CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering Oppersveldweg 4 Agelo

Commissie Omgeving & Economie 6 oktober 2026, gemeente DinkellandBij agendapunt: 8: Voorstel inzake bindend advies legaliseren aangebouwd bijbehorend bouwwerk Oppersveldweg 4 Agelo16.193 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

36 alinea's met “omgevingsplan”: 1 2 7 8 9 10 11 12 16 17 18 19 20 28 29 33 50 52 53 54 57 58 66 68 75 77 80 83 84 87 88 89 92 93 94 95

omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Legalisatie van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk aan de Oppersveldweg 4, Agelo AD FONTEM RU IM TELIJK A DVIES BOPA OPPERSVELDWEG 4 AGELO 02 Inhoudsopgave 1. Inleiding ...................................................................................................................................... 3 1.1 Inleiding en aanduiding plangebied ............................................................................................ 3 1.2 Beoordelingskader en belangenafweging .............................................................................. 4 1.3 Leeswijzer .................................................................................................................................. 5 2. Toekomstige situatie ................................................................................................................... 7 2.1 Gewenste ontwikkeling............................................................................................................... 7 2.2 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving .................................................................. 8 3. Toetsing aan omgevingsplan......................................................................................................

9 3.1 Omschrijving nieuwe situatie ...................................................................................................... 9 3.2 Toetsing aan het omgevingsplan ........................................................................................... 9 3.2.1 Strijdigheden met bestemmingsplan ‘Buitengebied, Oppersveldweg 4’ en ‘Bestemmingsplan – Landgoed de Valkenberg’ ............................................................................................................. 9 3.2.2. Bruidsschat ........................................................................................................................... 11 4. Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg, participatie en bindend adviesrecht ...................... 12 4.1 Visie en beleid voor het plangebied ......................................................................................... 12 4.1.1 Nationale omgevingsvisie ..................................................................................................... 12 4.1.2 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel 2024 ............................................... 12 4.1.3 Omgevingsvisie Dinkelland ...................................................................................................

20 4.1.4 Buitengebied met kwaliteit .................................................................................................... 21 4.1.5 Nota omgevingskwaliteit ....................................................................................................... 22 4.2 Voorbereidingsfase / Verkenningsfase met stakeholders ........................................................ 24 4.2.1 Vooroverleg provincie ........................................................................................................... 24 4.2.2 Vooroverleg Waterschap Vechtstromen ............................................................................... 24 4.2.3 Participatie omgeving ............................................................................................................ 24 4.2.4 Bindend adviesrecht gemeenteraad .................................................................................... 24 5. Aspecten fysieke leefomgeving en milieu ................................................................................ 26 5.1 Ladder voor duurzame verstedelijking ..................................................................................... 26 5.2 m.e.r.-beoordeling ....................................................................................................................

27 5.3 Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren ........................................................................... 29 5.4 Gebiedsbescherming en soortenbescherming ........................................................................ 29 5.4.1 Natura 2000-gebieden .......................................................................................................... 29 5.4.2 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................... 31 5.4.3 Soortenbescherming ............................................................................................................. 33 5.5 Luchtkwaliteit ............................................................................................................................ 33 5.6 Geluid ....................................................................................................................................... 34 5.7 Geur.......................................................................................................................................... 37 5.8 Omgevingsveiligheid ................................................................................................................ 37 5.9 Trilling .......................................................................................................................................

39 5.10 Archeologie en Cultuurhistorie ............................................................................................... 40 5.11 Bodem .................................................................................................................................... 42 5.12 Waterbelang ........................................................................................................................... 43 6. Financiële haalbaarheid ........................................................................................................... 44 7. Voorwaarden omgevingsvergunning ........................................................................................ 45 AD FONTEM RU IM TELIJK A DVIES BOPA OPPERSVELDWEG 4 AGELO 03 1. Inleiding 1.1 Inleiding en aanduiding plangebied De initiatiefnemer is voornemens een aangebouwd bijbehorend bouwwerk van circa 42 m² te legaliseren, grenzend aan een bestaand gebouw met een verblijfsrecreatieve functie, gelegen aan de Oppersveldweg 4 te Agelo. Het bestaande gebouw betreft een voormalige potstal die reeds is verbouwd tot meerdere boerderijkamers, welke worden verhuurd aan recreanten.

Het aangebouwd bijbehorend bouwwerk dient ter ondersteuning van deze recreatieve functie en is bedoeld voor het onderbrengen van recreatieve gebruiksvoorwerpen, zoals fietsen, tuinmeubilair en andere bijbehorende zaken, zoals afvalbakken. Het aangebouwd bijbehorend bouwwerk draagt bij aan het comfort van de recreanten en aan een passende en nette uitstraling van het terrein. De ontwikkeling vindt plaats op het perceel dat kadastraal bekend staat als Gemeente Denekamp, Sectie Q, perceelnummer 902 . In figuur 1 .1 is de globale ligging van het projectgebied weergegeven (rode ster) en in figuur 1.2 is de begrenzing van het projectgebied globaal weergegeven (rood omkaderd). Figuur 1.1 – Globale ligging projectgebied (Bron: PDOK Viewer)

AD FONTEM RU IM TELIJK A DVIES BOPA OPPERSVELDWEG 4 AGELO 04 Figuur 1.2 – Begrenzing projectgebied (Bron: PDOK Viewer) 1.2 Beoordelingskader en belangenafweging Beoordelingskader Een buitenplanse omgevingsplanactivitei t is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan. Bij vergunningverlening van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geldt enerzijds dat een vergunning voor de activiteiten alleen wordt verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving en milieu relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader worden onderzocht en afgewogen. De taak om te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties li gt primair bij de gemeente. De beleidsruimte van de gemeente wordt op verschillende manieren ingekaderd. De belangrijkste zijn de instructieregels van het Rijk en de provincie. Op basis van artikel 8.0b lid 1 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de volgende regels en instructies van toepassing: ­ de instructieregels van hoofdstuk 5 van het Bkl; ­ de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening; ­ eventuele andere instructies van het Rijk en provincie.

In het kader van een evenwichtige toedeling van functi es aan locaties zijn niet alleen de in het Bkl geregelde milieu aspecten beoordeeld, maar zijn alle relevante aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu beoordeeld. Bij de beoordeling of wij een vergunning willen verlenen voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit is rekening gehouden met deze regels dan wel zijn deze regels betrokken of in acht genomen .

AD FONTEM RU IM TELIJK A DVIES BOPA OPPERSVELDWEG 4 AGELO 05 Daarnaast heeft de gemeente haar beleidsruimte ingevuld met beleidsregel s voor de fysieke leefomgeving, zodat de buitenplanse omgevingsplanactiviteit ook hieraan wordt getoetst. De gemeenteraad heeft een aantal gevallen aangewezen waarvoor een bindend advies van de gemeenteraad is vereist alvorens de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit vergunning verleend kan worden. Wanneer de gemeenteraad een negatief advies geeft moet de gevraagde vergunning door het college worden geweigerd. De evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijze zijn afgewogen. De aanvrager wenst de gevraagde activiteiten te legaliseren. De gemeente wenst de doelen uit haar beleid te verwezenlijken. De belangen van de omwonenden zijn gelegen in een goed woon - en leefklimaat. De omliggende bedrijven hebben belang bij een ongehinderde bedrijfsvoering en een goed werkklimaat.

Belangenafweging Het college heeft bij het bepalen om wel of geen vergunning te verlenen om af te wijken van het omgevingsplan beleidsruimte om te bepalen of een bepaalde ontwikkeling met de daarbij behorende functies en maatvoeringen vanuit het oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar is. Een dergelijk besluit is immers in belangrijke mate afhankelijk van de inzichten die bij de gemeente bestaan over de wenselijk geachte ontwikkelingen in het projectgebied. Verder mag het project niet in strijd zijn met de instructie(regels)s van het Rijk en de provincie. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijze worden afgewogen. Ondanks dat het project in strijd is met het omgevingsplan kan de omgevingsvergunning voor het project worden verleend, omdat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Zoals uit de hierna opgenomen hoofdstukken blijkt draagt het project bij aan de visie en het beleid die de gemeente voor dit projectgebied heeft en blijkt dat wordt voldaan de instructieregels van het Rijk en provincie. In de voorbereidingsfase heeft bestuurlijke afstemming plaatsgevonden.

Het voorgenomen plan is als vooroverleg aangeboden aan de provincie en het waterschap is akkoord met het project. Ook de gemeenteraad heeft een positief advies gegeven. Verder is het project afgestemd met omwonenden en heeft initiatiefnemer daarvan een verslag overgelegd. Voorts zijn in hoofdstuk 5 de ruimtelijk relevante aspecten voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede o mgevingskwaliteit afgewogen. Gelet op voorgaande overwegingen zijn er in hoofdstuk 7 voorwaarden aan de vergunning verbonden voor de ontwikkeling van het project. Gelet op alle aspecten die zijn afgewogen en de belangen van omwonenden, levert de omgevingsvergunning geen onaanvaardbare aantasting van deze belangen op. Het verlenen van de omgevingsvergunning is evenwichtig en geschikt om het project te realiseren. 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een omschrijving gegeven van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het voorgenomen plan getoetst aan het omgevingsplan en worden de strijdigheden in beeld gebracht. Hoofdstuk 4 omschrijft de toetsing van de ontwikkeling aan de visie en beleid voor het plangebied op rijks-, provinciaals en gemeentelijk niveau. Daarna wordt ingegaan op de resultaten van het (bestuurlijk) vooroverleg, het participatietraject en of een bindend advies van de gemeenteraad benodigd is.

In hoofdstuk 5 wordt getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving waarbij AD FONTEM RU IM TELIJK A DVIES BOPA OPPERSVELDWEG 4 AGELO 06 eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. In hoofdstuk 6 komt de financiële haalbaarheid van het initiatief aan de orde. Tot slot zijn in hoofdstuk 7 de voorwaarden opgenomen die aan deze buitenplanse omgevingsplanactiviteit vergunning zijn verbonden. AD FONTEM RU IM TELIJK A DVIES BOPA OPPERSVELDWEG 4 AGELO 07 2. Toekomstige situatie 2.1 Gewenste ontwikkeling De gewenste ontwikkeling betreft het legaliseren van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk met een oppervlakte van circa 42 m², als toevoeging aan een bestaand recreatief gebouw aangrenzend aan het perceel aan de Oppersveldweg 4 te Agelo. Dit gebouw, een voormalige potstal, is reeds verbouwd tot gebouw met boerderijkamers ten behoeve van verblijfsrecreatie. In onderstaande afbeelding een weergave van de positionering van het aangebouwd bijbehorend bouwwerk aan de bestaande bebouwing. Figuur 2.1 – Weergave aangebouwd bijbehorend bouwwerk (Bron: omgevingsloket.nl) Het aangebouwd bijbehorend bouwwerk is gebouwd in dezelfde stijl als het bestaande gebouw, met gebruik van gebiedseigen en natuurlijke materialen, voornamelijk eikenhout uit de directe omgeving.

Hiermee sluit het aangebouwd bijbehorend bouwwerk op een zorgvuldige wijze aan bij de bestaande bebouwing en het karakter van het omliggende landschap.

AD FONTEM RU IM TELIJK A DVIES BOPA OPPERSVELDWEG 4 AGELO 08 Figuur 2.2 – Foto aangebouwd bijbehorend bouwwerk Het aangebouwd bijbehorend bouwwerk dient ter ondersteuning van de recreatieve functie en is tevens bedoeld voor het opvangen en camoufleren van voorwerpen van recreanten, zoals fietsen, tuinmeubilair en afvalbakken. In de huidige situatie worden deze attributen vaak in het zicht geplaatst, wat afbreuk kan doen aan het ruimtelijke en landschappelijke beeld. Door deze onder te brengen in een bijpassende bouwwerk, wordt het beeld rustiger en worden visuele verstoringen beperkt. Om recreanten daarnaast nog voldoende buitenruimte en beleving van het landschap aan te kunnen bieden is het aangebouwd bijbehorend bouwwerk wenselijk. Het geheel wordt landschappelijk ingepast. Een weergave van de maatregelen in opgenomen in onderstaande afbeelding. Figuur 2.3 – Landschappelijke inpassing (Bron: Ad Fontem) 2.2 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving De beoogde ontwikkeling betreft het legaliseren van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk van circa 42 m², in directe aansluiting op een bestaand gebouw met een verblijfsrecreatieve functie aan de

AD FONTEM RU IM TELIJK A DVIES BOPA OPPERSVELDWEG 4 AGELO 09 Oppersveldweg 4 te Agelo. Het betreffende gebouw is een voormalige potstal, gelegen op Landgoed ‘De Valkenberg’ – een recent ontwikkeld landgoed met een nieuw gebouwd landhuis. In tegenstelling tot een traditioneel agrarisch erf met een hoofdgebouw en bijgebouwen in een compact erfensemble, is hier geen sprake van een standaard erfbeeld. De voormalige potstal is echter op een logische en landschappelijk verantwoorde locatie gesitueerd: aan de rand van het grasland, in de bosrand, op de hogere gronden van de voormalige heideontginning. De stal diende oorspronkelijk voor de stalling van rund vee ten behoeve van natuurlijke begrazing van het aangrenzende grasland. De positionering parallel aan de houtwal ten westen van het gebouw sluit aan bij de strekkingsrichting van het landschap. Het gebouw is bereikbaar via een half verharde weg vanaf de Oppersveldweg. Het nieuwe aangebouwd bijbehorend bouwwerk zal op zorgvuldige wijze worden vormgegeven in aansluiting op de bestaande potstal, met gebruik van natuurlijke en gebiedseigen materialen, waaronder voornamelijk eikenhout uit de omgeving. Hiermee wordt aangesloten bij de bestaande bebouwing én bij de natuurlijke, bosrijke context van het landgoed.

Het bouwwerk is functioneel bedoeld voor het onderbrengen van recreatieve gebruiksvoorwerpen, zoals fietsen, tuinmeubilair en afvalbakken, die anders verspreid rond het gebouw zouden staan. Door deze voorwerpen te camoufleren binnen een architectonisch passende structuur, wordt het natuurlijke en rustige beeld van de locatie behouden. Een klein deel van het bouwwerk is bedoeld voor overkapte buitenruimte t.b.v. recreanten die in de boerderijkamers verblijven . Het aangebouwd bijbehorend bouwwerk draagt daarmee bij aan het beperken van visuele verstoring en versterkt de landschappelijke kwaliteit van de plek. Gelet op de beperkte schaal, het sobere en passende materiaalgebruik en de positionering aan een bestaande structuur in de bosrand, is de ruimtelijke impact van de te legaliseren bebouwing gering. De ontwikkeling past binnen de opzet en uitstraling van het landgoed en sluit aan bij de bestaande landschappelijke structuren. 3. Toetsing aan omgevingsplan 3.1 Omschrijving nieuwe situatie Concreet wordt de volgende activiteit aangevraagd in de voorliggende vergunningsaanvraag: • De legalisatie van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk van 42 m2 voor het onderbrengen van recreatieve gebruiksvoorwerpen voor de bestaande recreatieve functie.

3.2 Toetsing aan het omgevingsplan Het initiatief heeft betrekking op de volgende activiteiten: • Het initiatief betreft de bouw van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk ter ondersteuning van de recreatieve functie. Het bouwwerk wordt gebruikt voor het onderbrengen van recreatieve gebruiksvoorwerpen en als beschutte buitenruimte waar gasten kunnen verblijven en gebruik kunnen maken van het tuinmeubilair. 3.2.1 Strijdigheden met bestemmingsplan ‘Buitengebied, Oppersveldweg 4’ en ‘Bestemmingsplan – Landgoed de Valkenberg’ Het plangebied ligt binnen het omgevingsplan gemeente Dinkelland, onderdelen bestemmingsplan ‘Buitengebied, Oppersveldweg 4’ en ‘Bestemmingsplan Agelo – Landgoed de Valkenberg’. Binnen het plangebied liggen de functies ‘Recreatie – Boerderijkamers’ en ‘Bos en Natuur’. Daarnaast zijn de volgende overige functies en aanduidingen van toepassing: • Waarde - Ecologie Dit betekent dat de gronden ter hoogte van de functie ‘Recreatie – Boerderijkamers’ in hoofdzaak zijn bedoeld voor gebouwen, waaronder overkappingen, ten behoeve van de verblijfsrecreatie in de vorm AD FONTEM RU IM TELIJK A DVIES BOPA OPPERSVELDWEG 4 AGELO 10 van boerderijkamers.

De gronden met de functie ‘Bos en Natuur’ zijn in hoofdzaak bedoeld voor natuur, bosbouw en houtproductie en het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische, de natuurlijke en de landschappelijke waarden van de bos- en natuurgebieden. In figuur 3.1 en 3.2 ziet u een weergave van het geldende omgevingsplan en de bijbehorende onderdelen. Figuur 3.1 – Geldend omgevingsplan boerderijkamers (Bron: Omgevingsloket, regels op de kaart) Figuur 3.2 – Geldend omgevingsplan aangebouwd bijbehorend bouwwerk(Bron: Omgevingsloket, regels op de kaart) Strijdigheid Het beoogde initiatief voor de legalisatie van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk van 42 m2 past niet binnen de gebruiks- en bouwmogelijkheden van het Omgevingsplan gemeente Dinkelland,

AD FONTEM RU IM TELIJK A DVIES BOPA OPPERSVELDWEG 4 AGELO 11 onderdeel 'Bestemmingsplan Agelo - Landgoed de Valkenberg'. Het verzoek is strijdig, omdat er gedeeltelijk binnen de functie ‘Bos en Natuur’ wordt gebouwd, het is binnen deze functie niet toegestaan gebouwen, anders dan een schaapskooi, of bouwwerken te bouwen en te gebruiken ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden. Daarnaast mag er slechts 8 m2 aan aangebouwde bijbehorende bouwwerken gebouwd worden binnen de functie ‘Recreatie – Boerderijkamers’. Om het beoogde initiatief mogelijk te maken zal afgeweken moeten worden van het Omgevingsplan. 3.2.2. Bruidsschat De bruidsschat bevat regels over onderwerpen die tot het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet in nationale regelgeving waren opgenomen (door het Rijk opgestelde regels). Onder de Omgevingswet worden deze door gemeenten geregeld. De bruidsschat maakt onderdeel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De bruidsschat bevat regels op het gebied van bouwen, milieubelastende activiteiten en overige activiteiten en is opgenomen in hoofdstuk 22 van de regels van het omgevingsplan. Het grootste gedeelte van deze regels is gericht op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit geldt bijvoorbeeld voor milieuregels (zoals regels over geurnormen en de afstand tot een geurgevoelig object).

Voor dat deel van de regels geldt dat het mogelijk is om van het omgevingsplan af te wijken. Voorliggende ontwikkeling voldoet aan deze milieuregels zoals onderbouwd in hoofdstuk 5. AD FONTEM RU IM TELIJK A DVIES BOPA OPPERSVELDWEG 4 AGELO 12 4. Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg, participatie en bindend adviesrecht 4.1 Visie en beleid voor het plangebied 4.1.1 Nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: • Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik v an de ruimte; • Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder da n in het andere; • Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toets De beoogde ontwikkeling betreft het legaliseren van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk van circa 42 m², in directe aansluiting op een bestaand gebouw met een verblijfsrecreatieve functie aan de Oppersveldweg 4 te Agelo.

Het bijbehorend bouwwerk is functioneel bedoeld voor het onderbrengen van recreatieve gebruiksvoorwerpen, zoals fietsen, tuinmeubilair en afvalbakken, die anders verspreid rond het gebouw zouden staan. De boerderijkamers met aangebouwd bijbehorend bouwwerk dragen bij aan het behoud van het landgoed waarin de boerderijkamers zich bevinden. In onderhavige situatie gaat het om een combinatie van functies. Zo wordt recreatie gecombineerd met ontwikkeling en behoud van natuur. De ontwikkeling past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI, met name de toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Er kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van strijd met het Rijksbeleid. 4.1.2 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel 2024 Provinciale Omgevingsvisie De omgevingsvisie is het overkoepelende provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie v an de Omgevingsvisie is een AD FONTEM RU IM TELIJK A DVIES BOPA OPPERSVELDWEG 4 AGELO 13 toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Provinciale Omgevingsverordening De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert.

Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doels tellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan en/of passend is binnen de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt.

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te ma ken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: • generieke beleidskeuzes (OF); • ontwikkelingsperspectieven (WAAR); • gebiedskenmerken (HOE). Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes (OF) Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden.

Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000 -gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel 2024. Ontwikkelingsperspectieven (WAAR) Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent door vertaald in de ontwikkelingsperspectieven.

AD FONTEM RU IM TELIJK A DVIES BOPA OPPERSVELDWEG 4 AGELO 14 Gebiedskenmerken (HOE) Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving ) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Figuur 4.1 – Uitvoeringsmodel omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Met betrekking tot dit project zijn de volgende beleidskeuzes van belang. Toetsing aan de generieke beleidskeuzes betreft vooral een toetsing aan de aspecten ‘Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik’, ‘Toekomstbestendigheid’, ‘ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit’ en ‘Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving’. Artikel 4.5 - Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Het aangebouwd bijbehorend bouwwerk wordt ge legaliseerd in directe aansluiting op een bestaand gebouw (de voormalige potst al) en binnen de contouren van het landgoed.

Door recreatieve gebruiksvoorwerpen onder te brengen in een passende structuur, wordt verrommeling voorkomen en blijft het terrein opgeruimd en visueel aantrekkelijk. Het bouwwerk is niet alleen functioneel, maar ook , net zoals de potstal zelf, zorgvuldig gepositioneerd in de bosrand en strekkingsrichting van het landschap. Hiermee wordt voldaan aan het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik.

AD FONTEM RU IM TELIJK A DVIES BOPA OPPERSVELDWEG 4 AGELO 15 Artikel 4.6 - Toekomstbestendigheid De provincie Overijssel stimuleert initiatieven die flexibel, duurzaam en passend zijn binnen de toekomstige ontwikkelingen van het gebied. De kleinschalige toevoeging versterkt een bestaande recreatieve functie en is afgestemd op langdurig, duurzaam gebruik. Door de vormgeving en positionering in de bosrand past het initiatief goed in de omgeving. De opbouw met lokale materialen maakt de ontwikkeling flexibel en aanpasbaar. Ten aanzien van ‘Toekomstbestendigheid’ dient daarbij te worden opgemerkt dat binnen dit aspect niet alleen invulling wordt gegeven aan (bouwtechnische) duurzaamheid, maar tevens aan een toekomstbestendig beheer van het landgoed. Hiermee wordt voldaan aan het principe van toekomstbestendigheid. Artikel 4.8 Ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die de ruimtelijke kwaliteit versterken. Op grond van de Omgevingsverordening Overijssel wordt de 'ruimtelijke kwaliteit' aangemerkt als: 'resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen dat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, dier en plant belangrijk is'. Er is een ruimtelijk kwaliteitsplan ten behoeve van het plan gemaakt. Hiermee wordt aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit versterkt wordt.

Artikel 4.11 Kwaliteitsimpuls Groene omgeving Omgevingsplannen laten alleen nieuwvestiging en grootschalige uitbreiding van bestaande functies toe in de Groene Omgeving als: a. daarvoor sociaaleconomische of maatschappelijke redenen voor zijn; b. het verlies aan ecologische of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen in versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving; en c. in het geval de nieuwvestiging of een grootschalige uitbreiding plaatsvindt op gronden binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water de compensatie bedoeld in onderdeel b gericht is op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap. Bovenstaande is in ieder geval van toepassing op uitbreidingen van bestaande verblijfsrecreatieve complexen, wat bij voorliggend project het geval is . Er is een ruimtelijk kwaliteitsplan ten behoeve van het plan gemaakt. Door uitvoering van dit plan word t een investering gedaan in de versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving door het herstel en de versterking van de bosrand . Daarmee wordt enig verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden tevens in voldoende mate gecompenseerd.

Paragraaf 4.7.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Naast bovenstaande onderdelen uit de provinciale verordening, moet bij ontwikkelingen ook gekeken worden naar de ligging in/of nabij een NNN -gebied. Het te legaliseren aangebouwd bijbehorend bouwwerk bevindt zich binnen het Natuurnetwerk Nederland en zal daarom getoetst moeten worden aan de uitgangspunten die de provincie overijssel hanteert voor deze gebieden . Onder het kopje ontwikkelingsperspectieven wordt de toetsing verder toegelicht en uitgevoerd. AD FONTEM RU IM TELIJK A DVIES BOPA OPPERSVELDWEG 4 AGELO 16 Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving van belang. De locatie aan de Oppersveldweg 4 in Agelo bevindt zich binnen het ontwikkelingsperspectief ‘NatuurNetwerkNederland. Onderstaand is een weergave van de kaart opgenomen.

Figuur 4.2 – Ontwikkelingsperspectief projectgebied (Bron: provincie Overijssel) Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN: de natuurkwaliteit, landschappelijke kwaliteit en de beleving van rust. Daarbij houden we zoveel mogelijk rekening met de andere belangen in het gebied. Voor initiatieven die niet passen binnen de doelstelling van het NNN is geen ruimte, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang waar niet op een andere manier aan voldaan kan worden (het ‘nee, tenzij’ - principe). Daarbij hanteert de provincie Overijssel het principe dat de kwaliteit, samenhang en het areaal van het NNN er niet op achteruit mogen gaan. Instrumenten hiervoor zijn herbegrenzing van het NNN en compensatie van negatieve effecten. Er is ruimte voor het aanpassen van de begrenzing als daarmee het NNN versterkt kan worden. Toets Natuurnetwerk Nederland (NNN) Binnen het generieke beleid speelt het NNN een (verhoudingsgewijs beperkte) rol in het plan . Het generieke beleid is ten aanzien van het NNN gericht op het ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden’ van dit natuurnetwerk. Hierbij wenst de provincie tevens zoveel mogelijk rekening te houden met de andere belangen die i n het gebied aanwezig zijn.

Voor ontwikkelingen die niet passen binnen de doelstelling van het NNN is in beginsel geen ruimte, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang waar niet op een andere manier aan kan worden voldaan. Dit ‘nee, t enzij’-principe is opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. De provincie hanteert als hoofdlijn van beleid dat binnen het NNN alleen ruimte is voor andere

AD FONTEM RU IM TELIJK A DVIES BOPA OPPERSVELDWEG 4 AGELO 17 ontwikkelingen als deze niet ten koste gaan van de kenmerken en waarden van het NNN. Het NNN is op perceelniveau begrensd, waarbij een koppeling is gelegd met de Omgevingsverordening. Conform artikel 4.62 (afwijking voor kleinschalige ontwikkelingen) van de Omgevingsverordening Overijssel kan een omgevingsplan voorzien in een relatief kleinschalige nieuwe ontwikkeling binnen een gebied dat begrensd is als Natuurnetwerk Nederland als: a) er uit onderzoek blijkt dat een zorgvuldige afweging van alternatieven heeft plaatsgevonden; b) de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied door de nieuwe ontwikkeling in beperkte mate wordt aangetast; en c) er maatregelen worden getroffen waardoor per saldo: 1) versterking van de wezenlijke kenmerken en waarden; of 2) een vergroting van het areaal van het Natuurnetwerk Nederland plaatsvindt. Burgemeester en wethouders informeren Gedeputeerde Staten dat er een afwijking bedoeld in eerste lid heeft plaatsgevonden, als de herziening van het omgevingsplan voor de nieuwe ontwikkeling onherroepelijk is geworden.

In de toelichting op de Omgevingsverordening geeft de provincie aan dat bij een kleinschalige ontwikkelingen gedacht kan worden aan de uitbreiding van of plaatsing van een bijgebouw bij een woning in het NNN, de uitbreiding van een recreatievoorziening of een andere bedrijfsmatige activiteit. Maatgevend is de impact van de gewenste ontwikkeling op de kwaliteit van het NNN ter plaatse. Daarbij spelen factoren als ecologische kwaliteit, samenhang, mate van verstoring en dergelijke mee in de beoordeling. Ook de maatschappelijke meerwaarde van de ontwikkeling kan daarbij een rol spelen. Tot slot geeft de provincie aan dat aangetoond moet worden dat aan bovengenoemde punten wordt voldaan. Voor kleinschalige ontwikkelingen is verder geen compensatieplan vereist. Wel zullen onderzoeken en onderzoeksgegevens, waarmee wordt aangetoond dat de effecten van de ingreep inderdaad beperkt zijn, als bijlage bij de toelichting moeten worden gevoegd. De legalisatie van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk bij een voormalige potstal, in gebruik als twee boerderijkamers, betreft een relatief kleinschalige ontwikkeling binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het perceel ligt in de bosrand nabij Oppersveldweg 4 te Agelo, binnen het NNN - gebied Mander/Reutum, deelgebied 2: Tubbergen, Reutum & Ootmarsum.

Dit gebied wordt gekenmerkt door een kleinschalig landschap met houtwallen, kleine bosgebieden en delen vochtig hooiland langs de Polbeek. De ontwikkeling wordt beoordeeld aan de hand van de afwijkingsmogelijkheden zoals geformuleerd in artikel 4.62 van de Omgevingsverordening Overijssel. a. Zorgvuldige afweging van alternatieven Het aangebouwd bijbehorend bouwwerk wordt gelegaliseerd ten behoeve van de twee boerderijkamers in de voormalige potstal. In de praktijk verblijven recreanten regelmatig buiten, waarbij fietsen, afvalbakken en tuinmeubilair rond het gebouw worden geplaatst. Dit leidt tot een rommelig beeld en tot ongecontroleerd gebruik van het omliggende terrein, wat tot verstoring van de natuurwaarden kan leiden. Het alternatief – géén aangebouwd bijbehorend bouwwerk – is onderzocht, maar zou juist resulteren in ruimtelijke spreiding van deze functies in het open terrein. Dit vergroot de visuele en ecologische belasting van het omliggende NNN -gebied. Door het aangebouwd bijbehorend bouwwerk worden deze functies juist gebundeld en ingepast op een plek die reeds bebouwd is, wat een mitigerend effect heeft. Daarmee is sprake van een zorgvuldige afweging van alternatieven. b. Beperkte aantasting van de wezenlijke kenmerken van het gebied Het aangebouwd bijbehorend bouwwerk is kleinschalig van aard en direct gesitueerd tegen het bestaande gebouw.

Er is geen bos of houtwal verwijderd en de bodemverstoring is beperkt gebleven. De constructie is uitgevoerd in natuurlijke materialen die passen bij de omgeving.De wezenlijke kenmerken van het betreffende deelgebied van het NNN bestaan uit de kleinschaligheid van het landschap, de aanwezigheid van bosranden, houtwallen en natte graslanden. Het AD FONTEM RU IM TELIJK A DVIES BOPA OPPERSVELDWEG 4 AGELO 18 natuurwaardenonderzoek van de natuurbank Overijssel stelt dat de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied door de nieuwe ontwikkeling in beperkte mate worden aangetast. c. Maatregelen voor per saldo versterking van het NNN Als compenserende maatregel wordt gekeken naar de concrete en/of lokale potenties binnen het NNN. De voormalige potstal ligt in een bosrand, welke de volgende potentie heeft: ‘herstel en versterking van gevarieerde bosrand en (met goed ontwikkelde mantel z oomvegetaties) en geleidelijke overgangen tussen bos en open terrein.‘ Momenteel is de bosrand naast de voormalige potstal zeer beperkt. Deze zal versterkt worden met nieuwe aanplant. Hiermee is sprake van een per saldo versterking van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied, zoals bedoeld in artikel 4.62 lid c onder 1 van de Omgevingsverordening. In het kader van toetsing aan de Omgevingswet heeft ecologisch onderzoek plaatsgevonden, zie bijlage 1.

Een nadere beschrijving van dit onderzoek is opgenomen in paragraaf 5.4. Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en samenhang van het NNN er niet op achteruit gaat, is een landschapsplan opgesteld. Deze is in bijlage 2 toegevoegd. Gebiedskenmerken ‘Natuurlijke laag’ De natuurlijke laag geeft aan het projectgebied het kenmerk ‘Stuwwallen’. In onderstaand figuur 4.3 is een weergave opgenomen van de natuurlijke laag in dit gebied. Figuur 4.3 – Gebiedskenmerk ; Stuwwallen’ projectgebied (Bron: Provincie Overijssel) De stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. Op een aantal plekken zijn de ruggen al van verre zichtbaar; bovenop staand bieden ze spectaculaire zichten over de provi ncie. De stuwwalen hebben als regionale inzijggebieden een belangrijke functie in het watersysteem. Het zijn de ‘ingangen’ van regionale en lokale stelsels van grondwaterstromen. De ambitie is het eigen karakter van de afzonderlijke stuwwalen te behouden en versterken. De inzet is het reliëf daarbij ruimtelijk beeldbepalend te laten zijn. Door bijvoorbeeld de overgangen naar andere landschappen te accenturen en door de zichten erop én er vanaf te versterken . Stuwwallen krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van de hoofdlijnen van het huidige reliëf .

Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en van de overgang tussen stuwwal en omgeving.

AD FONTEM RU IM TELIJK A DVIES BOPA OPPERSVELDWEG 4 AGELO 19 Toets Het initiatief draagt in positieve zin bij aan de beleefbaarheid van het stuwwallenlandschap. De verblijfsrecreatieve functie stelt bezoekers in staat het unieke landschap te ervaren en te waarderen, wat aansluit bij de provinciale ambitie om het eigen karakter van de stuwwallen te behouden en te versterken. De kleinschalige toevoeging van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk versterkt de gebruikskwaliteit van het bestaande recreatieve verblijf zonder afbreuk te doen aan het ruimtelijke karakter van het gebied. Het aangebouwd bijbehorend bouwwerk blijft ondergeschikt aan het hoofdgebouw, past binnen het bestaande gebruik en vormt geen visuele of fysieke barrière in het landschap. Er is geen aantasting van het reliëf of van zichtlijnen, en er vindt geen bodemvergraving of -verhoging plaats die van invloed zou kunnen zijn op de hydrologische functie van de stuwwal als inzijggebied. Het initiatief is in overeenstemming met de gebiedskenmerken van de natuurlijke laag ‘Stuwwallen’ zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie. Het versterkt de recreatieve beleving van het landschap zonder afbreuk te doen aan het ruimtelijke en ecologische karakter ervan. ‘Laag van cultuurlandschap’ Het projectgebied is gelegen in het kenmerk ‘Oude Hoevenlandschap’. Dit is landschap met verspreide erven.

Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Deze erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken, recreatie, mits er wordt voortgebouwd aan kenmerkende structuren van het landschap: de open esjes, de routes over de erven, de erf- en landschapsbeplantingen. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragen de structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen: de erven met erfbeplanting; open es(je); beekdal; voormalige heidevelden, de mate van openheid en kleinschaligheid. Toets De voormalige potstal – nu in gebruik als verblijfsrecreatief gebouw – staat solitair in het landschap, en het aangebouwd bijbehorend bouwwerk wordt hier aan toegevoegd.

Dit aangebouwd bijbehorend bouwwerk wordt zorgvuldig gepositioneerd: in de bosrand en in dezelfde strekkingsrichting als het bestaande gebouw, waardoor de bestaande landschappelijke en bouwkundige structuren worden gevolgd en versterkt. De bosrand fungeert daarbij als een natuurlijk scherm, waardoor het aangebouwd bijbehorend bouwwerk visueel terughoudend blijft en geen afbreuk doet aan de open ruimten of het ritme van het landschap. Door de kleinschalige aard en sobere uitvoering van het aangebouwd bijbehorend bouwwerk wordt de karakteristieke ruimtelijke kwaliteit van het oude hoevenlandschap niet aangetast. AD FONTEM RU IM TELIJK A DVIES BOPA OPPERSVELDWEG 4 AGELO 20 4.4 – Gebiedskenmerk ‘Oude hoevenlandschap’ projectgebied (Bron: Provincie Overijssel) ‘Stedelijke laag’ Gezien de ligging van het projectgebied in het buitengebied is de stedelijke laag niet van belang en is hieraan ook niet getoetst. ‘Laag van de beleving’ In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De locatie van het aangebouwd bijbehorend bouwwerk is op de gebiedskenmerkenkaart ‘Laag van de beleving’ aangeduid als ‘Donkerte’.

Donkerte wordt door de provincie beschouwd als een te koesteren kwaliteit. Ambitie daarbij is om de huidige ‘donkere’ gebieden, ten minste zo donker te houden. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, terreinen e.d. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden. In de donkere gebieden alleen minimaal noodzakelijke toepassing van kunstlicht. Dit vereist het selectief inzetten en ‘richten’ van kunstlicht. Daarnaast veel aandacht voor vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen in het buitengebied. Toets Voor het aangebouwd bijbehorend bouwwerk bij de boerderijkamers geldt dat de verlichting is gebaseerd op terughoudendheid en er geldt een algemeen streven naar eenheid en eenvoud zodat geen sprake is van lichtvervuiling en strooilicht tot een minimum wordt beperkt. 4.1.3 Omgevingsvisie Dinkelland MijnOmgevingsvisie gaat over de toekomst van de leefomgeving; de visie van samenleving én gemeente. De visie gaat namelijk over leefbaarheid van de kernen én over het buitengebied , gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. De visie geeft aan hoe de gemeente, samenleving en gemeenteraad, willen sturen; wat men wil behouden, versterken en ontwikkelen. MijnOmgevingsvisie gaat in op: 1. de uitdagingen die op de gemeente afkomen (het verhaal achter de speerpunten);

AD FONTEM RU IM TELIJK A DVIES BOPA OPPERSVELDWEG 4 AGELO 21 2. hoe men daarop kan inspelen (speerpunten); 3. hoe plannen die bewoners of ondernemers inbrengen worden afgewogen (stappenplan); 4. welke waarden daarbij belangrijk zijn (waardenkaart). Mijn Omgevingsvisie gaat uit van vier kernprincipes. Kernprincipes zijn manieren van werken; werkwijzen die altijd gelden. Als keuzes worden gemaakt, als plannen worden gemaakt en gewoon als we wonen, leven, ondernemen of verblijven past men de kernprincipes toe. De vier kernprincipes zijn: - We doen het samen; - We geven het goed voorbeeld; - We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. - We wentelen niet af op volgende generaties. Speerpunten In de omgevingsvisie zijn speerpunten opgenomen op de thema’s Buitengebied in balans, Leefbare kernen, Leefomgeving van de toekomst. In voorliggend geval is gezien de ontwikkeling met name het thema ‘Buitengebied in balans’ van belang. Daarbij gelden de volgende speerpunten: • Toekomstbestendige agrarische sector • Goede staat van landschap en natuur • Kwalitatief toerisme Toets Met voorliggende ontwikkeling wordt de legalisatie van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk van 42 m2 mogelijk gemaakt ten behoeve van de boerderijkamers aan de Oppersveldweg 4 te Agelo.

Deze ontwikkeling sluit het meest aan bij het speerpunt ‘Kwalitatief toerisme’ en ‘goede staat van landschap en natuur’. De gemeente wil hierbij toeristisch interessante locaties inrichten in zowel de kernen als in het buitengebied. Daarnaast is een goede balans tussen landschapskwaliteiten in de gemeente belangrijk om te b ewaken. Voorgenomen ontwikkeling zorgt voor het aantrekkelijker maken van de boerderijkamers. Dagjesmensen en recreanten hebben de mogelijkheid om hun spullen droog te stallen/op te slaan. Hierdoor wordt het aantrekkelijker om de bijbehorende boerderijkamers te verhuren aan recreanten, waardoor meer inkomsten ontstaan. Die inkomsten vloeien deels weer terug naar het onderhoud en de versterking van het landgoed in zijn geheel. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de doelen en ambities zoals beschreven in ‘MijnOmgevingsvisie Dinkelland’. 4.1.4 Buitengebied met kwaliteit Het buitengebied van Dinkelland kenmerkt zich door een mix van functies als landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en wonen. Al deze functies vragen om ruimte. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom wordt ook voor de toepassing van de beleidsregel het uitgangspunt gehanteerd; de goede functies op de goede pek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen.

De gemeente Dinkelland streeft naa r een aantrekkelijk en vitaal buitengebied waar een goede balans is tussen landgebruik, ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en economische activiteiten. Om dit te kunnen bereiken beschikt de gemeente over diverse beleidsregelingen zoals bijvoorbeeld Rood voor Rood, Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, Schuur voor Schuur en het VAB+ beleid. Alle beleidsregelingen hebben de afgelopen jaren op hun eigen wijze ee n bijdrage geleverd aan een aantrekkelijk en vitaal buitengebied en de doelstellingen van deze regelingen sluiten nog prima aan bij de speerpunten voor het buitengebied zoals geformuleerd in mijnOmgevingsvisie Dinkelland. AD FONTEM RU IM TELIJK A DVIES BOPA OPPERSVELDWEG 4 AGELO 22 Doelstelling Het doel van deze beleidsregel is meervoudig. Enerzijds is deze beleidsregeling bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel van deze beleidsregeling om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. Voor onderhavige ontwikkeling is hoofdstuk 6 ‘Verblijfsrecreatie’, uit het beleidsstuk ‘Buitengebied met kwaliteit’ van toepassing.

6.3 Uitbreiden gebouwen Voor de uitbreiding van gebouwen, niet zijnde gebouwen ten behoeve van verblijfsrecreatieve accommodaties, binnen een bestaand perceel met de functie ‘Verblijfsrecreatie’ is een aanvullende kwaliteitsimpuls vereist. De hoogte van deze kwaliteitsimpuls word t bepaald door een berekening van de waardevermeerdering van de gronden die door de planologische verandering zal ontstaan. Normaliter wordt uitgegaan van basisbedragen, echter vanwege het omzetten van een ‘Bos - Natuur’ functie naar een recreatieve functie, moet middels een taxatie de toegenomen waarde worden bepaald. Taxatie In onderhavige ontwikkeling vindt er een functiewijziging plaats waarvoor een taxatierapport (bijlage 4) is opgesteld door een taxatie- en makelaarskantoor. De waardevermeerdering voor het omzetten van de gronden betreft € 7.000, - De voorgenomen ontwikkeling is functioneel aan het buitengebied verbonden. Dit zorgt ervoor dat maximaal 25% van de waardevermeerdering dient ingezet te worden voor de compensatie ten goede van de ruimtelijke kwaliteit. Van dit bedrag kunnen de kosten voor planvorming a € 175, - (met een maximum van 10% van de vereiste kwaliteitsinvestering met een maximum van € 5.000, - (excl. btw)) worden afgetrokken. De bijdrage voor een investering in de ruimtelijke kwaliteit bedraagt daardoor €1.750 - €175,- = € 1.575,-.

De extra kwaliteitsimpuls wordt in samenspraak met de gemeente Dinkelland besteed aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in de vorm van mantelvegetatie. 4.1.5 Nota omgevingskwaliteit Op grond van artikel 4.114 Invoeringswet Omgevingswet, geldt de welstandsnota die is vastgesteld op basis van art. 12a Woningwet (oud), als een beleidsregel als bedoeld in 4.19 Omgevingswet. De aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt getoetst aan de Nota Omgevingskwaliteit. Welstand gaat over hoe de uiterlijke kenmerken van een bouwwerk in de omgeving passen, denk aan vorm, kleur of gebruikte materialen. De redelijke eisen van welstand zijn uitgewerkt in de welstandsnota van de gemeente. In de bruidsschat zijn regels opgenomen met betrekking tot (1) repressief welstand (art. 22.7 BS), oftewel de excessenregeling en (2) beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk (art. 22.29 BS). Artikel 22.29 lid 1 onder b BS bepaalt dat een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerken alleen wordt verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk niet in strij d is met de redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota.

De nota omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen (geldend van 3 juni 2020, tot op heden) beschrijft het welstandsbeleid voor de gemeentes Dinkelland en Tubbergen (Noaberkracht). De nota omgevingskwaliteit is bedoeld om te kunnen beoordelen of bouwplannen voldoen aan redelijke eisen van welstand. De locatie is in de Nota Omgevingskwaliteit aangewezen als ‘Buitengebied – Niveau Midden’. AD FONTEM RU IM TELIJK A DVIES BOPA OPPERSVELDWEG 4 AGELO 23 Midden omgeving De welstandsbeoordeling in deze gebieden is gericht op het behouden en versterken van de basiskwaliteiten van de gebieden. Bij de welstandsbeoordeling wordt vooral gekeken of het bouwplan bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving (van hoofdvor m tot materiaal en detail). Afhankelijk van het soort bouwwerk komen de volgende beoordelingsmodellen voor: • ‘Ambtelijk’: alleen kleine bouwwerken van - en voor de voorgevel worden getoetst. Deze toets vindt ambtelijk plaats. Bouwplannen achter de voorgevel zijn toetsvrij. • ‘Stadsbouwmeester’: de stadsbouwmeester toetst. • ‘Q-team’: het Q-team beoordeelt en kan daarbij in overleg treden met de initiatiefnemer en/of ontwerper. De jonge heideontginningen liggen op de hogere delen van de voormalige heidevelden en hebben een open, grootschaliger en rationeel karakter met verspreid langs de wegen gelegen boerderijen.

Oorspronkelijk lag de bebouwing alleen langs de randen van de heidevelden langs de hoofdwegen. De primaire functie van de gronden is landbouw, ook in de toekomst. Soms zijn er nog enkele heiderestanten te vinden met een ven en omzoomd door bos. Het gebied behoud zijn agrarische karakter maar biedt ook ruimte aan fiets- en wandelroutes, dagrecreatie en natuurbeleving in de randen. De robuuste en heldere landschappelijke structuren die het rechtlijnige en grootschalige karakter van dit landschapstype ondersteunen en versterken zijn kenmerkend. De erven zijn over het algemeen ‘rechtlijnig’ van opzet. De bebouwing in het jongere landschap van de heideontginningen is meer zichtbaar door de ligging in een relatief open landschap en kenmerkt zich door de eenduidige hoofdvorm, sobere doelmatige vormgeving en het gebruik van natuurl ijke materialen en gedekte kleuren die niet afsteken tegen de achtergrond van het landschap. De erven zijn deels besloten door singels of bomenrijen. In voorgenomen initiatief zal het aangebouwd bijbehorend bouwwerk aansluiten op de bestaande vormgeving van de bebouwing. De bebouwing past in het karakter van het landschap en is niet in strijd met de redelijke eisen van de welstand. Er wordt voldaan aan de welstandscriteria zoals opgenomen in de nota omgevingskwaliteit.

AD FONTEM RU IM TELIJK A DVIES BOPA OPPERSVELDWEG 4 AGELO 24 4.2 Voorbereidingsfase / Verkenningsfase met stakeholders In de voorfase is een legalisatieverzoek ingediend. Hier heeft de gemeente een principebesluit op genomen. Hierin is aangegeven dat de beoogde ontwikkeling mogelijk is, mits er aan een aantal punten wordt voldaan. 4.2.1 Vooroverleg provincie De provincie heeft een l ijst vastgesteld met gevallen v an buitenplanse omgevingsplanactiviteit en waarvoor op grond van artikel 16.15a sub d Omgevingswet advies met instemming nodig is (Lijst advies en instemming (lijst BOPA)). Als de gewenste activiteiten zijn opgenomen op deze lijst dan is de provincie bevoegd om advies te geven en instemming te verlenen. Onthoudt de provincie instemming dan kan de omgevingsvergunning niet verleend worden. Het aangebouwd bijbehorend bouwwerk bevindt zich binnen het NatuurNetwerkNederland (NNN). Binnen de NNN gebieden staat het be lang van de bescherming, instandhouding, verbetering en ontwikkeling van de kenmerken en waarden van de NNN gebieden voorop. Het aangebouwd bijbehorend bouwwerk heeft een oppervlakte van 42 m2, waardoor er geen verwachting is dat de ecologische waarden worden aangetast. Om dit te waarborgen is er een Natuu rwaardenonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 1). In het kader van vooroverleg zal dit plan kenbaar worden gemaakt bij de provincie Overijssel.

4.2.2 Vooroverleg Waterschap Vechtstromen Op 19 mei 2025 is in het kader van de weging van het waterbelang de digitale watertoets verricht. Het advies van het waterschap was een korte procedure. Hierdoor is nader overleg niet van toepassing . Voor de volledige watertoets wordt verwezen naar bijlage 3. 4.2.3 Participatie omgeving De gemeenteraad heeft het beleid ‘Inwonersparticipatie’ vastgesteld en daarin is een ‘Checklist Aan de slag met inwonersparticipatie’ opgenomen. Afhankelijk van de aard, omvang en impact van een ontwikkeling wordt een participatievorm gekozen. Dit kan intensief of minder intensief zijn. Het aangebouwd bijbehorend bouwwerk in voorliggend plan is reeds gerealiseerd en voor eenieder zichtbaar. De omwonenden zijn echter wel op de hoogte van de ontwikkeling en er zijn in het verleden ook gesprekken gevoerd met de directe omwonenden. Hiervan is een gespreksverslag gemaakt welke is opgenomen in bijlage 8. Er wordt daarmee voldaan aan het beleid inwonersparticipatie van de gemeente Dinkelland. 4.2.4 Bindend adviesrecht gemeenteraad De raad heeft op grond van artikel 16.15 onder a en b van de Omgevingswet bepaald in welke gevallen een bindend advies van de gemeenteraad is vereist.

Het gaat om de volgende gevallen: - Een toevoeging van een woning in het buitengebied; - (Verplaatsing van) bebouwing op meer dan 30 meter buiten het bouwvlak; - (Het uitbreiden van) niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied; - De vestiging van een intensief veehouderijbedrijf; - Duurzame energievoorzieningen, zoals bijvoorbeeld: - zonneveld voorzover groter dan 50m2; - windturbine/-molen voorzover hoger dan 25 meter; - biomassavergistingsinstallatie voorzover niet uitsluitend bedrijfseigenmest wordt verwerkt - Antenne-installatie voorzover hoger dan 40 meter; - Grootschalige infrastructurele (kunst)werken; - De opvang van vluchtelingen en/of asielzoekers. AD FONTEM RU IM TELIJK A DVIES BOPA OPPERSVELDWEG 4 AGELO 25 Onderhavig plan betreft een geval waarvoor bindend advies van de gemeenteraad moet worden gevraagd. Per DATUM heeft de raad besloten een positief advies te geven. AD FONTEM RU IM TELIJK A DVIES BOPA OPPERSVELDWEG 4 AGELO 26 5. Aspecten fysieke leefomgeving en milieu Zoals blijkt uit hoofdstuk 1.2 geldt bij vergunningverlening van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit dat een vergunning voor de activiteiten alleen wordt verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 lid 1 Ow).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/1054/documents/25703