CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsplan Grotestraat 4 Rossum Bijlagen bij de motivering_Bijlage 18 Bodemonderzoek

Gemeenteraad 23 juni 2026, gemeente DinkellandBij agendapunt: 10: Voorstel inzake vaststelling omgevingsplan “TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Rossum, Grotestraat 4”22.847 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum In opdracht van: Horich BV

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum Projectnummer: 2024-0637 Datum: 2-10-2025 Versie 3.0

Guusje van Diermen Adviseur Bodem g.vandiermen@lycens.nl 06-138 395 79

lycens.nl info@lycens.nl 0541 – 570 730

Oldenzaal Deventerstraat 10 7575 EM Oldenzaal

Rob Fieten Projectleider Bodem BRL 2000 r.fieten@lycens.nl 06-160 074 99

Zwolle Schrevenweg 6 8024 HA Zwolle

Groningen Euvelgunnerweg 25A 9723 CV Groningen

Inhoud 1. Inleiding .................................................................................................................... 5 2. Vooronderzoek ........................................................................................................ 7 2.1. 2.2. 2.3. 2.4.

Werkwijze .................................................................................................................................................................... 7 Locatiegegevens ....................................................................................................................................................... 8 Historische informatie ............................................................................................................................................. 8 Geohydrologische gegevens .............................................................................................................................. 11

3. Uitvoering onderzoek ........................................................................................... 12 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5.

Hypothese ................................................................................................................................................................ 12 Onderzoeksstrategie............................................................................................................................................. 12 Uitvoering veldwerk............................................................................................................................................... 12 Zintuigelijke waarnemingen ................................................................................................................................ 12 Uitvoering laboratoriumonderzoek .................................................................................................................. 13

4. Resultaten .............................................................................................................. 15 4.1. 4.2. 4.3.

Analyseresultaten grond ...................................................................................................................................... 15 Analyseresultaten asbest ..................................................................................................................................... 16 Analyseresultaten grondwater ........................................................................................................................... 17

5. Uitvoering nader onderzoek................................................................................ 18 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5. 5.6.

Aanleiding en doelstelling nader onderzoek koper ...................................................................................... 18 Aanleiding en doelstelling nader onderzoek asbest .................................................................................... 19 Onderzoeksstrategie nader onderzoek ........................................................................................................... 20 Uitvoering veldwerk nader onderzoek ............................................................................................................. 20 Zintuigelijke waarnemingen ................................................................................................................................ 20 Uitvoering laboratoriumonderzoek .................................................................................................................. 21

6. Resultaten nader onderzoek ............................................................................... 23 6.1. 6.2.

Analyseresultaten grond ...................................................................................................................................... 23 Analyseresultaten asbest ..................................................................................................................................... 25

7. Aanvullend onderzoek .......................................................................................... 27 7.1. 7.2. 7.3. 7.4. 7.5.

Inleiding.................................................................................................................................................................... 27 Onderzoeksstrategie aanvullend onderzoek .................................................................................................. 27 Uitvoering veldwerk nader onderzoek ............................................................................................................. 28 Zintuigelijke waarnemingen ................................................................................................................................ 28 Uitvoering laboratoriumonderzoek .................................................................................................................. 29

8. Resultaten aanvullend onderzoek ...................................................................... 30 8.1. 8.2. 8.3.

Analyseresultaten grond ...................................................................................................................................... 30 Analyseresultaten asbest ..................................................................................................................................... 31 Analyseresultaten grondwater ........................................................................................................................... 32

9. Conclusie ................................................................................................................ 33

3

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum

14 augustus 2025

9.1. 9.2.

10.

Resultaten grond ................................................................................................................................................... 33 Conclusies en aanbevelingen ............................................................................................................................. 35

Betrouwbaarheid en verantwoording onderzoek ................................. 36

Bijlagen Bijlage 1. Locatie kaart Bijlage 2. Situatietekening Bijlage 3. Boorprofielen Bijlage 4. Toetsingstabellen Bijlage 5. Analysecertificaten Bijlage 6. Definitie toetswaarden Bijlage 7. Documenten vooronderzoek

4

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum

2 oktober 2025

1.

Inleiding

Onderhavig rapportage betreft een vernieuwde versie (versie 3.0) van het verkennend en nader bodemonderzoek aan de Grotestraat 4 te Rossum. Naar aanleiding van de beoordeling van de eerste versie van het bodemonderzoek door de Omgevingsdienst zijn er aanvullende onderzoekswerkzaamheden geadviseerd die zijn verwerkt in onderhavige vernieuwde versie. Hiermee komen de voorgaande rapportages te vervallen. Horich BV heeft Lycens B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van onderhavig verkennend en nader bodemonderzoek op de locatie aan de Grotestraat 4 te Rossum. Voor de ligging van deze locatie wordt verwezen naar bijlage 1, de locatiekaart. De aanleiding voor het verkennend onderzoek is de geplande planologische procedure, aanvraag omgevingsvergunning en de geplande herinrichting van de locatie. De resultaten van het verkennend onderzoek hebben uiteindelijk aanleiding gegeven voor het nader onderzoek. Het doel van het verkennend onderzoek is het bepalen van de bodemkwaliteit op de locatie en daarmee mogelijke verontreinigingen in grond en grondwater te signaleren welke consequenties kunnen hebben voor de voorgenomen planologische procedure, aanvraag omgevingsvergunning en de geplande herinrichting van de locatie.

Hiervoor is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater beoordeeld door het graven van gaten en het verrichten van een aantal boringen en het analyseren van een aantal grond- en grondwatermonsters. Het doel van het nader onderzoek is het bepalen van de aard en omvang van de aangetoonde verontreinigingen op de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie, met een oppervlakte van circa 8.550 m2 bevindt zich ten oosten van Rossum. De situering van de onderzoekslocatie wordt weergegeven in onderstaand figuur. Het voornemen bestaat om het gebied te herontwikkelen voor woningbouw.

Afbeelding. 1.

5

Situering onderzoekslocatie

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum

2 oktober 2025

Het verkennend onderzoek is conform de Nederlandse Normen "Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek" (NEN5740) en "Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond" (NEN5707) uitgevoerd. Het nader onderzoek is conform de Nederlandse Norm “Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging (NTA 5755) en "Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond" (NEN5707) uitgevoerd. Het puin is onderzocht conform de Nederlandse norm ‘’Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat’’ (NEN5897) uitgevoerd. Op basis van de door de opdrachtgever beschikbaar gestelde gegevens verklaart Lycens B.V. dat de onderzoekslocatie geen eigendom is van Lycens B.V. of een aan Lycens B.V. gerelateerd bedrijf. In hoofdstuk 2 worden de resultaten van het vooronderzoek beschreven. De opzet van het verkennend onderzoek wordt in hoofdstuk 3 behandeld met daarbij de verrichtte veld- en laboratoriumwerkzaamheden. In hoofdstuk 4 worden de resultaten weergegeven van het verkennende onderzoek. Hoofdstuk 5 geeft vervolgens de opzet van het nader onderzoek weer, waarna in hoofdstuk 6 de betreffende resultaten worden besproken.

In hoofdstuk 7 wordt het aanvullende onderzoek naar aanleiding van de aandachtspunten van het ODT behandeld. Hoofdstuk 8 behandeld vervolgens de resultaten van de aanvullende onderzoeken. Tot slot worden in hoofdstuk 9 conclusies en aanbevelingen gevormd.

6

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum

2 oktober 2025

2.

Vooronderzoek

2.1.

Werkwijze

Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN5725. Conform deze norm bepaalt de aanleiding van het onderzoek de minimale onderzoekaspecten. In onderstaande tabel zijn deze onderzoekaspecten per aanleiding weergegeven. In onderhavige situatie is sprake van aanleiding A. (Uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit). Tabel 2.1: Onderzoekaspecten in relatie tot aanleiding van het onderzoek

2

Bodemopbouw en geohydrologie

3

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

4

Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

5 a b c d

Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem of bijzondere bestanddelen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. Bodemkwaliteitskaart O.b.v. uitgevoerde onderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?

F: Gebruik van bodemkwaliteitskaarten ten behoeve van de milieuverklaring Bodemkwaliteit

E: Opstellen of actualiseren van een bodemkwaliteitskaart t

D2: Uitvoeren van een ex-situ partijkeuring

D1: Uitvoeren van een in-situ partijkeuring

C: Bepalen van de bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende bodem voorafgaande aan het toepassen van grond of baggerspecie

H Uitvoeren van de (milieubelastende) activiteit graven (exclusief tijdelijk uitnemen) en inschatten van arbeidshygiënische risico's

Locatiegegevens

G: Tijdelijk uitnemen van grond en inschatten van arbeid hygiënische risico's

1

B: Nul-/eindsituatie onderzoek

Aanleiding tot vooronderzoek A: Uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteiten / of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie

Onderzoekaspecten

a

a

b b b c d

Terreinverkenning Optioneel Verplicht Ingeval de grondwaterstand zich dieper dan 25 cm onder het ontgravingsvlak bevindt, kan de geohydrologie buiten beschouwing blijven. Het betreft hierbij de herkomstlocatie van de te beoordelen partij. Bij eindonderzoek bodem verplicht, bij nulonderzoek bodem optioneel. Bij nulonderzoek bodem verplicht, bij eindonderzoek bodem optioneel.

Het doel van het vooronderzoek is om op basis van minimaal de verplichte aspecten in tabel 2.1 inzicht te verkrijgen in de bodemopbouw, het (historische) gebruik van de locatie, de aanwezigheid van potentieel bodembedreigende activiteiten c.q. situaties en de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging.

7

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum

2 oktober 2025

2.2.

Locatiegegevens

In tabel 2.2 zijn de algemene locatiegegevens weergegeven. Tabel 2.2: Locatiegegevens Locatie

Grotestraat 4 te Rossum

Ligging locatie Kadastrale gegevens Oppervlakte onderzoekslocatie Topografische aanduiding (X,Y) Datum locatie inspectie Naam inspecteur Algemene waarnemingen inspectie Risicoplaatsen (chemische verontreiniging) Risicoplaatsen (asbestverontreiniging) Waargenomen verhardingen Gebruik locatie: voormalig huidig toekomstig Lokaal maximale waarde Opdrachtgever Overige belanghebbenden

Ten oosten van Rossum Kadastrale gemeente WSL02, Sectie F, Nummer(s) 2669 Circa 4575 m² 259921.77, 485935.93 Gefaseerd vanaf 24-09-2024 Lars Hartman, Mischa Kroes, Nick Ruiter en Thijs Bults (i.o.) Geen bijzonderheden waargenomen op het maaiveld Nee Nee Druppelzones Asfalt, puin

2.3.

Nee

Zalencentrum Zalencentrum Woningen Niet van toepassing Horich B.V. Initiatiefnemers

Historische informatie

Onderstaand is een overzicht gegeven van de geraadpleegde bronnen. Er is van uitgegaan dat de geleverde informatie juist en volledig is. Lycens B.V. is niet aansprakelijk voor onjuiste of onvolledige informatie die door derden is verstrekt. Bron: • Omgevingsdienst/ Gemeente Dinkelland • Opdrachtgever: Horich B.V. • Provincie (website bodeminformatie) • www.bodemloket.nl • https://bagviewer.kadaster.nl • www.topotijdreis.nl • https://topokaartnederland.nl/ • https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten • www.BROloket.nl • www.grondwatertools.nl

8

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum

2 oktober 2025

Historisch beeldmateriaal Voor het historisch onderzoek zijn de topografische kaarten van 1890 tot op heden bestudeerd. In onderstaande afbeeldingen zijn van enkele jaartallen kaartuitsneden weergegeven (opvolgend).

Op historisch beeldmateriaal is te zien dat de inrichting van de locatie diverse malen is gewijzigd. Onderstaand een rijtje van de jaartallen waartussen slechts de inrichting is veranderd, zonder dat er bebouwing heeft plaatsgevonden. Tussen 1999 en 2006 is te zien dat er een aanbouw is geplaatst ter plekke van het bestaande huis. In 2011 zijn drie contouren zichtbaar in het noordoostelijk gedeelte van het onderzoeksgebied, welke in 2020 nog steeds zichtbaar zijn. • • • •

1904 & 1908 1931 & 1935 1984 & 1988 1996 & 1997

Informatie Provincie/Omgevingsdienst/ Gemeente

Uit de bestudeerde digitale informatie blijkt dat er, voor zover bekend, op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie de volgende bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden, dit betreft: •

9

Circa 200 meter ten noorden van onderhavig onderzoeksgebied bevindt zich een benzine servicestation van UBI-klasse 8

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum

2 oktober 2025

Beschikbare onderzoeksrapporten

Er zijn bodemonderzoeksgegevens bekend, van de onderzoekslocatie en/of de directe omgeving hiervan, te weten:. Projectnaam

Rapport verkennend bodemonderzoek gebaseerd op NEN5740 Grotestraat – De weeldbaan - Rossum

Kruse Auteur 23 november 2010 Datum Ligging ten opzichte van onderhavig locatie

Projectnummer

10052566

In onderhavig onderzoekslocatie. Boringen 3, 4, 5 zijn van toepassing. Deze zijn op de weg ten westen van onderhavig onderzoeksgebied

Hoogst gemeten gehalte grond

n.v.t.

Asbest verdachte locatie Asbest aangetoond

Nee

Bijzonderheden Van invloed op onderhavige locatie

Hoogst gemeten concentratie grondwater Onderzocht op asbest Asbest boven interventiewaarde

Chemisch-analytisch niet onderzocht, visueel niet aangetroffen Geen bijzonderheden aangetroffen bij de relevante boringen.

n.v.t. Nee n.v.t.

nee

Projectnaam Rapport verkennend bodemonderzoek Kruse Auteur April 2007 Datum Projectnummer Ligging ten opzichte van onderhavig locatie

07009010

Op onderhavig onderzoekslocatie. Nieuwbouw bedrijfswoning

Hoogst gemeten gehalte grond

Niet aangetoond

Asbest verdachte locatie Asbest aangetoond

Nee

Bijzonderheden Van invloed op onderhavige locatie

Chemisch-analytisch niet onderzocht, visueel niet aangetroffen Sporen puin

Hoogst gemeten concentratie grondwater Onderzocht op asbest Asbest boven interventiewaarde

Niet aangetoond Nee n.v.t.

nee

Projectnaam Rapport verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 Kruse Auteur 12 mei 2006 06013810 Datum Projectnummer Ligging ten opzichte van onderhavig locatie Grenst ten noorden van huidig onderzoekslocatie.

Hoogst gemeten gehalte grond

n.v.t.

Asbest verdachte locatie Asbest aangetoond

Nee

Bijzonderheden Van invloed op onderhavige locatie

Chemisch-analytisch niet onderzocht, visueel niet aangetroffen Sopren puin en kolengruis

Hoogst gemeten concentratie grondwater Onderzocht op asbest Asbest boven interventiewaarde

n.v.t. Nee n.v.t.

nee

Conclusie

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn met betrekking tot de chemische parameters en asbest onverdachte en/of verdachte deellocaties te onderscheiden. Deze worden weergegeven in hoofdstuk 3.

10

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum

2 oktober 2025

2.4.

Geohydrologische gegevens

De onderstaande (hydro)geologische beschrijving zijn afkomstig uit de Basis Registratie Ondergrond (BRO) van het gegevens afkomstig: De bovenste 20 meter bestaat hoofdzakelijk uit midden en fijn zand. Hieronder bevindt zich tot circa 40 meter diepte een complexe eenheid bestaande uit een afwisseling van grof en midden zand. Hieronder zit een dikke laag van een kleiige eenheid. Deze laag bestaat uit klei en zandige klei en een spoor bruinkool. Deze laag betreft dan ook het eerste watervoerende pakket. De stroming van het freatisch grondwater in het eerste watervoerende pakket is globaal in westelijke richting. De gemiddelde grondwaterstand in de omgeving van de onderzoekslocatie bedraagt circa 1,89 m-mv maar kan afhangen van weers- en seizoensinvloeden. De locatie ligt voor zover bekend niet in een grondwaterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied en/ of boringvrije zone.

11

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum

2 oktober 2025

3.

Uitvoering onderzoek

3.1.

Hypothese

3.2.

Onderzoeksstrategie

In het kader van de NEN5740 zijn hypotheses gesteld over het karakter van de onderzoekslocatie. De hypotheses vormen het uitgangspunt van de gevolgde onderzoeksstrategieën tijdens dit onderzoek. Op basis van de bekend informatie is de locatie als onverdacht te beschouwen

Op basis van de gestelde hypothese wordt de onderzoekslocatie onderzocht conform de bijbehorende strategie en met in achtneming van de oppervlakte. Hieronder wordt op basis van de gestelde en bijbehorende oppervlakte de onderzoeksstrategie weergegeven. Hieronder wordt op basis van de gestelde hypothese en de bijbehorende oppervlakte de onderzoeksstrategie weergegeven. Tabel 3.2: onderzoeksstrategie Deellocatie

Hypothese

Strategie

Gehele onderzoekslocatie

Onverdacht

ONV-NL

Oppervlakte (m2) 8.550

Peilbuizen

Boringen Diep 4

2

Boringen Ondiep 13

De posities van de onderzoek punten zijn op de situatietekening in bijlage 2 weergegeven.

3.3.

Uitvoering veldwerk

Het veldwerk voor de het verkennende onderzoek is uitgevoerd op 24 september, 2 en 14 oktober 2024 door de heren L. Hartman, M. Kroes en T. Bults (veldwerker in opleiding) van Lycens B.V.. Het doorpompen van de geplaatste peilbuizen heeft plaatsgevonden op 24 september en voor bemonstering conform NEN5744:2011 op 2 oktober door de heer Nick Ruiter van Lycens B.V.. De posities van de onderzoekpunten zijn op de tekening in bijlage 2 weergegeven. De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat (K46918/12) uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000: ‘veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ en de daarbij behorende protocollen.

3.4.

Zintuigelijke waarnemingen

Hieronder worden de gegevens van de maaiveldinspectie weergegeven. Tabel 3.4.1: inspectiegegevens ten behoeve van asbest Deellocatie

Mate bedekking (%)

Type bedekking

Neerslag

Zicht

Gehele onderzoekslocatie

20

Verharding

Niet van toepassing

> 50 meter

Inspectie-efficiecy % 50 - 70

Het vrijkomende materiaal is zintuiglijk beoordeeld op samenstelling, geur, kleur en overige bijzonderheden die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. De uitgetekende bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 3. Uit de boorstaten blijkt dat de bodem tot de maximaal onderzochte diepte van circa 2 meter afwisselend bestaat uit zeer fijn zand en klei. Ter plekke van de parkeerplaats bestaat de bovenste 20 cm uit volledig puin en grind. De onderliggende lagen bevatten tevens puin, grind en baksteen. Doordat alle boringen grote hoeveelheden puin vertonen, zijn ter overzicht de puin, baksteen en grind waarnemingen uit onderstaande tabel gehaald.

12

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum

2 oktober 2025

Hieronder worden de zintuiglijke waarnemingen weergegeven . Tabel 3.4.2: Zintuiglijke waarnemingen Deellocatie

Meetpunt

Gehele onderzoekslocatie

007 011 012 014

3.5.

Diepte boring (m -mv) 0,50 0,50 0,50 0,80

Traject (m -mv) 0,15 - 0,50 0,30 - 0,50 0,00 – 0,30 0,30 - 0,60

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

Zand Zand Zand Zand

Veel metselpuin, resten kolengruis Veel metselpuin, resten kolengruis Veel metselpuin, gestaakt op baksteen Sterk asbestverdacht materiaal houdend

Uitvoering laboratoriumonderzoek

Bij de uitvoering van het laboratoriumonderzoek is de gehanteerde onderzoeksstrategie in de NEN5740 en NEN5707 als leidraad gebruikt. Het onderzoek met betrekking tot chemische parameters is uitgevoerd door het laboratorium "Eurofins Analytico B.V." te Barneveld. Het onderzoek met betrekking tot asbest is uitgevoerd door het laboratorium "ACMAA Laboratoria B.V." te Deurningen. Beide laboratoria zijn geaccrediteerd volgens de AS3000. Voor het inschatten van de risico's van eventueel aanwezige verontreinigingen zijn de analyseresultaten (meetwaarden) van het laboratorium gestandaardiseerd (GSSD) en vervolgens getoetst aan de interventiewaarden (bijlage 6). De resultaten van de toetsing wordt weergegeven als index en geeft de verhouding weer tussen het gemeten gehalte en de voormalige streef- en achtergrondwaarden en de huidige interventiewaarden. Met betrekking tot asbest zijn daar waar noodzakelijk de gewogen asbestconcentraties bepaald. Voor de beoordeling van de kwaliteit van de grond en het grondwater zijn mengmonsters van de boven- en ondergrond en grondwatermonster(s) chemisch-analytisch onderzocht op het standaardpakket. Tevens zijn naar aanleiding van de analyseresultaten separate monsters ten behoeve van de analyse op koper ingezet.

In de onderstaande tabellen zijn de monstercodering, de mengmonstersamenstelling en het doel van de grond(meng)monsters en de watermonsters weergegeven. De grondwaterstand kan echter afhankelijk van seizoen en positie op de locatie variëren. Tabel 3.5.1: Samenstelling van de (meng)monsters Deellocatie Gehele onderzoekslocatie

13

Analyse-

Traject

monster

(m -mv)

Deelmonsters

Motivatie

BG01 BG02

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Vaststellen milieuhygiënische kwaliteit bovengrond (t.b.v. verkennend onderzoek)

0,60 - 0,80 0,30 - 0,50

007-2, 011-2, 012-1 002-1, 003-1, 005-1, 008-1, 009-1, 010-1, 019-1 014-1, 015-1, 017-2, 017-3 001-2, 003-2, 003-3, 005-3 004-1-1 014-14-AVM

BG03

0,20 - 0,50

OG01

0,50 - 1,40

OG02 G014 (30-60) AVM G014 (30-60) FF AB 006 (30-50)

0,30 - 0,60

014-14

0,30 - 0,50

006-2

014 (30-50) 015 (20-50) 017 (20-30) 017 (30-50)

0,30 - 0,50 0,20 - 0,50 0,20 - 0,30 0,30 - 0,50

014-1 015-1 017-2 017-3

Vaststellen milieuhygiënische kwaliteit ondergrond (t.b.v. verkennend onderzoek) Vaststellen kwaliteit ten aanzien van asbest

Vaststellen milieuhygiënische kwaliteit bovengrond (t.b.v. verkennend onderzoek) Uitsplitsing t.b.v. koperverontreiniging

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum

2 oktober 2025

Tabel 3.5.2: gemeten grondwatergegevens Deellocatie

Watermonster

Filterdiepte

Grondwater-

Troebelheid

pH

EC

Waargenomen

(m -mv)

stand

(NTU)

(-)

(µS/cm)

bijzonderheden

(m -mv) Gehele onderzoekslocatie >10#

14

:

001-1-2 2,80 - 3,80 0,84 39,7# 6,8 784 n.v.t. 002-1-2 2,80 - 3,80 1,00 55# 6,8 1002 n.v.t. de gemeten troebelheid is hoger dan 10 NTU. Tijdens monstername is vastgesteld dat het maximale onttrekkingsdebiet 500 ml/min bedroeg, de verlaging van het waterniveau in de peilbuis niet meer dan 50 centimeter bedroeg en het filterdeel niet belucht is. Tevens was tijdens de bemonstering sprake van een constante EGV. Aangezien aan de eisen uit de NEN5744:2011 is voldaan, is ondanks de hoger gemeten NTU overgegaan tot bemonstering. De gemeten troebelheid wordt niet van invloed geacht op de analyseresultaten

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum

2 oktober 2025

4.

Resultaten

In bijlage 4 zijn de analyseresultaten van de grond en grondwater getoetst aan de interventiewaarden, middels de BoToVa module, T130 en aan de “Kwaliteitsklassen” middels de BoToVa module T101 uit de Regeling Bodem Kwaliteit 2022. De uitkomsten in tabel 4.1.2 dienen als indicatief te worden beschouwd, daar de analyseresultaten van de getoetste grondmonsters niet zijn verkregen met de methodiek zoals beschreven in de Regeling bodemkwaliteit 2022. De laboratoriumrapporten zijn opgenomen in bijlage 5.

4.1.

Analyseresultaten grond

Tabel 4.1.1 geeft een volledig overzicht van de interpretatie van de analyseresultaten van de grond(meng)monsters. Indien er gestandaardiseerde gehalten zijn aangetoond groter dan de interventiewaarde of de geldende gemeentelijk “Lokaal Maximale Waarden”, zijn in de tabel tevens de meetwaarden van de verhoogde parameters vermeld in milligram per kilogram droge stof (mg/kg ds). Naast de meetwaarde is tevens het gestandaardiseerde gehalte (GSSD) weergegeven. De niet weergegeven parameters overschrijden de interventiewaarde niet. Tabel 4.1.1: Interpretatie van de analyseresultaten van de grond(meng)monsters Deellocatie

Analysemonster BG01

Verkennend onderzoek

BG02 BG03

≥1 *

15

: : :

Monsterconclusie

Toetsing T130

Meetwaarde

GSSD

Overschrijding Achtergrondwaarde

Barium

35

106

Minerale olie C10 - C40 95 PAK 10 VROM

339 1,60

Barium

33

98

Koper PAK 10 VROM

210

401 2,25

Voldoet aan Achtergrondwaarde Overschrijding Interventiewaarde

OG01

Voldoet aan Achtergrondwaarde

Barium

25

66

OG02

Voldoet aan Achtergrondwaarde

Barium

110

135

006 (30-50)

Overschrijding Achtergrondwaarde

PCB (som 7)

0,021

Barium

100

175

Cadmium Lood Zink PAK 10 VROM

1,1 70 120

1,5 90 183 2,73

014 (30-50) Geen verhoginen 015 (20-50) Overschrijding Interventiewaarde Koper 580 1200 017 (20-30) Overschrijding Achtergrondwaarde Koper 37 67 017 (30-50) Overschrijding Achtergrondwaarde Koper 29 59 niet bepaald gelijk aan of groter dan de geldende “Lokaal Maximale Waarde”, dan wel de interventiewaarde de normwaarden voor barium zijn tijdelijk buiten werking gesteld, met uitzondering van duidelijk antropogene verontreinigingen

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum

2 oktober 2025

Index

0,03 0

2,41 0,02

0 0,07 0,08 0,07 0,03 7,73 0,18 0,12

In tabel 4.1.2 zijn de resultaten opgenomen van de indicatieve BoToVa-toetsing, T101, van de geanalyseerde monsters. Tabel 4.1.2: Indicatief oordeel geanalyseerde grond(meng)monsters Deellocatie

Analysemonster

Gehele onderzoekslocatie

: : : : :

Monsterconclusie

BG01 Klasse industrie BG02 Klasse landbouw/ natuur BG03 Klasse sterk verontreinigd OG01 Klasse landbouw/ natuur OG02 Klasse landbouw/natuur 006 (30–50) Klasse industrie 014 (30-50) Klasse landbouw/ natuur 015(20-50) Klasse sterk verontreinigd 017(20-30) Klasse industrie 017(30-50) Klasse industrie Voldoet indicatief aan “Landbouw/Natuur” Voldoet indicatief aan “Wonen” Voldoet indicatief aan “Industrie” Voldoet indicatief aan “Matig verontreinigd” (< dan Interventiewaarde) Voldoet indicatief aan “Sterk verontreinigd” (> dan Interventiewaarde)

Bespreking resultaten Tijdens het verkennend bodemonderzoek is een sterke koperverontreiniging naar voren gekomen waarbij de interventiewaarde wordt overschreden. Verder zijn er lichte verhogingen aangetroffen aan minerale olie, PAK 10 VROM, PCB, cadmium, lood, zink en koper. Doordat de sterke kopergehalte in een mengmonster is gemeten, is het analysemonster uitgesplitst om in beeld te kunnen krijgen in welke monster(s) de verontreiniging zich bevindt. Door middel van de uitsplitsing is gebleken dat de koperverontreiniging zich bevindt in boring 015. Om de omvang van de koperverontreiniging te bepalen is het nader bodemonderzoek uitgevoerd welke omschreven staat in hoofdstuk 5.

4.2.

Analyseresultaten asbest

Tabel 4.2 geeft een volledig overzicht van de interpretatie van de asbestanalyseresultaten. Indien asbest is aangetoond, wordt de gewogen concentratie vermeld in milligram per kilogram droge stof (mg/kg ds). Tabel 4.2: Interpretatie van de asbestanalyseresultaten Deellocatie

Monstercode

Gehele onderzoekslocatie

Fijne fractie (< 20mm) G014 (30-60) FF AB

n.a. 10 105

: : : :

Gewogen gehalte (mg/kg d.s.) Materiaal (> 20mm) G014 (3060) AVM

Fijne fractie 1400

Fijne fractie, incl. materiaal 2447,3

Monsterconclusie

Overschrijdt de wettelijke norm

Niet aanwezig Niet aantoonbaar Asbest aangetoond, geen overschrijding interventiewaarde Asbest aangetoond, overschrijding interventiewaarde

Bespreking resultaten

Tijdens het verkennend bodemonderzoek is ter plekke van boring 14 asbestverdacht materiaal waargenomen. De boring is omgezet naar gat G014 en geanalyseerd op asbest. Hieruit is gebleken dat de interventiewaarde ruim wordt overschreden. Als gevolg hiervan is het nader asbestonderzoek gestart. Het doel hiervan is het in beeld brengen van de asbestverontreiniging. Dit nader onderzoek is eveneens omschreven in hoofdstuk 5.

16

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum

2 oktober 2025

4.3.

Analyseresultaten grondwater

Tabel 4.3 geeft een overzicht van de peilbuisspecificaties en de analyseresultaten van het grondwatermonster. Indien er concentraties zijn gemeten hoger dan de signaalwaarde, dan zijn de betreffende parameters en concentraties vermeld in microgram per liter (µg/l). Tevens is de monsterconclusie weergegeven. Tabel 4.3: Interpretatie van de analyseresultaten van het grondwatermonster Deellocatie

Filterdiepte (mmv)

monsterconclusie

Parameter

Meetwaarde

Index

Gehele 001-1-2 onderzoekslocatie

2,80 - 3,80

Overschrijding Streefwaarde

Barium

160

0,19

002-1-2

2,80 - 3,80

Overschrijding Streefwaarde

Barium

120

0,12

≤0 >0≤0,5 >0,5<1 ≥1

: : : : :

Watermonster

niet onderzocht kleiner dan of gelijk aan de voormalige streefwaarde groter dan de voormalige streefwaarde, gelijk aan of kleiner dan ½(voormalige streefwaarde+signaalwaarde) groter dan ½(voormalige streefwaarde+signaalwaarde) gelijk aan of groter dan de signaalwaarde

Bespreking resultaten Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater licht verhoogde concentraties aan barium bevat. Aangezien met betrekking tot de aangetoonde verhoogde concentraties geen antropogene bron bekend is, is barium vermoedelijk van nature in een verhoogde concentratie in het grondwater aanwezig. De gemeten concentraties vormen geen belemmering voor de geplande herontwikkeling of het toekomstige gebruik van de onderzoekslocatie

17

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum

2 oktober 2025

5.

Uitvoering nader onderzoek

5.1.

Aanleiding en doelstelling nader onderzoek koper

Het proces van het nader onderzoek naar koper is in onderstaande afbeelding weergegeven:

F IGUUR 5.1.1: STAPPENPLAN N ADER BODEMONDERZOEK

Stap 1 is het vaststellen van de aanleiding en de doelstelling van het nader onderzoek naar chemische parameters en asbest. Aanleiding De aanleiding van het nader onderzoek wordt gevormd door de onderzoeksresultaten van het eerder uitgevoerde bodemonderzoek. Tijdens het verkennende bodemonderzoek is er een verontreiniging aan koper aangetroffen. Doelstelling De doelstelling van onderzoek is het horizontaal en verticaal afperken van de koperverontreiniging.

18

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum

2 oktober 2025

Conceptueel model Ten behoeve van het opstellen van het conceptueel model is gebruik gemaakt van onderstaand weergegeven figuur.

F IGUUR 5.1.2: S TAPPENPLAN OPSTELLEN CONCEPTUEEL MODEL

5.2.

Aanleiding en doelstelling nader onderzoek asbest

Aanleiding De aanleiding van het nader onderzoek wordt gevormd door de onderzoeksresultaten zoals beschreven in de hoofdstukken 3 en 4. Tijdens het verkennend bodemonderzoek is een asbestverontreiniging aangetoond ter plaatse van boring 14 (gat G014). De omvang van de verontreiniging met asbest is nog onbekend. Doelstelling De doelstelling van onderhavig onderzoek is het vaststellen van zowel de verticale als horizontale omvang van de asbestverontreiniging.

19

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum

2 oktober 2025

5.3.

Onderzoeksstrategie nader onderzoek

Koper Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat een sterke verontreiniging aan koper aanwezig is in boring 015. Om meer inzicht te krijgen in de aangetoonde verontreiniging wordt de locatie onderzocht op basis van het conceptueel model uit de NTA 5755. Ten behoeve van de verticale afperking van de verontreiniging wordt in de verontreinigingskern één boring tot 1,50 m-mv verricht. Vervolgens worden rondom de verontreinigingskern 7 boringen tot 1 m-mv verricht voor de horizontale afperking. Uit deze boringen worden monsters geanalyseerd op koper. Asbest Op basis van de gestelde hypothese en de resultaten van het vooronderzoek wordt de verontreiniging onderzocht conform de strategie voor ‘Nader onderzoek asbest, vaststellen omvang (onderzoeksvariant 1) (7.3 NEN5707). Conform de gehanteerde strategie, rekening houdend met de oppervlakte en toekomstige inrichting van de onderzoekslocatie worden 4 sleuven gegraven tot de onderkant van de verdacht laag met een afmeting van minimaal 2,0 x 0,3 meter. Uit deze sleuven worden monsters geanalyseerd op asbest.

5.4.

Uitvoering veldwerk nader onderzoek

Het veldwerk voor de nadere onderzoeken is gefaseerd uitgevoerd op 5 november, 10 december 2024 en 10 februari 2025 door de heren Lars Hartman, Mischa Kroes, Nick Ruiter en Thijs Bults (i.o.) van Lycens B.V.. de veldwerkzaamheden ter plaatse van de asbestverontreiniging zijn conform CROW 400 onder de veiligheidsklasse Zwart, niet vluchtig uitgevoerd. De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat (K46918/12) uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000: ‘veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ en de daarbij behorende protocollen.

5.5.

Zintuigelijke waarnemingen

Maaiveld Op het maaiveld is tijdens het onderzoek geen asbest verdacht materiaal waargenomen. Bodem Het vrijkomende materiaal is zintuigelijk beoordeeld op samenstelling, geur, kleur en overige bijzonderheden die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. De uitgetekende bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 3. In verband met de volledige verharding ter plaatse van de onderzoekslocatie (de parkeerplaats) is er geen maaiveldinspectie uitgevoerd. Formeel betreft dit een afwijking op de NEN5707. Echter heeft dit niet geleidt tot een verandering in de strategie waardoor het geen gevolgen heeft op de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Uit de boorstaten blijkt dat de bodem tot de maximaal onderzochte diepte van circa 2 meter afwisselend bestaat uit zeer fijn zand en klei waarbij circa de bovenste 20 cm bestaat uit volledig puin en grind. De onderliggende lagen bevatten tevens puin, grind en baksteen. Doordat alle boringen grote hoeveelheden puin vertonen, zijn de puin, baksteen en grind waarnemingen uit onderstaande tabel gehaald ter overzicht.

20

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum

2 oktober 2025

Hieronder worden de zintuiglijke waarnemingen weergegeven . Tabel 5.5: Zintuiglijke waarnemingen Deellocatie

Boring

Diepte boring

Traject

(m -mv)

(m -mv)

007 011 012 Sleuvenonderzoek S01 asbest S02 S04 S05 S06/110 S07

0,50 0,50 0,30 0,80 0,60 0,70 0,70 1,00 0,55

S10/109

1,00

S11 S12 S13

0,70 0,50 0,50

S14

0,81

S16 103

0,60 1,00

018

0,45

0,40 - 0,45

017

0,50

0,20 - 0,30 0,30 - 0,50

Zand Zand

matig metselpuinhoudend matig metselpuinhoudend

015 014

0,50 0,80

0,20 - 0,50 0,30 - 0,60

Zand Zand

004-1

2,00

0,50 - 0,60

sterk metselpuinhoudend uiterst puinhoudend, sterk asbestverdacht materiaal houdend volledig beton

106 214

1,00 1,00

0,50 - 0,80 0,18 - 0,60

Zand Zand

sporen hout zwak kolengruishoudend

Verkennend bodemonderzoek

Nader koper onderzoek

5.6.

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

0,15 - 0,50 0,30 - 0,50 0,00 - 0,30 0,15 - 0,60 0,15 - 0,50 0,15 - 0,60 0,15 - 0,60 0,20 - 0,50 0,10 - 0,50 0,50 - 0,55 0,20 - 0,50 0,50 - 0,70 0,10 - 0,70 0,10 - 0,50 0,15 - 0,50

Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand

0,50 - 0,80 0,80 - 0,81 0,05 - 0,50 0,25 - 0,50 0,50 - 0,70

Zand

veel metselpuin, resten kolengruis veel metselpuin, resten kolengruis veel metselpuin, gestaakt op baksteen sterk asbestverdacht materiaal houdend sterk asbestverdacht materiaal houdend matig asbestverdacht materiaal houdend zwak asbestverdacht materiaal houdend sporen asbestverdacht materiaal veel asbestverdacht materiaal gestaakt te veel asbest veel asbestverdacht materiaal veel asbestverdacht materiaal zwak asbestverdacht materiaal houdend sporen asbestverdacht materiaal sterk puinhoudend, sporen asbestverdacht materiaal zwak asbestverdacht materiaal houdend Gestaakt sleuf is verzet voor de zekerheid zwak asbestverdacht materiaal houdend veel hout zwak houthoudend

Zand Zand Zand Zand Zand

Klei Zand Zand

gestaakt, massief

Uitvoering laboratoriumonderzoek

Bij de uitvoering van het laboratoriumonderzoek is de gehanteerde onderzoeksstrategie in de NEN5740 en NEN5707 als leidraad gebruikt. Het onderzoek met betrekking tot chemische parameters is uitgevoerd door het laboratorium "Eurofins Analytico B.V." te Barneveld. Het onderzoek met betrekking tot asbest is uitgevoerd door het laboratorium "ACMAA Laboratoria B.V." te Deurningen. Beide laboratoria zijn geaccrediteerd volgens de AS3000. Voor het inschatten van de risico's van eventueel aanwezige verontreinigingen zijn de analyseresultaten (meetwaarden) van het laboratorium gestandaardiseerd (GSSD) en vervolgens getoetst aan de interventiewaarden (bijlage 6). De resultaten van de toetsing wordt weergegeven als index en geeft de verhouding weer tussen het gemeten gehalte en de voormalige streef- en achtergrondwaarden en de huidige interventiewaarden. Met betrekking tot asbest zijn daar waar noodzakelijk de gewogen asbestconcentraties bepaald. Voor de beoordeling van de kwaliteit van de grond zijn (meng)monsters van de boven- en ondergrond chemisch-analytisch onderzocht op het koper of asbest. In de onderstaande tabellen zijn de monstercodering, de mengmonstersamenstelling en het doel van de grond(meng)monsters weergegeven.

21

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum

2 oktober 2025

Tabel 5.6: Samenstelling van de (meng)monsters Deellocatie Asbestonderzoek

Koperonderzoek

22

Analyse-

Traject

monster

(m -mv)

Deelmonsters

Motivatie

S01 (60-80)

0,60 - 0,80

S01-S01-OG

S01 S01 (15-50) S01 (15-50) AVM S02 (15-50) S02 (15-50) AVM S03 (15-45) S04 (15-50) S04 (15-50) AVM S05 (15-50) S05 (15-50) AVM S15 S17 S18 S08 (30-50) FF S08 (30-50) AVM S09 (0-50) FF S12 (10-50) FF S12 (10-50) AVM S13 (15-50) FF S13 (15-50) AVM 101 (25-50) 101 (60-100)

0,15 - 0,50 0,15 - 0,50 0,15 - 0,50

S01-S01-BG S01-S01-BO S01-S01-AVM

Vaststellen asbestverdachte bodem t.b.v. verticale afperking Vaststellen asbestverdachte bodem t.b.v. horizontale afperking

0,15 - 0,50 0,15 - 0,50 0,15 - 0,45 0,15 - 0,50 0,15 - 0,50

S02-S02-BG S02-S02-AVM1, S02S02-AVM2 S03-S03-BG S04-S04 S04-S04-AVM

0,15 - 0,50 0,15 - 0,50

S05-S05-BG S05-S05-AVM

0,05 - 0,40 0,00 - 0,50 0,20 - 0,60 0,30 - 0,50 0,30 - 0,50

S15-1 S17-1 S18-1 S08-1 S08-2

0,00 - 0,50 0,10 - 0,50 0,10 - 0,50

S09-1 S12-2 S12-1

0,15 - 0,50 0,15 - 0,50

S13-1 S13-2

0,25 - 0,50 0,60 - 1,00

101-1 101-3

Vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit ten behoeve van de verticale afperking (koper)

102 (25-50) 103 (25-50) 104 (35-70) 105 (0-50) 106 (20-80) 107 (30-50) 108 (0-50) 109 (20-70) 110 (20-70) 111 (20-50) 112 (25-50) 201 202 203 204 205 206 207 208 209 210 211 212 213 214

0,25 - 0,50 0,25 - 0,50 0,35 - 0,70 0,00 - 0,50 0,20 - 0,80 0,30 - 0,50 0,00 - 0,50 0,20 - 0,70 0,20 - 0,70 0,20 - 0,50 0,25 - 0,50 0,50 - 0,90 0,50 - 0,80 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,50 - 0,90 0,50 - 1,00 0,50 - 0,70 0,60 - 0,70 0,50 - 1,00 0,20 - 0,50 0,50 - 0,80 0,50 - 0,60 0,50 - 0,60

102-1 103-1 104-1, 104-2 105-1 106-1, 106-2 107-2 108-1 S10/109-5, S10/109-6 S06/110-5, S06/110-6 111-1 112-1 201-2 202-2 203-2 204-2 205-2 206-2 207-2 208-2 209-3 210-2 211-1 212-2 213-2 214-2

Vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit ten behoeve van de horizontale afperking (koper)

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum

2 oktober 2025

6.

Resultaten nader onderzoek

In bijlage 4 zijn de analyseresultaten van de grond e getoetst aan de interventiewaarden, middels de BoToVa module, T130 en aan de “Kwaliteitsklassen” middels de BoToVa module T101 uit de Regeling Bodem Kwaliteit 2022. De uitkomsten in tabel 4.1.2 dienen als indicatief te worden beschouwd, daar de analyseresultaten van de getoetste grondmonsters niet zijn verkregen met de methodiek zoals beschreven in de Regeling bodemkwaliteit 2022. De laboratoriumrapporten zijn opgenomen in bijlage 5.

6.1.

Analyseresultaten grond

Tabel 6.1.1 geeft een volledig overzicht van de interpretatie van de analyseresultaten van de grond(meng)monsters. Indien er gestandaardiseerde gehalten zijn aangetoond groter dan de interventiewaarde of de geldende gemeentelijk “Lokaal Maximale Waarden”, zijn in de tabel tevens de meetwaarden van de verhoogde parameters vermeld in milligram per kilogram droge stof (mg/kg ds). Naast de meetwaarde is tevens het gestandaardiseerde gehalte (GSSD) weergegeven. De niet weergegeven parameters overschrijden de interventiewaarde niet. Tabel 6.1.1: Interpretatie van de analyseresultaten van de grond(meng)monsters Deellocatie Nader koper onderzoek

≥1 *

23

: : :

AnalyseMonsterconclusie Toetsing T130 Meetwaarde GSSD monster 101 (60-100) Geen verhogingen 102 (25-50) Overschrijding Interventiewaarde Koper 730 1510 103 (25-50) Overschrijding Interventiewaarde Koper 710 1352 104 (35-70) Overschrijding Interventiewaarde Koper 380 786 105 (0-50) Overschrijding Achtergrondwaarde Koper 68 130 106 (20-80) Overschrijding Interventiewaarde Koper 180 362 107 (30-50) Overschrijding Achtergrondwaarde Koper 66 129 108 (0-50) Overschrijding Achtergrondwaarde Koper 28 52 109 (20-70) Overschrijding Interventiewaarde Koper 200 400 110 (20-70) Overschrijding Interventiewaarde Koper 210 419 111 (20-50) Overschrijding Interventiewaarde Koper 260 538 112 (25-50) Geen verhogingen 201 (50-90) Geen verhogingen 202 (50-80) Geen verhogingen 203 (50-100) Geen verhogingen 204 (50-100) Geen verhogingen 205 (50-100) Geen verhogingen 206 (50-90) Geen verhogingen 207 (50-100) Geen verhogingen 208 (50-70) Geen verhogingen 209 (60-70) Geen verhogingen 210 (50-100) Geen verhogingen 211 (20-50) Geen verhogingen 212 (50-80) Geen verhogingen 213 (50-60) Overschrijding Interventiewaarde Koper 120 225 214 (50-60) Geen verhogingen niet bepaald gelijk aan of groter dan de geldende “Lokaal Maximale Waarde”, dan wel de interventiewaarde de normwaarden voor barium zijn tijdelijk buiten werking gesteld, met uitzondering van duidelijk antropogene verontreinigingen

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum

2 oktober 2025

Index

9,8 8,75 4,97 0,6 2,15 0,59 0,08 2,4 2,52 3,32

1,23

In tabel 6.1.2 zijn de resultaten opgenomen van de indicatieve BoToVa-toetsing, T101, van de geanalyseerde monsters. Tabel 6.1.2: Indicatief oordeel geanalyseerde grond(meng)monsters Deellocatie

Analysemonster

Monsterconclusie

Nader koper onderzoek

: : : : :

101 (60-100) Klasse landbouw/ natuur 102 (25-50) Klasse sterk verontreinigd 103 (25-50) Klasse sterk verontreinigd 104 (35-70) Klasse sterk verontreinigd 105 (0-50) Klasse industrie 106 (20-80) Klasse sterk verontreinigd 107 (30-50) Klasse industrie 108 (0-50) Klasse wonen 109 (20-70) Klasse sterk verontreinigd 110 (20-70) Klasse sterk verontreinigd 111 (20-50) Klasse sterk verontreinigd 112 (25-50) Klasse landbouw/ natuur 201 Klasse landbouw/ natuur 202 Klasse landbouw/ natuur 203 Klasse landbouw/ natuur 204 Klasse landbouw/ natuur 205 Klasse landbouw/ natuur 206 Klasse landbouw/ natuur 207 Klasse landbouw/ natuur 208 Klasse landbouw/ natuur 209 Klasse landbouw/ natuur 210 Klasse landbouw/ natuur 211 Klasse landbouw/ natuur 212 Klasse landbouw/ natuur 213 Klasse sterk verontreinigd 214 Klasse landbouw/ natuur Voldoet indicatief aan “Landbouw/Natuur” Voldoet indicatief aan “Wonen” Voldoet indicatief aan “Industrie” Voldoet indicatief aan “Matig verontreinigd” (< dan Interventiewaarde) Voldoet indicatief aan “Sterk verontreinigd” (> dan Interventiewaarde)

Bespreking resultaten Tijdens het nader koperonderzoek is ter plekke van boring 015 een nieuwe boring gezet welke is doorgezet tot één meter. Dit is gedaan zodat de verontreiniging verticaal afgeperkt kan worden. Zoals te zien in de resultaten, is er geen koper meer aangetroffen in de ongeroerde ondergrond op een diepte van 0,60 – 1,0 mmv. Hierbij is de sterke verontreiniging in verticale richting afgeperkt en kan gesteld worden dat de verontreiniging zich niet heeft verspreid tot het grondwater. De boringen welke rondom boring 015 zijn geplaatst vertonen nog veel overschrijdingen van de interventiewaarde, vooral in de westelijke richting. Om een duidelijk beeld te verkrijgen van de verontreinigingsvlek zijn er nieuwe boringen geplaatst (de 200 serie). Hierbij is er nog 1 extra boring gevonden waarbij de interventiewaarde wordt overschreden voor koper. Hiernaast zijn er zijn twee monsters aangetroffen waarbij de interventiewaarde niet wordt overschreden, maar de waarde voor de kwaliteitsklasse wonen wel wordt overschreden (functieklasse industrie). Echter is door de aangrenzende bebouwing, de aanwezige groenstrook en de omliggende boringen welke na analyse onder de klasse wonen bleken te liggen, is de verontreiniging door ons als voldoende afgeperkt beschouwd.

Hiermee is er een goed beeld ontstaan van de omvang van de verontreiniging, en is er sprake van een horizontale en verticale afperking. Hiermee is er voldaan volgens de onderzoeksvragen van de NTA. Er zijn geen nieuwe onderzoeksvragen ontstaan.

24

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum

2 oktober 2025

De bovengrond van analysemonster 101 (25-50) is geanalyseerd op PFAS. Gezien het PFAS gehalte mag de grond ter plekke van de onderzoekslocatie niet worden toegepast in een grondwaterbeschermingsgebied, tenzij gebied specifiek beleid dit toestaat. Opgemerkt dient te worden dat het onderzoek heeft gericht op de geroerde bodemlaag welke zich onder de aanwezige verhardingslaag bevindt. Aangezien de verhardingslaag voor meer dan 50% uit bodemvreemd materiaal bestaat is deze niet tot de bodem gerekend en valt deze laag buiten de scope van het onderzoek.

6.2.

Analyseresultaten asbest

Tabel 6.2 geeft een volledig overzicht van de interpretatie van de asbestanalyseresultaten. Indien asbest is aangetoond, wordt de gewogen concentratie vermeld in milligram per kilogram droge stof (mg/kg ds). Tabel 6.2: Interpretatie van de asbestanalyseresultaten Deellocatie

Monstercode

Nader asbestonderzoek

n.a. 10 105

25

: : : :

Gewogen gehalte (mg/kg d.s.)

Monsterconclusie

Fijne fractie (< 20mm) S01 (15-50)

Materiaal (> 20mm) S01 (15-50) AVM

Fijne fractie 98,00

Fijne fractie, incl. materiaal 1397

S01 (60-80)

-

n.a.

-

S02 (15-50)

S02 (15-50) AVM

56,00

3024,2

S03 (15-45)

-

n.a.

-

S04 (15-50)

S04 (15-50) AVM

130

717,7

S05 (15-50)

S05 (15-50) AVM

n.a.

18,7

S06

Gestaakt wegens visueel aantreffen asbest

S07

Gestaakt wegens visueel aantreffen asbest

S08 (30-50) FF

S08 (30-50) AVM

n.a.

38,8

S09 (0-50) FF

-

n.a.

-

S10 S11 S12 (10-50) FF

Gestaakt wegens visueel aantreffen asbest Gestaakt wegens visueel aantreffen asbest S12 (10-50) AVM 0,0 29,5

S13 (15-50) FF

S13 (15-50) AVM

S14 S15

Gestaakt wegens visueel aantreffen asbest n.a. -

S16 S17

Gestaakt wegens visueel aantreffen asbest n.a. -

S18

-

n.a.

n.a.

60,1

-

Overschrijdt de wettelijke norm Overschrijdt de wettelijke norm niet Overschrijdt de wettelijke norm Overschrijdt de wettelijke norm niet Overschrijdt de wettelijke norm Overschrijdt de wettelijke norm niet

Overschrijdt de wettelijke norm niet Overschrijdt de wettelijke norm niet

Overschrijdt de wettelijke norm niet Overschrijdt de wettelijke norm nader onderzoek Overschrijdt de wettelijke norm niet Overschrijdt de wettelijke norm niet Overschrijdt de wettelijke norm niet

Niet aanwezig Niet aantoonbaar Asbest aangetoond, geen overschrijding interventiewaarde Asbest aangetoond, overschrijding interventiewaarde

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum

2 oktober 2025

Bespreking resultaten Ter plaatse van het eerder gevonden asbest is sleuf S01 geplaatst tot 0,8 m-mv ten behoeve van de verticale afperking, en 4 sleuven er omheen ten behoeve van de horizontale afperking. Uit de analyseresultaten is gebleken dat het monster S01 (60-80) geen asbest bevat. Hiermee is de verontreiniging verticaal afgeperkt. De monsters ten noorden en westen van S01 vertonen tevens waarden boven de interventiewaarde. De monsters ten oosten en westen liggen onder de interventiewaarde. Doordat de verontreiniging nog niet is afgeperkt in horizontale richting, is er een tweede fase van het nader onderzoek uitgevoerd, waarbij er nieuwe sleuven geplaatst zijn ten noorden en westen van de sleuven waar asbest boven de interventiewaarde was aangetroffen. Tijdens het nader asbestonderzoek zijn verschillende sleuven gestaakt doordat er visueel asbest was gevonden. Uiteindelijk zijn er vier sleuven bemonsterd ter analyse. Uit de resultaten is gebleken dat alleen sleuf 13 nog verhogingen vertoond waarbij er een gehalte is gevonden van 60,1 mg/kg ds. Dit houdt in dat de interventiewaarde niet wordt overschreden, maar wel de grenswaarde voor nader onderzoek. Als gevolg hiervan is er een derde fase van het nader onderzoek is uitgevoerd sleuven geplaatst. Tijdens het veldwerk zijn twee sleuven gestaakt doordat in deze sleuven asbestverdacht materiaal is aangetroffen.

In sleuf 16 is asbestverdacht materiaal gevonden. Hierdoor wordt met het oog op de geplande werkzaamheden de verontreinigingscontour tot de kadastrale grens geplaatst. Doordat het naastliggende terrein lager ligt dan het terrein van onderhavige onderzoeksgebied en de geplande werkzaamheden zich niet uitbreiden tot het naastliggende perceel, wordt de verontreinig tot de perceelsgrens getrokken. De zintuiglijk schone sleuven die uiteindelijk zijn bemonsterd bleken ook daadwerkelijk geen asbest te bevatten. Hiermee is de verontreiniging ook horizontaal afgeperkt. Uit het onderzoek blijkt dat de met asbest verontreinigde laag zich onder de aanwezige puinverharding bevindt. In de aanwezige puinverharding is visueel geen asbest waargenomen. Op basis van de bekende informatie is de aanwezige puinlaag welke toegepast is als verhardingslaag niet verdacht ten aanzien van asbest. In combinatie met het niet onder de scope vallen van onderhavig onderzoek heeft geen specifiek onderzoek naar de kwaliteit van deze verhardingslaag ten aanzien van asbest plaatsgevonden.

26

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum

2 oktober 2025

7.

Aanvullend onderzoek

7.1.

Inleiding

De Omgevingsdienst heeft de bovenstaande resultaten (uit versie 1.0 van de rapportage) beoordeeld waaruit enkele aandachtspunten zijn uitgebracht. Naar aanleiding van het advies van de Omgevingsdienst Twente is aanvullend overleg gevoerd met de gemeente Dinkelland. Tijdens dit overleg is geconcludeerd dat nog uit te voeren onderzoek op een zo praktisch en zo kosten efficiënte manier uitgevoerd dient te worden. De aandachtspunten van de Omgevingsdienst Twente zijn onderstaand weergegeven. •

•

•

Er blijkt een olie-vet afscheider (keuken afvalstromen) aanwezig te zijn op de onderzoekslocatie. Doordat deze informatie destijds niet is aangeleverd bij de aanvraag van de bodeminformatie, is deze niet onderzocht tijdens het onderzoek van versie 1.0. Deze dient alsnog onderzocht te worden. De omvang van de koperverontreiniging is beoordeeld als onvoldoende onderzocht. Via een nader onderzoek conform de Nederlandse Norm ‘’Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van de bodemverontreiniging’’ (NTA 5755) wordt de koperverontreiniging verder afgeperkt. Tijdens het verkennende onderzoek is (metsel)puin aangetroffen. Deze plekken zijn destijds niet onderzocht op asbest omdat reeds elders op het terrein asbest is aangetoond. In het aanvullende onderzoek zijn de plekken waar puin en/ of metselpuin maar visueel geen asbest is aangetroffen opgedeeld in deellocaties waarna conform de Nederlandse normen ‘’Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond’’ (NEN5707) en ‘’Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat’’ (NEN5897) uitgevoerd.

7.2.

Onderzoeksstrategie aanvullend onderzoek

Olie-vet afscheider De olie-vet afscheider wordt onderzocht conform de strategie ‘’Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek’’ (NEN5740). Conform de strategie VEP-OO is de locatie onderzocht door middel van het plaatsen van 1 boring en het plaatsen van een peilbuis. Koper Om meer inzicht te krijgen in de aangetoonde koper verontreiniging wordt de locatie onderzocht op basis van het conceptueel model uit de NTA 5755. Met behulp van de onderstaande onderzoeksvraag wordt er meer inzicht verkregen in de koper verontreiniging. - Wat is de horizontale omvang van de koperverontreiniging met het oog op een kosten efficiënte en effectieve sanering? Ten behoeve van de horizontale afperking in oostelijke richting worden er ten oosten van boring 105 en 107 twee boringen tot 1,50 m-mv geplaatst. Uit deze boringen zijn monsters geanalyseerd op koper. Naar aanleiding van de resultaten zijn later 6 nieuwe boringen geplaatst en geanalyseerd op koper. Asbest Op basis van het waargenomen (metsel)puin worden zijn er 3 deelgebieden onderzocht conform de strategie ‘’Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond’’ (NEN5707).

Doordat de deklaag ter plekke van deze deellocaties significant anders van samenstelling zijn dan de beschreven verhardingslaag ter plaatse van de parkeerplaats in het verkennend onderzoek, zijn de deelgebieden uit het aanvullende onderzoek onderzocht conform de strategie ‘’Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat’’ (NEN5897). Conform de gehanteerde strategie, zijn de 3 deellocaties onderzocht zoals in onderstaande tabel is weergegeven.

27

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum

2 oktober 2025

Tabel 7.2: onderzoeksstrategie per deellocatie Deellocatie

Strategie

Oppervlakte

Gat tot 0,5 m-mv

Gaten tot 2,0

Deelgebied 1 Deelgebied 2 Deelgebied 3

Verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld

1680 60 180

10 2 2

2 2 2

7.3.

Uitvoering veldwerk nader onderzoek

7.4.

Zintuigelijke waarnemingen

Het veldwerk voor het nadere en aanvullende onderzoek is gefaseerd uitgevoerd op 18 en 25 juli en 5 augustus 2025 door de heren Lars Hartman en Nick Ruiter van Lycens B.V.. De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat (K46918/12) uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000: ‘veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ en de daarbij horende protocollen.

Maaiveld Op het maaiveld is tijdens het onderzoek geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Bodem In het veld is ter plekke van de olie-vet afscheider de diepte van de put vastgesteld op 1,5 m-mv. Hiermee is de boring conform de strategie VEP-OO doorgezet tot 2 m-mv. Het vrijkomende materiaal is zintuigelijk beoordeeld op samenstelling, geur, kleur en overige bijzonderheden die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. De uitgetekende boorprofielen zijn opgenomen in bijlage 3. Tabel 7.4: zintuigelijke waarnemingen Deellocatie

Boring

Deellocatie 1

Olie-vet afscheider

Koper afperking

28

Traject (m-mv)

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

G101

Diepte boring (m-mv) 0,80

0,08 - 0,50

Zand

G102

0,80

0,15 - 0,50

Zand

G103 G105 G106 & G107 G108

0,50 0,50 1,00

0,00 - 0,50 0,08 - 0,50 0,00 - 0,50

Zand Zand Zand

brokken baksteen, sporen puingranulaat, brokken plastic, sporen glas, puingranulaat sporen kolengruis, sporen aardewerk, brokken baksteen sporen baksteen brokken puingranulaat sporen baksteen

0,80

0,08 - 0,50

Zand

G109 t/m G111 G111 G112

0,80

0,08 - 0,50

brokken baksteen, sporen puingranulaat, brokken plastic, sporen glas, puingranulaat puingranulaat

0,80 0,80

0,20 - 0,50 0,08 - 0,40 0,40 - 0,50

Zand Zand Zand

veel baksteen, veel metselpuin puingranulaat veel baksteen, veel metselpuin

401

3,60

0,20 - 0,70

Zand

0,70 - 1,20

Zand

sporen baksteen, sporen kolengruis, sporen roest, sporen glas sporen baksteen, sporen wortels

402

1,70

0,20 - 0,70 0,70 - 1,20

Zand Zand

sporen baksteen, sporen kolengruis sporen baksteen, sporen wortels

501

1,20

0,00 - 0,90 0,90 - 1,20

Zand Zand

502

1,20

0,00 - 0,70 0,80 - 1,20

Zand Zand

sporen baksteen sporen baksteen, sporen kolengruis, sporen glas sporen baksteen sporen kolengruis, sporen baksteen, sporen glas, sporen plastic

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Grotestraat 4 te Rossum

2 oktober 2025

7.5.

Uitvoering laboratoriumonderzoek

Bij de uitvoering van het laboratoriumonderzoek is de gehanteerde onderzoeksstrategie in de NEN5740 en NEN5707 als leidraad gebruikt. Het onderzoek met betrekking tot chemische parameters is uitgevoerd door het laboratorium "Eurofins Analytico B.V." te Barneveld. Het onderzoek met betrekking tot asbest is uitgevoerd door het laboratorium "ACMAA Laboratoria B.V." te Deurningen. Beide laboratoria zijn geaccrediteerd volgens de AS3000. Voor het inschatten van de risico's van eventueel aanwezige verontreinigingen zijn de analyseresultaten (meetwaarden) van het laboratorium gestandaardiseerd (GSSD) en vervolgens getoetst aan de interventiewaarden (bijlage 6). De resultaten van de toetsing wordt weergegeven als index en geeft de verhouding weer tussen het gemeten gehalte en de voormalige streef- en achtergrondwaarden en de huidige interventiewaarden. Met betrekking tot asbest zijn daar waar noodzakelijk de gewogen asbestconcentraties bepaald. Voor de beoordeling van de kwaliteit van de grond en het grondwater zijn mengmonsters van de boven- en ondergrond en grondwatermonster(s) chemisch-analytisch onderzocht op het standaardpakket. In de onderstaande tabellen zijn de monstercodering, de mengmonstersamenstelling en het doel van de grond(meng)monsters en de watermonsters weergegeven. De grondwaterstand kan echter afhankelijk van seizoen en positie op de locatie variëren.

Tabel 7.5.1: Samenstelling van de (meng)monsters Deellocatie Deelgebied 1 Deelgebied 2 Deelgebied 3 Olie-vet afscheider Afperking koper

Analysemonster MM-100.3 MM-100-puin MM-200-puin MM300 MM 400

Traject (m -mv) 0,08 - 0,50 0,08 - 0,50 0,00 – 0,40 0,30 - 0,70 0,70 - 1,20

Deelmonsters

Motivatie

101, 108, 111, 112 109,111 201, 202, 203 301, 302, 303 401-4, 402-4

Bepalen asbestgehalte in grond Bepalen asbestgehalte in puin

501-1 502-1 601-1 602-1 603-1 604-1 605-1 606-1

0,00 - 0,40 0,00 - 0,50 0,70 – 1,00 0,50 – 0,80 0,00 – 0,50 0,00 – 0,50 0,50 – 0,80 0,00 – 0,50

501-1 502-1 601-1 602-1 603-1 604-1 605-1 606-1

Vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de verdachte laag ter plekke van een olie-vet afscheider Vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit ten behoeve van de horizontale afperking (koper)

Tabel 7.5.2: Gemeten grondwatergegevens Deellocatie

Watermonster

Filterdiepte (mmv)

Grondwaterstand

Troebelheid (NTU)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/1047/documents/25360