Notitie verschillen normen windturbines Rijk-gemeente.pdf
Tekst van het document
Verschillen tussen de normen voor windturbines Rijk/provincie en gemeente Dinkelland Datum: 17-11-2023 In deze notitie vergelijken we de normen die het Rijk hanteert voor windturbines met de normen uit het concept windbeleid Dinkelland. We gaan hierbij uit van de conceptnormen van het Rijk die gepubliceerd zijn op 12 oktober 2023. Deze kunnen nog veranderen en worden pas in de loop van 2024 definitief. De provincie heeft aangegeven zoveel mogelijk de rijksnormen te hanteren bij toetsing van vergunningen. De onderstreepte normen zijn extra lokale normen, die niet zijn opgenomen in de Rijks- en provinciale normen. Norm/voorwaarde Geluid
Afstand
Norm Rijk/provincie Het Lden bedraag niet meer dan 45 dB. Het Lnight bedraagt niet meer dan 39 dB. Hoger tot 47 dB Lden en 41 dB Lnight mag onder beperkte voorwaarden. Er is sprake van een (straf)toeslag van 5 dB op deze waarden bij vaststellen van tonaal geluid vanuit de windturbine(s) Geen norm voor Laeq Geen aparte norm voor laagfrequent geluid
Slagschaduw
Minimaal 2 x tiphoogte tussen de windturbine en een windturbinegevoelig gebouw (= woonfunctie, zorgfunctie met bedden, onderwijsfunctie, kinderopvangfunctie met bedden). Hiervan mag worden afgeweken bij zwaarwegende economische belangen of zwaarwegend ander maatschappelijk belang. Dat moet dan lokaal goed gemotiveerd worden.
Maximaal 6 uur per jaar, niet meer dan 20 minuten per dag voor zover een slagschaduwgevoelig gebouw is gelegen op een afstand kleiner dan 12 x rotordiameter.
Norm Dinkelland Het Lden bedraag niet meer dan 45 dB. Het Lnight bedraagt niet meer dan 39 dB. Er is geen mogelijkheid om hoger dan 45 dB Lden en 39 dB Lnight te gaan Er is sprake van een (straf)toeslag van 5 dB op deze waarden bij vaststellen van tonaal geluid vanuit de windturbine(s) Het LAeq,15 min bedraagt niet meer dan 43 dB(A) tussen 23.00 uur en 07.00 uur. Het laagfrequente geluid vanwege windturbines (windpark) voldoet aan de Vercammen-curve.
Minimale afstand 2x de tiphoogte windturbine met minimum 400 meter tussen de windturbine en een windturbinegevoelig gebouw (= woonfunctie, zorgfunctie met bedden, onderwijsfunctie, kinderopvangfunctie met bedden). Geen afwijkingen mogelijk. Alleen in het geval van functionele binding, zie onder
Er is geen slagschaduw toegestaan
Obstakelmarkeringen verlichting
a. b.
Lichtschittering Functionele binding: minder strenge normen!
Monitoring Externe veiligheid
Obstakelmarkering: windturbines (bovenste deel mast, gondel en wieken) moeten in wit zijn uitgevoerd Obstakelverlichting: Overdag en schemer: wit en flitsend 's Nachts: rood, flitsend of vast Verplicht: o bij turbine hoger dan 150 m tiphoogte o bij turbine vanaf hoogte van 100 m tiphoogte in laagvlieggebieden o bij turbine vanaf hoogte van 100 m tiphoogte binnen 120 meter afstand van aangewezen autosnelwegen of waterwegen Er gelden regels over waar de verlichting moet zijn geplaatst op de turbine en (bij windparken) op welke turbines. Hiervan afwijken met behulp van naderingsdetectie van vliegtuigen kan als minister van I en W (ILT) daar toestemming voor geeft.
Lichtschittering moet worden voorkomen door gebruik nietreflecterende coating of verf. Bij functionele binding tussen een windturbinegevoelig object en de windturbine(s) zijn bovenstaande normen voor geluid, afstand en slagschaduw niet van toepassing. Volgens het ministerie houdt het vereiste van een functionele binding in dat een gebouw een functie moet hebben ten behoeve van de goede werking van de windturbine en dus een ondersteunende bijdrage daaraan moet leveren. Nog niet (volledig) uitgewerkt Veiligheidsrisico: bepaalde kans die een willekeurige persoon die in de buurt van die activiteit verblijft, overlijdt als gevolg van een ongewoon voorval dat zich bij die activiteit voordoet. Daarmee wordt voor externe veiligheid een ‘basisbeschermingsniveau’
Indien mogelijk: geen obstakelverlichting
Gelijk aan de Rijksnorm Gelijk aan de Rijksnorm
Regels voor monitoring opgenomen Gelijk aan de Rijksnorm
geboden. Dit basisbeschermingsniveau houdt in dat mensen niet worden blootgesteld aan een plaatsgebonden overlijdensrisico in verband met een activiteit met externe veiligheidsrisico’s dat hoger is dan 1 op de 1.000.000 (10-6) per jaar. Lokaal eigendom
Minimaal 50%. Geen actieve rol om dit ook te bereiken
Minimaal 51%, actieve rol om dit te bereiken, o.a. via inzet verkenner en klankbordgroep