CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Drosteweg 19

Gecombineerde commissievergadering Omgeving en Economie / Sociaal Domein en Bestuur 8 september 2026, gemeente DinkellandBij agendapunt: 6: Voorstel inzake vaststellen omgevingsplan “TAM-Omgevingsgplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Drosteweg 19”27.509 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Status: vastgesteld TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Drosteweg 19 Status: vastgesteld Datum: IMRO-Code: NL.IMRO.1774.TAMKKDROSTEWEG19- VG01 Auteur(s):

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Drosteweg 19 Inhoudsopgave Motivering | 3 Hoofdstuk 1 Inleiding | 5 1.1 Inleiding en aanduiding plangebied | 5 1.2 Beoordelingskaders en belangenafweging | 6 1.3 Leeswijzer | 8 Hoofdstuk 2 Toekomstige situatie | 9 2.1 Gewenste ontwikkeling | 9 2.2 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving | 10 Hoofdstuk 3 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege | 11 3.1 Omschrijving nieuwe situatie | 11 3.2 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege | 11 3.3 Gemeentelijke verordeningen | 13 Hoofdstuk 4 Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg en participatie | 15 4.1 Visie en beleid voor het plangebied | 15 4.2 Voorbereidingsfase/Verkenningsfase met stakeholders | 31 Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu | 33 5.1 Ladder voor duurzame verstedelijking | 33 5.2 Mer-beoordeling | 34 5.3 Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren | 36 5.4 Gebiedsbescherming en soortenbescherming | 38 5.5 Luchtkwaliteit | 42 5.6 Geluid | 43 5.7 Geur | 46 5.8 Omgevingsveiligheid | 48 5.9 Trilling | 50 5.10 Archeologie | 50 5.11 Bodem | 52 5.12 Waterbelang | 53 5.13 Spuitvrije zone gewasbeschermingsmiddelen | 55 Hoofdstuk 6 Financiële haalbaarheid | 57 6.1 Financiële uitvoerbaarheid | 57 Hoofdstuk 7 Toelichting op de regels | 59 7.1 Inleiding | 59 7.2 Opzet van de regels | 59 7.3 Verantwoording van de regels | 60 2 | bestemmingsplan

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Drosteweg 19 Motivering bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Dr osteweg 19 3 4 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Drosteweg 19 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Inleiding en aanduiding plangebied Voorliggend TAM-omgevingsplan heeft betrekking op de locatie Drosteweg 19 in Saasveld. Initiatiefnemer is voornemens om aan de noordwestzijde van de kern Saasveld zeven nieuwe woningen te realiseren. Er zullen zes aaneengebouwde woningen gerealiseerd worden en het bestaande bijgebouw naast de woning Drosteweg 19 wordt verbouwd naar één woning. De bestaande woning Drosteweg 19 blijft behouden. De beoogde ontwikkeling speelt in op de lokale behoefte (kwalitatief en kwantitatief) in Saasveld. De gronden ter plaatse van de nieuw te bouwen aaneengebouwde woningen zijn in de huidige situatie voorzien van een agrarische functie en en maken onderdeel uit van de tuin bij de woning Drosteweg 19. De bestaande woning Drosteweg 19 en het bijgebouw naast deze woning zijn voorzien van de functie 'Wonen'. Het plan voorziet ook in de bijbehorende infrastructuur zoals in- en uitritten, parkeerplaatsen en voetpaden en de benodigde waterberging (wadi). Tevens is de bestaande woning Drosteweg 19 in het plangebied opgenomen. Aan deze woning vinden geen wijzigingen/ingrepen plaats.

Zoals aangegeven liggen de gronden aan de noordwestzijde van de kern Saasveld. Het plangebied ligt aan de doorgaande weg "Drosteweg" die Saasveld van noord naar zuid doorsnijdt. Daarmee is de Drosteweg de belangrijkste ontsluitingsweg van Saasveld. In de omgeving van het plangebied zijn overwegend woningen en enkele bedrijfs- en detailhandelsfuncties aanwezig zoals een bakkerij, vleeshouwerij en een cateringbedrijf (waarvoor in 2023 een ontwerp bestemmingsplan ter inzage is gelegd voor woningbouw). Daarnaast grenst het plangebied aan het recente woningbouwplan Saasveld de Lenne waar 15 nieuwe woningen zijn gerealiseerd. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Saasveld weergegeven. Figuur 1.1: Ligging plangebied ten opzichte van Saasveld (bron: OpenStreetMap) Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door het perceel Drosteweg 21, enkele achtertuinen van de woningen aan de Zoekerdijk en het kleinschalige zonnepanelenveld van bakkerij Schabbink. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door de Drosteweg, aan de zuidzijde door nieuwbouwplan de Lenne en aan de westzijde door agrarische gronden. In figuur 1.2 is de begrenzing van het plangebied weergegeven.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Dr osteweg 19 5 Figuur 1.2: Begrenzing plangebied (bron: Atlas van Overijssel) Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Weerselo, sectie B, nummer 5146. Daarnaast maken de kadastrale percelen Weerselo, sectie B, nummers 5140 en deels 5210 onderdeel uit van het plangebied, aangezien op die gronden onder andere de waterberging en in- en uitritten gerealiseerd worden. Op grond van het geldende omgevingsplan van de gemeente Dinkelland, onderdeel 'Saasveld' geldt voor het plangebied onder andere de functies 'Wonen', 'Agrarisch' en 'Groen'. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn onder andere bedoeld voor het wonen waarbij geldt dat een hoofdgebouw uitsluitend in een bouwvlak gebouwd mag worden. Tevens mag het bestaande aantal woningen niet vermeerderd worden. Op de gronden die zijn voorzien van de functie 'Agrarisch', zijn de gronden aangewezen voor onder andere het agrarisch gebruik, het behoud, herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke waarden, doeleinden van agrarisch natuurbeheer en cultuurgrond. Op deze gronden mogen geen gebouwen gebouwd worden.

Ter plaatse van de functie 'Groen' zijn de gronden onder andere aangewezen voor groenvoorzieningen, voet- en fietspaden, in- en uitritten, parkeervoorzieningen, beeldende kunstwerken, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, evenementen en verkeersvoorzieningen. Initiatiefnemer is voornemens om zeven nieuwe woningen te realiseren binnen het plangebied. Het realiseren van deze woningen is in strijd met het omgevingsplan omdat de bouw- en gebruiksmogelijkheden daarvoor ontbreken. Een wijziging van het omgevingsplan is noodzakelijk om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken. Voor een uitgebreide weergave van de strijdigheden met het geldende omgevingsplan wordt verwezen naar paragraaf 3.2. 1.2 Beoordelingskaders en belangenafweging Beoordelingskader De voorgenomen activiteit voldoet niet aan de regels van het omgevingsplan. Het initiatief kan alleen leiden tot een wijziging van het omgevingsplan als er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving en milieu relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader worden onderzocht en afgewogen. De taak om te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties ligt primair bij de gemeente. De beleidsruimte van de gemeente wordt op verschillende manieren ingekaderd.

De belangrijkste zijn de instructieregels van het Rijk en de provincie. Op basis van artikel 8.0b lid 1 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de volgende regels en instructies van toepassing: de instructieregels van hoofdstuk 5 van het Bkl; de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening; eventuele andere instructies van het Rijk en provincie. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn niet alleen de in het Bkl geregelde 6 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Drosteweg 19 milieu aspecten beoordeeld, maar zijn alle relevante aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu beoordeeld. Bij de beoordeling of wij een besluit willen nemen tot wijziging van het omgevingsplan is rekening gehouden met deze regels dan wel zijn de regels betrokken of in acht genomen. Daarnaast heeft de gemeente haar beleidsruimte ingevuld met beleidsregels voor de fysieke leefomgeving, zodat de wijziging van het omgevingsplan ook hieraan wordt getoetst. Het gaat hier om de omgevingsvisie en de andere beleidsdocumenten voor de verschillende specifieke onderdelen. De evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit plangebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijze zijn afgewogen. De aanvrager wenst de gevraagde activiteiten te realiseren.

De gemeente wenst de doelen uit haar beleid te verwezenlijken. De belangen van de omwonenden zijn gelegen in een goed woon- en leefklimaat. De omliggende bedrijven hebben belang bij een ongehinderde bedrijfsvoering en een goed werkklimaat. Belangenafweging De raad heeft bij het bepalen om een besluit tot wijziging van het omgevingsplan vast te stellen beleidsruimte om te bepalen of een bepaalde ontwikkeling met de daarbij behorende functies en maatvoering vanuit het oogpunt van evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar is. Een dergelijk besluit is immers in belangrijke mate afhankelijk van de inzichten die bij de gemeente bestaan over de wenselijk geachte ontwikkelingen in het projectgebied. Verder mag het project niet in strijd zijn met de instructie(regels)s van het Rijk en de provincie. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijzen worden afgewogen. Ondanks dat het initiatief in strijd is met het omgevingsplan kan worden besloten tot wijziging van het omgevingsplan, omdat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Zoals uit de hierna opgenomen hoofdstukken blijkt draagt het initiatief bij aan de visie en beleid die de gemeente voor dit plangebied heeft en blijkt dat wordt voldaan de instructieregels van het Rijk en provincie. In de voorbereidingsfase heeft bestuurlijke afstemming plaatsgevonden. Provincie en het waterschap zijn akkoord met het project. Verder is het project afgestemd met omwonenden en heeft initiatiefnemer daarvan een verslag overgelegd. Voorts zijn in hoofdstuk 5 de ruimtelijk relevante aspecten voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit afgewogen. Zienswijzen Het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan heeft voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Het was voor een ieder mogelijk om tegen het ontwerpbesluit een zienswijze in te dienen. Tijdens deze termijn is één zienswijze ingediend. Naar aanleiding van de ingediende zienswijze heeft een overleg met de indieners van de zienswijze plaatsgevonden en is overeengekomen dat het plan wordt aangepast. De volgende wijzigingen zijn naar aanleiding van de zienswijze doorgevoerd: de maximale bouwhoogte van de aaneengebouwde woningen is verlaagd van 10 meter naar 9 meter; De oprit bij kavel 6 is komen te vervallen. Ten behoeve van kavel 6 is één parkeerplaats langs de weg (De Lenne) gerealiseerd.

Naar aanleiding van deze wijzigingen is de zienswijze ingetrokken. Daarnaast heeft initiatiefnemer verzocht om een wijziging in het plan door te voeren ten aanzien van de waterhuishouding. Aangezien de definitieve wijze waarop de waterhuishouding plaats zal vinden nog niet exact duidelijk is, is op de inrichtingstekening (zie onder meer paragraaf 5.12 en Bijlage 3 van de regels) een bergingsgebied voor de wateropvang gereserveerd ('ruimte reservering voor waterberging met vertraagd afvoer richting beek'). Conclusie belangenafweging Gelet op alle aspecten die zijn afgewogen en de belangen van omwonenden, levert de wijziging van het omgevingsplan geen onaanvaardbare aantasting van deze belangen op. Het wijzigen van het omgevingsplan is evenwichtig en geschikt om het project te realiseren. bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Dr osteweg 19 7 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een omschrijving gegeven van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het voorgenomen plan getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege en worden de strijdigheden in beeld gebracht. Hoofdstuk 4 omschrijft de toetsing van de ontwikkeling aan de visie en beleid voor het plangebied op rijks-, provinciaals en gemeentelijk niveau. Daarna wordt ingegaan op de resultaten van het (bestuurlijk) vooroverleg en het participatietraject.

In hoofdstuk 5 wordt getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. In hoofdstuk 6 komt de financiële haalbaarheid van het initiatief aan de orde. In hoofdstuk 7 is een toelichting op de planregels opgenomen. 8 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Drosteweg 19 Hoofdstuk 2 Toekomstige situatie 2.1 Gewenste ontwikkeling Initiatiefnemer is voornemens om zeven nieuwe woningen te realiseren aan de Drosteweg 19 in Saasveld. Achter de bestaande woning Drosteweg 19 in Saasveld worden zes aaneengebouwde woningen gerealiseerd. Daarnaast wordt ter plaatse van de Drosteweg 19a een nieuwe woning mogelijk gemaakt door het bestaande bijgebouw te verbouwen. Daarmee voorziet het plan in zeven nieuwe woningen voor de lokale kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan nieuwe woningen. De aaneengebouwde woningen worden levensloopbestendig uitgevoerd. Dit sluit aan bij het streven van de gemeente Dinkelland om in nieuwbouwprojecten levensloopbestendige woningen toe te voegen, specifiek gericht op 1- en 2-persoonshuishoudens. Dit draagt bij aan een woningaanbod dat beter aansluit op de behoeften van kleine huishoudens en senioren, waardoor de doorstroming op de woningmarkt wordt bevorderd. In figuur 2.1 is een situatietekening van de beoogde ontwikkeling weergegeven.

Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding van dit TAM-omgevingsplan. Figuur 2.1: Situatietekening beoogde ontwikkeling (bron: HuisopKavel Architectuur) De bestaande woning Drosteweg 19 (kavel 7) heeft een oppervlakte van 551 m2 en de naastgelegen kavel (kavel 8) heeft een oppervlakte van 428 m2. Beide kavels voorzien in parkeergelegenheid op eigen terrein. Achter de bestaande woning worden zes aaneengebouwde woningen gerealiseerd op relatief kleine kavels. De vier tussenwoningen hebben een kavelgrootte van respectievelijk 161 m2, 149 m2, 147 m2 en 148 m2. De eindwoningen (kavel 1 en 6) hebben een kaveloppervlakte van respectievelijk 256 m2 en 247 m2, waarbij kavel 1 is voorzien van één parkeerplaats op eigen terrein. Bij kavel 6 wordt geen oprit geealiseerd maar voorzien in één parkeerplaats langs de weg (zie ook figuur 2.1). In paragraaf 2.2 wordt nader ingegaan op de ruimtelijke uitstraling van het plan. Naast kavel 1 worden 12 parkeerplaatsen gerealiseerd om op eigen terrein in de parkeerbehoefte te voorzien. De parkeerplaatsen worden door middel van een haag ingepast en ze worden voorzien van grasklinkers om een bijdrage te leveren aan klimaatadaptatie. Tot slot is aan de achterzijde van dit plan ruimte gereserveerd voor waterberging (wadi).

In de regels van dit omgevingsplan is een voorwaardelijke verplichting (specifieke functieregel) voor het aanleggen en nadien instandhouden van de waterbergingsvoorzieningen opgenomen. bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Dr osteweg 19 9 Daarmee is geborgd dat er voldoende bergingscapaciteit wordt gerealiseerd. 2.2 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving De rijwoningen worden levensloopbestendig uitgevoerd (nultredenwoning) waarbij de belangrijkste voorzieningen zoals een slaapkamer, toilet en douche op de begane grond te realiseren zijn. De woningen zijn voorzien van een bouwlaag met een kap, waarbij de eindwoningen en de middelste woning zijn voorzien van een dwarskap. De maximale goot- en bouwhoogte van de aaneengebouwde woningen bedraagt circa 3,8 meter (gemeten tot aan de druiplijn) en 8,5 meter. Om enige flexibiliteit voor het definitieve ontwerp te behouden is in de planregels opgenomen dat een maximale goot- en bouwhoogte geldt van respectievelijk 4 meter en 9 meter. De beoogde woningen sluiten aan bij het dorpse/landelijke karakter van woningbouwplan De Lenne. In figuur 2.2 is een impressie van de voorgevel van de aaneengebouwde woningen weergegeven.

Figuur 2.2: Impressie beoogde aaneengebouwde woningen (bron: HuisopKavel Architectuur) Naast de bestaande woning aan de Drosteweg 19 wordt ter plaatse van het bestaande bijbehorend bouwwerk (Drosteweg 19a) een nieuwe vrijstaande woning beoogd. Initiatiefnemer wenst dit bestaande gebouw te verbouwen naar een woning. Tussen het voorgenomen plan en woningbouwplan Saasveld de Lenne is een bestaande groenstrook met wadi aanwezig. Hoewel delen van de bestaande wadi door deze ontwikkeling verloren gaan, wordt het verlies van de bergingscapaciteit gecompenseerd door de aanleg van een nieuwe waterbergingsvoorziening (wadi) aan de achterzijde van het plangebied. De bestaande groenstructuur tussen het zonnepanelenveld van bakkerij Schabbink blijft behouden. Voor de rijwoningen wordt een voetpad gerealiseerd om de woning aan de voorzijde te kunnen bereiken. Zoals aangegeven worden de 12 parkeerplaatsen voorzien van grasklinkers waardoor het waterdoorlatend wordt uitgevoerd. Dit heeft positieve effecten ten aanzien van klimaatadaptatie. 10 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Drosteweg 19 Hoofdstuk 3 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege 3.1 Omschrijving nieuwe situatie Het plan omvat het realiseren van zes aaneengebouwde woningen en het omzetten/verbouwen van het bestaande bijbehorend bouwwerken aan de Drosteweg 19a naar één woning.

Daarmee worden zeven nieuwe woningen gerealiseerd inclusief bijbehorende infrastructuur, groen en waterberging. 3.2 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege Het initiatief heeft betrekking op de volgende activiteiten: Bouwen van woningen; Aanleg van wegen (uitritten) en parkeerplaatsen; Aanleg van groen; Aanleg van waterberging. 3.2.1 Strijdigheden bestemmingsplan "Saasveld" Bestemmingsplannen maken sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet onderdeel uit van het omgevingsplan van rechtswege. In bestemmingsplannen wordt gesproken over bestemming in plaats van functies. Ter plaatse van het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen die onderdeel uitmaken van het omgevingsplan van de gemeente: Saasveld (vastgesteld op 19 september 2012); Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland (vastgesteld op 29 mei 2018); Paraplubestemmingsplan kernen gemeente Dinkelland (vastgesteld op 5 juli 2021); Saasveld de Lenne (vastgesteld op 21 september 2021). Op grond van het omgevingsplan van de gemeente Dinkelland, onderdeel 'Saasveld' zijn de gronden in het plangebied voorzien van de enkelfuncties 'Wonen' en 'Agrarisch. Daarnaast zijn de gronden met de woonfunctie voorzien van een bouwvlak en een aanduiding 'maximum goothoogte 6 meter' en een 'maximum bouwhoogte 10 meter'.

De gronden waar de wadi ten behoeve van de waterberging en de in- en uitritten naar de nieuwe woningen zijn gerealiseerd zijn op grond van het omgevingsplan, onderdeel 'Saasveld De Lenne' voorzien van de functie 'Groen'. In figuur 3.1 is een uitsnede van het bestemmingsplan 'Saasveld', welke onderdeel uitmaakt van het omgevingsplan van rechtswege, weergegeven. In figuur 3.2 is een uitsnede van het bestemmingsplan 'Saasveld de Lenne' weergegeven. In het omgevingsplan van de gemeente Dinkelland, onderdeel 'Saasveld de Lenne' (zie figuur 3.2) zijn de gronden van 'Agrarisch' gewijzigd naar de functie 'Groen' en 'Wonen' ten behoeve van de bestaande woning Drosteweg 19. bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Dr osteweg 19 11 Figuur 3.1: Uitsnede omgevingsplan Dinkelland, onderdeel 'Saasveld' (bron: Regels op de kaart) Figuur 3.2: Uitsnede omgevingsplan Dinkelland, onderdeel 'Saasveld de Lenne' (bron: Regels op de kaart) De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bedoeld voor het wonen met daaraan ondergeschikt onder andere de uitoefening van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, speelvoorzieningen, wegen en paden, tuinen en erven etc. Voor het bouwen van woningen geldt dat een hoofdgebouw binnen het bouwvlak gebouwd moet worden.

Het bestaande aantal woningen mag niet vermeerderd worden en de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding is opgenomen. De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bedoeld voor het agrarisch gebruik met daaraan ondergeschikt onder andere het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke waarden, doeleinden van agrarisch natuurbeheer, cultuurgrond, groenvoorzieningen etc. Op deze gronden zijn geen gebouwen toegestaan. De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bedoeld voor groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, voet- en fietspaden, in- en uitritten, parkeervoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. De realisatie van de voorgenomen ontwikkeling is op grond van de bouw- en gebruiksregels van het geldende omgevingsplan niet toegestaan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moeten de gronden voorzien van de functie 'Agrarisch' gewijzigd worden naar de functie 'Wonen - Wonen in de bebouwde kom' en voorzien worden van een bouwvlak en maatvoering ten aanzien van de maximum bouw- en goothoogte. Tevens moet de infrastructuur voorzien worden van een passend planologisch kader. 3.2.2 Bruidsschat In het tijdelijke deel van dit omgevingsplan worden zowel ruimtelijke besluiten (artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet) als de omgevingsplanregels van rijkswege (artikel 22.1, onder c, van de Omgevingswet) opgenomen.

Deze omgevingsplanregels van rijkswege wordt ook wel de bruidsschat genoemd. De bruidsschat bestaat uit de volgende onderdelen: begrippen (hoofdstuk 1) voorrangsbepalingen en overgangsrecht (afdeling 22.1) regels over bouwwerken, open erven en terreinen (afdeling 22.2) regels over milieubelastende activiteiten (afdeling 22.3) regels over aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafond (afdeling 22.4) regels over overige gemeentelijke omgevingsvergunningen (afdeling 22.5) De regels van afdeling 22.2 zijn relevant voor onderhavig initiatief omdat deze betrekking hebben op het bouwen van bouwwerken. Met de in dit TAM-omgevingsplan opgestelde regels kan het voorgenomen bouwplan gerealiseerd worden. De regels van afdeling 22.3 zijn van toepassing op milieubelastende activiteiten in relatie tot de nieuwe woningen. De regels uit afdeling 22.4 zijn niet van toepassing. De regels uit afdeling 22.5 zijn wel van toepassing indien het betrekking heeft op het uitvoeren van werken, niet zijnde bouwwerken of 12 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Drosteweg 19 werkzaamheid. 3.3 Gemeentelijke verordeningen Voor zover sprake is van gemeentelijke verordeningen in het Omgevingsplan van rechtswege wordt aan deze verordeningen getoetst in hoofdstuk 4 van dit TAM-omgevingsplan.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Dr osteweg 19 13 14 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Drosteweg 19 Hoofdstuk 4 Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg en participatie 4.1 Visie en beleid voor het plangebied 4.1.1 N ationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toets Nationale Omgevingsvisie Wonen is één van de basisbehoeften van mensen. In de Nationale Omgevingsvisie wordt aangegeven dat iedereen in Nederland prettig moet kunnen wonen voor een redelijke prijs. Een woningvoorraad die aansluit op de huidige en toekomstige woonbehoefte van mensen is daarom van nationaal belang.

Het huidige woningtekort en de toename van het aantal inwoners en huishoudens vraagt een groei van de woningvoorraad (vooral in en bij de stedelijke regio's) in een fijne, leefbare omgeving. Tussen 2019 en 2035 moet de woningvoorraad met circa 1,1 miljoen woningen worden vergroot. De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving, de woningvoorraad en de leefbaarheid ligt bij gemeenten en provincies. Het Rijk is systeemverantwoordelijk. Het is de rol van het Rijk om de kaders te stellen, te stimuleren, eventueel te sanctioneren, waar nodig middelen ter beschikking te stellen – bijvoorbeeld via de huurtoeslag, hypotheekrenteaftrek of de regeling woningbouwimpuls voor gemeenten – en met gemeenten en provincies samen te werken om (bovenlokale, inclusief grensoverschrijdende) knelpunten op te lossen en realisatie van de nationale belangen te waarborgen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van levensloopbestendige en betaalbare woningen. In het Volkshuisvestingsprogramma van de gemeente Dinkelland is aangegeven dat voor betaalbare koop wordt aangesloten bij de ministeriële regeling. Voor 2024 bedroeg de koopprijs voor een betaalbare koopwoning € 390.000,-. In 2025 bedraagt de koopprijs voor een betaalbare woning maximaal € 405.000,-. In 2026 bedraagt de betaalbaarheidsgrens € 420.000,-.

Daarnaast kan de vrijstaande woning (door middel van de verbouw van het bestaande bijgebouw Drosteweg 19a) een bijdrage leveren aan doorstroming op de woningmarkt. Het toevoegen van aantrekkelijke woningen voor doorstromers aan de bestaande voorraad, kan verhuisketens op gang brengen. Als (jonge) gezinnen uit een starterswoning gaan verhuizen, komen er ook meer bestaande (betaalbare) woningen op de markt die geschikt zijn voor starters en startende gezinnen. bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Dr osteweg 19 15 Zoals beschreven ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving en de woningvoorraad bij de gemeenten en provincies. In de paragrafen 4.1.2 en 4.1.4 wordt het plan getoetst aan het provinciale- en gemeentelijke beleid ten aanzien van wonen. Daarin wordt concreet aangetoond dat het bouwplan past binnen het provinciale en gemeentelijke beleid. Daarmee past het plan binnen de doelstellingen van de Nationale Omgevingsvisie. 4.1.2 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel Omgevingsvisie 'Overijssel voor en met elkaar' De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030.

De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie staan de doelen voor de provincie centraal. In overleg met medeoverheden, partners, ondernemers en inwoners in gebieden werkt de provincie uit hoe zij die doelen wil bereiken.

Rode draden In de Omgevingsvisie zijn vier rode draden opgenomen: Duurzaamheid; Sociale kwaliteit; Ruimtelijke kwaliteit; Gezondheid. De vier rode draden zijn op verschillende manieren verweven in de Omgevingsvisie. Duurzaamheid bijvoorbeeld in de vorm van ambities op gebied van zuinig omgaan met ruimte, maar ook door ruimte te bieden voor duurzame energie inclusief het aangeven van kansrijke gebieden op kaart. Het versterken van ruimtelijke kwaliteit is als uitgangspunt opgenomen in de Omgevingsverordening. Een ander voorbeeld is dat vanuit sociale kwaliteit en gezondheid aandachtspunten worden meegeven voor de ontwikkeling van aantrekkelijke woon- en werklocaties. Leidende principes De ruimte in Overijssel is beperkt en de ruimte die nodig is om de ambities voor alle onderwerpen in te vullen is fors. Het is daarom nodig om richting te geven aan hoe de provincie deze ruimte wil verdelen. Dit doet de provincie door vier leidende principes te benoemen die richting geven in de keuzes: Duurzaam omgaan met ruimte en voorraden; Water en bodem sturend; Inzetten op krachtige DUS-regio's; Voortbouwen op sterke netwerken. De ruimtelijke voorkeuren en richting die per onderwerp in het Omgevingsbeleid zijn benoemd, zijn tot stand gekomen door deze principes te hanteren. Op onderdelen geven deze principes ook invulling aan de rode draden.

Het leidend principe Duurzaam omgaan met ruimte leidt er bijvoorbeeld toe dat de provincie inzet op inbreiding voor uitbreiding en meervoudig ruimtegebruik. Zo wordt ook invulling gegeven aan de rode draad duurzaamheid. De provincie beseft dat de leidende principes elkaar raken. Door het opstellen van de Redeneerlijn is inzichtelijk gemaakt hoe de leidende principes worden toegepast en hoe prioriteit wordt aangebracht wanneer ze elkaar raken. Redeneerlijn OF-, WAAR- en HOE De redeneerlijn is een kader dat helpt bij de afweging 'waar' een ontwikkeling een plek kan krijgen. Het is 16 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Drosteweg 19 daarmee een hulpmiddel om binnen de kaders van de Omgevingsvisie een afweging te maken. In figuur 4.1 is de redeneerlijn voor locatiekeuzes weergegeven. Figuur 4.1: Redeneerlijn voor locatiekeuze (bron: provincie Overijssel) Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria.

In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Uitwerking Redeneerlijn Overijssel Om keuzes te maken en te bepalen welke keuzes voorrang moeten krijgen heeft de provincie Overijssel een Redeneerlijn opgesteld. Bij het uitwerken van opgaven en het stellen van doelen worden steeds drie vragen gesteld: Bij de 'OF'-vraag gaat het om een duiding van de opgave of het initiatief: wat is de opgave/het initiatief, wat is het maatschappelijke belang, aan welke doelen en opgaven draagt het bij en hoe past het binnen de Omgevingsvisie. Bij de 'WAAR'-vraag gaat het om een onderbouwde locatiekeuze. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de Leidende Principes en de Redeneerlijn uit de Omgevingsvisie. Bij de 'HOE'-vraag gaat het onder meer om een omschrijving van hoe het initiatief bijdraagt aan de brede welvaart met behulp van de Rode Draden.

'OF'-vraag De eerste stap in het Overijssels afwegingsmodel stelt de vraag aan de orde OF er wel een maatschappelijke opgave is op de gekozen locatie. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen generieke beleidskeuzes die voor heel Overijssel gelden (de Overijsselse verstedelijkingsprincipes) en gebiedsspecifieke beleidskeuzes die op voorhand bepaalde ontwikkelingen uitsluiten in een bepaald gebied. bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Dr osteweg 19 17 Er zijn ook gebiedsspecifieke beleidskeuzes die door de provincie zijn gemaakt en die zo zwaarwegend worden geacht, dat bij de beantwoording van de OF-vraag geconcludeerd moet worden dat bepaalde initiatieven in bepaalde gebieden niet kunnen worden toegelaten. Deze provinciale gebiedsspecifieke beleidskeuzes worden in de Omgevingsverordening met specifieke artikelen geborgd. Bij de afwegingen in de eerste fase 'generieke beleidskeuzes' zijn de volgende artikelen uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang: Artikel 4.4 Principe van concentratie van stedelijke functies (lid 1) In omgevingsplannen worden alleen de ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerrein, stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen mogelijk gemaakt als die voorzien in een lokale behoefte of in de behoefte van bijzondere doelgroepen.

Doorwerking voor voorliggend plan: In dit artikel is het principe van concentratie van stedelijke functies in kernen vastgelegd. Daarbij maakt de provincie onderscheid tussen de lokale behoefte waarin elke gemeente altijd mag voorzien en de bovenlokale behoefte waarin bepaalde kernen mogen voorzien. De lokale behoefte is de behoefte op gemeentelijk niveau. De bovenlokale behoefte is de behoefte die zich uitstrekt of voordoet buiten de grenzen van een lokale gemeenschap of gemeente, dus op regionaal of bovenregionaal niveau. De regionale behoefte is de behoefte die zich voordoet op het niveau van de regio. De bovenregionale behoefte is de behoefte die het niveau van regio overstijgt. Het principe van concentratie houdt in dat stedelijke opgaven zoveel mogelijk geconcentreerd moeten worden in de 5 grote steden (Almelo, Deventer, Enschede, Hengelo en Zwolle). Daar mag niet alleen voor de lokale behoefte, maar ook voor de (boven)regionale behoefte gebouwd worden. Voor de overige kernen geldt dat altijd voor de lokale behoefte gebouwd mag worden. Onder lokale behoefte verstaat de provincie bijvoorbeeld ook wat in gemeenten nu en in de toekomst nodig is om een vitale, leefbare gemeente te waarborgen. De voorgenomen ontwikkeling maakt woningbouw mogelijk voor de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte van de gemeente Dinkelland en de kern Saasveld (zie paragraaf 4.1.4).

De woningen worden levensloopbestendig uitgevoerd. Het plan voldoet aan de principes van concentratie van stedelijke functies. Artikel 4.5 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1. Omgevingsplannen maken alleen extra ruimtebeslag voor stedelijke functies in de Groene Omgeving mogelijk aansluitend op bestaand bebouwd gebied en als aannemelijk gemaakt is dat: a. er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied; b. de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en transformatie; en c. mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. 2. Omgevingsplannen voorzien alleen in nieuwe ontwikkelingen in de Groene Omgeving die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen, als aannemelijk gemaakt is dat: a. (her)benutten van bestaande bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; en b. mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut; 3. het tweede lid is niet van toepassing op stedeijke functies waarvoor extra ruimtebeslag op de Groene Omgeving plaatsvindt in de vorm van uitleg van dorpen en steden. Doorwerking voor voorliggend plan: De voorgenomen ontwikkeling betreft een uitbreiding van de kern Saasveld.

Hoewel het plangebied planologisch gezien binnen het omgevingsplan voor de kern Saasveld ligt, zijn ter plaatse (nog) geen stedelijke functies toegestaan. Het plangebied is immers voorzien van de functie 'Agrarisch'. Ondanks dat binnen de functie 'Agrarisch' ook groenvoorzieningen zijn toegestaan, kan dit niet als 'bestaand bebouwd gebied' worden aangemerkt. Daaronder wordt immers verstaan: de gronden binnen steden en dorpen die benut worden voor stedelijke functies op grond van een geldend omgevingsplan en op grond van een (voor)ontwerp voor zover de provincie daarover een positief advies heeft uitgebracht in het kader van het vooroverleg. Stedelijke functies zijn gedefinieerd als: functies van steden en dorpen zoals wonen, bedrijvigheid, detailhandel, horeca, maatschappelijke, educatieve, culturele en religieuze voorzieningen met bijbehorende infrastructuur, stedelijk water en stedelijk groen. In de kern Saasveld is nauwelijks tot geen ruimte beschikbaar of beschikbaar te maken door herstructurering en transformatie voor nieuwbouw van woningen. Ook is het op grond van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik niet de bedoeling dat al het bestaand stedelijk groen en sport- en spelvoorzieningen komen te 18 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Drosteweg 19 verdwijnen.

Ook zijn de (potentiële) inbreidingslocaties reeds ontwikkeld of in voorbereiding. Aangezien er in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is of geschikt te maken is binnen bestaand stedelijk gebied mag een claim gelegd worden op het plangebied dat is voorzien van de enkelfunctie 'Agrarisch' om in de woningbouwbehoefte van de kern Saasveld te voorzien. Het plan is derhalve in overeenstemming met artikel 4.5 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 4.8 Ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die de ruimtelijke kwaliteit versterken. Artikel 4.9 Onderbouwing ruimtelijke kwaliteit 1. omgevingsplannen bevatten een onderbouwing waaruit blijkt dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit waarin: a. nzichtelijk gemaakt wordt hoe de vier-lagenbenadering van de Catalogus Gebiedskenmerken is toegepast en de normerende en richtinggevende en inspirerende uitspraken uit de Catalogus Gebiedskenmerken (Bijlage VII Catalogus Gebiedskenmerken) is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Artikel 4.10 Normerende en richtinggevende uitspraken 1. In omgevingsplannen worden de normerende uitspraken en de richtinggevende uitspraken in acht genomen die de Catalogus Gebiedskenmerken doet over gebieden die in dat omgevingsplan zijn opgenomen. 2.

In omgevingsplannen kan gemotiveerd worden afgeweken van de richtinggevende uitspraken in de Catalogus Gebiedskenmerken als verzekerd is dat de kwaliteitsambitie die in de Catalogus Gebiedskenmerken voor dat gebied is opgenomen, in gelijke mate gerealiseerd wordt. 3. In omgevingsplannen kan gemotiveerd worden afgeweken van de normerende uitspraken in de Catalogus Gebiedskenmerken als: a. sprake is van zwaarwegende sociaaleconomische of maatschappelijke redenen; en b. voldoende verzekerd is dat er sprake is van versterking van ruimtelijke kwaliteit in overeenstemming met de provinciale ambities die in de Catalogus Gebiedskenmerken zijn opgenomen voor dat gebied. Doorwerking van artikel 4.8, 4.9 en 4.10 voor voorliggend plan: De voorgenomen ontwikkeling versterkt de ruimtelijke kwaliteit. Het plan houdt rekening met de bestaande stedenbouwkundige structuren in de omgeving en gaat uit van het behoud van bestaande groenstructuren. Tevens wordt er een wadi met groen aangelegd die de ruimtelijke kwaliteit versterken. Voorts houdt het plan rekening met de OF-, WAAR- en HOE-benadering.

Daarnaast wordt nog opgemerkt dat in omgevingsplannen gemotiveerd kan worden afgeweken van normerende uitspraken in de Catalogus Gebiedskenmerken als er sprake is van zwaarwegende sociaaleconomische of maatschappelijke redenen en voldoende verzekerd is dat er sprake is van versterking van de ruimtelijke kwaliteit in overeenstemming met de provinciale ambities die in de Catalogus Gebiedskenmerken zijn opgenomen voor dat gebied. Voorliggend plan voorziet in zowel een kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aan nieuwe woningen in Saasveld. Binnen de kern Saasveld is geen ruimte beschikbaar of beschikbaar te maken om in de woningbouwbehoefte voor de kern te voorzien. Het nieuwe bouwplan sluit aan bij de kenmerken van de naastgelegen stedelijke laag 'kern op zandgrond'. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het plan in overeenstemming is met artikel 4.8 en 4.9 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 4.11 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (lid 1) Omgevingsplannen laten alleen nieuwvestiging en grootschalige uitbreiding van bestaande functies toe in de Groene Omgeving als: a. daarvoor sociaaleconomische of maatschappelijke redenen voor zijn; b. het verlies aan ecologische of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen in versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving; en c.

in het geval de nieuwvestiging of een grootschalige uitbreiding plaatsvindt op gronden binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water de compensatie bedoeld in onderdeel b gericht is op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap. Doorwerking voor voorliggend plan: In de toelichting van de Omgevingsverordening Overijssel is opgenomen dat de kwaliteitsimpuls niet bedoeld is voor situaties van stadsuitleg. Daarbij wordt immers niet afgeweken van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, als het doorlopen van de afwegingspunten leidt tot de conclusie dat een uitbreiding van het bestaand bebouwd gebied noodzakelijk is. Dat is het geval als niet in de opgave kan worden voorzien binnen het bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Dr osteweg 19 19 bestaand bebouwd gebied. Dit is reeds bij de toets aan de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik uitgewerkt. Artikel 4.11 van de Omgevingsverordening vormt geen belemmering voor dit plan. Artikel 4.13 Klimaatrobuust water- en bodemsysteem 1. In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt als onderbouwd is dat deze ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en het versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. 2.

In de onderbouwing bedoeld in het eerste lid wordt bij een ontwikkeling in het landelijk gebied in ieder geval duidelijk gemaakt hoe de ontwikkeling bijdraagt aan het regionaal perspectief water en bodem dat op die locatie van toepassing is. Doorwerking voor voorliggend plan: Een klimaatrobuust water- en bodemsysteem is een veerkrachtig, regionaal systeem van grondwater, oppervlaktewater en bodem dat gebruiksfuncties in staat stelt om beter mee te bewegen met de effecten van klimaatverandering. Daarin zijn de seizoenseffecten van droogte en natte perioden meer in balans, houden gebruiksfuncties rekening met natuurlijke omstandigheden zoals reliëf en bodemopbouw en is er ruimte om extreme weersomstandigheden op te vangen. Voor het plangebied geldt het kenmerk 'zandgrond'. Op de hoge zandgronden in Twente komen in de zomers vaker lange periodes voor waarin geen of weinig neerslag valt. De droogte en beperkte wateraanvoer hebben op deze hoge zandgronden effecten op de productieomstandigheden voor de landbouw en zorgen voor verlies aan biodiversiteit. Grondwaterpeilen zakken in deze gebieden weg, waardoor wateronttrekkingen verdrogingseffecten op hun omgeving hebben. Daarnaast kan drinkwaterwinning op langere termijn in deze gebieden steeds meer effecten hebben op de omgeving en moeilijker te realiseren zijn.

Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling zal aan de achterzijde van het plangebied een waterbergingsvoorziening (wadi) worden aangelegd om te voorzien in de (verplichte) waterberging. In de regels van dit omgevingsplan is een voorwaardelijke verplichting (specifieke functieregel) voor het aanleggen en nadien instandhouden van de waterbergingsvoorzieningen opgenomen. Daarmee is geborgd dat er voldoende bergingscapaciteit wordt gerealiseerd. Door de aanleg van de wadi wordt een bijdrage geleverd aan het langer vasthouden van water in het plangebied en wordt het water vertraagd afgevoerd. Tevens draagt dit bij aan klimaatadaptatie aangezien het langer vasthouden van water een verkoelend effect heeft in de zomer. Tevens worden de 12 parkeerplaatsen voorzien van grasklinkers waardoor het als waterdoorlatende verharding wordt uitgevoerd. Daarbij worden de parkeerplaatsen - op advies van het waterschap - ook benut als bufferzone bij extreme regenbuien door deze ietwat verlaagd ten opzichte van de woningen aan te leggen. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat de inpassing van het plan voldoende rekening houdt met een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. Artikel 4.14 Woonafspraken 1.

Omgevingsplannen staan alleen toe dat nieuwe woningen worden gerealiseerd als de bouw van deze woningen past binnen de geldende woonafspraken, zoals deze zijn gemaakt door de regio en vastgelegd in bestuurlijke afspraken tussen provincie en gemeenten; 2. Nieuwe woningen zijn nog te realiseren woningen waarvoor nog geen omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit is afgegeven. Doorwerking voor voorliggend plan: Het plan voorziet in een concrete behoefte aan nieuwe woningen voor de kern Saasveld en de gemeente Dinkelland. In het Volkshuisvestingsprogramma 2025-2029 is het beleid ten aanzien van wonen voor de gemeente Dinkelland beschreven. In paragraaf 4.1.4 wordt nader ingegaan op het gemeentelijke beleid ten aanzien van wonen. Concreet wordt aangetoond dat het plan voorziet in een specifieke behoefte aan levensloopbestendige en betaalbare woningen. Het plan is derhalve in overeenstemming met artikel 4.14 van de Omgevingsverordening Overijssel. 'Waar'-vraag De tweede stap stelt de vraag aan de orde WAAR de opgave gelet op provinciale belangen het beste een plek zou kunnen krijgen. De provinciale redeneerlijn helpt om provinciale belangen op een gestructureerde wijze mee te nemen bij de locatiekeuze, om zo voor nieuwe ontwikkelingen te komen tot een evenwichtige toedeling van locaties.

Het gaat daarbij om de provinciale belangen die in de Omgevingsvisie zijn benoemd en waarvoor in de verordening instructieregels zijn opgenomen en die door de nieuwe ontwikkeling kunnen worden geraakt. Gelet op de ligging van de voorgenomen ontwikkeling, zijn de volgende leidende principes relevant: 1. Duurzaam omgaan met onze ruimte en voorraden 20 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Drosteweg 19 Om alles te doen wat de provincie wil is steeds meer ruimte nodig. Ruimte die er niet altijd is. Zuinig, zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik staat daarom voorop bij het maken van de keuzes in de Omgevingsvisie. In de vijf grote steden (Deventer, Zwolle, Almelo, Hengelo en Enschede) mag voor (boven)regionale behoefte worden gebouwd, dus ook voor mensen van buiten de directe regio. Voor alle overige kernen geldt dat altijd voor de lokale behoefte en bijzondere doelgroepen gebouwd mag worden. Onder voorwaarden is er voor deze kernen daarnaast ruimte om te bouwen voor meer dan hun lokale behoefte. De provincie bouwt liever binnen bestaande wijken (inbreiding) dan buiten de bebouwde kom (uitbreiding). Eerst moet worden gekeken of meer woningen toegevoegd kunnen worden op plekken waar al woningen zijn (verdichting).

Niet door alle waardevolle groene ruimte in het bebouwde gebied vol te bouwen, maar wel door slim te kijken naar een combinatie van sloop, herbestemming of transformatie. Hoger bouwen speelt hierbij een rol. Nieuwe ontwikkelingen moeten aansluiten aan op de kenmerken van het gebied. Daarnaast passen ze in of dragen ze bij aan de bestaande kwaliteit, identiteit, cultureel erfgoed en de leefbaarheid en voegt de nieuwbouw ruimtelijke kwaliteit toe. Ze sluiten aan bij het eigen karakter van steden, dorpen en kernen en omliggend landschap. 2. Water en bodem sturend maken in onze ruimtelijke inrichting Uitgangspunt is dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden ontworpen met het bestaande water- en bodemsysteem als vertrekpunt. In beleid, ruimtelijke inrichting en het ontwerpen van maatregelen houdt de provincie veel meer rekening met bovennormatieve weersextremen die horen bij klimaatverandering. 3. We zetten in op krachtige DSS-regio's In de provincie zijn drie sterke en krachtige Dagelijkse Stedelijke Systemen (DSS)-regio's: Zwolle, Stedendriehoek en Twente. Dit zijn samenhangende regio's waarin een groot deel van het dagelijks leven van mensen plaatsvindt. Denk aan wonen, werken, voorzieningen en recreatie. De provincie ziet graag ontwikkelingen die de bestaande DSS-regio's versterken en verbeteren.

Dit wil zij doen door ruimte te bieden aan bedrijvigheid en versterking van de grootstedelijke cultuur én door in te zetten op concentratie van (boven)regionale functies en voorzieningen op de hoogdynamische plekken binnen de stedelijke netwerken, waar zij het beste tot hun recht komen. Het concentreren van wonen, werken en voorzieningen (nabijheid) zorgt ervoor dat diensten, voorzieningen, bedrijven en kennisinstellingen het meest van elkaar profiteren. Dit bevordert de werkgelegenheid en arbeidsproductiviteit. Maar nog belangrijker: het vergroot de leefbaarheid en brede welvaart in onze regio. Zowel bij woningbouw- als bedrijvigheidontwikkeling is zuinig, zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik een belangrijk uitgangspunt. Dit betekent dat de provincie steviger voorwaarden stellen aan stedenbouw, uitgaan van hoger bouwen en slimmer ruimtegebruik. Uiteraard met oog voor het belang van groene ruimte en ruimte voor ontspanning in het bestaande bebouwde gebied. Doorwerking voor voorliggend plan: Op grond van de provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening ligt het projectgebied in het buitengebied waardoor er sprake is van uitbreiding (uitleglocatie).

Zoals uit artikel 4.10, lid 3 van de Omgevingsverordening Overijssel volgt, kan in omgevingsplannen gemotiveerd worden afgeweken van de normerende uitspraken in de Catalogus Gebiedskenmerken als er sprake is van zwaarwegende sociaaleconomische of maatschappelijke redenen is en voldoende verzekerd is dat er sprake is van versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Voorliggend plan voorziet in de realisatie van nieuwe woningen voor een concrete behoefte in Saasveld. In de kern Saasveld is nauwelijks tot geen ruimte beschikbaar of beschikbaar te maken door herstructurering en transformatie voor de bouw van nieuwe woningen. Ook is het op grond van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik niet de bedoeling dat al het bestaand stedelijk groen en sport- en spelvoorzieningen komen te verdwijnen. Ook zijn de (potentiële) inbreidingslocaties reeds ontwikkeld of in voorbereiding. Aangezien er in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is of geschikt te maken is binnen bestaand stedelijk gebied mag een claim gelegd worden op het plangebied die is voorzien van de enkelfunctie 'Agrarisch' om in de woningbouwbehoefte van de kern Saasveld te voorzien. Het plan sluit stedenbouwkundig aan bij de omgeving (kern op zandgrond) en voorziet in voldoende waterberging en groen. Daarmee is de versterking van de ruimtelijke kwaliteit geborgd en wordt geanticipeerd op klimaatverandering.

Al met al kan geconcludeerd worden dat het project voldoende rekening houdt met en bijdraagt aan de leidende principes ten aanzien van de locatiekeuze. bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Dr osteweg 19 21 'Hoe'-vraag De derde stap is de toets van ontwikkelingen aan de gebiedskenmerken en stelt de vraag aan de orde HOE de opgave op een goede wijze kan worden ingepast. Uitgangspunt daarbij is dat nieuwe ruimtelijke opgaven worden verbonden met bestaande gebiedskenmerken. In de Catalogus Gebiedskenmerken is benoemd welke gebiedskenmerken van provinciaal belang zijn en waarom. De gebiedskenmerken zijn ondergebracht in vier lagen: Natuurlijke laag (in en op de bodem) Laag van het agrarisch cultuurlandschap (grootschalig gebruik en inrichting van de bodem) Stedelijke laag (bebouwing en infrastructuur) Laag van de beleving (o.a. identiteit, recreatie en landgoederen) Deze lagen zijn zo onderscheiden omdat de ingrepen in de fysieke leefomgeving in elke laag volgens eigen principes en processen verlopen. Uiteraard staan ze niet los van elkaar, maar zijn ze altijd met elkaar verbonden. Immers, plekken die eerst natuurlijk waren, zijn nu bebouwd en in een enkel geval andersom. Vaak liggen ze over elkaar heen en hebben we op één plek te maken met kenmerken van verschillende lagen. Op andere plekken is dat niet zo en domineert een bepaalde laag.

De gebiedskenmerken zijn sturend voor de vraag hoe een ontwikkeling invulling krijgt. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Hieronder wordt ingegaan op de verschillende lagen: Natuurlijke laag – Beekdal en natte laagte De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoo/droog en laag/nat meer sturend en beter beleefbaar te maken, bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem en gebiedseigen beplanting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Daarnaast moeten ontwikkelingen bijdragen aan een robuust bodem- en watersysteem door water vast te houden en te laten infiltreren in de bodem. In het gebied zijn de kenmerken van het oorspronkelijke landschap nauwelijks meer waarneembaar. Dit komt hoofdzakelijk doordat het gebied in cultuur is gebracht ten behoeve van de landbouw of ingericht is als tuin bij de bestaande woning. Daarnaast zijn de omliggende gronden reeds voorzien van stedelijke functies zoals woningbouw.

Wel geldt dat de voorgenomen ontwikkeling rekening houdt met het bodem- en watersysteem. Als gevolg van de ontwikkeling wordt voldoende waterberging (wadi) gerealiseerd waardoor water langer vastgehouden wordt en geïnfiltreerd wordt in de bodem. Derhalve wordt geconcludeerd dat de 'natuurlijke laag' geen belemmering vormt voor de in dit TAM-omgevingsplan besloten ontwikkeling. Laag van het agrarisch cultuurlandschap – Maten en flierenlandschap Het maten- en flierenlandschap treffen we aan op lager gelegen zandgronden en is onlosmakelijk verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap en de voormalige woeste gronden (jonge heide- en broekontginningen. Het is min of meer de contramal van het essen- en het oude hoevenlandschap en was daar functioneel aan verbonden. Het maten- en flierenlandschap is een laaggelegen, kleinschalig landschap dat zich langs beken en in natuurlijke laagtes, maar ook langs de Vecht, heeft ontwikkeld. Langs de ontwateringssloten haaks op de beek werd vaak hakhout aangeplant, dat ook gebruikt werd als perceelafscheiding. Ontwikkelingen moeten bijdragen aan het behoud en herstel van een natuurlijk en klimaatrobuust watersysteem. Dit betekent water vasthouden en infiltreren, het waterpeil verhogen en de waterkwaliteit verbeteren. De voorgenomen ontwikkeling ziet toe op de uitbreiding van de kern Saasveld door de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling.

Met de stedenbouwkundige inrichting van het plan wordt rekening gehouden met structuurdragende groenelementen aan de randen van het plangebied - deze blijven immers behouden – en er wordt voldoende waterberging gerealiseerd. Tevens wordt opgemerkt dat het plangebied in gebruik is als tuin en dat de omgeving van het plangebied reeds is bebouwd. Daarmee zijn de specifieke kenmerken van het maten- en flierenlandschap niet meer aanwezig. Stedelijke laag – Kern op zandgrond Op grond van de stedelijke laag is de bestaande woning Drosteweg 19 met bijbehorende tuin en bestrating 22 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22al Saasveld, Drosteweg 19 voorzien van het kenmerk 'kern op zandgrond'. Kernen op zandgrond hebben door hun ligging en bodemgesteldheid regelmatig te maken met droogte en watertekort. Er is vaak weinig oppervlaktewater aanwezig en door de hogere ligging kan water niet of slecht aangevoerd worden. Dit zien we nu al in Twente, maar zal in de toekomst ook gelden voor Salland en het Vechtdal. De kernen kennen een grote variatie aan wijken met verschillende bouwperiodes en opbouw. Grote nieuwbouw- en herstructureringsprojecten worden klimaatadaptief, natuurinclusief, energieneutraal, gezond en circulair uitgevoerd.

(Nieuwe) ontwikkelingen sluiten aan bij het karakter en de cultuurhistorische identiteit en dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit en waar mogelijk aan bestaande opgaven van wateroverlast of hittestress. De verbinding van de wijken met omliggende wijken, de binnenstad en het buitengebied wordt vormgegeven door aantrekkelijke groenblauwe structuren in combinatie met duurzame mobiliteit. Ontwikkelingen moeten bijdragen aan het eigen karakter en DNA van de kern. Specifiek voor kernen op zandgrond geldt dat ontwikkelingen bijdragen aan het infiltreren, vasthouden en tijdelijk bergen van water. Denk daarbij aan het toepassen van wadi's en gebruik zo min mogelijk verharding. Ook moeten ontwikkelingen bijdragen aan een duurzame en gezonde leefomgeving. Dit betekent klimaatadaptief, biodivers, energieneutraal en circulair bouwen en het verbeteren of behouden van de waterkwaliteit. De voorgenomen ontwikkeling houdt rekening met de omliggende functies en bebouwingsstructuren. Het plan voorziet in een concrete woningbouwbehoefte voor Saasveld, waar in het bestaand bebouwd gebied geen ruimte meer beschikbaar is of beschikbaar te maken is voor woningbouw. Wat betreft de bouwmogelijkheden wordt aansluiting gezocht bij de bebouwingskenmerken in de omgeving. Concreet zijn de goot- en bouwhoogte, bouwmassa etc. afgestemd op de omgeving.

Daarnaast wordt aangesloten bij het beeldkwaliteitsplan voor woningbouwplan Saasveld De Lenne. Als gevolg van het plan worden voldoende waterbergingsvoorzieningen (wadi) gerealiseerd en de woningen worden duurzaam uitgevoerd (bijna energieneutraal). Derhalve kan geconcludeerd worden dat het uitbreidingsplan rekening houdt met de kenmerken van de naastgelegen stedelijke laag. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie 'Overijssel voor en met elkaar', die is verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. 4.1.3 Omgevingsvisie Dinkelland De gemeenteraad van de gemeente Dinkelland heeft op 31 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen. 2. We geven het goede voorbeeld. 3. We wentelen niet af op volgende generaties. 4.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/1050/documents/25590