van het totaal aantal sloopmeters is rekening gehouden met de nieuwbouw van 60 m2. De bestaande agrarische akkerbouwtak blijft behouden. Hiertoe wordt de agrarische functie gehandhaafd. Het bouwvlak en de bouwmogelijkheden worden verkleind. Dit plandeel maakt inhoudelijk verder geen onderdeel van de motivering en regels. Onderdeel gewijs zal het plandeel worden aangehaald. Voor de inhoudelijke behandeling van de locatie wordt verwezen naar het daarvoor opgestelde TAM-omgevingsplan.
Hoofdstuk 22e, Buitengebied Wiekerstraat 7 Rossum
7
1: Luchtfoto huidige situatie en begrenzing Wieschertsweg 6 te Tubbergen
Figuur
Wiekerstraat 7 Het plandeel bevindt zicht ten noorden van de kern Rossum en staat kadastraal bekend als gemeente Weerselo sectie U met perceelnummer 352. In figuur 2 is een uitsnede weergegeven ten opzichte van de nabije omgeving. De gemeenten Tubbergen en Dinkelland maken het mogelijk om sloopmeters tussen de gemeente uit te wisselen. Hieruit is de planologische relatie tussen deze en bovengenoemde locatie ontstaan. Een deel van de sloopmeters van de Wieschertsweg 6 in Tubbergen worden ingezet ter plaatse van de Wiekerstraat 7 in Dinkelland. Hiervoor wordt een apart TAM-omgevingsplan opgesteld. Eigenaar van het perceel aan de Wiekerstraat 7 is voornemens een nieuwe schuur te realiseren op basis van de schuur-voor-schuur regeling, conform het beleid 'Buitengebied met Kwaliteit'. Hierbij wordt een bestaande schuur met een oppervlakte van 131 m2 gesloopt, de daar aanwezige container/units verwijderd en wordt een nieuw bijbehorend bouwwerk gerealiseerd met een totaaloppervlakte van 156 m2. Om een verruimd bijbehorend bouwwerk te kunnen realiseren, dienen sloopmeters te worden ingezet. Deze sloopmeters zijn gevonden aan de Wieschertsweg 6 te Tubbergen. Om het bijbehorend bouwwerk te realiseren dienen 182 m2 aan asbestvrije sloopmeters te worden ingezet, waarbij een verhouding van 1:2 van toepassing is.
Dit betekent dus dat initiatiefnemer een extra bouwmogelijkheid krijgt van 91 m2.
8
Hoofdstuk 22e, Buitengebied Wiekerstraat 7 Rossum
Figuur 2: Luchtfoto huidige situatie en begrenzing
1.2 Beoordelingskader en belangenafweging De voorgenomen activiteit voldoet niet aan de regels van het omgevingsplan. Het initiatief kan alleen leiden tot een wijziging van het omgevingsplan als er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving en milieu relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader worden onderzocht en afgewogen. De taak om te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties ligt primair bij de gemeente. De beleidsruimte van de gemeente wordt op verschillende manieren ingekaderd. De belangrijkste zijn de instructieregels van het Rijk en de provincie. Op basis van artikel 8.0b lid 1 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de volgende regels en instructies van toepassing:
de instructieregels van hoofdstuk 5 van het Bkl; de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening; eventuele andere instructies van het Rijk en provincie.
In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn niet alleen de in het Bkl geregelde milieu aspecten beoordeeld, maar zijn alle relevante aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu beoordeeld. Bij de beoordeling of wij een besluit willen nemen tot wijziging van het omgevingsplan is rekening gehouden met deze regels dan wel zijn de regels betrokken of in acht genomen. Daarnaast heeft de gemeente haar beleidsruimte ingevuld met beleidsregels voor de fysieke leefomgeving, zodat de wijziging van het omgevingsplan ook hieraan wordt getoetst. Het gaat hier om de omgevingsvisie en de andere beleidsdocumenten voor de verschillende specifieke onderdelen. De evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijze zijn afgewogen. De aanvrager wenst de gevraagde activiteiten te realiseren. De gemeente wenst de doelen uit haar beleid te verwezenlijken. De belangen van de omwonenden zijn gelegen in een goed woon- en leefklimaat. De
Hoofdstuk 22e, Buitengebied Wiekerstraat 7 Rossum
9
omliggende bedrijven hebben belang bij een ongehinderde bedrijfsvoering en een goed werkklimaat. Belangenafweging De raad heeft bij het bepalen om een besluit tot wijziging van het omgevingsplan vast te stellen beleidsruimte om te bepalen of een bepaalde ontwikkeling met de daarbij behorende functies en maatvoering vanuit het oogpunt van evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar is. Een dergelijk besluit is immers in belangrijke mate afhankelijk van de inzichten die bij de gemeente bestaan over de wenselijk geachte ontwikkelingen in het projectgebied. Verder mag het project niet in strijd zijn met de instructie(regels)s van het Rijk en de provincie. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijzen worden afgewogen. Ondanks dat het initiatief in strijd is met het omgevingsplan kan worden besloten tot wijziging van het omgevingsplan, omdat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Zoals uit de hierna opgenomen hoofdstukken blijkt draagt het initiatief bij aan de visie en beleid die de gemeente voor dit plangebied heeft en blijkt dat wordt voldaan de instructieregels van het Rijk en provincie. In de voorbereidingsfase heeft bestuurlijke afstemming plaatsgevonden.
Provincie en het waterschap zijn akkoord met het project. Verder is het project afgestemd met omwonenden en heeft initiatiefnemer daarvan een verslag overgelegd. Voorts zijn in hoofdstuk 5 de ruimtelijk relevante aspecten voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit afgewogen. Gelet op alle aspecten die zijn afgewogen en de belangen van omwonenden, levert de wijziging van het omgevingsplan geen onaanvaardbare aantasting van deze belangen op. Het wijzigen van het omgevingsplan is evenwichtig en geschikt om het project te realiseren.
1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een omschrijving gegeven van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het voorgenomen plan getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege en worden de strijdigheden in beeld gebracht. Hoofdstuk 4 omschrijft de toetsing van de ontwikkeling aan de visie en beleid voor het plangebied op rijks-, provinciaals en gemeentelijk niveau. Daarna wordt ingegaan op de resultaten van het (bestuurlijk) vooroverleg en het participatietraject benodigd is. In hoofdstuk 5 wordt getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. In hoofdstuk 6 komt de financiële haalbaarheid van het initiatief aan de orde. Hoofdstuk 7 beschrijft de toelichting op de planregels.
10
Hoofdstuk 22e, Buitengebied Wiekerstraat 7 Rossum
Hoofdstuk 2
Toekomstige situatie
2.1 Gewenste ontwikkeling De beoogde ontwikkeling betreft de uitruil van sloopmeters om binnen verschillende plandelen bebouwing te verwijderen dan wel te realiseren naast enkele planologische wijzigingen door te voeren. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de SvS regeling uit het beleid 'Buitengebied met kwaliteit'. Omdat binnen de gemeente Dinkelland sprake is van een verhouding qua inzet aan sloopmeters is in onderstaande tabel een overzicht weergegeven.
Extra oppervlakte Tot en met 100 m2 101 m2 tot en met 500 m2 501 m2 en meer
Sloopverhouding met asbesthoudende golfplaten 1 m2 extra is 1 m2 sloop 1 m2 extra is 2 m2 sloop 1 m2 extra is 3 m2 sloop
Sloopverhouding zonder asbesthoudende golfplaten 1 m2 extra is 2 m2 sloop 1 m2 extra is 4 m2 sloop 1 m2 extra is 5 m2 sloop
Wieschertsweg 6 te Tubbergen Ter plaatse van de Wieschertsweg 6 is 1.132 m 2 aan bedrijfsbebouwing aanwezig, hiervan wordt 776 m2 gesloopt waarna 373 m2 bebouwing overblijft. Naast de sloop wordt een bijbehorend bouwwerk van 60 m 2 gerealiseerd, waardoor in de toekomstige situatie 433 m 2 bedrijfsbebouwing aanwezig is. Van de sloopmeters wordt 101 m2 overgedragen naar de Almeloseweg 93, 100 m 2 naar Knooperf de Veldboer, 333 m2 naar de Agelerweg 32 en 182 m2 meter naar de Wiekerstraat 7. Wiekerstraat 7 Op de planlocatie wordt een bestaande schuur met een oppervlakte van 131 m2 gesloopt, de daar aanwezige container/units verwijderd en wordt een nieuw bijbehorend bouwwerk gerealiseerd met een totaaloppervlakte van 156 m2. Om een verruimd bijbehorend bouwwerk te kunnen realiseren, dienen sloopmeters te worden ingezet. Deze sloopmeters zijn gevonden aan de Wieschertsweg 6 te Tubbergen. Om het bijbehorend bouwwerk te realiseren dienen 182 m2 aan asbestvrije sloopmeters te worden ingezet, waarbij een verhouding van 1:2 van toepassing is. Dit betekent dus dat initiatiefnemer een extra bouwmogelijkheid krijgt van 91 m2. In de toekomstige situatie is 530 m2 bijbehorende bouwwerken toegestaan. Landschappelijke inpassing De nieuwe schuur wordt gerealiseerd binnen de contour van het bestaande landelijke erf. De locatie wordt reeds omgeven door groen.
De landschappelijke inpassing bestaat uit de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van de sloop van landschapontsierende bebouwing.
Hoofdstuk 22e, Buitengebied Wiekerstraat 7 Rossum
11
Figuur 4: Inrichtingsplan Wiekerstraat 7
2.2 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving In de vorige paragraaf is een toelichting gegeven over de inpassing van het initiatief in de omgeving. Ter plaatse van het plangebied wordt uitsluitend een groter bijbehorend bouwwerk toegestaan. De milieu-effecten van de ontwikkeling zijn beschreven in hoofdstuk 5.
12
Hoofdstuk 22e, Buitengebied Wiekerstraat 7 Rossum
Hoofdstuk 3 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege 3.1 Omschrijving gevraagde activiteiten Burgers, bedrijven en overheden kunnen activiteiten uitvoeren, die de fysieke leefomgeving beïnvloeden. In de Omgevingswet staan regels over deze activiteiten. In hoofdstuk 2 is reeds een beschrijving gemaakt van de beoogde ontwikkeling, dit hoofdstuk richt zich specifiek op de beoogde activiteiten.
3.2 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege Het initiatief heeft betrekking op de volgende activiteiten: Sloop activiteit Een sloopactiviteit bestaat uit het geheel of gedeeltelijk afbreken of uit elkaar halen van een bouwwerk. Ook het verwijderen van asbest behoort hiertoe. Het slopen van bedrijfsbebouwing en binnen meerdere plandelen behoort tot deze activiteit. Het is verboden om een sloopactiviteit te verrichten zonder een melding te doen. Dit staat in artikel 7.10, lid 1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Technische bouwactiviteit De technische bouwactiviteit omvat het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk. Het bouwen van nieuwe bijbehorende bouwwerken valt onder deze activiteit en vindt plaats binnen meerdere plandelen. Ruimtelijke bouwactiviteit Een aantal bouwactiviteiten zijn vergunningvrij en mogen dus altijd worden uitgevoerd. Deze door het Rijk aangewezen activiteiten aan/voor bouwwerken, staan in artikel 2.29 Bbl. De regels voor ruimtelijke bouwactiviteiten in het omgevingsplan zijn niet van toepassing op deze vergunningvrije (ver)bouwactiviteiten. Het betreft hier bouwactiviteiten met een kleine ruimtelijke impact en/of een groot maatschappelijk belang. De bouwactivteiten van voorliggend plan vallen niet allemaal onder de vergunningvrije bouwactiviteiten.
Om de extra bouwactiviteiten mogelijk te maken worden de regels van het omgevingsplan gewijzigd. Voorliggend TAM-omgevingsplan voorziet in die wijziging. Afwijken van regels in het omgevingsplan Sommige activiteiten zijn niet toegestaan op grond van de regels van het omgevingsplan. Omdat de beoogde activiteiten soms wel wenselijk zijn kan in dergelijke gevallen van het omgevingsplan worden afgeweken of het omgevingsplan worden gewijzigd om de beoogde activiteiten toch toe te staan. Binnen de plandelen worden bouwwerken gelegaliseerd en meer m 2 mogelijk gemaakt dan van rechtswege mogelijk is op grond van het planologische regime. Ook worden binnen een aantal plandelen gebouwen gesloopt, waarmee de bouwmogelijkheden worden beperkt. Om deze activiteiten mogelijk te maken, en de vergaarde sloopmeters planologisch vast te leggen, worden de regels van het omgevingsplan gewijzigd. Voorliggend TAM-omgevingsplan voorziet in die wijziging. 3.2.1
Strijdigheden met bestemmingsplannen
Ter plaatse van het plangebied geldt Omgevingsplan gemeente Dinkelland. Het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Buitengebied 2010" maakt hier van rechtswege onderdeel van uit. Het initiatief bestaat uit de sloop van een bestaand bijbehorend bouwwerk en de realisatie van een nieuw, groter bijbehorend bouwwerk. Hiertoe kent het plangebied momenteel niet voldoende planologische bouwmogelijkheden. Om de ontwikkeling mogelijk te maken dient het Omgevingsplan te worden gewijzigd om een groter oppervlakte bijbehorend bouwwerken toe te staan.
Hoofdstuk 22e, Buitengebied Wiekerstraat 7 Rossum
13
3.2.2
Bruidsschat
In het tijdelijke deel van dit omgevingsplan worden zowel ruimtelijke besluiten (artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet) als de omgevingsplanregels van rijkswege (artikel 22.1, onder c, van de Omgevingswet) opgenomen. Deze omgevingsplanregels van rijkswege wordt ook wel de bruidsschat genoemd. De bruidsschat bestaat uit de volgende onderdelen: begrippen (hoofdstuk 1) voorrangsbepalingen en overgangsrecht (afdeling 22.1) regels over bouwwerken, open erven en terreinen (afdeling 22.2) regels over milieubelastende activiteiten (afdeling 22.3) regels over aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafond (afdeling 22.4) regels over overige gemeentelijke omgevingsvergunningen (afdeling 22.5) De regels van afdeling 22.2 zijn relevant voor onderhavig initiatief omdat deze betrekking hebben op het bouwen van bouwwerken. Met de in dit TAM-omgevingsplan opgestelde regels wordt aan de regels voldaan. De regels van afdeling 22.3 zijn relevant voor zover sprake is van milieubelastende activiteiten. De in dit TAMomgevingsplan mogelijk gemaakte activiteiten betreffen geen milieubelastende activiteiten. Zodoende zijn de regels niet van toepassing.
De overige in de bruidsschat opgenomen regels zijn niet relevant voor dit plan. 3.2.3
Gemeentelijke verordeningen
Voor zover sprake is van gemeentelijke verordeningen in het Omgevingsplan van rechtswege wordt aan deze verordeningen geotoetst in hoofdstuk 5 van dit TAM-omgevingsplan. 3.2.4
Nota omgevingskwaliteit (welstand)
Algemeen Welstand gaat over hoe de uiterlijke kenmerken van een bouwwerk in de omgeving passen, denk aan vorm, kleur of gebruikte materialen. De redelijke eisen van welstand zijn uitgewerkt in de welstandsnota van de gemeente. In de bruidsschat zijn regels opgenomen met betrekking tot (1) repressief welstand (art. 22.7 BS), oftewel de excessenregeling en (2) beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk (art. 22.29 BS). Beoordeling van een aanvraag Artikel 22.29 lid 1 onder b BS bepaalt dat een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk alleen wordt verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota. Tijdelijke bouwwerken, niet zijnde seizoensgebonden werken zijn uitgesloten van deze welstandstoets. Dit TAM-omgevingsplan maakt de oprichting van bouwwerken mogelijk. Deze bouwwerken moeten voldoen aan de redelijke eisen van welstand. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen van een bouwwerk wordt getoetst of de bouwwerken voldoen aan de welstandseisen.
3.3 Omschrijving gevraagde activiteiten Burgers, bedrijven en overheden kunnen activiteiten uitvoeren, die de fysieke leefomgeving beïnvloeden. In de Omgevingswet staan regels over deze activiteiten. In hoofdstuk 2 is reeds een beschrijving gemaakt van de beoogde ontwikkeling, dit hoofdstuk richt zich specifiek op de beoogde activiteiten.
14
Hoofdstuk 22e, Buitengebied Wiekerstraat 7 Rossum
Hoofdstuk 4 Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg, participatie 4.1 Visie en beleid voor het plangebied 4.1.1
Nationale omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee moet ingespeeld worden op de grote uitdagingen die te wachten staan. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste op regionaal niveau worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren.
In sommige gevallen moeten belangen worden afgewogen en scherper keuzes worden gemaakt. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie
In voorliggende situatie is er sprake van een lokale ontwikkeling waarmee geen Rijksbelangen zijn gemoeid. Dit aangezien ter plaatse enkel sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd en kleinschalige nieuwbouw plaatsvindt. Er is dan ook geen sprake van strijd met het Rijksbeleid zoals verwoord in de NOVI. 4.1.2
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel 2024
Omgevingsvisie Overijssel In de Omgevingsvisie schetsen Provinciale Staten hun visie op de ontwikkeling van de fysieke leefruimte van Overijssel. In de Omgevingsvisie worden de onderwerpen beschreven die de provincie op dit moment tot haar belang rekent. Per thema is nader uitgewerkt wat de provinciale ambities zijn. In paragraaf 4.2 van de Omgevingsvisie zijn de provinciale ambities op hoofdlijnen samengevat. In de Omgevingsvisie is het instrumentarium aangewezen waarmee aan de ene kant ruimte wordt geboden aan de sociaaleconomische ontwikkeling van Overijssel en tegelijkertijd de kwaliteit van het Overijssels landschap versterkt. Instrumentarium waarmee de provincie haar ambities realiseert en waarmee tegelijk partners ruimte houden hun eigen doelen te realiseren. De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Deze instrumenten volgen uit de drie 'productielijnen' van de provincie: visie, waarborg en realisatie.
De productielijn 'visie' omvat instrumenten als de Omgevingsvisie Overijssel en het verwerven en delen van kennis.
Hoofdstuk 22e, Buitengebied Wiekerstraat 7 Rossum
15
De productielijn 'realisatie' omvat instrumenten als (prestatie)afspraken, gebiedsontwikkeling- en uitvoeringsprojecten (inclusief inpassingsplan) en subsidies en fondsen. De verordening is één van de instrumenten uit de productielijn 'waarborg'. Hieronder vallen ook toezicht en handhaving en instrumenten als zienswijze, bezwaar en aanwijzing. Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De provincie zet de verordening in voor onderwerpen waarvoor de provincie het belangrijk vindt dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt niet meer geregeld dan nodig is voor het belang zoals dat in de Omgevingsvisie is verwoord. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie dus niet in nieuw beleid. De Omgevingsverordening richt zich dan ook - net zo breed als de Omgevingsvisie Overijssel - uitsluitend op de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. Dit betekent dat regels worden gesteld op het gebied van de ruimtelijke ordening, maar ook op het gebied van mobiliteit, milieu, natuur, water en bodem. Het uitgangspunt 'decentraal wat kan, centraal wat moet' is toegepast bij de flexibiliteitsbepalingen in de verordening. Waar mogelijk zijn afwijkingsmogelijkheden toegepast in plaats van ontheffingsbepalingen. Voorliggend plan is getoetst aan de relevante beleidsregels uit de provinciale verordening en worden in de navolgende hoofdstukken beschreven.
Artikel 4.7 van de verordening richt zich op het versterken van ruimtelijke kwaliteit door het toepassen van de OF-, WAAR- en HOE-benadering volgens het uitvoeringsmodel van de omgevingsvisie Overijssel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus. Aan de hand van de drie niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling passend is binnen het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving. In navolgende afbeelding wordt het uitvoeringsmodel weergegeven.
Figuur 5: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De betreffende niveaus worden hierna toegelicht waarbij het plan wordt getoetst aan het betreffende niveau uit het uitvoeringsmodel.
Generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit keuzes van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Als deze beleidskeuzes het gevolg zijn van provinciale keuzes zijn ze verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Doorwerking in het onderhavige plan Artikel 4.5 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) 1. Omgevingsplannen maken alleen extra ruimtebeslag voor stedelijke functies in de Groene Omgeving mogelijk aansluitend op bestaand bebouwd gebied en als aannemelijk gemaakt is dat: a. er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied; b. de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en transformatie; en c. mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.
Toetsing van het initiatief aan artikel 4.5 lid 1 van de Omgevingsverordening Overijssel Wiekerstraat 7 Ter plaatse van de planlocatie wordt een bijbehorend bouwwerk gesloopt. Middels de vergaarde sloopmeters van de Wieschertsweg 6 Tubbergen wordt een groter bijbehorend bouwwerk teruggebouwd. De bebouwing 16
Hoofdstuk 22e, Buitengebied Wiekerstraat 7 Rossum
wordt gerealiseerd op een locatie op het bestaande landelijke woonerf. De locatie is passend voor bij de bebouwingscontour en erfopzet. Er is slechts sprake van een beperkte toename van planologische bouwmogelijkheden. Bijlage 1 Landschappelijke inpassingsplan toont de toekomstige situatie. Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling is geen sprake van een extra ruimtebeslag op de Groene Omgeving. Conclusie Alle plandelen behorend bij dit plan voorzien in de sloop van landschapsontsierende bebouwing dan wel de nieuwbouw hiervan, dit zowel op de slooplocatie dan wel een uitruil van sloopmeters en bouwmeters op andere plandelen. Tevens worden er passende erven gerealiseerd gelet op de aldaar geldende functie als beoogde functie. Met de toepassing van de Schuur voor Schuur regeling is er, gekeken naar alle plandelen, sprake van een afname van bebouwing. Daarbij vindt landschappelijke inpassing plaats van de verscheidene plandelen. Het ruimtebeslag op de Groene Omgeving neemt bij alle plandelen tezamen af. Geconcludeerd wordt dat het initiatief niet strijdig is met het in het artikel bepaalde. Artikel 4.9 (onderbouwing Ruimtelijke kwaliteit) Lid 1 a. het uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) uit de omgevingsvisie Overijssel wordt toegepast; b.
wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat volgens de omgevingsvisie Overijssel van toepassing is voor het gebied; en c. inzichtelijk gemaakt wordt hoe de vier-lagenbenadering van het uitvoeringsmodel is toegepast en de catalogus Gebiedskenmerken (Bijlage VII) is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.
Toetsing van het initiatief aan artikel 4.9 lid 1 van de Omgevingsverordening Overijssel De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de sloop van landschapsontsierende bebouwing en de passende nieuwbouw hiervan. Tevens vindt binnen drie plandelen een verruiming aan bestemmingsgronden plaats om het voornemen conform de bestemming planologisch te regelen. Per saldo is er per plandeel sprake van een kleinschalige ontwikkeling aangezien bebouwing met een beperkte omvang wordt gesloopt en vervolgens weer wordt teruggebouwd. Echter, gezamenlijk is er sprake van een uitruil van een geruime hoeveelheid aan sloopmeters. Alle vijf de plandelen worden landschappelijk ingepast. Voor het landschappelijke inpassing van de Wiekerstraat 7 wordt verwezen naar Bijlage 1 Landschappelijke inpassingsplan. Op dit punt wordt geconcludeerd dat het initiatief niet strijdig is met bovenstaand artikel.
Ontwikkelingsperspectieven (waar) Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. Voor het voorliggende plan zijn de ontwikkelingsperspectieven 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' en 'Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)' van toepassing. 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kan gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid.
Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. Het verbinden van de ontwikkelingsmogelijkheden van economische en maatschappelijke functies met het behoud en de versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke elementen draagt bij aan het behoud van de specifieke kwaliteiten van het kleinschalig mixlandschap in Overijssel. 'Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur)' Het natuurnetwerk Nederland bestaat uit een samenhangend netwerk van gebieden met natuurwaarden. Het natuurnetwerk in Overijssel maakt hier deel van uit. Binnen dit natuurnetwerk liggen natuurgebieden die vanwege de hoge natuurwaarden (inter)nationale bescherming genieten, waaronder de Nationale Parken en Hoofdstuk 22e, Buitengebied Wiekerstraat 7 Rossum
17
een groot deel van de Natura 2000-gebieden. Naast de bestaande natuurgebieden bestaat het NNN in Overijssel deels uit gebieden die nog omgevormd zullen worden tot natuur. Het ruimtelijk beleid voor het NNNis gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN: de natuurkwaliteit, landschappelijke kwaliteit en de beleving van rust. Daarbij houden we zoveel mogelijk rekening met de andere belangen in het gebied. Voor initiatieven die niet passen binnen de doelstelling van het NNN is geen ruimte, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang waar niet op een andere manier aan voldaan kan worden. (het 'nee, tenzij'-principe). Daarbij hanteren we de zogenaamde NNN-spelregels; herbegrenzing van het NNN, saldering van negatieve effecten en toepassing van het compensatiebeginsel. Er is door toepassing van de NNN-spelregels ruimte voor het aanpassen van de begrenzing als daarmee de doelen op een betere manier kunnen worden bereikt.
Figuur 6: Uitsnede Omgevingsvisie Overijssel
Toetsing aan het ontwikkelingsperspectief De toename van de bouwmogelijkheden van bijbehorend bouwwerken past binnen het 'kleinschalige mixlandschap'. Dit aangezien een ruimer bijbehorend bouwwerk wordt gebouwd ten behoeve van de opslag in samenhang met wat passend is binnen een woonfunctie. Door de voorgenomen ontwikkeling wordt de mogelijkheid geboden een opgeschoond perceel te verkrijgen. Hierbij wordt een verouderde schuur gesloopt naast het verwijderen van container/units. Tevens is bij voorliggend plan sprake van een relatie aangezien op een locatie elders landschapsontsierende bebouwing wordt verwijderd, en vervolgens wordt ingezet ten behoeve van bouwmeters. Voorliggend initiatief voorziet in een zeer kleinschalige ontwikkeling waarbij qua zichtbaarheid weinig verandert ten opzichte van de bestaande situatie. Tevens worden de omliggende NNNgronden niet aangetast middels de voorgenomen ontwikkeling. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief.
Gebiedskenmerken (hoe) Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De kwaliteitsopgaven en –voorwaarden op basis van gebiedskenmerken kunnen te maken hebben met landschappelijke -inpassing, infrastructuur,- milieuaspecten, bodemaspecten, cultuurhistorie, toeristische en recreatieve aantrekkingskracht, natuur, water, etc. De gebiedskenmerken zijn over het algemeen richtinggevend of inspirerend. De provincie onderscheidt de volgende vier lagen: 1. Natuurlijke laag. 2. Laag van het agrarisch cultuurlandschap. 3. Stedelijke laag. 4. Lust en leisurelaag. Gelet op de ligging van het plangebied, in het buitengebied van de gemeente Dinkelland, kan de 'Stedelijke laag' buiten beschouwing worden gelaten. Dit aangezien geen gebiedskenmerken voor deze laag van toepassing zijn. Hieronder wordt nader ingegaan op de 'Natuurlijke laag', 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' en 'Laag van de beleving'. Natuurlijke laag Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis 18
Hoofdstuk 22e, Buitengebied Wiekerstraat 7 Rossum
voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkeling op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen, bijvoorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in steden en dorpen. Het plangebied ligt binnen de gebiedskenmerken 'Beekdalen en natte laagtes' en 'Dekzandvlakten en ruggen'. Hierna wordt nader op de gebiedskenmerken ingegaan.
'Beekdalen en natte laagtes' De beekdalen en natte laagtes zijn belangrijke ruimtelijke en functionele dragers van de zandgebieden. De beken voeren het water af naar lager gelegen delen, maar vormen ook belangrijke verbindingen voor mens, plant en dier. Samenhang en dynamiek zijn belangrijk voor het functioneren van het watersysteem.
'Dekzandvlakte en ruggen' De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk, door de wind gevormd, zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkingsrichting) van het landschap, gevormd door afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt.
Toetsing aan de gebiedskenmerken van de natuurlijke laag De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de sloop van een bestaand bijbehorend bouwwerk en de realisatie van een nieuw bijbehorend bouwwerk met een grotere oppervlak, op dezelfde locatie. Ter plaatse van de voorgenomen ontwikkeling zijn geen beken en natte laagtes gelegen, het plangebied is immers reeds bebouwd en de grond dus geëgaliseerd. Daarnaast, gelet op de beperkte omvang van het plangebied en reeds aanwezige bebouwing, zijn de hoogteverschillen van de 'Dekzandvlakte en ruggen' nauwelijks zichtbaar. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke lagen' zijn daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig. Bovendien is het plangebied reeds landschappelijk ingepast middels boomopstanden en beukenhagen. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Natuurlijke laag'. Laag van het agrarisch cultuurlandschap Het plangebied ligt in het gebiedskenmerk 'Essenlandschap'.
'Essenlandschap' Het essenlandschap is geordend vanuit de erven en de essen en de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Eeuwenlange bemesting (met heideplaggen en stalmest) heeft geleidt tot een karakteristiek reliëf met soms hoge steilranden. De ambitie is het behouden van de es als ruimtelijke eenheid en het versterken van de contrasten tussen de verschillende landschapsonderdelen: grote open maat van de essen, het mozaïek van de flank van de es, de open beekdalen en vroegere heidevelden. Als ontwikkelingen plaats vinden in het essenlandschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk.
Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' De voorgenomen ontwikkeling ligt binnen het gebiedskenmerk 'Essenlandschap'. Gelet op dit gebiedskenmerk is er sprake van een natuurlijke afbakening van het perceel ten opzichte van omliggende gronden. Hierbij is ter plaatse van het perceel sprake van een natuurlijke afscherming van de woning ten opzichte van de omliggende gronden. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt enkel een bestaand bijbehorend bouwwerk gesloopt en wordt een nieuw bijbehorend bouwwerk teruggebouwd. De aanwezige bebouwingsstructuren worden dan ook aangehouden. Derhalve wordt gesteld dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap'. Laag van de beleving Het plangebied ligt op de gebiedskenmerkenkaart 'Laag van beleving' binnen de laag 'Donkerte'.
'Donkerte' Lichte gebieden geven een beeld van economische dynamiek; zoals de steden en dorpen, de snelwegen, de kassengebieden, attractieparken en grote bedrijventerreinen. De donkere gebieden geven daarentegen een indicatie van het rustige buitengebied van Overijssel. Het zijn relatief luwe en dunbevolkte gebieden met een Hoofdstuk 22e, Buitengebied Wiekerstraat 7 Rossum
19
lage gebruiksdruk. De ambitie is gericht op het koesteren van donkerte als kwaliteit. Het streven is gericht op het handhaven van de donkerte en, waar mogelijk, de gebieden bij ontwikkelingen nog donkerder te maken. De sturing is gericht op het minimaal toelaten van kunstlicht. Het vereist het selectief inzetten en 'richten' van kunstlicht en het vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen. De kansen hiervoor doen zich met name voor bij ontwikkelingen die een grote invloed hebben op het aspect donkerte, zoals grotere woon- en werklocaties en wegen. Ook de projectering van passages van auto(snel)wegen en regionale wegen speelt daarbij een grote rol vanwege het feit dat op- en afritten veelal leiden tot stedelijke ontwikkelingen. Toetsing van het initiatief aan de 'laag van de beleving' De toekomstige invulling van het perceel voorziet in een ongewijzigde invulling van kunstlicht. Dit vanwege enkel de realisatie van een vergroot bijbehorend bouwwerk ten opzichte van de huidige situatie. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het perceel grotendeels wordt afgeschermd middels de aldaar aanwezige houtopstanden. De laag 'Donkerte' binnen de 'Laag van beleving' vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling.
Conclusie Geconcludeerd wordt dat de in het onderhavige plan mogelijk gemaakte ruimtelijke initiatief niet strijdig is met het provinciale beleid. Het initiatief is in overeenstemming met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en het in de Omgevingsverordening Overijssel verankerde beleid. 4.1.3
Omgevingsvisie Dinkelland
De gemeenteraad van de gemeente Dinkelland heeft op 31 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen. 2. We geven het goede voorbeeld. 3. We wentelen niet af op volgende generaties. 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente Dinkelland wil kernen waar het lekker wonen is, waar bedrijvigheid is en waar mensen werk kunnen vinden. Maar vooral ook kernen waar ruimte is om elkaar te ontmoeten en om samen te komen. De inwoners zien hun leefomgeving veranderen. Het wordt moeilijker om voorzieningen in stand te houden. Dit geldt voor winkels, horeca, kerken, cultuurhuizen, sportvoorzieningen en scholen. Aan de andere kant ziet de gemeente ook nieuwe plannen en combinaties van functies van onderop die kernen juist krachtiger maken.
Van oudsher zijn inwoners van de kernen gewend om de leefbaarheid van hun omgeving in eigen hand te nemen en te zorgen dat het er goed toeven is. Het versterken van de leefbaarheid van de kernen wordt door inwoners en gemeente via MijnDinkelland al langer samen opgepakt. Dit wil de gemeente Dinkelland voortzetten aan de hand van vier speerpunten: voldoende voorzieningen; aantrekkelijk wonen; ruimte voor ondernemen; leefbare openbare ruimte. Op basis van de gemeentelijke waardenkaart behoort het plangebied tot de donkergroene zone. Deze zone is gericht op behouden vanwege hoge waarde en beperkte dynamiek. Waarden: 20
passend in de schaal van het landschap; veel variatie in beplanting; open - gesloten licht - donker hoge ecologische waarde; hoge biodiversiteit; veel beleefbare cultuurhistorie; hoge belevingswaarde. Hoofdstuk 22e, Buitengebied Wiekerstraat 7 Rossum
Speel in op: de oorspronkelijk schaal van het landschap; het versterken van natuurwaarden; behoud van cultuurhistorie en erfkarakteristieken; het vasthouden van water; het verbeteren van biodiversiteit natuurinclusieve bouwwijze; inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is; belevingswaarde gericht op natuur en cultuurhistorie. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Voorliggend plan heeft betrekking op de sloop van een bestaande bijbehorend bouwwerk en de nieuwbouw van een groter bijbehorend bouwwerk op dezelfde locatie. Hiervoor zijn zogenaamde bouwmeters benodigd. In voorliggende situatie wordt aan de Wieschertsweg 6 te Tubbergen landschapontsierende bebouwing verwijderd waardoor vervolgens, middels de uitruil van sloopmeters naar bouwmeters, een vergroot bijbehorend bouwwerk kan worden gerealiseerd. Ter plaatse van het plandeel vinden kleinschalige sloop- en bouwwerkzaamheden plaats waarbij, gezien de reeds aanwezige bebouwing, weinig impact plaatsvindt op de omgeving. Tevens is het plangebied reeds landschappelijk ingepast middels houtopstanden en beukenhagen. Door de sloop van de landschapontsierende bebouwing elders, sloop en vervolgens de bouw van een bijbehorend bouwwerk wordt het betreffende perceel toekomstbestendig ingericht naast een verbetering plaatsvindt in het buitengebied.
Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Dinkelland en geen negatieve invloed uitoefent op de omgeving. 4.1.4
Buitengebied met Kwaliteit
De gemeenteraad van Dinkelland heeft in 2022 het beleidskader 'Buitengebied met kwaliteit' (hierna: beleidskader) vastgesteld. De gemeente streeft naar een aantrekkelijk en vitaal buitengebied waar een goede balans is tussen landgebruik, ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en economische activiteiten. Hiervoor beschikte zij over verscheidene beleidsregelingen zoals Rood voor Rood, Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, Schuur voor Schuur en het VAB+ beleid. Door de jaren heen zijn deze regelingen ingewikkelder geworden, in het beleidskader zijn de verscheidene beleidsregelingen op onderdelen geactualiseerd en aangevuld. Hoe de kwaliteitsimpuls kan worden vormgegeven, is vastgelegd in hoofdstuk 8 'Waardering, aftrekposten en investeringsmogelijkheden'. Het doel van deze beleidsregel is meervoudig. Enerzijds is deze beleidsregel bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderszijds is het doel van deze beleidsregeling om (economische)ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. Uitbreiden vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij woning Voor het uitbreiden van bij een woning toegelaten vrijstaande bijbehorende bouwwerken binnen de functie 'Wonen' gelden de volgende voorwaarden 1.
extra m2 bebouwing wordt uitsluitend toegestaan indien elders binnen de gemeente Dinkelland of Tubbergen landschap ontsierende gebouwen worden gesloopt. Hierbij geldt de volgende bouw/sloopverhouding: Sloopverhouding met Sloopverhouding zonder asbesthoudende golfplaten asbesthoudende golfplaten Tot en met 100 m2 1 m2 extra is 1 m2 sloop 1 m2 extra is 2 m2 sloop 2 2 2 2 101 m tot en met 500 m 1 m extra is 2 m sloop 1 m2 extra is 4 m2 sloop 501 m2 en meer 1 m2 extra is 3 m2 sloop 1 m2 extra is 5 m2 sloop 2. Alleen legaal opgerichte gebouwen kunnen worden ingezet, of aangetoond moet worden dat de gebouwen voor 1998 aanwezig waren; 3. Landschap ontsierende veldschuren komen ook in aanmerking voor deze regeling; 4. Gebouwen moeten in het geheel worden gesloopt, inclusief funderingen en eventuele (mest)kelders; 5. Alleen volledige gebouwen kunnen worden ingezet en niet gedeeltes van gebouwen en/of (grotendeels) ingestorte gebouwen. De gemeente bepaalt of een niet-volledig gebouw kan worden ingezet voor deze regeling; Extra oppervlakte
Hoofdstuk 22e, Buitengebied Wiekerstraat 7 Rossum
21
6. Karakteristieke en/of cultuurhistorisch waardevolle gebouwen kunnen niet worden ingezet voor sloop. 7. De planologische bouwmogelijkheden op alle betrokken locaties worden aangepast aan de nieuwe situatie. Dit betekent onder andere dat de resterende bebouwing na sloop op de slooplocatie(s) beschouwd wordt al de maximaal toegestane oppervlakte aan bebouwing op het betreffende perceel. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken wordt het beleidskader 'Buitengebied met Kwaliteit' toegepast. Voorliggend TAM-omgevingsplan maakt een uitbreiding aan bouwmogelijkheden mogelijk voor extra bebouwing binnen de functie 'Wonen'. In voorstaande situatie wordt een bestaande schuur met een oppervlakte van 131m2 gesloopt en wordt er op dezelfde locatie aan de Wiekerstaat 7 te Rossum een nieuwe schuur met een oppervlakte van 156m2 gerealiseerd. Hiervoor is 25m2 aan bouwmeters benodigd. Aan de Wieschertweg 6 te Tubbergen worden deze sloopmeters verworven. Hiervan wordt 182m2 aan sloopmeters ingezet ten behoeve van voorliggend planvoornemen. Hierbij is een verhouding van 1:2 van toepassing; om 1m2 extra te bouwen, dient 2m2 aan asbesthoudende landschap ontsierende bebouwing gesloopt te worden. Omdat initiatiefnemer al meer dan 350m2 aan bijgebouwen heeft mag hij na de sloop van het bijgebouw slechts de helft terugbouwen. Dit is 65,5m2.
Dit betekent dus dat initiatiefnemer een extra bouwmogelijkheid krijgt van 91 m2 voor 'vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij woning'. Middels deze uitruil van sloopmeters naar bouwmeters kan het grotere bijbehorend bouwwerk worden gerealiseerd. Geconcludeerd wordt dat onderhavig plan voldoet aan alle voorwaarden van het Buitengebied met kwaliteit beleid. 4.1.5
Nota 'De casco benadering in Noordoost-Twente'
De gemeente Dinkelland heeft de beleidsnota 'De casco-benadering in Noordoost-Twente' vastgesteld. Het Nationaal Landschap Noordoost Twente is een gebied met zeldzame en unieke landschapskwaliteiten. Het is een gebied met stuwwallen, bronnen, beken en fraaie cultuurlandschappen. Kernkwaliteit is het waardevolle cultuurlandschap met een variatie in open en een kleinschalig besloten landschap. Schaalvergroting in de grondgebonden landbouw staat op gespannen voet met deze kleinschaligheid. Het verdwijnen van landschapselementen op perceelsgrenzen tast het kleinschalige groene karakter aan en leidt tot een afname van landschapsdiversiteit. De gemeente Tubbergen heeft samen met de provincie Overijssel en de gemeenten Dinkelland, Losser en Oldenzaal de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Om vorm en inhoud te geven aan deze ambitie is een generieke methode ontwikkeld: de casco benadering. Voor de gemeente is de casco-benadering te gebruiken als beoordelingskader voor ingrepen in het landschap. Aan de hand van de casco-kaart kan bezien worden of landschappelijke structuren deel uitmaken van het casco.
Op basis van de casco-kaart kan vastgesteld worden of het landschapselement tot het casco behoort of niet; daaruit volgen drie mogelijke aanvragen op basis van het casco, dit zijn: 1. Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de cascokaart. 2. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de cascokaart. 3. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de cascokaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). Toetsing van het initiatief aan nota Ter plaatse van het plangebied zijn casco elementen van toepassing. Deze elementen bevinden zich ter hoogte van de enkelbestemming 'Bos en Natuur', in de vorm van bebossing. Casco elementen zijn in beginsel beschermd. Echter, voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen de enkelbestemming 'Wonen'. Dit deel van het plangebied is reeds bebouwd; hetgeen betekent dat ten behoeve van voorgenomen ontwikkeling geen bomen geveld hoeven te worden. Binnen het plangebied worden dus geen groenstructuren verwijderd die onderdeel uitmaken van het Casco. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de beleidsnota 'De casco-benadering in Noordoost-Twente'.
4.1.6
Nota omgevingskwaliteit
Op grond van artikel 4.114 Invoeringswet Omgevingswet, geldt de welstandsnota die is vastgesteld op basis van art. 12a Woningwet (oud), als een beleidsregel als bedoeld in 4.19 Omgevingswet. De aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt getoetst aan de Nota Omgevingskwaliteit.
22
Hoofdstuk 22e, Buitengebied Wiekerstraat 7 Rossum
4.2 Voorbereidingsfase / Verkenningsfase met stakeholders 4.2.1
Provinciaal vooroverleg
De provincie Overijssel heeft de 'uitzonderingenlijst vooroverleg ruimtelijke initiatieven 2023' vastgesteld. In dit document is opgenomen welke ruimtelijke initiatieven/ontwikkelingen de provincie niet hoeft te zien zolang geen ander provinciaal beleid en/of andere provinciale belangen zoals NNN en grondwaterbescherming geraakt worden. In het kader van vooroverleg wordt het TAM-Omgevingsplan ter inzage gelegd en met de provincie gedeeld. 4.2.2
Participatie omgeving
Initiatiefnemers hebben de omgeving geïnformeerd over de beoogde ontwikkeling. Hiermee is invulling gegeven aan participatie, het verslag hiervan is opgenomen in Bijlage 4 Participatieverslag.
Hoofdstuk 22e, Buitengebied Wiekerstraat 7 Rossum
23
24
Hoofdstuk 22e, Buitengebied Wiekerstraat 7 Rossum
Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu Zoals blijkt uit hoofdstuk 1.2 geldt een wijziging van het Omgevingsplan alleen wordt vastgesteld met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 lid 1 Ow). Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen. Voor de wijziging zijn op basis van artikel 8.0b lid 1 Bkl de volgende regels en instructies van toepassing: de instructieregels van hoofdstuk 5, met name afdeling 5.1 'Instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties' van het Bkl; de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening; eventuele andere instructies van het Rijk en provincie. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn niet alleen de in het Bkl geregelde milieu aspecten beoordeeld, maar zijn alle relevante aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu beoordeeld, zoals bijvoorbeeld het effect van cumulatie. Voor zover relevant is er voor de aspecten fysieke leefomgeving en milieu ook getoetst aan het gemeentelijk beleid.
5.1 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.1.1
Algemeen
De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Artikel 5.129g, tweede lid, Bkl behelst een motiveringseis en vraagt om explicitering van gemaakte keuzes. Voor het maken en onderbouwen van die keuzes is zo nodig, op grond van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), onderzoek geboden waarbij de nodige kennis wordt vergaard omtrent de behoefte aan de in het project voorziene nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met de uitkomsten daarvan dient in het omgevingsplan of de BOPA rekening te worden gehouden. Artikel 5.129g, tweede lid, Bkl is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen, maar bewerkstelligt dat de wens om in een nieuwe stedelijke ontwikkeling te voorzien aan de hand van het toetsingskader van dit artikellid nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied en met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt.
Deze bepaling schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling (uitspraken van 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1421 (Hengelo) en van 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2579 (Eindhoven). 5.1.2
Onderzoek
Artikel 5.129g lid 1 geeft invulling aan het begrip stedelijke ontwikkeling, waarbij de term substantieel wordt gebruikt. Gelet op de beschrijving van het artikel wordt gesteld dat de voorgestelde ontwikkeling dermate klein is dat deze niet voldoende substantieel is om in aanmerking te komen als stedelijke ontwikkeling. De voorgestelde ontwikkeling voorziet in zowel een kwantitatieve als kwantitatieve behoefte, het gaat hierbij om legalisatie van bijbehorend bouwwerken en het uitbreiden van bijbehorend bouwwerken. Per saldo voorziet het plan in een kwalitatieve behoefte omdat in alle plandelen de wens is om de ontwikkeling mogelijk te maken. De ontwikkeling vindt plaats op een bestaand erf met een beperkte mate van stedelijkheid. De ontwikkeling is relatief kleinschalig en past daarmee qua schaal goed binnen de omgeving. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik in de zin van de ladder voor duurzame verstedelijking.
Hoofdstuk 22e, Buitengebied Wiekerstraat 7 Rossum
25
5.1.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat met de wijziging van het omgevingsplan middels voorliggend TAM-omgevingsplan, met betrekking tot de ladder voor duurzame verstedelijking, sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
5.2 mer-beoordeling 5.2.1
Algemeen
De mer-regelgeving is uitgewerkt in verschillende onderdelen van de Omgevingswet. Afdeling 16.4 van de Omgevingswet bevat de regelgeving over milieueffectrapportage. De uitwerking ervan staat in hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit. In bijlage V van het Omgevingsbesluit staan de projecten en de besluiten waarvoor een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt. Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid meer gemaakt tussen een formele en vormvrije MERbeoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Er is dus nog maar één MER-beoordelingsprocedure. Het aparte m.e.r.-beoordelingsbesluit dat nu nog moet worden genomen vervalt onder de Omgevingswet. Het resultaat en de motivering van de m.e.r.-beoordeling moeten straks in het (ontwerp)plan of (-)programma (zie de artt. 16.36, vijfde lid Omgevingswet en 11.1, eerste lid van het Omgevingsbesluit) of in het (ontwerp)besluit zelf (zie de artt. 16.43, tweede en derde lid Omgevingswet en 11.11, tweede lid van het Omgevingsbesluit) worden opgenomen. Op grond van artikel 16.43 van de Ow en artikel 11.6 van het Ob is de lijst met project-mer-plichtige en project-mer-beoordelingsplichtige projecten opgenomen in bijlage V van het Ob. In bijlage V is een tabel opgenomen met vier kolommen:
In kolom 1 staan de projecten opgesomd; In kolom 2 zijn de gevallen genoemd waarin een project-mer verplicht is; In kolom 3 staan de gevallen genoemd waarin de project-mer-beoordelingsplicht geldt; Kolom 4 bevat tot slot de besluiten die betrekking hebben op de projecten waarvoor de project-mer(beoordelings)plicht geldt.
5.2.2
Onderzoek
In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten en projecten die op grond van bijlage V m.e.r.plichtig zijn. Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling en de verwachte milieuhinder, de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander is tevens bevestigd in de in Hoofdstuk 5 opgenomen milieu- en omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. Op basis van bovengenoemde beoordeling van kenmerken en locatie van het project en de kernmerken van het potentiële effect van het project is vastgesteld dat er geen sprake is van een project dat belangrijke gevolgen heeft, zodat het geen milieueffectrapport hoeft te worden gemaakt (artikel 16.43 jo. artikel 16.53 Ow). 5.2.3