NL.IMRO.9923.ipAVAV-on01 Regels.pdf
Tekst van het document
Datum: Status: Identificatienummer:
17 maart 2022 vastgesteld NL.IMRO.9923.ipAVAV-on01
Het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek is opgesteld door:
en:
In samenwerking met:
Samen economisch sterker, met de kracht van de natuur Overijssel is prachtig om te wonen, werken en recreëren. De komende jaren werken we samen aan het behoud en herstel van kwetsbare natuur en realiseren we nieuwe kansen voor de economie. De natuur heeft te lijden onder effecten van industrie, verkeer en landbouw, terwijl nieuwe economische ontwikkelingen worden beperkt om de natuur niet verder te belasten. Bewoners, belangenorganisaties en overheid hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de kwaliteit van het leefgebied van dieren en planten te verbeteren, voor nu en in de toekomst. Met maatwerk maken we de natuur veerkrachtig en weerbaar tegen invloeden van buiten, waardoor op termijn weer nieuwe economische kansen ontstaan. Waar nodig wordt de bestemming en/of het gebruik gewijzigd en planologisch vastgelegd in een ruimtelijk plan. De maatregelen kunnen effect hebben op de gronden in de directe omgeving van de Natura 2000-gebieden. Samen met de grondeigenaren zorgen we voor een passende oplossing voor hun toekomst.
Meer informatie over Provinciale Inpassingsplannen Natura 2000? Kijk ook op: www.overijssel.nl/natura2000. Of neem contact op via natura2000pip@overijssel.nl onder vermelding van het betreffende Natura 2000-gebied.
Inhoudsopgave
Regels
4
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
5
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
5 9
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
10
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16
Agrarisch - 1 Agrarisch - 2 Agrarisch met waarden - Grasland Natuur Verkeer Water - 2 Leiding - Gas Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Ecologie Waarde - Essen Waarde - Landschap Waterstaat - Beschermingszone watergang Waterstaat - Waterkering
10 14 18 21 23 25 27 29 30 32 33 35 36 38
Hoofdstuk 3
Algemene regels
40
Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22
Anti-dubbeltelregel Algemene afwijkingsregels Algemene aanduidingsregels Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Overige regels
40 41 42 43 44 45
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
46
Artikel 23 Artikel 24
Overgangsrecht Slotregel
46 47
NL.IMRO .9923.ipA V A V -on01
3
Regels
P IP A chter de V oort, A gelerbroek en V oltherbroek
4
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 het plan Het provinciaal inpassingsplan "Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek" met identificatienummer NL.IMRO.9923.ipAVAV-on01 van de provincie Overijssel; 1.2 inpassingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels en bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding als het een vlak betreft; 1.5 agrarisch gebruik het gebruik van gronden voor het telen van gewassen en het houden van dieren; 1.6 archeologische waarde de waarde die van belang is voor de archeologie en voor de kennis van de beschavingsgeschiedenis; 1.7 bebouwing één of meer gebouwen en/of andere bouwwerken zijnde; 1.8 beheerplan een vastgesteld plan op basis van de Wet natuurbescherming waarin is vastgelegd wat er wordt gedaan om de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied te realiseren; 1.9 bemesten het op of in de bodem brengen van meststoffen; 1.10 bestaand 1. het gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het inpassingsplan aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd op basis van een bouwvergunning of omgevingsvergunning; 2.
het onder 1 bedoelde geldt niet voor zover sprake was van strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder mede begrepen het overgangsrecht van het bestemmingsplan, of een andere planologische toestemming; 1.11 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.12 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.13 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.14 beweiden begrazing met (pluim)vee; 1.15 boom een houtachtig, opgaand gewas, zowel levend als afgestorven; 1.16 boom- en sierteelt de teelt van boomkwekerijgewassen, zoals laanbomen, klimplanten, rozen inclusief onderstammen en buitenrozen, coniferen, sierheesters, kerstbomen, heidesoorten, bos- en haagplantsoen en vruchtbomen en -struiken inclusief vruchtboomonderstammen;
NL.IMRO .9923.ipA V A V -on01
5
1.17 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.18 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt; 1.19 dierlijke meststoffen uitwerpselen van voor gebruiks- of winstdoeleinden gehouden dieren, daaronder inbegrepen de geheel of gedeeltelijk verteerde maag- of darminhoud van deze dieren en mengsels van strooisel met de uitwerpselen, alsook de producten daarvan (Meststoffenwet); 1.20 duiker een civieltechnisch kunstwerk in een weg of toegangsdam, die is bedoeld om wateren met elkaar te verbinden; 1.21 dunning velling, welke uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd; 1.22 ecologische waarden de aan een gebied toegekende waarden die verband houden met de samenhang van dieren en planten en hun leefomgeving en/of tussen dieren en planten onderling; 1.23 educatief medegebruik medegebruik gericht op de overdracht van informatie en kennis; 1.24 extensieve dagrecreatie die vormen van recreatie die in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen en die in principe plaatsvinden tussen zonsopgang en zonsondergang; 1.25 gebouw elk
bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.26 geomorfologische waarden de waarden van een gebied die uitdrukking geven aan de vormen van het aardoppervlak in verband met de wijze van hun ontstaan; 1.27 grasland gronden met een overheersend natuurlijke of ingezaaide vegetatie van grassen of andere kruidachtige voedergewassen of grasteelt; 1.28 graslandvernieuwing lichte grondbewerking, waarbij de ondergrond vrijwel onberoerd blijft en altijd een dekkende vegetatie zichtbaar blijft; 1.29 greppel een geul in de grond voor de afvoer van water; 1.30 groeimedium materiaal in vaste of vloeibare vorm, niet zijnde grond, dat wordt gebruikt of bestemd om te worden gebruikt als voedingsbodem voor planten; 1.31 gunstige staat van instandhouding van een natuurlijke habitat staat van instandhouding van een natuurlijke habitat waarvoor geldt dat: a. het natuurlijke verspreidingsgebied van de habitat en de oppervlakte van die habitat binnen dat gebied stabiel zijn of toenemen; b. de voor behoud op lange termijn nodige specifieke structuur en functies bestaan en in de afzienbare toekomst vermoedelijk zullen blijven bestaan, en; c. de staat van instandhouding van de voor die habitat typische soorten gunstig is; 1.32 gunstige staat van instandhouding van een soort staat van instandhouding van een soort waarvoor geldt dat: 1.
uit populatiedynamische gegevens blijkt dat de betrokken soort nog steeds een levensvatbare component is van de natuurlijke habitat waarin hij voorkomt, en dat vermoedelijk op lange termijn zal blijven, en; 2. het natuurlijke verspreidingsgebied van die soort niet kleiner wordt of binnen afzienbare tijd lijkt te zullen worden, en; 3. er een voldoende grote habitat bestaat en waarschijnlijk zal blijven bestaan om de populaties van die soort op lange termijn in stand te houden;
P IP A chter de V oort, A gelerbroek en V oltherbroek
6
1.33 hakhout bomen of boomvormers, die na het afzetten tot op de stobbe weer uitlopen en waarbij periodiek afzetten voor de instandhouding ervan noodzakelijk is; 1.34 houtopstand boom of landschapselement; 1.35 hydrologische waarden gronden met een bijzondere betekenis voor het watersysteem in het nabij gelegen Natura 2000 gebied "Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek" vanwege verdrogingsbestrijding. 1.36 instandhouding het geheel aan maatregelen die nodig zijn voor de gunstige staat van instandhouding van natuurlijke habitats of soorten; 1.37 instandhoudingsdoelstellingen doelstelling opgenomen in een aanwijzingsbesluit van een Natura 2000-gebied, ten aanzien van de gunstige staat van instandhouding van de leefgebieden, vereist op grond van de Vogelrichtlijn of ten aanzien van de instandhouding van de natuurlijke habitats of populaties van in het wild levende dieren en plantensoorten vereist op grond van de Habitatrichtlijn; 1.38 inundatiegebied een (laaggelegen) gebied dat in geval van hoogwater onder water kan worden gezet; 1.39 kampeermiddel een onderkomen dat naar aard en inrichting is bedoeld voor recreatieve bewoning, maar zonder een met de grond verbonden constructie en zonder plaatsgebonden karakter; 1.40 kampeerterrein een terrein, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst
houden van kampeermiddelen; 1.41 kappen het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand; 1.42 knijpconstructie en werk dat toeziet op het gedoseerd afvoeren van een teveel aan water, waardoor het water langer kan worden vastgehouden; 1.43 kunstmest kunstmatig of chemisch verkregen meststoffen; 1.44 landbouw akkerbouw, veehouderij - daaronder begrepen elke bedrijfsmatige vorm van het houden van dieren voor gebruiks- of winstdoeleinden- , tuinbouw - daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, planten, bloemen en bloembollen - en bosbouw; 1.45 landbouwgrond grond waarop daadwerkelijk enige vorm van landbouw wordt uitgeoefend; 1.46 landschappelijke waarde de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied; 1.47 meststoffen Dierlijke meststoffen, ongeacht hun bestemming, en producten die bestemd zijn om: 1. te worden toegevoegd aan grond of aan een groeimedium en die geheel of gedeeltelijk bestaan uit stoffen, organismen daaronder begrepen, of mengsels van stoffen, die als zodanig kunnen dienen om grond of een groeimedium geschikt of beter geschikt te maken als voedingsbodem voor planten; 2. te worden gebruikt als groeimedium; 3. te worden gebruikt als voedsel voor planten of delen van planten, voor zover deze producten niet reeds zijn inbegrepen onder 1 of 2.
1.48 Natura 2000 Europees ecologisch netwerk dat bestaat uit de speciale beschermingszones, bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid van de Vogelrichtlijn en artikel 1 onderdeel l van de Habitatrichtlijn; 1.49 Natura 2000 - gebied "Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek" het gebied aangewezen door de Staatssecretaris van Economische Zaken bij besluit van 25 april 2013 (kenmerk PDN/2013-047); 1.50 natuurlijke waarden de aan een gebied toegekende waarden in verband met de geologische, bodemkundige en biologische elementen voorkomende in dat gebied;
NL.IMRO .9923.ipA V A V -on01
7
1.51 Natuurnetwerk Nederland Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden, met als doel deze gebieden met elkaar en met het omringende agrarische gebied beter te verbinden; 1.52 ontwateren het afvoeren van grond- en/of oppervlaktewater met kunstmatige en/of natuurlijke middelen, bijvoorbeeld in de vorm van drainagebuizen, het graven van nieuwe of het verdiepen van bestaande sloten, greppels en beken en vergelijkbare maatregelen; 1.53 overkapping een bouwwerk, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden, dan wel met ten hoogste een wand; 1.54 paardrijbak buitenrijbaan ten behoeve van paardrijactiviteiten, voorzien van een zandbed en al dan niet voorzien van een omheining; 1.55 peil a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c.
als in, op of over het water wordt gebouwd: de gemiddelde hoogste waterstand ter plaatse; 1.56 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen voor of met een ander tegen vergoeding; 1.57 rooien het met wortel en al verwijderen van een houtopstand of boom; 1.58 toegestane agrarisch gebruik het regulier gebruik dat, gelet op de bestemming, regelmatig noodzakelijk is voor het agrarisch gebruik van de gronden; 1.59 toegestane onderhoud en beheer het onderhoud dat, gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer, behoud en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de betreffende bestemming behoren; 1.60 uitmijnen het verwijderen van fosfaat uit de bodem door maaibeheer van een gewas, in combinatie met een selectieve kali- en stikstofbemesting; 1.61 vellen het kappen of rooien van een houtopstand of verrichten van andere handelingen die de dood of ernstige beschadiging van een houtopstand tot gevolg kunnen hebben; 1.62 verblijfsrecreatie een vorm van recreatie gericht op ontspanning of vrijetijdsbesteding van recreanten die elders hun hoofdverblijf hebben, en voor een bepaalde periode waarbij ten minste één overnachting plaatsvindt; 1.63 waterberging (tijdelijke) opslag van een overmaat aan (oppervlakte)water in het (oppervlakte)watersysteem.
P IP A chter de V oort, A gelerbroek en V oltherbroek
8
Artikel 2
2.1
Wijze van meten
de afstand tot de (bouw)perceelsgrens
tussen de grenzen van een bouwperceel en een bepaald punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd)gebouw, waar die afstand het kortst is;
2.2
de afstand tot de weg
vanaf enig punt van een bouwwerk tot de as van de bestemming 'Verkeer' dan wel waar geen bestemming geldt, de as van de weg.
2.3
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals antennes en daarmee naar de aard gelijk te stellen bouwonderdelen.
NL.IMRO .9923.ipA V A V -on01
9
Hoofdstuk 2
Artikel 3
3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Agrarisch - 1’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het agrarisch gebruik; b. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden; c. de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied "Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek"; d. het uitvoeren van het inrichtingsplan ten behoeve van het Natura 2000-gebied "Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek", dat als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd;
f. g. h. i. j. k. l. m.
met daaraan ondergeschikt: het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke waarden; doeleinden van agrarisch natuurbeheer; cultuurgrond; openbare nutsvoorzieningen; extensief dagrecreatief medegebruik; wegen en paden; beken, plassen, poelen, vennen, sloten, en/of andere watergangen en/of -partijen; terreinen voor evenementen;
met de daarbijbehorende: n. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
3.2
Bouwregels
3.2.1 Gebouwen en overkappingen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen of overkappingen worden gebouwd.
3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Op of in deze gronden mogen de volgende bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd: a. overige bouwwerken, in de vorm van perceelsafscheidingen, tot een maximale bouwhoogte van 2,00 m; b. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde (waaronder duikers, knijpconstructies), nodig voor de uitvoering van het inrichtingsplan dat als bijlage 1 deze regels is gevoegd;
P IP A chter de V oort, A gelerbroek en V oltherbroek
10
3.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.2 onder a en toestaan dat toestaan dat kuilvoerplaten en naar de aard daarmee gelijk te stellen platen ten behoeve van opslagdoeleinden worden gebouwd, mits: a. de afstand tot het agrarische bouwperceel maximaal 50 m bedraagt; b. de oppervlakte van een plaat, inclusief opstaande randen, ten hoogste 300 m² zal bedragen; c. de hoogte van de opstaande randen van een plaat ten hoogste 2,00 m zal bedragen; d. ook de in lid 3.5 onder a genoemde afwijking wordt toegepast dan wel is verleend; e. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de archeologische waarden, de waarden van de historische buitenplaatsen en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
3.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming wordt in aanvulling op artikel 21 in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor niet-agrarische bedrijvigheid anders dan de in 3.1 toegelaten bedrijvigheid en bedrijvigheid waarvoor onherroepelijke planologische medewerking is verleend; b. het gebruik van gronden en bouwwerken voor mestvergisting en naar de aard daarmee gelijk te stellen activiteiten, anders dan waarvoor in het verleden planologische medewerking is verleend; c. het opslaan van mest, hooibalen en/of andere agrarische producten buiten het bouwperceel, met uitzondering van tijdelijke opslag van landbouwproducten (maximaal zes maanden per jaar); d. het opslaan van zand, steen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen materialen, langer dan zes maanden per jaar; e. het gebruik van gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - uitgesloten boomen sierteelt' voor boom- en/of sierteelt; f. het gebruik van gronden voor verblijfsrecreatieve doeleinden, met uitzondering van bestaande locaties voor kleinschalig kamperen waarbij uitsluitend in de periode van 15 maart tot 1 november ten hoogste 25 kampeermiddelen worden geplaatst; g. het gebruik van de gronden ten behoeve van een waterbassin; h. het gebruik van de gronden ten behoeve van containerteelt; i. het gebruik van gronden ten behoeve van een paardrijbak; j.
het onttrekken van grond- en oppervlaktewater ten behoeve van agrarische activiteiten, met uitzondering van bestaande legale onttrekkingen; k. het dempen van bestaande beken, plassen, poelen, vennen, sloten, greppels en/of andere watergangen en/of -partijen, anders dan ter uitvoering van het inrichtingsplan, dat als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd.
3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1 Opslag buiten bouwperceel
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. lid 3.4 onder c voor het gebruiken van gronden buiten het bouwperceel voor het opslaan van mest en/of kuilvoer en naar de aard daarmee gelijk te stellen opslag, mits; 1. dit om bedrijfseconomische, ontsluitings- of milieuredenen, bijvoorbeeld vanwege de nabijheid van woningen, noodzakelijk is; 2. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusitu-atie, de landschappelijk en natuurlijke waarden, de geomorfologische, de archeologische en cultuurhistori-sche waarden, de verkeersveiligheid, de waarden van de historische buitenplaatsen en de gebruiksmoge-lijk-heden van de aangrenzende gronden;
NL.IMRO .9923.ipA V A V -on01
11
3.5.2 Paardrijbak
b.
lid 3.4. onder j voor het gebruiken van gronden, voorzover gelegen binnen dan wel direct grenzend aan het bouwperceel dan wel direct grenzend aan een bestemmingsvlak, voor de aanleg van een paardrijdbak ten behoeve van het eigen hobbymatige gebruik, met de daarbijbehorende bouwwerken, mits: 1. de paardrijdbak zoveel mogelijk uit het zicht van de openbare weg wordt gesitueerd ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing; 2. er vanwege de paardrijdbak geen onevenredige hinder (geur, geluid, licht en stof) wordt veroorzaakt voor nabijgelegen woningen van derden (minimale afstand 50 m tot de woonbestemmingsgrens); 3. er geen onevenredige verstoring van het bodemarchief wordt veroorzaakt; 4. de hoogte van lichtmasten ten behoeve van verlichting bij een paardrijdbak en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, respectievelijk ten hoogste 5,00 m en 3,00 m be-dragen; 5. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden van de historische buitenplaatsen.
3.5.3 Ontwateren van gronden
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in voor afwijken van 3.4 onder j. en k. voor het ontwateren van gronden als is vastgesteld dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de instandhoudingsdoelstellingen genoemd in artikel 4.1 onder c.
3.6
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk
zijnde, of van werkzaamheden
3.6.1 Vergunningplicht
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a. het vellen of doen vellen dan wel aanplanten van bomen en/of houtgewas met een oppervlakte van meer dan 0,1 hectare; b. het inrichten van gronden ten behoeve van natuurontwikkeling tot een aaneengesloten oppervlakte van ten hoogste 1,00 hectare; c. het aanleggen en/of verharden van paden, wegen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen groter dan 100 m² buiten het bouwvlak, met uitzondering van: 1. het aanleggen en/of verharden van wegen ter ontsluiting van bebouwde percelen voorzien van een bouwvlak; 2. het aanbrengen van koe- en kavelpaden; d. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden waarbij hoogteverschillen van 0,30 m of meer worden gerealiseerd; e. het aanleggen van ondergrondse, bovengrondse transport-, energie- en/of telecommunicatiekabels en/of -leidingen.
3.6.2 Uitzonderingen
Het bepaalde in lid 3.6.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. het toegestane onderhoud en beheer betreffen, zoals: 1. het periodiek afzetten van hakhout; 2. het kappen bij wijze van dunning; 3. bestaat uit het vellen van kweekgoed en andere houtopstanden als bedoeld in de Wet
P IP A chter de V oort, A gelerbroek en V oltherbroek
12
b. c.
d. e. f. g.
natuurbescherming; het toegestane agrarische gebruik betreffen; het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden betreffen: 1. waarbij hoogteverschillen tot ten hoogste 0,30 m worden gerealiseerd; of 2. voor een kavelaansluiting tot een maximale breedte van een kavelaansluiting van 5,00 '; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; dienen ter uitvoering van een door burgemeester en wethouders goedgekeurd erfinrichtingsplan of landschapsplan; dienen ter uitvoering en realisatie van het Natuurnetwerk Nederland, ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde - Ecologie’; noodzakelijk onderdeel zijn ter uitvoering van het inrichtingsplan dat als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd.
3.6.3 Beoordelingscriteria
a.
b.
c.
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de waterhuishouding, de cultuurhistorische, geomorfologische en archeologische waarden en de waarden van landgoederen; Als de omgevingsvergunning betrekking heeft op gronden met de gebiedsaanduiding 'Aandachtszone - hydrologie' moet ook rekening worden gehouden met de mogelijke hydrologische effecten op het Natura 2000-gebied "Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek". De omgevingsvergunning genoemd in 3.6.1 onder a kan slechts worden verleend als er zodanige compensatie plaatsvindt dat de landschappelijke structuur niet onevenredig wordt geschaad.
NL.IMRO .9923.ipA V A V -on01
13
Artikel 4
4.1
Agrarisch - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
het agrarisch gebruik; het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke, landschappelijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden; doeleinden van agrarisch natuurbeheer; de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied "Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbreoek"; het uitvoeren van het inrichtingsplan ten behoeve van het Natura 2000-gebied "Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek", dat als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd; het uitvoeren van erfinrichtingsplannen en landschapsplannen;
met daaraan ondergeschikt: g. h. i. j. k. l.
hobbymatig agrarisch gebruik; nutsvoorzieningen; extensief dagrecreatief medegebruik; wegen, ontsluitingswegen voor bebouwde percelen en agrarische kavelpaden; fiets- en wandelpaden; beken, plassen, poelen, vennen, sloten, en/of andere watergangen en/of -partijen, al dan niet mede bestemd voor waterberging;
met de daarbij behorende: m. bestaande veldschuren; n. andere bouwwerken.
4.2
Bouwregels
4.2.1 Gebouwen en overkappingen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen of overkappingen worden gebouwd.
4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Op of in deze gronden mogen de volgende bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd: a. overige bouwwerken, waaronder perceelsafscheidingen, tot een maximale bouwhoogte van 2,50 m; b. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde (waaronder duikers, knijpconstructies), nodig voor de uitvoering van het inrichtingsplan dat als bijlage 1 deze regels is gevoegd;
P IP A chter de V oort, A gelerbroek en V oltherbroek
14
4.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming wordt in aanvulling op artikel 21 in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor niet-agrarische bedrijvigheid anders dan de in 4.1 toegelaten bedrijvigheid en bedrijvigheid waarvoor onherroepelijke planologische medewerking is verleend; b. het gebruik van gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - uitgesloten boomen sierteelt' voor boom- en/of sierteelt; c. het gebruik van gronden voor verblijfsrecreatieve doeleinden, met uitzondering van bestaande locaties voor kleinschalig kamperen waarbij uitsluitend in de periode van 15 maart tot 1 november ten hoogste 25 kampeermiddelen worden geplaatst; d. het gebruik van de gronden ten behoeve van een waterbassin; e. het gebruik van de gronden ten behoeve van containerteelt; f. het gebruik van gronden ten behoeve van een paardrijbak; g. het onttrekken van grond- en oppervlaktewater ten behoeve van agrarische activiteiten, met uitzondering van bestaande legale onttrekkingen; h. het dempen van bestaande beken, plassen, poelen, vennen, sloten, greppels en/of andere watergangen en/of -partijen, anders dan ter uitvoering van het inrichtingsplan, dat als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd.
4.4
Afwijken van de gebruiksregels
4.4.1 Nieuwe locatie kleinschalig kamperen
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 4.3 onder c, in die zin dat een nieuwe locatie voor kleinschalig kamperen wordt toegestaan, mits: a. uitsluitend in de periode van 15 maart tot 1 november ten hoogste 25 kampeermiddelen, niet zijnde stacaravans, worden geplaatst; b. er sprake is van vestiging van een locatie voor kleinschalig kamperen bij een agrarisch bedrijf, dan wel bij een woonhuis met een woonbestemming waar sprake is van een voormalig agrarisch bedrijf; c. de standplaatsen binnen dan wel binnen 50 m van de grenzen van de aanduiding "bouwvlak" worden ingericht; d. een erfinrichtingsplan wordt ingediend, zodanig dat het kampeerterrein op een goede wijze in het landschap en in relatie tot de bestaande bebouwing wordt ingepast; e. het parkeren plaatsvindt op het campingterrein dan wel binnen het bijbehorende bestemmingsvlak; f. de standplaatsen op een afstand van tenminste 50 m vanaf nabijgelegen agrarische percelen, gebruikte agrarische bedrijfsgebouwen, mestopslagen van derden en woningen van derden worden gesitueerd; g. de standplaatsen dusdanig worden gesitueerd dat er sprake is van een clustering van het campingterrein met het bijbehorende agrarische bedrijf; h.
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de in artikel 4.1 onder b en d genoemde waarden, de waarden van landgoederen en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
4.4.2 Ontwateren van gronden
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in voor afwijken van 4.3 onder g. en h. voor het ontwateren van gronden als is vastgesteld dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de instandhoudingsdoelstellingen genoemd in artikel 4.1 onder d.
NL.IMRO .9923.ipA V A V -on01
15
4.5
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk
zijnde, of van werkzaamheden
4.5.1 Vergunningplicht
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a. het vellen of doen vellen dan wel aanplanten van bomen en/of houtgewas met een oppervlakte van meer dan 0,1 hectare; b. het inrichten van gronden ten behoeve van natuurontwikkeling tot een aaneengesloten oppervlakte van ten hoogste 1,00 hectare; c. het aanleggen en/of verharden van paden, wegen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen groter dan 100 m² buiten het bouwvlak, met uitzondering van: 1. het aanleggen en/of verharden van wegen ter ontsluiting van bebouwde percelen voorzien van een bouwvlak; 2. het aanbrengen van koe- en kavelpaden; d. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden waarbij hoogteverschillen van 0,30 m of meer worden gerealiseerd; e. het aanleggen van ondergrondse, bovengrondse transport-, energie- en/of telecommunicatiekabels en/of -leidingen.
4.5.2 Uitzondering
Het bepaalde in 4.5.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden buiten de gronden met de dubbelbestemmingen Waarde - Essen en Waarde - Ecologie die: a.
b. c.
d. e.
het toegestane onderhoud en beheer betreffen, zoals: 1. het periodiek afzetten van hakhout; 2. het kappen bij wijze van dunning; 3. bestaat uit het vellen van kweekgoed en andere houtopstanden als bedoeld in de Wet natuurbescherming; het toegestane agrarische gebruik betreffen; het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden betreffen: 1. waarbij hoogteverschillen tot ten hoogste 0,30 m worden gerealiseerd; of 2. voor een kavelaansluiting tot een maximale breedte van een kavelaansluiting van 5,00 '; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; dienen ter uitvoering van een door burgemeester en wethouders goedgekeurd erfinrichtingsplan of landschapsplan.
4.5.3 Beoordelingscriteria
a.
b.
c.
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de waterhuishouding, de cultuurhistorische, geomorfologische en archeologische waarden en de waarden van landgoederen; Als de omgevingsvergunning betrekking heeft op gronden met de gebiedsaanduiding 'Aandachtszone - hydrologie' moet ook rekening worden gehouden met de mogelijke hydrologische effecten op het Natura 2000-gebied "Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek". De omgevingsvergunning genoemd in 4.5.1 onder a kan slechts worden verleend als er zodanige compensatie plaatsvindt dat de landschappelijke structuur niet onevenredig wordt
P IP A chter de V oort, A gelerbroek en V oltherbroek
16
geschaad.
NL.IMRO .9923.ipA V A V -on01
17
Artikel 5
5.1
Agrarisch met waarden - Grasland
Bestemmingsomschrijving
De voor Agrarisch met waarden - Grasland aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch gebruik, uitsluitend in de vorm van grasland; b. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke en hydrologische, waarden; c. de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied "Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek"; d. het uitvoeren van het inrichtingsplan ten behoeve van het Natura 2000-gebied "Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek", dat als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd; met daaraan ondergeschikt: e. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden; f. nutsvoorzieningen; g. extensief dagrecreatief medegebruik; h. bestaande landbouwwegen, bestaande ontsluitingswegen voor bebouwde percelen, alsmede voet- en fietspaden en overige infrastructurele voorzieningen; i. bestaande beken, plassen, poelen, vennen, sloten, en/of andere watergangen en/of -partijen, al dan niet mede bestemd voor waterberging; met de daarbij behorende: j. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
5.2
Bouwregels
5.2.1 Gebouwen en overkappingen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen of overkappingen worden gebouwd.
5.2.2 bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Op of in deze gronden mogen de volgende bouwwerken, geen gebouwen worden gebouwd: a. erf- en perceelsafscheidingen tot een maximale bouwhoogte van 1,5 m; b. overige bouwwerken (waaronder duikers, knijpconstructies) nodig voor de uitvoering van het inrichtingsplan dat als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd; c. overige bouwwerken tot een maximale bouwhoogte van 2 m.
5.3
Specifieke gebruiksregels
5.3.1 Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming wordt in aanvulling op artikel 21 in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor niet-agrarische bedrijvigheid anders dan de in 5.1 toegelaten bedrijvigheid; b. het gebruik van gronden en bouwwerken voor verblijfsrecreatie; c. het gebruik van gronden voor het opslaan van landbouwproducten en -materialen d. het scheuren, het omzetten en/of anderszins ingrijpend wijzigen van gronden, met uitzondering
P IP A chter de V oort, A gelerbroek en V oltherbroek
18
e. f. g. h.
5.4
van graslandvernieuwing; het gebruik van gronden ten behoeve van een paardrijbak; het ontwateren van gronden, anders dan in de omvang die in de bestaande situatie is toegelaten; het onttrekken van grond- en oppervlaktewater ten behoeve van agrarische activiteiten, met uitzondering van bestaande legale onttrekkingen; het dempen van bestaande beken, plassen, poelen, vennen, sloten, greppels en/of andere watergangen en/of -partijen, anders dan ter uitvoering van het inrichtingsplan, dat als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd.
Afwijken van de gebruiksregels
Met een omgevingsvergunning kan maximaal 1 keer in de 10 jaar worden afgeweken van het verbod in artikel 5.3.1 onder e onder de volgende voorwaarden: a. het scheuren is noodzakelijk voor de bedrijfsvoering / de verbetering van de kwaliteit van het grasland; b. het scheuren gebeurt door het ploegen van de grond tot een diepte van maximaal 30 cm onder maaiveld; c. dieper ploegen is alleen mogelijk als dat aantoonbaar geen verandering in de grondwaterstand veroorzaakt,; d. De omgevingsvergunning wordt niet verleend zonder positief advies van het waterschap.
5.5
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk
zijnde, of van werkzaamheden
5.5.1 Vergunningplicht
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a. het af- en of vergraven, egaliseren en/of ophogen van gronden (met uitzondering van de handelingen als bedoeld in 5.3.1 onder d); b. het vellen en/of rooien van bomen en/of houtgewas; c. het aanplanten van bomen en/of houtgewas; d. het aanleggen of verharden van wegen, fiets-, voet- en ruiterpaden, parkeervoorzieningen en overige oppervlakteverhardingen; e. het aanleggen van voorzieningen voor extensief dagrecreatief en/of het educatief medegebruik; f. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport, energie- en/of telecommunicatiekabels en/of -leidingen; g. het vervangen van bestaande ontwatering.
5.5.2 Uitzonderingen
Het verbod in 5.5.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. het toegestane onderhoud en beheer betreffen, zoals: 1. het periodiek afzetten van hakhout; 2. het kappen bij wijze van dunning; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan met een daarvoor benodigde vergunning; c. noodzakelijk onderdeel zijn ter uitvoering van het inrichtingsplan dat als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd;
NL.IMRO .9923.ipA V A V -on01
19
5.5.3 Beoordelingscriteria
De in artikel 5.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend als geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de in artikel 5.1 onder b en c bedoelde waarden en/of doelstellingen.
P IP A chter de V oort, A gelerbroek en V oltherbroek
20
Artikel 6
6.1
Natuur
Bestemmingsomschrijving
De voor Natuur aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. natuur overeenkomstig het Inrichtingsplan ten behoeve van het Natura 2000-gebied "Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek", dat als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd; b. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke, landschappelijke, hydrologische, geomorfologische en cultuurhistorische waarden; c. de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000 gebied "Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek"; d. het uitvoeren van de maatregelen volgens het Inrichtingsplan ten behoeve van het Natura 2000-gebied "Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek", dat als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd; e. waterretentie; f. bestaande beken, plassen, poelen, vennen, sloten en/of andere watergangen en/of –partijen, al dan niet mede bestemd voor waterberging; met daaraan ondergeschikt; g. nutsvoorzieningen; h. extensieve dagrecreatie en educatief medegebruik; i. dammen, duikers, stuwen en gemalen; j. wegen en paden.
6.2
Bouwregels
6.2.1 Gebouwen en overkappingen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen of overkappingen worden gebouwd.
6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Op deze gronden mogen de volgende bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd: a. perceelafscheidingen, tot een maximale bouwhoogte van 2,00 m; b. kleinschalige bouwwerken ten behoeve van extensieve dagrecreatie, in de vorm van picknickbankjes en vergelijkbare bouwwerken; c. overige bouwwerken (waaronder duikers, knijpconstructies) nodig voor de uitvoering van de maatregelen volgens de Maatregelenkaart bij het Inrichtingsplan, die als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd tot een maximale bouwhoogte van 2 m.
6.3
Specifieke gebruiksregels
6.3.1 Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming wordt in aanvulling op artikel 21.1 in ieder geval gerekend:
NL.IMRO .9923.ipA V A V -on01
21
a. b.
c. d. e. f. g.
6.4
het gebruik van gronden en bouwwerken voor verblijfsrecreatie; het toepassen (waaronder uitrijden), gebruiken en opslaan van meststoffen en/of andere landbouwproducten, met uitzondering van bemesting, het uitmijnen en/of het toepassen van andere stoffen (zoals kalk en steenmeel) ten behoeve van het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuur- en landschapswaarden van de gronden, conform het Inrichtingsplan voor het Natura 2000-gebied "Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek", dat als bijlage 1 deel uitmaakt van deze regels, en/of het toegestane beheer en onderhoud; het scheuren, het omzetten en/of anderszins ingrijpend wijzigen van gronden; het aanbrengen van oppervlakteverhardingen en/of de aanleg van wegen en paden anders dan ten behoeve van het toegestane gebruik of de bereikbaarheid van bebouwde percelen; het gebruik van gronden ten behoeve van een paardrijbak; het ontwateren van gronden; het onttrekken van grond- en oppervlaktewater ten behoeve van agrarische activiteiten.
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk
zijnde, of van werkzaamheden
6.4.1 Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het af- en of vergraven, egaliseren en/of ophogen van gronden; b. het (doen) vellen van bomen en/of houtgewas; c. het aanplanten van bomen en/of houtgewas; d. het graven, baggeren, verbreden en/of dempen van beken, plassen, sloten en/of andere watergangen en/of -partijen; e. het aanleggen of verharden van wegen, fiets-, voet- en ruiterpaden, parkeervoorzieningen, ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein', en overige oppervlakteverhardingen; f. het aanleggen van voorzieningen voor extensieve dagrecreatie en/of het educatief medegebruik; g. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport, energie-, nuts-, riool- en of telecommunicatiekabels en/of -leidingen;
6.4.2 Uitzonderingen
Het in artikel 6.4.1 onder a. vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. het toegestane onderhoud en/of het normale natuurbeheer betreffen, waaronder: 1. het periodiek afzetten van hakhout; 2. het kappen bij wijze van dunning; 3. het onderhoud aan watergangen; b. al in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan met een daarvoor benodigde vergunning; c. noodzakelijk onderdeel zijn van het uitvoeren van de maatregelen volgens het Inrichtingsplan ten behoeve van het Natura 2000-gebied "Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek", dat als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd.
6.4.3 Beoordelingscriteria
De in artikel 6.4.1 onder a. genoemde vergunning kan slechts worden verleend als geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de te beschermen waarden beschreven in artikel 6.1 onder a, b en c.
P IP A chter de V oort, A gelerbroek en V oltherbroek
22
Artikel 7
7.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, fiets- en voetpaden; b. infrastructurele voorzieningen, zoals bruggen, dammen en/of duikers; c. bestaande bermsloten, bermen en beplanting; d. parkeervoorzieningen; e. nutsvoorzieningen; f. de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000 gebied "Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek"; g. het uitvoeren van de maatregelen volgens het Inrichtingsplan ten behoeve van het Natura 2000-gebied "Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek", dat als bijlage en bij deze regels is gevoegd; met daarbij behorende: h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; met dien verstande dat: i. het aantal rijstroken van wegen niet mag worden vergroot als dit een verhoging van het aantal gehinderden tot gevolg heeft, dan wel de voorkeursgrenswaarde of een hogere verkregen grenswaarde op grond van de Wet geluidhinder hierdoor wordt overschreden.
7.2
Bouwregels
7.2.1 Gebouwen en overkappingen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.
7.2.2 Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 10 m.
7.3
Specifieke gebruiksregels
7.3.1 Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt in aanvulling op artikel 21.1 in ieder geval begrepen: a. het veranderen van het wegprofiel, dan wel het veranderen van bestaande geluidsreducerende maatregelen waardoor de voorkeursgrenswaarde of een hogere verkregen grenswaarde op grond van de Wet geluidhinder wordt overschreden; b. het aanleggen, verdiepen, dempen of wijzigen van greppels en bermsloten en andere waterlopen en duikers;
NL.IMRO .9923.ipA V A V -on01
23
7.4
Afwijken van de gebruiksregels
a.
b.
c.
bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7.3.1 onder a en worden toegestaan dat wordt afgeweken van het bestaande wegprofiel, mits: 1. hierdoor geen wezenlijke verandering in de geluidssituatie optreedt; 2. de verkeersveiligheid hierdoor niet onevenredig wordt aangetast; bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7.3.1 onder b voor het aanleggen van greppels, bermsloten of andere waterlopen en duikers als dat nodig is voor de uitvoering van de Maatregelenkaart bij het Inrichtingsplan ten behoeve van het Natura 2000-gebied "Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek", die als bijlage bij deze regels is gevoegd; een omgevingsvergunning als bedoeld onder a en b kan slechts worden verleend, als geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, de natuurlijke, de geomorfologische, cultuurhistorische en de archeologische waarden en er geen significant negatieve aantasting plaatsvindt van het Natura 2000-gebied "Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek".
P IP A chter de V oort, A gelerbroek en V oltherbroek
24
Artikel 8
8.1
Water - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor Water - 2 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. beken, sloten, en daarmee gelijk te stellen waterlopen ten behoeve van het behoud van de natuurlijke en landschappelijke waarden en de waterberging; b. de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000 gebied "Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek"; c. het uitvoeren van de maatregelen volgens het Inrichtingsplan ten behoeve van het Natura 2000-gebied "Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek", dat als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd; d. kaden, dijken, paden en oeverstroken; e. bruggen, dammen en duikers; f. sluizen, stuwen en gemalen; g. extensieve dagrecreatie; met de daarbijbehorende: h.
8.2
bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Bouwregels
8.2.1 Gebouwen en overkappingen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd;
8.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. steigers of naar de aard daarmee gelijk te stellen aanleggelegenheden zijn niet toegestaan; b. de hoogte van bruggen, niet zijnde bruggen ten behoeve van de ontsluiting van erven, bedraagt ten hoogste 10,00 m ; c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, waaronder bruggen ten behoeve van de ontsluiting van erven, bedraagt ten hoogste 5,00 m .
8.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden als ligplaats of aanleggelegenheid voor vaartuigen en/of woonschepen, woonarken of casco’s (caissons) die tot woonschip of woonark kunnen worden omgebouwd.
NL.IMRO .9923.ipA V A V -on01
25
8.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk
zijnde, of van werkzaamheden
8.4.1 Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. b.
het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden of aanlegplaatsen ten behoeve van het recreatief medegebruik; het egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur.
8.4.2 Uitzonderingen
Het verbod in 8.4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. b. c.
het toegestane onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan met een daarvoor benodigde vergunning; noodzakelijk onderdeel zijn van het uitvoeren van de maatregelen volgens het Inrichtingsplan ten behoeve van het Natura 2000-gebied "Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek", dat als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd.
8.4.3 Beoordelingscriteria
De in 8.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend als geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Daarnaast zal de waterbeheerder om advies worden gevraagd in verband met de waterhuishoudkundige situatie.
P IP A chter de V oort, A gelerbroek en V oltherbroek
26
Artikel 9
9.1
Leiding - Gas
Bestemmingsomschrijving
De voor Leiding - Gas aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. een gas-/waterleiding; Met de daarbij horende: b. veiligheidszone; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
9.2
Bouwregels
In afwijking van het bepaalde bij de andere ter plaatse aangewezen bestemming(en) mogen op of in deze gronden geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, anders dan ten behoeve van een gas- /waterleiding.
9.3
Afwijken van de bouwregels
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 9.1 en worden toegestaan dat de in de andere daar voorkomende bestemming(en) genoemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits: a. vooraf advies wordt ingewonnen van de leidingbeheerder; b. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid van personen en goederen; c. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leidingen.
9.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend: a. het permanent opslaan van goederen; b. het gebruik van gronden en bouwwerken als risicogevoelig object binnen een aangegeven veiligheidszone.
9.5
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk
zijnde, of van werkzaamheden
9.5.1 Vergunningplicht
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen een omgevingsvergunning vereist: a. het egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm; c. het in de grond brengen van voorwerpen dieper dan 40 cm; d. het aanleggen of verharden van andere oppervlakteverhardin-gen; e. het planten van bomen en het aanbrengen van andere beplantingen die dieper wortelen of
NL.IMRO .9923.ipA V A V -on01
27
kunnen wortelen dan 40 cm.
9.5.2 Uitzonderingen
Het bepaalde in 9.5.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: a. het toegestane onderhoud dan wel het toegestane gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
9.5.3 Beoordelingscriteria
De in 9.5.1 bedoelde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als vooraf advies wordt ingewonnen van de leidingbeheerder en er geen onvevenredige afbreuk wordt gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leidingen.
P IP A chter de V oort, A gelerbroek en V oltherbroek
28
Artikel 10
Waarde - Archeologie 1
10.1 Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde - Archeologie 1 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden.
10.2 Bouwregels
Voor het bouwen van bouwwerken is een vergunning van de Rijksdienst voor het C ultureel Erfgoed noodzakelijk. Een aanvraag daartoe dient bij Burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland te worden ingediend.
10.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
Voor het aanleggen van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een vergunning van de Rijksdienst voor het C ultureel Erfgoed noodzakelijk. Een aanvraag daartoe dient bij Burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland te worden ingediend.
NL.IMRO .9923.ipA V A V -on01
29
Artikel 11
Waarde - Archeologie 2
11.1 Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de gebieden met hoge en zeer hoge archeologische waarden.
11.2 Bouwregels
In afwijking van het bepaalde bij de andere aangewezen bestemming(en) mogen op of in deze gronden geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.
11.3 Afwijken van de bouwregels
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 11.2 en worden toegestaan dat de in de andere daar voorkomende bestemming(en) genoemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits: a. bij een oppervlakte groter dan 100 m² en/of een bodemingreep dieper dan 40 cm vooraf op basis van een archeologisch onderzoek advies wordt ingewonnen van de provinciaal archeoloog; b. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de arche-ologische waarden van de gronden.
11.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
11.4.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van Burgemeester en Wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werk-zaamheden uit te voeren, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemming(en): a.
b. c. d.
e.
het ontgronden, afgraven en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur dieper dan 40 cm en over een oppervlakte groter dan 100 m², behalve als deze in het kader van onderzoek naar mogelijke historische vindplaatsen wordt uitgevoerd; het graven en/of baggeren van sloten, vaarten en andere watergangen dieper dan 40 cm en over een oppervlakte groter dan 100 m²; het aanbrengen van drainage dieper dan 40 cm en over een oppervlakte groter dan 100 m²; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen, en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 40 cm en over een oppervlakte groter dan 100 m²; het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 40 cm en over een oppervlakte groter dan 100 m², behalve als deze in het kader van onderzoek naar mogelijke historische vindplaatsen worden uitgevoerd.
P IP A chter de V oort, A gelerbroek en V oltherbroek
30
11.4.2
Uitzonderingen
Het verbod in lid 11.4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. het toegestane onderhoud, dan wel het toegestane agrarisch gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
11.4.3
Beoordelingscriteria
De in lid 11.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend als de plaats waar werken en/of werkzaamheden zullen worden uitgevoerd voldoende archeologisch is on-erzocht, vaststaat dat er geen onevenredige afbreuk aan de archeologische waarden wordt gedaan, dan wel dat afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud of bescherming van die waarden of de eventuele bodemvondsten naar elders zijn overgebracht.
NL.IMRO .9923.ipA V A V -on01
31
Artikel 12
Waarde - Ecologie
De voor Waarde - Ecologie aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de gronden ten behoeve van de instandhouding en realisatie van het Natuurnetwerk Nederland.
P IP A chter de V oort, A gelerbroek en V oltherbroek
32
Artikel 13
Waarde - Essen
13.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Essen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologisch en cultuurhistorisch waardevolle essen en steilranden met bijbehorende beplanting.
13.2 Gebouwen en overkappingen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen of overkappingen worden gebouwd.
13.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Op of in deze gronden mogen de volgende bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd: a. erfafscheidingen tot een maximale bouwhoogte van 1,00 m; b. perceelafscheidingen tot een maximale bouwhoogte van 2,00 m; c. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde (waaronder duikers, knijpconstructies), nodig voor de uitvoering van het inrichtingsplan dat als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd.
13.4 Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming wordt in aanvulling op het gestelde in artikel 21 in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor het plaatsen van kampeermiddelen; b. het aanbrengen en/of veroorzaken van veranderingen in de hoogte van een es, zoals die bestond ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpplan, als gevolg van het gebruik van de gronden; c. het gebruik van gronden voor boom- en sierteelt;
13.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
13.5.1
Vergunningplicht
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen een omgevingsvergunning vereist: a. het afgraven, mengen, woelen, diepploegen of een naar de aard daarmee gelijk te stellen grondbewerking dieper dan 30 cm; b. het dempen, vergraven en/of graven van sloten, poelen en/of andere watergangen en/of -partijen; c. het aanleggen dan wel wijzigen van drainagesystemen; d. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen, en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; e. het aanplanten van bomen of een houtig gewas voor zover het gaat om planten waarvan zeker is dat bij de oogst van de plant, dan wel het verwijderen van de gehele plant, de bodem dieper dan 30 cm zal worden geroerd.
NL.IMRO .9923.ipA V A V -on01
33
13.5.2
Uitzonderingen
Het bepaalde in 13.5.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: a. het toegestane onderhoud dan wel het toegestane agrarische gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
13.5.3
Beoordelingscriteria
De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 13.5.1 kan slechts worden verleend als geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de gronden.
P IP A chter de V oort, A gelerbroek en V oltherbroek
34
Artikel 14
Waarde - Landschap
14.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Waarde - Landschap’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van waardevolle landschapselementen.
14.2 Bouwregels
In afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en) mogen op of in deze gronden geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, behalve voor zover bestaand, worden gebouwd.
14.3 Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend: het verwijderen, vernielen en/of aantasten van waardevolle landschapselementen anders dan ten behoeve van het toegestane onderhoud.
NL.IMRO .9923.ipA V A V -on01
35
Artikel 15
Waterstaat - Beschermingszone watergang
15.1 Bestemmingsomschrijving
De voor Waterstaat - Beschermingszone watergang aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daarvoorkomende bestemming(en) mede bestemd voor bescherming en beheer en en onderhoud van primaire wateren, zoals watergangen in beheer bij de waterbeheerder, en voor de bescherming van de duiker ter plaatse van de aanduiding 'duiker - kanaal '.
15.2 Bouwregels
Op de voor Waterstaat - Beschermingszone watergang aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken, geen gebouw zijnde: a. van geringe omvang en noodzakelijk voor het beheer en onderhoud van primaire wateren, met dien verstande dat de bouwhoogte maximaal 3 meter mag bedragen; b. het bepaald in de aanhef en onder a is niet van toepassing ter plaatse van de aanduiding 'duiker - kanaa l'.
15.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
15.3.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van Burgemeester en Wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemming(en): a. het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; b. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven of ophogen; c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en/ of het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; e. diepploegen; f. het aanleggen van kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies;
15.3.2
Uitzonderingen
Het verbod in 15.3.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. het toegestane onderhoud en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan met een daarvoor benodigde vergunning; c. noodzakelijk onderdeel zijn ter uitvoering van het inrichtingsplan dat als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd; werkzaamheden.
P IP A chter de V oort, A gelerbroek en V oltherbroek
36
15.3.3
Beoordelingscriteria
De werken en/of werkzaamheden als bedoeld in 15.3.1 zijn slechts toelaatbaar als door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de waterloop en de duiker ter plaatse van de aanduiding 'duiker - kanaal' . Voordat een vergunning worde verleend, winnen burgemeester en wethouders advies in bij de waterbeheerder.