CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

NL.IMRO.1774.TAMBUIKORENMWEG18-VG01_Motivering.pdf

Gemeenteraad 10 februari 2026, gemeente DinkellandBij agendapunt: 9: Voorstel inzake vaststelling omgevingsplan ‘TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied Korenmors-weg 18, Oude Broekweg 4’25.639 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

107 alinea's met “omgevingsplan”: 1 13 30 34 37 39 42 45 46 48 51 52 53 54 55 56 57 60 67 76 79 83 84 85 87 88 89 91 93 94 96 104 110 111 112 114 118 121 125 128 …

TAM-Omgevingsplan

Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 En Oude Broekweg 4

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.1774.TAMBUIKORENMWEG18VG01

Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

Inhoudsopgave Motivering

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Inleiding en aanduiding plangebied 1.2 Beoordelingskader en belangenafweging 1.3 Leeswijzer

7 7 8 9

Hoofdstuk 2 Toekomstige situatie 2.1 Gewenste ontwikkeling 2.2 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving

11 11 12

Hoofdstuk 3 Toetsing aan omgevingsplan 3.1 Omschrijving nieuwe situatie 3.2 Toetsing aan het omgevingsplan van rechtswege 3.3 Gemeentelijke verordeningen

15 15 15 16

Hoofdstuk 4 Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg en participatie 4.1 Visie en beleid voor het plangebied 4.2 Voorbereidingsfase / Verkenningsfase met stakeholders

17 17 32

Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 5.1 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.2 m.e.r.-beoordeling

35 35 36

5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12

37 38 41 42 44 44 46 46 48 50

Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren Gebiedsbescherming en soortenbescherming Luchtkwaliteit Geluid Geur Omgevingsveiligheid Trilling Archeologie Bodem Waterbelang

Hoofdstuk 6

Financiële haalbaarheid

53

Hoofdstuk 7 Toelichting planregels 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels

55 55 55

Bijlagen bij motivering Bijlage 1 Participatieverslag Oude Broekweg Bijlage 2 Participatieverslag Korenmorsweg Bijlage 3 Erfinrichtingsplan Korenmorsweg 18 Bijlage 4 Erfinrichtingsplan Oude Broekweg 4 Bijlage 5 Kwaliteitsplan Bijlage 6 Quickscan natuurwaarden Bijlage 7 Aanvullende quickscan natuurwaarden Bijlage 8 AERIUS-berekening ontwikkelfase Bijlage 9 AERIUS-berekening gebruiksfase

57 58 61 64 66 68 89 136 145 160

2

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12

Verkennend bodemonderzoek Oude Broekweg 4 Verkennend bodemonderzoek Korenmorsweg 16 Ingevulde watertoets

174 225 288

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

3

4

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

Motivering

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

5

6

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Inleiding en aanduiding plangebied Aan de Oude Broekweg te Rossum (hierna ‘bouwlocatie’ genoemd) heeft de initiatiefnemer de wens om een bijbehorend bouwwerk te realiseren voor opslag ten behoeve van zijn bedrijf. De initiatiefnemer detacheert werknemers in de agrarische dienstverlening. Om het bijbehorende bouwwerk te realiseren zal de initiatiefnemer gebruik maken van de schuur-voor-schuur regeling. De benodigde sloopmeters (260 m2) worden verkregen aan de Korenmorsweg 16-18 te Lattrop (hierna ‘slooplocatie’ genoemd). Op de bouwlocatie is de initiatiefnemer voornemens om het erf te spiegelen en de woning te verplaatsen. Met het verplaatsen van de woning wordt er 70 m2 in de woning geïntegreerd. Het nieuw te realiseren bijbehorende bouwwerk krijgt een oppervlakte van 180 m2. Om het erf op de slooplocatie in balans te houden zal de kapschuur verplaatst worden naar de locatie van de te slopen schuur. Het voorliggende plan is strijdig met het Omgevingsplan van de gemeente Dinkelland door het maximaal toegestane vierkante meters voor vrijstaande bijbehorende bouwwerken. Daarnaast is in het omgevingsplan onder de functie 'Wonen' de regel opgenomen dat een beroeps/ bedrijfsoppervlakte van 50 m2 of meer in strijd is met de geldende regels. Om het voorgenomen plan mogelijk te maken dient het Omgevingsplan gewijzigd te worden.

Voorliggend TAM-IMRO Omgevingsplan is opgesteld om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Ligging De slooplocatie ligt aan de Korenmorsweg 18 in het buitengebied van gemeente Dinkelland. De slooplocatie ligt op circa 1,77 km ten zuidoosten van de kern Lattrop en op circa 2,39 km ten noordoost van de kern Noord Deurningen. De omgeving van de slooplocatie bestaat voornamelijk uit agrarische gronden van agrarische bedrijven. De slooplocatie staat kadastraal bekend als gemeente Denekamp, sectie N, nummers 1431 en 1421. Figuur 1.1 geeft globaal de ligging van de slooplocatie weer.

Figuur 1.1 Luchtfoto slooplocatie, plangebied in rood omcirkeld (Bron: PDOK viewer) De bouwlocatie is gelegen aan de Oude Broekweg 4 in het buitengebied van gemeente Dinkelland. De bouwlocatie ligt op circa 1,87 km ten noorden van de kern Rossum. De omgeving van de bouwlocatie bestaat voornamelijk uit agrarische gronden van agrarische bedrijven. De bouwlocatie staat kadastraal bekend als gemeente Weerselo, sectie U, nummers 292 en 320. Figuur 1.2 geeft globaal de ligging van de bouwlocatie weer.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

7

Figuur 1.2 Luchtfoto bouwlocatie, plangebied in rood omcirkeld (Bron: PDOK viewer)

1.2 Beoordelingskader en belangenafweging Beoordelingskader De voorgenomen activiteit voldoet niet aan de regels van het Omgevingsplan. Het initiatief kan alleen leiden tot een wijziging van het Omgevingsplan als er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving en milieu relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader worden onderzocht en afgewogen. De taak om te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties ligt primair bij de gemeente. De beleidsruimte van de gemeente wordt op verschillende manieren ingekaderd. De belangrijkste zijn de instructieregels van het Rijk en de provincie. Op basis van artikel 8.0b lid 1 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de volgende regels en instructies van toepassing: de instructieregels van hoofdstuk 5 van het Bkl; de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening; eventuele andere instructies van het Rijk en provincie. Bij de beoordeling of wij een besluit willen nemen tot wijziging van het Omgevingsplan is rekening gehouden met deze regels dan wel zijn de regels betrokken of in acht genomen. Daarnaast heeft de gemeente haar beleidsruimte ingevuld met beleidsregels voor de fysieke leefomgeving, zodat de wijziging van het Omgevingsplan ook hieraan wordt getoetst.

Het gaat hier om de omgevingsvisie en de andere beleidsdocumenten voor de verschillende specifieke onderdelen. De evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijze zijn afgewogen. De aanvrager wenst de gevraagde activiteiten te realiseren. De gemeente wenst de doelen uit haar beleid te verwezenlijken. De belangen van de omwonenden zijn gelegen in een goed woon- en leefklimaat. De omliggende bedrijven hebben belang bij een ongehinderde bedrijfsvoering en een goed werkklimaat. Belangenafweging De raad heeft bij het bepalen om een besluit tot wijziging van het Omgevingsplan vast te stellen beleidsruimte om te bepalen of een bepaalde ontwikkeling met de daarbij behorende functies en maatvoering vanuit het oogpunt van evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar is. Een dergelijk besluit is immers in belangrijke mate afhankelijk van de inzichten die bij de gemeente bestaan over de wenselijk geachte ontwikkelingen in het projectgebied. Verder mag het project niet in strijd zijn met de instructie(regels)s van het Rijk en de provincie.

Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijzen worden afgewogen. Ondanks dat het initiatief in strijd is met het Omgevingsplan kan worden besloten tot wijziging van het Omgevingsplan, omdat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Zoals uit de hierna opgenomen hoofdstukken blijkt draagt het initiatief bij aan de visie en beleid die de gemeente voor dit plangebied heeft en blijkt dat wordt voldaan de instructieregels van het Rijk en provincie. In de 8

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

voorbereidingsfase heeft bestuurlijke afstemming plaatsgevonden. Provincie en het waterschap zijn akkoord met het project. Verder is het project afgestemd met omwonenden en heeft initiatiefnemer daarvan een verslag overgelegd. Voorts zijn in hoofdstuk 5 de ruimtelijk relevante aspecten voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit afgewogen. Gelet op alle aspecten die zijn afgewogen en de belangen van omwonenden, levert de wijziging van het Omgevingsplan geen onaanvaardbare aantasting van deze belangen op. Het wijzigen van het Omgevingsplan is evenwichtig en geschikt om het project te realiseren.

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een omschrijving gegeven van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het voorgenomen plan getoetst aan het Omgevingsplan en worden de strijdigheden in beeld gebracht. Hoofdstuk 4 omschrijft de toetsing van de ontwikkeling aan de visie en beleid voor het plangebied op rijks-, provinciaals en gemeentelijk niveau. Daarna wordt ingegaan op de resultaten van het (bestuurlijk) vooroverleg en het participatietraject. In hoofdstuk 5 wordt getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. In hoofdstuk 6 komt de financiële haalbaarheid van het initiatief aan de orde. Tot slot is in hoofdstuk 7 een toelichting op de planregels opgenomen.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

9

10

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

Hoofdstuk 2

Toekomstige situatie

2.1 Gewenste ontwikkeling 2.1.1

Huidige situatie

Voorliggende ontwikkeling maakt gebruik van de beleidsregeling Buitengebied met kwaliteit waarin de schuur-voor-schuur regeling is opgenomen. Voorliggend plan voorziet in een slooplocatie en een bouwlocatie. Situatie Korenmorsweg 18 (slooplocatie) De locatie aan de Korenmorsweg 18 betreft de slooplocatie waar één schuur van 260 m² wordt gesloopt. De agrarische functie blijft hierbij bestaan. De slooplocatie ligt in het buitengebied van Lattrop-Breklenkamp. De oorspronkelijke boerderij is niet meer bewoond en door de bouw van extra woningen en schuren is het niet langer herkenbaar als hoofdgebouw. Er is min of meer een rij aan gebouwen ontstaan waardoor er geen sterk erfensemble is. Het kunnen even goed twee erven naast elkaar zijn. In figuur 2.1 is een luchtfoto van het projectgebied aan de Korenmorsweg 18 weergegeven.

Figuur 2.1 Luchtfoto planlocatie Korenmorsweg 18 (Bron: PDOK viewer) Situatie Oude Broekweg 4 De locatie aan de Oude Broekweg 4 betreft de bouwlocatie waar één nieuw bijbehorend bouwwerk gerealiseerd wordt. De bouwlocatie ligt in het buitengebied van Rossum. De kenmerkende houtopstanden langs de wegzijde zijn deels nog aanwezig. Vermoedelijk heeft de oude boerderij haaks op de weg gestaan met de kopgevel richting het landschap en de achterzijde richting de weg. Daar stonden ook de schuren c.q. staat nog steeds een oude schuur en zware eiken. Naar alle waarschijnlijkheid is de boerderij later afgebroken en maakte plaats voor een woonhuis. Deze is parallel aan de weg gelegen, maar nog steeds is er sprake van een passende erfopzet met een duidelijke hiërarchie. De woning ligt min of meer voor op de daarachter gelegen bijbehorende bouwwerken. In figuur 2.2 is een luchtfoto van het projectgebied weergegeven.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

11

Figuur 2.2 Luchtfoto planlocatie Oude Broekweg 4, globaal in rood omkaderd (Bron: PDOK viewer) 2.1.2

Toekomstige situatie

Aan de Oude Broekweg (hierna ‘bouwlocatie’ genoemd) heeft de initiatiefnemer de wens om een bijbehorend bouwwerk te realiseren voor opslag ten behoeve van zijn bedrijf. Met de realisatie van de schuur wordt ook het bedrijf toegestaan onder de woonfunctie. De initiatiefnemer detacheert werknemers in de agrarische dienstverlening. Om het bijbehorende bouwwerk te realiseren zal de initiatiefnemer gebruik maken van de schuur-voor-schuur regeling en wordt er planologisch een bedrijf toegestaan. In de huidige situatie zijn er 3 schuren aanwezig. In de nieuwe situatie is er ook sprake van 3 schuren. Één van deze schuren zal worden ingezet voor een bedrijf ten behoeve van stalling van agrarische werktuigen en het koebad. De totale oppervlakte van het bedrijf zal 175 m2 zijn. De overige ruimte wordt ingezet voor persoonlijke opslag. De benodigde sloopmeters (260 m2) worden verkregen aan de Korenmorsweg 16-18 te Lattrop (hierna ‘slooplocatie’ genoemd). Op de bouwlocatie is de initiatiefnemer voornemens om het erf te spiegelen en de woning te verplaatsen. na het doorlopen van de schuur-voor-schuur-regeling zal het erf in de toekomst in totaal 545 m² aan bijbehorende bouwwerken hebben. Op de slooplocatie wordt een bijbehorend bouwwerk verplaatst naar de zijkant van de woning. De initiatiefnemer is voornemens om één bijbehorend bouwwerk te slopen.

Het gaat om een oude varkensschuur die al enkele jaren buiten gebruik is. Deze schuur beslaat een oppervlakte van 260 m2. De nieuwe situaties zijn te zien in figuur 2.3 en 2.4.

2.2 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving Oude Broekweg 4 Het erf is gelegen in een dekzandvlakte met dekzandwelvingen. Het gaat om een heideontginning, waarbij het erf een herkenbare orthogonale opzet kent. De huidige woning is parallel aan de weg gelegen, maar mogelijk heeft de oorspronkelijke boerderij er haaks op gelegen. De woning vormt wel de voorzijde van het erf met de rest van de gebouwen erachter, achter de achtergevel. De beplanting op het erf en in de directe omgeving zorgen nog altijd voor een goede herkenning van het omliggende landschap. In de nieuwe situatie (figuur 2.3) zal de nieuwe woning (A) met de voorgevel naar de noordzijde gericht zijn. Ondanks het verplaatsen van de woning zijn er geen consequenties voor de hiërachie op het erf: de woning blijft de voorzijde van het erf en achter de woning zijn de bijbehorende bouwwerken gelegen die samen het erf vormen. Er is opnieuw sprake van een compact erfensemble, maar in tegenstelling tot de huidige situatie is de binding tussen de gebouwen sterker geworden. Dat geldt met name voor het bijbehorende bouwwerk aan de oostzijde. Het bestaande karakteristieke bijgebouw aan de weg (B) blijft behouden en vormt ook in de nieuwe situatie de entree van het erf.

De bestaande haag (E) en de robuuste houtopstand (H) worden behouden en met het toevoegen van een vijftal solitaire bomen op het erf is het nieuwe erfensemble goed ingepast in het omliggende landschap.

12

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

Om de ruimtelijke kwaliteit te behouden en waar mogelijk te versterken worden de volgende maatregelen getroffen: Het waar mogelijk behouden van de bestaande haag (E); Het behouden van de bestaande houtopstanden (H); Het aanplanten van nieuwe solitaire bomen (I).

Figuur 2.3 Nieuwe situatie Oude Broekweg 4 (Bron: N+L Landschapsontwerpers) Korenmorsweg 18 Om het erf in balans te houden zal de kapschuur verplaatst worden naar de locatie van de te slopen schuur. Dit zorgt ervoor dat er geen ‘doorkijk’ op het erf ontstaat en voorkomt dus ook dat de woning afgezonderd zou raken. Het verplaatsen zorgt ervoor dat er sprake blijft van een compact erfensemble. Het omliggende landschap is in de loop der jaren drastisch verloren gegaan. Een kleinschalig en gesloten landschap is ingeruild voor een grootschalig en open landschap. Herstel van het kleinschalige is niet mogelijk. De houtopstanden (D) langs de Korenmorsweg blijven behouden. De aanwezige laurierbeplanting wordt vervangen door een haag met een inheemse soort (H) als beuk, liguster of Spaanse aak. De bestemming is en blijft “Agrarisch – 1”, zie figuur 2.4.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

13

Figuur 2.4 Nieuwe situatie Korenmorsweg 18 (Bron: N+L Landschapsontwerpers)

14

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

Hoofdstuk 3 Toetsing aan omgevingsplan 3.1 Omschrijving nieuwe situatie Concreet worden de volgende activiteiten veranderd in de voorliggende aanpassing van het Omgevingsplan: Aan de Korenmorsweg 18 wordt een oude schuur gesloopt (260 m2) en wordt een andere schuur verplaatst. Aan de Oude Broekweg 4 wordt een nieuw bijbehorend bouwwerk gerealiseerd, het erf wordt gespiegeld binnen het bouwvlak, de woning wordt verplaatst en een bedrijfsfunctie wordt toegevoegd.

3.2 Toetsing aan het omgevingsplan van rechtswege Het plangebied maakt onderdeel uit van het zogenoemde omgevingsplan van rechtswege. Elke gemeente heeft met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 een omgevingsplan van rechtswege, welke bestaat uit een tijdelijk en nieuw deel. Het tijdelijke deel van het omgevingsplan bestaat uit: - (ruimtelijke) regels uit verschillende vervallen instrumenten, zoals bestemmingsplannen; - rijksregels over activiteiten (aangeduid als de bruidsschat). Het nieuwe deel van het omgevingsplan is eerst nog leeg, met uitzondering van eventuele voorbereidingsbesluiten op basis van het overgangsrecht. De regels in het nieuwe deel komen deels tot stand door bestaande regels uit het tijdelijk deel om te zetten naar het nieuwe deel. Daarnaast neemt de gemeente in het nieuwe deel nieuwe regels op voor ruimtelijke ontwikkelingen en beleid. Het wijzigingen/vaststellen van het nieuwe deel van het omgevingsplan kan ook thematisch gebeuren. Deze overgangsfase duurt tot eind 2031. 3.2.1

Strijdigheden met bestemmingsplan 'Buitengebied 2010'

De projectlocaties zijn gelegen binnen het plangebied van omgevingsplan 'Gemeente Dinkelland' met als onderdelen het bestemmingsplan 'Buitengebied 2010' en 'Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland'. Het perceel aan de Oude Broekweg 4 kent enkel de functie 'Wonen', zie figuur 3.1. Het perceel aan de Korenmorsweg 18 heeft de functie 'Agrarisch -1' met de functie aanduidingen 'specifieke vorm van wonen tweede bedrijfswoning' en 'specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel grondgebonden agrarisch bedrijf', zoals te zien is in figuur 3.2.

Figuur 3.1 Uitsnede omgevingsplan, planlocatie aan de Oude Broekweg 4 in rood gemarkeerd (Bron: regels op de kaart)

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

15

Figuur 3.2 Uitsnede omgevingsplan, planlocatie aan de Korenmorsweg 18 in rood gemarkeerd (Bron: regels op de kaart) De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn in eerste instantie aangewezen voor de functie wonen met daaraan ondergeschikt tuinen, erven en terreinen en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Voor wat betreft de bouwregels geldt dat er maximaal 100 m² aan bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan. De voor 'Agrarisch -1' aangewezen gronden zijn in eerste instantie aangewezen voor het agrarisch gebruik. Het voorliggend initiatief is strijdig met het omgevingsplan, omdat het maximale aantal vierkante meters voor vrijstaande bijbehorende bouwwerken is bereikt op het perceel aan de Oude Broekweg 4. Daarnaast is een bedrijfsfunctie met meer dan 50 m2 (bedrijfs- en beroep aan huis) niet toegestaan. Om het woonhuis te vergroten en een nieuw bijbehorend bouwwerk te realiseren moet er worden afgeweken van het omgevingsplan. Wijzigingsbevoegdheden zijn vervallen onder de Omgevingswet. Om de ontwikkeling mogelijk te maken dient er af geweken te worden van het omgevingsplan. In deze TAM-Omgevingsplan wordt aangetoont dat het plan voldoet aan de vereisten van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 3.2.2

Bruidsschat

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt een aantal regels op rijksniveau. Deze regels verhuizen naar het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente. Dit heet ook wel de 'bruidsschat'. De regels van afdeling 22.2 zijn relevant voor onderhavig initiatief omdat deze betrekking hebben op het bouwen van bouwwerken. Met de in dit TAM-omgevingsplan opgestelde regels wordt aan de regels voldaan. De regels van afdeling 22.3 zijn relevant voor zover sprake is van milieubelastende activiteiten. De in dit TAM-omgevingsplan mogelijk gemaakte activiteiten betreffen geen milieubelastende activiteiten. Zodoende zijn de regels niet van toepassing. De overige in de bruidsschat opgenomen regels zijn niet relevant voor dit plan.

3.3 Gemeentelijke verordeningen Voor zover sprake is van gemeentelijke verordeningen in het Omgevingsplan van rechtswege wordt aan deze verordeningen getoetst in hoofdstuk 4 van dit TAM-omgevingsplan.

16

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

Hoofdstuk 4 Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg en participatie 4.1 Visie en beleid voor het plangebied 4.1.1

Nationale omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekombestendige ontwikkeling van het landelijk.

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven van de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiden van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toets Volgens de NOVI moet landgebruik in balans worden gebracht met natuurlijke systemen en ontwikkelingen in het landelijke gebied. Nieuw te ontwikkelen gebieden mogen niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteiten.

Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan een landelijk gebied waar het prettig wonen en recreëren is en waarin ruimte is en blijft voor vitale landbouw. Met voorliggend plan wordt een oude landschapsontsierende schuur gesloopt aan de Korenmorsweg 18 en wordt een nieuw bijbehorend bouwwerk ten behoeve van het bedrijf aan huis gerealiseerd aan de Oude Broekweg 4. Hiermee wordt geen afbreuk gedaan aan de landschappelijke kwaliteiten ter plaatse. Door het slopen van de schuur aan de Korenmorsweg 18 zal per saldo een verbetering in de ruimtelijke kwaliteit plaatsvinden. Tevens draagt het te bouwen bijbehorende bouwwerk bij aan een prettige woon en leefomgeving op het erf aan de Oude Broekweg 4, nu en in de toekomst. Er wordt voldaan aan de uitgangspunten zoals omschreven in de NOVI. 4.1.2

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel 2024

Provinciale Omgevingsvisie De omgevingsvisie is het overkoepelende provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Provinciale Omgevingsverordening De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

17

om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan en/of passend is binnen de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt.

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes (OF); ontwikkelingsperspectieven (WAAR); gebiedskenmerken (HOE). Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes (OF) Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.

De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel 2024. Ontwikkelingsperspectieven (WAAR) Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken (HOE) Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

18

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

Figuur 4.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Artikel 4.5 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Omgevingsplannen maken alleen extra ruimtebeslag voor stedelijke functies in de Groene Omgeving mogelijk aansluitend op bestaand bebouwd gebied en als aannemelijk gemaakt is dat: a. er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied; b. de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en transformatie; en c. mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toets Onderhavig plan betreft het mogelijk maken van een nieuw groter bijbehorend bouwwerk van 180 m2 aan de Oude Broekweg. Met een erfinrichtingsplan wordt geborgd dat er sprake blijft van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, zoveel mogelijk in aansluiting op het huidige erf. Ter compensatie van het voornemen wordt binnen de gemeente Dinkelland landschapontsierende bebouwing gesloopt (in totaal 260 m²).

Per saldo neemt de bebouwing dan ook af in het buitengebied van de gemeente Dinkelland, doordat deze bouwmogelijkheden planologisch worden wegbestemd. Derhalve kan gesteld worden dat het voornemen voldoet aan de uitgangspunten van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 4.6 Toekomstbestendigheid In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt, anders dan voor tijdelijk gebruik, waarvan aannemelijk is dat die toekomstbestendig zijn en dus: a. de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen; b. duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden; en TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

19

c. ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben. Toets Met voorliggend plan wordt aan de Korenmorsweg 18 een bijbehorend bouwwerk gesloopt, om op de Oude Broekweg 4 een (kleiner) bijbehorend bouwwerk voor het voeren van bedrijfsmatige activiteiten aan huis terug te bouwen. Met de afname van verharde oppervlakte en het bieden van ruimte om bedrijfsmatige activiteiten uit te voeren wordt er bijgedragen aan het welzijn van mensen en economische welvaart. Dit levert een bijdrage aan het welzijn van mensen en heeft ook voor de langere termijn een positieve impact op o.a. de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Er wordt voldaan aan het principe van toekomstbestendigheid. Artikel 4.8 Ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die de ruimtelijke kwaliteit versterken. Toets Onderhavig plan betreft het slopen van landschapontsierende bebouwing aan de Korenmorsweg 18 in Lattrop. Ter compensatie wordt aan de Oude Broekweg 4 in Rossum een nieuw bijbehorend bouwwerk teruggebouwd. Voor de betrokken locaties is een landschapsplan opgesteld. Het landschapsplan voor de Korenmorsweg 18 is opgenomen in Bijlage 3 en het landschapsplan voor de Oude Broekweg 4 in Bijlage 4. Met de beoogde ontwikkeling neemt de ruimtelijke kwaliteit op de betrokken locaties toe.

Op basis van vorenstaande kan geconcludeerd worden dat het voornemen een postieve bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. In voorpliggend project zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van toepassing. In figuur 4.2 en 4.3 zijn fragmenten van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

Figuur 4.2 Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart, locatie Korenmorsweg 18 aangegeven met rode kruis (Bron: provincie Overijssel)

20

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

Figuur 4.3 Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart, locatie Oude Broekweg 4 aangegeven met rode kruis (Bron: provincie Overijssel) Zowel het erf aan de Korenmorsweg 18 als het erf aan de Oude Broekweg 4 bevinden zich in het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Ambitie binnen dit perspectief is om voort te bouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen. Daarnaast gelden – net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities van een zichtbaar en beleefbaar mooi landschap, sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel en een continu en beleefbaar watersysteem. Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Op het erf aan de Korenmorsweg 18 bevindt zich een landschapsontsierende schuur welke gesloopt zal worden. In plaats hiervoor wordt aan de Oude Broekweg 4 een nieuw bijbehorend bouwwerk opgericht voor het bedrijf aan huis. Dit bedrijf is ter behoeve van de stalling van agrarische werkvoertuigen en het koebad.

Het bedrijf zal een totaal oppervlak van 175 m2 in beslag nemen in de bijgebouwen. Met de sloop en verplaatsen van de schuur aan de Korenmorsweg 18 blijft de ruimtelijke kwaliteit behouden op het erf. Met het plaatsen van een nieuw bijbebehorend bouwwerk aan de Oude Broekweg wordt rekening gehouden met de ruimtelijke kwaliteit en ruimtelijke identiteit van het buitengebied. Voorliggend plan is in lijn met ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het plangebied (beide erven) het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen' zie figuur 4.4 en 4.5.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

21

Figuur 4.4 Uitsnede gebiedskenmerk, planlocatie Korenmorsweg 18 onder rode kruisje (Bron: provincie Overijssel)

Figuur 4.5 Uitsnede gebiedskenmerk, planlocatie Oude Broekweg 4 (Bron: provincie Overijssel) De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De ambitie van de provincie Overijssel is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met 'natuurlijke' soorten. En door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. Toets Op beide locaties is reeds bebouwing aanwezig. Er zijn hierdoor geen kenmerken van de dekzandvlakte en ruggen (meer) aanwezig. De ontwikkeling heeft beperkte invloed op de natuurlijke laag. 22

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

Laag van het agrarisch cultuurlandschap Korenmorsweg 18 De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kernmerk 'Maten en flierenlandschap' aan het gebied toe. In figuur 4.6 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.

Figuur 4.6 Uitsnede gebiedskenmerk, planlocatie Korenmorsweg 18 (Bron: provincie Overijssel) Laaggelegen kleinschalig landschap dat zich langs de beken, in de natuurlijke laagten heeft ontwikkeld. Langs de ontwateringssloten haaks op de beek werd vaak hakhout aangeplant. Dit diende tevens als perceelsafscheiding – daar, waar de ontwateringssloot niet altijd watervoerend – was in geval van beweiding. Rond de beek ontstond een lineair landschap, met daaromheen in de natte laagtes een matenlandschap. Als ontwikkelingen plaats vinden in of nabij het Maten en Flierenlandschap, dan dragen deze bij aan versterking van het historische lineaire landschap met open ‘kamers’ en coulissen, aan accentuering van de overgang naar hogere gronden, de toegankelijkheid, de beleefbaarheid en het vasthouden van water. Inrichting van nog gave delen richt zich op het behouden van de cultuurhistorische waarden. Oude Broekweg 4 De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kernmerk 'Jong heide- en broekontginningslandschap' aan het gebied toe. In figuur 4.7 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

23

Figuur 4.7 Uitsnede gebiedskenmerk, planlocatie Oude Broekweg 4 (Bron: provincie Overijssel) De grote oppervlakte aan voormalige natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels ongezoomd door boscomplex. De ambitie van de provincie Overijssel is de ruimtelijke kwaliteit van deze gebieden een stevige impuls te geven en soms een transformatie wanneer daar aanleiding toe is. De dragende structuren worden gevormd door landschappelijke raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen, die de rechtlijnige ontginningsstructuren versterken. Toets Op de projectlocatie aan de Korenmorsweg 18 word één schuur gesloopt en één schuur verplaatst. Hierdoor wordt er meer ruimte geboden aan de laag van het agrarisch cultuurlandschap. De ontwikkeling heeft een positieve invloed op de natuurlijke laag. Bij voorliggend plan is sprake van het herpositioneren van een bestaand erf aan de Oude Broekweg 4.

Bij het opstellen van de landschappelijke inpassing is rekening gehouden met de kenmerken van het landschap zodat de maatregelen een versterking van het landschap tot gevolg hebben. Er is geen sprake van afbreuk aan de laag van het agrarisch cultuurlandschap. Laag van belevering Korenmorsweg 18 De laag van beleving kent het kernmerk 'Donkerte' aan het gebied toe. In figuur 4.8 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.

24

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

Figuur 4.8 Uitsnede gebiedskenmerk 'Donkerte', plangebied onder rode kruisje (Bron: provincie Overijssel) Oude Broekweg 4 De laag van beleving kent het kernmerk 'Donkerte' aan het gebied toe. In figuur 4.9 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.

Figuur 4.9 Uitsnede gebiedskenmerk 'Donkerte' (Bron: provincie Overijssel) In gebieden met het kenmerk 'Donkerte' wordt het 's nachts nog echt donker en kan men de sterrenhemel waarnemen. Het zijn relatief dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is om de huidige 'donkere ‘gebieden, tenminste even donker te houden, of bij nieuwe ontwikkelingen nog liever wat donkerder te maken. Toets Op zowel de sloop als ook de bouwlocatie geldt het gebiedskenmerk donkerte. Door een schuur te slopen, één nieuwe schuur te realiseren, de woning aan de Oude Broekweg verplaatsen binnen het bouwvlak en het toestaan van een bedrijf binnen de woonfunctie wordt er geen afbreuk gedaan aan het donkerte in de omgeving. De 'Stedelijke laag' heeft binnen het plangebied geen specifieke kenmerken en blijft daarom verder buiten beschouwing. Conclusie TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

25

Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende TAM-Omgevingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid. 4.1.3

Omgevingsvisie Dinkelland

De gemeenteraad van de gemeente Dinkelland heeft op 31 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manier van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen; 2. We geven het goede voorbeeld; 3. We wentelen niet af op, volgende generaties; 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente wil een economische sterk buitengebied met veel verschillende functies waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis.

Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Speerpunten toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd; goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij we samenwerking zoeken met de landbouw; kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. Situatie plangebieden Korenmorsweg 18 Om te zien wat in de omgeving belangrijk is heeft de gemeente Dinkelland een waardenkaart opgesteld. Het plangebied aan de Korenmorsweg 18 ligt volgens de waardenkaart in het lichtgroen gekleurde landschap. Dit is de waarde gericht op ontwikkeling, zoals te zien is in figuur 4.8. Oude Broekweg 4 Het plangebied ligt volgens de waardenkaart in de donkergroene zone. Deze zone is gericht op behouden vanwege hoge waarde en beperkte dynamiek. Zoals te zien is in figuur 4.9. Toets

26

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

Figuur 4.8 Uitsnede waardenkaart omgevingsvisie gemeente Dinkelland, locatie Korenmorsweg 18 gelegen in de waarde 'Gericht op ontwikkeling' (Bron: gemeente Dinkelland)

Figuur 4.9 Uitsnede waardenkaart omgevingsvisie gemeente Dinkelland, locatie Oude Broekweg 4 gelegen in de waarde 'Gericht op behouden' (Bron: gemeente Dinkelland) TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

27

Voorliggend plan heeft betrekking op de sloop van een agrarisch bedrijfsgebouw aan de Korenmorsweg 18 en de nieuwbouw van een bijbehorend bouwwerk aan de Oude Broekweg 4. Om een nieuw bijgebouw te realiseren aan de Oude Broekweg 4 zijn zogenaamde sloopmeters benodigd. Aan de Korenmorsweg 18 wordt landschapsontsierende bebouwing verwijderd waardoor vervolgens, middels de uitruil van sloopmeters naar bouwmeters, een vergroot bijbehorend bouwwerk kan worden gerealiseerd. Ter plaatse van het plandeel Korenmorsweg 18 vinden kleinschalige sloop- en bouwwerkzaamheden plaats waarbij, gezien de reeds aanwezige bebouwing, weinig impact plaatsvindt op de omgeving. Tevens wordt het plangebied aan de Oude Broekweg 4 landschappelijk ingepast, zoals te zien is in Bijlage 4. Door de sloop van de landschapontsierende bebouwing elders, sloop en vervolgens de bouw van een bijbehorend bouwwerk wordt het betreffende perceel toekomstbestendig ingericht naast een verbetering plaatsvindt in het buitengebied. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Dinkelland en geen negatieve invloed uitoefent op de omgeving. 4.1.4

Buitengebied met kwaliteit

De gemeenteraad van Dinkelland heeft in 2022 het beleidskader 'Buitengebied met kwaliteit' vastgesteld. De gemeente streeft naar een aantrekkelijk en vitaal buitengebied waar een goede balans is tussen landgebruik, ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en economische activiteiten. Hiervoor beschikte zij over verscheidene beleidsregelingen zoals Rood voor Rood, Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, Schuur voor Schuur en het VAB+ beleid. Door de jaren heen zijn deze regelingen ingewikkelder geworden, in het beleidskader zijn de verscheidene beleidsregelingen op onderdelen geactualiseerd en aangevuld. Het doel van deze beleidsregel is meervoudig. Enerzijds is deze beleidsregel bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderszijds is het doel van deze beleidsregeling om (economische)ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. Uitbreiden vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij woning Voor het uitbreiden van bij een woning toegelaten vrijstaande bijbehorende bouwwerken binnen de functie 'Wonen' gelden de volgende voorwaarden: Extra m2 bebouwing wordt uitsluitend toegestaan indien elders binnen de gemeente Dinkelland of Tubbergen landschap ontsierende gebouwen worden gesloopt.

Hierbij geldt de volgende bouw-/ sloopverhouding: Extra oppervlakte Sloopverhouding met Sloopverhouding zonder asbesthoudende golfplaten asbesthoudende golfplaten 2 2 2 Tot en met 100 m 1 m extra is 1 m sloop 1 m2 extra is 2 m2 sloop 101 m2 tot en met 500 m2 1 m2 extra is 2 m2 sloop 1 m2 extra is 4 m2 sloop 2 2 2 501 m en meer 1 m extra is 3 m sloop 1 m2 extra is 5 m2 sloop Alleen legaal opgerichte gebouwen kunnen worden ingezet, of aangetoond moet worden dat de gebouwen voor 1998 aanwezig waren; Landschap ontsierende veldschuren komen ook in aanmerking voor deze regeling; Gebouwen moeten in het geheel worden gesloopt, inclusief funderingen en eventuele (mest)kelders; Alleen volledige gebouwen kunnen worden ingezet en niet gedeeltes van gebouwen en/of (grotendeels) ingestorte gebouwen. De gemeente bepaalt of een niet-volledig gebouw kan worden ingezet voor deze regeling; Karakteristieke en/of cultuurhistorisch waardevolle gebouwen kunnen niet worden ingezet voor sloop. De planologische bouwmogelijkheden op alle betrokken locaties worden aangepast aan de nieuwe situatie. Dit betekent onder andere dat de resterende bebouwing na sloop op de slooplocatie(s) beschouwd wordt al de maximaal toegestane oppervlakte aan bebouwing op het betreffende perceel. Bedrijfsmatige activiteiten Het is mogelijk om binnen de functie ‘Wonen’ bedrijfsmatige activiteiten uit te oefenen.

Niet elk nieuwe functie wordt wenselijk en/of aanvaardbaar gevonden. Dit zal van geval tot geval beoordeeld moeten worden waarbij onder meer de aard en invloed van de nieuwe functie op de omgeving een rol speelt. Voor het toestaan van bedrijfsmatige activiteiten binnen de functie ‘Wonen’ gelden de volgende voorwaarden: 1. De maximale omvang van de bijbehorende bouwwerken die in gebruik zijn voor de bedrijfsmatige activiteiten bedraagt 500 m²; 2. Indien de bestaande bebouwing niet meer functioneel te gebruiken is voor de nieuwe activiteit, is vervangende 28

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

nieuwbouw mogelijk. Voor de berekening van de terug te bouwen oppervlakte wordt de tabel uit bovenstaande paragraaf toegepast. 3. Karakteristieke gebouwen en monumentale gebouwen kunnen niet worden ingezet voor sloop en worden ingepast in de nieuwe erfopzet; 4. Buitenopslag van goederen of andere bedrijfsmatige activiteiten buiten de gebouwen zijn niet toegestaan; 5. In afwijking van lid 4 zijn activiteiten buiten de gebouwen uitsluitend toegestaan indien het gaat om toeristisch-recreatieve functies, horeca, zorgfuncties of daarmee vergelijkbare functies; 6. Indien met de bedrijfsmatige activiteiten sprake is van een verblijfsrecreatieve functie, dient voldaan te worden aan het bepaalde in bijlage 3 van het beleid; 7. Detailhandel in een andere vorm dan productiegebonden detailhandel is niet toegestaan. Maximaal 10% van de totale oppervlakte van de gebouwen tot een maximum van 100 m2 mag worden gebruikt voor productiegebonden detailhandel. Toets Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken wordt het beleidskader 'Buitengebied met Kwaliteit' toegepast. Voorliggend TAM-omgevingsplan maakt het realiseren van een nieuw bijgebouw mogelijk aan de Oude Broekweg 4. Aan de Korenmorsweg 18 wordt er in totaal 260 m2 aan landontsierende bebouwing met asbesthoudende golfplaten gesloopt.

Hiervoor wordt er aan de Oude Broekweg 4 een extra bijgebouw gerealiseerd van 180 m2, daarnaast wordt er 70 m2 aan de woning toegevoegd bij het herbouwen van de woning. Voor het overige wordt op voorhand voldaan aan de voorwaarden die binnen de schuur voor schuur regeling gesteld worden. De sloopschuren hebben geen betekenisvolle cultuurhistorische waarde en er is in dit geval sprake van een gedeeltelijke sloop van de opstallen op de betrokken locaties. Het resterende erf wordt door middel van een landschapsplan landschappelijk ingepast. De functie aan de Korenmorsweg blijft ongewijzigd ('Agrarisch-1'). De functie aan de Oude Broekweg blijft 'Wonen'. Aan de Oude Broekweg wordt een bedrijf toegestaan die een groter oppervlak heeft als 50 m2. Dit bedrijf staat in het teken van detachering en het stallen van een koebad er vind geen buitenopslag plaats. Er is met de voorgenomen activiteiten geen sprake van productiegebonden detailhandel. Het totale oppervlak van het bedrijf is 175 m2. Hiermee wordt er voldaan aan de gestelde voorwaarden van bedrijfsmatige activiteiten. Geconcludeerd wordt dat onderhavig plan voldoet aan alle voorwaarden van het Buitengebied met kwaliteit beleid. 4.1.5

Casco beleid Dinkelland

De gemeente Dinkelland heeft de beleidsnota 'De casco-benadering in Noordoost-Twente' vastgesteld. Het Nationaal Landschap Noordoost Twente is een gebied met zeldzame en unieke landschapskwaliteiten. Het is een gebied met stuwwallen, bronnen, beken en fraaie cultuurlandschappen. Kernkwaliteit is het waardevolle cultuurlandschap met een variatie in open en een kleinschalig besloten landschap. Schaalvergroting in de grondgebonden landbouw staat op gespannen voet met deze kleinschaligheid. Het verdwijnen van landschapselementen op perceelsgrenzen tast het kleinschalige groene karakter aan en leidt tot een afname van landschapsdiversiteit. De gemeente Dinkelland heeft samen met de provincie Overijssel en de gemeenten Tubbergen, Losser en Oldenzaal de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Om vorm en inhoud te geven aan deze ambitie is een generieke methode ontwikkeld: de casco benadering. Voor de gemeente is de casco-benadering te gebruiken als beoordelingskader voor ingrepen in het landschap. Aan de hand van de casco-kaart kan bezien worden of landschappelijke structuren deel uitmaken van het casco.

Op basis van de casco-kaart kan vastgesteld worden of het landschapselement tot het casco behoort of niet; daaruit volgen drie mogelijke aanvragen op basis van het casco, dit zijn: Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de cascokaart. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de cascokaart. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de cascokaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). Toets TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

29

Korenmorsweg 18 Op de slooplocatie is aan de noordzijde een casco element te vinden. Echter, de ontwikkeling van het erf zal geen gevolgen hebben voor dit bestaande casco element. Deze zal behouden blijven, zoals te zien is in figuur 4.10.

Figuur 4.10 Uitsnede casco kaart, locatie Korenmorsweg 18 (Bron: provincie Overijssel) Oude Broekweg 4 Op de planlocatie is geen sprake van een casco element rondom het erf. De voorgenomen ontwikkeling zal geen gevolgen hebben met betrekking tot de cascobenadering.

Figuur 4.11 Uitsnede casco kaart, locatie Oude Broekweg 4 (Bron: provincie Overijssel) Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de beleidsnota 'De casco-benadering in Noordoost-Twente'.

30

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

4.1.6

Nota omgevingskwaliteit

Op grond van artikel 4.114 Invoeringswet Omgevingswet, geldt de welstandsnota die is vastgesteld op basis van art. 12a Woningwet (oud), als een beleidsregel als bedoeld in 4.19 Omgevingswet. De aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt getoetst aan de Nota Omgevingskwaliteit. Welstand gaat over hoe de uiterlijke kenmerken van een bouwwerk in de omgeving passen, denk aan vorm, kleur of gebruikte materialen. De redelijke eisen van welstand zijn uitgewerkt in de welstandsnota van de gemeente. In de bruidsschat zijn regels opgenomen met betrekking tot (1) repressief welstand (art. 22.7 BS), oftewel de excessenregeling en (2) beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk (art. 22.29 BS). Artikel 22.29 lid 1 onder b BS bepaalt dat een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerken alleen wordt verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota. De nota omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen (geldend van 3 juni 2020, tot op heden) beschrijft het welstandsbeleid voor de gemeentes Dinkelland en Tubbergen (Noaberkracht).

De nota omgevingskwaliteit is bedoeld om te kunnen beoordelen of bouwplannen voldoen aan redelijke eisen van welstand. Zowel de bouwlocatie als ook de slooplocatie is in de Nota Omgevingskwaliteit aangewezen als 'Buitengebied Niveau Midden', zie figuur 4.12 en figuur 4.13. Voor beide locaties staat het behoud en respect van de omgeving hoog in het vaandel. Voor het voorliggende plan is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld om rekening te houden met de omgevingswaarden. Dit kwaliteitsplan is te zien in Bijlage 5. Er word rekening gehouden met de erfensamble en het uiterlijk van de schuren en woningen. Hiermee kan worden gesteld dat er wordt voldaan aan de Nota Omgevingskwaliteit van de gemeente Dinkelland.

Figuur 4.12 Uitsnede kaart omgevingskwaliteit, plangebied van de bouwlocatie globaal in rood omcirkeld (Bron: gemeente Dinkelland)

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

31

Figuur 4.13 Uitsnede kaart omgevingskwaliteit, plangebied van de slooplocatie globaal in rood omcirkeld (Bron: gemeente Dinkelland)

4.2 Voorbereidingsfase / Verkenningsfase met stakeholders 4.2.1

Vooroverleg provincie

Hier in gaan op de wijze waarop hogere overheden of andere stakeholders (veiligheidsregio, waterschap) zijn meegenomen in het vooroverleg. Uit dit overleg moet blijken of er hogere belangen zijn gediend en/of er specifieke aandachtspunten zijn ten aanzien van het voornemen. De provincie Overijssel heeft de 'uitzonderingenlijst vooroverleg ruimtelijke initiatieven 2023' vastgesteld. In dit document is opgenomen welke ruimtelijke initiatieven/ontwikkelingen de provincie niet hoeft te zien zolang geen ander provinciaal beleid en/of andere provinciale belangen zoals NNN en grondwaterbescherming geraakt worden. De provincie Overijssel heeft in april 2023 een uitzonderingslijst opgesteld van ruimtelijke initiatieven waarvoor geen vooroverleg (voorkantsamenwerking) noodzakelijk is. Het plan valt onder categorie woningbouw in het buitengebied (de Groene omgeving). Vooroverleg is niet noodzakelijk bij geheel of gedeeltelijke vernieuwing, vervanging of verandering van een bestaande en bestemde (bedrijfs)woning en/of van een bijbehorend bijgebouw als dit plaatsvindt binnen een straal van 10 meter van de bestaande woning. 4.2.2

Vooroverleg Waterschap Vechtstromen

Op 19 februari 2025 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap een positief advies geeft. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg. 4.2.3

Participatie omgeving

De gemeenteraad heeft het beleid ‘Inwonersparticipatie’ vastgesteld en daarin is een ‘Checklist Aan de slag met inwonersparticipatie’ opgenomen. Beschrijving van de wijze van participatie, de keuze waarom voor deze wijze van participatie is gekozen en wat het resultaat hiervan is: Een overzicht van de participatiestappen en opgehaalde resultaten van de participatie met een beschrijving van welke onderdelen van het plan of welke alternatieven van een plan kunnen rekenen op draagvlak en waarvoor minder of geen draagvlak is; Een beschrijving wat is gedaan met de resultaten van de participatie. Heeft de inbrengen van participanten bijvoorbeeld geleid tot een aanpassing van uw plan en op welke manier?; Een beschrijving van de overwegingen wat wel en niet is meegenomen en de onderbouwing. Beoordeling plannen:

32

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

Zowel de bewoners van het perceel aan de Korenmorsweg 18 als de Oude Broekweg 4 hebben de omgeving geïnformeerd over de beoogde ontwikkeling. De bevindingen zijn uitgewerkt in een beknopt participatieverslag. De verslagen zijn opgenomen in Bijlage 1 en Bijlage 2. Omwonenden vinden de plannen van de initiatiefnemer begrijpelijk en hebben geen bezwaar tegen de plannen. Tevens zijn er geen suggesties voor planaanpassingen. Daarmee heeft participatie met de direct betrokkenen voldoende plaatsgevonden.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

33

34

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4

Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu Zoals blijkt uit hoofdstuk 1.2 geldt dat alleen een besluit tot wijziging van het omgevingsplan mogelijk is als er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 lid 1 Ow). Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen. Voor de beoordeling van de wijziging van het omgevingsplan zijn op basis van artikel 8.0b lid 1 Bkl de volgende regels en instructies van toepassing: de instructieregels van hoofdstuk 5, met name afdeling 5.1 'Instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties' van het Bkl; de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening; eventuele andere instructies van het Rijk en provincie. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn niet alleen de in het Bkl geregelde milieu aspecten beoordeeld, maar zijn alle relevante aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu beoordeeld, zoals bijvoorbeeld het effect van cumulatie. Voor zover relevant is er voor de aspecten fysieke leefomgeving en milieu ook getoetst aan het gemeentelijk beleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/1032/documents/24808